ID.nl logo
Sticks met USB 3.0
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Sticks met USB 3.0

Ongemerkt werken we allemaal met steeds grotere bestanden. Zo zorgde de overstap van SD-filmmateriaal naar HD-materiaal voor een flinke toename in bestandsomvang. Voor het meenemen van bestanden vertrouwen we ook in deze cloudtijd vaak nog steeds op het vertrouwde usb-stickje. De relatief lage snelheid van usb 2.0 begint echter irritant te worden bij grote bestanden. Brengt usb 3.0 de oplossing? Tijd om dat uit te vinden middels een test van 14 usb3.0-sticks.

Hoewel usb 3.0 steeds populairder wordt, zijn er nog maar weinig chipsets die usb 3.0 ingebouwd hebben. Enkel AMD ondersteunt usb 3.0 in sommige Fusion-chipsets voor bijvoorbeeld de Llano-processors. In topplatform FX hebben de chipsets dan weer geen ondersteuning voor usb 3.0. Intel heeft momenteel geen chipsets met ingebouwde usb 3.0. Toch worden in de praktijk vrijwel alle moederborden en nieuwe notebooks voorzien van usb 3.0. Deze mogelijkheid wordt dan verzorgd door een extra controllerchip van bijvoorbeeld Renesas (NEC).

De uitbreiding van de usb-standaard met usb 3.0 zorgt uiteraard ook weer voor een nieuw logo, zodat u op de verpakking kunt herkennen dat het om een usb3.0-product gaat. Ditmaal is de term SuperSpeed bedacht om aan te geven dat een usb-apparaat usb 3.0 ondersteunt. Ter herinnering: voor de maximale snelheid van usb 2.0 wordt de term Hi-Speed gebruikt. Usb3.0-producten zijn compatibel met usb 2.0, u kunt de sticks dus probleemloos op uw bestaande computers gebruiken. Uiteraard is de snelheid dan wel beperkt tot de snelheid van usb 2.0. Usb 3.0 heeft overigens een theoretische snelheid van 600 Mbyte/s. Dat is uiteraard niet haalbaar, maar we hopen toch wel snelheden van 100 Mbyte/s te zien bij usb3.0-sticks.

©PXimport

Aan dit logo herkent u usb3.0-producten.

Usb 3.0 op de behuizing

Steeds meer behuizingen beschikken over usb 3.0. Handig, want anders moet u uw usb-stick ergens aan de achterkant van uw pc aansluiten. Momenteel zijn er twee methodes om de usb3.0-poorten aan de voorkant van een behuizing aan te sluiten op uw moederbord. De eerste methode, die we vooral op oudere behuizingen met usb 3.0 aantreffen, is dat de poorten van de behuizing voorzien zijn van een kabel met een normale usb-stekker. De kabel wordt door een gat in de achterkant van de behuizing naar buiten geleid, u sluit hem vervolgens aan op de usb3.0-poort op de achterkant van uw moederbord. Bij de tweede methode wordt gebruikgemaakt van een zogenaamde headeraansluiting, een aansluiting die u op uw moederbord terugvindt. De kabels aan de usb3.0-poorten van uw behuizing zijn voorzien van de platte headeraansluiting. U prikt ze op uw moederbord, precies zoals we van usb2.0-poorten gewend waren. Er zijn overigens adapters om poorten van systeemkasten die de eerste methode gebruiken, om te zetten naar de tweede methode, wel zo netjes. Bij de meeste nieuwe notebooks is ook aan usb 3.0 gedacht en is er een blauw poortje te vinden.

Usb3.0-hub

Net als voor usb 2.0, komen er nu usb-hubs op de markt die om kunnen gaan met usb 3.0. Ze zijn wat duurder dan usb2.0-hubs, maar met een prijs van zo'n 35 euro voor een exemplaar met vier poortjes zijn ze nog wel betaalbaar. Een groter probleem is de verkrijgbaarheid, er zijn nog niet zo veel merken die een usb3.0-hub voeren, ze zijn dan ook nog lang niet overal te koop. Het is wellicht ook nog wat te vroeg voor een usb3.0-hub, want veel mensen zullen momenteel hooguit een of twee usb3.0-apparaten bezitten.

©PXimport

Er zijn usb3.0-hubs te koop, ze zijn meestal wel beperkt tot vier poorten.

