ID.nl logo
Tweede leven voor een afgedankt beeldscherm
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Tweede leven voor een afgedankt beeldscherm

De keuze voor een nieuwe computer gaat vaak samen met de aanschaf van een nieuw beeldscherm. De oude monitor komt in het gunstigste geval bij familie of vrienden terecht, maar hij eindigt ook vaak op zolder of in de milieustraat. In dit artikel laten we zien welke nuttige toepassingen er nog mogelijk zijn voor een oud scherm, zodat u het een tweede leven kunt geven.

1. Wegdoen of houden?

Als u uw monitor vervangt, leidt het tot de vraag wat u met het oude apparaat moet doen. Weggooien lijkt zonde, u hebt er immers veel plezier van gehad en het scherm is niet stuk. Wat u er nog mee kunt, hangt af van het type scherm en de aansluiting. Een beeldbuisscherm (crt) biedt weinig mogelijkheden. U kunt er een baksteen in gooien en er tuinaarde aan toevoegen om zo een opmerkelijke plantenbak te creëren, maar bij deze creatieve kwinkslag houdt het op. De kans om een crt-scherm te verkopen via Marktplaats is bijzonder klein en u maakt waarschijnlijk niemand blij met zo'n 'weggevertje'. De gemeentewerven staan vol met oude crt's, en dat is dan ook een goede plek om het afgedankte beeldscherm naartoe te brengen. Een plat tft-scherm biedt, hoe klein ook, wel veel mogelijkheden: van hobbyproject tot tv en van tweede monitor tot vaste werkplek voor uw notebook.

©PXimport

Een beeldbuismonitor (crt) is onverkoopbaar en u maakt er ook niemand blij mee door het cadeau te geven.

Aansluitingen

De aansluitingen van uw monitor en uw computer (of ander apparaat) zijn belangrijk. Er kunnen drie veelgebruikte connectors worden onderscheiden: standaard-VGA, DVI en HDMI. HDMI is de modernste variant, deze aansluiting lijkt wat op een usb-poort. HDMI wordt niet alleen gebruikt voor de verbinding tussen een computer en een beeldscherm, maar ook voor huiskamerapparatuur. Zo wordt hij vaak ingezet om een dvd-speler of digitale tv-ontvanger aan te sluiten op de televisie. VGA is de oudste monitorverbinding en u herkent hem aan zijn vijftien pinnetjes. De DVI-aansluiting is iets breder en meer vierkant. Als u een monitor wilt aansluiten op een ander apparaat, dan moet dat apparaat beschikken over dezelfde aansluiting. Als u dus een VGA-monitor hebt en deze wilt gebruiken op uw computer, dan moet de grafische kaart van uw computer over een VGA-aansluiting beschikken. Als dit niet het geval is, kunt u het signaal omzetten. Dit kan op twee manieren: met een verloopstekkertje of een adapter. Een verloopstekkertje is het goedkoopst. U kunt het gebruiken om VGA aan te sluiten op DVI en omgekeerd. Voor HDMI is een speciale adapter nodig, en daar hangt een behoorlijk prijskaartje aan. Verloopkabels en adapters zijn eenvoudig te vinden op internet. Gebruik Google om de juiste adapter of verloopstekker te vinden.

©PXimport

De VGA-aansluiting heeft 15 pinnetjes.

©PXimport

De DVI-poort is de opvolger van de VGA-aansluiting.

©PXimport

De HDMI-aansluiting lijkt op een usb-poort. Behalve door computers wordt hij ook gebruikt door moderne televisies.

Projecten

2. Digitale tv

Als uw oude monitor beschikt over een HDMI-aansluiting, is het scherm met behulp van een decoder eenvoudig om te toveren tot televisie voor in de keuken of slaapkamer. De digitale decoder moet daarbij ook beschikken over een HDMI-aansluiting. Mogelijk hebt u voor het geluid een aparte kabel of zelfs een los speakersetje nodig. Niet alle HDMI-beeldschermen beschikken over luidsprekertjes en soms lukt het niet om het geluid via een HDMI-verbinding op een ander apparaat af te spelen. Als de decoder alleen een klassieke SCART-aansluiting heeft of de monitor beschikt over een VGA- of DVI-aansluiting, kunt u beter niet aan dit project beginnen, want dan wordt het te prijzig. Het videosignaal is mogelijk om te vormen met een adapter, maar die apparaten zijn kostbaar.

©PXimport

Met een digitale ontvanger tovert u uw HDMI-beeldscherm om in een extra televisietoestel voor in de keuken of slaapkamer.

3. Doneren

Kent u nog iemand met een logge crt-monitor? Dan kan het doneren van uw platte tft het overwegen waard zijn. Het beeldscherm doneren aan een stichting die ervoor zorgt dat het scherm bij een goed doel terecht komt klinkt goed, maar een speurtocht op internet geeft weinig resultaat. Dit soort stichtingen is vaak alleen geïnteresseerd in grote aantallen apparaten die door bedrijven zijn afgedankt. Een berichtje op het prikbord van de supermarkt is een beter alternatief. Of loop een keer bij een buurthuis binnen. Via deze weg is de kans veel groter dat u iemand blij maakt met uw oude tft-beeldscherm.

4. Verkopen

Uw oude beeldscherm verkopen behoort uiteraard tot de opties om er vanaf te komen, maar het levert meestal weinig op. Mensen zijn over het algemeen niet zo happig op een tweedehands scherm, omdat ze er het risico op mogelijke defecten zoals 'dode pixels' mee lopen. Hier komt bij dat de markt overspoeld is met schermen en dat komt uw vraagprijs natuurlijk niet ten goede. Een lokale advertentie (wederom bij de supermarkt in de buurt) levert wellicht resultaat op. Uitzondering op deze regel zijn kleine tft-schermen. Voor industriële/bedrijfsmatige doeleinden is hier soms ineens vraag naar. De verkoopprijs bepaalt u het eenvoudigst door op Marktplaats te zoeken naar uw beeldscherm of een exemplaar met vergelijkbare eigenschappen. Vermeld in uw advertentie het merk en type, de resolutie, de schermverhouding en het type aansluiting(en). Het merk en type vindt u op de monitor zelf. De resolutie is onder Windows 7 op te vragen via Start / Configuratiescherm / Vormgeving en persoonlijke instellingen / Beeldscherm / Resolutie aanpassen. De schermverhouding staat voor de relatie tussen de breedte en hoogte van het beeld. Bekend zijn 4:3 (standaard, bijna vierkant) en 16:9 (lange rechthoek, ook wel 'breedbeeld' genoemd).

