ID.nl logo
In gesprek over Home Assistant: Slim huis zonder overbodige cloud
© PXimport
Zekerheid & gemak

In gesprek over Home Assistant: Slim huis zonder overbodige cloud

Wil je de controle over je huishoudelijke apparaten niet zomaar overdragen aan Big Tech? Home Assistant houdt je data zoveel mogelijk uit de cloud en fungeert als tolk tussen bijna 1800 verschillende apparaten en ecosystemen. We spraken de makers er achter.

Veel slimme apparaten werken door een koppeling met de cloud, in beheer bij de aanbieder van het product. Doordat deze bedrijven jouw huishoudelijke mededelingen in hun eigen cloud afhandelen, zwiep je een schat aan persoonlijke data het internet op. God weet wat Big Tech er vervolgens mee doet. Je zou dan ook kunnen uitwijken naar een opensource-thuisautomatiseringssysteem als Home Assistant. 

Dat heeft als uitgangspunt om gebruikersdata zoveel mogelijk uit de cloud te houden. Tegelijkertijd fungeert het als tolk tussen bijna 1800 verschillende apparaten en ecosystemen. Daardoor ontstaat een keur aan gebruiksmogelijkheden.

Geschiedenis van Home Assistant

De eerste regels Home Assistant-code werden in september 2013 geschreven door Paulus Schoutsen, ook wel bekend als Balloob. Hij was na een studie bedrijfsinformatica aan de TU Twente naar Californië verhuisd om er stage te lopen bij het San Diego Supercomputer Center. 

“Ik woonde in een studentenhuis en kocht ik een paar Philips Hue-lampen.” Paulus schreef een klein scriptje in Python, om ervoor te zorgen dat de lampen bij zonsondergang automatisch aangingen. “Zo kwamen er steeds meer nieuwe functionaliteiten bij.”

In oktober 2013 zette Paulus zijn code op GitHub. Ook begon hij in het home automation forum van Reddit voorzichtig reclame te maken. “Als mensen daar vroegen hoe ze het moesten aanpakken, dan zei ik: met Home Assistant heb ik het zo opgelost. Zo ontdekten steeds meer mensen dat je met Home Assistant elegantere oplossingen kon vinden dan met off-the-shelf-producten.” 

Toen Paulus eind 2013 met Material Design een strakke interface bouwde, haalde Home Assistant zelfs de voorpagina van Hacker News. Dat betekende een doorbraak. Hij werkte intussen aan het opbouwen van een hechte opensource-gemeenschap. Laagdrempelige online communicatie was daarbij extreem belangrijk, zo realiseerde hij zich. 

©PXimport

“Ontwikkelaars vinden het soms lastig om bijvoorbeeld onderhoudsissues aan te kaarten, uit angst dat het misschien aan hen ligt.” Dus zette hij een mailinglijst op, een chatgroep en een forum. Toen op een dag iemand anders dan Paulus antwoord gaf op een gebruikersvraag, voelde dat als een mijlpaal.

Levendige gemeenschap

Jaarlijks sleutelen inmiddels meer dan achtduizend ontwikkelaars in samenspraak aan nieuwe features. Die samenwerking zorgt regelmatig voor een trein aan leuke nieuwe ideeën. Een voorbeeldje. In september vorig jaar werd de iOS app voor Home Assistant overgezet naar MacOS – door ontwikkelaar Zac West uit San Francisco, in zijn vrije tijd. Dat zag er niet alleen fraaier uit dan een bedieningspaneel in de browser, maar Zac maakte van de gelegenheid gebruik om wat extra functionaliteit in te bouwen. 

De Home Assistant Companion for macOS kan voortaan ook enkele Mac-statusdata doorgeven. Sindsdien kun je vanuit Home Assistant bijvoorbeeld signaleren of de camera of microfoon actief is, de batterij van je MacBook bijna leeg is, of de computer in slaap is gevallen. Deze ‘binary_sensors’ kun je als trigger gebruiken voor handige automatiseringen. 

©PXimport

Franck – alias Frenck – Nijhof gaf van zo’n automatisering in een introductievideo meteen een mooi voorbeeld: hij liet zien hoe, wanneer de camera op zijn Mac aanging, automatisch een ledpaneel aanfloepte boven zijn scherm, zodat hij er bij videocalls automatisch goed belicht bij zat. In de opmerkingen onder de introductieblog werd volop gefilosofeerd over andere gebruiksmogelijkheden.

