ID.nl logo
Review Arlo Pro 5 beveiligingscamera - Niet geschikt voor iedereen
Zekerheid & gemak

Review Arlo Pro 5 beveiligingscamera - Niet geschikt voor iedereen

De Arlo Pro 5 is de nieuwste beveiligingscamera van het bekende merk met een flink prijskaartje van 250 euro. Ten opzichte van de voorganger zijn er weinig veranderingen. Maar kunnen die geringe aanpassingen een aankoop rechtvaardigen? We bekijken het in de Arlo Pro 5 review.

Rampzalig
Conclusie

We hoeven er geen doekjes om te winden. De Arlo Pro 5 is een fijne, goed werkende en kwalitatief hoogstaande beveiligingscamera voor in of rondom je huis. Het systeem biedt kleurrijke en gedetailleerde beelden aan, zowel overdag als in de avond. In de doos zit een oplader en een standaard, waarmee je hem aan de muur kunt bevestigen. En je krijgt tot dertig dagen lang gratis toegang tot het Arlo Secure Plan-abonnement, dat minimaal 2,99 euro per maand kost. Je krijgt dan goed mee wat dit systeem allemaal in huis heeft en wat je ervan kunt verwachten. Maar zodra dat proefabonnement afloopt en je besluit om géén abonnement af te sluiten, dan kom je bedrogen uit. Dan heb je als het ware een digitaal raam aangeschaft voor 250 euro, omdat alle functies die je nodig hebt – op de bewegingsmeldingen na – achter een betaalmuur zitten.

Plus- en minpunten
  • Beeld- en audiokwaliteit
  • Installatie
  • Mogelijkheden
  • Weinig verschil met Arlo Pro 4
  • Abonnement nagenoeg verplicht
  • Onduidelijkheid over cloudopslag
  • Bewegingsmeldingen niet uit te zetten

In de basis komen de Arlo Pro 4 en Arlo Pro 5 flink met elkaar overeen. Beide beveiligingscamera’s zijn in staat beelden in 2k op te nemen, ondersteunen de hdr-beeldstandaard en hebben een brede kijkhoek van 160 (en opties voor 125 en 110) graden. Ze maken beiden scherpe, kleurrijke beelden. Verder hebben ze allebei nachtzicht. Je hebt dan weer de keuze uit twee opties: met kleur of in zwart-wit. Kies je voor kleur, houd er dan rekening mee dat de ingebouwde led-lamp aangaat. De beeldkwaliteit is van hoog niveau; je kunt details goed van elkaar onderscheiden.

De Pro 5 heeft 12-bit kleuren en dat heeft de Arlo Pro 4 dan weer niet. Het voordeel daarvan is dat de Arlo Pro 5 tot 68 miljard kleuren kan weergeven. Daardoor kun je als gebruiker meer kleurendetail verwachten. Een leuk technisch verhaal voor de marketing, maar met het menselijk oog is dat niet echt zichtbaar. In de praktijk doe je daar alleen weinig mee, aangezien het verschil in beeldkwaliteit tussen de Arlo Pro 4 en 5 minimaal is. Beide camera’s kunnen tot slot twaalf keer inzoomen; aangezien dit digitaal gebeurt, gaat dit uiteindelijk ten koste van de kwaliteit.

Lees ook: Beveiligingssysteem kopen? Let op deze misvattingen

Arlo Pro 5 heeft weinig veranderingen

Sterker nog: de Arlo Pro 3 heeft dit ook allemaal: 2k-resolutie, 12 keer digitaal inzoomen, hdr-ondersteuning en de brede kijkhoek van 160 graden. Het design van de camera is er in de afgelopen vier jaar ook niet op vooruitgegaan. Sinds de Arlo Pro 2 hanteert het merk hetzelfde principe: een strakke, witte behuizing met een ronde afwerking. Onderop zit een plat stukje, waar je de oplader op aansluit. Door op het zwarte deel van de camera te drukken, open je het toestel (je wipt de cameramodule er als het ware uit) en kun je de accu invoegen of verwisselen.

