ID.nl logo
Onderhoud aan je elektrische fiets: het is niet zo moeilijk...
© Pokoman - stock.adobe.com
Mobiliteit

Onderhoud aan je elektrische fiets: het is niet zo moeilijk...

Een elektrische fiets is gebaat bij goed onderhoud. Door je fiets de aandacht te geven die hij verdient, kan-ie zonder meer langer mee. Het spreekt vanzelf dat je lastige klusjes beter kunt overlaten aan de expert in de winkel, maar een beetje persoonlijke liefde voor onder meer je accu en display kan geen kwaad. En het is niet moeilijk! Want juist door je fiets normaal te gebruiken, ben je goed bezig. Ook voor een elektrische fiets geldt namelijk: rust roest.

In dit artikel lees je hoe je het onderhoud van je elektrische fiets kunt optimaliseren:

  • Tips voor het correct opladen en bewaren van je accu om de levensduur te verlengen
  • Hoe je je fiets beschermt tegen vocht, vooral na ritten in de regen of vorst
  • Onderhoudsadvies voor het display en andere elektronische componenten
  • Het belang van de juiste bandenspanning en het onderhouden van verschillende remsystemen
  • Hoe en waarom je je ketting regelmatig moet smeren

Natuurlijk, zoals je ook de bandenspanning, de verlichting, ketting en tal van andere bewegende delen van je 'gewone' fiets moest onderhouden, verdienen die onderdelen op je elektrische fiets ook je aandacht. Logischerwijs is het van groot belang om zeker ook de elektrische onderdelen van je fiets goed te onderhouden.  

In sommige gevallen zul je het werk moeten overlaten aan de vakman. Gun je fiets daarom geregeld een onderhoudsbeurt bij een gerenommeerde fietsenwinkel. Toch kun je een flink aantal zaken ook zelf goed doen. Dat bespaart je geld én zorgt ervoor dat je fiets langer meegaat. 

Toe aan een nieuwe e-bike?

Bekijk hier de nieuwste modellen voor de beste prijs!

Houd 'm schoon en droog

Als je terugkeert van een rit door de regen, of je hebt onder winterse omstandigheden (met vorst én pekel) gefietst, maak dan bijvoorbeeld altijd even je fiets schoon. Dat kan gewoon met een spons en een mild reinigingsmiddel. En droog je fiets vooral ook af. Zeker de elektronische onderdelen van je fiets houden niet van vocht. 

Motor uit en pak de ruimte

Het is misschien een overbodige tip, maar toch zeggen we het er altijd bij: zet de motor van je elektrische fiets uit als je je fiets onderhoudt. Dat voorkomt kleine ongelukjes. Ga ook niet in een hoekje van je schuur staan prutsen, maar neem de ruimte. Zorg er bovendien voor dat je fiets op een stabiele vloer staat. 

©jozsitoeroe

De accu: zo houd je 'm gezond

De accu is als het ware het kloppend hart van je e-bike. De prestaties van je fiets zijn voor een groot deel afhankelijk van de capaciteit van de accu. Wees dan ook zuinig op die accu; er zijn veel factoren die de prestaties van je accu beïnvloeden.  

De belangrijkste tip voor het behoud van je accu? Gebruik je fiets regelmatig. Ja, ook in de winter. Staat de fiets lang stil, dan wordt de accu daar minder van. Juist het geregeld opladen van de accu zorgt ervoor dat deze in goede conditie blijft. Laat de accu ook nooit helemaal leeglopen, daar houdt hij niet van. Staat de batterij op 10 procent? Leg 'm dan aan de lader. Als je fiets voor een onderhoudsbeurt naar de fietsenmaker gaat, is het slim om ook je accu en acculader te laten testen.  

Normaal gesproken hoef je verder niets met je accu te doen. En is er een elektrische storing, dan kun je die in 99 van de 100 gevallen helaas niet zelf oplossen. Het is vanwege de complexe materie erg onverstandig om zelf aan een accu te sleutelen. 

Het is sowieso slim om de accu op een vorstvrije plek te bewaren, de kou heeft invloed op het prestatievermogen van je accu. Je kunt de accu het best op een droge plaats bij een temperatuur van tussen de 10 en 20 graden bewaren. Zorg ook altijd dat de accu al een tijdje in een dergelijke omgeving verkeert als je gaat laden. Leg de accu dus niet direct aan de lader als je net terugkomt van een ritje in de vorst. 

De accu: de prestaties

Zegt de fabrikant dat je met jouw accu bij benadering zo'n 75 kilometer kunt afleggen, dan is dat altijd berekend onder ideale omstandigheden. Op goede windstille wegen, tegen een snelheid van pakweg 20 kilometer per uur en in de ecostand. Ze gaan er daarbij ook vanuit dat de fietser zelf niet zwaarder is dan 75-80 kilogram. Maar er zijn veel factoren die de actieradius beïnvloeden. Korte ritjes, met veel stoplichten, trekken de accu eerder leeg. Als je veel bagage meeneemt, of zelf wat zwaarder bent, is dat ook van invloed. Trap je langzaam, dan moet de motor ook harder werken. Een knisperend schelpenpad langs de kust trekt bovendien veel meer energie dan een gloednieuw stukje asfalt. Flinke tegenwind, extreme temperaturen (zowel veel zon als flinke kou) hebben eveneens hun weerslag. 

