ID.nl logo
Verander je Raspberry Pi in een goedkope NAS
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Verander je Raspberry Pi in een goedkope NAS

Honderden euro’s neerleggen voor een NAS? Welnee! Voor een paar tientjes en wat vrije tijd knutsel je zelf een NAS in elkaar die aangestuurd wordt door een Raspberry Pi 3. Je sluit gewoon één of meerdere harde schijven via usb aan op het minicomputertje. Als NAS-besturingssysteem gebruik je OpenMediaVault, dat een gelikte webinterface heeft. Het is hiermee zelfs mogelijk om je harde schijven in RAID te configureren. In dit artikel leggen we je uit wat je allemaal nodig hebt voor je zelfbouw-NAS en hoe je daarbij te werk gaat.

1 Snelheid beperkt door usb

Eerst even een waarschuwing. Je kunt prima op een goedkope manier een NAS maken van een Raspberry Pi, maar verwacht geen snelheidsmonster. De aansluiting van de harde schijven via usb 2.0 levert een maximum doorvoersnelheid van 20 tot 30 MB/s op. Bovendien is ook de snelheid van de 100Mbit/s-ethernetpoort beperkt en is die poort ook nog eens op dezelfde interne usb-hub aangesloten als de usb-poorten. Ethernet en usb moeten de bandbreedte dus delen. Wifi haalt in theorie hogere snelheden, maar valt in de praktijk tegen. In realiteit haal je dus maximaal een snelheid van rond de 10 MB/s als je bestanden van je NASberry Pi downloadt. Lees ook: In 16 stappen Windows 10 op je Raspberry Pi.

©PXimport

2 OpenMediaVault downloaden

Voel je je niet al te beperkt door de lage doorvoersnelheid die je met een Raspberry Pi bereikt, download dan een van de images van OpenMediaVault voor de Raspberry Pi 2 of 3. Op het moment van schrijven was de recentste stabiele versie OpenMediaVault 2.2.5. Let op: de Raspberry Pi 1 wordt niet ondersteund door OpenMediaVault.

3 Image naar microSD-kaart schrijven

Het gedownloade image is een gecomprimeerd gz-bestand. Pak het uit, bijvoorbeeld met het programma 7-Zip. Open het gz-bestand met 7-Zip en klik op Extract om het img-bestand erin uit te pakken. Steek daarna een microSD-kaart in de kaartlezer van je computer en start het programma Win32DiskImager. Kies de schijfletter van je microSD-kaart, selecteer het img-bestand van OpenMediaVault en klik op Write om het besturingssysteem naar je kaartje te schrijven.

©PXimport

4 Raspberry Pi opstarten

Steek het microSD-kaartje in je Raspberry Pi en sluit het minicomputertje met een ethernetkabel op je thuisnetwerk aan. Sluit eventueel al één of meerdere harde schijven op de usb-poorten aan, hoewel dat later ook nog kan. En sluit tot slot de voeding aan, zodat je Raspberry Pi opstart. Toetsenbord en muis heb je niet nodig, want je stuurt OpenMediaVault via de webinterface aan. Zoek het IP-adres van je Pi op, bijvoorbeeld in de lijst met DHCP-leases van je router (of met een mobiele app als Fing) en surf naar het adres in je browser. Kies je taal, vul als gebruikersnaam admin en als wachtwoord openmediavault in en meld je aan.

5 Overzicht

Je krijgt nu standaard het bedieningspaneel met allerlei diagnostische gegevens te zien. Bovenaan zie je een lijst met alle ingeschakelde en gestarte diensten. Vlak na de installatie is alleen SSH ingeschakeld, waardoor je met de tool PuTTY op de commandline van je NAS kunt inloggen. In het widget daaronder zie je systeeminformatie, zoals het cpu-gebruik en geheugengebruik. Klik bovenaan op Toevoegen om widgets voor je bestandssysteem en je netwerkinterfaces toe te voegen. Met het kruisje verwijder je een widget en met het icoontje ernaast klap je het widget in of uit.

