ID.nl logo
Feiten en fabels over duurzame energie
© lovelyday12 - stock.adobe.com
Energie

Feiten en fabels over duurzame energie

De energiecrisis heeft de discussie over duurzame energie op scherp gezet. Je hoort en leest de meest uiteenlopende en zelfs tegenstrijdige theorieën. Door allerlei halve waarheden zie je soms door de bomen het bos niet meer. Wij checkten 10 uitspraken: wat is een feit, wat is een fabel – en soms is het resultaat genuanceerder...

We bekijken 10 uitspraken over duurzame energie en gaan na of die waar of niet waar zijn. Daarbij motiveren we waarom die stellingen feiten of fabels zijn.

Ook lezen: Welke invloed hebben zonnepanelen op het energielabel van je huis?

Feit: 'Windmolens zorgen voor geluidsoverlast'

Wie het tegendeel beweert, liegt. De bewegende onderdelen in de turbine zijn nu eenmaal niet geluidsstil. Ook de rotorbladen die door de wind snijden zijn duidelijk hoorbaar. Hoewel de recent geplaatste windmolens veel stiller zijn dan de eerste generaties, wil niemand dag en nacht worden geconfronteerd door het aanhoudende zoevende geluid. Vooral ’s nachts is dat hinderlijk, omdat dan het omgevingsgeluid wegvalt. Om geluidshinder te voorkomen, mag een windmolen niet te dicht bij huizen staan.

Er geldt sinds 2011 een aparte geluidsnorm voor windmolens. Hierbij gaat men af op het jaargemiddelde. Dat betekent dat er geen rekening wordt gehouden met piekmomenten. Deze maatstaf zorgt ervoor dat omwonenden maandenlang overlast kunnen ervaren terwijl de molen op jaarbasis gemiddeld toch onder de norm blijft. Een windmolen mag gemiddeld niet meer dan 47 decibel geluid maken. 's Nachts mag dat niet meer dan gemiddeld 41 decibel zijn. 

Fabel: 'Windmolens staan vaak stil'

Onder windkracht 2 draaien windmolens vrijwel niet. Maar omdat het in Nederland vaak waait, staan windmolens hier zelden stil. Af en toe worden ze om veiligheidsredenen stilgezet omdat het te hard waait (dan laat de snelheidsbegrenzer in de turbine de molen stoppen), maar 95 procent van de tijd draaien ze gewoon. De molens in zee draaien zelfs nog meer.  

©emieldelange

Windmolens op zee wekken tot 40 procent meer energie op dan windmolens op het vaste land.

Fabel: 'Windmolens zijn gevaarlijk voor vogels'

Ondanks tegenstrijdige berichten sterft 99 procent van de vogelslachtoffers door contact met gebouwen, hoogspanningslijnen, masten en katten, en minder dan 1 procent van de vogeldoden komt op rekening van de windmolens. Een onderzoek in Canada toont aan dat van de 270 miljoen vogels die jaarlijks in dat land sterven door zaken waarvoor de mens verantwoordelijk is, slechts 0,007 procent op rekening van de windmolens komt. Windmolens komen pas op de dertiende plaats van de doodsoorzaken van vogels, met 20.000 slachtoffers. Wel wordt verwacht dat het aandeel door de toename van windenergie de komende 10 jaar zal vertienvoudigen.

In Noorwegen loopt in dat kader een interessant experiment waarbij één wiek van de turbine zwart is geverfd. Hierdoor zouden de vogels de wieken gemakkelijker kunnen zien en ontwijken. Geïnspireerd door het Noorse voorbeeld is er in Nederland ook een soortgelijke proef gestart. Belangrijk om vogelslachtoffers te vermijden is de locatiekeuze van de windmolens. Daarom zijn er gevoeligheidskaarten voor vogels opgesteld om natuurgebieden en andere belangrijke leefgebieden zo veel mogelijk te vermijden.

