ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Tips voor de aanschaf en installatie van uw surroundset. Sterk Geluid.

Surround geluid op de computer, wie wil dat nu niet? Veel heb je er niet voor nodig: een 5.1-geluidskaart, een surround luidsprekerset en software voor de weergave. Toch klinkt het eenvoudiger dan het is. Daarom vertellen we u precies aan de hand van twee nieuwe geluidskaarten waarop u moet letten bij de aanschaf én het aansluiten van een surroundset.

Gebruik je de pc alleen maar voor Office, dan is geluid niet zo belangrijk. Maar als je wel eens een filmpje kijkt of bijvoorbeeld aan geluids- of videobewerking doet, dan is een goede geluidsweergave van essentieel belang. Voor een surround geluid heb je in principe niet veel nodig: met een 5.1-geluidskaart, een surround luidsprekerset, eventueel een externe decoder en natuurlijk de juiste software bent u er al. Maar dan moet u alle onderdelen nog met elkaar verbinden, configureren en kalibreren. Juist dit onderdeel levert nog wel eens problemen op. Daarom bij deze: praktische tips voor de aanschaf, installatie en kalibratie van uw surroundset. Kabels Eenmaal de geluidskaart in de pc geïnstalleerd is het aansluiten van de kabels de eerste stap op weg naar surround geluid. Meestal krijgt u bij geluidskaarten en luidsprekersets de juiste kabels meegeleverd. Bij de geluidskaarten die in dit verhaal als voorbeeld dienen – de Creative Audigy 2 ZS Pro en Terratec Aureon Universe – verloopt het aansluiten zeer eenvoudig. We sluiten de analoge uitgangen op de geluidskaart aan op de subwoofer die ook de uitgangen heeft voor de verschillende luidsprekers. Lastiger wordt het als u luidsprekers hebt die niet passen bij de geluidskaart, of als u de geluidskaart wil doorlinken naar een externe decoder voor het decoderen van surround geluid. Dan is de kans groot dat de analoge aansluitingen van uw geluidskaart niet overeenkomen met de ingangen van de decoder, of dat de connectoren van uw luidsprekers niet passen op de ingangen van uw geluidskaart. Gelukkig biedt in zo'n geval de elektronicawinkel uitkomst: voor een paar euro kunt u zelf de door u gewenste kabels laten maken en het maakt hierbij niet uit welke connectoren u wilt gebruiken. Overigens is de kwaliteit van de meeste bijgeleverde kabels bij luidsprekersets en geluidskaarten niet al te best. Maar de vraag is of dit ook echt nodig is. Bedenk, voordat u honderden euro's uitgeeft aan professionele kabels, dat u waarschijnlijk het verschil in geluidskwaliteit niet zult kunnen horen. Want de ervaring leert dat goed geluid ook afhankelijk is van de gebruikte geluidskaart, receiver en luidsprekers. Externe decoder Vanzelfsprekend kan iedere surround kaart de dolby digital- of dts-signalen decoderen. Voor een nóg betere geluidskwaliteit kunt u ook een externe decoder inschakelen, zowel de Audigy 2 ZS pro als de Aureon Universe kunnen deze geluidssignalen doorsturen. Zeker als u een externe av-receiver of een goed actieve luidsprekerset met decoder hebt, is dit een prima oplossing. Om van een externe decoder gebruik te kunnen maken, moet u natuurlijk allereerst de geluidskaart met een optische of spdif-kabel vastknopen aan de externe decoder (zie ook het kader 'Spdif'). En u moet u aan de slag met zowel de software van de geluidskaart als de instellingen van de afspeelsoftware. Bij de Audigy 2 ZS Pro zien we dat Creative gebruik maakt van de term 'Spdif Passthrough' om aan te geven dat een externe decoder de signalen gaat decoderen. Om dit in te stellen moet u in het configuratiescherm de AudioHQ starten en kiezen voor Device Controls. Bij het tabblad Decoder kiest u voor spdif Passthrough. Ook de Aureon Universe van Terratec heeft een configuratiescherm waar u kunt aangeven dat het spdif -signaal moet worden doorgeven – alleen is het hier een stuk ingewikkelder. Behalve de keuze voor spdif moet u namelijk ook aangeven of het om een analoog signaal gaat of een 'Wave' en – ook belangrijk – dat het om non-audio materiaal gaat; er worden immers pakketjes data verstuurd. Als laatste moet u ook in de afspeelsoftware aangeven dat spdif wordt gebruikt: ga naar bijvoorbeeld WinDVD of PowerDVD en kies bij de 'Audio options' voor spdif in plaats van het aantal luidsprekers. Wilt u geluiden importeren op uw computer? Of via uw surround luidsprekerset een dvd in een externe speler beluisteren? Verbind dan met een optische of spdif-kabel de digitale uitgang van uw dvd-speler met de digitale ingang van uw geluidskaart. Zo kan de Creative Audigy kan overweg met AC-3 en dts geëncodeerde signalen. Hiervoor moet u wel bij de AudioHQ aangeven dat het om een 'Spdif -in decodering' gaat. De Terratec-kaart kan dit niet. Deze accepteert alleen ongecodeerde pcm-stereosignalen. In dit geval moet u in de set-up van uw dvd-speler aangeven dat de Dolby Digitale signalen moeten worden omgezet naar pcm. Kalibreren luidsprekers Als alles naar behoren is aangesloten kunt u beginnen met het afstellen van de luidsprekers. Bij surround geluid is het belangrijk dat de luidsprekers goed zijn opgesteld en dat u de afstanden weet van de toehoorder ten op zichte van iedere luidspreker. U moet het geluid namelijk zo instellen dat het precies op tijd bij de luisteraar komt, alleen op die manier ontstaat er een logisch geluidsbeeld. Let daarbij ook op dat iedere luidspreker de juiste hoeveelheid decibels produceert. Creative levert twee tools om alles zo precies mogelijk in te stellen: een eigen kalibratiesysteem en een THX Set-up Console. Bij de Terratec hebt u alleen de mogelijkheid de afzonderlijk luidsprekers harder of zachter te zetten, ieder vorm van kalibratie ontbreekt. Gelukkig kunt u op www.dolby.com gratis de zeer gedetailleerde handleidingen downloaden voor het op- en instellen van uw luidsprekerset. Dvd-audio Als alles goed is ingesteld kunt u gaan genieten van surround geluid. Nieuw is dat u met de laatste geluidskaarten ook kunt luisteren naar dvd-audio: hoogwaardig multikanaals geluid van 24-bit 96 kHz. Zowel de Audigy 2 als de Aureon Universe hebben decoders aan boord om dit signaal weer te geven. Het enige wat u dus nog nodig hebt is software die met deze 24 bit 96 kHz-signalen overweg kan. Creative levert hiervoor een dvd-audioplayer mee. De Terratec-kaart maakt gebruik van WinDVD voor het afspelen van dvd-audio. Helaas hoorden we met de meegeleverde WinDVD-versie alleen maar stereo geluid. Toch maar even de nieuwste versie van WinDVD geïnstalleerd en deze laat inderdaad wel alle zes geluidskanalen horen. Asio 2.0 compatible Behalve te luisteren naar dvd's en cd's met surround sound, kunt u ze ook zelf maken. Hiervoor is het wel belangrijk dat uw geluidskaart asio 2.0 (audio stream input output) ondersteunt. Pas dan kunt u geluiden versturen naar de afzonderlijke luidsprekers en deze tegelijkertijd beluisteren. De Audigy 2 en de Aureon Universe ondersteunen beide asio 2.0 en zijn dus geschikt voor het maken van surround geluid in bijvoorbeeld Première Pro, Cubasis VST en Nuendo. Gaat u hiermee aan de slag, dan zult u nóg meer gebruik maken van alle aansluitingen op uw geluidskaart. Gelukkig hebt u dan de installatie en kalibratie al achter de rug en begint surround geluid pas echt leuk te worden! Conclusie Het aansluiten van surroundset op de computer kan een hele klus zijn als u niet van tevoren goed hebt gekeken naar de connectoren van bestaande hardware in vergelijking met de nieuwe. U kunt een miskoop voorkomen door vooraf de installatiehandleidingen te downloaden bij de fabrikant en de aansluitmogelijkheden te controleren. Functioneert de hardware eenmaal naar behoren, dan is het tijd om de luidsprekers af te stellen. Levert uw geluidskaart hiervoor geen tools? Dan kunt u altijd terecht op www.dolby.com waar alles haarfijn wordt uitgelegd. Bent u daarnaast ook van plan zelf surround geluid te maken, let er dan op dat uw geluidskaart asio 2.0 ondersteunt. In het verhaal op pagina XX geven we u een overzicht van software waarmee u surround geluid kunt maken. De Creative Audigy 2 ZS Pro is één van de meest uitgebreide geluidskaarten van dit moment: geen gebrek aan software, ondersteuning van veel geluidsformaten en véél informatie. Creative Audigy 2 ZS Pro De meest uitgebreide geluidskaart van Creative Labs is de Audigy 2 ZS Pro. Deze kaart kan bijna ieder geluidsformaat aan, of het nu gaat om dolby digital (ex), dts (es), dts neo:6 of dvd-audio, het is geen enkel probleem. De Audigy 2 ZS Pro wordt geleverd met een break-out box die door een firewirekabel met de geluidskaart wordt verbonden. Op de geluidskaart zitten drie analoge uitgangen voor de 7.1 luidsprekers, bijvoorbeeld de Inspire T7700 set. Op de break-out module van de Audigy zitten drie analoge ingangen, een optische en spdif in- en uitgang, een aansluiting voor de koptelefoon en twee firewire-aansluitingen. Zoals gewoonlijk bij Creative krijgt u een berg aan software waaronder Cubasis VST 4.0 CE, Wavelab Lite 2.0 en FL Studio CE meegeleverd. Voor meer informatie: www.creative.com. Prijs: € 299,90 De Terratec Aureon Universe is een prima kaart voor surround geluid. De bijgeleverde software is echter minimaal. Terratec Aureon Universe 7.1 De nieuwste geluidskaart van Terratec speelt ook dolby digital- en dts-geluidssignalen af. Bij deze kaart ontbreken de mogelijkheden voor dolby digital ex, dts es en dts neo:6. De Aureon Universe wordt geleverd met een break-out box die u moet inbouwen. Op de geluidskaart kunt u bijvoorbeeld de Home Arena TXP 884 7.1 luidsprekerset aansluiten. Daarnaast beschikt de geluidskaart ook over een optische uitgang. De break-out module is uitgerust met één optische en één spdif in- en uitgang, twee analoge uitgangen, een microfoon ingang en een aansluiting voor een koptelefoon. Terratec levert weinig bruikbare software mee: een configuratiescherm voor het instellen van de geluidskaart, de applicatie WinDVD 5.0 voor het afspelen van dolby digital-, dts en dvd-audio en het pakket Sound Rescue voor het opschonen van geluidsbestanden. Voor meer informatie: www.terratec.com Prijs: € 229,00 Voor het doorsturen van Dolby Digital- en dts-signalen naar een externe decoder gebruikt Creative de instelling 'Spdif Passthrough'. Wat is spdif? Begin jaren tachtig werd door Sony en Philips een nieuwe transportstandaard ontwikkeld voor digitale geluidsformaten: spdif (Sony/Philips digital interface). De aanleiding hiervoor was de komst van de compact disc. Hiermee werd het wenselijk digitale signalen zolang mogelijk in hun digitale omgeving te houden om verlies door omzetting naar analoge signalen te voorkomen. Tegenwoordig zit de spdif-aansluiting op bijna alle dvd-spelers en av-receivers. Daarnaast wordt deze transportmethode ook in de computer gebruikt om digitale gegevens van cd-rom- of dvd-speler te versturen naar de geluidskaart. Het spdif -signaal kan overweg met ongecomprimeerde pcm-signalen (mono en stereo) en multikanaals geëncodeeerde signalen (dts, dolby digital, mpeg-audio). De ongecodeerde pcm-signalen kunnen een samplerate hebben van 96 kHz en bitlengte van 24. De specificatie van spdif (IEC60958) geeft echter aan dat de ondersteuning van analoge signalen ophoudt bij maximaal 48 kHz en 24 bit. Deze beperking van spdif is de reden dat fabrikanten hard op zoek zijn naar andere mogelijkheden om digitale informatie te transporteren. Pioneer heeft als eerste fabrikant een dvd-speler en av-receiver ontwikkeld waarbij de digitale gegevens via firewire worden overgezet. Deze snelle firewire-poort kan met gemak zes gescheiden analoge kanalen van 192 kHz 24 bit doorgeven. Dit is nodig omdat alleen op deze manier de signalen van dvd-audio en sacd kunnen worden doorgegeven zonder gebruik te maken van analoge aansluitingen. Wilt u dvd-audio beluisteren op de computer, dan kan dit bij alle geluidskaarten die dit ondersteunen, maar alleen via de analoge uitgangen op de geluidskaart. Digitale doorvoer Om een digitale doorvoer van de cd- of dvd-rom-speler naar de geluidskaart te maken kunt u een 2-polig kabeltje gebruiken. Maar er is een manier die betere kwaliteit oplevert. Het is namelijk ook mogelijk om digitale informatie te versturen via de ide-kabel. Deze techniek heet digital audio extraction en kan gebruikt worden bij alle versies van Windows 98 en hoger. Het enige dat u moet doen is deze optie inschakelen. Ga naar Eigenschappen van uw cd-rom-speler, kies het tabblad Eigenschappen en zet een vinkje bij 'Digitale cd-audio voor dit cd-rom-station inschakelen'. Beschikt u over een erg oude cd-rom speler, dan kan het zijn dat deze optie nog niet wordt ondersteund. Om uw signalen digitaal te kunnen doorsturen van de geluidskaart naar een externe luidsprekerset of receiver, kunt u (afhankelijk van uw geluidskaart) gebruik maken van een spdif -kabel of optische kabel (Toslink). De spdif-kabel is 75 Ohm en heeft twee rca-aansluitingen. De optische kabel werkt door middel van glasvezels. Spelen met surround geluid Alsof je in de bioscoop zit – dat is het grote voordeel van surround geluid. Maar ook bij het spelen van games of het beluisteren van muziek is surround sound niet meer weg te denken. Maar wist u dat u ook zelf – thuis achter uw pc – surround geluid kunt maken? De hedendaagse software beschikt over genoeg mogelijkheden om zelf goede mixen te maken, bijvoorbeeld om uw eigen geschoten videomateriaal te voorzien van begeleidende muziek. Hoe u dit het beste aan kunt pakken, leest u op pagina XX

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.
▼ Volgende artikel
Liebherr IRd 3900: waarom dit de favoriete inbouwkoelkast van 2025 is
Huis

Liebherr IRd 3900: waarom dit de favoriete inbouwkoelkast van 2025 is

Wat maakt een koelkast de allerbeste van het jaar? Niet een glanzende folder vol beloftes, maar de dagelijkse ervaringen van echte gebruikers. De Liebherr IRd 3900 is door consumenten van Kieskeurig.nl bekroond met de prestigieuze Best Reviewed van het Jaar-award 2025. Van de slimme EasyFresh-technologie tot het fluisterstille ontwerp en de praktische indeling: lees waarom dit model als de absolute favoriet uit de bus kwam en waarom gebruikers er zo enthousiast over zijn.

Partnerbijdrage - in samenwerking met Liebherr

Wie een inbouwkoelkast zoekt, heeft enorm veel keuze, maar één model wist het afgelopen jaar de harten van de Nederlandse consument echt te veroveren. Met zijn doordachte design, gebruiksvriendelijke bediening en bewezen betrouwbaarheid is de Liebherr IRd 3900 uitgeroepen tot Best Reviewed van het Jaar 2025. In dit artikel lees je wat deze inbouwkoelkast zo bijzonder maakt – en waarom gebruikers er zo lovend over zijn.

De stem van de consument: Best Reviewed 2025

De beste keuze volgens consumenten – dat is waar het bij Best Reviewed 2025 om draait. Want niets zegt zo veel als de ervaring van andere gebruikers. Jaarlijks delen duizenden consumenten hun eerlijke mening op Kieskeurig.nl. Hun reviews vormen de basis voor de Best Reviewed-awards. De producten die deze titel verdienen, hebben zich een heel jaar lang bewezen in de praktijk: ze blinken uit in kwaliteit, gebruiksgemak en klanttevredenheid. Absolute consumentenfavorieten dus – en in de categorie inbouwkoelkasten is de Liebherr IRd 3900 de winnaar geworden.

Van EasyFresh tot verstelbare indeling

De Liebherr IRd 3900 is een inbouwkoelkast die laat zien waarom het Duitse merk al jaren bekendstaat om betrouwbaarheid en technische vernieuwing. Deze koelkast combineert een strak, tijdloos design met praktische functies die het dagelijks leven makkelijker maken. Dankzij het EasyFresh-systeem blijven groenten en fruit langer vers: de ideale luchtvochtigheid in de lade voorkomt uitdroging en zorgt dat smaak en textuur behouden blijven. Dat maakt het apparaat niet alleen zuinig in gebruik, maar helpt ook voedsel langer goed te houden en verspilling te beperken.

©Liebherr

Wie de deur opent, merkt direct de doordachte indeling. Het interieur en de deurvakken zijn over de volledige hoogte verstelbaar, zodat je er moeiteloos alles in kwijt kunt wat koel moet blijven: of dat nu hoge flessen zijn of een brede ovenschotel. Fijn daarbij is dat de glazen draagplateaus tot wel 30 kg kunnen dragen. Daarbij zorgt de heldere LED-plafondverlichting voor een perfect overzicht, zelfs wanneer de koelkast vol is. De bediening verloopt via een intuïtief Touch-display, waarmee je supersnel de temperatuur of functies kunt aanpassen. Bovendien is de IRd 3900 voorbereid op SmartHome-toepassingen (accessoire). Liebherr biedt, na registratie, maar liefst 10 jaar garantie op dit model – dat doe je als merk natuurlijk alleen maar wanneer je helemaal overtuigd bent van je product.

©Liebherr

Waarom gebruikers enthousiast zijn

Die combinatie van slimme technologie en gebruiksgemak is ook precies wat consumenten zo waarderen. Uit tientallen reviews op Kieskeurig.nl blijkt dat gebruikers de IRd 3900 een uitzonderlijk hoge gemiddelde score van 9,1 geven. De koelkast wordt geroemd om zijn stille werking – "Dan zet je hem aan en hoor je nagenoeg niets! Heerlijk stille koelkast!" – en om de praktische indeling die volgens velen "fijn en flexibel" is. Ook wat betreft dagelijks gemak scoort de IRd 3900 hoog. "Door het digitale display makkelijk in te stellen naar de gewenste koeltemperatuur", zegt een van de reviewers. Een ander voegt daar nog aan toe: "Mooie heldere verlichting … Makkelijke display, goed zichtbaar en makkelijk te bedienen." Daarnaast valt op dat veel reviewers de energiezuinigheid en afwerking noemen als pluspunten: het apparaat voelt degelijk aan en doet precies wat het belooft.

©Liebherr

Een optelsom van kwaliteiten

De reden dat de Liebherr IRd 3900 de titel Best Reviewed van het Jaar 2025 heeft gewonnen, ligt dus in de optelsom van al deze kwaliteiten. Hij combineert gedegen techniek met praktische voordelen die in het dagelijks leven écht verschil maken. Of het nu gaat om de versheid van producten, het handige display of het overzichtelijke interieur: deze inbouwkoelkast weet consumenten te overtuigen in alles wat ertoe doet. En dat maakt de Liebherr IRd 3900 niet alleen een technisch sterk product, maar vooral een betrouwbare huisgenoot waar mensen jarenlang plezier van hebben.

Een eerlijk oordeel

Natuurlijk is geen enkel product perfect. Gebruikers op Kieskeurig.nl zijn ook kritisch: sommige kopers vinden de groente- en fruitlade aan de kleine kant of noemen dat er sneller condens kan ontstaan. Een paar mensen geven ook aan dat je even moet wennen aan het instellen via het display, en dat de montage van de deur wat meer aandacht vraagt. Tegelijk zie je waarom dat voor de meeste kopers geen struikelblok is. Ze benadrukken vooral hoe stil de koelkast is, hoe ruim hij aanvoelt en hoe makkelijk je de indeling aanpast aan wat je in huis haalt. Daardoor wegen die minpunten voor veel mensen niet op tegen wat je dagelijks merkt: rust in de keuken, goed overzicht en een indeling die je naar eigen wens kunt aanpassen.

Ontdek alle pluspunten van de Liebherr IRd 3900

Op Kieskeurig.nl