ID.nl logo
Ledstrips voor buiten: aan de slag met programmeerbare buitenverlichting
Zekerheid & gemak

Ledstrips voor buiten: aan de slag met programmeerbare buitenverlichting

Met verlichting kun je heel veel kanten op. Het kan functioneel zijn, maar ook sfeer brengen of juist je huis veiliger maken. Voor buitenverlichting geldt dat net zo goed! Daarom gaan we met ledstrips aan de slag die je buiten kunt gebruiken en op verschillende manieren kunt inzetten. We kiezen voor programmeerbare strips met microcontroller. Zo breng je niet alleen licht in het donker, maar zorg je ook voor kleuraccenten of speel je met effecten.

Heb jij ooit willen experimenteren met programmeerbare buitenverlichting? Dan ben je bij ons aan het juiste adres. In dit artikel laten we jou zien hoe. We behandelen het volgende

Binnenshuis is menig rand of koof voorzien van een ledstrip. Maar wist je dat je ze ook heel goed buiten kunt toepassen? Je kunt er heel mooie accenten mee aanbrengen of juist voor een rustige, gelijkmatige verlichting zorgen. De eenvoudigste ledstrips hebben één kleur en vereisen alleen een voedingsaansluiting. Dat kan natuurlijk een prima basis zijn. Voor dit artikel kiezen we echter voor strips met individueel adresseerbare leds. Dat betekent in feite dat je elke pixel op de strip een eigen kleur en helderheid kunt geven. Je kunt daarmee leuke effecten bereiken.

De bij dit project gekozen strips hebben nog een extra led voor een mooier en efficiënter warmwit licht. De kleuren en effecten kun je dan bijvoorbeeld bewaren voor de feestdagen. Enkel een voeding volstaat hier logischerwijs niet: je moet de leds op de strip immers aansturen. Je kunt hiervoor een Raspberry Pi inzetten, maar een microcontroller zoals de ESP32 is veel voordeliger en gemakkelijker te krijgen. In combinatie met de WLED-software (zie paragraaf 7) kun je hier bovendien alle kanten mee op. Je kunt de ledstrips bijvoorbeeld bedienen via een browser of app, maar ook integreren met software voor thuisautomatisering, zoals Home Assistant. Als je niet voor een zelfbouwoplossing kiest, kun je in de winkel ook complete sets met slimme ledstrips voor buiten vinden (zie het gelijknamige kader), die hoef je enkel nog maar te monteren. Deze strips zijn over het algemeen wel wat duurder en geven je vaak minder mogelijkheden. 

Met ledstrips, zoals deze van Philips Hue, kun je ook buiten sfeer creëren of accenten aanbrengen (bron: Signify). 

**Slimme ledstrips voor buiten **

De meeste sets met ledstrips voor buiten bedien je met een afstandsbediening. Er zijn ook slimme opties op basis van Zigbee. Philips levert bijvoorbeeld de Lightstrip Outdoor (219,99 euro voor 5 meter). Met de bevestigingsklemmen plaats je deze onder een rand of langs een kozijn. Je hebt een stopcontact nodig op maximaal zo’n vijf meter afstand. Na montage koppel je de strip aan de Hue Bridge waarna je kleur en helderheid via de Hue-app regelt. 

Innr heeft een voordelig alternatief met de Outdoor Flex Light (verkrijgbaar in wit of in kleur (99,99 euro voor 4 meter). Deze werkt in combinatie met de bridge van Innr zelf of met de Hue Bridge. Let er op dat je de strips van Philips en Innr in tegenstelling tot onze zelfbouwoplossing niet kunt inkorten of verlengen. Meestal zit er ook geen plakstrip op. De strips geven wel van zichzelf al een mooi diffuus licht, waardoor je ze in het zicht op kunt hangen zonder profiel. Een beperking is soms de verbinding met de bridge. Die moet binnen tien meter zijn geplaatst als er geen andere lamp tussen zit. 

De Lightstrip Outdoor voor Philips Hue brengt sfeer in je tuin. 

Wat heb je nodig 

In dit artikel gaan we een ledstrip met een lengte van naar keuze vijf of tien meter maken. Voor beide opties hebben we een boodschappenlijstje gemaakt. Als ledstrip kiezen we een SK6812-strip met dertig leds per meter. Daar is de voeding op berekend. Er zijn diverse leveranciers voor voeding en ledstrips. We hebben goede ervaringen met BTF-Lighting, beschikbaar op Amazon en AliExpress. 

Als microcontroller gebruiken we een ESP32-module (ongeveer 5 euro). Verder gebruiken we een aluminium profiel met een diffuse kap. Daar zitten alle accessoires al bij voor de montage. Als de ledstrips niet in het zicht komen, kun je ze eventueel zonder profiel aanbrengen. Verder komen er ook nog wat kabels bij en mogelijk extra toebehoren. Als het bijvoorbeeld niet lukt om alles in een waterdichte ruimte aan te sluiten, kun je een waterdichte box gebruiken. We zullen de gemaakte keuzes en eventuele alternatieven in de volgende paragrafen toelichten. 

