ID.nl logo
Trends in hardware-wallets voor cryptomunten
© Reshift Digital BV
Zekerheid & gemak

Trends in hardware-wallets voor cryptomunten

Zoek je een veilige opslag voor je bitcoins of andere cryptomunten? Er wordt flink geïnnoveerd in deze jonge maar groeiende markt en recent verschenen nieuwe wallets van onbekendere merken zoals Tangem, OneKey en Keystone. We praten je bij over de laatste trends in hardware-wallets.

Traditionele fabrikanten van hardware-wallets voor cryptovaluta, zoals Ledger en Trezor hebben er concurrentie bijgekregen. Sommige van deze nieuwere producten hebben interessante innovaties. In dit artikel lees je over:

  • De werking van hardware-wallets
  • De herstelzin als back-up van je privésleutel
  • Het comfort van een touchscreen op je hardware-wallet
  • Een wallet op bankpasformaat
  • Het nut van setjes van meerdere wallets

Lees ook: Bitcoin en co: 15 tips voor cryptovaluta

Als wallet voor cryptovaluta kun je onder andere een app op je smartphone of een extensie in je browser gebruiken. Maar daar kleven wel wat nadelen aan. Het grootste nadeel is dat het relatief onveilig is. Je zou je investeringen bijvoorbeeld kunnen verliezen door een hack of phishing. Bij een hardware-wallet verlaat de privésleutel nooit het bewuste apparaat. Het is opgeslagen in een chip die aan hoge veiligheidseisen voldoet. Daarnaast zijn wallets vaak voorzien van opensource-software en -firmware. Traditionele fabrikanten als Ledger en Trezor hebben er de laatste jaren wat concurrenten bijgekregen, die met interessante innovaties kwamen. We praten je bij over de laatste trends.

De OneKey Touch is een hardware-wallet met touchscreen.

Werking hardware-wallet

Een wallet gebruik je om transacties te ondertekenen. Daarmee bedoelen we het versturen van cryptomunten vanuit je wallet naar een ander blockchain-adres. Bij een hardware-wallet moet je transacties altijd via die wallet bevestigen. Daar is immers de privésleutel opgeslagen die nodig is. Hoe makkelijk dat gaat, verschilt per model. Gebruiksgemak is vooral een aandachtspunt als je actief handelt.
Er is ook verschil in de ondersteunde blockchain-netwerken. Bitcoin, Ethereum, Solana en tokens binnen de ecosystemen van Ethereum, Binance Smart Chain en Solana zijn vrij gangbaar. Maar nieuwere projecten zoals Kaspa en Bittensor, die gemeten naar marktwaarde reeds in de top vijftig staan, worden niet altijd (direct) ondersteund. Een leverancier kan zich hiermee onderscheiden. Zo waren Tangem en OneKey er heel vroeg bij met ondersteuning voor Kaspa en brachten ze zelfs een limited edition van hun wallets uit.
Naast gebruiksgemak, moet je ook op de betrouwbaarheid en reputatie van de fabrikant letten. Jonge fabrikanten hebben wat dat betreft nog niet veel tijd gehad om die op te bouwen.

Via knopjes op een hardware-wallet kun je transacties ondertekenen.

Herstelzin als back-up privésleutel

Als je een wallet in gebruik neemt, krijg je in de regel een door de wallet gegenereerde herstelzin te zien, ook wel seed phrase genoemd. Deze reeks van doorgaans 12 of 24 woorden dient als back-up voor de privésleutel. Je noteert ze op een papiertje dat je veilig opbergt in de kluis. Dit moet je om veiligheidsredenen volledig offline doen. Maak geen foto met je smartphone, zelfs niet tijdelijk. Met deze woorden kan immers je wallet worden hersteld waarna transacties gedaan kunnen worden. We raden ook aan om een hardware-wallet indien mogelijk direct bij de fabrikant zelf te bestellen. Dat geeft vaak meer zekerheid dat deze niet is gemanipuleerd.