©PXimport

Verwacht niet te veel van de verkoop van uw oude monitor. Marktplaats staat vol met afgedankte exemplaren!

5. Aquarium

Voor de creatieve knutselaar is het leuk om een tft-scherm om te bouwen tot een digitaal aquarium. Laat uw fantasie de vrije loop en verwerk het scherm in een behuizing, glazen aquarium of strakke lijst. Twee dingen zijn belangrijk: maak de behuizing van de monitor nooit open en gebruik geen water. Voor het aansturen van het aquariumbeeld is een computer vereist, bijvoorbeeld een oude laptop of pc. Op Screensaver.com (of via Google) vindt u prachtige virtuele aquaria. Veel gratis aquarium-screensavers installeren ongevraagd extra programma's (nagware) of passen de webbrowser aan. Let dus goed op tijdens de installatie.

©PXimport

Met een realistische aquarium-screensaver en een oude laptop creëert u een virtueel aquarium.

6. Weerstation

Ook om van uw beeldscherm een weerstation te maken, bijvoorbeeld voor in de hal of woonkamer, hebt u een oude computer nodig voor de aansturing. Door uw webbrowser automatisch met Buienradar of een andere site te laten starten, blijft u altijd op de hoogte! Het digitale weerstation YoWindow levert een nog mooier resultaat. Hierbij wordt de weersverwachting getoond met prachtige animaties. Het huidige weer verschijnt in een landschapstafereel dat verandert naar de weersomstandigheden: als het buiten regent, regent het op uw scherm. Ook de zon, sneeuwbuien, de windsnelheid (wolken) en andere weersfacetten worden op die manier op uw scherm getoond.

©PXimport

YoWindow maakt van uw oude scherm (en computer) een prachtig weerstation: een lust voor het oog!

Tweede Scherm

7. Voordelen

Een van de beste manieren om een ouder beeldscherm een tweede leven te geven, is door het in te zetten als tweede beeldscherm voor uw computer. U vraagt zich nu wellicht af wat u met twee schermen moet, maar het antwoord daarop krijgt u pas als u er eenmaal mee aan de slag bent gegaan. Zelf hebben we inmiddels geen idee meer hoe we ooit met 'maar' één scherm hebben kunnen werken! Een tweede scherm geeft u een breder bureaublad. Dit is uiteraard niet alleen handig voor pictogrammen, maar vooral voor toepassingen. Het werken achter de computer gaat met een tweede scherm sneller, omdat u meerdere Windows-vensters kunt bekijken en minder tussen functies hoeft te schakelen. Met sneltoetsen (zie tip 13) wordt het eenvoudig om bijvoorbeeld Word vanaf uw linkerbeeldscherm naar het hoofdscherm te dirigeren. Hierbij komen we bij de opstelling: uw hoofdscherm is het scherm voor uw neus. De oude monitor staat daar links van als u rechtshandig bent, en rechts ervan als u linkshandig bent.

©PXimport

De meest waardevolle manier om een oude monitor een nieuw leven te bieden, is door hem in te zetten als tweede beeldscherm.

8. Aansluiten

Om een tweede beeldscherm aan te kunnen sluiten, is ondersteuning door uw grafische kaart vereist. Als uw computer een geïntegreerde grafische kaart op het moederbord heeft, is dit meestal niet het geval. De meeste losse videokaarten beschikken echter wel over een dubbele aansluiting, bijvoorbeeld VGA of DVI en HDMI. Sluit uw hoofdscherm aan via 'de beste' aansluiting (bij voorkeur dus HDMI). Kies voor het tweede scherm de DVI-aansluiting of anders VGA. Uiteraard is de combinatie DVI-VGA ook mogelijk. Indien de tweede monitor niet over de juiste aansluiting beschikt, kunt u dit met een verloopstekkertje oplossen. De kabel en eventuele verloopstekker koopt u het beste via internet. In webwinkels zijn kabels meestal veel goedkoper dan in de gewone winkel en bovendien kunt u de aankoop direct terugsturen als het niet blijkt te werken. Bij online aankoop hebt u immers zeven dagen bedenktijd en kunt u zonder opgaaf van reden spullen terugsturen, zo is geregeld in de wet over 'koop op afstand'.

©PXimport

Om een tweede monitor aan te sluiten op uw computer, moet uw grafische kaart deze mogelijkheid uiteraard wel ondersteunen.

9. Grafische kaart vervangen

Als uw computer geen ondersteuning biedt voor een tweede monitor, is het vervangen van de grafische kaart de beste oplossing. Deze 'insteekkaarten' zijn al verkrijgbaar vanaf 40 euro. Omdat de computer geopend moet worden, is het vervangen of plaatsen van een nieuwe grafische kaart alleen weggelegd voor gevorderde computergebruikers. Bij de keuze van een kaart is het belangrijk om te weten wat u er mee gaat doen. Een kaart die ook goede ondersteuning biedt voor spellen is duurder (u betaalt er minstens 100 euro voor), laat u dus goed voorlichten. Voordat u een grafische kaart selecteert, moet u weten welke aansluiting er voor deze kaart aanwezig is op uw moederbord. Een moderne computer beschikt over PCIe (PCI Express), oudere systemen hebben mogelijk nog een AGP-slot. Zorg er bij aanschaf voor dat de grafische kaart beschikt over een dualmonitor-optie en dus over minimaal twee fysieke aansluitingen om de schermen mee aan te sluiten. Het is vaak niet mogelijk om een extra grafische kaart te plaatsen en deze gelijktijdig te gebruiken met een eventueel op het moederbord geïntegreerde grafische kaart.

10. Beeld via usb

Voor wie niet wil sleutelen en toch een tweede beeldschermaansluiting nodig heeft, kan ook kiezen voor een speciale usb-adapter. Dit kastje sluit u aan op uw tweede monitor, waarna u het scherm via usb verbindt met uw computer. Deze oplossing is ook geschikt voor laptopgebruikers. Globaal kunnen twee typen adapters worden onderscheiden: 'usb naar VGA' (ook geschikt voor DVI, meestal meegeleverd) en 'usb naar HDMI'. Ook voor deze aankoop geldt: doe hem bij voorkeur bij een goede webwinkel op interrnet, dan kunt u de koop binnen zeven werkdagen ongedaan maken als de oplossing niet werkt of niet aan uw wensen voldoet.

©PXimport

De Kensington K33928EU maakt het aansluiten van een tweede beeldscherm op laptops en computers zonder multimonitor-voorziening mogelijk.

iPad als tweede beeldscherm

De iPad leent zich goed voor gebruik als tweede monitor. Hiervoor zijn betaalde apps beschikbaar, maar het kan ook met behulp van het gratis DisplayLink. De iPad en Windows-computer moeten verbonden zijn met hetzelfde (draadloze) netwerk. Download de genoemde app via de App Store naar uw iPad. Download en installeer het programma DisplayLink iPad Software for Windows. Er wordt gevraagd om een wachtwoord dat u straks op uw iPad dient op te geven. Geef de iPad een plek naast uw monitor en open de beeldscherminstellingen om deze plek softwarematig in te stellen (meer daarover leest u in tip 11). Na het opstarten van de app kunt u verbinding maken met uw computer door deze te selecteren en het wachtwoord op te geven.

©PXimport

DisplayLink tovert uw iPad om in een tweede (of zelfs derde) monitor voor uw computer.

11. Beeldscherminstellingen

Zorg ervoor dat uw beeldscherm op de gewenste hoogte en plaats op uw bureaublad staat en is aangesloten. Het is geen probleem als het formaat van beide beeldschermen niet overeenkomt. Door de Windows-instellingen aan te passen kunt u uw bureaublad inregelen. Als u de muis van het ene naar het andere scherm verplaatst, voorkomt u door het aanpassen van een instelling dat de muisaanwijzer niet verspringt (en de vensters netjes virtueel doorlopen over beide schermen). Open in Windows 7 Start / Configuratiescherm / Vormgeving en persoonlijke instellingen / Beeldscherm / Beeldscherminstellingen wijzigen. Bij Meerdere schermen dient u aan te geven hoe u uw tweede beeldscherm wilt gebruiken. Met Deze beeldschermen dupliceren wordt het beeld van uw hoofdscherm ook weergegeven op het tweede scherm. Deze instelling wordt vaak gebruikt om een beamer aan te sluiten. Kies bij Meerdere schermen voor Deze beeldschermen uitbreiden. Met de toetscombinatie Windowstoets+P kunt u (tijdelijk) schakelen tussen Deze beeldschermen uitbreiden en Deze beeldschermen dupliceren. Windows toont een voorbeeldweergave van de beeldschermopstelling. Zorg dat deze overeenkomt met de fysieke beeldschermopstelling door de monitor te verplaatsen. Bevestig steeds met Toepassen en versleep een venster van beeldscherm 1 naar beeldscherm 2 om te kijken of de instelling correct werkt. Tevreden? Bevestig met Ok.

©PXimport

Pas de beeldscherminstellingen aan om uw fysieke beeldschermopstelling te bepalen.

Thuishaven voor de laptop

Een oud tft-beeldscherm kan een verademing zijn voor laptopgebruikers. U kunt het scherm instellen als tweede beeldscherm of als hoofdscherm gebruiken op een vaste werkplek in huis. In dit laatste geval is een draadloze toetsenbord/muis-combinatie geen overbodige luxe. Kies bij de beeldscherminstellingen voor Deze beeldschermen dupliceren (zie tip 11). Om uw notebook eenvoudig mee te nemen zonder eerst allerlei kabels los te trekken, kan een docking-station of port-replicator handig zijn. Hiermee verbindt u uw laptop met één of twee kabels, waarna alle aansluitingen een feit zijn. Ook printers, externe opslagmedia en andere randapparatuur kunt u aansluiten op het docking-station en vervolgens gebruiken zodra uw notebook is 'aangemeerd'.

©PXimport

Een port-replicator verbindt uw notebook via één kabel met uw beeldscherm en andere randapparatuur.

12. Word, Photoshop en mail

Het tweede beeldscherm is een verlengde van uw bureaublad. U kunt Windows-vensters eenvoudig over en weer verslepen. Ook kunt u er voor kiezen om bijvoorbeeld uw mail of Facebook altijd geopend te houden op uw tweede scherm. Zo hoeft u nooit meer tussen vensters te schakelen om te zien van wie u een nieuw bericht krijgt. Minder voor de hand liggend, maar zeer praktisch, is het gereedschap van Word, een videobewerkingsprogramma of Photoshop. Zo kunt u uw hoofdscherm gebruiken om in te werken en uw gereedschap stallen op het tweede beeldscherm. U houdt hierdoor beter overzicht en meer ruimte voor uw werk: de tekst of foto/video die u bewerkt.

©PXimport

Een tweede beeldscherm is ideaal voor het bekijken of behandelen van e-mail of om het gereedschap van Word of Photoshop te parkeren.

13. Handige sneltoetsen

Het verslepen van vensters tussen beide beeldschermen is eenvoudig, maar het kan nog sneller met sneltoetsen! Druk op de Windows-toets en houd deze ingedrukt. Vervolgens kunt u met de pijltjestoetsen het actieve Windows-venster verplaatsen. Hierbij verspringt het venster steeds in twee stappen naar links of naar rechts. Om bijvoorbeeld een Windows-venster van uw hoofdmonitor naar uw tweede beeldscherm te krijgen, drukt u op de Windows-toets en twee keer op de pijl naar links (als uw tweede scherm links staat van uw hoofdscherm). Gebruik de combinatie Windowstoets+'pijltje omhoog' om het Windows-venster vervolgens te maximaliseren.

14. Bureaubladachtergrond

Als u van mooie bureaubladfoto's houdt en twee schermen hebt, zijn de standaardmogelijkheden van Windows te beperkt. John's Background Switcher is een uitgebreid programma om foto's als bureaubladachtergrond te tonen en er tussen te wisselen. Het programma heeft goede ondersteuning voor meerdere beeldschermen. Leuk detail is dat John's Background Switcher niet alleen de bureaubladafbeeldingen kan gebruiken die op uw eigen computer staan, maar ook de foto's op sociale netwerken als Facebook en Flickr kan tonen.