Feit: 'Windmolens worden steeds groter'

Hoe hoger de windmolen, hoe meer stroom hij produceert. Als de wieken van een windmolen twee keer zo groot worden, vangt hij geen twee maar vier keer zo veel wind. Vooral bij windmolens op zee merk je dat effect. In 35 jaar tijd is dat type maar liefst zeven keer groter geworden. De windturbines uit de jaren tachtig en negentig hadden een ashoogte van 25 tot 30 meter. De nieuwe mastodonten op zee zijn 150 tot 200 meter hoog en de windmolens die er zitten aan te komen gaan richting de 300 meter. Ter vergelijking: dat is zo hoog als de Eiffeltoren. 

Fabel: 'Biologisch materiaal is het beste isolatiemateriaal'

In onderstaande tabel kun je de lambda-waarden van verschillende isolatiematerialen vergelijken. De lambda-waarde of de warmtegeleidingscoëfficiënt geeft aan hoe goed het materiaal warmte geleidt. Hoe lager de waarde, hoe beter. 

De isolerende prestaties van biologisch isolatiemateriaal zoals stro, schapenwol of hennep blijven achter tegenover glas- of steenwol. Schapenwol heeft een middelhoge isolatiewaarde, maar volgens het NIBE – het instituut dat onderzoek doet naar de milieubelasting van bouwmaterialen – is schapenwol niet zo milieuvriendelijk als we zouden denken. Vooral de ammoniak in de uitwerpselen van de schapen zorgt voor schadelijke gassen die CO₂ veroorzaken. Bovendien is schapenwol een relatief duur product om je huis mee te isoleren. Een spouwmuur isoleren met schapenwol is drie keer zo duur als isolatie met glaswol of steenwol. 

Ook hennep maakt furore in ecologische kringen. Het is van nature schimmeldodend en antibacterieel, zodat er geen giftige stoffen tegen schimmel of ongedierte hoeven worden toegevoegd. Omdat hennep van zichzelf niet brandwerend is, voegt men wel branddempers als ammoniumfosfaat of soda toe. Op het gebied van isolatiewaarde scoort hennep isolatie gemiddeld. Bovendien heeft hennep erg weinig energie nodig tijdens de productie; zo’n plant groeit ruim een meter per maand. Nadeel is dat hennep kwetsbaar is voor vocht, en het is alsnog duurder dan veelgebruikte isolatiematerialen zoals glas- of steenwol.  

MateriaalLambda
Polyurethaan hardschuim (PUR)0,023 - 0,028
Geëxpandeerd polystyreen0,031 - 0,045
Geëxtrudeerd polystyreen0,028 - 0,038
Glaswol0,031 - 0,044
Rotswol0,034 - 0,044
Papiervlokken0,035 - 0,040
Kurk0,038 - 0,040
Hennep0,038 - 0,042
Vlas0,038
Schapenwol0,035 - 0,040
Katoen0,039 - 0,042
Stro0,056
Schelpen0,106 - 0,155

Fabel: 'Zonnepanelen vergen regelmatig onderhoud'

Weinig elektronische producten in huis hebben zo weinig onderhoud nodig als zonnepanelen. Dat komt door twee eigenschappen: de hellingshoek en de gebruikte coatings. De meeste zonnepanelen hebben een aantal lagen coating op het glas. Er is een anti-reflecterende coating die zorgt dat het licht zo veel mogelijk wordt geabsorbeerd en niet wordt weerkaatst. Maar is ook een vuilafstotende laag die ervoor zorgt dat stof en ander vuil zich niet aan het glas hecht. Bovendien spoelt het vuil gemakkelijk weg doordat de zonnepanelen hellend staan opgesteld. Alleen als je in een bosrijke omgeving woont of in de buurt van een bedrijf dat veel stof produceert, is het nodig om je zonnepanelen jaarlijks te inspecteren.

©Marina Lohrbach

Alleen als je in een bosrijke of stoffige omgeving woont, is het nodig om zonnepanelen regelmatig schoon te maken.