Benodigdheden 5 meter10 meter
ESP32-microcontroller€ 5,-€ 5,-
Ledstrip (SK6812 IP67)€ 30,-2x € 30,-
Ledvoeding (5V/10A)€ 15,-N.v.t.
Ledvoeding (5V/20A)N.v.t.€ 20,-
Profiel€ 30,-€ 45,-
Kabels en toebehoren€ 5,-€ 5,-
Totaal€ 85,-€ 135,-

Boodschappenlijstje voor een ledstrip van vijf of tien meter. 

Welke ledstrip? 

We gebruiken individueel adresseerbare 5V-ledstrips van het type SK6812. Deze komt op veel punten overeen met het bekendere WS2812b-model. De SK6812 is echter minder gevoelig voor spanningsterugval, waardoor de kleuren correcter blijven over grotere afstanden. 

De SK6812-ledstrip is bovendien niet alleen als RGB-variant (kleur) leverbaar, maar ook in een RGBW-variant (kleur plus wit licht). Hoewel met RGB óók wit kan worden gemaakt, zorgt de extra witte led in de RGBW-variant voor een veel mooier en helderder wit licht. Bovendien hoef je dan de kleuren niet te gebruiken, waardoor het stroomverbruik lager zal zijn. Kies uiteraard een waterdichte variant die IP67 of IP68 gecertificeerd is, of eventueel een IP65-type in een profiel. Evengoed moet je wel zorgvuldig zijn bij het aansluiten, daar komen we in paragraaf 6 nog op terug. Overigens kun je vaak ook nog de gewenste kleurtemperatuur voor de witte led kiezen. Wij selecteerden warmwit maar dat is ook weer afhankelijk van de toepassing (zie kader ‘Beste kleurtemperatuur voor buiten’). 

©Simon - stock.adobe.com

We kiezen een ledstrip die kleur én warmwit licht kan uitstralen.

Beste kleurtemperatuur voor buiten 

Bij een RGBW-ledstrip kun je vaak de kleurtemperatuur voor de witte led kiezen. Dat kan bijvoorbeeld warmwit zijn (meestal aangegeven als RGBWW), neutraalwit (RGBNW) of koudwit (RGBCW). De fabrikant zal doorgaans de kleurtemperatuur specificeren die er volgens hem bij hoort. Dat kan wel wat verschillen per fabrikant. Grofweg onderscheiden we voor de kleurtemperatuur extra warmwit (tot 2700K), warmwit (2700K tot 3000K), neutraalwit (3000K tot 4000K) en koudwit (4000K of meer). Bij buitenverlichting zal warmwit meestal de voorkeur hebben. Als de lampen vooral een veiligheidsfunctie hebben, kun je een koelere temperatuur kiezen, zoals koudwit. Een koudere tint zal ook een natuurlijke omgeving beter tot zijn recht laten komen. In specifieke situaties kun je zelfs voor daglicht kiezen, dit ligt rond 6500K. 

©ohsuriya - stock.adobe.com

Ook bij ledstrips heb je vaak keuze in de gewenste kleurtemperatuur. 

Aantal leds per meter 

Je hebt bij de meeste ledstrips keuze in het aantal leds per meter ledstrip. Het meest gangbaar zijn 30, 60 of 144 leds per meter. We noemen het leds, maar het zijn in feite SMD-componenten met drie (RGB) of vier (RGBW) leds per component. Uiteraard geeft een dubbel aantal leds een dubbele lichtopbrengst en mooie, egalere verdeling. Maar het stroomverbruik is ook evenredig hoger. De spanning zal door de interne weerstand altijd wat teruglopen. Bij ledstrips die op ‘slechts’ 5 volt werken, is dat eerder een probleem. En dat wordt nog groter als er een groter aantal leds per meter is geplaatst. Daarom kiezen we voor ledstrips met 30 leds per meter. De componenten zijn daarbij met ongeveer 2,8 cm tussenruimte geplaatst. Dat zie je al bijna niet meer op iets grotere afstand, mede dankzij de diffuse kap. De lichtopbrengst zal iets lager zijn, maar je hebt buiten geen zee van licht nodig. 

©Narongsak Yaisumlee

Bij ledstrips heb je vaak keuze in de dichtheid van leds op de strip. 

Welke voeding 

Een voordeel van het werken met 5V is dat één voeding volstaat voor de ledstrips en de microcontroller. Het vereiste wattage hangt vooral van de ledstrips af, want de controller verbruikt nauwelijks stroom. Volgens de fabrikant verbruikt de ledstrip bij 30 leds per meter maximaal 9 watt. Bij 60 leds per meter is dat het dubbele. Dat is heel ruim, zeker omdat zelden alle leds volop branden. We kiezen hier een 50W-voeding (5V/10A) voor vijf meter. Bij dit wattage kun je een soort laptop-achtige voeding kiezen. Voor tien meter is een 100W-voeding nodig (5V/20A). Dit zijn meestal voedingen met metalen behuizing. 

©firax - stock.adobe.com

Het wattage van de voeding stem je af op de gebruikte ledstrips.

