ID.nl logo
3 betaalbare 4k-beeldschermen getest
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

3 betaalbare 4k-beeldschermen getest

De opmars van 4K-televisies zal je wellicht niet zijn ontgaan. Tijdens het WK voetbal kon je de reclameborden langs het veld zien staan met de term 4K erop. We zien steeds meer televisies op de markt komen met deze hoge resolutie, maar ook in de monitormarkt begint 4K door te breken.

Voordat we je vertellen wat we van de geteste schermen vinden, leggen we je eerst uit wat 4K en de nauw verwante term UHD (ultra high definition) precies betekenen. Feitelijk horen bij de term 4K en UHD twee verschillende resoluties, maar in de praktijk worden ze over een kam geschoren. 4K is de term die gebruikt wordt voor bioscoopprojectie met een resolutie van 4096 x 2160 pixels. Dit zijn iets meer pixels dan de 3840 x 2160 pixels die bij de term UHD horen. UHD wordt gebruikt in de televisie- en monitormarkt. In de praktijk zien we dat fabrikanten de term 4K ook voor hun UHD-televisies en -beeldschermen gebruiken.

Haarscherp beeld

UHD heeft met 3840 x 2160 pixels twee keer zoveel pixels in de hoogte en de breedte als Full HD (1920 x 1080 pixels). Dit betekent dat UHD met bijna 8,3 miljoen pixels vier maal zoveel pixels heeft als een Full HD-scherm. Dit zorgt uiteraard voor een haarscherp beeld. Een UHD-beeldscherm is bijvoorbeeld fantastisch voor fotobewerking. De meeste foto's hebben een stuk meer pixels dan de 2,07 megapixel die een Full HD-monitor kan weergeven. Met vier keer zoveel pixels worden je foto's dan ook een stuk scherper getoond.

©PXimport

Een wallpaper met een 1920 bij 1080 pixels op een UHD-scherm laat goed zien hoe groot het verschil tussen Full HD en UHD is.

©PXimport

Zelfs tussen de 2560 x 1440 pixels en UHD zit nog een behoorlijk groot verschil.

Dankzij schaling niet priegelig

Bij een haarscherp beeld moet je er natuurlijk wel voor zorgen dat je voordeel uit de toegenomen scherpte haalt. Heb je een UHD-televisie van 50 inch, dan moet je bijvoorbeeld op minder dan twee meter zitten om het verschil tussen UHD en Full HD echt te kunnen zien. Bij een beeldscherm speelt dit minder omdat je over het algemeen dichtbij zit.

Het grote voordeel van een beeldscherm met een hoge resolutie is de hoge pixeldichtheid, en daarmee een heel scherp beeld. Om te zorgen dat beeldelementen niet té klein worden, is een scherm met een wat groter formaat handig. De pixeldichtheid van een 28inch-beeldscherm met UHD-resolutie ligt op ongeveer 157 pixels per inch (ppi). Ter vergelijking: een 27inch-scherm met 2560 x 1440 pixels heeft 108,8 ppi en een 24inch-scherm met een Full HD-resolutie 91,8 ppi. Voor de meeste gebruikers zal 157 ppi onleesbaar zijn, omdat letters heel klein worden. Windows 8.1 houdt hier gelukkig rekening mee, bij het aansluiten van een UHD-beeldscherm schaalt Windows automatisch de grafische interface op tot 150 procent van de normale grootte. Dit is wel zo prettig, anders zou je met je hoofd zowat in de monitor moeten zitten om tekst te kunnen lezen. Je kunt vervolgens probleemloos 4K-beeldmateriaal bekijken en foto's bewerken. Die worden op originele grootte getoond en dus niet opgeschaald naar 150 procent.

DisplayPort 1.2

De UHD-resolutie vereist een hogere bandbreedte dan een Full HD-resolutie. Hierdoor krijg je bij gebruik van HDMI 1.4 of DisplayPort 1.1 bij UHD een maximale refreshrate (verversingssnelheid) van slechts 30 Hz. Dat voldoet op zich voor kantoorwerkzaamheden, maar 60 Hz is ook in die situatie toch een stuk prettiger. Gelukkig kun je via Displayport 1.2 wel een refreshrate van 60 Hz gebruiken. Alle geteste schermen ondersteunen DisplayPort 1.2, maar uiteraard moet ook je grafische kaart deze standaard ondersteunen. Heeft je grafische kaart enkel DisplayPort 1.1, dan zal je het scherm op maximaal 30 Hz kunnen gebruiken. Bij AMD ondersteunen grafische kaarten vanaf de HD 7000-serie DisplayPort 1.2 volledig. Bij NVIDIA heb je minimaal de GeForce 600-serie nodig. Intels ingebouwde gpu ondersteunt DisplayPort 1.2 vanaf de vierde generatie Core-processors.

Gamen in UHD?