Fabel: 'De productie van zonnepanelen kost veel energie en is daarom niet duurzaam'

Zonnecellen worden gemaakt van een natuurlijk element: silicium. Het materiaal wordt gedolven, verhit en verwerkt. Deze procedure vergt behoorlijk wat energie en dat zorgt voor belasting van het milieu. Ook de productie van zonnepanelen kost uiteraard energie. Maar de productiekosten en de prijs van de grondstoffen is na één tot maximum twee jaar terugverdiend. Omdat een zonnepaneel gemiddeld 25 tot 30 jaar meegaat, bespaart elk paneel veel meer energie dan het aanvankelijk kostte. 

Fabel: 'Groen gas kan aardgas vervangen'

Momenteel is 0,5 procent van het gas in Nederland groen. Eerst wordt biogas gewonnen uit organisch afval zoals slib, groenten, fruit en koeienmest. Daarna wordt dat biogas gezuiverd en bewerkt tot het dezelfde kwaliteit heeft als aardgas. Dan pas noemt men het ‘groen gas’. Het aandeel neemt toe en met een beetje geluk is er voor 2023 2 miljard m³ aan groen gas. Maar zelfs die hoeveelheid vormt amper 5 procent van het gasaanbod. Groen gas is belangrijk voor bepaalde sectoren, maar de hoeveelheid die kan worden geproduceerd blijft helaas beperkt. Overigens komt bij het verbranden van groen gas net als bij aardgas CO₂ vrij.  

Fabel: 'Uit mijn stopcontact komt groene stroom'

Alle Nederlands huishoudens tappen stroom van hetzelfde gezamenlijke elektriciteitsnetwerk. Dat betekent dat de 230 volt die uit je stopcontact komt altijd een mengsel is van groene stroom en grijze stroom. Groene stroom is afkomstig uit hernieuwbare bronnen zoals wind, water, zon en biomassa. Grijze stroom komt voort uit fossiele brandstoffen die schadelijk zijn voor het milieu.

Hoewel bij de productie van kernenergie veel minder CO₂ vrijkomt dan van een gas- of kolencentrale, rekent men deze energiebron ook bij de grijze stroom. De meeste groene stroom komt uit het buitenland. En hoewel dat verwarrend klinkt, wordt die groene stroom niet eens effectief aan Nederland geleverd. Vaak gaat het om een papieren constructie. Om elektriciteit als groene stroom te mogen verkopen, moet de leverancier er GvO's (Garantie van Oorsprong) van hebben. Landen met een overschot aan groene stroom verkopen hun certificaten van oorsprong aan Nederlandse energiemaatschappijen.

Zo’n GvO verzekert gewoon dat er ergens in Europa 1000 kWh uit een duurzame bron is opgewekt. In Nederland kan een energieleverancier dus zulke GVOs importeren uit landen met een overschot aan GvO's, zoals IJsland of Noorwegen. Als je die papieren groene stroom wegstreept, is slechts 40 procent van de Nederlandse stroomproductie duurzaam.

©Robertvt

De stroom uit je stopcontact is altijd een mengsel van groene en grijze stroom.

Fabel: 'De Nederlandse kolencentrales verminderen hun CO₂-uitstoot door tegelijk houtkorrels te verbranden'

Nederland heeft nog vier kolencentrales en die stappen deels over op hout en andere biomassa. Op papier zou dat klimaatneutrale brandstof zijn. In werkelijkheid produceren deze centrales hierdoor veel meer broeikasgas dan een vergelijkbare gas- of kolencentrale. Het gaat om pellets, een biogrondstof in de vorm van geperste houtkorrels.

Volgens Investico, een platform voor onderzoeksjournalisten, zorgt de meerstook van houtkorrels dat kolencentrales 95 procent méér CO₂ uitstoten in vergelijking tot gascentrales. Bovendien is er onduidelijkheid over de herkomst van de pellets. De houtkorrels die we in Nederland gebruiken zijn voor 40 procent afkomstig uit bosbeheergebieden, en 60 procent is zogenaamd resthout. Vooral over die laatste groep is het onduidelijkheid troef. Ten eerste is het begrip ‘resthout’ erg mistig, bovendien is de herkomst niet transparant. 

