ID.nl logo
Verander je Raspberry Pi in een goedkope NAS
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Verander je Raspberry Pi in een goedkope NAS

Honderden euro’s neerleggen voor een NAS? Welnee! Voor een paar tientjes en wat vrije tijd knutsel je zelf een NAS in elkaar die aangestuurd wordt door een Raspberry Pi 3. Je sluit gewoon één of meerdere harde schijven via usb aan op het minicomputertje. Als NAS-besturingssysteem gebruik je OpenMediaVault, dat een gelikte webinterface heeft. Het is hiermee zelfs mogelijk om je harde schijven in RAID te configureren. In dit artikel leggen we je uit wat je allemaal nodig hebt voor je zelfbouw-NAS en hoe je daarbij te werk gaat.

1 Snelheid beperkt door usb

Eerst even een waarschuwing. Je kunt prima op een goedkope manier een NAS maken van een Raspberry Pi, maar verwacht geen snelheidsmonster. De aansluiting van de harde schijven via usb 2.0 levert een maximum doorvoersnelheid van 20 tot 30 MB/s op. Bovendien is ook de snelheid van de 100Mbit/s-ethernetpoort beperkt en is die poort ook nog eens op dezelfde interne usb-hub aangesloten als de usb-poorten. Ethernet en usb moeten de bandbreedte dus delen. Wifi haalt in theorie hogere snelheden, maar valt in de praktijk tegen. In realiteit haal je dus maximaal een snelheid van rond de 10 MB/s als je bestanden van je NASberry Pi downloadt. Lees ook: In 16 stappen Windows 10 op je Raspberry Pi.

©PXimport

2 OpenMediaVault downloaden

Voel je je niet al te beperkt door de lage doorvoersnelheid die je met een Raspberry Pi bereikt, download dan een van de images van OpenMediaVault voor de Raspberry Pi 2 of 3. Op het moment van schrijven was de recentste stabiele versie OpenMediaVault 2.2.5. Let op: de Raspberry Pi 1 wordt niet ondersteund door OpenMediaVault.

3 Image naar microSD-kaart schrijven

Het gedownloade image is een gecomprimeerd gz-bestand. Pak het uit, bijvoorbeeld met het programma 7-Zip. Open het gz-bestand met 7-Zip en klik op Extract om het img-bestand erin uit te pakken. Steek daarna een microSD-kaart in de kaartlezer van je computer en start het programma Win32DiskImager. Kies de schijfletter van je microSD-kaart, selecteer het img-bestand van OpenMediaVault en klik op Write om het besturingssysteem naar je kaartje te schrijven.

©PXimport

4 Raspberry Pi opstarten

Steek het microSD-kaartje in je Raspberry Pi en sluit het minicomputertje met een ethernetkabel op je thuisnetwerk aan. Sluit eventueel al één of meerdere harde schijven op de usb-poorten aan, hoewel dat later ook nog kan. En sluit tot slot de voeding aan, zodat je Raspberry Pi opstart. Toetsenbord en muis heb je niet nodig, want je stuurt OpenMediaVault via de webinterface aan. Zoek het IP-adres van je Pi op, bijvoorbeeld in de lijst met DHCP-leases van je router (of met een mobiele app als Fing) en surf naar het adres in je browser. Kies je taal, vul als gebruikersnaam admin en als wachtwoord openmediavault in en meld je aan.

5 Overzicht

Je krijgt nu standaard het bedieningspaneel met allerlei diagnostische gegevens te zien. Bovenaan zie je een lijst met alle ingeschakelde en gestarte diensten. Vlak na de installatie is alleen SSH ingeschakeld, waardoor je met de tool PuTTY op de commandline van je NAS kunt inloggen. In het widget daaronder zie je systeeminformatie, zoals het cpu-gebruik en geheugengebruik. Klik bovenaan op Toevoegen om widgets voor je bestandssysteem en je netwerkinterfaces toe te voegen. Met het kruisje verwijder je een widget en met het icoontje ernaast klap je het widget in of uit.

©PXimport

6 Diagnostieken

OpenMediaVault kan je veel meer tonen dan de systeeminformatie in het bedieningspaneel. In de linkerkolom vind je onder het kopje Diagnostieken naast het bedieningspaneel nog drie andere onderdelen. Met een klik op Systeeminformatie krijg je niet alleen hetzelfde overzicht als in het bedieningspaneel, maar in extra tabbladen krijg je nog gedetailleerdere systeeminformatie, waaronder prestatiestatistieken. Kijk bij problemen zeker onder Systeemlogbestanden: hierin vind je hopelijk de sleutel tot een oplossing. En onder Diensten krijg je naast een overzicht van de diensten ook de mogelijkheid om te zien wie er op die diensten actief is.

7 Je NAS instellen

Het volgende dat je doet is alle onderdelen onder Systeem afgaan voor wat basisinstellingen. Het wachtwoord van de gebruiker admin voor de webinterface verander je via Systeem / Algemene instellingen / Paswoord van de webbeheerder. Onder Datum en tijd stel je de juiste tijdzone in. Als je onder Melding de instellingen van de SMTP-server van je provider invoert, ontvang je via e-mail meldingen. En in Updatebeheer vink je updates aan en klik je op Bijwerken om je systeem te updaten. Vergeet niet om telkens als je iets verandert links bovenaan van het hoofdpaneel op Opslaan te klikken en dan rechts op Toepassen.

©PXimport

8 Schijf toevoegen

Als alle basisinstellingen in orde zijn, is het tijd om je opslag in orde te brengen. Sluit je harde schijf of schijven via usb op je Raspberry Pi aan. Klik daarna in het linkerpaneel op Opslag / Fysieke schijven. Selecteer de schijf en klik op Aanpassen. Hier stel je zaken in als energiebeheer, spindowntijd en schrijfcache. Klik daarvoor na het aanpassen op Opslaan. Het beste selecteer je daarna ook de schijf en klik je op Wissen, zodat je van een schone lei begint. Maak een keuze uit snel of veilig wissen.

9 Bestandssysteem aanmaken

We hebben nu een schijf toegevoegd en geïnitialiseerd, maar er staat nog geen bestandssysteem op. Ga daarom naar Opslag / Bestandssystemen en klik op Aanmaken. Kies in de keuzelijst bij Apparaat op je schijf. Geef eronder een label op, waarmee je het bestandssysteem een naam geeft. Laat het type bestandssysteem op EXT4 staan en klik op OK om het bestandssysteem aan te maken. Je krijgt nog een waarschuwing dat alle data verloren gaan, maar die hebben we toch al gewist. Klik op Ja om te bevestigen. Selecteer na het formatteren het aangemaakte bestandssysteem (kijk naar het label) en klik op Koppelen.

©PXimport

10 Gebruiker toevoegen

Voordat je bestanden op je NAS zet, definieer je gebruikers. Ga daarvoor naar Toegang tot rechtenbeheer / Gebruiker. Klik op Toevoegen en dan Toevoegen. Geef de gebruiker een naam (in kleine letters) en wachtwoord en vul eventueel de andere velden in. In het tabblad Groepen zie je dat de gebruiker standaard al aan de groep users is toegevoegd. Dat is voorlopig de enige groep waarvan de gebruiker deel moet uitmaken, andere groepen kun je later toevoegen. Klik op Opslaan om de gebruiker aan te maken. Herhaal deze stap voor elke gebruiker.

11 Gedeelde map definiëren

Vervolgens definiëren we een gedeelde map. Klik daarvoor op Toegang tot rechtenbeheer / Gedeelde mappen en dan op de knop Toevoegen. Geef de map een naam. Bij Schijf(deel) selecteer je het bestandssysteem dat je eerder hebt aangemaakt. Bij Bestandspad vul je het pad van de map in, als suggestie krijg je hier de naam van de map. Als het pad nog niet bestaat, maakt OpenMediaVault dit aan. Bij Permissies kunnen de beheerder en gebruikers standaard lezen en schrijven en krijgt de rest geen toegang. Verander dit indien nodig. Druk op Opslaan om de map aan te maken.

12 Toegangsrechten finetunen

De standaard toegangsrechten zijn goed als je alle gebruikers dezelfde toegang wilt geven. Wil je gebruikers verschillend behandelen, selecteer dan de gedeelde map en klik op Toegangsrechten. Hierin kun je voor alle gedefinieerde gebruikers de standaardpermissies aanpassen. Wil je bijvoorbeeld één gebruiker geen toegang geven tot de map, klik dan in de kolom Geen toegang bij die gebruiker. Klik tot slot op Opslaan.