Microcontroller 

Als controller gebruiken we een ESP32-module. Die is in Computer!Totaal al vaker aan bod gekomen. De ESP8266 is ook een optie, maar die heeft bij een groter aantal leds wel wat beperkingen, bijvoorbeeld bij langere ledstrips of een groter aantal leds per meter. Via https://kno.wled.ge/features/multi-strip/ lees je daar meer over. 

Bij de ESP32-module kun je voor de hoogste prestaties tot 512 leds op een enkele GPIO-pin aansluiten. Bij tien meter kom je met 30 leds per meter op niet meer dan 300 leds. Er is dan evengoed nog genoeg ademruimte. De ESP32-module kan namelijk tot 1000 leds per uitgang over vier uitgangen aansturen met nog altijd goede prestaties. Dat is bij 30 leds per meter meer dan 130 meter aan ledstrip! Bij dat soort grotere projecten is 5 volt niet praktisch vanwege de hoge stroom en zul je eerder met 12 volt werken, zoals bij een WS2815-ledstrip. Maar die is echter niet in RGBW-variant leverbaar. 

©Tomasz - stock.adobe.com

We kiezen als microcontroller voor de veelzijdige ESP32. 

Wel of geen profiel? 

Op de gekozen ledstrip zie je alle componenten zitten en het licht is ook wat fel als je er in kijkt. Daarom plaats je deze liever niet direct in het zicht. In sommige gevallen kun je ze bijvoorbeeld in een nis of achter een rand wegwerken. Voor plaatsing in het zicht raden we een profiel aan. Dat is een doorgaans aluminium behuizing met plastic kap die zorgt voor een diffuus licht. Dat geeft ook een veel strakkere uitstraling en je kunt de individuele leds nauwelijks onderscheiden. Bij sommige ledstrips kun je overigens nog kiezen tussen een witte of zwarte achtergrond. Kies dan liefst voor de witte variant, omdat die het licht ook al beter zal verspreiden. We hebben bij het project een hoekprofiel van 45 graden gebruikt. Een recht profiel kan uiteraard ook. Je vindt een ruim aanbod bij onder meer Conrad en Amazon. 

©Fukume - stock.adobe.com

Als je een ledstrip netjes weg kan werken, is geen profiel nodig. 

Alles aansluiten 

De ledstrips zijn waterdicht volgens de IP67-norm en daarom verhuld in een siliconenbuis. De aansluitingen zelf zijn meestal niet waterdicht. Je kunt ze waterdicht maken door bijvoorbeeld de contacten te lijmen met een lijmpistool. Je kunt de ledstrip op maat knippen op de stippellijn, maar ook dan moet je het weer waterdicht maken! 

Je hebt uiteraard de nodige kabels nodig voor het aansluiten van de ledstrips op de voeding. Deze moeten dik genoeg zijn voor de gevraagde stroom. Bij voorkeur sluit je de voeding om de 2,5 meter aan. Bij 5 meter komt dat neer op het begin en einde van de strip. Dan heb je de minste spanningsval en kun je de ledstrip waarschijnlijk ook veel feller laten werken. Verder heb je één datakabel nodig vanaf pin D2 (GPIO 2) op de controller naar de ingang van de voorste ledstrip. Bij een langere datakabel zul je soms een zogenoemde level shifter nodig hebben, die de lagere 3,3 volt van de ESP32-module omzet naar 5 volt, de spanning die de ledstrip verwacht. Voor de veiligheid kun je met zekeringen werken. De waarde stem je af op de stroom die door de kabels mag lopen. 

©ROMAN BUDNYI

Zorg dat de aansluiting op de (waterdichte) ledstrip óók waterdicht is. 

Microcontroller programmeren 

WLED is een heel populaire optie voor zelfbouw-ledstrips. De software werkt in combinatie met een ESP32-module beter en flexibeler dan de meeste specifieke ledcontrollers. Je kunt de software eenvoudig flashen op de microcontroller. Het ontwikkelbordje sluit je daarbij alléén aan op de pc (direct via usb) en dus niet op een voeding. Voor het flashen gebruiken we de ESPHome Flasher voor Windows. Slechts in een enkel geval zul je de usb-naar-UART-drivers hoeven te installeren. De bewuste tool zal de COM-poort van de ESP32-module als het goed is herkennen, waarna je het image voor WLED kunt flashen. Het image kun je downloaden via https://github.com/Aircoookie/WLED/releases. Kies de meest recente ESP32.bin-uitvoering. Raadpleeg eventueel de instructies op de website van WLED als het niet lukt. 

Met deze tool voor ESPHome kun je een ESP32-module eenvoudig voorzien van WLED. 

WLED in gebruik nemen 

Je kunt WLED eenvoudig in gebruik nemen. Log met een smartphone, tablet of laptop in op de hotspot genaamd WLED-AP met het wachtwoord wled1234. Bezoek dan met een browser het adres 4.3.2.1. Je kunt nu de instellingen van je wifi-netwerk opgeven, zodat de microcontroller zelf direct verbinding met je netwerk maakt. Je kunt ook een naam kiezen, bijvoorbeeld wled-buiten.local. Via dat adres stel je de ledstrips eenvoudig in met een browser en bedien je ze. 