Vraag een offerte aan voor zonnepanelen:

▼ Volgende artikel
Bouw in een handomdraai je eigen website: aan de slag met Google Sites
© ER | ID.nl
Huis

Bouw in een handomdraai je eigen website: aan de slag met Google Sites

Wil je snel een moderne website zonder ingewikkelde code en geavanceerde CMS-instellingen? Google Sites is verrassend veelzijdig! Je bedenkt een geschikte titel, voegt pagina’s toe en publiceert tot slot de volledige website met één klik. Lees hoe je binnen enkele uren een volwaardige website bouwt en vervolgens beheert.

We laten in dit artikel stapsgewijs zien hoe Google Sites werkt. Na afloop heb je voor jouw hobbyproject, vereniging of eetclubje een mooie website gebouwd. Technische kennis is niet nodig en ook heb je geen krachtige hardware nodig.

Site openen

Voor Google Sites is een Google-account vereist. Heb je dat nog niet, dan kun je jezelf gratis registreren. Ga in dat geval met een willekeurige browser naar www.kwikr.nl/gglac en doorloop via Account maken het aanmeldproces.

Je start eenvoudig met een nieuwe website. Ga naar https://sites.google.com en log zo nodig in met jouw Google-account. Er zijn diverse sjablonen beschikbaar. Daarmee kun je bijvoorbeeld vlot een portfolio, helppagina of fotogalerij optuigen. Wie zijn of haar website liever zelf wil vormgeven, begint het beste vanaf nul. Klik op Lege site om het ontwerpvenster te openen.

Misschien heb je al een onderwerp voor jouw website bedacht. Klik linksboven op Geef de naam van de site op en typ een relevante naam. Bedenk ook alvast een paginatitel. Zo krijgt de beginpagina van je website alvast wat smoel.

Begin je met een sjabloon of een lege site?

Korte rondleiding

Voordat je daadwerkelijk begint met 'bouwen' is het nuttig om even de indeling van Google Sites te verkennen. Rechts zie je drie vaste tabbladen voor het creëren van je site. Gebruik het onderdeel Invoegen om allerlei contentblokken op de pagina te plaatsen, zoals tekstvakken, afbeeldingen en knoppen. Met het onderdeel Pagina’s bepaal je de structuur van de website, terwijl je met Thema’s het uiterlijk aanpast.

Tijdens het ontwerpen wil je tussentijds wellicht zien hoe de website er aan de voorkant uitziet. Klik dan rechtsboven in de knoppenbalk op Voorbeeld (pictogram met laptop en smartphone). Gebruik de opties rechtsonder en zie hoe de pagina schaalt op een smartphone, tablet en desktop. Je klikt linksboven op het pijltje om weer terug te keren naar het ontwerpvenster.

Een pluspunt is dat Google Sites automatisch het concept opslaat. Behalve jijzelf ziet niemand de inhoud van de website. Pas wanneer je klaar bent om live te gaan, kun je de boel publiceren.

Gebruik de onderdelen Invoegen, Pagina’s en Thema’s om de website in te richten.

Openingsbeeld

Met het toevoegen van een openingsbeeld en een logo krijgt je website wat meer persoonlijkheid. Zweef met de muisaanwijzer boven het blok met de paginatitel en klik op Afbeelding / Uploaden. Selecteer nu een foto op je pc of laptop en kies Openen. Het gekozen beeld verschijnt direct op je website. In plaats van een lokaal opgeslagen afbeelding kun je ook beeld van een online bron selecteren, zoals Google Afbeeldingen, Foto’s of Drive. Klik in dat geval op Afbeelding / Selecteren.

Elke serieuze website heeft een eigen logo. Dat voeg je makkelijk toe. Zweef met de cursor linksboven de naam van de website en kies Logo toevoegen. Klik onder Logo op Uploaden en selecteer de gewenste afbeelding op je computer. Bevestig met Openen. Je voegt eventueel een alternatieve tekst aan het logo toe. Op die manier weten mensen met een visuele beperking wat het logo inhoudt.

Je kunt in hetzelfde menu ook een zogeheten favicon toevoegen. Dit kleine pictogram verschijnt in het tabblad van de browser. Nuttig voor de herkenbaarheid van jouw website. Klik rechtsboven op het kruisje om de instellingen te sluiten.

