ID.nl logo
E-bike kopen? Hier moet je op letten
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

E-bike kopen? Hier moet je op letten

In steeds meer dagelijkse producten zien we geavanceerde technologie terug. Zo ook in e-bikes. De elektrische fietsen zijn niet meer uit het straatbeeld weg te denken en tegenwoordig zijn er ontzettend veel verschillende soorten op de markt. In dit artikel doen we een uitstapje binnen de moderne technologie, maar buiten de ‘ouderwetse’ computerwereld.

Wist je dat er enorme kwaliteitsverschillen zitten in de accu's van elektrische fietsen? En dat het ook nog uitmaakt hoe en hoe vaak je hem oplaadt? Computer!Totaal voert samen met Kieskeurig.nl en BesteProduct.nl een grote accutest uit. Houd de komende tijd de website in de gaten voor de resultaten!

Tip 01: Doel

Net als bij zoveel tech-producten begint je zoektocht met je af te vragen waar je het voor wilt gebruiken. Er is nogal een verschil of je alleen af en toe wat trapondersteuning nodig hebt van je fiets of dat je met 45 kilometer per uur door de provincie wilt zoeven. En waar ga je met je e-bike voornamelijk rijden? Is dat in de stad of wil je ook in de bossen kunnen crossen met je elektrische tweewieler. Een heel belangrijke vraag is ook hoelang je wilt kunnen rijden aan één stuk, met andere woorden: hoe ver de actieradius van de interne accu moet zijn. Veel e-bikes hebben bovendien veel slimme functies die je met je smartphone kunt uitlezen of zelfs bedienen, maar je moet je afvragen of dit interessant voor jou is.

En hoe zit het met fietskarren of andere accessoires? Ben je van plan om bijvoorbeeld je (klein)kinderen elke dag naar school te brengen of ze eens in een fietskar te zetten, dan is het slim om te kijken naar een elektrische fiets waar je een aanhanger-adapter aan kunt zetten. Kortom, veel vragen. Hopelijk lossen we een paar voor je op in deze checklist.

©PXimport

Tip 02: E-bike of Pedelec?

Er zijn heel veel verschillende soorten e-bikes en deze zijn niet gemakkelijk in twee of drie categorieën onder te verdelen. Veel e-bikes hebben namelijk eigenschappen van verschillende types en zou je dus in meerdere categorieën kunnen plaatsen. Puristen hebben het overigens over pedelecs (Pedal Assisted Electrical Bikes) of de iets minder sexy naam: elektrische fiets met trapondersteuning. Dat is namelijk volgens de wet belangrijk om een e-bike als normale fiets in het verkeer te kunnen gebruiken: meetrappen is nodig om vooruit te komen. Is dit niet het geval, dan hebben we het over een power-on-demand-fiets. Deze wordt gelijkgesteld aan een bromfiets en moet dus ook een kentekenplaat hebben. In dit artikel laten we deze puristische terminologie echter achterwege en hebben het gewoon over e-bikes.

Terug naar de onderverdeling. Als eerste zijn er de stadsfietsen oftewel city commuters. Deze e-bikes zijn bedoeld om je comfortabel van A naar B te brengen in de stad, ze zijn dan ook ideaal om van huis naar werk te rijden. De actieradius hoeft niet erg groot te zijn en je hoeft er niet mee in onherbergzaam gebied te rijden. Een elektrische stadsfiets kan er sportief uitzien, maar heeft ook steeds meer een klassiek uiterlijk. Voor offroad-functies heb je de elektrische mountainbikes of ATB e-bikes. Deze hebben bredere banden en een betere vering. Bij deze fietsen heb je meestal meer keuze wat betreft remmen, versnellingen en de derailleur. En dan zijn er nog speed pedelecs of high speed e-bikes. Deze kunnen tot 45 kilometer per uur rijden en zijn dus volgens de wet bromfietsen. Je kunt zelf een beetje meetrappen als je wilt.

©PXimport

Volgens de wet moet je bij een e-bike meetrappen om vooruit te komen

-

Tip 03: Motor

Elke elektrische fiets heeft een motor. Logisch, want anders zou het apparaat geen trapondersteuning kunnen bieden. Er is wel een verschil in de plek waar de motor zich bevindt. Eigenlijk zijn er maar twee opties: een (achter)wiel-motor of een midden-motor. De wiel-motor heet ook wel ‘hub motor’ en vind je precies in het midden van één van de twee wielen, vaak in het achterwiel. Er zijn echter ook modellen waar de hub motor in het voorwiel is geplaatst voor een betere gewichtsverdeling, zeker als de accu zich op de bagagedrager bevindt. Het grote voordeel van een hub motor is dat je er relatief weinig onderhoud aan hebt: alle onderdelen zitten in de motor verwerkt. Een midden-motor is vaak iets kleiner omdat deze in het frame weggewerkt moet worden en niet in de weg van de pedalen mag zitten. Daardoor zijn e-bikes met midden-motoren vaak wat prijziger. Midden-motoren hebben wel het voordeel dat trapkrachtsensoren (hierover later meer) beter werken omdat ze de motorkracht direct bij de pedalen kunnen meten.