WLED maakt een hotspot aan voor de eerste configuratie. 

Werken met WLED 

We gaan via de gebruikersinterface van WLED eerst naar Config voor het instellen van de gebruikte leds. Zowel het type als het aantal leds is van belang. Als je dat te laag instelt, zullen de leds verderop niet branden. Je ziet ook welke voeding wordt aanbevolen en kunt eventueel een stroomlimiet instellen. Verder kies je onder Colors een kleur of een patroon en selecteer je onder Effects een van de meer dan honderd effecten. Onder Segments deel je een ledstrip desgewenst op in segmenten. Die kun je dan een aparte kleur of helderheid geven. 

Voor de configuratie ga je naar PC Mode. Vink dan rechts een segment aan. Je kunt dan kleur, patroon en effect kiezen. De ledstrips die draaien op de WLED-software kun je ook via andere programma’s besturen. Zo geef je lichtshows door de software xLights op je pc te installeren. Die werkt samen met WLED. En Home Assistant heeft een prima integratie voor WLED, zodat je ook automatiseringen kunt maken. Denk bijvoorbeeld aan het aanzetten van je lampen bij een melding van beweging door een buitensensor. Of felle rode lampen bij een vermoeden van inbraak. 

Je microcontroller met WLED is onder andere via een app toegankelijk. 

**Nameten van je ledstrips **

Ben je niet tevreden over de helderheid die je kunt bereiken met de ledstrips? Of wijken de kleuren af? Dan raden we aan om na te meten welk wattage je uit de voeding haalt. Dat kan bijvoorbeeld door de stroom te meten met een multimeter en te vermenigvuldigen met de spanning (5 volt). Als je zelfs op volle helderheid, met alle leds actief, maar een deel van het vermogen van de voeding benut, kan dit komen doordat de ledstrips en kabels een te grote weerstand vormen. Als je dikkere kabels gebruikt en de voeding zowel aan het begin als einde van elke 5 meter aansluit, zul je al veel verbetering zien.

©Vladimir Zhupanenko - stock.adobe.com

Meet je ledstrips na als je bijvoorbeeld niet de gewenste helderheid bereikt. 
▼ Volgende artikel
Online samenwerken in LibreOffice versie 25.8
© monticellllo
Huis

Online samenwerken in LibreOffice versie 25.8

De opensource kantoorsuite LibreOffice blaast 40 kaarsjes uit en viert dat met een sprong voorwaarts. Welke vernieuwingen vallen ons op in de recente versie en hoe maken ze de onderlinge samenwerking tussen gebruikers makkelijker?

LibreOffice kent een lange geschiedenis in verschillende vormen die teruggaat tot 1985. Toen verscheen het eerste programma onder de naam StarWriter. Vijftien jaar later belandde de suite bij de open-sourcegemeenschap en werd ondergebracht bij The Document Foundation, die het pakket de naam gaf waaronder we het nu kennen. Het is sindsdien uitgegroeid tot een volwaardig, gratis alternatief voor Microsoft Office. Ook de nieuwste versie blijft trouw aan de klassieke reeks toepassingen, al zijn die verder verfijnd en nauwer met elkaar geïntegreerd. LibreOffice 25.8 is beschikbaar op www.libreoffice.org/download.

De suite bestaat uit zes kernprogramma’s. Writer voor tekstverwerking, Calc als spreadsheet-programma, Impress is presentatiesoftware vergelijkbaar met PowerPoint, Draw is een vectorgebaseerde tekenapplicatie, Base gebruik je voor databases en ten slotte is er de formule-editor Math. Naast deze zes is er nog de component Chart om grafieken te maken binnen Calc, Writer en Impress. Bovendien heeft LibreOffice een bibliotheek met extra functies, sjablonen en steeds vaker ook AI-tools. Op de mogelijkheden van die kernprogramma’s zijn we al dieper ingegaan in een eerder artikel Aan de slag met LibreOffice. Hier bespreken we wat nieuw is en onderzoeken we de mogelijkheden van onderling samenwerken.

Aanpasbare interface

Wanneer je voor het eerst een applicatie opent, toont LibreOffice hoe je de interface kunt aanpassen. Wil je de standaardwerkbalk of wil je tabbladen? Daarnaast kun je kiezen voor een enkelvoudige werkbalk, voor compacte tabbladen, voor de zijbalk en meer. Telkens beslis je of je de gekozen interface alleen op het huidige programma wilt toepassen of op alle programma’s van LibreOffice.

De werkomgeving met tabbladen lijkt het meest op wat we van Microsoft Office gewend zijn.

Uiterlijk aanpassen

Met Extra / Opties / LibreOffice zet je de weergave van LibreOffice op licht, donker of de systeeminstelling. In hetzelfde venster bepaal je de kleuren waarmee spelfouten, tabelgrenzen, niet-afdrukbare tekens in Writer, de documentachtergrond en alle speciale markeeritems worden weergegeven. Door op het pictogram van het puzzelstukje te klikken bij Uiterlijk / LibreOffice-thema kom je bij de thema’s voor deze suite. Als je op de knop Internetpagina klikt, zie je telkens hoe ieder thema in de verschillende basisprogramma’s van LibreOffice eruitziet. Daarbij lees je welke versie van LibreOffice vereist is om het gekozen thema toe te passen. Gebruik de knop Installeren om het gekozen thema binnen te halen. Na een klik op OK past LibreOffice het thema onmiddellijk toe.