Forse snelheidsverschillen

Ondanks dat alle geteste usb-sticks het label usb 3.0 dragen, zijn er toch snelheidsverschillen te zien. Bij het lezen zijn de sticks allemaal flink sneller dan usb2.0-sticks. Helaas kunnen we dit niet zeggen over de schrijfsnelheden. Het labeltje usb 3.0 zegt in de praktijk dan ook vooral: gemiddeld (lezen plus schrijven gedeeld door twee) sneller dan usb 2.0. Een lees- en schrijfsnelheid van 40 Mbyte/s is bijvoorbeeld al meer dan twee keer zo snel dan wat usb 2.0 in de praktijk brengt. Leuk, maar wie verwacht dat hij data kan verwerken met bijvoorbeeld 100 Mbyte/s komt bedrogen uit. Behalve een controller die overweg kan met usb 3.0, zijn er natuurlijk ook snellere flashchips nodig om die snelheid daadwerkelijk te kunnen gebruiken. In de tabel kunt u de snelheden zien die wij gemeten hebben, zodat u zelf kunt bepalen welke snelheid u nodig hebt en welk prijskaartje daaraan hangt. Uiteraard geldt natuurlijk: hoe sneller de stick, des te hoger de prijs. Net als bij SSD's geldt ook bij deze usb3.0-sticks dat dezelfde sticks met meer geheugencapaciteit een hogere schrijfsnelheid hebben, doordat er meer geheugenchips aanwezig zijn om parallel naartoe te schrijven. Wij vinden bij deze test de schrijfsnelheid belangrijker dan de leessnelheid, en de schrijfsnelheid bij grote bestanden belangrijker dan bij kleine bestanden.

©PXimport

Uw desktop kunt u uitbreiden met usb 3.0 via een insteekkaart.

©PXimport

Een notebook met een ExpressCard-slot kunt u ook voorzien van usb 3.0.

Nog geen usb 3.0?

Ook als uw systeem nog geen usb 3.0 heeft, kunt u profiteren van usb 3.0. U dient dan een usb3.0-uitbreidingskaartje aan te schaffen. Deze zijn over het algemeen uitgevoerd als PCI-E x1-insteekkaart. De uitbreidingskaarten kosten tussen de 15 en 25 euro. Feitelijk is er maar weinig verschil tussen kaarten van verschillende merken, ze gebruiken vrijwel allemaal dezelfde chip van Renesas (NEC). Wanneer uw notebook is voorzien van een ExpressCard-uitbreidingsslot, dan kunt u ook uw notebook voorzien van usb 3.0. Ook hierbij geldt dat over het algemeen dezelfde chip van Renesas gebruikt wordt. Toch zijn er bij ExpressCards wel belangrijke verschillen. Zo hangt het van het merk af hoe degelijk de poortjes op het kaartje gemonteerd zijn. Daarnaast hebben sommige usb3.0-ExpressCards een aparte ingang voor een spanningsadapter, zodat ook apparaten die net teveel energie verlangen (zoals externe harde schijven zonder eigen voeding) toch probleemloos werken. Een usb3.0-ExpressCard is te vinden vanaf zo'n 20 euro.

ADATA Nobility N005 16 & 64 GB

Bij de ADATA Nobility N005 is goed te zien dat meer capaciteit ook een hogere snelheid betekent. We testen de 16- en 64GB-variant. Qua lezen scheelt het niets, maar op het gebied van schrijven is de 64GB-uitvoering twee keer zo snel. De schrijfsnelheid met kleine bestanden is zelfs de hoogste uit de test, de gemiddelde schrijfsnelheid is de tweede in de test. Helaas is de leessnelheid met zo'n 85 Mbyte/s weer niet zo indrukwekkend. De 16GB-uitvoering is qua schrijven niet heel indrukwekkend, ADATA's goedkopere S102 doet het beter op dat vlak.

©PXimport

ADATA Nobility N005 16 GB & 64 GB

Straatprijs € 37,- (16 GB), € 90,- (64 GB)

Oordeel 7/10

Pluspunten

Snelle schrijfsnelheden bij kleine bestanden (64 GB)

Minpunten

Geen activiteits-led

Corsair Flash Voyager GT USB 3.0 64 GB

De Corsair Flash Voyager GT USB 3.0 ziet er stoer uit en is gemaakt van een rubberachtig materiaal. De stick is net wat duurder dan de ADATA Nobility N005, maar blijft daar qua schrijfsnelheden wat bij achter. Wel is het lezen van grote bestanden wat sneller, maar wij vinden schrijven toch net iets belangrijker.

©PXimport

Corsair Flash Voyager GT USB 3.0 64 GB

Straatprijs € 95,-

Oordeel 7/10

Pluspunten

Stevige rubberen

behuizing

Minpunten

Schrijfsnelheden blijven achter

ADATA S102 Superior Series 16 GB

De ADATA S120 Superior is sneller dan de iets duurdere 16GB-variant van de ADATA Nobility N005 en dus een betere keuze als u een stick met een capaciteit van 16 GB wilt. Bent u op zoek naar een stick met een indrukwekkende leessnelheid voor een goede prijs, dan is de ADATA S102 Superior in deze test de enige keuze. De stick krijgt dan ook het Redactie TIP-keurmerk.