©PXimport

13 Windows-netwerkdeling inschakelen

Nu je een map met toegangsrechten hebt, hoef je die alleen nog maar te delen. Daarvoor schakelen we Windows-netwerkdeling in. Die dienst vind je onder Diensten / SMB/CIFS. Vink Inschakelen aan. Verander eventueel je werkgroep als dat nodig is, maar normaal hoef je niets aan de andere instellingen te veranderen. Klik op Opslaan en ga naar het tabblad Gedeelde bronnen. Klik op Toevoegen en kies een gedeelde map. Als naam waaronder de map zichtbaar is in je netwerk, wordt standaard de naam gekozen die je voor de gedeelde map hebt opgegeven, maar je kunt die hier nog veranderen. Klik op Opslaan.

14 RAID opzetten

Voor een betrouwbare NAS gebruik je nooit maar één schijf. Als die schijf uitvalt, ben je immers al je bestanden kwijt. Gelukkig ondersteunt OpenMediaVault ook RAID. Voeg daarvoor de schijven toe die je voor RAID wilt inzetten en ga naar Opslag / RAID-beheer. Klik op Aanmaken en geef je RAID-apparaat een naam. Kies het gewenste RAID-niveau en selecteer de schijven die je in je RAID-systeem wilt opnemen. Klik op Opslaan. Wacht nu even tot je RAID-apparaat is geïnitialiseerd. Het is zover als er clean in de kolom State staat. Daarna maak je op het RAID-apparaat een bestandssysteem aan zoals in stap 9.

©PXimport

15 OpenMediaVault uitbreiden

Standaard is OpenMediaVault een eenvoudig NAS-besturingssysteem, maar de functionaliteit is uit te breiden met allerlei extensies. Je vindt ze onder Systeem / Extensies. Zo zijn er extensies voor SSH-toegang via een webinterface, om e-mails te synchroniseren met IMAP, om van gedeelde mappen automatisch een reservekopie te maken als je een externe schijf aansluit, om muziek via DLNA of AirPort te streamen, om een printserver van je NAS te maken en nog veel meer. Wil je een extensie installeren, vink ze dan aan en klik bovenaan op Installeren.

16 Nog meer uitbreiden

De extensies die je normaal te zien krijgt, zijn de officieel ondersteunde extensies van OMV-Extras. Andere repository’s schakel je via Systeem / OMV-Extras.org in. Daardoor krijg je toegang tot nog veel meer extensies, maar wees je ervan bewust dat ze niet officieel ondersteund zijn en je NAS dus instabiel kunnen maken. Zo kun je BitTorrent Sync installeren, downloadmanagers voor torrents en nieuwsgroepen, Plex Media Server en extensies om een Virtual Private Network (VPN) op te zetten. Vink de gewenste repository’s aan, klik op Opslaan en doorzoek de extensies in Systeem / Extensies.

©PXimport

Geen realtime klok

Elke keer dat je de configuratie van OpenMediaVault bijwerkt, krijg je op de Raspberry Pi een foutmelding: “Failed to execute command 'export LANG=C; monit restart collectd 2>&1': monit: Cannot connect to the monit daemon. Did you start it with http support?”. Deze en andere foutmeldingen hebben als oorzaak dat de Raspberry Pi geen realtime-klok heeft. Voor enkele euro’s vind je op DX.com of Alibaba een RTC die je op de GPIO-pinnen aansluit.

Software failure

Zo nu en dan geeft OpenMediaVault op de Raspberry Pi een gevaarlijk uitziende foutmelding: “Software failure. Press left mouse button to continue”. Klik dan ergens in de webinterface, waarna je wordt uitgelogd. Log opnieuw in en werk verder. Het lijkt een authenticatieprobleem te zijn, maar heeft op het eerste gezicht geen impact op de werking van je NAS. Het is alleen vervelend dat je opnieuw moet inloggen.

▼ Volgende artikel
Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat
Huis

Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat

Capcom heeft eerder deze week een livestream uitgezonden waarin nieuwe beelden werden getoond van het aankomende horrorspel Resident Evil Requiem. Ook werd er meer informatie gegeven over de game.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Nadat eind vorig jaar al werd aangekondigd dat spelers niet alleen Grace Ashcroft zullen besturen, maar ook Leon S. Kennedy - een bekend gezicht voor mensen die eerdere delen hebben gespeeld - werd er tijdens de livestream uitgebreid gameplay van dit personage getoond.