Daarnaast ondersteunen Writer, Calc en Impress ook kleurenschema’s voor specifieke documenten. Nadat je een van de drie applicaties hebt geopend, ga je naar Opmaak / Thema. Kies een van de bestaande thema’s uit Rainbow, Beach, Sunset … Je kunt via de knop Toevoegen ook zelf een thema samenstellen. Bevestig met de knop Toepassen. Alle elementen die met stijlen en thema-kleuren werken (koppen, tabellen, grafieken et cetera) worden meteen aangepast.

Met een thema pas je in één keer het volledige uiterlijk van de LibreOffice-applicatie aan.

Wijzigingen tonen

Een eerste opvallende vernieuwing is de manier waarop je tijdens het samenwerken veel duidelijker zicht krijgt op de voorgestelde wijzigingen. Activeer dit via Bewerken / Wijzigingen / Wijzigingen bijhouden of met de sneltoets Ctrl+Shift+C. Vanaf dat moment markeert Writer automatisch alles wat je typt, verplaatst of aanpast.

Met Bewerken / Wijzigingen / Tonen
maak je de aanpassingen zichtbaar. Toevoegingen verschijnen onderstreept of in kleur, verwijderingen worden doorgestreept en opmaakwijzigingen krijgen een ballon of markering in de kantlijn.

De voorgestelde wijzigingen worden zichtbaar.

Wijzigingen beheren

In het venster Wijzigingen beheren (Alt+7) zie je in één oogopslag alle voorgestelde aanpassingen. Klik je in de lijst op een item, dan wordt de bijbehorende wijziging meteen in de tekst gemarkeerd. En omgekeerd: selecteer je een wijziging in de tekst, dan springt Writer automatisch naar de juiste entry in de lijst. Dat was vroeger veel minder overzichtelijk, waardoor correcties in lange documenten lastig te volgen waren.

Nu kun je niet alleen sneller door honderden wijzigingen bladeren, maar ook instellen hoe elk type wijziging wordt weergegeven, van kleur tot markering. Met de knoppen Accepteren en Verwerpen beslis je per wijziging of je alles in één keer verwerkt. Bovendien kun je de lijst filteren op auteur en/of tijdstip, wat vooral bij samenwerking met meerdere gebruikers tijd bespaart.

Je kunt de wijzigingen filteren op auteur en op datum.

Commentaren geïntegreerd in Navigator

Commentaren zijn in de nieuwe versie beter geïntegreerd in de Navigator, waardoor je ze als overzichtslijst kunt gebruiken. Open het zijpaneel Navigator met F5 of via het kompas-pictogram in de zijbalk. Vanuit dit venster navigeer je met één klik naar koppen, afbeeldingen, secties en tabellen. Voeg je in de tekst een commentaar toe via rechtermuisknop en de optie Notitie toevoegen of de sneltoets Ctrl+Alt+C, dan verschijnt deze niet alleen in de tekst, maar ook in de Navigator. Klik je daar op een commentaar, dan springt Writer meteen naar de juiste plaats in het document.

In het panel Navigator vind je alle opmerkingen.

Extern opslaan

Onder het menu Bestand vind je ook de optie Extern opslaan. Hiermee sla je een bestand op een andere locatie op dan je eigen computer. Dit kan bijvoorbeeld een netwerkschijf of gedeelde map zijn, via WebDAV, FTP, SSH of een andere netwerkverbinding, of in een cloudomgeving zoals Nextcloud, Google Drive of OneDrive.

Het voordeel is dat het document direct op een plek staat waar anderen toegang toe hebben, of waar je er zelf vanaf meerdere apparaten bij kunt. Om een externe opslaglocatie in te stellen, klik je bij Extern opslaan op Service beheren. Daarna selecteer je de gewenste online dienst en vul je de gebruikersnaam en het wachtwoord in.

Je kunt verschillende externe bestandsservices aanspreken.

Multi opslaan als

Aanvullend kun je de mogelijkheden van LibreOffice uitbreiden door middel van extensies. Bijvoorbeeld met MultiFormatSave sla je hetzelfde document meteen in meerdere indelingen tegelijk op. Deze extensie ondersteunt het OpenDocument-formaat, het Microsoft Office-formaat en tegelijk de pdf-indeling. Handig bij samenwerking met mensen die Microsoft Office gebruiken, zodat iedereen toch over een kopie beschikt waarmee hij of zij kan werken. Daarnaast is er de extensie MultiFormatSave-Draw die hetzelfde doet voor illustraties. Hiermee bewaar je dezelfde afbeelding tegelijk in het odf-, png-, svg- en pdf-formaat.

