ID.nl logo
Frisse lucht en verwarming combineren met de ventilatiewarmtepomp
Energie

Frisse lucht en verwarming combineren met de ventilatiewarmtepomp

De meeste mensen denken bij het woord ‘warmtepomp’ aan een grote buitenkast of een dure grondboring. Bij een ventilatiewarmtepomp speelt dit allemaal niet. Wanneer je woning voorzien is van een mechanisch ventilatiesysteem is het zelfs heel gemakkelijk om zo’n pomp te plaatsen.

In het kort: een ventilatiewarmtepomp is een interessante oplossing voor wie zijn huis mechanisch ventileert. Deze warmtebron bestaat in hybride uitvoering, maar er zijn ook all-electric ventilatiewarmtepompen die het hele huis verwarmen. Hierdoor heb je dus geen buitenunit nodig.

Beschikt je woning of appartement over een mechanisch ventilatiesysteem zonder warmterecuperatie? In veel huizen die tussen 1976 en 2000 werden gebouwd, zorgt zo’n systeem voor frisse lucht. Het transporteert de warme binnenlucht van ongeveer 20 graden naar buiten en door kleine roosters komt er weer koude buitenlucht naar binnen. Dat is zonde van de energie die verloren gaat. Je kunt die warmte beter benutten door middel van een ventilatiewarmtepomp. 

Compact onderdeel van de ventilatieketen

De ventilatiewarmtepomp is een kleine warmtepomp die deel uitmaakt van een mechanisch ventilatiesysteem. Deze warmtepomp wordt gemonteerd op de plaats waar normaal de ventilatiebox zit. Hierdoor blijft de mechanische ventilatie gewoon verder werken, maar de warmte uit de ventilatielucht gaat nu naar de ventilatiewarmtepomp. De pomp voegt frisse lucht toe aan de warme ventilatielucht en tegelijk brengt de pomp de verse lucht op temperatuur om de woning te verwarmen.

De ventilatiewarmtepomp is een compact toestel dat de plaats in neemt van de ventilatiebox. (Foto: )

Weten welke warmtepomp bij jou past?

Doe de check op Kieskeurig.nl en je weet het binnen 5 minuten!

Geen buitenunit en geen lawaai

De ventilatiewarmtepomp gebruikt dus de energie uit de ventilatielucht die anders in de buitenlucht zou verdwijnen. Hierdoor kun je een energiebesparing realiseren, want op die manier hoeft de centrale verwarming niet zo sterk te verwarmen. Dit systeem kan gecombineerd worden met een lagetemperatuurverwarming (LT-verwarming) zoals vloerverwarming. Het feit dat dit type warmtepomp geen buitenunit nodig heeft, betekent niet alleen dat je je geen zorgen hoeft te maken over waar je zo’n buitenkast kunt neerplanten. Je hebt evenmin last van het geluid die zo’n unit maakt. Het enige dat je hoort, is het normale geluid van de mechanische ventilatie. 

Het hybride-model

In de meeste gevallen gaat het om een hybride warmtepomp die drie functies combineert. Als eerste zorgt dit systeem voor de ventilatie. Bovendien wordt de afgevoerde ventilatielucht gebruikt als warmtebron voor de verwarming en voor warm tapwater. Hybride betekent dat dit systeem samenwerkt met een andere warmtebron, in de meeste gevallen een cv-ketel. De hoeveelheid warmte die ventilatiewarmtepomp kan produceren is beperkt en daarom zal de cv-ketel regelmatig moeten bijspringen.

Met de ventilatiewarmtepomp ben je dus niet meteen van de fossiele brandstof af. Maar omdat deze warmtepomp een deel van het werk van de cv-ketel overneemt, moet deze minder hard werken en zal die dus ook minder energie verbruiken. Hierdoor wordt de cv-ketel minder intensief gebruikt en zal die langer meegaan. De besparing bij LT-verwarming (bijvoorbeeld vloerverwarming) zal groter zijn dan bij HT-verwarming. Reken op een energiebesparing van 30 procent. De extra elektriciteit die de warmtepomp verbruikt, blijft beperkt. 

Voorwaarden

Er zijn wel enkele voorwaarden. Zo zal de installateur onderzoeken of er voldoende lucht uit de woning kan gehaald worden om het interieur op die manier te verwarmen. Bovendien kan dit systeem alleen worden toegepast op woningen die mechanisch verwarmd worden volgens het zogenaamde ventilatietype C. Dat betekent een ventilatie met een natuurlijke toevoer en een mechanische afvoer van de binnenlucht.

