ID.nl logo
Maak je eigen Google Home met een Raspberry Pi
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Maak je eigen Google Home met een Raspberry Pi

De Google Home is een draadloze slimme luidspreker die als je slimme assistent functioneert. Het apparaatje maakt gebruik van spraakherkenning om je opdrachten aan te nemen. Voorlopig is Google Home nog niet in Nederland verkrijgbaar, maar dan bouw je er toch zelf een? In dit artikel creëren we je eigen Google Home met een Raspberry Pi 3.

01 Benodigdheden

Het hart van je eigen slimme luidspreker is de Raspberry Pi 3. Daarop sluit je een luidspreker en een microfoon aan. De luidspreker prikken we in de analoge uitgang van de Pi. De geluidskwaliteit daarvan is niet geweldig, maar voor spraaksynthese is het voldoende. Een analoge ingang heeft de Pi niet, dus we sluiten een usb-microfoon aan. Nu hoef je alleen nog een voedingsadapter aan te sluiten, en je hebt een micro-sd-kaartje nodig om het besturingssysteem op te zetten. We maken gebruik van wifi, dus een ethernetkabel is niet nodig.

02 Raspbian installeren

Download Raspbian Jessie van de website van de Raspberry Pi. Pak het zip-bestand uit. Het img-bestand dat erin zit, moeten we nu naar een micro-sd-kaartje schrijven. Formatteer eerst het kaartje met het programma SD Card Formatter. Start daarna het programma Win32 Disk Imager. Kies de schijfletter van je micro-sd-kaart, selecteer het img-bestand van Raspbian en klik op Write om het besturingssysteem naar je kaart te schrijven. Let bij beide programma’s op dat je de juiste schijfletter kiest, want de inhoud van het kaartje wordt volledig overschreven!

©PXimport

03 Netwerk instellen

Steek het micro-sd-kaartje in je pc, waarna Windows de boot-partitie in de Verkenner opent. Klik op het menu Beeld en vink bij Huidige weergave de optie Bestandsnaamextensies aan. Rechtsklik daarna op een lege plaats in de partitie en klik op Nieuw / Tekstbestand en geef het bestand de naam ssh. Verwijder de extensie .txt. Maak op dezelfde manier een bestand wpa_supplicant.conf aan in de boot-partitie. Verzeker je ervan dat je bestand de extensie .conf heeft, en niet .txt. Open het bestand in Kladblok en voeg de configuratie voor je wifi-netwerk toe met regels network={, ssid="JouwESSID", psk="JouwWifiWachtwoord" en }. Sla het bestand op en haal de micro-sd-kaart uit de pc.

04 Basisconfiguratie

Zoek het ip-adres van je Pi op in de dhcp-leases van je router en log daarop in met het programma PuTTY. Voer als gebruikersnaam pi in en als wachtwoord raspberry. Update allereerst de pakketlijsten met de opdracht sudo apt update en upgrade daarna alle geïnstalleerde programma’s met sudo apt upgrade. Voer daarna het configuratieprogramma uit met sudo raspi-config. Wijzig je wachtwoord, zodat je Pi niet ongewild onderdeel gaat uitmaken van een botnet. En zet je tijdzone correct (in Localisation Options). Sluit het configuratieprogramma daarna af (Finish).

©PXimport

05 Google Cloud Platform

We willen onze Pi met de Google Assistant API laten werken. Open daarvoor eerst de Resource Manager van het Google Cloud Platform (log in met je Google-account) en klik op Project maken. Geef het project een naam (bijvoorbeeld Google Home Pi), bevestig dat je de servicevoorwaarden hebt gelezen en klik op Maken. Wanneer het project is aangemaakt, krijg je rechtsboven een melding. Klik op het icoontje en dan op de projectnaam, waarna je het dashboard van je project te zien krijgt.