Plaats met enkele muisklikken een logo op de website.

Titel en broodtekst

Wie weet wil je jouw website vullen met interessante artikelen en mooie foto’s. We beginnen met het toevoegen van tekst. Ga in het rechterdeelvenster naar Invoegen en kies Tekstvak. Klik achter Normale tekst op het kleine pijltje en kies Titel, Kop of Subkop. Je typt vervolgens de tekst. Gebruik de opties in de werkbalk om onder andere het lettertype en de grootte te wijzigen. Verder verander je eventueel de kleur en voeg je desgewenst een emoticon toe.

Klik achter de zojuist getypte titel en druk op Enter. Je kunt nu naar hartenlust een artikel tikken. Maak belangrijke woorden bijvoorbeeld vet of onderstreep een opvallende zin. Daarnaast voeg je ook makkelijk een opsomming met nummers of opsommingstekens toe. Je maakt de openingspagina op die manier aantrekkelijk voor jouw toekomstige bezoekers.

Boven het tekstvak verschijnt een werkbalk met uiteenlopende opmaakfuncties.

Foto’s toevoegen

Een website met voornamelijk tekst is natuurlijk saai. Voeg daarom ook leuke foto’s toe. Ga naar Invoegen en klik daarna op Afbeeldingen / Uploaden. Je bladert op de computer naar de fotomap. Selecteer één of meer afbeeldingen en bevestig met Openen. Het beeld verschijnt meteen op de website. Je sleept de foto met ingedrukte muisknop eenvoudig naar de beoogde plek. Plaats op die manier bijvoorbeeld drie kiekjes naast elkaar.

Bepaal zelf of je een kleine of grote foto op de website wilt publiceren. Klik eerst op een afbeelding om deze te selecteren. Je past het formaat simpel aan. Doe dat door de blauwe bolletjes te slepen. Als je slechts een gedeelte van de afbeelding wilt gebruiken, maak je een uitsnede. Klik in de werkbalk boven het geselecteerde beeld op het pictogram Afbeelding bijsnijden. Alles wat binnen het fotokader valt, is op de website te zien. Gebruik zo nodig de schuifregelaar om in te zoomen. Sluit de bewerking via het vinkje.

Je kunt ook nog een bijschrift onder de afbeelding plaatsen. Selecteer een foto en klik in de werkbalk op het pictogram met de drie puntjes. Via Bijschrift toevoegen verschijnt er onder de afbeelding een tekstkader. Typ nu een relevante zin.

Google Sites ondersteunt alle gangbare fotoformaten.

Diavoorstelling

Wil je een heleboel foto’s laten zien? Wanneer je tientallen kiekjes aan een pagina toevoegt, wordt het al gauw een rommeltje. Google Sites bevat hiervoor een slimme oplossing. Creëer met een zogeheten afbeeldingscarrousel een soort diavoorstelling van jouw favoriete foto’s.

Ga in het rechterdeelvenster naar het onderdeel Invoegen en scrol zo nodig een stukje omlaag. Kies Afbeeldingscarrousel en klik op Afbeelding toevoegen. Wijs nu via het plusteken en Afbeelding uploaden twee of meer foto’s aan. Zodra je op Openen klikt, verschijnen ze in het overzicht. Wijzig desgewenst de volgorde door een kiekje met ingedrukte muisknop te verplaatsen.

Je kunt nog wat opties van de diavoorstelling wijzigen. Klik rechtsboven op het pictogram van het tandwiel om de instellingen te openen. Beslis of je de diavoorstelling automatisch wilt starten. Je kunt hierbij de snelheid van de presentatie aanpassen. Kies tussen Snel, Medium, Traag en Erg traag. Geef ook aan in hoeverre je bijschriften wilt weergeven. In dat geval voeg je bij elk beeld een tekst toe. Zweef hiervoor boven de foto en klik op de spraakballon. Je kiest nu Bijschrift toevoegen, waarna je de tekst typt. Via Invoegen verschijnt de afbeeldingscarrousel op de webpagina.

Publiceer fraaie afbeeldingen in een diavoorstelling op jouw website.