©PXimport

John's Background Switcher is een fotowisselaar voor uw bureaublad. Hij biedt ondersteuning voor gebruik van meer dan één beeldscherm.

Aansluiten op iPad of iPhone

De opladeraansluiting van uw iPad of iPhone kan veel meer dan louter de accu van stroom voorzien. Met de juiste adapter - waar u ongeveer 30 euro voor betaalt - kunt u uw oude tft-beeldscherm aansluiten op uw mobiele apparaat. De iPhone/iPad-adapter is er in verschillende smaken, met aansluitingen voor VGA, DVI en HDMI. Onderweg kunt u er uiteraard helemaal niets mee, maar hij is erg handig voor in de slaapkamer of keuken. U kunt er uw monitor mee gebruiken om films te kijken of om via de Uitzendinggemist-app een programma terug te kijken. De standaard monitorvoet maakt uw beeldscherm (vooral in de keuken) een sta-in-de-weg. Deze voet is in veel gevallen echter eenvoudig te verwijderen, waarna u het scherm met een ophangsysteem (te koop voor een paar tientjes) een goede plek geeft aan de muur.

©PXimport

Met de juiste adapter sluit u uw iPhone of iPad aan op een monitor en tovert u uw beeldscherm om tot Uitzendinggemist-kijkdoos of kleine 'bioscoop'.

15. Tweedehands kopen

Als u enthousiast bent geworden door de mogelijkheden van een tweede scherm, maar geen plannen hebt om een nieuw scherm aan te schaffen, werp dan eens een balletje op bij vrienden en collega's. De kans is groot dat bij iemand thuis een exemplaar ligt te verstoffen. Als u overweegt om via Marktplaats een tweedehands scherm aan te schaffen, is het goed om de aansluitingen te controleren, zodat u het scherm ook daadwerkelijk kunt gebruiken. Als de verkoper dit niet vermeldt, moet u in Google de specificaties opzoeken. Het is handig als de monitorkabel wordt meegeleverd, anders moet u die apart aanschaffen en dat is relatief kostbaar voor een gebruikt apparaat. Als u er zeker van wilt zijn dat het scherm geen defecten heeft, zoals dode pixels, kies dan niet voor verzending via de post, maar haal het beeldscherm op. Gebruik een programma als Dead Pixel Tester, dat ook werkt vanaf een usb-stick, om het beeldscherm nog bij de verkoper te controleren op dode pixels. Een enkele dode pixel is niet voor iedereen een probleem, maar als u hem ontdekt maakt dat de vraagprijs onderhandelbaar. Meer informatie over wat 'dode' pixels zijn en hoe u ze herkent, vindt u onder andere op Wikipedia.

▼ Volgende artikel
Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel
© ER | ID.nl
Huis

Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel

Wil je een NAS op afstand gebruiken, dan doe je dat liefst natuurlijk veilig. Bijvoorbeeld door een VPN-server op te zetten, of een tunnel met extra toegangscontrole. Hiervoor zijn diensten als Tailscale en Cloudflare heel geschikt. In deze masterclass nemen we de beste opties met je door. We leggen uit wat de voor- en nadelen zijn en hoe je ze kunt gebruiken in combinatie met een NAS.

Een NAS is breed inzetbaar en bij veel huishoudens de spil in het netwerk. Je kunt niet alleen je documenten centraal bewaren, maar ook bijvoorbeeld media streamen naar je tv, foto’s bekijken op je tablet en talloze extra toepassingen installeren. Heb je (een deel van) deze toepassingen ook af en toe op afstand nodig? Het openzetten van een poortje in de router of het gebruik van een reverse proxy kan daarvoor een prima optie zijn. Maar publieke toegang is niet altijd nodig. Er zijn betere opties als je vooral voor jezelf goed beveiligde externe toegang tot je NAS nodig hebt. Een eenvoudige optie is een cloudservice van de fabrikant, zoals Synology QuickConnect. Betere en veiligere opties zijn een VPN-server met een protocol als OpenVPN of WireGuard, Tailscale (dat op de achtergrond met WireGuard werkt) of een Cloudflare-tunnel. In deze masterclass leggen we uit hoe je ze gebruikt. Wat je kiest, hangt ook af van je doel. Bij elke optie behandelen we de eventuele beperkingen. Voordat je begint, is het ook verstandig de beveiliging van je NAS nog even door te lichten (zie kader).

Optimale beveiliging voor je NAS

Bij het openstellen van je NAS is een goede beveiliging extra belangrijk. Ongeoorloofde toegang tot je NAS zul je altijd willen voorkomen. Gebruik altijd sterke wachtwoorden voor je gebruikersaccounts. Deactiveer bovendien de algemene accounts zoals admin en guest. Zet tweestapsverificatie aan. Hierbij wordt na het inloggen om een extra toegangscode gevraagd die je kunt genereren met een app op je smartphone. Op vertrouwde apparaten hoef je dat maar één keer te doen. Bij Synology vind je deze opties in je configuratiescherm, onder Beveiliging / Account. Je kunt kiezen voor welke gebruikers dit moet worden ingeschakeld. Bij QNAP ga je hiervoor in je configuratiescherm naar Systeem / Beveiliging. Open dan het tabblad Verificatie in 2 stappen. Maak ook gebruik van de ingebouwde firewall van je NAS, waarin je toegangsregels kunt instellen! In deze masterclass geven we daar tips voor. Zorg ten slotte dat je een goede back-upstrategie hebt voor de bestanden op je NAS.

Het is verstandig om tweestapsverificatie aan te zetten op je NAS.

Wat is een cloudservice?

Via een cloudservice kun je toegang tot een NAS vereenvoudigen door een soort tunnel op te zetten. Bij Synology heet dit QuickConnect, QNAP noemt het myQNAPcloud link. Hierbij wordt vanaf de NAS een uitgaande verbinding opgezet met een server, waardoor het firewalls omzeilt (ook die in je NAS!). De NAS geef je een herkenbare naam, ook wel QuickConnect ID of QNAP ID genoemd, die je ook gebruikt om te verbinden. Hierbij wordt eerst geprobeerd rechtstreeks verbinding te maken, wat ook het meest efficiënt is. Als dat mislukt, wordt de verbinding automatisch omgeleid via een relayserver, die als tussenpersoon het verkeer doorstuurt. De snelheid kan dan minder hoog zijn. We noemen hieronder alleen de dienst van Synology, omdat het een betere bescherming biedt en een betere reputatie heeft dan myQNAPcloud link. Zorg wel altijd zelf voor een goede basisbeveiliging. Overweeg veiligere methoden zoals een VPN of Tailscale. Het is veiliger en je bent niet afhankelijk van andere partijen (zoals een relayserver).

Diensten als myQNAPcloud link creëren een soort tunnel naar je NAS.

Synology QuickConnect

Bij Synology QuickConnect koppel je eerst je NAS aan een Synology-account. Daarna kun je een QuickConnect ID kiezen. Je NAS is daarna bereikbaar vanuit de Synology-apps of een browser via het adres https://quickconnect.to/ met daarachter de QuickConnect ID. Dit werkt ook bij een dynamisch ip-adres, dus je hoeft niet apart een Dynamic DNS-functie (DDNS) te gebruiken. Om QuickConnect te gebruiken open je Configuratiescherm. Ga dan naar Externe toegang. Zet een vinkje bij QuickConnect inschakelen. Hierna moet je je aanmelden met je Synology-account of een nieuw account maken. Vervolgens kies je een QuickConnect ID. Via de instellingen kun je nog kiezen of de relayserver mag worden gebruikt en welke toepassingen via QuickConnect toegankelijk zijn.

Via de instellingen kies je welke toepassingen toegankelijk moeten zijn.

Wat is VPN?

Door een VPN-server te installeren, heb je een ideale voorziening om op afstand je netwerk te bereiken en alle apparaten op dat netwerk, zoals je NAS, netwerkprinters en camera’s. Je installeert de VPN-server op één systeem, zoals een router, server, Raspberry Pi of je NAS. Bij Synology kun je bijvoorbeeld standaard met OpenVPN werken en QNAP ondersteunt het snellere WireGuard. We laten zien hoe je deze opties gebruikt. Na inloggen heb je volledige toegang tot je netwerk en alle toepassingen in het netwerk, alsof je rechtstreeks op het netwerk zit. Voor toegang tot bestanden op je NAS werken daarom alle protocollen als smb, nfs en WebDAV en toepassingen als Synology Drive en QNAP File Station. Je hoeft geen poorten in je router open te zetten, behalve een enkele poort naar de VPN-server.

Bij QNAP kun je standaard werken met WireGuard.

OpenVPN op Synology

Om je Synology-NAS als VPN-server in te zetten, kun je de toepassing VPN Server installeren via Package Center. Gebruik je een firewall, controleer dan of de benodigde poorten toegankelijk zijn. Bij de installatie kun je die aanpassing via een venster direct doorvoeren. Afhankelijk van het protocol moet je ook nog één of meerdere poorten doorsturen van je router naar je NAS. De toepassing ondersteunt PPTP, OpenVPN en L2TP/IPSec. Eigenlijk is vooral OpenVPN interessant. Het is veilig en stabiel, maar niet zo snel als WireGuard. Ook geeft het soms wat uitdagingen bij het opzetten van de verbinding.

Synology ondersteunt meerdere protocollen, waaronder OpenVPN.

Activeren OpenVPN

Om OpenVPN te gebruiken open je VPN Server. Ga dan naar OpenVPN. Zet een vinkje bij OpenVPN-server inschakelen. Bij Dynamisch ip-adres zie je het subnet dat OpenVPN gebruikt. De verbonden clients krijgen een ip-adres in dat bereik. Bij Poort en Protocol zie je dat standaard udp-poort 1194 wordt gebruikt. Die poort moet je doorsturen van je router naar je NAS. Controleer of de poort toegankelijk is in de firewall van je NAS. Voor een goede balans tussen snelheid en veiligheid kun je bij Codering bijvoorbeeld AES-128-CBC kiezen en bij Verificatie de optie SHA256. De optie Compressie op de VPN-koppeling inschakelen mag uit, omdat het weinig snelheidswinst geeft. Zet de optie Clients toegang geven de LAN-server aan, zodat je andere apparaten in je thuisnetwerk kunt bereiken. Zet ook de optie Verifieer TLS auth-sleutel aan. Klik op Toepassen om de instellingen te activeren. Je kunt nu clients gaan configureren.

Bij OpenVPN kun je zelf nog enkele instellingen kiezen.

Profiel voor OpenVPN

Ga naar OpenVPN en kies Configuratie exporteren om het configuratiebestand te exporteren als zip-bestand. Hierin vind je een .ovpn-bestand dat je nodig hebt voor toegang. Je hebt ook een gebruikersaccount nodig bij het inloggen. Onder Rechten kun je aanvinken welke gebruikers toegang hebben en via welke protocollen. Maak eventueel een nieuwe gebruiker voor alleen de VPN-verbinding! Open het bestand VPNConfig.ovpn met een teksteditor. Omdat je de VPN-server extern wilt gebruiken, verander je in onderstaande regel YOUR_SERVER_IP naar je ip-adres van je internetverbinding of de hostnaam als je bijvoorbeeld Dynamic DNS gebruikt. Synology ondersteunt ook Dynamic DNS en geeft bijvoorbeeld een naam.synology.me-adres. Je kunt het activeren in je configuratiescherm onder Externe toegang / DDNS. Het gaat om deze regel:

remote YOUR_SERVER_IP 1194

Je ziet ook de onderstaande optie. Haal hier eventueel het commentaarteken weg als je wilt dat ál het verkeer, dus ook het normale internetverkeer, via de VPN-server gaat. Dat geeft minder goede prestaties, maar is wel veiliger als je bijvoorbeeld een openbare wifi-hotspot gebruikt. Dit is de regel waar je het commentaarteken weg kunt halen:

#redirect-gateway def1

Gebruik dit profiel om verbinding te maken vanaf andere apparaten. Zet hierbij de optie aan dat zonder certificaat verbinding mag worden gemaakt.