Voordat je de camera in gebruik neemt, dien je zelf de accu in het apparaat te stoppen. Doe dit vooral wanneer van plan bent de camera op een plek te gebruiken waar je geen wandcontactdoos tot je beschikken hebt. Is die er wel? Dan kun je het systeem ook zonder accu gebruiken en gewoon op stroom laten draaien. Echter, mocht er een stroomstoring zijn, dan valt de camera wel uit. Daarom is het handig om die accu er toch altijd in te stoppen, zodat je op een stroomstoring voorbereid bent. Arlo belooft dat de batterij tot acht maanden meegaat op een volle acculading.

Video’s of foto’s?

De Arlo Pro 4 heeft een verwachte accuduur van drie tot zes maanden. Daar kun je dus één tot twee maanden bij op tellen. Dit hebben we logischerwijs voor de review niet kunnen testen. Maar na een paar weken gebruik is de accuduur er amper op achteruitgegaan, slechts met een paar procent. Mocht je overigens meer uit de accu willen persen, dan kan dat. Binnen de app tref je verschillende accumodi aan. Je hebt de keuze uit Beste video (met een kortere accuduur), Geoptimaliseerd en Beste batterijlevensduur. De laatste modus kan de videokwaliteit negatief beïnvloeden.

Een nieuwe optie is de Modus voor laag energieverbruik. De Arlo Pro 5 maakt dan foto’s in plaats van video’s. De accu gaat dan (waarschijnlijk) nog langer mee dan beloofd, maar de vraag is of je er wat aan hebt. Wil je je voordeur in de gaten houden voor pakketten op de stoep? Dan zou dit nog wel kunnen werken. Voor situaties waarin je echt wil weten wat er gebeurt in of rondom je huis, dan krijg je te maken met foto’s zonder context. Je zou deze modus kunnen inschakelen wanneer de accu bijna leeg is en je hem even niet kunt opladen; maar meer dan een back-upoptie is dit eigenlijk niet.

Nieuwe app: dat is even wennen

De beelden die de camera maakt, kun je in de gratis app bekijken. De app heeft een flinke make-over gekregen sinds de introductie van de Arlo Pro 4. Binnen de app kun je allerlei instellingen aanpassen, routines aanmaken en een live-weergave bekijken. Opvallend aan het nieuwe design is de indeling. Voorheen waren er drie tabbladen zichtbaar en dit keer komen we er vijf tegen: Dashboard, Feed, Noodgeval, Apparaten en Routines. Wat zo opvallend is: Dashboard en Apparaten laten vrijwel dezelfde content zien. Voor het overzicht zou je er dus één kunnen weghalen.

De reden dat er toch een onderscheid gemaakt wordt, heeft mogelijk te maken met de widgets die je kunt toevoegen aan het Dashboard. Dat is immers het eerste onderdeel dat je ziet wanneer je de app opent. Heb je meerdere (soorten) apparaten van Arlo, dan bepaal je dus zelf wat je meteen te zien krijgt na het openen. Noodgeval lijkt ook een overbodige tab te zijn, aangezien je die knop kwijt had gekund op het Dashboard. Maar die optie bestaat momenteel niet binnen de app. De app oogt simpel doch rommelig en dat doet wel iets af van wat eigenlijk een premium ervaring hoort te zijn.

Verder is het jammer dat we niet meer handmatig de resolutie kunnen aanpassen. Wil je ruimte besparen op het optionele basisstation, dan kan dat dus niet. Mogelijk zitten deze instellingen verstopt in de eerdergenoemde accu-instellingen, maar dat is gewoon slordig. Binnen de app kun je verder wat basisautomatiseringen instellen en de camera op vaste momenten activeren (zoals in de avond of wanneer je vertrekt, middels geofencing), maar erg uitgebreid is het niet. Gelukkig is er ondersteuning voor Google Assistent en IFTTT. HomeKit en andere platformen ontbreken (nog).