Zo zou je via Home Assistant ook volledig geautomatiseerd een waarschuwingslicht boven de deur van je kamer kunnen laten aangaan – een beetje zoals een lampje bij een opnamestudio – op hetzelfde moment dat je videocall start.

Autodiscovery

Home Assistant is van oorsprong vooral populair in kringen van ontwikkelaars en fanatieke home automation-hobbyisten, die met alle liefde al hun vrije tijd opofferen voor het tweaken van hun systemen en het delen van hun ervaringen op online fora.

Toch was oprichter Paulus zich al in een vroeg stadium bewust van het belang van gebruiksgemak. Al enkele maanden nadat hij in 2013 de eerste regels Pythoncode schreef, voegde hij een ‘Autodiscovery’ feature toe. Daardoor scant Home Assistant meteen na installatie het netwerk op slimme apparaten en configureert die op verzoek om samen te werken met Home Assistant. 

Ook de ontwikkeling van een besturingssysteem door de Zwitser Pascal Vizeli in 2017 betekende een doorbraak. Vanaf toen konden gebruikers dankzij Home Assistant OS een Raspberry Pi in een paar stappen omtoveren tot een huisserver.

Home Assistant-blueprints

Omdat het voor veel ‘gewone’ gebruikers een stap te ver gaat om een image naar een microSD-kaartje te uploaden en vervolgens een Raspberry Pi te configureren, presenteerde Home Assistant in december 2020 het eerste hardwareproject. Home Assistant Blue is een strak gelakte blauw aluminium home automation hub, die van gebruikers alleen vraagt om de stroom- en internetkabel aan te sluiten.

 Nadat ze Blue aanzetten en Autodiscovery zijn werk heeft gedaan, kunnen ze de status van hun slimme apparaten in een dashboard zien en bedienen vanaf hun telefoon of computer. Daarnaast kunnen gebruikers ‘Blueprints’ importeren en configureren. Daarmee kunnen ze ervoor zorgen dat in reactie op bepaalde triggers (er komt iemand thuis) en onder omstandigheden (de zon is onder) bepaalde acties worden uitgevoerd (de thermostaat gaat omhoog en de lichten gaan aan).

©PXimport

Omdat Home Assistant bleef groeien, en het modereren van die gezamenlijke ontwikkelexplosie inmiddels meer dan een dagtaak was, richtte Paulus in 2018 samen met Pascal een bedrijf op: Nabu Casa. Dat telt inmiddels acht medewerkers over de hele wereld, onder wie Franck. Een andere Nederlandse (front-end-)ontwikkelaar is Bram Kragten. 

Om het bedrijf levensvatbaar te maken zochten Paulus en Pascal naar een inkomstenmodel. Het was daarbij voor hen uit den boze om Home Assistant gebundeld te verkopen als softwarepakket. Daarom besloten de oprichters tot het ontwikkelen van een nieuw product: de Home Assistant Cloud. Voor vijf dollar per maand hebben gebruikers met de Home Assistant Cloud ook op afstand toegang ertoe. 

©PXimport

Franck: “Gebruikers kunnen dat ook al zelf regelen, maar dat vereist aardig wat technische kennis en vaardigheid.” Nu verzorgt de Home Assistant Cloud dit hele proces op een veilige en privacyvriendelijke manier. Zo worden datapakketjes tussen app en hub versleuteld verzonden, gedurende de volledige route. Met een abonnement op de Home Assistant Cloud ondersteunen gebruikers bovendien het achterliggende opensource-project.

De Home Assistant Cloud maakt het ook mogelijk om apparaten alsnog te koppelen aan Google Assistant en Amazon Alexa, zodat die via spraak bedienbaar worden en opduiken in de bijbehorende apps. Dat betekent dan wel dat Big Tech alsnog mee kan kijken en luisteren in je huis. Ideaal is dat natuurlijk niet. Paulus ziet wel hoopgevende tendensen, zoals de ontwikkeling van een open standaard die is gebaseerd op het internetprotocol (IP). 

Met Connected Home over IP (CHIP) kunnen slimme apparaten, mobiele apps en clouddiensten als het goed is in de toekomst eenvoudiger met elkaar communiceren. Ook krijgen consumenten dan minder te maken krijgen met incompatibele producten. In de projectgroep voor CHIP zitten grote namen als Amazon, Apple, Google, de Zigbee Alliance, IKEA, NXP Semiconductors en Samsung.

