ID.nl logo
Geen plek voor een buitenunit? Deze warmtepompen kunnen zonder
© bart lukkien.bv
Energie

Geen plek voor een buitenunit? Deze warmtepompen kunnen zonder

Nu we stap voor stap moeten overstappen op duurzame energie, is de warmtepomp op termijn voor veel gezinnen de enige oplossing voor verwarming. Is het om een of andere reden niet mogelijk of wenselijk om een buitenunit te plaatsen, dan bestaan er toch warmtepompen die zonder zo’n buitenkast werken.

Voor veel mensen die een warmtepomp overwegen, is de buitenunit een bezwaar. Er zijn gelukkig ook warmtepompen die speciaal zijn ontworpen voor de typische Nederlandse rijtjeswoningen, en die werken zonder buitenunit.

Een buitenunit ontsiert vaak de tuin en er is altijd een risico dat het geluid de buren of jezelf zal storen. In onze zoektocht naar warmtepompen zonder buitenkast hebben we het al gehad over systemen die gekoppeld zijn aan een mechanisch ventilatiesysteem, de zogenaamde ventilatiewarmtepomp, en de warmtepomp die zijn energie haalt uit dakpanelen: de PVT-warmtepomp. In onze zoektocht stuitten we op nog twee opvallend compacte systemen die zonder buitenunit hun energie uit de buitenlucht halen: de Vincent van Itho Daalderop en de Nav5Ai van Envazu.

Tsjechisch of Nederlands?

Beide toestellen worden volledig binnenshuis opgesteld en hebben alleen een dakdoorvoer nodig. De Nav5Ai werkt trouwens ook met een muurdoorvoer. Importeur Enzavu brengt de Oost-Europese warmtepomp Nav5Ai naar Nederland. Enzavu geeft de naam van de fabrikant zelf om strategische reden niet prijs. Wij weten ondertussen dat het om een Tsjechisch product gaat van fabrikant Hotjet.

De Vincent-warmtepomp van Itho Daalderop is niet alleen een product van Nederlandse bodem, hij is ook afgestemd op de typisch Nederlandse (rijtjes)woningen.

©Ithodaalderop.nl

Twee luchtkanalen van Vincent zorgen voor de luchtaanvoer en -afvoer.

Twee luchtkanalen

De Nav5Ai is een compacte warmtepomp waarbij het luchtaanzuig en -afblaasproces verloopt door twee luchtkanalen van elk 250 mm, die door het dak of de gevel worden geplaatst. Vincent werkt op basis van primaire en secundaire energie. De primaire energie haalt dit apparaat uit de buitenlucht. De omgevingslucht komt via het ene luchtkanaal tot bij de warmtepomp, en via een tweede luchtkanaal vertrekt de koude lucht weer naar buiten. Daarnaast kunnen woningen die over een mechanisch ventilatiesysteem beschikken de afgevoerde ventilatielucht ook naar de warmtepomp leiden voor extra rendement. Dat is de secundaire energie.

Warmtepomp binnenshuis

Verder werken beide toestellen zoals elke andere warmtepomp. In het gesloten systeem zit een circuit met koudemiddel dat al bij heel lage temperaturen verdampt. Deze damp passeert een compressor waar door de drukverhoging de temperatuur van de damp toeneemt. In de condensor draagt het koudemiddel zijn energie over aan het cv-water.

Als het koudemiddel weer vloeibaar is, vertrekt het opnieuw richting de verdamper en zo is de cirkel rond. De warmtepomp geeft zijn energie via een warmtewisselaar af aan het cv-water, zodat de vloerverwarming, radiatoren of convectoren de woning op temperatuur kunnen brengen.

Vermogen en koelen

De Nav5Ai heeft een modulerend vermogen van tussen de 1,8 en 6,2 kW. Dat betekent dat het vermogen zich aanpast aan de buitentemperatuur. Bij -7 graden Celsius draait hij op 6,2 kW afgegeven vermogen voor verwarming, tapwater en koeling.

De Vincent (met een vermogen van 4,5 kW hybride) is beschikbaar in twee varianten. De V45 Combi zorgt voor verwarming, koeling en warm water. De V45 kan alleen verwarmen. Om de woning af te koelen moet het afgiftesysteem wel geschikt zijn om te koelen. Bij vloerverwarming en radiatoren lukt dat, maar convectoren zijn niet geschikt om de ruimte te koelen.

Op dit moment zit er bij Itho Daalderop nog geen uitvoering van 6 kW in de pijplijn; voor de 4,5kW-uitvoering zijn de luchtkanalen nu al fors. 

Kostprijs

Bij de Nav5Ai lezen we dat de warmtepomp inclusief geïntegreerde boiler én montage verkocht wordt vanaf 44,49 euro per maand. De totale verkoopprijs van dit toestel is alleen op aanvraag beschikbaar.