Lees ook: In 2023 recordaantal warmtepompen verwacht

NIET VOOR BALANSVENTILATIE Dit systeem is niet geschikt om samen te werken met balansventilatie, dat noemen we ventilatiesysteem D. Bij balansventilatie worden er gewoonlijk twee ventilatoren geïnstalleerd in de woning. De ene zorgt voor de toevoer van verse buitenlucht in de droge ruimtes zoals de slaapkamer en woonkamer. De andere zorgt voor de afvoer van vervuilde binnenlucht uit de natte ruimtes zoals de badkamer en de keuken.

Het balanssysteem is uitgerust met een warmtewisselaar. Dit apparaat zorgt dat de warme afvoerlucht de koude aanvoerlucht opwarmt. Hierdoor wordt tot 90 procent van de warmte uit de afgevoerde lucht behouden. De buitengaande lucht van 20 graden zal bijvoorbeeld de binnenkomende lucht van 0 graden opwarmen tot 15 graden of meer. Bij balansventilatie wordt de warmte dus al gebruikt.

Buffervat 

Zo’n ventilatiewarmtepomp kan de luchttemperatuur binnen opwarmen tot ongeveer 35 graden. Deze energie wordt opgeslagen in een buffervat of een boiler. Omdat de temperatuur binnen in de woning ongeveer constante is, heeft de ventilatiewarmtepomp een stabiele aanvoertemperatuur en daardoor verhoogt het rendement. Dat is een verschil met een lucht-waterwarmtepomp die werkt met een buitenunit en waarbij de temperatuur van de buitenlucht sterk kan variëren. 

De ventilatiewarmtepomp slaat zijn energie op in een buffervat. (Foto: )

Besparing

Dit type warmtepomp kost tussen de 2500 en 5000 euro. Hou er rekening mee dat je voor het plaatsen van deze warmtepomp, onder bepaalde voorwaarden, subsidie kunt krijgen van de overheid. Zo wordt de investering nóg interessanter. Een klassieke ventilatorbox verbruikt over het algemeen veel stroom en dat alleen al is een goede reden om deze door een ventilatorwarmtepomp te vervangen.

Heb je thuis nog een ventilatorbox die werkt op wisselstroom in plaats van gelijkstroom, dan verbruikt die veel energie. Door hem te vervangen door een ventilatiewarmtepomp, bespaar je op de energierekening. Het heeft trouwens geen zin om sterker te gaan ventileren om nog meer warme lucht naar de warmtepomp te sturen. Je verbruikt hierdoor alleen maar extra stroom en er komt meer koude lucht in huis die je dan weer moet opwarmen. 

Lees ook: Wat voor typen warmtepompen zijn er? 

Gezond en milieuvriendelijk

Bovendien zorgt dit systeem behalve voor verwarming ook voor voldoende ventilatie van de woning. De verontreinigde lucht verdwijnt uit het huis en wordt vervangen door frisse en schone lucht. De lucht die in jouw woning circuleert, is gemiddeld dubbel zo vervuild als de buitenlucht. Met een ventilatiewarmtepomp bespaar je ook 15 procent op de CO₂-uitstoot voor je verwarming. 

Ook all-electric 

Hierboven hadden we het over hybride-systemen, maar er bestaan ook all-electric ventilatiewarmtepompen voor appartementen en gezinswoningen. Dit is dus een individueel verwarmingssysteem waarbij je geen cv-brander meer nodig hebt. Het Zweedse NIBE heeft zulke toestellen met een vermogen van 1,5 kW, 3kW, 5 kW en zelfs 7kW. Deze toestellen ventileren niet alleen de woning, ze leveren ook centrale verwarming en zijn voorzien van een ingebouwde boiler van 170 liter voor warm water.

Hij kan worden aangesloten op elk distributiesysteem voor – bij voorkeur – lage temperaturen, zoals vloerverwarming, convectoren en radiatoren. De NIBE ventilatiewarmtepompen halen de warmte niet alleen uit de ventilatielucht, maar ook uit de condensatie van de ventilatielucht. Door al die warmte te benutten, behalen ze een hoog rendement. 

De NIBE F370 is een all-electric ventilatiewarmtepomp met een boiler van 170 liter. (Foto: )
▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.