Eerst moet je de extensie installeren via het menu Extra / Extensies. Daar klik je linksonder op de knop Haal meer extensies online. Dan kom je in een store om extensies te zoeken en te downloaden. Wanneer de download binnen is, dubbelklik je op het bestand multiformatsave-v1-5-6.oxt in de map Downloads. Er verschijnt een waarschuwing die aangeeft dat je op het punt staat om een extensie te installeren voor LibreOffice. Klik op OK. Daarna moet je LibreOffice opnieuw opstarten. Vanaf nu heb je in het menu Bestand een nieuwe functie: Multi Opslaan als. Als je die functie aanspreekt, krijg je een pop-up waar je verschillende indelingen kunt selecteren. Via Extra / Extensie kun je achteraf ook extensies verwijderen.

Plaats vinkjes bij de verschillende bestandsindelingen die LibreOffice simultaan moet opslaan.

AI-afbeeldingsgenerator

Een nieuwe interessante extensie is Stable Diffusion for LibreOffice. Hiermee kun je via prompts AI-gegenereerde afbeeldingen rechtstreeks toevoegen dankzij de gratis AI Horde backend. Je hebt hiervoor geen account of abonnement nodig, maar wel een internetverbinding. Bovendien krijg je het beste resultaat met Engelse prompts. Dit is een interessante manier om op een eenvoudige manier visuals toe te voegen. Ga naar Extra / Extensies / Haal meer extensies online en gebruik de zoekmachine om Stable Diffusion for LibreOffice te downloaden. De extensie gebruikt een cluster van Stable Diffusion-servers die door vrijwilligers wordt onderhouden, de zogenaamde AIHorde.

Zodra de extensie is geïnstalleerd, kies je Invoegen / Image from text. Dan opent zich de pop-up Stable Horde for LibreOffice waar je de prompt typt. Daarbij geef je zowel de hoogte als de breedte in van de illustratie die je nodig hebt en je klikt op de knop Process. Even later staat de illustratie in het tekstdocument of in de presentatie. Na de installatie vind je de knop naar deze extensie in Writer, Draw en Impress.

Onder de afbeelding komt ook de prompt die je hebt ingegeven.

Echte open standaarden

Wat LibreOffice uniek maakt, is dat het volledig inzet op open standaardformaten die door iedereen gebruikt en geïmplementeerd kunnen worden. Voor elk type document is er een open formaat: odt voor tekstdocumenten, ods voor spreadsheets en odp voor presentaties. Deze formaten zijn vastgelegd door de internationale standaardisatieorganisatie OASIS en officieel erkend door ISO/IEC. Dat betekent dat ze vrij beschikbaar zijn, zonder dat er een bedrijf de spelregels bepaalt.

Daarnaast kan LibreOffice ook werken met de Microsoft Office-formaten zoals docx, xlsx en pptx. Het kan bestanden in die formaten zowel openen als opslaan, zodat uitwisseling met gebruikers van Microsoft Office vlot verloopt. Het belangrijkste voordeel van de open formaten is dat de documenten in LibreOffice er hetzelfde uitzien wanneer je ze opnieuw opent, of wanneer iemand anders ze opent in een toepassing die deze standaard ondersteunt. Je verliest geen opmaak, inhoud of metadata.

Bij de Microsoft-formaten ligt dat genuanceerder. De typische Microsoft-indelingen zoals docx, xlsx en pptx bevatten vaak functies of elementen die alleen door Microsoft Office volledig worden ondersteund. Dit is deels een bewuste strategie. Microsoft hanteert zijn eigen implementatie en voegt soms afwijkingen toe, waardoor bestanden niet altijd 100 procent identiek openen buiten het eigen ecosysteem. Daardoor wordt het overstappen naar alternatieve software bemoeilijkt.

LibreOffice ondersteunt echte open standaarden.

Documenten schoon opslaan

Alle applicaties zijn bovendien in staat om documenten te creëren die de privacy van de gebruiker respecteren. Bij het opslaan kun je namelijk aangeven of je het bestand zonder persoonlijke metadata wilt bewaren, zoals de auteur of de tijdstempels. Dit kan belangrijk zijn als je documenten deelt in een professionele of juridische context. Terwijl het bestand geopend is, ga je naar het menu Bestand / Eigenschappen. Dan kies je het tabblad Algemeen. Je zult zien dat hierbij je naam als auteur al ingevuld is en ook de wijzigingsdatum, de totale bewerkingstijd enzovoort …

Klik op de knop Eigenschappen terugzetten. Hiermee wis je auteur, wijzigingsdatum, bewerkingstijd en woordentelling. Sla het bestand dan opnieuw op. Wil je het programma instellen zodat je de metadata altijd wist bij het opslaan, zodat je dit niet kunt vergeten? Ga naar Extra / Opties. Kies links in de lijst LibreOffice / Beveiligen. In de groep Beveiligingsopties en waarschuwingen klik je op de knop Opties. Daarna vink je de optie aan: Persoonlijke informatie verwijderen bij het opslaan. Bevestig met OK. Vanaf nu worden alle documenten automatisch schoon opgeslagen.

Het is mogelijk om de metadata in LibreOffice te verwijderen.