©PXimport

6 Diagnostieken

OpenMediaVault kan je veel meer tonen dan de systeeminformatie in het bedieningspaneel. In de linkerkolom vind je onder het kopje Diagnostieken naast het bedieningspaneel nog drie andere onderdelen. Met een klik op Systeeminformatie krijg je niet alleen hetzelfde overzicht als in het bedieningspaneel, maar in extra tabbladen krijg je nog gedetailleerdere systeeminformatie, waaronder prestatiestatistieken. Kijk bij problemen zeker onder Systeemlogbestanden: hierin vind je hopelijk de sleutel tot een oplossing. En onder Diensten krijg je naast een overzicht van de diensten ook de mogelijkheid om te zien wie er op die diensten actief is.

7 Je NAS instellen

Het volgende dat je doet is alle onderdelen onder Systeem afgaan voor wat basisinstellingen. Het wachtwoord van de gebruiker admin voor de webinterface verander je via Systeem / Algemene instellingen / Paswoord van de webbeheerder. Onder Datum en tijd stel je de juiste tijdzone in. Als je onder Melding de instellingen van de SMTP-server van je provider invoert, ontvang je via e-mail meldingen. En in Updatebeheer vink je updates aan en klik je op Bijwerken om je systeem te updaten. Vergeet niet om telkens als je iets verandert links bovenaan van het hoofdpaneel op Opslaan te klikken en dan rechts op Toepassen.

©PXimport

8 Schijf toevoegen

Als alle basisinstellingen in orde zijn, is het tijd om je opslag in orde te brengen. Sluit je harde schijf of schijven via usb op je Raspberry Pi aan. Klik daarna in het linkerpaneel op Opslag / Fysieke schijven. Selecteer de schijf en klik op Aanpassen. Hier stel je zaken in als energiebeheer, spindowntijd en schrijfcache. Klik daarvoor na het aanpassen op Opslaan. Het beste selecteer je daarna ook de schijf en klik je op Wissen, zodat je van een schone lei begint. Maak een keuze uit snel of veilig wissen.

9 Bestandssysteem aanmaken

We hebben nu een schijf toegevoegd en geïnitialiseerd, maar er staat nog geen bestandssysteem op. Ga daarom naar Opslag / Bestandssystemen en klik op Aanmaken. Kies in de keuzelijst bij Apparaat op je schijf. Geef eronder een label op, waarmee je het bestandssysteem een naam geeft. Laat het type bestandssysteem op EXT4 staan en klik op OK om het bestandssysteem aan te maken. Je krijgt nog een waarschuwing dat alle data verloren gaan, maar die hebben we toch al gewist. Klik op Ja om te bevestigen. Selecteer na het formatteren het aangemaakte bestandssysteem (kijk naar het label) en klik op Koppelen.

©PXimport

10 Gebruiker toevoegen

Voordat je bestanden op je NAS zet, definieer je gebruikers. Ga daarvoor naar Toegang tot rechtenbeheer / Gebruiker. Klik op Toevoegen en dan Toevoegen. Geef de gebruiker een naam (in kleine letters) en wachtwoord en vul eventueel de andere velden in. In het tabblad Groepen zie je dat de gebruiker standaard al aan de groep users is toegevoegd. Dat is voorlopig de enige groep waarvan de gebruiker deel moet uitmaken, andere groepen kun je later toevoegen. Klik op Opslaan om de gebruiker aan te maken. Herhaal deze stap voor elke gebruiker.

11 Gedeelde map definiëren

Vervolgens definiëren we een gedeelde map. Klik daarvoor op Toegang tot rechtenbeheer / Gedeelde mappen en dan op de knop Toevoegen. Geef de map een naam. Bij Schijf(deel) selecteer je het bestandssysteem dat je eerder hebt aangemaakt. Bij Bestandspad vul je het pad van de map in, als suggestie krijg je hier de naam van de map. Als het pad nog niet bestaat, maakt OpenMediaVault dit aan. Bij Permissies kunnen de beheerder en gebruikers standaard lezen en schrijven en krijgt de rest geen toegang. Verander dit indien nodig. Druk op Opslaan om de map aan te maken.