Contentblok

In de voorgaande tips heb je artikelen en beelden als afzonderlijke blokken aan de website toegevoegd. Het is natuurlijk mooier wanneer tekst en beeld vloeiender in elkaar overlopen. Dat regel je met zogenoemde contentblokken.

Navigeer in het rechterdeelvenster naar het onderdeel Invoegen. Merk op dat er zes verschillende contentblokken beschikbaar zijn. Kies bijvoorbeeld voor een afbeelding met aan de rechterkant een alinea. Hierbij staan tekst en beeld dus naast elkaar. Je kunt als alternatief ook drie plaatjes tonen met daaronder evenzoveel bijpassende teksten. In dat geval kies je voor een lay-out met drie kolommen.

Heb je een geschikt contentblok op het oog? Sleep dat dan met ingedrukte muisknop naar jouw website. De inhoud is nog leeg. Het staat je vrij om een verse foto te selecteren en nieuwe tekst te typen. Bovendien kun je ook een bestaand tekst- en beeldblok naar het contentblok slepen.

Met contentblokken krijgt de webpagina een heel andere indeling.

Overige tekstopties

Google Sites heeft nog meer bruikbare tekstopties in huis. Wil je bijvoorbeeld veel informatie compact presenteren, kies dan bij het onderdeel Invoegen voor Samenvouwbare groep. Typ hierbij eerst een korte kopregel en tik een uitgebreidere uitleg in het hoofdtekstvak. Dit is het gedeelte dat kan ‘uitklappen’.

Voor lange pagina’s is een automatisch gegenereerde inhoudsopgave een goede toevoeging. Als je op Inhoudsopgave klikt, verschijnen alle koppen van de bewuste pagina onder elkaar. Klikt de bezoeker op een kop, dan navigeert diegene direct naar de bijbehorende tekst. Wanneer je op een later moment een kop verandert, wijzigt de inhoudsopgave vanzelf mee.

Met een inhoudsopgave krijgt de webpagina meer structuur.

YouTube-video

Op YouTube is er over bijna ieder onderwerp wel een filmpje te vinden. Je kunt zo’n video desgewenst op je website publiceren. Dit noem je ook wel het embedden van een video. Overigens hoeft deze content niet per se van jezelf te zijn. Je kunt namelijk elk YouTube-filmpje aan jouw website toevoegen.

Ga naar het onderdeel Invoegen en kies YouTube. Mogelijk dien je hiervoor wel een eindje omlaag te scrollen. Je zoekt vanuit Google Sites rechtstreeks op YouTube. Typ één of meerdere trefwoorden en probeer interessant videomateriaal te vinden. Overigens plak je net zo makkelijk een link van een YouTube-video in het invoerveld. Klik op een geschikte video en bevestig rechtsonder met Invoegen.

Het filmpje verschijnt op de webpagina. Aan jou de taak om een geschikte plek te kiezen. Je kunt het videokader naar eigen inzicht verslepen. Pas verder ook de afmetingen van het filmpje aan. Dat werkt op soortgelijke wijze als je eerder met foto’s hebt gedaan. Versleep dus de blauwe bolletjes.

Zoek rechtstreeks in de enorme catalogus van YouTube naar interessante video’s.

Plattegrond

Soms is het nuttig om een plattegrond op de website te plaatsen. Wellicht wil je bijvoorbeeld een routebeschrijving naar een specifiek adres toevoegen. Dankzij een verhelderend kaartje weet de bezoeker precies waar hij of zij terechtkan.

Klik in het onderdeel Invoegen op Kaart. Er komt een nieuw Google Maps-venster tevoorschijn. Zoek naar de locatie waarvan je een plattegrond wilt toevoegen. Je kunt bijvoorbeeld op de naam van een bedrijf of straat zoeken. Google Maps plaatst een rood markeringsteken op het kaartje, maar dat kun je naar eigen inzicht verplaatsen. Tevreden? Publiceer deze plattegrond dan met Selecteren op de webpagina.

Kies welke plattegrond van Google Maps je wilt toevoegen.