Meer lokale API’s onder druk van consumenten

Tegelijkertijd probeert het team van Nabu Casa ervoor te zorgen dat het consumentenbewustzijn groeit over de manier waarop producenten van slimme apparaten hun geld verdienen. “Als je een wifi-lamp koopt voor 8 euro, dan kun je er zeker van zijn dat ofwel jouw gebruiksgegevens online verkocht worden aan de hoogste bieder, of dat die lamp over een paar jaar niet meer ondersteund wordt.” 

Ook stimuleert Home Assistant gebruikers om bij fabrikanten aan te dringen op lokale ondersteuning. Dat ondervond bijvoorbeeld TP-Link. Tot november 2020 werkten hun slimme schakelaars lokaal. In november 2020 rolde TP-Link een firmware-update uit die deze mogelijkheid uitzette, omdat die onveilig zou zijn.

“Gebruikers werden gedwongen hun schakelaars voortaan te bedienen vanuit de TP-Link-cloud, terwijl ze juist bewust voor dit merk gekozen hadden vanwege de lokale integratiemogelijkheden.” Een week en veel boze reacties later, bood TP-Link gebruikers de mogelijkheid om de firmware-update terug te draaien.

Om consumenten te helpen bij het selecteren van apparaten met een lokale API, toont de website van Home Assistant inmiddels van elk apparaat duidelijk hoe deze een verbinding legt met Home Assistant. “Het zou mooi zijn als gebruikers dat aspect meer mee gaan laten wegen bij de aanschaf van slimme apparaten. Hun stem en hun aankoopgedrag kunnen ervoor zorgen dat meer bedrijven gaan inzien dat het belangrijk is om lokale connectiviteit voor hun apparaten te ondersteunen.”

Zelf proberen

Op de Home Assistant website vind je uitgebreide documentatie over de installatie en configuratie van Home Assistant en over het automatiseren van je huis met dit platform. Ook bevat de website een eenvoudig doorzoekbare database van apparaten en platformen waarmee Home Assistant kan worden geïntegreerd, lokaal en/of in de cloud. Dat zijn er momenteel bijna 1800. 

Nabu Casa werd in 2018 opgericht door Home Assistant-oprichter Paulus Schoutsen en Pascal Vizeli, de maker van Home Assistant OS. Binnen Nabu Casa werken zij samen met acht medewerkers aan een Home Assistant Cloud, een privacyvriendelijk cloudalternatief. Daarnaast is Nabu Casa de hoofdsponsor van opensourceproject Home Assistant. 

Op Reddit delen gebruikers regelmatig interessante toepassingen van Home Assistant. En door ‘Blueprints’ te importeren en te configureren, kun je er relatief eenvoudig voor zorgen dat de apparaten in je huis samen gaan werken om jouw leven gemakkelijker of leuker te maken. 

©PXimport

In het volgende voorbeeld willen we graag onze IKEA-afstandsbediening voor slimme lampen aansluiten op Home Assistant, zodat we kunnen bepalen wat er met de lichten gebeurt als we de knoppen van deze afstandsbediening indrukken. 

Om te onderzoeken of er al Blueprints bestaan voor deze afstandsbediening, gaan we naar het forum op https://community.home-assistant.io en klikken op Blueprints Exchange. Er verschijnt een doorzoekbare pagina met alle beschikbare Blueprints. In het zoekvenster rechtsboven vullen we de naam in van de IKEA-afstandsbediening (Trådfri). We kunnen kiezen uit een aantal verschillende Blueprints.

We selecteren deCONZ - IKEA five button remote for lights. Nu verschijnt er een beschrijving van de Blueprint. We zien dat de Blueprint is gedeeld door Bram Kragten. Omdat hij zo vriendelijk is geweest om dit YAML-script als Blueprint beschikbaar te maken, hoeven we zelf geen code meer te schrijven.

Hij vertel op deze pagina exact wat de Blueprint doet. Ook gunt hij ons een kijkje op de achterliggende code. Als ons bevalt wat we lezen, klikken we op de lichtblauwe knop Import Blueprint en daarna op Open Link. Daarna drukken we in het pop-up-venster op Bekijk Blueprint en vervolgens op Blueprint importeren.

De Blueprint is nu toegevoegd aan het Blueprint overzichtsscherm in onze eigen Home Assistant-installatie. Om de blueprint te gebruiken, klikken we op Automatisering maken. De automation-editor verschijnt. Daarin valt te lezen dat de middelste knop al voorgeprogrammeerd is (aan-uitknop), net als de bovenste en onderste knop (dimmen). We kunnen wel zelf bepalen wat er moet gebeuren bij het kort of lang indrukken van de rechter- en linkerknop. Daarvoor hoeven we alleen maar te klikken op Add Action.