Samenwerken

Er zijn drie manieren om samen te werken met LibreOffice. De eerste is de klassieke aanpak. Je werkt alleen op je eigen computer en deelt het bestand via e-mail of usb. Andere gebruikers kunnen het document vervolgens aanpassen en opmerkingen toevoegen. Alle wijzigingen zie je overzichtelijk terug in het venster Wijzigingen beheren. De tweede manier is het gebruik van een gedeelde map in de cloud. Iedereen met toegang kan het bestand bewerken, zij het niet tegelijkertijd. Dankzij kleurmarkeringen blijft zichtbaar wie welke aanpassing heeft gedaan. De derde optie is de online variant van LibreOffice. Daarmee werk je in realtime samen aan hetzelfde document. Het grote voordeel is de simultane bewerking, maar het nadeel is dat de installatie en configuratie van deze oplossing wat complexer is.

Zo versleutelen we het bestand op Dropbox, de ander moet dan het wachtwoord kennen.

Online versie

De oplossing om online de opensource tekstverwerker, spreadsheet- of presentatie-applicatie te gebruiken, is een combinatie van een online platform en een online toepassing. LibreOffice 25.8 heeft de mogelijkheden om met anderen samen te werken uitgebreid door koppelingen met cloudoplossingen zoals Nextcloud. De bijbehorende online toepassing heet Collabora Online. Het gaat om een webgebaseerde Office-omgeving op basis van LibreOffice die zich integreert met cloudplatformen zoals Nextcloud. Hiermee kunnen teams, onderzoekers en scholieren in realtime veilig samenwerken, zonder afhankelijk te zijn van commerciële clouddiensten zoals Google of Microsoft. Bovendien is de privacy beter gewaarborgd.

Om te starten heb je een Nextcloud- of ownCloud-account nodig. Wij vonden Nextcloud het meest gebruiksvriendelijk, omdat deze Collabora al standaard aanbiedt. Nextcloud heeft clients voor Windows, macOS, Linux, iOS en Android (https://nextcloud.com/install). De laatste versie (31.0.8) verscheen op 14 augustus 2025. Wil je geen tijd besteden aan installatie en onderhoud, dan kun je kiezen voor een beheerde Nextcloud-hostingdienst. Er zijn verschillende aanbieders en de prijzen variëren volgens opslagcapaciteit. Je kunt er ook voor kiezen om op een eigen server Collabora CODE te installeren (Collabora Online Development Edition, een gratis community-versie), maar dat is meer iets voor specialisten.

Maak eerst een account aan bij Nextcloud.

Compatibel met de courante Office-indelingen

Met Collabora Online krijg je een webversie van LibreOffice, volledig opensource en privacy-vriendelijk. Op https://collaboraonline.com kun je een gratis demo uitproberen. Je vult je naam, e-mailadres en herkomst van je aanvraag in, waarna je een e-mail ontvangt met een link, login en wachtwoord. Vervolgens kom je in een omgeving waar je tekstverwerkingsdocumenten, spreadsheets en presentaties kunt openen. Het gaat om een set online documenten in de odt-, docx-, pdf-, pptx-, xlsx-, odg-, doc- en ods-indeling. Met een dubbelklik opent Collabora Online het bestand rechtstreeks in de browser, zonder dat je iets hoeft te installeren.

Je ziet in Nextcloud welke bestanden je in Collabora kunt openen.

Alle bewerkingen in de browser

Wanneer een document geopend is, herken je meteen de vertrouwde LibreOffice-modules. De interface van Collabora Online is niet 100 procent identiek aan de desktopversie van LibreOffice, maar de functies en compatibiliteit zijn zeer vergelijkbaar. De interface past zich aan de taalinstellingen van je systeem aan (in ons geval Nederlands). Je kunt elk bestand bewerken en opslaan in verschillende formaten. Zo kun je een geopende odp-presentatie bewaren als odf-presentatie, PowerPoint-bestand (.pptx) of PowerPoint 2003-presentatie (.ppt). Een tekstdocument in odt-formaat kun je opslaan als rtf, Word (.docx) of Word 2003-document (.doc). Ook exporteren naar pdf of epub is mogelijk. Alles gebeurt volledig in de internetbrowser, zonder dat je een lokale toepassing nodig hebt. Bovendien ben je niet beperkt tot de demo-bestanden: je kunt zelf ook eigen bestanden uploaden, bewerken en opslaan in deze indelingen.

De interface van Collabora Online werkt ook in het Nederlands.

Delen

In Nextcloud klik je op de Deel-knop en voeg je een gebruiker of groep toe. Je kunt zelfs een openbare link aanmaken. Daarbij bepaal je of de ander het document alleen mag lezen of ook mag bewerken. Vanaf dat moment kunnen meerdere mensen tegelijk in hetzelfde document werken. Elke auteur krijgt een eigen kleur voor de cursor en de selecties en alle wijzigingen verschijnen direct op het scherm. Net als in de desktopversie kun je opmerkingen toevoegen en wijzigingen bijhouden. Ondertussen kun je chatten en altijd teruggaan naar eerdere versies.