Arlo Pro 5: met of zonder abonnement?

Daarnaast bestaan er wat onduidelijkheden over de manier waarop je de Arlo Pro 5 kunt gebruiken. Begin februari kwam in het nieuws dat Arlo voornemens was om bestaande klanten toegang te geven tot zeven dagen gratis cloudopslag, nadat eerder naar buiten kwam dat die optie zou verdwijnen. Maar er is nog niets gezegd over nieuwe klanten. Als we op de huidige website afgaan, dan zien we dat je als ‘gratis gebruiker’ alleen toegang hebt tot het live-beeld en bewegingsmeldingen; en die bewegingsmeldingen kun je overigens niet eens uitschakelen, als je dat zou willen.

View post on X

Het Secure Plan-abonnement kost per camera 2,99 euro per maand, of 9,99 euro voor een onbeperkt aantal camera’s. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de Arlo Pro 5, dien je eigenlijk zo’n abonnement af te sluiten. Niet alleen krijg je daarmee toegang tot de beeldkwaliteit in 2k, ook heb je dan een videogeschiedenis van dertig dagen, uitgebreide detectiemogelijkheden (voor pakketten, mensen en dieren), aangepaste activiteitenzones, de optie om een vriend in te schakelen bij een noodgeval en de mogelijkheid een camera gratis te laten vervangen bij diefstal.

Nu snappen we best dat sommige onderdelen (zoals een uitgebreide cloudopslag of ‘gratis’ vervanging) geld kosten, en als bedrijf kun je dit soort opties mooi aanbieden binnen een optioneel pakket. Maar Arlo maakt het gewoonweg te bont door allerlei basisopties, zoals activiteitenzones en detectiemogelijkheden achter een betaalmuur te plaatsen. Het probleem van beelden opslaan kun je oplossen door te investeren in een basisstation van hetzelfde merk, maar ook dat kost extra geld. Zonder abonnement voelt de Arlo Pro 5 eigenlijk ontzettend karig en basaal aan.

Conclusie: Arlo Pro 5 kopen?

We hoeven er geen doekjes om te winden. De Arlo Pro 5 is een fijne, goed werkende en kwalitatief hoogstaande beveiligingscamera voor in of rondom je huis. Het systeem biedt kleurrijke en gedetailleerde beelden aan, zowel overdag als in de avond. In de doos zit een oplader en een standaard, waarmee je hem aan de muur kunt bevestigen. En je krijgt tot dertig dagen lang gratis toegang tot het Arlo Secure Plan-abonnement, dat minimaal 2,99 euro per maand kost. Je krijgt dan goed mee wat dit systeem allemaal in huis heeft en wat je ervan kunt verwachten.

Maar zodra dat proefabonnement afloopt en je besluit om géén abonnement af te sluiten, dan kom je bedrogen uit. Dan heb je als het ware een digitaal raam aangeschaft voor 250 euro, omdat alle functies die je nodig hebt – op de bewegingsmeldingen na – achter een betaalmuur zitten. Tel daarbij op dat er onduidelijkheid is over gratis cloudopslag én dat er weinig noemenswaardige verschillen met de Arlo Pro 4 is en je houdt een systeem over dat voorlopig z’n hoge aanschafprijs niet waard is.

Ben je wel van plan om dat abonnement af te sluiten, of heb je al geïnvesteerd in andere Arlo-producten? Dan is het een iets andere situatie. Mocht je in dat geval op zoek zijn naar een upgrade voor je beveiligingssysteem, dan kun je dit model wel overwegen. Al is het alleen maar vanwege de software-ondersteuning en updates die de camera gaat krijgen. Voor alle andere mensen raden we de Arlo Pro 4 aan, vanwege de lagere prijs en grofweg dezelfde functies als op de Pro 5.

Watch on YouTube

Vind je deze video leuk?

Abonneer je dan op het YouTube-kanaal van ID.nl
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.