ID.nl logo
Voor welk remsysteem kies je op een e-bike?
© Delcio/peopleimages.com - stock.adobe.com
Mobiliteit

Voor welk remsysteem kies je op een e-bike?

Wie op zoek gaat naar een nieuwe of gebruikte elektrische fiets zal in eerste plaats een keuze moeten maken omtrent de plek van de motor en de inhoud van de accu. Maar daarnaast is het ook verstandig om je te verdiepen in het aanbod en de werking van de verschillende remsystemen.

Op een e-bike wordt er veel gevraagd van het remsysteem, want de gemiddelde snelheid ligt veel hoger dan op een normale fiets. Om in elke situatie tijdig tot stilstand te komen, zijn deugdelijke remmen met een goede vertraging van enorm belang. In dit artikel van ID.nl geven we een overzicht van alle remsystemen voor op een e-bike, komt het functioneren van elke rem aan bod en volgt per remsysteem een opsomming van de voor- en nadelen.

Welke remsystemen zijn er allemaal?

Remsystemen zijn er in behoorlijk wat soorten en maten, en zijn vaak toegespitst op het soort fiets. Hieronder leggen we per systeem uit hoe het werkt en wat de specifieke voor- en nadelen zijn.

Ook lezen: Alles wat je moet weten over e-bikes: eerst lezen, dan kopen!

V-brakes

De V-brake wordt dikwijls toegepast op e-bikes in het budgetsegment. Het is qua constructie een zeer eenvoudige rem. Door de remhendel in te knijpen trekt een kabel de remklauwen naar elkaar toe en drukken twee remblokjes tegen de velg aan. Eigenlijk is de V-brake voor gebruik op een e-bike minder geschikt. Naast het feit dat de constructie van een V-brake te zwak is voor remmen bij hoge snelheden, laat ook de remwerking dikwijls te wensen over. Van geleidelijk remmen is eigenlijk nooit sprake; de remmen grijpen bruusk aan of slippen eenvoudig door bij natte omstandigheden. Bovendien slijten de blokjes vrij snel en moet het systeem dikwijls worden afgesteld. Als je het onderhoud niet zelf kunt uitvoeren, is een regelmatig bezoek aan de fietsenmaker een vereiste en heb je snel oplopende kosten.

VoordelenNadelen
GoedkoopZwakke constructie
Remwerking laat te wensen over
Regelmatig terugkerend onderhoud

Rollerbrakes

Op normale fietsen is de rollerbrake al jaren gemeengoed. Ook op e-bikes wordt gebruik gemaakt van de rollerbrake, vaak in combinatie met een V-brake voor op het voorwiel. De rollerbrake is de moderne versie van de bekende trommelrem: hij remt door middel van interne rollers die tegen de zogenaamde remschoen aandrukken. Een koelschijf met ribben voert de ontstane warmte af. Hoewel de rollerbrake zeer onderhoudsvriendelijk is en op normale fietsen perfect voldoet, is deze rem voor e-bikes toch minder geschikt. Bij snelheden van 25 km/u is een rollerbrake niet in staat om een e-bike binnen een acceptabele afstand tot stilstand te brengen.

Ook in heuvelachtig terrein, waarbij er langdurig en intensief wordt geremd, valt de rollerbrake al snel door de mand. Het gesloten remsysteem kan z’n warmte niet kwijt, met alle gevolgen van dien. Wel heeft onderdelengigant Shimano de speciale rollerbrake BR-C6000 voor e-bikes ontwikkeld, die verbeterde remprestaties biedt onder zware belasting. Deze rem biedt 30 procent meer remkracht op de voorrem en 10 procent meer op de achterrem. Toch zijn er andere remsystemen die beduidend beter functioneren op een e-bike. 

VoordelenNadelen
Vrijwel onderhoudsvrijMinder geschikt voor heuvelachtig terrein
Langere remweg

Hydraulische velgrem

Op het gebied van de hydraulische velgrem heeft het Duitse merk Magura naam gemaakt. Het systeem wordt erg veel toegepast op e-bikes en munt uit qua werking en betrouwbaarheid. Ook worden de Magura-remmen door de meeste e-bikegebruikers als zeer prettig ervaren. Net als bij de eerdergenoemde V-brakes drukt de rem twee remblokken tegen de velg aan.

Bij de hydraulische velgrem wordt echter gebruikgemaakt van een gesloten systeem met oliedruk, en hierdoor is de remwerking goed te doseren en heb je relatief weinig kracht in je handen nodig om toch krachtig te remmen. De remblokjes van Magura gaan vier keer zo lang mee als de klassieke remblokjes en zijn eenvoudig te verwisselen. 

VoordelenNadelen
Gedoseerd en krachtig remmenHogere aanschafprijs
Korte remweg
Levensduur remblokjes

Mechanische schijfrem

In principe vormt de mechanische schijfrem het goedkopere alternatief voor de schijfrem met een hydraulisch werking. Vooral e-bikes in het lagere prijssegment worden dikwijls afgemonteerd met genoemde schijfrem. Bij een mechanische schijfrem wordt er een kabel aangetrokken die in verbinding staat met de remklauw, en de remblokjes drukken vervolgens tegen de remschijf, waardoor de e-bike snel tot stilstand komt, zowel onder droge als natte omstandigheden.

Wel remt een mechanische schijfrem net iets minder efficiënt dan een schijfrem met een hydraulische werking. Door rek en roestvorming van de kabel kan een mechanische schijfrem kuren vertonen en is onderhoud noodzakelijk. Indien de remblokjes een schurend geluid maken, vervang ze dan door zachtere blokjes van het resin (een organische samenstelling).  

VoordelenNadelen
Goedkoop remsysteemRauw geluid remblokjes
Minder kwetsbaar dan hydraulische remmenRegelmatig onderhoud noodzakelijk
Langere remweg dan hydraulische schijfrem

Hydraulische schijfrem

Een hydraulische schijfrem vormt de meest ideale rem voor op een e-bike. Het systeem is erg onderhoudsvriendelijk en zorgt bovendien voor optimale remeigenschappen onder alle omstandigheden. Een oliegevulde remleiding loopt van de remhandgreep naar de remklauw. Wanneer je de remhandgreep inknijpt, wordt de oliedruk opgevoerd en duwen twee remblokjes tegen de remschijf aan en komt de e-bike rap tot stilstand.

Dankzij de oliedruk is de remwerking zeer goed te doseren en heb je weinig handkracht nodig om stevig te remmen. Hydraulische schijfremmen hebben minder onderhoud nodig dan bekabelde remmen en met een beetje handigheid kun je zelf de remblokjes vervangen. Complexe problemen kun je beter overlaten aan de fietsenmaker, maar zijn in de praktijk niet vaak aan de orde.  

VoordelenNadelen
Krachtig en gedoseerd remmenHogere aanschafprijs
Weinig onderhoud noodzakelijkKosten bij reparatie
Vervanging remblokjes relatief eenvoudig
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.