De meeste nieuwe games kunnen prima omgaan met UHD. Je loopt vervolgens tegen een ander probleem aan: de grafische kaart. De hoge resolutie van UHD zorgt ervoor dat jouw grafische kaart ook vier keer zoveel pixels moet verwerken dan met een Full HD-resolutie. Met een doorsnee grafische kaart zijn moderne games niet te spelen op deze resolutie. We hebben een aantal games vergeleken met een Radeon HD 7950. De game Hitman Absolution met maximaal detail geactiveerd, ging van een schappelijke 65,3 frames per seconde (fps) op Full HD, naar een onspeelbare 25,4 fps op UHD.

Het racespel Dirt Showdown, wat met maximaal detail en op een 1920 x 1080 resolutie prima speelt, zakte van 80,1 fps naar slechts 26 fps. Als je van plan bent om te gaan gamen op UHD-resolutie, heb je dus serieuze grafische kracht nodig. Denk aan minimaal een Radeon R9 290X of GeForce GTX 780 Ti. En dan het liefst ook nog eens twee in CrossFire/SLI. Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om te blijven gamen in een Full HD-resolutie, die zal immers gewoon netjes opgeschaald worden op een UHD-scherm omdat iedere pixel verdeeld wordt over precies vier pixels.

Gebruikte apparatuur

Videokaart ASUS HD 7970 DirectCU II TOP

Processor Intel Core i7 4960X

Moederbord ASUS Sabertooth X79

Geheugen Kingston 16 GB DDR3

Energiemeter Perel E305EM5-G

Kalibratie Datacolor Spyder4ELITE

Besturingssysteem Windows 8.1 Pro (64 bit)

ASUS PB287Q

De PB287Q van ASUS is een 28inch-beeldscherm met een grote, stevige voet die ruim 16 centimeter in hoogte verstelbaar is. Daarnaast kan het scherm met de pivot-functie van de landschap- naar portretstand worden gedraaid. Aan de achterkant vinden we tweemaal HDMI en één DisplayPort 1.2. Eén van de HDMI-poorten beschikt over MHL 2.0-functionaliteit. Daarmee kunt je je tablet of smartphone aansluiten. De MHL 2.0-standaard beperkt zich tot maximaal 1080p. De nieuwe MHL 3.0-standaard ondersteunt wel 4K (op 30 Hz), maar helaas is die standaard nog niet uitgebracht. Het scherm ondersteunt net als de andere twee schermen picture-in-picture en picture-by-picture, waarmee je beelden van twee beeldingangen tegelijkertijd kunt weergeven.

©PXimport

UHD TN-paneel

Het scherm is voorzien van een TN-paneel van CMO (Chi Mei Optoelectronics). Op moment van schrijven is CMO de enige paneelfabrikant die een TN-paneel van 28 inch met deze resolutie maakt. Hetzelfde paneel wordt dan ook in de andere twee geteste schermen gebruikt. We zouden uiteraard het liefst een IPS-paneel zien, maar zover is het nog niet. Gelukkig is het geen doorsnee TN-paneel. Naast de resolutie is ook de kleurweergave indrukwekkend. Het gebruikte paneel heeft een kleurdiepte van 10 bit, dit levert ruim 1 miljard kleuren op. Kanttekening is wel dat deze kleuren worden bereikt door middel van 8 bit met Advanced Frame Rate Control (AFRC). Het grootste nadeel van het gebruikte paneel is gezien de TN-technologie voornamelijk de inkijkhoek, vooral verticaal. Zeker met een scherm van deze omvang valt dit direct op als je achter het scherm plaatsneemt. Dit is dan ook het enige echt grote nadeel en de inkijkhoek is nog altijd een flink stuk beter dan bij doorsnee TN-schermen. Al met al heeft het paneel meer voordelen dan nadelen, waarbij zeker ook de prijs een groot voordeel is.

©PXimport

Net iets beter dan de rest

Hoewel hetzelfde paneel gebruikt wordt, weet ASUS zich in de beeldkwaliteit wel te onderscheiden van Samsung en AOC. Ten eerste beschikt de PB287Q over een beter contrast dan de concurrentie. Direct uit de doos meten we een waarde van 690:1. Daarnaast meten we ook een lagere zwartwaarde, met de standaardinstellingen meten we 0,38 cd/m². De standaard kleurreproductie is voldoende voor de meeste gebruikers, maar voor fotobewerking raden toch aan om het scherm eerst even te kalibreren. Ook de PB287Q is geschikt voor het spelen van games, het scherm heeft een zeer lage responstijd en geen last van input lag. ASUS heeft naast de PB287Q van 28 inch ook nog een UHD-beeldscherm van 31,5 inch, de PQ321QE. Dat scherm maakt gebruik van een peperduur IGZO-Paneel van Sharp. Het prijskaartje komt daardoor op bijna 2200 euro. Dan is de 600 euro voor de PB287Q ineens niet zo veel geld meer.