Je kunt het document delen met een of meer personen en je kunt een openbare link creëren.
▼ Volgende artikel
Vuurwerk fotograferen met je smartphone: zo krijg je de mooiste foto's
© ID.nl
Huis

Vuurwerk fotograferen met je smartphone: zo krijg je de mooiste foto's

De jaarwisseling 2025/2026 is het laatste keer dat we zelf vuurwerk mogen afsteken. Reken maar dat er dus heel wat siervuurwerk de lucht in gaat op oudejaarsavond! Natuurlijk wil je daar foto's van maken, maar het blijft lastig om dit spektakel goed vast te leggen met een telefoon. Vaak eindig je met bewogen strepen of een overbelichte waas op je scherm. Met de juiste voorbereiding en instellingen maak je dit jaar foto's die wél de moeite waard zijn om te bewaren.

In dit artikel

Vuurwerk fotograferen met je smartphone vraagt om een goede voorbereiding en de juiste instellingen. Je leest hoe je je telefoon stabiel houdt, waarom een schone lens verschil maakt en welke instellingen helpen om lichtsporen scherp vast te leggen. Ook leggen we uit hoe Live Photos op de iPhone en de Pro-modus op Android werken, en waar je op let bij timing en compositie voor een sterker eindresultaat. 

Lees ook: Betere foto's met je smartphone? 5 fouten die je nooit moet maken! (Plus: de beste camera-smartphones 2025)

Begin met een schone lens door er even een microvezeldoekje overheen te halen. Vette vingers veroorzaken namelijk vlekken waardoor het felle licht van het vuurwerk minder goed wordt vastgelegd. Controleer daarnaast of je nog voldoende opslagruimte vrij hebt op je toestel. Omdat je waarschijnlijk veel beelden achter elkaar schiet, loopt je geheugen sneller vol dan je denkt. Vergeet ook niet om je batterij volledig op te laden, want als het koud is, gaat de accu van je smartphone sneller leeg.  

Stabiliteit voor scherpe beelden

Lichtflitsen in het donker fotograferen vraagt om een langere sluitertijd. Hierdoor is elke kleine beweging van je handen direct zichtbaar als een onscherpe vlek. Gebruik bij voorkeur een klein statief of een smartphonehouder om je toestel stil te houden. Heb je die niet bij de hand? Leun dan tegen een muur of lantaarnpaal en houd je smartphone met beide handen stevig vast. Gebruik in geen geval de digitale zoom. Dit verlaagt de kwaliteit van je foto aanzienlijk en maakt de korreligheid alleen maar erger.

©ID.nl

Lichtsporen vastleggen met iPhone

Heb je een iPhone, dan is de functie Live Photos je beste vriend tijdens de jaarwisseling. Zorg dat het ronde icoontje voor Live Photos bovenin je camera-app geel gekleurd is. Nadat je de foto hebt gemaakt, open je deze in de Foto's-app. Tik linksboven op het woordje 'Live' en kies uit het menu voor 'Lange belichting'. Je telefoon voegt dan alle beelden uit de opname samen tot één foto. Hierdoor veranderen de losse lichtpuntjes in vloeiende, lichtgevende banen tegen een donkere lucht. Gebruik hierbij bij voorkeur een statief of zet je iPhone ergens stabiel neer. Wanneer je namelijk los uit de hand fotografeert, worden de bewegingen die je zelf maakt ook meegenomen, en dat kan zorgen voor een wazig eindresultaat.

De Pro-modus op Android gebruiken

Veel Android-telefoons hebben een Pro-modus waarmee je handmatig de sluitertijd aanpast. Open deze stand in je camera-app en zoek naar de letter 'S' (Sluitertijd). Voor vuurwerk werkt een sluitertijd tussen de twee en vier seconden vaak het best. Houd de ISO-waarde laag, bijvoorbeeld op 100, om ruis in de donkere delen te voorkomen. Omdat de sluiter nu langer openstaat, is een statief echt een vereiste. Je krijgt dan de bekende foto's waarbij je de hele weg van de vuurpijl als een lichtspoor ziet.

Timing en compositie bepalen

Het moment waarop je afdrukt is bepalend voor het eindresultaat. Werk je met een normale sluitertijd, dan is de burst-modus handig: houd de ontspanknop ingedrukt wanneer een pijl de lucht in gaat. Zo leg je de hele explosie vast en kies je achteraf de mooiste foto uit de reeks. Denk ook na over de compositie van je beeld. Een foto van alleen de lucht is vaak wat kaal. Probeer elementen uit de omgeving mee te nemen, zoals silhouetten van gebouwen of bomen. Dit geeft context en maakt het plaatje een stuk interessanter.

🎆 Snelle checklist 🎆

Wat?Hoe?
StatiefGebruik een stabiele ondergrond of een houder
FlitserSchakel deze functie handmatig uit
FocusVergrendel de scherpte op de plek van de explosie
BelichtingVerlaag de helderheid voor diepere kleuren
ZoomBlijf op de standaardstand staan voor maximale scherpte
ModusGebruik de burst-functie voor een reeks opnames