Twee verschillende hoofdpersonages

Daarbij werd de nadruk gelegd op de verschillende speelstijlen van Leon en Grace. Op verschillende momenten gedurende de game wordt er automatisch tussen deze personages gewisseld, en ze zullen elk compleet andere gameplay bieden.

De segmenten met Leon - onder andere bekend uit Resident Evil 2 en Resident Evil 4 - zijn erg op actievolle schietgevechten gericht. Leon kan daarnaast ook de kelen van vijanden doorsnijden. Hij heeft ook een bijl waarmee hij aanvallen kan afweren. Grace's segmenten zijn juist erg gericht op spanning en horror en draaien vooral om het vermijden van intense gevechten.

Tijdens de livestream werd ook onthuld dat de game niet alleen naar consoles en pc komt, maar dat leden van Nvidia GeForce Now de game ook kunnen spelen. Ook werd er gepraat over de verschillende moeilijkheidsgraden - zo is er een extra makkelijke moeilijkheidsgraad voor mensen die weinig ervaring hebben met dit type spellen.

De complete livestream kan hieronder worden bekeken. In verband met de volwassen inhoud van de livestream kan het mogelijk zijn dat je op de link in de video moet klikken om naar YouTube te gaan en te bewijzen dat je volwassen bent.

Vanaf 27 februari verkrijgbaar

Resident Evil Requiem verschijnt op 27 februari (pre-orderen kan nu al) voor PlayStation 5, Xbox Series X en S, Nintendo Switch 2 en pc. Het is het negende hoofddeel in de horrorserie die al sinds de jaren negentig bestaat. In de loop der jaren is de franchise meermaals flink op de schop gegaan. Zo richtte Resident Evil 4 zich meer op actie, en zijn horrorelementen sinds Resident Evil 7: Biohazard weer teruggekeerd. Resident Evil Requiem lijkt dan ook een combinatie van al deze elementen te gaan bieden.

Op 27 februari zullen overigens ook Resident Evil 7 en Resident Evil Village (het achtste deel) op Nintendo Switch 2 uitkomen. Daarnaast verschijnt Village later deze maand op PlayStation Plus en Xbox Game Pass.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten
© chadchai - stock.adobe.com
Huis

Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten

Je kijkt een spannende serie en opeens bevriest het beeld. Dat bekende draaiende cirkeltje… er zijn weinig dingen zó frustrerend. Gelukkig ligt de oplossing vaak binnen handbereik. De snelheid van je internet hangt namelijk sterk samen met de manier waarop je thuis met je apparatuur omgaat. Door een paar veelgemaakte fouten te vermijden en de juiste techniek te kiezen, merk je vaak direct dat je netwerk stabieler wordt, zonder dat daar een duurder abonnement voor nodig is.

In het kort

In dit artikel lees je welke drie wifi-fouten het vaakst zorgen voor traag internet of haperingen: een onhandige plek voor je router, drukte op 2,4 GHz en verouderde firmware of hardware. Je ziet ook hoe je zelf een rustiger kanaal vindt en wanneer het slim is om te kiezen voor 5 GHz of 6 GHz. Tot slot leggen we uit wat wifi 6 en wifi 7 doen en waarom een netwerkkabel van minimaal cat5e verschil kan maken.

Lees ook: Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Fout 1: De router op de verkeerde plek neerzetten

Een router wint qua looks zelden een schoonheidsprijs. De neiging om het apparaat uit het zicht te plaatsen is daarom groot. Toch is een verkeerde locatie de meest gemaakte fout die je bereik merkbaar (en soms zelfs dramatisch) kan verkleinen.

Dat zit zo.  Je kunt wifi-signalen vergelijken met het licht van een gloeilamp. Als je die lamp in een houten kast of achter een dikke bank zet, blijft de rest van de kamer donker. Obstakels zoals muren, meubels en zelfs grote kamerplanten blokkeren de onzichtbare golven. Vooral metaal en water zijn beruchte boosdoeners; een router naast een aquarium of achter een radiator plaatsen is vragen om problemen.