©PXimport

Tip 04: Accu

Nadat je voor een bepaald type motor hebt gekozen, is het tijd om na te denken over de accu van je nieuwe elektrische fiets. De accu bepaalt namelijk hoe ver je kunt fietsen en er zit veel verschil in het vermogen van verschillende accu’s. Sommige accu’s moet je elke dag opladen, andere maar een paar keer per week. Ook de manier van opladen verschilt, sommige kun je van de fiets nemen en binnenshuis opladen, andere zitten in de fiets verwerkt en dit betekent dat je hele fiets bij een stopcontact moet staan om hem op te laden. Elke accu verliest bovendien bij elke oplaadbeurt een beetje aan vermogen en moet op een gegeven moment worden omgeruild. Het is dus handig om vooraf te informeren hoelang een accu meegaat en hoe duur een nieuwe accu kost. Een lithium-ion accu die in een e-bike wordt gebruikt, kan gemiddeld zo’n 800 volledige laadcycli doorlopen. Een snelle rekensom betekent dit dat als je je fiets elke dag gebruikt en ’s avonds oplaadt, je na drie tot vier jaar een nieuwe accu nodig hebt. Let op, het gaat hier om complete laadcycli. Als je af en toe je accu even bijlaadt, dan behalen sommige accu’s wel 1500 tot 2000 halve cycli. Hoelang je erover doet om de accu op te laden, ligt aan de fabrikant, de kwaliteit en het vermogen. Vaak ligt die tijd ergens tussen de twee en zes uur.

©PXimport

Sommige accu’s kun je van de fiets halen en opladen, andere zitten in de fiets verwerkt

-

Tip 05: Actieradius

Hoe ver wil je met een e-bike op één lading kunnen rijden? Als je een e-bike voornamelijk gebruikt om dagelijks tien tot twintig kilometer naar en van je werk te fietsen, dan hoef je je geen zorgen te maken om het vermogen van de accu. Zelfs de kleinste accu in een e-bike krijgt dit voor elkaar. Wil je echter dagtochtjes gaan maken, dan kan een actieradius van 50 tot 75 kilometer al snel te krap zijn. In de meeste gevallen geldt dat als een accu in het frame is ingebouwd, je ervan uit kunt gaan dat de actieradius minder groot is dan bij een accu die je op de bagagedrager vindt. Het vermogen van een accu wordt aangeduid in Wh. Een accu met 600 Wh zorgt voor een grotere actieradius. Bij veel e-bikes kun je gemakkelijk de accu zelf verwisselen, het is dan ook een slim idee om meteen een extra accu te kopen. Als je een langere tocht gaat maken neem je de extra accu mee. Als de eerste dan leeg raakt, zet je de tweede accu erin en rijd je vrolijk verder. Een extra accu varieert sterk in prijs, ga uit van zo’n 250 tot 500 euro.

Tip 06: Trapondersteuning

De reden waarom je een e-bike koopt, is dat hij trapondersteuning biedt. Er zijn twee verschillende sensoren die hiervoor gebruikt worden: de rotatiesensor en de trapkrachtsensor. Een rotatiesensor zet de trapondersteuning aan als het detecteert dat de pedalen ronddraaien. De sterkte van de trapondersteuning bepaal je in de meeste gevallen zelf met een knop op het stuur. Zet je de trapondersteuning op stand 3, dan geeft het systeem meer ondersteuning dan op stand 2. Naast de rotatiesensor kun je ook een trapkrachtsensor hebben. Die meet ook met hoeveel kracht je trapt, en past constant de trapondersteuning van de motor hierop aan. Het voordeel hiervan is dat je eigenlijk niet meer door hebt dat je op een e-bike rijdt, behalve dan dat je veel harder kunt fietsen dan dat je gewend bent op een normale fiets. Uiteraard is een fiets met trapkrachtsensor duurder dan een met alleen een normale rotatiesensor, je vind de trapkrachtsensor dan ook vrijwel alleen in de high-end-modellen.

©PXimport

De sensor meet hoe hard je op de pedalen trapt en past de trapondersteuning van de motor aan

-

Tip 07: Slim of niet?