WireGuard op QNAP

We zullen laten zien hoe je WireGuard op je QNAP-NAS gebruikt in combinatie met een Windows-client. Voor meer informatie over WireGuard en het opzetten van een aparte VPN-server verwijzen we je naar een eerder artikel dat je kunt lezen via www.kwikr.nl/wgvpn waarin dat uitgebreid aan bod komt. Zorg bij QNAP dat de toepassing QVPN Service is geïnstalleerd via App Center. Open dan de toepassing en ga naar WireGuard. Zet een vinkje bij WireGuard VPN-server inschakelen. Vul een naam in achter Servernaam. Klik achter Persoonlijke sleutel op Codeparen genereren. Noteer de waarde bij Openbare sleutel: die is straks nodig bij de configuratie van clients. Achter Luisterpoort zie je de poort (udp) die je moet doorsturen in de router. Bij DNS Server vul je een openbare DNS-server in (zoals 8.8.8.8) óf een DNS-server in je lokale netwerk. Klik op Toepassen om de instellingen te bewaren. Klik op Peer toevoegen. Hier kun je clients toevoegen (zie volgende stap).

De instellingen voor WireGuard bij een NAS van QNAP.

Client instellen

Elk apparaat dat verbinding met WireGuard maakt, is een zogenoemde peer. Voor het toevoegen van een apparaat kies je bij QNAP de optie Peer toevoegen. Vul een herkenbare naam in. De waarde bij Openbare sleutel komt bij deze ‘peer’ vandaan, die gaan we nu eerst instellen. Installeer en open de Windows-client en kies de optie Add Empty Tunnel. Er worden een privé- en openbare sleutel gegenereerd. Er opent een configuratiebestand met de privésleutel waarin je onder andere deze twee regels ziet:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

Vul deze configuratie verder aan zoals in het voorbeeld hieronder. Bij Address kies je een vrij ip-adres binnen het VPN-subnet, dat nog niet door een andere peer wordt gebruikt. Je kunt dit voor elke client ophogen, dus 198.18.7.2/32, 198.18.7.3/32, en zo verder. Belangrijk is dat je bij PublicKey de openbare sleutel die QNAP laat zien invult. Bij Endpoint vervang je ipadres door het ip-adres (of de hostnaam) van je internetverbinding thuis. Dit is de configuratie die je moet aanpassen:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

ListenPort = 51820

Address = 198.18.7.2/32

DNS = 1.1.1.1

[Peer]

PublicKey = KsCc+cRucH4F8T3VdyatvZXjqvunEerBZapulE=

AllowedIPs = 0.0.0.0/0

Endpoint = ipadres:51820

Bewaar de configuratie met Save. Kopieer nu de waarde bij Public key van deze client. Je leest deze af in het hoofdvenster van WireGuard (zorg dat de bewuste tunnel is geselecteerd). Plak deze in QNAP bij Openbare sleutel bij de configuratie van deze peer. Je kunt nu verbinding maken met je Windows-client!

Voltooi de configuratie voor de Windows-client voor WireGuard.

Firewall instellen voor je NAS

Een firewall op je NAS biedt extra bescherming. Bij Synology open je daarvoor Configuratiescherm. Ga dan naar Beveiliging en open het tabblad Firewall. Zet een vinkje bij Firewall inschakelen en kies Toepassen. Bij Firewallprofiel kun je een profiel kiezen of bewerken. Kies Regels bewerken om het huidige profiel aan te passen. Begin met een regel die alle apparaten op het lokale netwerk toestaat. Kies bij die regel bij Poorten de optie Alles. Bij Bron-IP kies je Specifiek ip. Klik daarachter op Selecteren en kies Subnet. Je moet hier het netwerkbereik van je router kennen. In veel gevallen is dat iets als 192.168.1.0 met subnetmasker 255.255.255.0. Dit omvat dan alle adressen van 192.168.1.0 t/m 192.168.1.255. Voeg hierna nog specifieke regels toe voor toepassingen die van buitenaf toegang moeten hebben. In dit voorbeeld staan we bijvoorbeeld SSH toe vanaf een bepaald ip-adres. Heel belangrijk is dat je als laatste een regel toevoegt die alles blokkeert. De regels worden namelijk van boven naar beneden doorlopen en bij de eerste match stopt de verwerking. Het configuratiescherm van QNAP biedt ook een firewall, maar dat is meer een soort toegangsfilter. Voor uitgebreidere opties kun je QuFirewall installeren via App Center.

Het is raadzaam om de firewall op je NAS te gebruiken voor toegangsbeperking.

Wat is Tailscale?

Met Tailscale kun je een virtueel privénetwerk maken tussen al je apparaten. Dit gebeurt op basis van identiteit, met bijvoorbeeld een standaard Google-account voor autorisatie. Je kunt alle toegevoegde apparaten benaderen via een intern ip-adres of de toegekende hostnaam. Tailscale gebruikt dezelfde technologie als WireGuard, wat het snel, veilig en betrouwbaar maakt. Je hebt geen centrale server nodig en hoeft ook geen poorten in je router open te zetten. Wel moet je elk apparaat in principe afzonderlijk aan je privénetwerk toevoegen. Dat is eenvoudig, ook voor een NAS, zoals je hieronder ziet. Als alternatief kun je Tailscale ook op één apparaat in je netwerk installeren en dat apparaat als subnetrouter instellen, zodat je via dat ene systeem toegang hebt tot alle andere apparaten in je netwerk. In dat geval hoef je Tailscale niet op elk afzonderlijk apparaat te installeren. Meer uitleg over Tailscale vind je in dit artikel.

Met Tailscale kun je een privénetwerk voor je apparaten maken.

Eerste stappen

Ga naar https://tailscale.com en kies de optie Get started. Log in met een van de ondersteunde identiteitsproviders, bijvoorbeeld een standaard Google-account of een van de andere opties. Hierna wordt automatisch je Tailscale-netwerk, of kortweg tailnet, gemaakt. Dat is een soort privé-VPN-netwerkje waar jouw apparaten deel van uit gaan maken. Als je op een ander apparaat inlogt met datzelfde account, is het bereikbaar vanuit je andere apparaten in dit tailnet. Een gratis account ondersteunt tot drie gebruikers en honderd apparaten.

Log in bij Tailscale met bijvoorbeeld je Google-account.

Apparaten toevoegen

Het toevoegen van apparaten is eenvoudig. Het volstaat om de software te installeren en in te loggen met dezelfde identiteitsprovider. Om Tailscale bijvoorbeeld op een iPad te gebruiken, installeer je eerst de toepassing via de App Store. Hierbij wordt een VPN-configuratie voor je iPad gemaakt. Daarna log je in en zie je een lijst met apparaten in je privénetwerkje, waarbij je ook de namen af kunt lezen.

Op een iPad maakt Tailscale een VPN-profiel aan.

Tailscale op je NAS

Je kunt Tailscale ook op een NAS installeren. Bij Synology zoek je daarvoor in Package Center naar Tailscale. Bij QNAP kun je in App Center terecht. Installeer en open de toepassing. Er wordt gevraagd om in te loggen, waarbij je weer hetzelfde account als hiervoor gebruikt. Zet daarna de verbinding op via Connect. Als je nog een keer de Tailscale-app opent, kun je details zien over het bewuste apparaat, zoals het ip-adres en de hostnaam die je kunt gebruiken om verbinding te maken.

Tailscale is als pakket beschikbaar voor Synology en QNAP.

Wat is een Cloudflare-tunnel?

Bij een Cloudflare-tunnel installeer je op één systeem in je netwerk (bijvoorbeeld je NAS) een klein programma, dat van binnenuit een versleutelde verbinding opzet naar Cloudflare. Daarna kun je toepassingen individueel toevoegen die deze tunnel mogen gebruiken. Daarbij kun je elke toepassing een eigen subdomein geven, zoals nas.domein.nl voor je NAS. De tunnel laat geen netwerkprotocollen zoals SMB en NFS door en WebDAV is een uitdaging. Het is vooral bedoeld voor webverkeer. Je kunt incidenteel wel bijvoorbeeld DS File gebruiken, voor het browsen door je bestanden en kleine uploads of downloads.

Bij Cloudflare kun je gratis een tunnel opzetten voor toegang op afstand.

Domein registreren

Log in bij Cloudflare met een bestaand account of maak een nieuw gratis account. Registreer een domeinnaam via Add / Register a domain of voeg een bestaand domein toe via Add / Connect a domain. In dat laatste geval moet je de DNS-instellingen bij je huidige provider aanpassen, zodat de nameservers naar die van Cloudflare verwijzen. Afhankelijk van de extensie betaal je bij Cloudflare vanaf zo’n 6 dollar per jaar (circa 6 euro) per domein. Je kunt een domein eventueel direct voor meerdere jaren registreren of voor automatische verlenging kiezen. Betalen kan met creditcard of PayPal. In je dashboard vind je je domein terug onder Domain registration / Manage domains.

Registreer tegen lage kosten een domein bij Cloudflare.

Tunnel voorbereiden

Ga via het menu aan de linkerkant naar Zero Trust. Klik dan op Networks en kies Tunnels. Klik op Create a tunnel. Selecteer de optie Cloudflared. Geef je tunnel een naam. Vervolgens moet je een zogeheten connector installeren op één systeem in je netwerk om een tunnel te maken. Alle toepassingen die je straks via de Cloudflare-tunnel gaat publiceren, moeten bereikbaar zijn vanaf dat systeem. Dat is meestal alleen een probleem bij gescheiden netwerken of strikte firewallregels. Installeer Cloudflared volgens de instructies op een systeem dat altijd aanstaat. Dat kan een server of Raspberry Pi zijn, maar óók je NAS, zoals we hieronder toelichten. Hierna komt de tunnel automatisch online.

Maak een tunnel via de website van Cloudflare.

Tunnel op Synology-NAS

Voor de installatie op een NAS heeft Cloudflare geen instructies, maar de procedure is relatief eenvoudig. Kopieer de opdracht die je ziet bij bijvoorbeeld de Windows-installatie en plak deze in een editor. Je ziet hierin een lange string van 184 tekens die meest begint met eyJh…. Dat is de benodigde token. Om Cloudflared op een Synology-NAS te installeren open je Package Center. Ga naar Gemeenschap en kies Cloudflare Tunnel. Klik op Installeren. Nu wordt om de token gevraagd. Je hoeft geen geavanceerde opties te kiezen. Na het voltooien van de installatie is je tunnel klaar voor gebruik.

Vul de token in bij de installatie van de software op je Synology-NAS.

Tunnel bij QNAP

QNAP biedt geen softwarepakket, maar je kunt Cloudflare wel vrij eenvoudig via Docker configureren en starten. Het is het makkelijkst om met Docker Compose te werken. Installeer indien nodig Container Station en open het programma. Ga dan naar Toepassingen en klik op Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in, zoals cloudflared. Bij YAML-code vul je de onderstaande code in. Achter TUNNEL_TOKEN vul je uiteraard jouw token in. Klik dan op Maken om de tunnel te maken. Dit is de benodigde code:

version: "3"

services:

  cloudflared:

    image: cloudflare/cloudflared:latest

    container_name: cloudflared

    restart: unless-stopped

    network_mode: "host"

    command: tunnel run

    environment:

      - TUNNEL_TOKEN=eyJh...

Bij QNAP kun je Cloudflared het beste via Docker installeren.

Toepassing toevoegen

Je kunt nu elke toepassing via de tunnel beschikbaar maken met een uniek subdomein. Om zo’n zogeheten route aan te maken, ga je binnen Zero Trust naar Networks / Tunnels. Bij Status geeft het systeem als het goed is aan dat de tunnel gezond is. Open het menu (via de drie puntjes) en kies Configure. Ga dan naar het tabblad Published application routes. We nemen de webinterface van een NAS die lokaal bereikbaar is op https://10.0.10.200:5001. Bij Subdomain vul je bijvoorbeeld nas in. Bij Domain kies je een domein. Bij Type kiezen we HTTPS en bij URL vullen we 10.0.10.200:5001 in. Bij de optie HTTPS moet je oppassen. De NAS heeft in ons geval geen echt certificaat. Daarom is het belangrijk om onder Additional application settings / TLS de optie No TLS Verify aan te vinken. Cloudflare zal dan negeren dat het certificaat niet ondertekend is. Klik op Save. Er zal automatisch een DNS-record worden gemaakt en je kunt vrijwel direct op afstand je NAS benaderen.

