ID.nl logo
🔗 De fietsketting: de schakel naar comfortabel fietsen
© freeman83 - stock.adobe.com
Mobiliteit

🔗 De fietsketting: de schakel naar comfortabel fietsen

Een gemiddelde fietsketting bestaat uit wel 650 losse onderdelen en is een van de belangrijkste onderdelen aan je fiets. Als een ketting goed functioneert, loopt alles gesmeerd. Maar o wee als de ketting slecht werkt, dan erger je je dood aan knarsende geluiden, belabberde schakelprestaties en in het ergste geval een kettingbreuk. Onderhoud aan de fietsketting is dus essentieel en bezorgt je veel fietsplezier en een lange levensduur.

In dit artikel lees je onder meer over:

  • Het belang van regelmatig onderhoud voor een soepel werkende fietsketting

  • Een stapsgewijze uitleg voor het effectief schoonmaken van de ketting

  • Tips voor het smeren met olie of wax

  • Factoren die de levensduur van de ketting beïnvloeden en richtlijnen voor vervanging

  • Methoden om slijtage te meten en wanneer de ketting te vervangen

  • Ook interessant: Hier moet je op letten bij het kopen van een fatbike (voor je kind)

Tijd voor een mooie nieuwe fiets?

Bekijk hier de mooiste e-bikes voor de beste prijzen!

Hoewel veel fietsen in Nederland zijn voorzien zijn van een dichte kettingkast en het onderhoud aan de ketting in zo'n geval te verwaarlozen is, zien we tegenwoordig ook veel fietsen met een open of half-open kettingsysteem. Vooral fietsen van Duitse makelij hebben dikwijls een sportief design en worden daarom bewust niet voorzien van een dichte kettingkast.

Aan de bovenzijde van het grote tandwiel is dan slechts een smalle beschermstrip aangebracht. In zo'n geval is de ketting overgeleverd aan alle weers- en terreininvloeden. Ook de populaire trekkingfietsen met derailleur zijn voorzien van een open kettingsysteem, waardoor regelmatig onderhoud moet worden ingecalculeerd.  

©Hans de Looij

Veel (sportieve) fietsen zijn tegenwoordig voorzien van een open kettingkast.

🔗 Met welke punten moet je rekening houden om je fietsketting in goede conditie te houden?

  • Periodiek onderhoud
  • Reiniging
  • Smering
  • Levensduur
  • Slijtagetests

Regelmatig onderhoud is een must 

Hoe vaak een ketting onderhoud nodig heeft, hangt sterk af van het gebruik en de omstandigheden. Rijd je veel over onverharde paden of gebruik je de fiets voor dagelijks woon-werkverkeer, dan heb je dikwijls te maken met extreme omstandigheden. Dat vraagt meer verzorging van de ketting dan wanneer je de fiets alleen recreatief gebruikt op een verharde weg onder ideale omstandigheden. Als je de fiets intensief gebruikt, is het verstandig om elke 250 kilometer of tenminste één keer per maand de ketting even na te lopen. In andere gevallen is vier keer per jaar voldoende om de ketting goed gangbaar te houden.

©Hans de Looij

Bij een half-open kettingkast is er een smalle beschermstrip aan de bovenkant van de ketting geplaatst.

Fietsketting eerst grondig reinigen

Onderhoud aan de fietsketting begint eerst met het reinigingsproces. Voordat je aan de gang gaat, is het verstandig om een stuk karton of oude doek onder de fiets te leggen. Bij het schoonmaken van de ketting van een nieuwe fiets zul je merken dat de ketting plakkerig is door de resten van hoogwaardig vet dat bij de montage is aangebracht.

Dat fabrieksvet kun je eenvoudig verwijderen met een doek in combinatie met een speciale kettingreiniger. Gebruik nooit een zuur of alkalisch reinigingsmiddel in de vorm van een roestverwijderaar. Ook het gebruik van agressieve ontvetters is sterk af te raden. Dat soort middelen zullen het in de fabriek aangebrachte vet ook tussen de schakels verwijderen, waardoor vuil en vocht kan binnendringen en de levensduur van de ketting aanzienlijk wordt verkort.

Naast de ketting is het ook belangrijk om direct de tandwielen te reinigen. Gebruik een borstel of een oude tandenborstel om grof vuil en zand te verwijderen. Als de ketting erg vuil is, kan lauw water met een beetje afwasmiddel in eerste instantie het meeste vuil verwijderen.

©Hans de Looij

Gebruik geen zuur of alkalisch reinigingsmiddel om de ketting schoon te maken.

Soepele loop van de ketting dankzij smering

Wanneer de fietsketting goed schoon is, volgt de smering. Hiervoor kun je dunne kettingolie uit een flesje gebruiken. Druppel de olie op de ketting terwijl je deze ronddraait. Vervolgens laat je de olie even inwerken. Om overtollige olie te verwijderen, neem je de ketting daarna af met een doek. Zo voorkom je ook vetspetters op je kleding. Smeerolie is er overigens ook in de vorm van een spuitbus.

Daarnaast kun je er ook voor kiezen om de fietsketting van wax te voorzien. Vergeleken met kettingolie heeft wax het voordeel dat het geen vuil aantrekt. Wel duurt het aanbrengen van de wax langer, omdat de ketting eerst helemaal schoon moet zijn en de wax de tijd moet krijgen om uit te harden. Daarna ben je echter minder tijd kwijt aan het onderhoud, want je hoeft periodiek alleen overtollige wax te verwijderen en een beetje nieuwe wax aan te brengen.

©Hans de Looij

Als de ketting schoon is, gebruik je dunne kettingolie om de boel soepel te houden.

Hoelang gaat een fietsketting mee?

Veel fietsers vragen zich af wat de levensduur van een ketting is en hoeveel kilometers je er mee kunt rijden. In eerste instantie is dat afhankelijk van het gebruik. Rijd je op een mountainbike, dan krijgt een ketting het behoorlijk voor z'n kiezen en kan het na 700 kilometer al noodzakelijk zijn om naar een nieuwe ketting uit te kijken. Doe je het rustiger aan en vertroetel je de ketting op de juiste manier, dan zijn afstanden tot meer dan 15.000 kilometer geen uitzondering.

Slijtage aan de ketting is ook afhankelijk van het schakelgedrag van de berijder, waarbij frequentie, kettinglijn en schakelen onder belasting meetellen. Rijd je veel in de regen of omstandigheden waarbij vuil, zand en zout invloed hebben, dan zal de ketting sneller moeten worden vervangen. Bij e-bikes speelt de intensiteit van de motorondersteuning een belangrijke rol. Door de kracht van de motor wordt er harder aan de ketting getrokken en zal deze vaker moeten worden vervangen.    

Ketting testen op slijtage

Een fietsketting slijt op zijn draaipunten en wordt daardoor in de loop der tijd langer. Aangezien de ketting dan niet meer perfect over de tandwielen loopt, slijt hij sneller. Er zijn verschillende manieren om te ontdekken of een ketting daadwerkelijk versleten is en moet worden vervangen. Je kunt de ketting bijvoorbeeld op het grote tandwiel plaatsen. Probeer vervolgens de ketting in het midden van het kettingblad op te tillen. Als je de ketting meer dan een halve kettingschakel kunt optillen, is het tijd voor een nieuw exemplaar.

©Hans de Looij

Met een kettingslijtagemeter weet je meteen hoe laat het is.

Ook zijn er speciale kettingslijtagemeters te koop; voor minder dan 10 euro heb je er al een. Zo'n kettingslijtagemeter is een heel eenvoudig stukje gereedschap. Je steekt de meter aan de ene kant tussen een schakel en aan de andere zijde valt de punt tussen twee andere kettingschakels. Wanneer de schakels door slijtage verder uit elkaar staan, zal de punt van de slijtagemeter volledig tussen de schakels vallen en zul je de ketting direct moeten vervangen.

â–¼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

â–¼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.