12 Toegangsrechten finetunen

De standaard toegangsrechten zijn goed als je alle gebruikers dezelfde toegang wilt geven. Wil je gebruikers verschillend behandelen, selecteer dan de gedeelde map en klik op Toegangsrechten. Hierin kun je voor alle gedefinieerde gebruikers de standaardpermissies aanpassen. Wil je bijvoorbeeld één gebruiker geen toegang geven tot de map, klik dan in de kolom Geen toegang bij die gebruiker. Klik tot slot op Opslaan.

©PXimport

13 Windows-netwerkdeling inschakelen

Nu je een map met toegangsrechten hebt, hoef je die alleen nog maar te delen. Daarvoor schakelen we Windows-netwerkdeling in. Die dienst vind je onder Diensten / SMB/CIFS. Vink Inschakelen aan. Verander eventueel je werkgroep als dat nodig is, maar normaal hoef je niets aan de andere instellingen te veranderen. Klik op Opslaan en ga naar het tabblad Gedeelde bronnen. Klik op Toevoegen en kies een gedeelde map. Als naam waaronder de map zichtbaar is in je netwerk, wordt standaard de naam gekozen die je voor de gedeelde map hebt opgegeven, maar je kunt die hier nog veranderen. Klik op Opslaan.

14 RAID opzetten

Voor een betrouwbare NAS gebruik je nooit maar één schijf. Als die schijf uitvalt, ben je immers al je bestanden kwijt. Gelukkig ondersteunt OpenMediaVault ook RAID. Voeg daarvoor de schijven toe die je voor RAID wilt inzetten en ga naar Opslag / RAID-beheer. Klik op Aanmaken en geef je RAID-apparaat een naam. Kies het gewenste RAID-niveau en selecteer de schijven die je in je RAID-systeem wilt opnemen. Klik op Opslaan. Wacht nu even tot je RAID-apparaat is geïnitialiseerd. Het is zover als er clean in de kolom State staat. Daarna maak je op het RAID-apparaat een bestandssysteem aan zoals in stap 9.

©PXimport

15 OpenMediaVault uitbreiden

Standaard is OpenMediaVault een eenvoudig NAS-besturingssysteem, maar de functionaliteit is uit te breiden met allerlei extensies. Je vindt ze onder Systeem / Extensies. Zo zijn er extensies voor SSH-toegang via een webinterface, om e-mails te synchroniseren met IMAP, om van gedeelde mappen automatisch een reservekopie te maken als je een externe schijf aansluit, om muziek via DLNA of AirPort te streamen, om een printserver van je NAS te maken en nog veel meer. Wil je een extensie installeren, vink ze dan aan en klik bovenaan op Installeren.

16 Nog meer uitbreiden

De extensies die je normaal te zien krijgt, zijn de officieel ondersteunde extensies van OMV-Extras. Andere repository’s schakel je via Systeem / OMV-Extras.org in. Daardoor krijg je toegang tot nog veel meer extensies, maar wees je ervan bewust dat ze niet officieel ondersteund zijn en je NAS dus instabiel kunnen maken. Zo kun je BitTorrent Sync installeren, downloadmanagers voor torrents en nieuwsgroepen, Plex Media Server en extensies om een Virtual Private Network (VPN) op te zetten. Vink de gewenste repository’s aan, klik op Opslaan en doorzoek de extensies in Systeem / Extensies.

©PXimport

Geen realtime klok

Elke keer dat je de configuratie van OpenMediaVault bijwerkt, krijg je op de Raspberry Pi een foutmelding: “Failed to execute command 'export LANG=C; monit restart collectd 2>&1': monit: Cannot connect to the monit daemon. Did you start it with http support?”. Deze en andere foutmeldingen hebben als oorzaak dat de Raspberry Pi geen realtime-klok heeft. Voor enkele euro’s vind je op DX.com of Alibaba een RTC die je op de GPIO-pinnen aansluit.

Software failure

Zo nu en dan geeft OpenMediaVault op de Raspberry Pi een gevaarlijk uitziende foutmelding: “Software failure. Press left mouse button to continue”. Klik dan ergens in de webinterface, waarna je wordt uitgelogd. Log opnieuw in en werk verder. Het lijkt een authenticatieprobleem te zijn, maar heeft op het eerste gezicht geen impact op de werking van je NAS. Het is alleen vervelend dat je opnieuw moet inloggen.

▼ Volgende artikel
Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?
© ER | ID.nl
Huis

Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Haperende streams en trage downloads op zolder zijn grote ergernissen in veel huishoudens. Om dat op te lossen twijfelen veel mensen tussen een krachtiger router of een set powerline-adapters. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je voor welke oplossing moet kiezen, zodat je geen geld verspilt aan de verkeerde apparatuur.

Voordat je naar de winkel rent: je moet eerst begrijpen wat er precies misgaat met je verbinding. Wifi-problemen kun je doorgaans opdelen in twee categorieën: een gebrek aan bereik of een gebrek aan capaciteit. Bij een gebrek aan bereik komt het signaal simpelweg niet ver genoeg, bijvoorbeeld omdat dikke betonnen muren of plafonds het signaal blokkeren. Je hebt dan op zolder één streepje bereik of zelfs helemaal geen verbinding. Bij een gebrek aan capaciteit is het signaal wel sterk, maar is de router niet krachtig genoeg om alle data te verwerken. Dat merk je als het internet traag wordt zodra iedereen thuis tegelijk online is. Het onderscheid tussen deze twee oorzaken bepaalt of je een router of een powerline-adapter nodig hebt.

Wanneer is een nieuwe router de oplossing?

De router is het hart van je thuisnetwerk en regelt al het verkeer. Vaak gebruiken mensen het standaardmodem dat ze van hun internetprovider hebben gekregen, maar deze apparaten blinken zelden uit in prestaties. Een losse, hoogwaardige router kopen is de beste keuze wanneer je merkt dat de verbinding in de buurt van het modem al niet optimaal is of wanneer je regelmatig met veel apparaten tegelijk online bent.

Als je in de woonkamer zit en de verbinding hapert zodra de kids op hun tablets zitten, is je huidige router waarschijnlijk niet krachtig genoeg om al die gelijktijdige datastromen te verwerken. Een moderne router met ondersteuning voor wifi 6 kan veel meer apparaten tegelijk bedienen en zorgt voor een hogere, stabielere snelheid op de verdieping waar hij staat.

©Andrii

Internet via het stopcontact met powerline

Een powerline-adapter, ook wel homeplug genoemd, werkt volgens een totaal ander principe. Dit systeem maakt gebruik van het bestaande stroomnet in huis om het internetsignaal te verplaatsen. Je stopt één adapter in het stopcontact bij je router en de tweede adapter in een stopcontact op de plek waar je internet nodig hebt, bijvoorbeeld op zolder of in het tuinhuis.

Dit is de ideale oplossing wanneer het wifi-signaal door dikke betonnen muren of plafonds moet dringen. Waar wifi-golven afketsen op gewapend beton, stuurt de powerline het signaal simpelweg via de koperdraden in de muur naar boven. Dat maakt powerline-adapters uitermate geschikt voor specifieke 'dode zones' die te ver weg liggen voor het bereik van een gewone router.

Populaire merken voor netwerkoplossingen

Als je op zoek gaat naar powerline-adapters, kom je al snel uit bij Devolo. Dit Duitse merk is de onbetwiste marktleider op het gebied van homeplugs en staat bekend om de Magic-serie die zeer stabiele verbindingen via het stroomnet garandeert.

Voor routers en mesh-systemen is TP-Link een zeer populaire keuze vanwege de goede balans tussen prijs en prestaties, met modellen voor elk budget. Netgear richt zich met de Nighthawk-serie vaak op de veeleisende gebruiker en gamers die maximale snelheid wensen. Tot slot is AVM, bekend van de FRITZ!Box, een merk dat zowel uitstekende routers als powerline-oplossingen biedt die naadloos met elkaar samenwerken in één netwerk.

Stabiliteit versus snelheid

Bij de keuze tussen deze twee speelt ook het gebruiksdoel een rol. Powerline-adapters zijn vaak de favoriete keuze voor gamers of mensen die thuiswerken op een vaste pc. De reden hiervoor is dat de tweede adapter vaak beschikt over een netwerkafsluiting, waardoor je je computer met een kabel kunt aansluiten. Een bekabelde verbinding via powerline is doorgaans stabieler en heeft een lagere vertraging (ping) dan wifi, wat cruciaal is bij online gamen. Een nadeel is wel dat de snelheid van powerline afhankelijk is van de kwaliteit van je stroomnet. Oude bedrading of zware apparaten zoals een wasmachine kunnen storing veroorzaken, waardoor de snelheid soms fluctueert. Een high-end router biedt daarentegen vaak een hogere topsnelheid, maar is dus gevoeliger voor afstand en obstakels.

De opkomst van mesh-systemen

Tegenwoordig is er een hybride oplossing die de traditionele router steeds vaker vervangt: Multiroom Wifi of Mesh. Dit zijn feitelijk meerdere routers die met elkaar communiceren. Als je een groot huis hebt en overal perfecte wifi wilt zonder kabels te trekken, is dit vaak een betere, maar ook duurdere oplossing dan een simpele powerline-set. Kies je echter voor een budgetvriendelijke oplossing om snel internet op één specifieke, lastig bereikbare kamer te krijgen, dan wint de powerline-adapter het vaak op prijs-kwaliteitverhouding. Is je doel echter om de algehele snelheid en capaciteit in de woonkamer en keuken te verbeteren, investeer dan in een goede router.

▼ Volgende artikel
Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor
Huis

Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor

Maak jij tijdens een welverdiende vakantie talloze video’s? Met VSDC Free Video Editor giet je de leukste fragmenten in een gelikte film. Dankzij het gebruik van mooie overgangen en fraaie effecten oogt het resultaat zeer professioneel. Het kost je bovendien geen cent, want je installeert deze zeer uitgebreide videobewerker gratis op een Windows-computer.

Tegenwoordig liggen er best wat goede gratis videobewerkers voor het oprapen. Zeker wanneer je geen torenhoge eisen aan de videomontage stelt, heb je niet per se een betaald programma als Adobe Premiere Elements of Magix Video Deluxe nodig. Zo krijg je met het gebruiksvriendelijke VSDC Free Video Editor al een heleboel voor elkaar. In tegenstelling tot diverse gratis alternatieven voegt dit programma geen lelijk watermerk toe aan jouw film. Deze freeware heeft daarnaast een verrassend uitgebreide gereedschapskist.

Videobewerker installeren

VSDC Free Video Editor heeft relatief lage systeemeisen. Zeker voor video’s tot een resolutie van 1920 × 1080 pixels heb je geen supersnelle pc of laptop nodig. Wil je haarscherpe 4K-video’s bewerken? In dat geval adviseren de makers een systeem met 8 of 16 GB werkgeheugen. Daarnaast is een krachtige processor met meerdere rekenkernen geen overbodige luxe.

Particulieren mogen VSDC Free Video Editor voor nop installeren. Ga naar de site via www.kwikr.nl/vsdc en download het installatiebestand. Je hebt keuze tussen de 32bit- en 64bit-versie. De meeste computers kunnen met de 64bit-versie uit de voeten. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand en doorloop de stappen van de installatie. 

Nieuw project starten

Zodra je de videobewerker voor de eerste keer opstart, verschijnt er een pop-upvenster met een aanbeveling voor de betaalde Pro-versie (zie kader). Je klikt dat via het kruisje weg. Laat de ietwat drukke gebruikersomgeving even op je inwerken. Het beginscherm toont diverse instructies voor geavanceerde bewerkingen. Laat die als beginnende gebruiker links liggen. Je kunt wel alvast even de tabbladen doornemen, want die herbergen verschillende bruikbare functies.

