ID.nl logo
Zekerheid & gemak

HDMI-verschillen: Alles wat je over de kabels wil weten

Ze lijken allemaal op elkaar, maar de ene hdmi-kabel is de andere niet. Door de jaren heen zijn standaarden doorontwikkeld om ruimte te bieden voor nieuwe beeldtechnieken, zoals 4K en HDR. Lees hier alles over de hdmi-verschillen.

Hdmi (High-Definition Multimedia Interface) is een aansluiting voor ongecomprimeerde digitale audio- en videosignalen. Ten opzichte van eerdere analoge beeldaansluitingen is het grote voordeel voor de consument dat zowel beeld als geluid door één stekker gaan.

De eerste hd(-ready)-televisies gebruikten het uit de computerindustrie afkomstige dvi als digitale beeldingang. Dat vonden Hitachi, Panasonic, Philips, Silicon Image, Sony, Thomson, RCA en Toshiba niet heel handig en daarom bedachten ze in 2002 dat er een digitale aansluiting moest komen die speciaal bedoeld was voor digitale video- én audiosignalen. Deze digitale aansluiting moest wel compatibel blijven met dvi waardoor je met goedkope verloopstekkers hdmi-apparaten op een dvi-scherm en vice versa kunt aansluiten.

Digitaal signaal

Hdmi is een seriële digitale interface die gebruikmaakt van tmds (Transition Minimized Differential Signaling), een combinatie van twee technieken om de signaaloverdracht zo goed mogelijk te borgen. Voor het overbrengen van de video- en audiosignalen worden drie datakanalen en één klokkanaal gebruikt.

Ieder kanaal gebruikt twee pinnen waarvan de aderparen in de hdmi-kabel zijn uitgevoerd als twisted pair. Het signaal wordt eenmaal normaal en eenmaal geïnverteerd verstuurd. Hierdoor kunnen de verschillen tussen beide signalen bepaald worden en kunnen storingen worden gefilterd. Daarnaast maken de datasignalen gebruik van 10bit-karakters die zo gecodeerd zijn dat de afwisseling tussen nullen en enen zo klein mogelijk is en de invloed van storingen wordt beperkt.

10-bit of 8-bit?

Er worden drie soorten datapakketjes verstuurd die Video Data Period (beeldsignaal), Data Island Period (onder andere audio) en Control Period genoemd worden. De Control Period wordt gebruikt als onderscheid tussen de Video Data en Data Island Periods. Hoewel er 10bit-karakters worden verstuurd wordt er voor de beelddata ‘gewoon’ gebruikgemaakt van 8bit-karakters. Die worden omgezet naar 10bit-karakters (8b/10b-encoding). Ieder tmds-datakanaal wordt gebruikt voor de informatie van een subpixel (rood, groen en blauw).

Bij een standaardbeeldsignaal wordt de normale 8bit-informatie per subpixel verstuurd. Bij deep color waarbij 10, 12 of 16 bit per subpixel noodzakelijk zijn, wordt de informatie nog steeds als 10bit-karakters verstuurd. De tmds-klokfrequentie wordt dan verhoogd om alle informatie op tijd te versturen. Voor de Data Island Period wordt 4 bit omgezet naar 10 bit (4b/10b-encoding) terwijl bij de Control Period 2 bit wordt omgezet naar 10 bit (2b/10b-encoding).

Via aparte pinnen vindt er via het display data channel (ddc) communicatie tussen de bron en ontvanger plaats over de ondersteunde video- en audioformaten. Ook hdcp maakt gebruik van ddc.

Verschil dure en goedkope hdmi-kabel?

Verkopers van dure hdmi-kabels beloven een scherper beeld met betere kleuren, maar dat is gezien het digitale karakter van hdmi niet mogelijk. Eigenlijk zijn er twee situaties: een kabel werkt wel of niet. Werkt een kabel niet, dan zul je dit direct merken doordat je geen signaal of blokjes krijgt. Natuurlijk kan een duurdere kabel fysiek wel beter in elkaar zitten.

Let er op dat niet iedere kabel hetzelfde is. Er zijn twee soorten kabels: standard speed en high speed dat oorspronkelijk ontworpen is voor hdmi 1.3. Beide kabels zijn verkrijgbaar met en zonder ondersteuning voor ethernet. Via het hdmi-ethernetkanaal kan het ethernetsignaal van je televisie bijvoorbeeld doorgegeven worden naar je surroundreceiver.