Nu weet je dat een slim huishouden ook mogelijk is zonder alles van jezelf bloot te geven aan grote techbedrijven. Welke projecten had je zelf in gedachten?

Tekst: Jolein de Rooij

▼ Volgende artikel
Review Philips Baristina met Bean swap – Veel gemak, weinig glamour
© Philips
Huis

Review Philips Baristina met Bean swap – Veel gemak, weinig glamour

Koffiedrinkers met verschillende smaak in bonen waren tot nu toe aangewezen op twee apparaten of gehannes met verwisselen van koffiebonen. De Philips Baristina is een koffiemachine waarmee je snel wisselt tussen twee soorten bonen. ID.nl testte hem uit.

Uitstekend
Conclusie

De Philips Baristina met bean swap is een uitstekende keuze voor koffiedrinkers die graag variëren in smaak en dit zo eenvoudig mogelijk willen doen. De kernfunctionaliteit is sterk, de koffie is van goede kwaliteit en het gebruiksgemak is hoog. Kleine gemiste details in afwerking en ontwerp doen niets af aan de praktische waarde, maar zorgen er wel voor dat het apparaat minder premium aanvoelt dan sommige concurrenten in dezelfde prijsklasse.

Plus- en minpunten
  • Bean swap-functie is handig
  • Gebruiksvriendelijk ontwerp
  • Razendsnel koffiezetten
  • Geschikt voor bonen én gemalen koffie
  • Goede koffiekwaliteit
  • Matige afwerking
  • Lastig te openen bonenklep
  • Kleine reservoirs

Eerste indruk: compact en eenvoudig

De Philips Baristina met bean swap is een relatief compacte, niet al te zware machine met een grotendeels kunststof afwerking. Hij biedt de opties om twee verschillende soorten koffiebonen in twee afgescheiden reservoirs boven op het apparaat te doen. Je maakt daarmee naar keuze espresso of lungo met een van beide bonensoorten, of een mix ervan. De bedoeling is dat iedereen makkelijk een koffietje naar zijn eigen smaak maakt. Er is een standaardinstelling voor beide typen dranken, maar het is ook mogelijk om de espresso of lungo sterker te maken met een druk op de knop. Klinkt als een overzichtelijke hoeveelheid functies.

©Saskia van Weert

Verpakking en materiaalgebruik

Zoals bij alle eerder geteste Philips-apparaten zit de Baristina stevig verpakt. Ditmaal niet in een 'gewone' kartonnen doos, maar in een opvallende verpakking waarbij je het karton openklapt om de machine als een soort cadeautje te onthullen. Direct valt op dat het een apparaat zonder veel toeters en bellen is: een eenvoudige grijze body met een uitlekbakje onder het tuitje, een apart verpakte portafilter en een waterreservoir achterop. De behuizing bestaat voor 50 procent uit gerecycled kunststof, waardoor hij helaas wel wat goedkoop oogt gezien de adviesprijs van 349 euro (inmiddels een stuk in prijs gedaald).

Handleiding en voorbereiding

De bediening bestaat uit drie knoppen die met iconen aangeven waarvoor ze bedoeld zijn. Uiteraard is er ook een snoer om hem aan te sluiten, een garantieboekje en een flyer met een QR-code om de handleiding te bekijken en te downloaden. Philips heeft er ditmaal gelukkig voor gekozen niet alle EU-talen in één pdf te zetten, zoals bij de airfryer met stoomfunctie, maar beperkt zich tot een handvol talen. Want hoe eenvoudig een apparaat er ook uitziet, de handleiding even doornemen is altijd een goed idee. Zeker omdat koffiemachines vaak wat handelingen vereisen voordat ze klaar zijn voor gebruik. In dit geval zijn de voorbereidingen overzichtelijk: even doorspoelen met schoon water en uiteraard het portafilter en waterreservoir goed uitspoelen en afdrogen.

©Saskia van Weert

Bonen erin, water erbij

Dan aan de slag. De bonen zijn van bovenaf in het reservoir te gieten. Daarvoor moet wel eerst het bovenklepje open, wat niet zo heel gemakkelijk gaat – ik moet er mijn nagel tussen zetten. Iets van een randje of flapje was handig geweest. Het vullen zelf is een kwestie van de bonen ofwel links ofwel rechts in het reservoir gieten, en dan het klepje weer goed aandrukken. Het waterreservoir haal je gelukkig wel makkelijk uit de behuizing en vul je gewoon onder de kraan. Er zit geen Min-Max-aanduiding op, maar dat is verder geen probleem; er is geen vlondertje om in de gaten te houden.

