ID.nl logo
Screenshots maken met Greenshot
© Reshift Digital
Huis

Screenshots maken met Greenshot

Windows heeft net als macOS zijn eigen ingebouwde tools om schermafbeeldingen te maken. Wil je echter een extern programma om tot op de pixel nauwkeurig screenshots te maken, die gevoelige informatie in de afbeelding maskeert, en ook rechtstreeks kan uploaden naar allerlei toepassingen en webdiensten, dan is de allernieuwste versie van Greenshot een ijzersterke kandidaat.

Tip 01: Nieuw leven

Lange tijd is Greenshot de favoriet geweest van Windows-gebruikers die een veelzijdige, maar gratis screenshot-tool wilden. Omdat er sinds augustus 2017 geen officiële updates meer zijn geweest, bestempelde men Greenshot als een zogenoemde zombie-app, dat is software die door de ontwikkelaar verweesd wordt achtergelaten. Maar na een aantal jaar van verwaarlozing is Greenshot bezig met een comeback! Dit jaar alleen zijn er maar liefst zes nieuwe versies te vinden op www.getgreenshot.org/version-history. Ze zijn weliswaar nog niet definitief, maar wij gebruiken alvast de meest recente release zonder noemenswaardige problemen. We hebben versie 1.3.205-UNSTABLE.exe geïnstalleerd, omdat we de nieuwe experimentele functies willen uitproberen. We nemen het voor lief als het programma plots een keer zou afsluiten, iets wat tijdens onze test slechts één keer gebeurd is. Wie het toch liever bij de laatste stabiele versie houdt, kan steeds terecht op www.getgreenshot.org.

©PXimport

Tip 02: Componenten

Greenshot is een lichtgewicht programma, waar je tijdens de installatie de taalversie aanduidt. Daarnaast kun je een heleboel componenten installeren, zoals plug-ins voor Box, Flickr, Dropbox, Imgur, Microsoft Office. Deze plug-ins zorgen dat het mogelijk is om de schermafdrukken rechtstreeks naar online diensten te verzenden of in programma’s van derden zoals Office te openen. In dit voorbeeld hebben we alle componenten geïnstalleerd, wat neerkwam op slechts 32,6 MB opslagruimte. Weet je bijvoorbeeld zeker dat je nooit wilt exporteren naar Flickr, dan haal je het vinkje bij die plug-in weg. Je kunt ook ruimte winnen door selectief te werk te gaan bij het installeren van de taalpakketten, maar gezien de geringe ruimte die het inneemt, zouden wij ons er niet al te druk maken.

©PXimport

Ook voor Mac

De 1.2.19-versie voor macOS kost 1,99 euro. Waar Greenshot zich in de Windows-versie in het systeemvak nestelt, haal je de Mac-versie rechtsboven uit het hoofdmenu. Om Greenshot op de Mac te laten werken, moet je na de installatie in de Systeemvoorkeuren bij Beveiliging en privacy bij het onderdeel Privacy aanduiden dat Greenshot de inhoud van het scherm mag vastleggen. Hoewel je voor de macOS-versie minder dan de prijs van een biertje betaalt, heeft deze editie niet zoveel functies als het gratis Windows-broertje. De geïntegreerde editor van Greenshot heeft bijvoorbeeld veel minder uitvoermogelijkheden. Je kunt niet rechtstreeks wegschrijven naar Dropbox, of schermafbeeldingen bewaren in Word of PowerPoint. Daar komt bij dat de eigen ingebouwde screenshotmogelijkheden van macOS recent zijn verbeterd. De kans is dus klein dat Greenshot voor Mac even populair wordt als de Windows-versie.

©PXimport

Dankzij het vergrootglas hoef je achteraf geen storende randen te verwijderen

-

Tip 03: Uit het systeemvak

Waarschijnlijk ontvang je tijdens de installatie de melding dat de PrintScreen-toets van het toetsenbord reeds toegewezen is aan een ander programma. Om Greenshot via het toetsenbord te starten, heb je dus een andere sneltoets nodig (of zorgen dat het programma dat PrintScreen claimt een andere toets gebruikt). Alle sneltoetsen zullen we dadelijk instellen, maar je kunt ook probleemloos schermafdrukken maken zonder sneltoetsen. Wanneer je in het systeemvak op het Greenshot-pictogram klikt, kom je bij de vijf mogelijke schermafdrukken: Interactief kader, Laatste schermafdruk herhalen, Actief vensteropname, Volledige schermopname en Internet Explorer vensteropname. Greenshot ondersteunt geen uitgestelde schermafdrukken die je maakt op basis van een timer. In dit pop-upvenster zie je ook het menu Instellingen en een optie om vorige schermafdrukken te openen, om die daarna te bewerken met de editor van het programma.

©PXimport

Tip 04: Interactief kader

Een slimme tool om een zuivere schermafdruk te maken, is het zogenoemde Interactief kader. Hiermee trek je een blauw selectiekader over de inhoud op het scherm. Terwijl je sleept, verschijnen de hoogte- en de breedte-afmetingen in pixelwaarden van de selectie in beeld. Middenin de selectie zie je de resolutie. Bijzonder handig is het vergrootglas dat het begin- en eindpunt van de selectie volgt en waarmee je de selectie letterlijk tot op de pixel volgt. Op die manier hoef je achteraf niet met een beeldbewerker de storende randen verwijderen van een screenshot dat je een beetje slordig hebt genomen. Het best sleep je dus eerst met de muis een grove selectie over de zone die je wilt vastleggen en daarna gebruik je de pijltjestoetsen om met behulp van het vergrootglas de selectie tot op de pixel vast te leggen.

©PXimport

Met het toetsenbord

Voor wie het slepen en ondertussen het vergrootglas in de gaten houden te omslachtig werkt, is er nog een betere manier. Eerst bepaal je met het vergrootglas en de pijltjestoetsen het beginpunt van de selectie. Tevreden? Druk dan op Enter. Daarna breng je de muisaanwijzer naar de rechterbenedenhoek van het selectiekader en je bepaalt opnieuw met de pijltjestoetsen het eindpunt en je drukt opnieuw op Enter. En daar is de perfecte selectie. Om het vergrootglas even te laten verdwijnen zodat je het overzicht beter ziet, druk je op de Z-toets. Gebruik dezelfde toets om het vergrootglas opnieuw op te roepen.

©PXimport

De modus Actief vensteropname selecteert een venster zonder dat je handmatig de randen hoeft te zoeken

-

Tip 05: Actief of volledig?

Vanuit de modus Interactief kader schakel je naar de modus Actief vensteropname door op de Spatiebalk te drukken. Uiteraard is het ook mogelijk om deze opdracht vanuit het systeemvak te selecteren. Hiermee haal je een venster uit zijn achtergrond zonder dat je handmatig de randen van het venster hoeft te zoeken.

Er zijn twee manieren om een actief venster vast te leggen. De keuze maak je in het menu Instellingen op het tabblad Schermopname. Daar vind je de optie Actief vensteropname die twee opties heeft. Kies je Interactieve schermopname, dan zal Greenshot het vast te leggen gebied markeren en daarna kun je ofwel het volledige venster of een deelvenster selecteren zoals het werkvlak, een zijbalk of een knoppenbalk. Kies je in dit tabblad de optie Vensteropname, dan zal Greenshot het volledige venster netjes vastleggen. Het is ook mogelijk om een screenshot van het volledige bureaublad te maken met de opdracht Volledige schermopname.

Ten slotte kan Greenshot een opname maken van een webpagina die langer is dan de hoogte van het scherm. Dat werkt overigens uitsluitend in Internet Explorer. Andere browsers ondersteunen deze functie niet. We hopen dat er ooit wat modernere browsers worden toegevoegd, want Internet Explorer is wel héél oudbakken. De vijfde variant is Laatste schermopname herhalen, waarmee je gewoon dezelfde zone nog een keer vastlegt.

©PXimport

Contextmenu’s

Schermopnames van een contextmenu zijn vaak lastig te maken, omdat dit menu uit beeld verdwijnt wanneer je ergens met de muisaanwijzer klikt. Als je de optie Actief Venster gebruikt, zal het contextmenu verdwijnen. In Greenshot open je best het contextmenu, daarna activeer je het Interactief kader met de sneltoets en vervolgens maak je de schermafbeelding.