Dure hdmi-kabels beloven beter beeld, maar zo werkt het niet

-

Toch zitten er wel verschillen tussen verschillende hdmi-kabels, waar je op moet letten als je bijvoorbeeld een nieuwe 4K-tv met hdr-ondersteuning hebt gekocht. Zo ontwikkelde de kabel zich door de jaren heen:

2002 hdmi 1.0 4,95 Gbit/s voor maximaal 1080p/60Hz en 8 audiokanalen

2004 hdmi 1.1 Toevoeging dvd-audio

2005 hdmi 1.2 Toevoeging One Bit Audio, verbetering ondersteuning pc

2006 hdmi 1.3 10,2 Gbit/s voor ondersteuning deep-color, Dolby TrueHD en dts-hd

2009 hdmi 1.4 Ondersteuning 4K/24/25/30Hz, hec, arc, 3D

2013 hdmi 2.0 18 Gbit/s voor 4K/60Hz, 32 audiokanalen

2015 hdmi 2.0a Hdr

2016 hdmi 2.0b Uitbreiding Hdr

2017 hdmi 2.1 48 Gbit/s voor maximaal 10K/120Hz, dynamische hdr, eArc

ARC, Cerc en Hdcp

Dan nog even wat verschillende begrippen, die vaak in één adem met hdmi worden genoemd.

ARC: Arc (audio return channel) houdt in dat geluid vanuit de televisie naar een (surround)receiver over dezelfde hdmi-kabel terug gaat als de kabel die gebruikt wordt voor het beeld. Je hoeft zo maar één hdmi-kabel tussen je hd-televisie en surroundreceiver aan te sluiten.

Cec: Dankzij cec (Consumer Electronics Control) kunnen commando’s worden doorgeven aan via hdmi verbonden apparaten als blu-ray-spelers, televisieontvangers en mediaspelers. Zo kun je met de afstandsbediening van je televisie ook je andere apparatuur bedienen. Samsung noemt cec Anynet+, Sony noemt het Bravia Sync/Link, Philips Easylink en LG heeft het over SimpLink.

Hdcp: Hdmi-signalen zijn beveiligd met hdcp (High-bandwidth Digital Content Protection), een door Intel ontwikkelde digitale kopieerbeveiliging. De data zijn door het afspeelapparaat versleuteld en worden alleen weergegeven wanneer dat weergaveapparaat een geldige hdcp-licentie heeft. Daarnaast werkt de kopieerbeveiliging op basis van een lijst met toegestane apparaten. Hdcp is overigens gekraakt en er zijn apparaatjes die het hdcp-signaal kunnen verwijderen.

Nieuwe ontwikkelingen

Met onder andere ondersteuning voor 4K met een verversingssnelheid van 60 Hz, hdr, 3D en 32 audiokanalen kan hdmi 2.0b al meer dan veel mensen nodig hebben. Toch gaan de ontwikkelingen met hdmi 2.1 door. Het belangrijkste verschil is dat de maximale doorvoersnelheid verhoogd is van 10,2 naar 48 Gbit/s. Dit wordt gedaan door tmds uit te breiden van drie naar vier kanalen.

Er worden echter geen pinnen toegevoegd en het kloksignaal wordt daarom in de datakanalen verwerkt. Ook wordt er gewerkt met 18bit-karakters die 16 bit aan data bevatten (16b/18b-encoding) om in dezelfde tijd meer data te versturen. Hierdoor is er ondersteuning voor 4K, 8K en zelfs 10K met een maximale verversingssnelheid van 120 Hz. Ook nieuw is de toevoeging van Game Mode VRR die een variabele verversingssnelheid mogelijk maakt om ‘tearing’ te voorkomen.

Soortgelijke technieken kennen we al van de pc in de vorm van adaptive sync, AMD’s FreeSync en Nvidia’s G Sync. Om deze hoge resoluties en verversingssnelheden te gebruiken, is voor het eerst sinds hdmi 1.3 een nieuwe kabel nodig. Qua aansluiting is de nieuwe kabel overigens geheel compatibel met de al bestaande hdmi-apparatuur.

Ook arc krijgt tot slot een update in de vorm van eARC die meer geluidsformaten ondersteund, inclusief object-gebaseerde audio als Dolby Atmos. Kortom: ook na 15 jaar is hdmi nog springlevend.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos