ID.nl logo
De belangrijkste termen over je slimme huis verklaard
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

De belangrijkste termen over je slimme huis verklaard

Het slimme huis is geen eenheidsworst: er is een wirwar aan standaarden, open of gesloten protocollen en uiteenlopende platforms en systemen. Lang niet alles werkt met elkaar samen, al kun je soms een achterdeurtje vinden. Alles van dezelfde fabrikant afnemen of richten op één standaard is vaak makkelijker maar ook dan heb je geen garanties. Om je wegwijs te maken in dit doolhof zetten we de belangrijkste begrippen hier voor je op een rijtje met de nodige praktische gebruiksvoorbeelden.

433 MHz

Dit frequentiegebied is vrij te gebruiken en daarom een beetje een vrijhaven voor allerhande draadloze toepassingen. Denk aan bijvoorbeeld een deursensor, weerstation, draadloze deurbel, op afstand bedienbare garagedeur of een aan/uit-schakelaar met bijbehorende afstandsbediening. Mogelijk heb je al enkele apparaten in huis die in deze frequentieband werken. Ook goedkope schakelaccessoires van merken als KlikAanKlikUit, HomeEasy en Elro benutten meestal dit frequentiegebied. Er is geen vast protocol voor en de technologie die wordt gebruikt is bovendien dusdanig simpel, dat bijvoorbeeld communicatie maar in één richting mogelijk is (waardoor je niet weet of een signaal is aangekomen) en ook geen versleuteling of mesh-structuur wordt benut. Daar staat tegenover dat de producten over het algemeen erg goedkoop zijn en dus ook ideaal voor de knutselaar. Zo bestaan er spotgoedkope ontvangst- en zendmodules voor Arduino-projecten die in dit frequentiegebied werken. Producten van verschillende merken kunnen door de uiteenlopende protocollen doorgaans niet samenwerken. Wel zijn er basisstations, bijvoorbeeld van Homey en HomeWizard, die signalen van de belangrijkste producten kunnen herkennen en verwerken, zoals KlikAanKlikUit. Ook de zogenaamde gateways voor dit frequentiegebied van RFXcom en RF-Link ondersteunen vaak heel veel producten, zodat je ze kunt gebruiken in bijvoorbeeld home automation-software op een Raspberry Pi.

©PXimport

868 MHz

Dit frequentiegebied is, net als het gebied rond 433 MHz, vrij te gebruiken. Het bekendste protocol dat (in Europa) dit frequentiegebied gebruikt is Z-Wave. Ook ZigBee kan op dit frequentiegebied werken. Verder wordt het voor een veelvoud van toepassingen gebruikt met meestal een gesloten protocol. Denk bijvoorbeeld aan industriële en medische toepassingen of thuis in beveiligingsinstallaties, voor draadloze deurcontacten en bewegingsmelders. Ook wordt het frequentiegebied gebruikt in apparatuur van EnOcean, een spin-off van Siemens, voor bijvoorbeeld draadloze lichtschakelaars. De afstandsbediening waarmee je je autodeuren opent werkt vaak ook op deze frequentie (of op 433 MHz).

Bluetooth

Bluetooth, dat de 2,4GHz-band gebruikt, is een beetje een manusje van alles. Het leent zich voor heel veel toepassingen en wordt dan ook breed ingezet. Een groot voordeel daarbij is dat veel apparatuur ondersteuning voor bluetooth biedt, waaronder natuurlijk vrijwel iedere smartphone en tablet. Bekende toepassingen zijn het gebruiken van draadloze hoofdtelefoons, het maken van een koppeling tussen een tv en een soundbar of tussen je smartphone en de carkit in de auto. Maar naast deze klassieke toepassingen is de standaard, vooral dankzij versie 4.0 en 5.0, ook veel breder inzetbaar. Zo is het bereik flink vergroot en dus niet meer beperkt tot korte afstanden van zo’n 10 meter. Daarnaast is dankzij bluetooth low energy (ble) het stroomverbruik fors teruggebracht. Er zijn zelfs accessoires die al op een knoopcel kunnen werken. Een volgende stap werd vorig jaar gezet met de goedkeuring van bluetooth mesh. Vooral in het slimme huis, waar steeds meer apparaten verbonden worden, is de komst hiervan een belangrijke stap. In principe kan bluetooth mesh werken op alle apparaten die al bluetooth 4.0 of 5.0 ondersteunen. Het kan breed worden toegepast, bijvoorbeeld in camera’s en voor het bedienen van verlichting, thermostaten en rookmelders.

©PXimport

Dect

Dect, voluit digital enhanced cordless telecommunications, is een standaard die oorspronkelijk vooral werd toegepast in draadloze telefoons. Ook nu nog is dat de belangrijkste toepassing. Een belangrijk voordeel ten opzichte van de analoge voorgangers is dat meeluisteren vrijwel onmogelijk is. In Europa wordt voor dect het frequentiegebied van 1880 tot 1900 MHz gebruikt. Sinds de invoering in 1993 heeft de technologie zich voortdurend verder ontwikkeld om nieuwe toepassingen mogelijk te maken. Zo kan bijvoorbeeld al enige tijd dataverkeer worden uitgewisseld, wat handig is voor voip, en is het energieverbruik fors teruggebracht. Bovendien is het nieuwe protocol HAN FUN (Home Area Network FUNctional) ontwikkeld, bedoeld voor uiteenlopende smarthome-toepassingen. Er zijn overigens nog niet veel fabrikanten die dat al actief gebruiken. De bekendste uitzondering is AVM, dat de techniek in haar routers heeft geïntegreerd en een slimme contactdoos. Daarmee kun je apparaten of afstand in- of uitschakelen, maar ook de omgevingstemperatuur meten in de buurt van de contactdoos. Ook kun je het stroomverbruik van het aangesloten apparaat meten en analyseren. De volgende versie van Fritz!OS, de software die in de router zit, belooft op het gebied van smarthome ook weer nieuwe uitbreidingen.

©PXimport

Dsmr

In vrijwel iedere woning is inmiddels een slimme meter geplaatst, waarmee de meterstanden voor elektra en gas op afstand uitgelezen kunnen worden. De slimme meter heeft ook een communicatiepoort, P1-poort genoemd, die het mogelijk maakt om de meterstanden via een kabeltje uit te lezen, met de juiste hardware en software. Een bekend voorbeeld is P1 monitor, software die werkt op de Raspberry Pi. Hier kun je daar meer over lezen. Je ziet bij deze software niet alleen je actuele verbruik maar ook mooie grafieken met het historische verbruik. Handig om te zien of je slimme huis ook voor energiebesparing kan zorgen. Uiteraard kun je meterstanden ook met bijvoorbeeld Home Assistant, Domoticz of andere home automation-software uitlezen. De eisen waar de slimme meter aan moet voldoen voor het kunnen uitlezen van gegevens zijn opgesomd in de dsmr-specificatie (Dutch smart meter requirements). Vooral het versienummer van die specificatie is van belang als je de gegevens wilt uitlezen, naast enkele specifieke instellingen voor de communicatie met jouw slimme meter, zoals de baudrate.

©PXimport

Ethernet

Ethernet is de netwerkstandaard voor alle bekabelde verbindingen in je lokale netwerk, meestal op basis van utp-bekabeling, waarmee je zorgt dat apparaten zoals pc’s met elkaar kunnen communiceren. In moderne huishoudens vind je vooral in de meterkast nog wat ethernetkabels. Verder is de rol voor een groot deel overgenomen door wifi dat ook zorgt voor het verbinden met bijvoorbeeld smartphones en tablets en verschillende slimme apparaten zoals hubs. In sommige gevallen gaat er weinig boven een betrouwbaardere vaste aansluiting via ethernet, bijvoorbeeld als je een ip-camera wilt aansluiten. Het is verder ook wel mogelijk om apparaten op afstand te schakelen met de hulp van ethernet, al zijn dit soort oplossingen meestal vrij prijzig.

©PXimport

Infrarood

Infrarood is een eenvoudig maar betrouwbaar protocol dat normaliter voor éénrichtingsverkeer wordt gebruikt. De bekendste toepassing is natuurlijk het bedienen van een televisie of je geluidsapparatuur. Daarnaast wordt het in afstandsbedieningen voor bijvoorbeeld airco’s en rolgordijnen toegepast. Wil je alle losse afstandsbedieningen in huis die via infrarood werken overbodig maken, dan zijn er producten als de Harmony Hub van Logitech. Zo’n hub zorgt enerzijds voor de verbinding met je netwerk, via ethernet of wifi, en kan via oogjes je apparatuur met infrarood bedienen. Zo kun je bijvoorbeeld met een app op de smartphone of via home automation-software afstemmen op een bepaald tv-kanaal, het volume aanpassen of de rolgordijnen laten zakken. Dit alles kan eventueel ook op afstand.

KlikAanKlikUit

Het merk KlikAanKlikUit, vaak afgekort tot KAKU, is vooral bekend van de slimme stekkerdozen, deurbellen en ander voordelig schakelmateriaal. Het gebruikt in de eerste generaties een eigen protocol dat lijkt op het X10-protocol en werkt in de frequentieband rond 433 MHz. De technische mogelijkheden zijn vrij beperkt. Veel meer dan bijvoorbeeld schakelacties of het dimmen van een lamp kun je er vaak niet mee. Er kleven ook andere nadelen aan de standaard. Zo is communicatie maar in één richting mogelijk. Een zender stuurt een signaal naar de ontvanger maar krijgt geen bevestiging dat het signaal is ontvangen. Daarnaast is de communicatie niet versleuteld, waardoor de kans bestaat dat buren onbedoeld apparaten in- en uitschakelen. KlikAanKlikUit levert ook producten die werken in de frequentieband rond 868 MHz en op basis van het ZigBee-protocol, al zijn die uiteraard niet onderling compatibel.

©PXimport

Mesh-netwerk

Standaarden zoals ZigBee, Z-Wave en de laatste generatie bluetooth, kunnen werken volgens een speciale netwerktopologie die mesh wordt genoemd. Kenmerkend bij zo’n mesh-netwerk is dat de apparaten die je binnen dat netwerk gebruikt de signalen van elkaar kunnen ontvangen en opnieuw uitsturen. Ze werken zodoende als een repeater. Op die manier wordt het bereik van het netwerk meteen flink vergroot. Werkt bijvoorbeeld de Philips Hue-lamp op zolder niet optimaal, dan volstaat het vaak om een lamp op een verdieping lager bij te plaatsen. Ook bij wifi is het opzetten van een mesh-netwerk steeds gangbaarder. Het is een van de snelste manieren om de dekking binnenshuis te verbeteren, veelal zonder kabels te trekken. Hiervoor kun je bijvoorbeeld speciale mesh-systemen aanschaffen van bijvoorbeeld Netgear, Ubiquiti, TP-Link of Google. Bij sommige producten, bijvoorbeeld de routers en repeaters van AVM, is de voorziening al in de software ingebouwd.

Thread

Deze relatief nieuwe standaard werd opgezet in 2014 door onder andere Samsung, chipfabrikant ARM en Nest, de maker van slimme thermostaten en rookmelders (inmiddels in handen van Google). Het is ontworpen om apparaten binnenshuis op een eenvoudige en efficiëntere manier draadloos met elkaar te laten communiceren in een netwerk. Bovendien is het energiezuinig en veilig van opzet. Er zijn technisch veel overeenkomsten met ZigBee waardoor zelfs dezelfde chipsets gebruikt kunnen worden. Zo werkt Thread op dezelfde frequentie, maakt het gebruik van een mesh-netwerk en zijn de verbindingen beveiligd. Ook is het stroomverbruik laag, waardoor veel apparaten op batterijen kunnen werken.

©PXimport

X10

Dit is één van de oudste standaarden voor domotica, geïntroduceerd in 1975. Er zijn twee varianten: X10 powerline dat signalen via het stroomnet verstuurt en X10 RF die radiofrequenties rond 433 MHz benut. Ieder apparaat krijgt bij dit protocol een unieke code. Het gebruik van het bestaande stroomnet biedt gemak, al is het door de lage communicatiesnelheid hoofdzakelijk geschikt voor eenvoudige acties als het in- en uitschakelen van verlichting en bedienen van de zonwering, rolluiken of garagepoort. Een nadeel is dat het niet heel veilig is, waardoor gemakkelijk storing met systemen van de buren kan optreden. Het latere en verbeterde Insteon-protocol is op X10 gebaseerd.

Z-Wave

Z-Wave is een van de bekendste protocollen voor het slimme huis. Het protocol maakt een eigen netwerk aan waarvoor in Europa de 868MHz-frequentieband wordt gebruikt. Een hub zorgt voor de verbinding met je lokale netwerk zodat je producten met bijvoorbeeld je smartphone of tablet kunt bedienen. Die hub doet doorgaans ook dienst als controller voor het beheer van het Z-Wave-netwerk. In enkele opzichten zou je het een tegenhanger van 433 MHz kunnen noemen. Er zijn wel belangrijke verschillen. Om te beginnen is het een gestandaardiseerd protocol, waardoor vrijwel alle apparaten werken met dezelfde draadloze commando’s. Het verbruikt ook heel weinig energie, waardoor veel apparaten met een batterij en dus volledig draadloos werken. Bovendien is het goed beveiligd. Zo is het onderlinge verkeer versleuteld en kunnen producten die tot een ander netwerk behoren, bijvoorbeeld dat van de buren, niet communiceren met jouw producten. Daarnaast werkt de communicatie in twee richtingen. De apparaten bevestigen gegeven commando’s om er zeker van te zijn dat de informatie aangekomen is. Z-Wave ondersteunt de mesh-structuur waardoor de apparaten als repeater werken en geven signalen aan elkaar doorgeven, zodat elk apparaat helpt het bereik te verbeteren. Grote namen als Honeywell, Fibaro en Homey maken gebruik van Z-Wave. Een nadeel is dat de producten met dit protocol relatief prijzig zijn.

©PXimport

ZigBee

ZigBee is protocol van de ZigBee Alliance, een samenwerkingsverband van fabrikanten. Het is ontwikkeld als aanvulling op bluetooth en wifi. In de industrie wordt er veel gebruik van gemaakt. Maar ook voor automatisering thuis is het een gewilde standaard. Hoewel op termijn Thread, dat veel overeenkomsten heeft, die rol in lijkt te nemen. Net als Z-Wave maakt ZigBee een eigen netwerk aan, in dit geval rond 2,4 GHz, en biedt het ondersteuning voor een mesh-structuur. Het leent zich uitstekend voor slimme lampen. Zo wordt ZigBee Light Link, een variant van ZigBee, bijvoorbeeld gebruikt in Philips Hue, Osram Lightify en Trådfri, de slimme lampen van Ikea. Er zijn ook losse, draadloze schakelaars om lampen te bedienen. Een mooi voorbeeld is de Hue Tap voor Philips Hue. Daarmee kun je, met een druk op de knop, je favoriete lichtscènes oproepen of alle lampen tegelijk in- of uitschakelen. De schakelaar bewijst ook hoe energiezuinig de ZigBee-standaard is: je hebt geen batterijen nodig, want de schakelaar krijgt automatisch energie wanneer je op een knop drukt. Een hub is bij de ZigBee-standaard een belangrijk onderdeel om de apparaten via je lokale netwerk toegankelijk te maken, zodat je de apparaten via bijvoorbeeld een app op je smartphone of tablet kunt bedienen, of andere systemen zoals de webdienst IFTTT. Het combineren van producten van verschillende fabrikanten is in theorie mogelijk bij de ZigBee-standaard maar blijkt in de praktijk soms een struikelblok, onder andere omdat er verschillende varianten van ZigBee in omloop zijn. In latere versies is dit wel verbeterd.

Wifi

Uiteraard leent wifi zich ook goed voor toepassingen op het gebied van thuisautomatisering, al is het er niet specifiek voor ontworpen. Zo is bijvoorbeeld het energieverbruik relatief hoog en is het aanmelden van apparaten op je netwerk soms omslachtig. Een voordeel van wifi is dat je geen hub nodig hebt zoals bij bijvoorbeeld ZigBee om sensoren in je netwerk beschikbaar te maken. Bovendien zijn via wifi hoge snelheden mogelijk, iets wat bij andere standaarden zoals ZigBee vaak beperkt is. De wifi-dekking is in de meeste huishoudens ook goed op orde en anders kun je dit uitbreiden met extra toegangspunten of een wifi-mesh-systeem. In het slimme huis wordt wifi gebruikt door bijvoorbeeld de WeMo-schakelaars van Belkin en enkele productlijnen van slimme lampen van Chinese afkomst zoals Yeelight en Mi-Light. Die kun je als voordelig alternatief voor Philips Hue zien. In meer hobbymatige projecten zijn de voordelige schakelaars van Sonoff (ongeveer 5 euro) op basis van wifi populair, waarin de (programmeerbare) ESP8266-chipset wordt gebruikt. Verder wordt wifi in het slimme huis natuurlijk door je netwerkcamera’s gebruikt voor het streamen van de camerabeelden.

©PXimport

Api

Veel slimme producten die je koopt, kun je in het ideale geval ook bedienen vanuit andere systemen. Om die interactie mogelijk te maken, zijn de producten voorzien van een zogenaamde api (application programming interface). Het meest gangbaar is dat de api is ingebakken in de hub, zodat toegang via het lokale netwerk of internet mogelijk is. Daarvoor wordt gewoon http-verkeer gebruikt. Een bekend voorbeeld van een hub met api is de Philips Hue Bridge. De fabrikant gaf naast zijn eigen software al snel de toegang tot de api vrij voor dit systeem, zodat de lampen vanuit andere systemen aangestuurd kunnen worden. Denk aan het uitlezen van de status van lampen, het aan- en uitzetten van lampen of het veranderen van de kleur. De webdienst IFTTT maakt er ook gebruik van voor het op afstand schakelen van je lampen. Op internet vind je tevens diverse vrij toegankelijke diensten met een api. Een bekend voorbeeld is Weather Underground waar je uiteenlopende gegevens over het weer kunt ophalen bij weerstations wereldwijd.

Basisstation

Verschillende fabrikanten leveren een basisstation waarmee je vaak in één klap je hele huis kunt besturen. De meeste ondersteunen namelijk een veelvoud van standaarden, zoals Z-Wave, wifi, bluetooth, infrarood, ZigBee en apparaten die in het 433MHz- of 868MHz-frequentiegebied werken. Bekende voorbeelden zijn HomeWizard, Somfy TaHoma, Homey en de Zipabox van Zipato. Bij enkele basisstation, zoals de Zipabox, kun je de ondersteuning van standaarden vergroten door uitbreidingsmodules te plaatsen. Dat maakt dit basisstation in principe ook toekomst-zekerder. Dankzij zo’n basisstation kun je apparaten op verschillende manieren bedienen, bijvoorbeeld via een browser, met een app en soms ook met de stem. Bovendien kun je een stap verder gaan met verschillende automatiseringsregels. Wat mogelijkheden betreft ben je vrijwel volledig afhankelijk van wat de fabrikant heeft ingebouwd.

©PXimport

Home automation-software

Met home automation-software maak je van bijvoorbeeld een eenvoudige Linux-server de spil van je slimme huis. Qua functionaliteit kun je het vergelijken met veel basisstations, al kun je flexibeler uitbreiden. Populaire voorbeelden van home automation-software zijn Domoticz, OpenHAB en Home Assistant. Die hebben allemaal overigens al genoeg aan een Raspberry Pi. Veel hardware kan door deze programma’s direct via je lokale netwerk worden opgespoord of handmatig worden toegevoegd, zoals de Philips Hue Bridge. Daarnaast kun je de usb-aansluitingen benutten om bijvoorbeeld de slimme meter uit te lezen of signalen van RFXcom te verwerken (voor 433MHz-apparatuur). Qua opzet en moeilijkheidsgraad zijn er grote verschillen tussen de verschillende programma’s. Domoticz is van het drietal het meest gebruiksvriendelijk, omdat je vrijwel alles via de interface in de browser kunt bedienen. Wil je toch programmeren, dan kun je dat zowel via een grafische interface als met de hulp van scripts doen. Bij OpenHAB en Home Assistant zul je veel eerder in scripts of configuratiebestanden moeten duiken, al zijn ze in veel opzichten ook flexibeler.

©PXimport

Hub

Een hub is een belangrijke schakel in het slimme huis en zorgt dat bijvoorbeeld een losstaand netwerk op basis van Z-Wave of ZigBee wordt gekoppeld aan je lokale netwerk. Dat kan, afhankelijk van de hub, via ethernet en/of wifi. Een bekend voorbeeld is de Philips Hue Bridge, die sinds versie 2 compatibel is met HomeKit van Apple. Slimme luidsprekers zoals Amazon Echo en Google Home zou je strikt genomen ook een hub kunnen noemen, omdat ze veelal bluetooth ondersteunen en ook, via internet, met bijvoorbeeld IFTTT of Philips Hue samenwerken. Een interessante nieuwkomer, die nog niet in Nederland verkrijgbaar is, is Samsung SmartThings, een hub die onder andere Z-Wave en ZigBee ondersteunt en tevens van uitgebreide api is voorzien met een ontwikkelaarsomgeving.

©PXimport

HomeKit

HomeKit is een platform van Apple dat het mogelijk maakt om apparaten in huis te besturen. Het doel is om apparatuur van verschillende fabrikanten op een centrale plek samen te brengen. Er komen steeds meer accessoires op de markt die HomeKit ondersteunen. Daarvoor moeten ze voldoen aan technische standaarden en ondersteuning van de HomeKit-api om gecertificeerd te worden. Voorbeelden zijn slimme lampen zoals Philips Hue en thermostaten van bijvoorbeeld Honeywell en Netatmo, maar (nog) niet de Nest. Om de verbinding met een accessoire te maken hoef je alleen de unieke code op dat product te scannen met de Woning-app op je iPhone of iPad. Als je die app eenmaal hebt ingesteld, kun je ook meteen Siri gebruiken om apparaten te bedienen. Apple neemt sinds kort deel aan de Thread-standaard, die al door veel grote fabrikanten wordt gebruikt. Dat zet mogelijk de deur open voor een veel bredere ondersteuning van apparatuur.

IFTTT

De webdienst IFTTT (if this, then that) kan slimme apparaten en webdiensten aan elkaar koppelen om uiteenlopende acties te automatiseren. Er is een brede ondersteuning van producten en diensten, bijvoorbeeld apparaten van Sonos en Nest, Philips Hue-lampen, de Belkin WeMo-schakelaars, diverse slimme thermostaten en bekende slimme luidsprekers als Google Home en Amazon Echo. Daarnaast is er een app voor je vertrouwde smartphone. Die gebruik je bijvoorbeeld om acties te configureren, al kun je ook taken op de smartphone zelf automatiseren. Voor het maken van acties selecteer je zogenaamde applets (voorheen recepten genoemd) die je daarna alleen hoeft te configureren. Er wordt veel gebruik van gemaakt: er zijn al meer dan elf miljoen gebruikers die maandelijks meer dan een miljard applets draaien. Concurrenten voor IFTTT zijn er volop, waaronder Zapier, Microsoft Flow, Stringify en Yonomi.

Ook geïnteresseerd professionele beveiliging?

Vraag een offerte aan voor inbraakbeveiliging:

▼ Volgende artikel
Windows 11 wordt veiliger: dit ga je merken van de nieuwe beveiligingsregels
© ID.nl | Dit is een mock-up
Huis

Windows 11 wordt veiliger: dit ga je merken van de nieuwe beveiligingsregels

Microsoft heeft een flinke aanscherping van de beveiliging in Windows 11 aangekondigd. Onder de noemer Windows Baseline Security Mode en User Transparency and Consent krijgen gebruikers meer grip op wat apps precies uitspoken op hun computer. Voor de gemiddelde thuisgebruiker betekent dit vooral dat Windows meer gaat lijken op de overzichtelijke beveiliging die we al kennen van onze smartphones.

In dit artikel

Je leest wat de nieuwe beveiligingsregels in Windows 11 betekenen voor jou, met extra nadruk op toestemming en inzicht in wat apps doen. Je ziet hoe je per app toegang tot camera, microfoon en bestanden kunt beheren en later weer intrekken. Ook leggen we uit wat Windows Baseline Security Mode doet en wat je daarvan merkt tijdens de gefaseerde uitrol.

Lees ook: De verborgen parels van Windows 11: deze apps moet je hebben

De aanleiding voor deze verandering is de toenemende irritatie over apps die ongevraagd instellingen aanpassen, extra software installeren of zonder duidelijke toestemming toegang krijgen tot persoonlijke gegevens. Microsoft wil met deze update de regie teruggeven aan de gebruiker, waarbij transparantie en toestemming de belangrijkste uitgangspunten zijn.

Meer grip op je privacy

Een van de meest zichtbare veranderingen is de manier waarop apps om toestemming vragen. Waar programma's in Windows voorheen vaak automatisch toegang hadden tot bepaalde mappen of functies, gaat Windows 11 nu actiever om bevestiging vragen. Wil een app je camera, microfoon of specifieke bestanden gebruiken? Dan verschijnt er een duidelijke melding in beeld, vergelijkbaar met de pop-ups op een iPhone of Android-toestel.

Het mooie van dit systeem is dat je deze keuzes altijd weer kunt terugdraaien. In de instellingen van Windows komt een overzicht waar je precies ziet welke app waarvoor toestemming heeft. Vertrouw je een programma niet langer, dan trek je met één handeling de toegang tot je bestanden of hardware weer in.

©Garun Studios - stock.adobe.com

Alleen veilige software door Baseline Security

Verder introduceert Microsoft de Windows Baseline Security Mode. Dit is een technische beveiligingslaag die ervoor zorgt dat het systeem continu controleert of de software die draait wel integer is. In de praktijk betekent dit dat Windows alleen nog apps, stuurprogramma's en diensten toestaat die officieel zijn ondertekend en als veilig bekendstaan.

Dit voorkomt dat schadelijke software op de achtergrond wijzigingen aanbrengt in je systeem zonder dat je het doorhebt. Voor de meeste mensen verandert er weinig in het dagelijks gebruik; bekende software van grote ontwikkelaars blijft gewoon werken. Mocht je toch een specifiek programma willen gebruiken dat niet aan de strengste eisen voldoet, dan behoud je als gebruiker (of systeembeheerder) de mogelijkheid om handmatig een uitzondering te maken.

Wat merk je in de praktijk?

De uitrol van deze functies gebeurt stap voor stap. Microsoft neemt hier de tijd voor, zodat alles goed blijft werken op de miljarden computers waar Windows op draait. Om dit soepel te laten verlopen, zijn ze op dit moment vooral in overleg met bekende softwaremakers zoals Adobe en 1Password. Zo weet je zeker dat hun programma's gewoon blijven werken onder de nieuwe regels, nog voordat jij de update krijgt. Ook voor de opkomst van slimme AI-hulpjes zijn deze aanpassingen belangrijk. Omdat deze assistenten steeds vaker zelfstandig klusjes voor je opknappen, is het fijn dat je precies kunt zien en bepalen wat zo'n hulpje wel en niet mag doen op jouw pc. 

Kortom: Windows 11 wordt een stukje strenger, maar daardoor ook een stuk transparanter. Je zult iets vaker een vraag krijgen of een app ergens bij mag, maar je krijgt daar een veiliger gevoel en meer controle voor terug.

▼ Volgende artikel
Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy
© ID.nl
Huis

Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy

Als je services op je eigen thuisserver draait, wil je daar ook eenvoudig meldingen van kunnen ontvangen. Ntfy stelt je in staat om eenvoudig pushnotificaties naar je telefoon of computer te sturen. Bovendien kun je ntfy op je eigen thuisserver draaien, zodat je alles in eigen handen hebt. In dit artikel gaan we ermee aan de slag.

Dit gaan we doen

In dit artikel zetten we een ntfy-server op die je zelf beheert. We regelen eerst de randvoorwaarden: hoe je server van buitenaf bereikbaar wordt (bijvoorbeeld via vpn of portforwarding) en hoe je https netjes afhandelt met een reverse proxy en een certificaat van Let's Encrypt. Daarna bouwen we de basis: configuratiebestand, opslagmappen en een draaiende container met Docker.

Vervolgens maken we gebruikers en rechten aan, zodat niet iedereen zomaar kan publiceren of meelezen. Je test met de webinterface en met de mobiele app, zodat je zeker weet dat meldingen ook echt binnenkomen. Tot slot koppel je ntfy aan je eigen tools: eerst met een simpele curl-oproep vanuit een shellscript, daarna met extra's zoals titel, prioriteit en tags. Als je wilt, breid je dat uit naar meldingen met bijlagen, acties (doorklikken naar een url) en integratie vanuit Python. 

Lees ook: Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Netwerkmonitoringsoftware, een programma dat je Docker-containers bijwerkt, een smarthomecontroller, back-upsoftware, ze hebben allemaal één ding gemeen: ze moeten je meldingen kunnen sturen als er iets gebeurt. Dat kan op verschillende manieren: via e-mail, instant messaging of pushnotificaties naar je telefoon. Dat laatste verloopt doorgaans via een gecentraliseerde dienst zoals Firebase Cloud Messaging (voorheen Google Cloud Messaging) of Apple Push Notification service.

Pushnotificaties zijn handig omdat ze bijna onmiddellijk aankomen en omdat zowel Android als iOS toestaan om in te stellen hoe je ervan op de hoogte wordt gebracht. Wil je pushnotificaties kunnen ontvangen zonder een server onder controle van een partij zoals Google of Apple, dan moet je ook hiervoor je eigen service installeren. Een opensource-project dat dit implementeert, is ntfy.

Werking van ntfy

Je ntfy-server ontvangt meldingen van je programma's via http over een REST-API en zet deze om in pushnotificaties voor de bijbehorende Android- of iOS-app of voor een webpagina op je computer. De API is in de documentatie van het project beschreven, zodat je ook je eigen software met ntfy kunt laten praten. Het project heeft ook een command-line-interface, zodat je bijvoorbeeld shellscripts op je Linux-server eenvoudig pushnotificaties kunt laten verzenden.

Ntfy gebruikt het bekende publish/subscribe-patroon. Een zender publiceert notificaties op een specifiek onderwerp door data te sturen naar een url via een http POST- of PUT-aanvraag. Het onderwerp wordt gedefinieerd door een segment van de url dat volgt op de domeinnaam. Een ontvanger kan zich dan abonneren op dit onderwerp. Elke keer dat de zender daarna een notificatie op dit onderwerp publiceert, stuurt ntfy de data naar alle ontvangers die zich op dit onderwerp hebben geabonneerd. Door ntfy op je eigen server te installeren, heb je de volledige controle over deze notificaties.

Met ntfy kun je services pushnotificaties laten verzenden naar je telefoon of computer.

Serververeisten

De mobiele app van ntfy moet met je server kunnen communiceren om te vragen of er notificaties zijn. Als je ntfy op een server in je lokale netwerk installeert, moet die dus van buitenaf bereikbaar zijn. Dat kun je met portforwarding in je modem regelen of door je telefoon buitenshuis automatisch met een VPN-server op je lokale netwerk te laten verbinden. Heeft je internetaansluiting thuis geen vast ip-adres, dan moet je ook een DynDNS-updater te draaien.

Een andere optie is om ntfy op een VPS (Virtual Private Server) te installeren. Hierop draai je dan ook een reverse proxy voor https-toegang, die een TLS-certificaat van Let's Encrypt opvraagt. Je hebt dan een domein nodig, waarvoor je een DNS A-record naar het ip-adres van je server laat verwijzen. In de rest van dit artikel gaan we uit van een installatie van ntfy op een lokale server met Debian 13 ("trixie") met behulp van Docker Compose.

Basisconfiguratie

Creëer eerst enkele directory's voor ntfy:

$ mkdir -p containers/ntfy/{cache,etc,lib}

Creëer dan het bestand containers/ntfy/etc/server.yml met de volgende configuratie voor ntfy:

base-url: "https://ntfy.example.com"

cache-file: "/var/cache/ntfy/cache.db"

attachment-cache-dir: "/var/cache/ntfy/attachments"

auth-file: "/var/lib/ntfy/user.db"

auth-default-access: "deny-all"

Vervang het domein achter base-url door het domein waarop je ntfy-server draait. Als je gebruikmaakt van een reverse proxy, dan moet dit de url zijn die door de proxy naar ntfy wordt doorgestuurd. Bovendien moet je dan ook een regel behind-proxy: true toevoegen. In de documentatie van ntfy staan voorbeeldconfiguraties voor nginx, Apache2 en Caddy.

Met auth-default-access: "deny-all" tot slot heeft standaard niemand toegang tot onderwerpen. Elke toegang moet dus expliciet worden toegestaan.

Account bij ntfy.sh

De ontwikkelaar van ntfy draait een publiek beschikbare ntfy-server op ntfy.sh. De webinterface daarvan is bereikbaar op https://ntfy.sh/app. Die kun je gratis gebruiken, bijvoorbeeld om ntfy uit te proberen, maar dat komt met beperkingen. Zo kun je geen onderwerpen reserveren en is er een maximum van 250 notificaties per dag en 2 MB per bijlage. Verder is er geen enkele vorm van authenticatie. De enige manier van beveiliging ligt dus in het geheimhouden van je onderwerpen. Die beperkingen heb je niet als je ntfy zelf installeert. Maar als je liever niet zelf een installatie onderhoudt, kun je een betaald plan nemen. Daarmee ondersteun je ook de ontwikkeling van het opensource-project. Dat begint met een Supporter-plan van 5 dollar per maand (circa 5 euro), waarmee je drie onderwerpen kunt reserveren en 2.500 notificaties mag sturen met maximum 25 MB per bijlage.

Betaal voor gebruik van de publieke ntfy-server en ondersteuning van het opensource-project.

Docker Compose

Definieer nu de container in het bestand docker-compose.yaml:

services:

  ntfy:

    image: binwiederhier/ntfy

    container_name: ntfy

    command: serve

    restart: always

    environment:

      - TZ=Europe/Amsterdam

    volumes:

      - ./containers/ntfy/cache:/var/cache/ntfy

      - ./containers/ntfy/etc:/etc/ntfy

      - ./containers/ntfy/lib:/var/lib/ntfy

    ports:

      - 80:80

Ga je voor de aanpak met een reverse proxy, dan definieer je in ditzelfde bestand ook een container voor die reverse proxy.

Start daarna de container met:

$ docker-compose up -d

Als alles goed gaat, is de webinterface van ntfy daarna bereikbaar op het ingestelde domein of ip-adres. Bovenaan links zie je een melding Notifications are disabled. Klik op Grant now om notificaties in je webbrowser toe te staan, en bevestig dit daarna in het dialoogvenster dat je webbrowser toont.

Sta notificaties in je webbrowser toe.

Lees ook: Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Notificaties testen

Omdat je ntfy zo geconfigureerd hebt dat alle toegang standaard wordt geblokkeerd, kun je nog niets doen in de webinterface. Je dient dus eerst gebruikers aan te maken en die de toelating te geven om op specifieke onderwerpen te publiceren of zich te abonneren. Open daarvoor een shell in de container van ntfy met de opdracht docker exec -ti ntfy /bin/sh. Als je daarna ntfy user list intypt, krijg je te zien dat anonieme, niet geauthenticeerde gebruikers geen enkele permissies hebben. Met de opdracht ntfy user add --role=admin admin voeg je dan een admin-gebruiker met de naam admin toe. Gebruikers met de rol admin kunnen op alle onderwerpen publiceren en zich erop abonneren. Geef de gebruiker een wachtwoord en bevestig.

Klik nu in de webinterface van ntfy links op Settings en dan onder Manage users op Add user. Vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam admin en het wachtwoord dat je zojuist hebt ingesteld. Klik dan links op Subscribe to topic. Kies een naam of klik op Generate name om ntfy een willekeurige naam te laten kiezen en abonneer je dan op het onderwerp met Subscribe. Klik dan op Publish notification en vul hetzelfde onderwerp in. Voer ook een titel en een bericht voor je notificatie in en klik op Send. Als alles goed gaat, verschijnt je testbericht nu in een 'conversatie' met de naam van het onderwerp, en wijst je webbrowser je op een notificatie.

Publiceer notificaties in je webbrowser.

Gebruikersrechten

De webapplicatie is leuk voor een test, maar een mobiele app is vaak handiger. De app van Ntfy voor Android en iOS stelt je in staat om op je telefoon je te abonneren op onderwerpen (publiceren is niet mogelijk) en daarvoor notificaties te ontvangen. Als je de Android-app via F-Droid installeert, is dat zonder ondersteuning voor Firebase; de versie op Google Play gebruikt wél de servers van Google. Je maakt voor je app bij voorkeur een gebruiker aan die alle onderwerpen alleen kan lezen. Dat doe je weer in de shell van de container van ntfy met ntfy user add android om de gebruiker android aan te maken (voer een wachtwoord in) en dan ntfy access android "*" read-only voor de leesrechten.

Open daarna de Android-app en tik op de drie stippen rechtsboven. Kies Settings en stel dan Default server in op het domein van je ntfy-server. Tik daarna op Manage users en Add new user en vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam android en het bijbehorende wachtwoord. Tik dan op Add user. Keer dan terug naar het hoofdscherm van de app en klik op het plusicoontje rechtsonder. Voer het onderwerp in dat je tijdens de test in stap 5 hebt gebruikt en tik op Subscribe om je erop te abonneren. Vanaf nu zal de app voor elk ontvangen bericht op dit onderwerp een notificatie tonen. Je krijgt zelfs de al verzonden berichten te zien. Overigens toont de app twee waarschuwingen. Voor betrouwbare notificaties volg je de suggesties om batterijoptimalisaties uit te schakelen en naar WebSockets over te schakelen in plaats van een http-stream.

De Android-app ontvangt een notificatie voor elk bericht dat op een geabonneerd onderwerp wordt verstuurd.

Shellscripts

Nu je hebt getest dat je ntfy-server werkt, is het tijd om je eigen services notificaties te laten uitsturen. Hoe je dat precies configureert, hangt van de service af. Maar je zult altijd eerst een gebruiker met schrijfpermissies voor een specifiek onderwerp moeten aanmaken. Voor een back-upproces dat je op de hoogte moet houden van de status van je back-ups, maak je bijvoorbeeld een gebruiker aan met de opdracht ntfy user add backup in de container van ntfy. Geef die dan schrijfrechten op het onderwerp backup met ntfy access backup backup write-only.

Het publiceren van een bericht op een specifiek onderwerp behelst niet meer dan het sturen van een http POST-aanvraag naar de webserver. Dat kan bijvoorbeeld in een shellscript op je Linux-server met de opdracht curl:

curl -u backup:password -d "Backup successful" ntfy.example.com/backup

Als je in de ntfy-app op je telefoon je op dit onderwerp abonneert, ontvang je deze notificatie nadat het back-upscript is uitgevoerd. Op deze manier is het heel eenvoudig om je eigen shellscripts notificaties te laten verzenden.

Berichten met extra's

Ntfy ondersteunt talloze extra functies om je berichten te laten opvallen of om hun gedrag aan te passen. Je gebruikt deze allemaal door een http-header aan je aanvraag toe te voegen. Zo kun je aan de notificaties van je back-upscript een titel, prioriteit en tags toevoegen. De tags worden als pictogrammen getoond door de mobiele app. Een voorbeeld:

curl -u backup:password -H "Title: Backup failure" -H "Priority: urgent" -H "Tags: warning,skull" -d "Backup unsuccessful" ntfy.example.com/backup

Als de Android-app een bericht met standaardprioriteit ontvangt, doet ze je telefoon kort vibreren en speelt ze een kort geluidje af. Door de prioriteit op urgent te zetten, wordt het standaardnotificatiegeluidje vergezeld van een langer getril van je telefoon, waardoor je onmiddellijk merkt dat dit dringend je aandacht vereist.

Een ntfy-bericht met een titel, prioriteit en pictogrammen.

Plaatjes en lay-out

Ntfy kan ook plaatjes sturen, bijvoorbeeld een foto van een ip-camera die beweging detecteert, maar niet in combinatie met een tekstbericht. Om een bestand naar ntfy te uploaden met curl in een http PUT-aanvraag gebruik je de optie -T en de bestandsnaam. Met de header Filename voeg je de bestandsnaam toe die de ntfy-app je moet tonen. Dat ziet er dan als volgt uit:

curl -u admin:password -T foto.jpg -H "Filename: beweging.jpg" -H "Title: Beweging voordeur" -H "Tags: boom" ntfy.example.com/beweging

Als je een tekstbericht als Markdown opmaakt, kun je wel plaatjes in een tekst opnemen, maar dan moet je naar het bestand linken. Alleen ntfy's webinterface ondersteunt dit; de mobiele app toont gewoon de Markdown-brontekst. Een Markdown-bericht stuur je door de header Markdown: yes of Content-Type: text/markdown aan je http POST-aanvraag toe te voegen. Ntfy ondersteunt overigens alleen beperkte Markdown-functies, zoals vette en schuine tekst, lijsten, links en afbeeldingen.

Je services kunnen ook plaatjes naar ntfy sturen.

Acties

Je ontvangt de notificaties van ntfy in de app in een 'conversatie' per onderwerp. Wanneer je op een notificatie tikt, kopieert dit standaard gewoon de tekst van het bericht naar het klembord. Als je de header Click: URL toevoegt, opent de app die url wanneer je op de notificatie tikt. Zo kun je in een notificatie van je back-upscript bijvoorbeeld een link naar de webinterface van je back-upserver opnemen om het gemelde probleem snel te onderzoeken.

Je kunt ook tot drie 'actieknoppen' definiëren, die dan onderaan een notificatie verschijnen. Door op een van die knoppen te tikken, open je een website of app, activeer je een Android broadcast intent waarop andere apps dan weer kunnen reageren, of zend je een http POST-, PUT- of GET-aanvraag. De manier om dit alles te definiëren is wat omslachtig, maar wordt volledig in de documentatie van ntfy uitgelegd.

Klik op een van de knoppen van het bericht in ntfy om een actie uit te voeren.

Python-code

Curl is natuurlijk niet de enige tool waarmee je notificaties naar je ntfy-server kunt sturen. Sommige tools bieden rechtstreeks ondersteuning voor notificaties via ntfy. Dan hoef je alleen maar het domein van je server, het onderwerp, de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in te vullen. Maar ook in je eigen Python-scripts kun je eenvoudig ondersteuning voor ntfy inbouwen. Dat gaat via het pakket Requests, waarmee je http POST-aanvragen naar de server stuurt. Een eenvoudig voorbeeld ziet er als volgt uit:

import requests

requests.post("http://ntfy.example.com/backup",

    data="Backup unsuccessful",

    headers={

        "Authorization": "Basic Z2VicnVpa2Vyc25hYW06d2FjaHR3b29yZA==",

        "Title": "Backup failure",

        "Priority": "urgent",

        "Tags": "warning,skull"

    })

Met de header Authorization stel je http Basic-authenticatie in. De tekenreeks die na Basic komt, is een Base64-codering van de gebruikersnaam en het wachtwoord met een dubbele punt ertussen. Je creëert die codering op je Linux-systeem met de opdracht echo "Basic $(echo -n 'gebruikersnaam:wachtwoord' | base64)".

Sssssssssschattig

Speciaal voor de kleinste Python-fans

En verder

Ntfy biedt een betrouwbare manier om notificaties van allerlei services te centraliseren, terwijl je zelf de volledige controle behoudt. Het programma blinkt uit in flexibiliteit om het overal in te integreren. Als een service bijvoorbeeld geen http POST-aanvragen ondersteunt, kun je ook http GET-aanvragen doen. En als een service je niet de mogelijkheid geeft om de headers aan te passen, laat ntfy je toe om de berichten inclusief headers in JSON-formaat door te sturen. En als een service webhooks ondersteunt maar daarvoor zijn eigen JSON-formaat gebruikt, kan ntfy die met berichtsjablonen omzetten naar leesbare berichten.

Ook via e-mail is ntfy te integreren. Je kunt bijvoorbeeld berichten die op je ntfy-server aankomen automatisch laten doorsturen naar een SMTP-server om ze ook als e-mail te ontvangen. Maar ook de andere richting is voorzien: ntfy kan dan zelf een ingebouwde SMTP-server draaien, handig voor services die alleen maar notificaties via e-mail ondersteunen. Elk onderwerp op de ntfy-server heeft dan een bijbehorend e-mailadres op je domein. De service hoeft dan alleen maar een e-mail naar dat adres te sturen om berichten op dat onderwerp te publiceren op je ntfy-server. Deze en andere geavanceerde functies zijn uitgebreid gedocumenteerd op de website van ntfy.

De documentatie van ntfy is uitgebreid en praktisch.