Je eigen Amazon Echo

Ook de ontwikkelaars van Alexa, de voice-service in de Amazon Echo, hebben code online gezet waarmee je je eigen Echo bouwt. De code komt met stap-voor-stap-instructies om Alexa op je Raspberry Pi te installeren. Je installeert eerst Raspbian en daarna de samples voor de Alexa Voice Service, die gebruikmaken van Node.js, de Java Development Kit 8 en Maven. Ook voor dit project heb je een luidspreker en microfoon nodig.

06 Google Assistant API inschakelen

Klik nu links in het projectdashboard op API-beheer en daarna bovenaan op API inschakelen. Typ in het zoekveld assistant in en klik daarna op Google Assistant API, dat in de zoekresultaten verschijnt. Klik bovenaan op Inschakelen. Je hebt nog inloggegevens nodig om deze API te gebruiken. Klik daarom links op Inloggegevens en dan op het tabblad OAuth-toestemmingsscherm. Vul daar bij productnaam een naam in zoals Google Home Pi, laat de rest van de velden open en klik op Opslaan.

©PXimport

07 OAuth Client ID aanmaken

Klik nu in het tabblad Inloggegevens van het API-beheer op Inloggegevens maken en kies Client-ID OAuth. Kies als applicatietype Overige, geef het een naam en klik op Maken. Je krijgt nu een client-ID en clientgeheim te zien. Klik op OK en daarna op het downloadicoontje rechts van je client-ID. Download het programma pscp van dezelfde website als PuTTY (zie stap 4) en open daarna een opdrachtprompt. Voer de opdracht pscp padnaarjsonbestand pi@IPADRES: in met het juiste pad en ip-adres van je Pi om het bestand naar je Pi te kopiëren. Vergeet de : na het ip-adres niet. Voer het wachtwoord van je Pi in.

08 Audio testen

Nu de clouddiensten van Google die we in ons project gebruiken zijn geconfigureerd, is het tijd om aan de Pi te gaan knutselen. Ga terug naar het PuTTY-venster met de opdrachtprompt van je Pi of log opnieuw op je Pi in. Voer de opdracht speaker-test -t wav uit om een testgeluid af te spelen en druk op Ctrl+C om het afspelen te stoppen. Als je niets hoort, controleer dan of je luidspreker goed is aangesloten. Voer daarna de opdracht arecord --format=S16_LE --duration=5 --rate=16k --file-type=raw out.raw uit en spreek iets in de microfoon in. Controleer of het is opgenomen met aplay --format=S16_LE --rate=16k out.raw.

©PXimport

09 Audio configureren

Als er in de vorige stap iets is misgelopen, dan herkent Raspbian waarschijnlijk standaard (een van) je audioapparaten niet. Bekijk met arecord -l het kaart- en apparaatnummer van je microfoon. Doe hetzelfde voor je luidspreker met aplay -l. Maak daarna een nieuw configuratiebestand voor je audio aan met nano ~/.asoundrc met als inhoud de tekst in de afbeelding bij deze stap en vul de juiste kaart- en apparaatnummers in. Als je luidspreker bijvoorbeeld kaartnummer 1 en apparaatnummer 0 heeft, vul je in de sectie pcm.mic de regel pcm "hw:1,0" in. Sla het bestand op met Ctrl+O en sluit nano af met Ctrl+X. Test je audio daarna opnieuw.

10 Python-omgeving installeren

De code van Google is in de programmeertaal Python geschreven. Daarom installeren we Python 3 en een virtuele Python-omgeving om de code te isoleren van de rest van Raspbian met sudo apt install python3-dev python3-venv. Maak een virtuele omgeving aan met python3 -m venv env en voer env/bin/python -m pip install --upgrade pip setuptools uit en tot slot source env/bin/activate om de virtuele omgeving te activeren.