©PXimport

Tip 06: (Snelle) instellingen

Klik met de rechtermuisknop op het Greenshot-pictogram in het systeemvak en dan zie je dat de software twee opties heeft om bij de instellingen te komen. Eerst is de optie Snelle instellingen, die je tijdens het werken met dit programma gebruikt om bijvoorbeeld aan te duiden of je de muisaanwijzer in de schermopname wilt zien of om de locatie te bepalen waar de schermopnamen worden opgeslagen. Daaronder staat het menu Instellingen, die loop je best door voordat je het programma gebruikt. In het tabblad Algemeen selecteer je de programmataal en activeer je de optie om Greenshot samen met Windows te laten opstarten. Dit is ook het tabblad waar je de sneltoetsen vastlegt om een van de vijf verschillende soorten schermafbeeldingen te activeren. Hier geef je ook aan om de hoeveel dagen Greenshot naar updates moet zoeken. Voor wie er van houdt, is er in het tabblad Schermopname een optie om een cameraklik te laten horen bij iedere schermafdruk. In hetzelfde tabblad kun je de optie uitzetten waarbij je voor iedere schermafdruk ook nog een melding in het actiecentrum ontvangt.

©PXimport

De optie Bestemming interactief toont een menu met alle uitvoermogelijkheden

-

Tip 07: Opslaglocatie

In het tabblad Opslaan van het menu Instellingen bepaal je de standaardlocatie en de grafische indeling waarin je de bestanden wilt opslaan. Als je hier niets wijzigt, zal de tool de afbeeldingen op het bureaublad wegschrijven, maar door op de drie puntjes te klikken, selecteer je een andere map.

Onder Opslaglocatie bepaal je de manier hoe Greenshot het bestand automatisch zal noemen. De knop met het vraagteken leert hoe je gebruikmaakt van variabelen om de datum en het tijdstip aan de bestandsnaam toe te voegen. In het derde vak selecteer je de bestandsindeling. Je hebt de keuze uit bmp, gif, jpg, tif, greenshot, of ico. Als je bijvoorbeeld jpg kiest, dan moet je ook de compressiekwaliteit instellen. Compressie zorgt voor kleinere bestanden, maar daardoor vermindert ook de beeldkwaliteit. Hoe lager de compressie hoe beter de weergavekwaliteit. Je kunt aangeven dat het programma de gekozen instellingen moet blijven gebruiken totdat je ze verandert. Een andere mogelijkheid is dat je iedere keer de beeldkwaliteit moet kiezen als je het bestand opslaat. Ten slotte is er een optie om de kleuren tot 256 tinten te reduceren. Voor tif-, jpg- of png-bestanden zou dat jammer zijn, een gif bestaat sowieso uit 256 kleurtinten.

©PXimport

Tip 08: Bestemming

Het tabblad Bestemming bepaalt welke opties je te zien krijgt nadat je een schermafbeelding hebt gemaakt. Zet je hier een vinkje bij Direct opslaan (met standaardinstellingen), dan krijg je na een schermopname niets te zien. Iedere schermafbeelding zal automatisch terechtkomen in de map die je als opslaglocatie hebt gekozen in het tabblad Opslaan. Wil je na het maken van de schermafbeelding telkens beslissen waar je het bestand wilt opslaan, onder welke naam en in welk bestandsformaat, dan plaats je een vinkje bij Opslaan als. Dan is er ook de optie Bestemming interactief selecteren. Hierdoor krijg je een telkens een menu te zien met alle uitvoermogelijkheden die Greenshot ondersteunt en daar zijn enkele buitengewone opties bij.

©PXimport

Tip 09: Uitvoer-opties

Zo is het mogelijk om de schermafbeelding rechtstreeks naar een Office-toepassing te verzenden. Kies je bijvoorbeeld OneNote, PowerPoint of Word, dan zal het systeem een nieuw document in de gekozen applicatie maken en de schermafbeelding daarin plaatsen. Is er bijvoorbeeld al een PowerPoint-bestand geopend en je kiest deze applicatie als bestemming, dan zal Greenshot de schermafbeelding onmiddellijk in de geopende presentatie plakken. Je kunt ook uitvoeren naar het klembord, zodat je de gekopieerde afbeelding in ieder ander programma kunt plakken. Daarnaast is het mogelijk de afbeelding op Imgur, Dropbox, Flickr op te slaan of in MS Paint (of een ander bewerkingsprogramma als je dat hebt geïnstalleerd) te openen. Die laatste keuze lijkt ons overbodig, omdat Greenshot zelf ook een interessante editor ter beschikking geeft: Beeldbewerker.