We maken een route voor de NAS.

Extra beveiliging bij Cloudflare

Na het openstellen van een toepassing via een subdomein kan in feite iedereen die dat adres kent de toepassing benaderen, zoals de webinterface van je NAS. Of ze ook binnenkomen, hangt af van je beveiliging. Een NAS kun je zelf extra beveiligen, bijvoorbeeld met tweestapsverificatie. Maar je kunt toegang óók beperken via Cloudflare zelf. Je kunt bijvoorbeeld regelen dat alleen jij bij de tunnel mag, via een tijdelijke code die je per e-mail ontvangt, of door te verplichten dat je eerst moet inloggen met een specifiek Google-account.

▼ Volgende artikel
Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?
© jipen
Huis

Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?

Twijfel je tussen actieve en passieve luidsprekers? Het verschil zit in de versterker. In dit artikel leggen we uit wat de voor- en nadelen zijn, zodat je precies weet welk systeem het beste klinkt in jouw woonkamer. Geen gedoe, gewoon helder advies.

Als je op zoek bent naar beter geluid, vliegen de termen je om de oren. Het onderscheid tussen actief en passief is misschien wel de belangrijkste technische keuze die je moet maken, maar wordt vaak onnodig ingewikkeld gemaakt. Veel mensen denken dat het puur om geluidskwaliteit gaat, terwijl het vooral draait om gebruiksgemak en apparatuur. Na het lezen van dit stuk weet je precies of je voor alles-in-één gemak moet gaan of voor de vrijheid van losse componenten.

De kern: waar zit de krachtbron?

Het technische verschil is eigenlijk heel simpel: het draait allemaal om de locatie van de versterker. Een luidspreker kan namelijk geen geluid maken zonder stroom en aansturing.

Bij een actieve speaker is de versterker ingebouwd in de behuizing van de luidspreker zelf. Je herkent dat direct aan de achterkant: er zit een stroomkabel aan die het stopcontact in moet, en vaak knoppen voor volume of toonregeling. Je sluit je telefoon, pc of platenspeler direct aan op de speaker.

Bij een passieve speaker zit er géén elektronica in de kast die het geluid versterkt. De speaker heeft geen stekker voor het stopcontact, maar alleen aansluitingen voor luidsprekerdraad. Je hebt altijd een losse versterker of receiver nodig die het signaal krachtig genoeg maakt voordat het naar de speaker gaat. Een veelvoorkomend misverstand is dat 'passief' betekent dat ze slechter of zwakker zijn. Integendeel, de allerduurste hifi-systemen zijn bijna altijd passief.

©jipen

Wanneer is actief de slimste keuze?

Kies voor actief als je houdt van een opgeruimd huis en gebruiksgemak (dit soort speakers zijn meestal plug & play). Omdat de fabrikant de ingebouwde versterker helemaal heeft afgestemd op de luidspreker, ben je verzekerd van een goede match zonder dat je technisch inzicht nodig hebt. Dit is bij uitstek geschikt voor minimalisten die geen losse apparaten of een wirwar aan kabels in de woonkamer willen. Een soundbar is hier het bekendste voorbeeld van; dat is bijna altijd een actieve speaker. Ook voor een werkplek of gaming-setup op een bureau is dit de standaard, omdat je ze direct in je pc plugt zonder tussenkomst van een extra apparaat. Daarnaast zie je deze techniek terug in slimme multiroom-systemen met wifi of bluetooth (zoals die van Sonos), waarmee je direct vanaf je telefoon muziek streamt.

De beperking van alles-in-één

Het grote nadeel van actieve speakers is dat je vastzit aan het totaalpakket. Gaat de versterker in de speaker kapot? Dan doet je hele luidspreker het niet meer, ook al zijn de speaker-units zelf nog prima.

Daarnaast ben je minder flexibel in de toekomst. Bij passieve systemen kun je over vijf jaar besluiten om alleen een nieuwe versterker met de nieuwste streamingfuncties te kopen, terwijl je je geliefde speakers behoudt. Bij een actief systeem moet je bij veroudering van de software of aansluitingen vaak meteen de hele set vervangen. Daarnaast is het uitbreiden van een stereoset naar een volledige thuisbioscoop met actieve speakers vaak lastiger of beperkt tot één specifiek merk.

©Aboltin

Wanneer moet je absoluut niet voor actief kiezen?

Er zijn specifieke situaties waarin je een actief systeem beter links kunt laten liggen. Als je bijvoorbeeld al een prima werkende versterker of receiver hebt staan, is het zonde van je geld om actieve speakers te kopen. Je betaalt dan immers dubbel voor versterking die je niet gebruikt.

Ook als je speakers wilt wegwerken in het plafond of de muur is passief de enige logische route. Je wilt namelijk geen stroompunten bij elke inbouwspeaker aanleggen, en je kunt sowieso niet makkelijk bij de elektronica als er eenmaal iets stuk gaat.

Tot slot kun je in grote ruimtes, zoals een hal of showroom, beter met passief draad werken. Luidsprekerkabels zijn over lange afstanden veel makkelijker te trekken en te verlengen dan de combinatie van stroom- en signaalkabels bij actieve speakers.

Check je kabels en je kastruimte

Om de knoop door te hakken, kijk je eerst goed naar je eigen situatie. Heb je in je tv-meubel ruimte voor een los apparaat van ongeveer 44 cm breed (de standaardmaat voor receivers)? En vind je het leuk om zelf je set samen te stellen? Dan is passief jouw route naar topgeluid op maat.

Heb je daarentegen geen zin in gedoe, wil je met één afstandsbediening klaar zijn en heb je een hekel aan zichtbare apparatuur? Dan is een actief systeem of een actieve set boekenplank-speakers de moderne oplossing die je zoekt.

Kortom: eenvoud versus controle

Het verschil tussen actief en passief is een keuze tussen gemak en flexibiliteit. Actieve speakers bieden een alles-in-één oplossing: stekker erin en spelen, ideaal voor wie weinig ruimte of geduld heeft. Passieve speakers vereisen een losse versterker, maar geven je de vrijheid om je systeem oneindig aan te passen, te repareren en te upgraden. Kijk dus niet alleen naar het geluid, maar vooral naar hoeveel apparaten je in huis wilt halen.