Extra webpagina’s

Tot dusver hebben we alleen de beginpagina onder handen genomen. Een website bestaat meestal uit meerdere webpagina’s. Die kun je makkelijk toevoegen. Open in het rechterdeelvenster het onderdeel Pagina’s. Je ziet hier als het goed is de homepage al staan. Zweef met de muisaanwijzer boven het plusteken en kies Nieuwe pagina. Bedenk een relevante naam, waarna je via Klaar deze pagina daadwerkelijk aan de website toevoegt.

Er verschijnt nu een leeg ontwerpvenster. Alleen diverse vaste elementen zijn van de beginpagina overgenomen, zoals de websitetitel, het openingsbeeld en het logo. De paginatitel is al voor je ingevuld, maar die kun je eenvoudig wijzigen. Merk op dat er rechtsboven een menu zichtbaar is. Bezoekers kunnen zo tussen verschillende pagina’s van jouw website navigeren. Vul iedere nieuwe pagina onder meer met tekst-, beeld- en contentblokken zoals je in eerdere tips hebt geleerd.

Voeg aan de website zoveel pagina’s toe als je maar wilt.

Submenu’s

Als je flink wat webpagina’s hebt toegevoegd, wordt het al gauw onoverzichtelijk. Je lost dit euvel op door submenu’s te gebruiken. Klik achter de naam van een pagina op het pictogram met de drie puntjes en kies Subpagina toevoegen. Je geeft deze pagina een naam en bevestigt met Klaar. Merk op dat de subpagina onder de hoofdpagina wordt weergegeven. Bovendien verschijnt er in het navigatiemenu van jouw website nu een pijltje met onderliggende pagina’s. Zorg zo voor een logische navigatiestructuur.

Als je een uitgebreide website maakt, ligt het gebruik van subpagina’s voor de hand.

Thema wijzigen

Met een thema wijzig je in één keer de opmaak van jouw website, zoals het lettertype en de kleuren. Google Sites heeft van zichzelf enkele standaardthema’s in huis. Klik in het rechterdeelvenster op het onderdeel Thema’s en kies onder Gemaakt door Google een van de suggesties. Het uiterlijk wijzigt meteen. Bij ieder thema kun je een kleurtje en letterstijl kiezen.

Je kunt ook zelf een nieuw thema creëren. Daarmee heb je meer invloed op de vormgeving van jouw website. Klik in de rechterbalk onder Custom op het plusteken. Geef het nieuwe thema een naam. Je kunt eventueel een logo en bannerafbeelding (openingsbeeld) toevoegen. Wanneer je dat in een eerdere tip al hebt gedaan, laat je deze opties leeg. Klik op Volgende. Je selecteert een mooi kleurenpalet en klikt wederom op Volgende. Kies nu voor de titels en hoofdtekst een prettig lettertype. Sluit via Thema maken het venster.

De naam van je nieuwe thema verschijnt in het rechterdeelvenster. Je kunt nu allerlei details aanpassen. Klik maar eens op Kleuren en verander de vormgeving van de achtergrond, titels en hoofdtekst. In de overige opties wijzig je onder andere de regelafstand, sitebreedte en positie van het navigatiemenu. Er is zéér veel mogelijk!

Geef jouw website met een (standaard)thema een andere huisstijl.

Publiceren

Ben je helemaal tevreden over jouw website? Hoog tijd om het openbaar te maken! Klik rechtsboven op de blauwe knop Publiceren. Het (gratis) domein begint altijd met https://sites.google.com/view/. Het einde van deze url kun je zelf verzinnen. In ons voorbeeld is de volledige link https://sites.google.com/view/curacao-tips.

Is de websitenaam al bezet, dan geeft Google Sites dat netjes aan. Bedenk in dat geval iets anders. Overigens zijn er ook mogelijkheden om een eigen domeinnaam te koppelen, maar daar zijn kosten aan verbonden. Je dient de beoogde url dan eerst bij een geschikte domeinprovider te kopen. Klik tot slot op Publiceren. Bezoekers kunnen nu je gepubliceerde website bewonderen.