11 Google Assistant SDK installeren

Installeer de Google Assistant SDK en autorisatietool in de Python-omgeving met python -m pip install --upgrade google-assistant-library google-auth-oauthlib[tool]. Open nu de pagina Activiteitsopties en controleer of Web- en app-activiteit, Apparaatgegevens en Spraak- en audioactiviteit zijn ingeschakeld. Sta daarna de Google Assistant SDK toe om voor je Google-account Assistant-aanvragen te doen. Dat gebeurt met de opdracht google-oauthlib-tool --client-secrets padnaarjsonbestand --scope https://www.googleapis.com/auth/assistant-sdk-prototype --save --headless, waarbij je de naam van het json-bestand invult dat je eerder naar je Pi hebt gekopieerd. Bezoek de url die je te zien krijgt, sta daar de toegang toe en voer de autorisatiecode die je te zien krijgt in de opdrachtregel in.

©PXimport

12 Demo uittesten

Start de demo van de Google Assistant SDK met google-assistant-demo en stel een vraag. Dat doe je in het Engels, door “Ok Google” of “Hey Google” te zeggen en daarna je vraag te stellen. Stel bijvoorbeeld de vraag “What time is it?”, “How’s the weather?” of “Show me a Thai restaurant”. Google kent je locatie en geeft dan ook heel accuraat antwoord op die vragen. Ondertussen krijg je in het terminalvenster van je Pi een transcriptie te zien van wat het programma van je stem verstaat. Je sluit de demo af met Ctrl+C.

13 IFTTT integreren

Standaard kan Google Assistant op je Pi al heel wat, maar het is ook mogelijk om zelf opdrachten toe te voegen. Bekijk daarvoor de pagina Next Steps in de documentatie van de API. Een eenvoudige manier om je Google-assistent uit te breiden is met IFTTT. Zorg dat je op IFTTT inlogt met hetzelfde Google-account als je voor Google Assistant API gebruikt. Bezoek dan het Google Assistant-kanaal op IFTTT en klik op Connect. Sta IFTTT toegang tot Google Assistant toe.

14 IFTTT-applets inschakelen

Bekijk eens de applets (vroeger ‘recepten’ genoemd) in het Google Assistant-kanaal van IFTTT en probeer er een paar uit. Zo is er een applet om het volgende uur in je Google Agenda te blokkeren, om je Nest-thermostaat in te stellen, om de kleur van je Philips Hue-verlichting te veranderen, om taken aan een lijst toe te voegen die je assistent op het einde van de dag naar je e-mailt en nog vele andere. Op deze manier verbind je je eigen Google-assistent met alle mogelijke internetdiensten en slimme apparatuur.

©PXimport

15 Google Assistant automatisch starten

Open het opstartbestand van Raspbian voor loginsessies met sudo nano /etc/profile. Ga naar het einde van het bestand. Voeg daar de regel /home/pi/google-assistant.sh toe. Sla het bestand op met Ctrl+O en sluit nano af met Ctrl+X. Creëer daarna een nieuw bestand met nano /home/pi/google-assistant.sh met daarin de regels #!/bin/bash, source /home/pi/env/bin/activate en sudo -u pi /home/pi/env/bin/google-assistant-demo &. Sla weer op met Ctrl+O en sluit af met Ctrl+X. Maak het uitvoerbaar met chmod +x /home/pi/google-assistant.sh/. Herstart je Pi met sudo reboot en controleer na een tijdje of de Google Assistant draait door een vraag te stellen.

16 Actions on Google

Wil je nog ingewikkeldere zaken doen met je Google-assistent, bekijk dan Actions on Google. Met deze API breid je Google Assistant uit met je eigen apps. Met deze apps bied je een ‘conversationele interface’, waarbij je kunt laten reageren op je vragen met antwoorden of willekeurige acties. Een soort ‘IFTTT on steroids’ dus, voor pro’s.

Een spraakassistent zonder pottenkijkers

Google en Amazon proberen van hun spraakgestuurde apparaten Home en Echo een centraal punt te maken waarmee je alle apparaten in je huis aanstuurt en al je online zaken regelt. Maar deze bedrijven hebben het niet zo op privacy … Voel je je er goed bij dat zij hun oren altijd open hebben midden in je huis? Niet? Gelukkig is er een opensource alternatief, waarmee je een onafhankelijke spraakassistent opzet: Jasper. Hier vind je hoe je met Jasper een spraakassistent maakt die je privacy respecteert.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.