Je gaat nu eerst een nieuw (video)project starten. Klik op het tabblad Projects en daarna op New project. Er verschijnt een nieuw venster waarin je diverse instellingen voor de videomontage kunt bepalen. Het belangrijkste is de waarde achter Resolution. Voor een scherp beeld en soepele montage laat je de huidige waarde van 1920 × 1080 pixels (16:9) staan. Filmt jouw smartphone of videocamera in een hogere resolutie, dan kun je een andere waarde overwegen. Laat de overige opties ongewijzigd. Je typt achter Project title een relevante projectnaam en kiest onderaan voor Blank project. Bevestig tot slot met Finish.

Welke resolutie ken je aan de videomontage toe?
VSDC Pro

Naast de hier besproken gratis versie bestaat er met VSDC Pro (www.videosoftdev.com/video-editor-pro) ook een betaalde variant. Die bevat allerlei extra snufjes voor geavanceerde gebruikers. Je kunt bijvoorbeeld een achtergrondkleur verwijderen, gesproken commentaar toevoegen en trillende beelden stabiliseren. Daarnaast ondersteunt de Pro-versie hardwareversnelling door een geschikte grafische kaart. Dit leidt tot betere prestaties, omdat de processor minder hoeft te rekenen. Je merkt dat bijvoorbeeld aan kortere wachttijden en een vloeiendere videoweergave. VSDC Pro kost op het moment van schrijven circa 31 euro. 

Video’s toevoegen

Nu ga je met het zojuist aangemaakte videoproject aan de slag. Merk op dat het tabblad Editor is geopend. Je zit nu dus in de videobewerker. Zoals je ziet, zijn er flink wat opties beschikbaar. Laat je hierdoor niet afschrikken, want we nemen de basisfuncties stap voor stap met je door.

Je dient eerst relevante videoclips aan het programma toe te voegen. Gunstig is dat VSDC Free Video Editor alle bekende beeldformaten ondersteunt. Klik bovenaan in de werkbalk op Add object / Video en navigeer naar de map met de bestanden. Je selecteert één of meer video’s, waarna je bevestigt met Openen / OK. Wanneer je minimaal twee fragmenten toevoegt, kies je Add to layer.

Wegens de talloze toeters en bellen ziet deze videobewerker er nogal imponerend uit.

De videoclips verschijnen allemaal in de tijdlijn onderaan het venster. Deze tijdlijn is belangrijk, want die bepaalt welke momenten er in de uiteindelijke film terechtkomen. Verder kun je hieraan bijvoorbeeld ook titels, overgangen, speciale effecten en audiotracks toevoegen. Vind je de tijdlijn te klein? Je kunt dit onderdeel eenvoudig vergroten. Zweef onder Layer 1 op de scheidslijn totdat er een dubbele pijl verschijnt. Beweeg de muis nu met ingedrukte muisknop omlaag. In VSDC Free Video Editor pas je op soortgelijke wijze de grootte van alle deelvensters aan. Kortom, richt op die manier het bewerkvenster naar eigen wens in.

Alle geïmporteerde videobestanden belanden op de tijdlijn.

Volgorde clips wijzigen

Waarschijnlijk heb je een bepaalde volgorde voor de videoclips in gedachten. Geen probleem, want je kunt de clips op de tijdlijn verplaatsen. Sleep het beoogde fragment met ingedrukte muisknop één laag omlaag. De overgebleven video’s schuif je daarna naar links of rechts. Creëer op die manier een ‘gat’ en sleep het fragment ernaartoe. Het is belangrijk dat er geen loze ruimtes op de tijdlijn achterblijven. Anders zie je namelijk zwart beeld.

Sleep videoclips naar onder, boven, rechts en links om de volgorde op de tijdlijn te wijzigen.

Scènes inkorten

Vanzelfsprekend wil je alleen boeiende scènes in de film tonen. Saaie passages snijd je daarom resoluut weg. Dat doe je door een videoclip in te korten. Gebruik hiervoor wederom de tijdlijn. Selecteer een fragment en beweeg de rode schuifregelaar naar deze clip. Het bijbehorende beeld verschijnt nu in de voorbeeldweergave. Vind je dit beeld te klein? Klik dan helemaal rechtsonder in het programma op het kleine plusteken. Je past daarmee het zoomniveau aan. Klik nu onder de voorbeeldweergave op de rode afspeelknop (PijltjeRechts) om de video te starten. Begint of eindigt het saaie gedeelte? Via dezelfde rode knop (twee verticale streepjes) pauzeer je de video.

Inkorten is vrij eenvoudig. Een geselecteerde videoclip heeft op de tijdlijn aan weerszijden twee piepkleine vierkanten. Klik daarop en houd de muisknop ingedrukt. Beweeg de muis nu naar links of rechts tot de rode schuifregelaar. Laat de muisknop als laatste los. Het fragment is nu een kopje kleiner gemaakt! 

Fragmenten splitsen

Je kunt een lang fragment ook in twee (of meer) delen opsplitsen. Dat is nuttig wanneer je deze videootjes op verschillende momenten in de film wilt tonen. Selecteer in de tijdlijn een videoclip en bepaal met de rode schuifregelaar een geschikt ‘splitmoment’. Overigens kun je met de mediaknoppen onder de voorbeeldweergave dit moment heel precies bepalen. Spoel bijvoorbeeld een seconde voor- of achteruit. Het is zelfs mogelijk om een video frame voor frame door te nemen. Staat de rode schuifregelaar exact op de goede plek? Klik dan in de werkbalk boven de tijdlijn op het pictogram met de twee rode haakjes. Je ziet vervolgens twee aparte clips.

Maak via de optie Split into parts van één clip twee losse fragmenten.

Roteren en bijsnijden

Soms is het noodzakelijk om een video negentig graden te roteren, omdat het beeld in VSDC Free Video Editor is gedraaid. Gelukkig herstel je deze ‘fout’ simpel. Je selecteert in de tijdlijn de juiste video en klikt helemaal bovenaan bij de sectie Tools op het pictogram met de gebogen pijl. De video draait meteen.

Staat er een ongewenst persoon, lelijk logo of storend object in beeld? Gooi de videoclip dan nog niet weg! Je kunt het fragment namelijk nog bijsnijden. Beslis welk deel van de video je wilt gebruiken en gooi het overtollige beeldmateriaal weg. Je klikt met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn en kiest Crop tools / Custom region. Bepaal in het nieuwe venster welk deel uit beeld moet verdwijnen. Je regelt dat door de zwarte vierkantjes aan de randen van de voorbeeldweergave te verslepen. Tevreden? Met OK voer je de actie definitief uit.

Nuttig om te weten is dat je met deze functie de oorspronkelijke resolutie verkleint. Zeker wanneer je de uiteindelijke film op een grote televisie of pc-monitor bekijkt, zie je mogelijk korrelige beelden. Snijd daarom liever niet te veel beeldmateriaal weg.

Alles buiten de rechthoekige selectie verdwijnt uit de video.

Video-effecten

Wie dat wil, gaat in deze videobewerker helemaal los met speciale effecten. Klik maar eens bovenaan in de werkbalk op Video effects. Er verschijnt een uitgebreid menu. Voordat je iets uitkiest, selecteer je eerst een clip op de tijdlijn. Via Quick styles pas je heel makkelijk een effect toe, omdat hiervoor geen extra instellingen zijn vereist. Laat de video bijvoorbeeld op een gedateerde film uit de jaren ‘70 lijken of pas automatisch de contrastwaarden aan.

Wil je zelf meer invloed op in hoeverre het programma een video-effect toepast? Bij veel filters stel je naar eigen inzicht de intensiteit in. Bekijk hiervoor de mogelijkheden via Video effects / Adjustments. Zo wijzig je onder andere de kleurverzadiging en helderheid. Daarnaast kun je ook een stijlvol sepia- of zwart-wit-effect op de video loslaten. Zodra je eenmaal iets hebt gekozen, pas je in het deelvenster Properties window aan de rechterkant de waarden aan. Als je dit deelvenster niet ziet, klik je achtereenvolgens op het tabblad View en Properties. Tot slot zijn ook de video-effecten binnen de rubrieken Filters en Nature de moeite waard. Spijt van een bepaalde keuze? Met de sneltoets Ctrl+Z maak je de laatste handeling weer ongedaan. Experimenteer er dus lustig op los!

Met het Auto contrast-filter optimaliseer je heel eenvoudig de contrastwaarden.
Gebruik het deelvenster Properties window om de instellingen van een video-effect te wijzigen.

Overgangen

Tijdens de montage van een video ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van overgangen. Doe je dat niet, dan lopen de fragmenten nogal abrupt in elkaar over. Dat is onprettig voor de kijker. Met een overgang wordt een nieuwe videoclip op subtiele wijze geïntroduceerd.

Klik in de tijdlijn op de videoclip waarbij je aan het einde een overgang wilt toevoegen. Je opent zo nodig eerst het tabblad Editor en navigeert daarna naar Video effects / Transitions. Probeer nu één van de beschikbare overgangen uit. Zo laat je het oude fragment bijvoorbeeld in vlammen opgaan (Paper burn) of in scherven uit elkaar vallen (Shattered glass). Kies een overgang en controleer in het pop-upvenster of de optie To the end of scene is geselecteerd. Klik op OK.

Merk op dat er op de tijdlijn een verse laag met de gekozen overgang verschijnt. Klik op de rode afspeelknop onder de videoweergave om de overgang te bekijken. Je past in het eigenschappenvenster aan de rechterkant diverse zaken aan, waaronder de tijdsduur en transparantie.

Deze videobewerker heeft een aantal spectaculaire overgangen in huis.

Geluid

De audiokwaliteit van zelfgeschoten video’s is vaak matig. Stond er toentertijd tijdens de opname een stevig briesje, dan hoor je waarschijnlijk voornamelijk windgeruis. Zet het geluid van dergelijke videoclips daarom gewoon uit. Klik in de tijdlijn op een fragment om de bijbehorende eigenschappen aan de rechterkant te tonen. Verschijnt dat niet, dan klik je op View / Properties. Je scrolt zo nodig een stukje omlaag totdat je de optie Audio track tegenkomt. Klik achter Track 1 op het kleine pijltje en kies Don’t use audio.

Je kunt eventueel zelf audio aan de videomontage toevoegen, zoals achtergrondmuziek of een voice-over. Klik zo nodig op het tabblad Editor en kies Add object / Audio. Je selecteert nu pakweg een mp3-, wma-, wav- of flac-bestand op de computer. Via Openen / OK belandt de audiotrack als nieuwe laag op de tijdlijn. Kies een geschikte plek en pas diverse eigenschappen in het Properties window desgewenst aan. Denk hierbij onder meer aan de snelheid en het volumeniveau.

Schakel bij video’s met slecht geluid het audiospoor eenvoudig uit.

Film opslaan

Deze workshop is slechts een bescheiden introductie van VSDC Free Video Editor. Je kunt namelijk nog veel meer met deze veelzijdige videobewerker doen. Ga er dus vooral ook zelf mee stoeien. Ben je eenmaal klaar, dan sla je het resultaat op. Je kunt de film daarna op verschillende schermen bewonderen.

Klik in de werkbalk op het tabblad Export project en speel zekerheidshalve de volledige videomontage nog eens af. Ben je helemaal tevreden, dan geef je in de werkbalk het gewenste videoformaat aan. Kies bijvoorbeeld voor mp4, mkv, mov, flv of mts. Het is ook mogelijk om de film op een dvd te branden. Wijzig via Change name zo nodig de bestandsnaam en opslaglocatie. Je bevestigt bovenaan ten slotte met Export project / Continue.

VSDC Free Video Editor ondersteunt een heleboel exportformaten.