Bepaal onder welk webadres je de website wilt publiceren.
▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: 5 scheerapparaten met roterende koppen voor minder dan 65 euro
© ID.nl
Gezond leven

Waar voor je geld: 5 scheerapparaten met roterende koppen voor minder dan 65 euro

Op zoek naar een nieuw scheerapparaat? Op Kieskeurig.nl vind een groot assortiment. Wij bekeken scheerapparaten met roterende koppen met een prijs van onder de 65 euro. De meeste modellen zijn zowel nat als droog te gebruiken en het merendeel van de door ons gevonden scheerapparaten hebben een reviewscore van 7,5 en hoger.

Philips Shaver 3000 Series S3143/00

De Philips Shaver 3000 Series S3143/00 wordt op Kieskeurig.nl aangeboden als elektrisch scheerapparaat voor nat en droog scheren, met roterende scheerkoppen. Het apparaat heeft een opgegeven batterijduur van 60 minuten, maar heeft even lang nodig om volledig op te laden. Het apparaat is afspoelbaar en bedoeld om ook onder de kraan te reinigen.

De messen van dit scheerapparaat zijn zelfslijpend. De Philips Shaver 3000 wordt goed beoordeeld op Kieskeurig.nl: bij dit product staat een gemiddelde score van 9,0, gebaseerd op 56 reviews van gebruikers.

Remington XR1600

Bij de Remington XR1600 zie je meteen dat het om een roterend elektrisch scheerapparaat gaat met een ingestelde minimale haarlengte van 0,02 cm (0,2 mm). De kop werkt met vijf ringen/mesjes en is bedoeld voor heel kort scheren, bijvoorbeeld hoofdhaar of een heel korte stoppel. De voeding loopt via een oplaadbare batterij; bij een volle lading geeft de fabrikant een gebruiksduur van 60 minuten op.

Laden gebeurt in ongeveer een uur via de meegeleverde lader. Dit scheerapparaat kun je nat en droog gebruiken. De XR1600 heeft een geïntegreerde trimmersetfunctie en een minimale verstelbare lengte die gelijk is aan de kortste stand. In de reviewsectie op Kieskeurig.nl wordt een gemiddelde gebruikersscore van 8,2 op basis van zes reviews genoemd.

Remington Style Series R3

Dit model uit de Style Series R3-lijn heeft een scheerunit dat vast is gemonteerd en ontworpen is voor droog scheren. De opgegeven accuduur bedraagt 40 minuten, met een opvallend lange laadtijd van ongeveer 4 uur via netstroom.

Deze Remington is afspoelbaar onder de kraan en is voorzien van een geïntegreerde precisietrimmer voor het bijwerken van randen. op Kieskeurig.nl krijgt de Remington Style Series R3 een gemiddelde gebruikersscore van 7,5 op basis van 14 reviews.

Philips Shaver Series 1000 S1142/00

De Philips Shaver Series 1000 S1142/00 is een model in de lagere nummerreeks van Philips en is eigenlijk een scheerkit. De batterijduur van deze shaver is rond de 40 minuten, maar heeft maar liefst 8 uur nodig om volledig opgeladen te worden.

De kop is opgebouwd uit drie ringen. Het scheerapparaat is onder de kraan af te spoelen en dus ook geschikt voor nat scheren; bij de accessoires vinden we een extra beschermkapje

Remington PR1350 PowerSeries Plus

Bij de Remington PR1350 gaat het om een PowerSeries-model met drie roterende scheerringen. In de productspecificaties op Kieskeurig.nl staat dat dit een draadloos te gebruiken elektrisch scheerapparaat is voor droog scheren, met een opgegeven accuduur van 40 minuten en een laadtijd van ongeveer 4 uur. Er zit een geïntegreerde precisietrimmer op.

De shaver is verder waterdicht, waardoor je de kop onder de kraan kunt reinigen. In de productinformatie is verder opgenomen dat het apparaat op een ingebouwde accu/netstroom werkt en dat er een gebruikshandleiding wordt meegeleverd. Op de reviewpagina van Kieskeurig.nl staat een gemiddelde beoordeling van 8,5, gebaseerd op 61 goedgekeurde reviews.