De verkoopadviesprijs van de Vincent V45 Hybride (alleen woningverwarming) bedraagt 3.975 euro exclusief btw. De Vincent V45 Combi (woningverwarming/-koeling en warm water) kost 4.450 euro, eveneens exclusief btw. Hierbij hebben we geen rekening gehouden met de installatiekosten en materiaalkosten. Er is wel een ISDE-subsidie van 2.325 euro inclusief btw mogelijk. Die subsidie ontvang je op basis van de factuur van een geregistreerd installateur.

Hybride en all-electric

Beide warmtepompen kunnen worden ingezet als hybride en als all-electric warmtepomp. In de hybride-opstelling werkt hij samen met elke verwarmingsketel. Dat betekent dat Vincent  of Nav5Ai het grootste deel van het jaar de verwarming voor zijn rekening neemt, maar als de warmtevraag te hoog wordt of als er plotseling veel warm water wordt gevraagd, dan komt de gas- of stookolieketel in actie.

In een all-electric-opstelling is er geen verwarmingsketel meer. In beide opstellingen zijn er nog wel elektrische verwarmingselementen die kunnen bijspringen, mocht dat nodig zijn: één voor verwarming en één voor warm water. 

©Enzavu.nl

De Nav5Ai kan ook worden geïnstalleerd met een muurdoorvoer.

Doe de check

Beide toestellen wordt ingezet voor nieuwbouw en renovatie. Toch is niet elke woning geschikt voor dit type warmtepomp. Een all-electric-opstelling is geschikt voor woningen die een warmteverlies hebben van maximaal 4,5 kW. Voor de hybride-opstelling mag het warmteverlies hooguit 12 kW zijn.

Omdat je waarschijnlijk niet weet hoe hoog het warmteverlies van jouw woning is, kun je door stapsgewijs enkele vragen te beantwoorden op de Vincent check-pagina nagaan of dit een oplossing biedt voor jouw woning. Bij oudere woningen betekent dat vaak dat je nog stevig moet na-isoleren. 

Klein formaat

Het gaat om relatief kleine apparaten. De Vincent is 72 cm hoog, 60 cm breed en 45 cm diep, de Nav5Ai is 80 cm hoog, 52 cm breed en 65 cm diep. Daardoor zijn ze gemakkelijk inpasbaar in de stookruimte, op een kleine zolder of onder een schuin dak.

De Vincent in all-electric-opstelling is beschikbaar met een apart voorraadvat voor warm water, verkrijgbaar in 90, 120, 150, 200, 240 en 270 liter. Deze combinatie is ook beschikbaar in torenopstelling, waarbij de warmtepomp boven op het vat wordt gemonteerd. Dat scheelt in vloeroppervlak.

De Nav5Ai heeft een bijbehorende hydromodule. Dat is de naam die de fabrikant geeft aan de combinatie van een buffer, boiler, expansievat, pomp en regeling, met een opslag van 200 of 300 liter. 

©Ithodaalderop.nl

Vincent is een compacte warmtepomp.

Propaan

De twee toestellen gebruiken een verschillend koudemiddel. De Tsjechische warmtepomp werkt met R410, een synthetisch mengsel waarvan we verwachten dat Europa het op  termijn zal uitfaseren. Het koudemiddel van de Nederlandse concurrent is R290, zeg maar propaan. In tegenstelling tot R410 is propaan een natuurlijk koudemiddel. De huidige propaan-warmtepompen zijn in staat om hoge temperaturen te leveren. Hierdoor kunnen de bestaande afgiftesystemen (vloerverwarming, radiatoren, convectoren) behouden blijven.

Door de thermodynamische eigenschappen van propaan kan met de compressor ook warm water worden geproduceerd zonder dat een extra elektrisch element nodig is. Is propaan niet erg brandbaar? Jawel, daarom zit dit koudemiddel in een hermetisch afgesloten circuit. De warmtepomp wordt in de fabriek in een gecontroleerde omgeving gevuld met R290.

En ook aan het eind van de levensduur van de warmtepomp gebeurt het leegpompen onder strikte voorwaarden. Het Nederlandse bedrijf Itho Daalderop onderzoekt om deze redenen de mogelijkheden om al haar warmtepompen tegen 2027 uit te rusten met R290.

De voordelen van dit type warmtepomp

  • Geen buitenunit

  • Je bespaart op gas en CO₂

  • Eenvoudige installatie en onderhoud

  • Werkt in de hybride-opstelling samen met elke cv-ketel

  • Klein van formaat en dus flexibele opstellingsmogelijkheden 

  • Modulerende compressor (het vermogen van de compressor past zich aan de warmtevraag aan) 

Het geluid

De techniek, dus ook de compressor, zit in het binnendeel verwerkt. Dat betekent dat de buren in elk geval nooit last kunnen hebben van het geluid, maar binnen hoor je wel het gebrom. Vincent produceert 54 dB aan geluid. Deze warmtepomp klinkt als een afzuigkap in werking. De documentatie van de Nav5Ai belooft een geluid van 38 dB. Hoe dan ook, beide warmtepompen moet je in een afgesloten ruimte hangen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.