Ook de hoogte is bepalend. Veel mensen zetten de router op de grond, maar op de grond zit het signaal sneller 'achter' meubels en andere blokkades. Zet het apparaat liever op een kast of boekenplank op ooghoogte voor een vrije weg naar je apparaten.

©ID.nl

Fout 2: Storing door andere apparatuur over het hoofd zien

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar veel apparaten in huis gebruiken dezelfde onzichtbare digitale snelweg als je internetverbinding. De magnetron, sommige babyfoons en zelfs de draadloze koptelefoon van de buren vechten om een plekje op de 2,4GHz-band. Ook andere wifi-netwerken in de buurt kunnen voor digitale files zorgen.

De meeste moderne routers ondersteunen gelukkig ook de 5GHz-frequentie. Deze band is veel breder en heeft minder last van andere apparatuur. Het handmatig selecteren van het 5GHz-netwerk levert vaak direct een snelheidswinst op. Heb je een router met wifi 6e of wifi 7, dan kun je soms ook de 6 GHz-band gebruiken. Die is vaak rustiger, maar het bereik is meestal wat kleiner dan bij 5 GHz.

Tip: geef je netwerken duidelijke namen

Veel routers zenden meerdere wifi-netwerken tegelijk uit: 2,4 GHz voor bereik, 5 GHz voor snelheid en soms ook 6 GHz voor extra ruimte in drukke omgevingen. Als al die banden onder één naam vallen, kiest je smartphone of laptop automatisch. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd: je toestel kan blijven “plakken” aan 2,4 GHz terwijl 5 GHz op dat moment sneller en stabieler is.

Door je netwerken een herkenbare naam te geven, maak je de keuze simpel. Geef de 2,4 GHz-band bijvoorbeeld de naam thuis-2g, de 5 GHz-band thuis-5g en, als je die hebt, de 6 GHz-band thuis-6g. Dan zie je in één oogopslag welk netwerk je pakt. Zit je ver van de router, dan is 2,4 GHz vaak de veiligste optie. Zit je dichtbij en wil je vooral snelheid, dan ligt 5 GHz of 6 GHz meer voor de hand. Zo kun je bij haperingen of traag internet meteen testen of een andere band het probleem oplost, zonder dat je in instellingen hoeft te graven.

View post on TikTok

Fout 3: Verouderde software en hardware blijven gebruiken

Technologie verandert razendsnel en dat geldt ook voor de beveiliging en snelheid van je netwerk. Veel huishoudens werken nog met de router die ze jaren geleden bij hun eerste abonnement kregen. Deze oude techniek kan de moderne eisen van streaming en videobellen simpelweg niet meer bijbenen. Daarnaast vergeten veel gebruikers om de firmware van hun apparaat te updaten. Fabrikanten brengen deze software-updates uit om prestaties te verbeteren en lekken te dichten. Een verouderd systeem is niet alleen trager, maar ook een makkelijker doelwit voor hackers.


1️⃣2️⃣3️⃣Stappenplan: de beste wifi-kanalen scannen

Als je buren ook allemaal op hetzelfde wifi-kanaal zitten, ontstaat er interferentie. Je kunt dit zelf eenvoudig oplossen door een rustiger kanaal te zoeken.

1) Download een app zoals WiFi Analyzer (Android) of NetSpot (Windows, macOS, Android & iOS).

2) Open de app en bekijk de grafiek van de omgeving. Je ziet hier welke kanalen drukbezet zijn door netwerken in de buurt. Noteer het kanaalnummer dat het minst wordt gebruikt. Vaak zijn kanaal 1, 6 of 11 op de 2,4GHz-band de beste keuzes.

3) Log in op de webinterface van je router via je browser (meestal via een adres als 192.168.1.1). Zoek naar de draadloze instellingen en wijzig het kanaal van 'Automatisch' naar het door jou gekozen nummer. Sla de instellingen op en test of je verbinding stabieler aanvoelt.

Het verschil tussen wifi 6 en wifi 7

Sta je op het punt om een nieuwe router of laptop te kopen? Dan kom je de termen wifi 6 en wifi 7 tegen. Wifi 6 was een grote stap vooruit omdat het beter omgaat met veel apparaten tegelijk op één netwerk. Het zorgt voor een efficiëntere verdeling van de data. Wifi 7 is de allernieuwste standaard en gaat nog een flinke stap verder. Het maakt gebruik van extreem brede kanalen en kan verbinding maken via meerdere frequenties tegelijkertijd. Dit wordt Multi-Link Operation genoemd. Hierdoor is de vertraging merkbaar lager en kun je hogere snelheden halen, vooral op korte afstand en met geschikte apparaten. Voor een gemiddeld huishouden is wifi 6 momenteel een uitstekende keuze, terwijl wifi 7 echt voor de toekomst is gebouwd.

