ID.nl logo
Slim laden en flexibel rijden: dit is hoe je het aanpakt!
© Have a nice day - stock.adobe.com
Mobiliteit

Slim laden en flexibel rijden: dit is hoe je het aanpakt!

Rijd je veel elektrisch? Dan is het vaak de moeite waard een thuislader aan te schaffen. Met keuze uit Plug & Charge-laders, die aan één stuk door opladen, en zogeheten slimme laders. Deze passen het laden aan op de omstandigheden. Door slim te laden kun je onder meer besparen op je laadkosten en zo veel mogelijk duurzaam laden met zonne-energie.

In samenwerking met Greenchoice.

Dynamisch laden om geld te besparen

Om slim te laden heb je natuurlijk een slimme laadpaal nodig. Dat is een autolader die door middel van een internetverbinding gebruik kan maken van een aantal ‘slimme’ extra functies. Verderop gaan we dieper in op het vinden van een geschikte slimme lader (want er zijn veel varianten), maar eerst bespreken we een aantal van de belangrijkste functies.

Wat misschien wel het handigst is van een slimme lader, is dat deze dynamisch kan laden. In plaats van dat je de stekker in de auto stopt en deze aan een stuk door gelijkmatig oplaadt tot de accu vol is, kan een slimme lader op basis van de omstandigheden en jouw wensen gedurende bepaalde periodes sneller en langzamer laden.

Dat kan bijvoorbeeld worden gebruikt om de auto automatisch op te laden wanneer dat voor jou het voordeligst is. Dat zijn de momenten waarop het rustig is op het stroomnet. Voorheen was dat vooral ’s nachts, toen er relatief weinig stroomvraag was. Tegenwoordig is dat steeds meer overdag als de zon schijnt en de wind waait. Het laadproces duurt zo wel wat langer, maar als je de auto pas de volgende dag weer nodig hebt, merk je daar niks van. Zo heb je ‘s ochtends én gewoon een volle accu, én minder betaald. Bovendien belast je het stroomnet op deze manier een stuk minder.

©graja

Laden met zonne-energie en dynamic load balancing

Als je zonnepanelen op het dak hebt liggen, kun je de slimme laadpalen ook zo veel mogelijk laten laden met zonne-energie. De laadpalen proberen je auto dan met de op dat moment beschikbare zonne-energie op te laden en zo min mogelijk stroom af te nemen van het elektriciteitsnet. Dat laatste kost geld, terwijl je voor de opgewekte eigen zonne-energie niks extra’s hoeft te betalen. Zeker als straks de salderingsregeling wordt afgebouwd, kun je daarmee geld besparen, nu al duurzaam laden op zonne-energie en tegelijkertijd het elektriciteitsnetwerk ontlasten. De eventuele meerprijs van zo'n slimme lader verdien je vanzelf weer terug.

Daarnaast is er nog een andere handige functie: dynamic load balancing. Hiermee houdt de laadpaal rekening met je overige stroomverbruik in huis. Als andere apparaten veel energie verbruiken, kan de lader ervoor kiezen om gedurende dat soort momenten even minder stroom voor het opladen van de auto te gebruiken. Dat voorkomt overbelasting van je huisaansluiting en een eventuele stroomstoring.

Wil jij echt groen elektrisch rijden?

Ontdek hier alle mogelijkheden!

Het vinden van een geschikte slimme laadpaal

De ene slimme laadpaal is de andere niet, en hoewel we zojuist de belangrijkste functies hebben benoemd, die (vrijwel) iedere slimme laadpaal wel heeft, zijn er ook nog een hoop mogelijkheden die niet per se alomtegenwoordig zijn. Zo kunnen sommige laadpalen laadsessies zakelijk verrekenen en zijn ze voorzien van een laadpasscanner, zodat je ze kunt delen met andere gebruikers en daar een vergoeding voor kunt ontvangen. Ook kan een (vooralsnog klein) aantal 'bidirectioneel laden', waarmee ze stroom van de auto-accu kunnen terugleveren naar het elektriciteitsnet om zo de algehele elektriciteitsvraag beter in balans te houden.

Mocht de keuze tussen al die verschillende slimme laadpalen je wat te veel worden, dan is het misschien handig om te weten dat energieleverancier Greenchoice al een mooie selectie heeft gemaakt in het overweldigende laadpalenaanbod. Greenchoice kan jou middels persoonlijk advies helpen om daartussen een exemplaar te vinden die precies past bij jouw wensen.

Daarnaast kan de energieleverancier ook de installatie van de laadpaal voor zijn rekening nemen. Zo blijven je een hoop tijd en kopzorgen bespaard. Door stroom af te nemen van Greenchoice, heb je bovendien de garantie dat alle elektriciteit die je wél nog van het stroomnetwerk koopt 100 procent duurzaam is. Alle stroom van Greenchoice wordt namelijk duurzaam opgewekt met wind, zon en biomassa. Er wordt geen gebruik gemaakt van steenkool, aardolie of nucleaire energie.

©chartphoto - stock.adobe.com

Voor lange ritten: gebruik een laadpas voor tussentijds bijladen

Ook bij lange ritten waarbij je alsnog tussentijds moet bijladen, kun je dat ‘slim’ doen. Gebruik daarvoor de laadpas van Greenchoice. Hiermee kun je namelijk bij maar liefst 270.000 Europese publieke laadpunten in 22 landen laden terecht. Je kunt dus vrijwel elke openbare laadpaal gebruiken. In tegenstelling tot veel andere laadpassen zit je ook niet vast aan een maandelijks abonnement; je betaalt alleen per laadsessie.

Het gaat dan om een starttarief van 0,36 euro (inclusief btw), met een maximum van 10,29 euro per maand. Als je dat bedrag aantikt, hoef je dus geen starttarief meer te betalen. Wel betaal je uiteraard nog de stroomtarieven van de exploitant van de laadpaal. Dat bedrag verschilt per lader, maar dankzij dit handige overzicht kun je zien waar de openbare laadpalen zich bij jou in de buurt bevinden én welk tarief deze laadpalen hanteren. Zo kom je nooit voor vervelende verrassingen te staan.

Wil jij echt groen elektrisch rijden?

Ontdek hier alle mogelijkheden.
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.