©PXimport

ASUS PB287Q

Score

4,5 sterren

Pluspunten

In hoogte verstelbaar

Zeer lage responstijd

Goede kleurreproductie

Goed contrast

Minpunten

Matige inkijkhoek

Specificaties

Prijs: € 690,-

Website:www.asus.nl

AOC U2868PQU

AOC's U2868PQU heeft hetzelfde door CMO gefabriceerde TN-paneel met een 28inch-beelddiagonaal. Het heeft dan ook dezelfde mooie eigenschappen als de ASUS PB287Q: een resolutie van 3840 x 2160 pixels, maar liefst 1,07 miljard kleuren en een zeer snelle responstijd. Het scherm is door de te verwaarlozen input lag en de lage responstijd ook geschikt voor games. Eén van de grootste voordelen van de AOC U2868PQU is de prijs. Het scherm is met ongeveer 515 euro het goedkoopste UHD-beeldscherm dat er op de markt is. Fijn is dat de voet dertien centimeter in hoogte verstelbaar is, een pivotfunctie heeft en beschikt over een usb3.0-hub.

©PXimport

Aan de achterkant treffen we alle wenselijk aansluitingen aan: VGA, DVI-D, HDMI en DisplayPort. Je ontkomt er niet aan om het scherm via DisplayPort aan te sluiten. Dit is de enige manier om met de 3840 x 2160 resolutie een bruikbare refreshrate van 60 Hz te krijgen. De U2868PQU heeft standaard een redelijke kleurreproductie, maar heeft kalibratie nodig als je het wilt gebruiken voor fotobewerking. Net als op ASUS' scherm is vooral de verticale inkijkhoek matig. Het is opvallend dat het scherm van AOC hier meer last van heeft dan de andere twee geteste UHD-schermen. Daarnaast heeft het door ons geteste exemplaar lichtlekkage bij de randen van het paneel. Dit valt voornamelijk op bij gebruik in een donkere kamer.

©PXimport

AOC U2868PQU

Score

4 sterren

Pluspunten

Relatief lage prijs

In hoogte verstelbaar

Usb 3.0

Zeer lage responstijd

Minpunten

Matige inkijkhoek

Lichtlekkage

Specificaties

Prijs: € 510,-

Website:www.aoc-europe.com/nl/

Samsung U28D590D

Ook Samsungs U28D590D bevat het 28inch-UHD-paneel van CMO. De voor- en nadelen qua beeldkwaliteit zijn dan ook grofweg gelijk aan die van de andere schermen. Het grootste nadeel is ook bij dit scherm de matige inkijkhoek. De kleurreproductie is voor een TN-paneel dan weer behoorlijk goed, zelfs zonder kalibratie meten we een gemiddelde Delta E van 2,56. Dat is voldoende voor fotobewerking. In tegenstelling tot ASUS en AOC, voorziet Samsung zijn UHD-scherm niet van een in hoogte verstelbare voet en dat is jammer in deze prijscategorie. De bediening van het OSD-menu gaat met een JOG-knop aan de achterkant.

©PXimport

Dit is dezelfde bediening die we ook terug vinden op nieuwe Samsung televisies. Dit is, op een afstandsbediening na, veruit de prettigste manier van het bedienen van het OSD-menu. Je gebruikt de knop als een stick, waarmee je eenvoudig door het OSD-menu bladert en het instelt. Het scherm is voorzien van tweemaal HDMI en eenmaal DisplayPort 1.2. Als je het scherm op 60 Hz wilt aansturen, ben je genoodzaakt om gebruik te maken van DisplayPort en moet je pc of notebook eveneens DisplayPort 1.2 ondersteunen. Voor gamers is het scherm ook geschikt. De responstijd is zeer laag en het scherm heeft geen last van input lag. Er is iets sprake van lichtlekkage in de hoeken, maar dit is alleen zichtbaar in een donkere ruimte.

©PXimport

Samsung U28D590D

Score

4 sterren

Pluspunten

Zeer lage responstijd

Goede kleurreproductie

Handige bediening OSD-menu met JOG-knop

Minpunten

Niet in hoogte verstelbaar

Matige inkijkhoek

Specificaties

Prijs: € 580,-

Website: www.samsung.nl

Conclusie

Het door CMO geproduceerde 28inch-paneel maakt UHD-schermen met een prijs tussen 500 en 600 euro mogelijk. Het paneel maakt gebruik van TN-technologie, maar is wel een flink stuk beter dan een doorsnee TN-paneel. Toch is vooral de verticale inkijkhoek een stuk slechter dan die van een IPS-scherm. Als we Samsungs U28D590D met die andere schermen vergelijken, missen we de extra features. Zo ontbreekt er een usb3.0-hub, MHL-ondersteuning, wandmontagemogelijkheid en is het scherm niet in hoogte verstelbaar.

De U2868PQU van AOC heeft een hoop te bieden voor een relatief lage prijs. Het scherm combineert een UHD-resolutie met ergonomische functies, een usb3.0-hub en MHL-ondersteuning. De ASUS PB287Q is de duurste van de drie geteste UHD-beeldschermen. We vinden het wel het beste scherm, en met MHL-ondersteuning, een in hoogte verstelbare voet en een wandmontage-optie is het scherm functioneel erg compleet. Het enige nadeel van de PB287Q is dan nog de matige inkijkhoek, maar daar hebben de andere schermen ook last van. De PB287Q is wat ons betreft de beste keuze als je op zoek bent naar een UHD-scherm van 28 inch. Houd er wel rekening mee dat je een grafische kaart met DisplayPort 1.2 nodig hebt om de schermen op 60 Hz aan te sturen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.