©Philips

Koffie zetten: zo werkt het

Om koffie te zetten, draai je eerst de knop bovenop naar de gewenste koffiebonensoort. Er zijn drie mogelijkheden: links, rechts of de knop naar onderen draaien. Dat laatste zorgt voor een mix van beide bonensoorten. Druk op de knop voor de espresso of lungo en eventueel de knop voor een extra sterke variant. Vervolgens duw je het portafilter in de opening boven de schenktuit en beweeg je hem naar rechts. Hij komt schuin in een hoek vast te zitten en de machine gaat meteen malen. Dat maakt behoorlijk veel lawaai, en dat is natuurlijk inherent aan het proces van bonen malen. Direct na het malen schiet het portafilter terug naar de beginpositie en begint het water door te lopen. Tijdens dit alles knippert de knop van de gekozen drank.

©Philips

Drab en dosering

Stopt het knipperen, dan is de koffie klaar. Het portafilter kan eruit en moet worden leeggegooid. Direct na het zetten is de koffiedrab erg nat en waterig, dus meteen in de vuilnisbak is geen handige optie. Beter werkt het om de koffie even te laten opdrogen en de drab later alsnog weg te gooien. Er zit een soort uitwerpknopje aan de onderzijde van het portafilter, en dat werkt prima om alles weg te gooien zonder de koffieresten aan te hoeven raken.

Standaard komt er 110 ml lungo of 40 ml espresso uit de machine. Zeker dat eerste is wat krap aan voor een 'Hollandse bak', maar de Baristina kan worden geprogrammeerd om meer koffie te produceren. Dat gaat aan de hand van de drukknoppen en is heel eenvoudig uit te voeren, net als het herstellen van de fabrieksinstellingen.

Consistente smaak

Ook bij meerdere koppen koffie achter elkaar blijft de temperatuur stabiel, wat belangrijk is voor een consistente smaak. Gemalen koffie wordt ondersteund via het portafilter. Dat is ideaal voor speciale single origin-koffies of cafeïnevrije varianten die je niet altijd in bonenvorm kunt krijgen. Het proces is simpel: je voegt de gemalen koffie toe, drukt de juiste knop in en de machine doet de rest.

©Philips

Wat opvalt, is dat de machine zijn werk razendsnel doet. Vanaf het indrukken van de keuzeknop is de koffie in luttele seconden klaar. Qua koffiekwaliteit levert de Baristina een volle, ronde smaak. De cremalaag is mooi egaal en de extractie verloopt zonder spetters of lekkages. Bij de Extra Sterk-stand is de smaak overigens merkbaar krachtiger, dus die voegt zowaar iets toe.

Houd je koffiebonen lang vers!

Met een luchtdicht bewaarblik bijvoorbeeld

Plus- en minpunten

De belangrijkste pluspunten zijn de snelheid en het gemak van de bean swap-functie, de programmeerbare koffiematen, het gebruiksvriendelijke ontwerp en de veelzijdigheid dankzij de ondersteuning voor zowel bonen als gemalen koffie. Minpunten zijn de minder luxe afwerking, het ontbreken van een klepje op het bonenreservoir en de kleinere inhoud van de dubbele bonencontainers.

Alles bij elkaar is de Philips Baristina met bean swap een uitstekende keuze voor koffiedrinkers die graag variëren in smaak en dat zo eenvoudig mogelijk willen doen. De kernfunctionaliteit is sterk, de koffie is van goede kwaliteit en het gebruiksgemak is hoog. Kleine gemiste details in afwerking en ontwerp doen niets af aan de praktische waarde, maar zorgen er wel voor dat het apparaat minder premium aanvoelt dan sommige concurrenten in dezelfde prijsklasse. Voor wie flexibiliteit belangrijker is dan luxe, is dit echter een zeer geslaagde machine.

▼ Volgende artikel
Shokz OpenDots ONE: hippe clip-on oordopjes met open-ear audio
© Shokz
Huis

Shokz OpenDots ONE: hippe clip-on oordopjes met open-ear audio

Shokz heeft de OpenDots ONE aangekondigd, een setje draadloze clip-on oordopjes met open-ear ontwerp en ondersteuning voor Dolby Audio. De ultralichte dopjes moeten een strak design met krachtig geluid combineren en zijn per direct verkrijgbaar.