Een accu is spatwaterdicht, dus regen heeft weinig invloed. Houd wel goed in de gaten dat de contactpunten netjes droog blijven, anders kan er sneller slijtage of eventueel zelfs kortsluiting optreden.  

©Sebastian Rothe Photography

Het display 

Vrijwel elke fabrikant van elektrische fietsen maakt zijn eigen displays. Het is verstandig om de bijgeleverde handleiding van je fiets – en je display specifiek – goed door te nemen. De kleine handige apparaatjes kunnen vaak meer (weergeven) dan je denkt. Kleine reparaties, zoals het vervangen van batterijen of een (oplaad)kabeltje, kun je doorgaans zelf. Als de contactpunten van je display erg vochtig of zelfs roestig zijn, kun je deze zelf proberen te reinigen (met speciale contactspray). Vaak is een verbindingsprobleem dan zo weer verholpen. Meer specifieke elektronische problemen zijn vaak alleen door de fabrikant en/of fietsenmaker op te lossen. 

In sommige gevallen lijkt alles te werken, maar geeft het display toch aan dat je maar 0 kilometer per uur rijdt. Dat zit 'm dan vaak in de verbinding tussen de magneet (vaak op het achterwiel) en de sensor. Schuif de magneet dichter richting de sensor en het probleem is vaak al verholpen. 

Ook niet onbelangrijk: de banden...

Vergeet je banden niet. Ze zijn belangrijker dan je denkt. Niet alleen is het van belang voor hun behoud dat je ze op de juiste spanning houdt, ze hebben ook nog eens invloed op de actieradius van je fiets. Zijn je banden zacht, dan slijten ze sneller én is er meer rolweerstand, waardoor de motor harder moet werken. Dat betekent dat je accu eerder leeg is dan je op voorhand misschien dacht. Overigens: zijn de omstandigheden winters, rijdt dan met iets minder bandenspanning. Dan heb je iets meer grip.   

In de regel wordt aanbevolen ongeveer 4,5 bar in de banden van je elektrische fiets te pompen. Rijd je met smallere banden, voeg dan iets meer lucht toe. Dat is ook de aanbeveling als je met veel bagage reist. Vanzelfsprekend weet je pas hoeveel bar je in een band hebt gepompt als je een spanningsmeter hebt. Vraag anders de fietsenmaker om hulp, pomp de banden op 4,5 bar en gebruik dat als referentiepunt als je thuis de band op gezette tijden bijpompt. 

©Tatonka - stock.adobe.com

...en de remmen!

Niet alle elektrische fietsen hebben hetzelfde remsysteem. Hydraulische schijfremmen zijn het duurst, maar ook – en zeker in natte weersomstandigheden – het best. Het systeem is wel kwetsbaar en hulp van een fietsenmaker bij het onderhoud is dan onontbeerlijk. Onderhoud van hydraulische velgremmen – die met oliedruk de remblokjes tegen de velg duwen – is eenvoudiger. Remblokjes zijn eenvoudig te vervangen. Remblokjes hebben een profiel: worden de groeven minder goed zichtbaar of zijn ze zelf weg, dan is het tijd om de remblokken te vervangen. 

Laat sowieso – ook al denk je dat je remblokjes nog wel even meekunnen – eens in de zo veel tijd je remmen even controleren door de fietsenmaker.  

De velgrem, of met een moderne term V-brake, is vele malen goedkoper. Maar deze remblokjes slijten wel veel sneller, zeker in vergelijking met een 'gewone' fiets. Logisch. Je snelheid ligt immers hoger, dus je moet meer kracht uitoefenen om tot stilstand te komen. Het is een secuur klusje om de remblokjes van de V-brake te vervangen.  

Wie een e-bike met rollerbrakes koopt, is spekkoper qua onderhoud. De rollerbrakes – dat zijn trommelremmen die remkracht ontwikkelen door rolletjes tegen een remschoen te duwen – zijn namelijk onderhoudsarm. Nadeel is wel dat áls er een rollerbrake kapot gaat, deze door een vakman moet worden vervangen. Reparatie is niet mogelijk. Maar wees gerust: dat gebeurt slechts zelden. 

Last, but not least: de ketting 

Het is verstandig om de ketting van je fiets regelmatig te smeren met kettingolie. Daar blijft-ie lekker soepel van rijden. Wil je alles over het onderhoud van je ketting weten, check dan vooral dit artikel!

Toe aan een nieuwe e-bike?

Bekijk hier de nieuwste modellen voor de beste prijs!
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.