Hoe slim wil je dat je e-bike is? Sommige e-bikes zijn net als normale fietsen maar hebben alleen een accu en knop op het stuur om de trapondersteuning te regelen. Andere elektrische fietsen zijn rijdende computers met meerdere sensoren. Vooral de hippe city commuters zetten in op slimme foefjes die je met je smartphone kunt bedienen. Zo kun je bijvoorbeeld de locatie van fiets tracken doordat er een gps-module is ingebouwd en zet je de fiets op slot middels een app. Sommige merken hebben ook anti-diefstal-systemen in hun e-bikes geïnstalleerd. Als een ongenode gast de fiets aanraakt, kan het bijvoorbeeld een geluidssignaal afspelen. Op duurdere modellen kan een e-bike zelf de sterkte van de lichten regelen door middel van sensoren en met een app kun je de trapondersteuning finetunen of een firmware-update doorvoeren.

©PXimport

Tip 08: Proefrit maken

Je kunt alle specificaties op het internet uitzoeken en je perfecte fiets online samenstellen, maar net als bij de aanschaf van een auto is het essentieel dat je een proefrit gaat maken met de fiets die je op het oog hebt. Gelukkig is dit geen probleem, alle grote merken die hun fietsen in Nederland aanbieden, laten je een proefrit maken. Veel dealers en fietshandelaren hebben een voorraad staan en grote fabrikanten als Sparta, Gazelle en Batavus hebben test centers waar je eenvoudig allerlei verschillende types kunt uitproberen en je kunt laten voorlichten door vakkundig personeel. Waar je ook over na moet denken, is dat je fiets om de zoveel tijd even nagekeken moet worden. Ga je dit zelf doen of wil je dat laten doen in een fietsenwinkel? In het laatste geval is het wellicht een goed idee om je e-bike bij een handelaar in de buurt te kopen.

©PXimport

Tip 09: Accessoires

Belangrijk bij de aanschaf van een e-bike is dat je ook kijkt naar welke accessoires er voor het model verkrijgbaar zijn. Wil je eens een fietskar achter je elektrische fiets hangen, dan moet een adapter wel gemakkelijk aan de achteras of onder het zadel kunnen worden bevestigd. Ook zijn er talloze upgrades voor je e-bike beschikbaar. In de meeste gevallen kies je deze extra’s zodra je de fiets koopt, maar in vaak kun je deze accessoires ook later installeren. Zo kun je kiezen voor anti-lek-banden die niet moeilijk doen over een stukje glas op de weg of een bagagedrager die op de accu past. Let erop dat veel van deze accessoires de totale prijs van de e-bike wel een stuk hoger kunnen maken, een fiets van duizend euro kan makkelijk 1500 euro worden met een paar ‘simpele’ accessoire-toevoegingen. Let ook op de kwaliteit van de onderdelen, het heeft geen zin om honderden euro’s in een e-bike te steken en er vervolgens de goedkoopste derailleur of versnellingen op te zetten.

©PXimport

Kooptips

We hebben drie verschillende e-bikes voor je geselecteerd. Welk type elektrische fiets het beste bij jou past, hangt natuurlijk af van je wensen en we raden je aan om sowieso een proefrit te maken voordat je een nieuwe fiets aanschaft.

Gazelle Orange C7 HMB v3

Prijs: vanaf € 2399,- De Gazelle Orange is één van de beste allround e-bikes die er op dit moment verkrijgbaar is. De elektrische fiets heeft zeven versnellingen, een midden-motor van Bosch en wordt standaard met een verwijderbare accu van 300 Wh geleverd. Hiermee wordt een actieradius van circa 100 kilometer gegarandeerd. De fiets weegt 22,5 kilo en is in twee verschillende kleuren voor zowel dames als heren beschikbaar.

Van Moof Electrified S2

Prijs: vanaf € 3398,- Ben je op zoek naar een hippe city commuter met heel veel slimme functies, kijk dan eens naar de Van Moof Electrified S2. De fiets is in het wit en zwart te krijgen, beschikt over een accu van 504 Wh en heeft veel sensoren aan boord zodat je de e-bike geheel naar jouw wensen kunt configureren. Er is ook een variant van de S2 beschikbaar: de Electrified X2. Deze e-bike heeft een kleinere wielmaat en een pakjesdrager aan de voorkant.

B’Twin Elops 500E

Prijs: vanaf € 699,99 Een e-bike voor nog geen 700 euro? Jawel, het huismerk van Decathlon levert je een solide e-bike met kleine accu. Je kunt er tot 45 kilometer mee rijden als je trapondersteuning wilt krijgen, daarna ben je op je eigen benen aangewezen. De fiets heeft zes versnellingen en weegt iets meer dan 26 kilo. In het frame is ledverlichting verwerkt waardoor je in ideale omstandigheden vanaf 150 meter afstand zichtbaar bent.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.