©PXimport

ADATA S102 Superior Series 16 GB

Straatprijs € 25,-

Oordeel 7/10

Pluspunten

Erg snelle leessnelheden

Goedkoop

Minpunten

Schrijfsnelheid langzaam

Geen activiteits-led

Kingston DataTraveler HyperX 3.0 64 GB

De Kingston HyperX 3.0 64 GB is de duurste usb-stick uit deze test en draagt bovendien het merk HyperX dat Kingston reserveert voor zijn snelste producten. Dat belooft dus wat. Helaas heeft ook deze stick teleurstellende schrijfsnelheden. De usb-stick van Patriot heeft een hogere leessnelheid en hogere schrijfsnelheid voor grote bestanden, gekoppeld aan een lagere prijs. De stick van Kingston is zeker niet slecht, maar de Patriot Supersonic Magnum 64 GB is goedkoper en vinden wij beter.

©PXimport

Kingston Data Traveler HyperX 3.0 64 GB

Straatprijs € 135,-

Oordeel 8/10

Pluspunten

Leessnelheden

Schrijfsnelheid grote bestanden

Minpunten

Geen activiteits-led

Kingston DataTraveler Ultimate 3.0 G2 16 GB

De Kingston DataTraveler Ultimate is de duurste 16GB-stick die we getest hebben. Gelukkig scoort hij ook een stuk beter. Het verschil zit hem vooral in de schrijfsnelheid bij grote bestanden, dan is de Kingston namelijk twee keer zo snel als de ADATA S102 Superior Series. De rest van de snelheden zijn hetzelfde, de leessnelheid bij kleine bestanden is zelfs wat lager. Wilt u vooral grote bestanden schrijven, dan is dit best een leuke stick, maar hij is wel wat prijzig. Voor iets meer geld hebt u meer opslagruimte met de Patriot Supersonic 32 GB, die tevens een stukje beter presteert.

©PXimport

Kingston Data Traveler Ultimate 3.0 G2 16 GB

Straatprijs € 43,-

Oordeel 8/10

Pluspunten

Snelste 16GB-stick

Goede schrijfsnelheden

Minpunten

Prijzig

Patriot Supersonic Magnum 64 GB

De Patriot Supersonic Magnum is de stick met de hoogste opgegeven lees- en schrijfsnelheden. In onze benchmarks wordt dat voor het leesgedeelte ruimschoots bevestigd. Het schrijven van kleinere bestanden blijft helaas wel achter bij de beloofde 120 Mbyte/s en blijft steken op 15,38 Mbyte/s. Grote bestanden gaan met 55,3 Mbyte/s een stuk sneller, maar nog altijd niet met 120 Mbyte/s. Gekoppeld aan de erg hoge leessnelheden is dit de beste stick. We geven hem dan ook het keurmerk Best Getest.

©PXimport

Patriot Supersonic Magnum 64 GB

Straatprijs € 100,-

Oordeel 8/10

Pluspunten

Snelste leessnelheden

Snel schrijven bij grote bestanden

Minpunten

Geen activiteits-led

Patriot Supersonic 32 GB

De prestaties van de patriot Supersonic blijven achter bij de Supersonic Magnum, maar zijn nog steeds goed. Vooral de schrijfsnelheid bij grote bestanden is prima in orde. Ook de leessnelheden zijn goed, waardoor dit een leuke stick is. Van de drie geteste 32GB-sticks is dit onze favoriete stick, terwijl hij niet de duurste is.

©PXimport

Patriot Supersonic 32 GB

Straatprijs € 47,-

Oordeel 8/10

Pluspunten

Snelle leessnelheden

Snel schrijven bij grote bestanden

Minpunten

Geen

Team C101 8 GB

De Team C101 8 GB is de goedkoopste stick in de test en de schrijfprestaties zijn dan ook niet om over naar huis te schrijven. Ook de leessnelheid is met zo'n 51 Mbyte/s niet heel indrukwekkend, maar dit is dan ook een 8GB-uitvoering. Het is in elk geval een stuk sneller dan usb 2.0. Qua schrijven is hij met 13,63 Mbyte/s niet sneller dan usb 2.0. Overigens is deze 8GB-stick wel sneller dan het geteste 8GB-exemplaar van Transcend.