In dit artikel lees je:
  • Wat de OpenDots ONE onderscheidt van gewone oordopjes
  • Hoe Shokz JointArc-technologie zorgt voor comfort en flexibiliteit
  • Wat je kunt verwachten van het compacte maar krachtige geluid
  • Hoe de bediening en accuduur in de praktijk werken
  • Wanneer de OpenDots ONE verkrijgbaar zijn en wat ze kosten

©Shokz

Shokz heeft de OpenDots ONE aangekondigd, een nieuwe set draadloze clip-on oordopjes. Het model combineert de open-ear technologie waar het merk om bekendstaat met een compact ontwerp. De fabrikant richt zich met dit product niet alleen op sporters of zakelijke gebruikers, maar ook op een bredere groep consumenten die hun oordopjes de hele dag door willen gebruiken, zowel onderweg als thuis. Daarmee breidt Shokz zijn assortiment uit naast de bestaande bone conduction-koptelefoons.

Voor langdurig comfort

De OpenDots ONE maken gebruik van JointArc-technologie, een ultradunne titaniumlegering die zich automatisch aanpast aan de vorm van het oor. In combinatie met een siliconen afwerking moeten de dopjes licht en flexibel aanvoelen. Dit ontwerp moet ervoor zorgen dat de oordopjes stevig blijven zitten zonder drukpunten te veroorzaken, wat vooral bij langdurig gebruik van belang is. Shokz benadrukt dat de OpenDots ONE ontworpen zijn voor uiteenlopende situaties, van een werkdag achter de computer tot lange treinreizen of een wandeling buiten.

©Shokz

De oortjes zitten dus niet in de gehoorgang, maar hangen daar vlak vóór, zodat je een deel van de omgevingsgeluiden gewoon meekrijgt.

Ruimtelijk geluid

Voor de geluidsweergave heeft Shokz gekozen voor een dual-driver systeem. Dit moet prestaties leveren die vergelijkbaar zijn met die van een 16 mm driver, maar in een compacter formaat. Daarnaast zijn Bassphere- en OpenBass 2.0-technologie geïntegreerd, die zorgen voor extra nadruk op de lage tonen. Samen met de ondersteuning voor Dolby Audio moet dit leiden tot een ruimtelijk geluid dat beter tot zijn recht komt bij muziek, podcasts en films. De fabrikant positioneert de OpenDots ONE hiermee als een alternatief voor traditionele in-ear of over-ear hoofdtelefoons, maar dan met een open-ear ontwerp.

©Shokz

Bediening en accuduur

De bediening verloopt via tik- en knijpbewegingen op de oordopjes zelf. Zo kunnen gebruikers het volume aanpassen, nummers overslaan of telefoongesprekken aannemen zonder hun smartphone erbij te pakken. Een extra functie is Dynamic Ear Detection: ongeacht welk dopje als eerste wordt opgepakt, start de audio automatisch zodra het in het oor wordt geplaatst. De accuduur bedraagt maximaal 10 uur op één lading. Met de meegeleverde oplaadcase kan dat worden verlengd tot 40 uur. Voor korte laadmomenten biedt de snellaadfunctie twee uur speeltijd na tien minuten opladen, wat handig kan zijn als je een drukke dag voor de boeg hebt.

Geschikt voor dagelijks gebruik

Omdat oordopjes vaak worden gebruikt in uiteenlopende omstandigheden, heeft Shokz de OpenDots ONE voorzien van een IP54-certificering. Dat maakt ze bestand tegen zweet en spatwater, waardoor ze ook inzetbaar zijn tijdens sport of bij nat weer. De oplaadcase ondersteunt draadloos opladen, wat natuurlijk wel zo handig is als je even geen kabels en stroom in de buurt hebt. Verder zijn er vier ingebouwde microfoons met ruisonderdrukking aanwezig. Deze moeten ervoor zorgen dat telefoongesprekken helder blijven, ook in omgevingen met veel achtergrondgeluid, zoals in het openbaar vervoer of op straat.

De Shokz OpenDots ONE zijn zoals hierboven al vermeld per direct verkrijgbaar in de kleuren grijs en zwart. De adviesprijs is vastgesteld op 199 euro. Met deze introductie wil de fabrikant een nieuw segment binnen zijn productlijn aanboren: compacte, open-ear oordopjes die zowel als audioproduct als stijlvol dagelijks accessoire gebruikt kunnen worden.