©PXimport

Informatie zoals een inlognaam of ip-adres maak je onleesbaar met het Maskeergereedschap

-

Tip 10: Breedte en hoogte

De beeldbewerker van Greenshot is afgestemd op gebruikers die screenshots volgens bepaalde afspraken willen afleveren. In de bovenbalk vind je de vertrouwde functies om te kopiëren, knippen, plakken, en om handelingen ongedaan te maken of opnieuw uit te voeren. Daarnaast staan alle uitvoermogelijkheden. In de verticale gereedschapsbalk vind je tools om de afbeelding bij te snijden of om de afmetingen aan te passen. Veronderstel dat je afbeeldingen voor een webproject klaarmaakt die allemaal 600 pixels breed moeten zijn, dan kun je dat via de knop Grootte regelen.

©PXimport

Tip 11: Pijl, lijn en masker

Verder staan hier de tools om cirkels, rechthoeken, lijnen en pijlen op de schermafbeeldingen te tekenen en die werken allemaal volgens hetzelfde principe. Je bepaalt de lijnkleur, de lijndikte en waar eventueel de pijlpunt(en) moeten komen. Ten slotte beslis je of je een schaduweffect onder de markering wenst te zien. Als je met verschillende mensen aan een project werkt, kun je bijvoorbeeld afspreken dat alle pijlen en omlijningen in rood #99000 moeten staan, met een lijndikte van 3 pixels zonder schaduw.

In schermafbeeldingen staat soms gevoelige informatie zoals een gebruikersnaam of een ip-adres. Die kun je die onleesbaar maken met het Maskeergereedschap. Zet dan de lijndikte wel op 0. Hierdoor zal de geselecteerde zone met blokjes vervagen.

©PXimport

Tip 12: Teller en markeerstift

Wie een bepaalde werkomgeving met schermafbeeldingen wilt toelichten, plaatst daarvoor graag nummertjes naar allerlei knoppen en andere onderdelen. De editor van Greenshot heeft daarvoor de tool Teller. Je selecteert in de optiebalk eerst een achtergrondkleur en een lettergrootte. Vervolgens klik je op de plaatsen waar zo’n nummer moet komen. Bij de eerste klik verschijnt nummer 1 tegen een contrasterende cirkelvormige achtergrond, bij de tweede klik nummer 2 enzovoort …

Je kunt trouwens de grootte en vorm van het cirkeltje achter het nummer nog aanpassen. In de gereedschapsbalk zit ook een markeerstift om objecten in het oog te laten springen. Verder is het mogelijk om tekstkaders en tekstballonen op de schermafbeeldingen te plaatsen. Om nauwkeurig te werken, kun je uiteraard in- en uitzoomen op afbeeldingen. De knop Effecten zorgt dan weer voor een kadertje rond de volledige schermafbeelding of voor een rafelige rand. Al die mogelijkheden zorgen dat je achteraf geen externe editor meer nodig hebt.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.
▼ Volgende artikel
Liebherr IRd 3900: waarom dit de favoriete inbouwkoelkast van 2025 is
Huis

Liebherr IRd 3900: waarom dit de favoriete inbouwkoelkast van 2025 is

Wat maakt een koelkast de allerbeste van het jaar? Niet een glanzende folder vol beloftes, maar de dagelijkse ervaringen van echte gebruikers. De Liebherr IRd 3900 is door consumenten van Kieskeurig.nl bekroond met de prestigieuze Best Reviewed van het Jaar-award 2025. Van de slimme EasyFresh-technologie tot het fluisterstille ontwerp en de praktische indeling: lees waarom dit model als de absolute favoriet uit de bus kwam en waarom gebruikers er zo enthousiast over zijn.

Partnerbijdrage - in samenwerking met Liebherr

Wie een inbouwkoelkast zoekt, heeft enorm veel keuze, maar één model wist het afgelopen jaar de harten van de Nederlandse consument echt te veroveren. Met zijn doordachte design, gebruiksvriendelijke bediening en bewezen betrouwbaarheid is de Liebherr IRd 3900 uitgeroepen tot Best Reviewed van het Jaar 2025. In dit artikel lees je wat deze inbouwkoelkast zo bijzonder maakt – en waarom gebruikers er zo lovend over zijn.

De stem van de consument: Best Reviewed 2025

De beste keuze volgens consumenten – dat is waar het bij Best Reviewed 2025 om draait. Want niets zegt zo veel als de ervaring van andere gebruikers. Jaarlijks delen duizenden consumenten hun eerlijke mening op Kieskeurig.nl. Hun reviews vormen de basis voor de Best Reviewed-awards. De producten die deze titel verdienen, hebben zich een heel jaar lang bewezen in de praktijk: ze blinken uit in kwaliteit, gebruiksgemak en klanttevredenheid. Absolute consumentenfavorieten dus – en in de categorie inbouwkoelkasten is de Liebherr IRd 3900 de winnaar geworden.