©PXimport

Team C101 8 GB

Straatprijs € 13,-

Oordeel 6/10

Pluspunten

Inschuifbaar, dus geen los dopje

Minpunten

Langzame leessnelheden

Langzame schrijfsnelheden

Team F108 16 GB

De leessnelheden van de Team F108 16 GB zijn hetzelfde als die van de eveneens geteste Team C101 8 GB en maken dus weinig indruk. De schrijfsnelheden zijn met zo'n 22 Mbyte/s wel een stuk beter en vergelijkbaar met de andere 16GB-sticks. Ten opzichte van die andere usb3.0-sticks met 16 GB vallen echter de slechte leessnelheden op. De ADATA S102 lijkt ons bijvoorbeeld een betere keus.

©PXimport

Team F108 16 GV

Straatprijs € 22,-

Oordeel6/10

Pluspunten

Schrijfsnelheden redelijk

Minpunten

Langzame leessnelheden

Transcend JetFlash 700 8, 16 & 32 GB

De 16- en 32GB-uitvoeringen van de Transcend JetFlash 700 hebben dezelfde opgegeven snelheden. In de praktijk scoren ze inderdaad ongeveer gelijk. Het 8GB-model is een stuk langzamer en dat blijkt ook uit de test. Op gebied van schrijven zijn de sticks niet erg rap en de ADATA S102 die ongeveer hetzelfde kost, heeft veel hogere leessnelheden.

©PXimport

Transcend JetFlash 700 8, 16 & 32 GB

Straatprijs € 16,- (8 GB), € 22,- (16 GB), € 38,- (32 GB)

Oordeel 6/10

Pluspunten

Laag geprijsd

Minpunten

Lage schrijfsnelheden

Verbatim Store'n'Go USB 3.0 32 GB

Met grote bestanden is de Store'n'Go USB 3.0 duidelijk sneller dan met kleine bestanden. De schrijfsnelheid met een bestand van 1 megabyte is slechts 16,34 Mbyte/s terwijl bij een bestand van 256 megabyte een prima snelheid van 44,7 Mbyte/s gehaald wordt. Ook de leessnelheid is met grote bestanden een stuk hoger. Handig is dat deze usb-stick geen los dopje, maar een inschuifbare connector heeft.

©PXimport

Verbatim Store'n'Go Usb 3.0

Straatprijs € 68,-

Oordeel 7/10

Pluspunten

Inschuifbaar, dus geen los dopje

Schrijfsnelheid grote bestanden

Minpunten

Geen activiteits-led

Conclusie

Wanneer u data wilt lezen, dan zijn de usb3.0-sticks merkbaar sneller dan hun usb2.0-tegenhangers. Qua leessnelheden steken twee sticks met kop en schouders boven de rest uit: de Kingston DataTraveler HyperX 3.0 64 GB en de Patriot Supersonic Magnum 64 GB. Helaas zijn het vooral de schrijfsnelheden die nooit echt indrukwekkend worden. Jammer, want juist dat schrijven zouden we graag wat sneller doen. Het is dan ook lastig om echte winnaars aan te wijzen. U kunt op basis van de tabel zelf bepalen wat voor u belangrijk is (lezen of schrijven gekoppeld aan kleine of grote bestanden). Toch willen we u onze favorieten niet onthouden.

Werkt u vooral met kleinere bestanden, dan is de ADATA Nobility N005 64 GB een interessante keuze. In de test met een bestand van 1 megabyte scoort deze stick een snelheid van 38,12 Mbyte/s. Helaas vallen de prestaties bij een testbestand van 256 megabyte met een schrijfsnelheid van 31,86 Mbyte/s weer wat tegen. Wie vooral met grotere bestanden werkt, kan kiezen uit de Patriot Supersonic Magnum 64 GB of de Kingston DataTraveler HyperX 3.0 64 GB. Kingston doet het dan wel wat beter met kleinere bestanden, maar Patriot biedt de hoogste leessnelheden in de test. Ook met grote bestanden is Patriot het beste. Uiteindelijk vinden we de Patriot Supersonic Magnum 64 GB de beste stick en belonen we deze daarom met het keurmerk Best Getest. Voor wie wat minder wil uitgeven, is ook Patriots Supersonic 32 GB een goede keus. Qua prijs-prestatieverhouding zijn we onder de indruk van de ADATA S102 Superior Series 16 GB. Voor ongeveer 27 euro krijgt u een stick met een erg hoge leessnelheid, terwijl de schrijfsnelheden vergelijkbaar zijn met andere gelijkgeprijsde sticks. Dit is dus onze Redactie TIP. Een goedkope usb-stick die zowel goede lees- als schrijfsnelheden biedt, zijn we in deze test helaas niet tegengekomen. Ook een stick die in alles de beste is, hebben we nog niet gevonden.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.