Heel belangrijk: de juiste bekabeling

Draadloos internet begint voor de meeste mensen bij een kabel: heb je een los modem en een losse router, dan vormt de kabel ertussen de basis. Gebruik je hier een oude kabel, dan wordt de snelheid al beperkt voordat het signaal de lucht in gaat. Controleer of er Cat 5e, Cat6 of Cat6a op de kabel staat, dan zit je meestal goed. Cat5 haalt soms maar 100 Mbps door kwaliteit/afmontage. Heb je cat5 liggen? Vervang dat dan in ieder geval door cat5e; dat is een veilige keuze voor gigabit. Een kleine investering in een kwalitatieve netwerkkabel kan een wereld van verschil maken voor de uiteindelijke wifi-snelheid op je telefoon.

Slechte wifi? Oplossen is makkelijker dan je denkt

Alles bij elkaar komt goed wifi minder neer op toeval dan veel mensen denken. Met een slimme plek voor je router, een rustige frequentie en actuele software haal je vaak al verrassend veel winst. Combineer dat met een fatsoenlijke netwerkkabel en je voorkomt dat de dat de verbinding al beperkt wordt voordat het signaal draadloos wordt verspreid. Door deze stappen een voor een toe te passen, los je de meest voorkomende wifi-problemen op zonder dat een duurder internetabonnement nodig is, en maak je van een haperende verbinding weer een stabiele basis voor alles wat je online doet.

Consumenten testen: TP-Link Deco BE25 WiFi 7 mesh set

Op Review.nl, het testplatform waarop consumenten nieuwe technologie uitproberen en hun bevindingen delen, krijgt de TP-Link Deco BE25, een router met dualband wifi 7,  een stevige 8,7 op Review.nl. En dat betekent iets: want omdat op Review.nl producten getest worden door een panel van echte gebruikers, zie je hoe iets in een normaal huishouden presteert.

Wat opvalt is hoe vaak testers terugkomen op de snelheid en stabiliteit. De overstap naar wifi 7 levert volgens veel gebruikers merkbaar meer rust in het netwerk op, vooral in huizen waar voorheen op zolder, in de tuin of achterin de woonkamer nauwelijks een bruikbaar signaal was. De Deco BE25 vult dat soort gaten zichtbaar op. Apparaten blijven stabiel verbonden, streamen gaat zonder haperingen en ook gamers merken volgens de testers dat de latency laag blijft. Wie een gigabitverbinding heeft, ziet die snelheid nu ook daadwerkelijk terug op plekken waar dat eerst niet haalbaar was.

Een tweede punt dat veel lof krijgt, is de installatie. De meeste testers spreken over een proces van enkele minuten. De app begeleidt je stap voor stap, herkent automatisch de nieuwe units en geeft advies over de beste plek voor elk wifipunt. Daardoor voelt het hele systeem toegankelijk, ook voor wie zichzelf niet technisch vindt. Eenmaal ingesteld blijkt het netwerk bovendien weinig onderhoud nodig te hebben: de app verdeelt verkeer slim, laat je apparaten prioriteren en biedt opties voor gastnetwerken en ouderlijk toezicht.

Het ontwerp en de functionaliteit leveren wel discussie op. Een deel van de testers vindt de units wat groot en mist montageopties of extra ethernetpoorten. Ook melden sommige gebruikers dat smartphones niet altijd direct naar het dichtstbijzijnde wifipunt schakelen. Toch wordt dat in de meeste reviews gezien als een detail naast de verbeterde dekking en het gemak van dagelijks gebruik.

Alles bij elkaar laat het testpanel zien dat de Deco BE25 vooral scoort op prestaties waar consumenten echt iets van merken: hogere snelheden, betere dekking en een probleemloos installatieproces. Voor veel huishoudens voelt het als een upgrade die een onrustig wifi-netwerk verandert in een betrouwbaar en snel geheel.