Touchscreen

De lichte en compacte Keystone Pro 3 (149,95 euro) en OneKey Touch (299,95 euro) vallen op door hun touchscreen. Daarmee zijn ze Ledger voor: de innovatieve Stax (279 euro) van deze fabrikant laat nog zeker een aantal maanden op zich wachten. Opmerkelijk in die Stax is het zwart-witte e-ink scherm. De Keystone en OneKey hebben een traditioneler touchscreen in kleur van respectievelijk 4 en 3,1 inch. De OneKey is daarmee wat klein voor grotere vingers, maar reageert wel snel en soepel.
Een touchscreen biedt meer gebruiksgemak. Bij de meeste hardware-wallets heb je een minuscuul schermpje voor de belangrijkste details, en enkele knopjes om te navigeren en bevestigen. Acties als het controleren van het adres, en het bevestigen en versturen van een transactie gaan wat omslachtig. Een touchscreen is veel comfortabeler.

De Keystone Pro 3 kun je via een touchscreen bedienen.

Air-gapped wallet Een wallet zul je doorgaans via usb of bluetooth verbinden om transacties te bevestigen die je met een pc initieert. Dat hoeft echter niet altijd. Een term die je bij steeds meer hardware-wallets hoort is air-gapped. Daarmee wordt bedoeld dat je met de wallet transacties kunt ondertekenen zonder draadloos of via een kabel verbinding te maken. Er is natuurlijk wel interactie met de hardware-wallet nodig, maar dat gaat dan bijvoorbeeld via QR-codes die je kunt scannen. Een update van de firmware kan ook zonder verbinding te maken, door een microSD-kaart te gebruiken.

Wallet in kaartformaat

Uniek aan de wallet van Tangem is dat het de vorm van een fysieke kaart heeft, vergelijkbaar met een bankpas. De robuuste kaart is voorzien van een NFC-chip en bestand tegen water, stof en lage of hoge temperaturen. Met een smartphone en de Tangem-app (beschikbaar voor Android en iOS) kun je de wallet in gebruik nemen. Met de app beheer je daarna ook je cryptomunten en doe je bijvoorbeeld transacties.
Je koopt de kaartjes van Tangem meestal per set van twee of drie (ongeveer 65 euro). De herstelzin wordt bij de ingebruikname op al deze kaartjes bewaard. Deze blijft dus ook steeds offline en beschermd op de kaart. Je stelt aanvullend een toegangscode in. Die heb je samen met één van de kaartjes nodig om een transactie te bevestigen. Daarbij houd je een kaartje desgevraagd tegen je smartphone. Er is nog een extra biometrische beveiliging mogelijk in de vorm van je vingerafdruk. Het is raadzaam om na de ingebruikname de andere kaart(en) als back-up bij bijvoorbeeld kennissen in de kluis te bewaren. Dat is ook veilig: zonder toegangscode kan niemand iets met de kaart.

De Tangem-hardware-wallet communiceert via NFC met je smartphone.

Set van twee of drie

We raden aan om een set van drie kaartjes te kopen, in plaats van twee. Koop je namelijk een set van twee, dan heb je bij verlies of diefstal van een van die kaartjes uiteraard nog maar één enkel exemplaar. Heb je een set van drie, dan heb je nog een extra kaartje als back-up. Dat is met name belangrijk als je de toegangscode verliest. Als je die opnieuw in wilt stellen via de app, dan kan dat namelijk alleen als je nog een tweede kaartje hebt.
Overigens kun je er bij het activeren voor kiezen om de herstelzin toch te zien te krijgen. Het voordeel is dat je dan altijd je wallet kunt herstellen. Dat heeft echter niet echt onze voorkeur. Immers, de oplossing van Tangem is juist zo elegant, omdat niemand de herstelzin krijgt te zien en je ook niet hoeft na te denken over het veiligstellen ervan.
Een extra voordeel van de wallet van Tangem is dat je deze overal mee naartoe kunt nemen. Je stopt een van de kaartjes gewoon bij je bankpasjes in je smartphone. Je hebt geen computer nodig om bijvoorbeeld wat cryptomunten naar een kennis te sturen of naar een exchange om te verhandelen. Wil je toch de wereld van DeFi (decentrale financiën) en Dapps (decentrale apps) verkennen, dan kun je in veel gevallen ook verbinding maken met WalletConnect.

De kaartjes van Tangem koop je per set van twee of drie kaarten.

Voordelige opties Wil je niet te veel uitgeven, dan is de hardware-wallet van Tangem een goede optie. Veel van de eerdergenoemde fabrikanten hebben ook voordelige alternatieven voor de genoemde wallets. Een goed voorbeeld is de OneTouch Classic. Je mist daarop wel veel eigenschappen van de Touch, waaronder het touchscreen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.