Van EasyFresh tot verstelbare indeling

De Liebherr IRd 3900 is een inbouwkoelkast die laat zien waarom het Duitse merk al jaren bekendstaat om betrouwbaarheid en technische vernieuwing. Deze koelkast combineert een strak, tijdloos design met praktische functies die het dagelijks leven makkelijker maken. Dankzij het EasyFresh-systeem blijven groenten en fruit langer vers: de ideale luchtvochtigheid in de lade voorkomt uitdroging en zorgt dat smaak en textuur behouden blijven. Dat maakt het apparaat niet alleen zuinig in gebruik, maar helpt ook voedsel langer goed te houden en verspilling te beperken.

©Liebherr

Wie de deur opent, merkt direct de doordachte indeling. Het interieur en de deurvakken zijn over de volledige hoogte verstelbaar, zodat je er moeiteloos alles in kwijt kunt wat koel moet blijven: of dat nu hoge flessen zijn of een brede ovenschotel. Fijn daarbij is dat de glazen draagplateaus tot wel 30 kg kunnen dragen. Daarbij zorgt de heldere LED-plafondverlichting voor een perfect overzicht, zelfs wanneer de koelkast vol is. De bediening verloopt via een intuïtief Touch-display, waarmee je supersnel de temperatuur of functies kunt aanpassen. Bovendien is de IRd 3900 voorbereid op SmartHome-toepassingen (accessoire). Liebherr biedt, na registratie, maar liefst 10 jaar garantie op dit model – dat doe je als merk natuurlijk alleen maar wanneer je helemaal overtuigd bent van je product.

©Liebherr

Waarom gebruikers enthousiast zijn

Die combinatie van slimme technologie en gebruiksgemak is ook precies wat consumenten zo waarderen. Uit tientallen reviews op Kieskeurig.nl blijkt dat gebruikers de IRd 3900 een uitzonderlijk hoge gemiddelde score van 9,1 geven. De koelkast wordt geroemd om zijn stille werking – "Dan zet je hem aan en hoor je nagenoeg niets! Heerlijk stille koelkast!" – en om de praktische indeling die volgens velen "fijn en flexibel" is. Ook wat betreft dagelijks gemak scoort de IRd 3900 hoog. "Door het digitale display makkelijk in te stellen naar de gewenste koeltemperatuur", zegt een van de reviewers. Een ander voegt daar nog aan toe: "Mooie heldere verlichting … Makkelijke display, goed zichtbaar en makkelijk te bedienen." Daarnaast valt op dat veel reviewers de energiezuinigheid en afwerking noemen als pluspunten: het apparaat voelt degelijk aan en doet precies wat het belooft.

©Liebherr

Een optelsom van kwaliteiten

De reden dat de Liebherr IRd 3900 de titel Best Reviewed van het Jaar 2025 heeft gewonnen, ligt dus in de optelsom van al deze kwaliteiten. Hij combineert gedegen techniek met praktische voordelen die in het dagelijks leven écht verschil maken. Of het nu gaat om de versheid van producten, het handige display of het overzichtelijke interieur: deze inbouwkoelkast weet consumenten te overtuigen in alles wat ertoe doet. En dat maakt de Liebherr IRd 3900 niet alleen een technisch sterk product, maar vooral een betrouwbare huisgenoot waar mensen jarenlang plezier van hebben.

Een eerlijk oordeel

Natuurlijk is geen enkel product perfect. Gebruikers op Kieskeurig.nl zijn ook kritisch: sommige kopers vinden de groente- en fruitlade aan de kleine kant of noemen dat er sneller condens kan ontstaan. Een paar mensen geven ook aan dat je even moet wennen aan het instellen via het display, en dat de montage van de deur wat meer aandacht vraagt. Tegelijk zie je waarom dat voor de meeste kopers geen struikelblok is. Ze benadrukken vooral hoe stil de koelkast is, hoe ruim hij aanvoelt en hoe makkelijk je de indeling aanpast aan wat je in huis haalt. Daardoor wegen die minpunten voor veel mensen niet op tegen wat je dagelijks merkt: rust in de keuken, goed overzicht en een indeling die je naar eigen wens kunt aanpassen.

Ontdek alle pluspunten van de Liebherr IRd 3900

Op Kieskeurig.nl