ID.nl logo
Rij-impressie BMW i7: de ultieme weelde op wielen
© Irwin Versteegh
Mobiliteit

Rij-impressie BMW i7: de ultieme weelde op wielen

Als je op zoek bent naar ultieme elektrische weelde zonder ook maar een millimeter in te leveren op rijgenot, dan is de kolossale BMW i7 een absolute must. Deze 2,7 ton zware, 659 pk sterke EV-limousine tart elke wet van de natuurkunde en eist het laatste stukje goede smaak op. Onze Irwin ging ermee op pad.

Watch on YouTube

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Menig automobilist smeekt erom: een écht betaalbare elektrische auto. Een middenklasser met een rijbereik van ten minste 400 km voor nog geen 30.000 euro. Sommige merken zijn daar al in geslaagd. Denk aan de BYD Dolphin, de op handen zijnde Renault 5 of wellicht de Dacia Spring. Betaalbaar is booming, al is er ook een compleet andere kant van het spectrum. Een klasse waar status, vermogen, maar ook zeker de prijs een zeer belangrijke rol spelen. En nee, die prijs houdt dan niet bepaald verband met betaalbaarheid. Integendeel zelfs. En in die klasse, daar vinden we auto's als de BMW i7. Een volledig elektrische toplimousine die Irwin Versteegh van InstaAutoVlog onlangs ervoer. Want deze auto rijd je niet, nee: die ervaar je. 

©Irwin Versteegh

Slank, atletisch, plomp

De BMW 7-serie staat sinds eind jaren zeventig bekend als het absolute topmodel uit de Beierse stal. Een vaandeldrager van techniek, dat ook, want net als bij dat andere Duitse automerk baanden nieuwe technieken als xenonverlichting en de standaard montage van ABS zich via de 7-serie naar de rest van de reeks.

Met name de E38 versie, die in 1994 op de markt verscheen, werd samen met zijn opvolger een legende. Zo schitterde de ranke nineties-Siebener als hevig gemodificeerde Bond-auto in Tomorrow Never Dies, terwijl de in 2001 gepresenteerde 7 als een van de meest spraakmakende auto’s de geschiedenis ooit in gaat. Waarom? Laten we het erop houden dat het slanke en atletische lijnenspel van zijn voorganger net na het millennium door het tegenovergestelde werd ingewisseld. 

©Irwin Versteegh

Standaard als Lang-variant

De huidige BMW 7-serie kent een heuse primeur, want voor het eerst is het model leverbaar als volledig elektrische i7. Deze auto meet 5,39 meter in de lengte, 1,95 meter in de breedte en met 1,54 meter is-ie ook opvallend hoog. Dat laatste merk je pas zodra je ernaast staat, want voor de rest blijft het een goed geproportioneerde sedan. Waar die lengte vandaan komt? Onder meer vanwege het feit dat BMW 'm standaard als Lang-variant levert. 

Als we naar de voorzijde lopen, zien we een behoorlijk direct front. De grille is niet te vermijden en is (optioneel) voorzien van de Iconic Glow-dagrijverlichting die de enorme BMW-nieren gedurende het duister omlijsten. Als ik een week later vanuit een andere testauto de statuur van deze 7 aanschouw, realiseer ik me pas hoe intens intimiderend het front is. Zodra je 'm in je binnenspiegel ziet opdoemen, maak je dat je wegkomt.  

Wat andere opvallende feitjes omtrent het design, en met name op de testauto aanwezige opties? De diepdonkerblauwe lakkleur Tansanit Metallic staat 'm fantastisch. Verder zien we het M-Performance Pack, M-hoogglans Shadowline voor wat betreft de raamomlijsting en als kers op de taart een paar stevige sloffen in de vorm van 21-inch Styling 908 - Bi-Tone lichtmetalen wielen. En o ja, zie je dat subtiele lipje op de kofferklep? Dat is de M-achterspoiler.

©Irwin Versteegh

Infraroodverwarming

Als je plaatsneemt in het interieur en je sluit met een druk op de knop de (optioneel) automatisch sluitende portieren, dan is het alsof de loodzware kluisdeur van Die Deutsche Bank wordt gesloten. Je bevindt je acuut in de ultieme comfortcocon. Ik zak weg op én in de grootste autofauteuils waarin ik ooit heb gezeten, en wordt naar wens zelfs grondig gemasseerd. Is het wat kil in de kluis, dan zorgt onder meer infraroodverwarming voor een razendsnelle opwarming.

Niet alleen voorin, maar ook achterin zien we – weliswaar optioneel – zowel zetelverwarming als -koeling. Voor de rest? Absolute weelde. Het interieur van de i7 straalt een en al fortuin uit. BMW past de mooiste materialen toe, de afwerking is van het allerhoogste niveau en elke laatste cent die je in deze prestigieuze machine stopt, zie en voel je terug. Een tikkeltje smaakgevoelig, dat wel, maar indrukwekkend is het zeker. 

©Irwin Versteegh

31-inch 8K-touchscreen

Aan het infotainment is uiteraard ook gedacht. Zo zien we bijvoorbeeld de laatste generatie iDrive, maar ook een hoogstaand stukje audiogenot van Bowers & Wilkins met 36(!) luidsprekers en 1965 watt(!!) aan vermogen. Niet genoeg? Kies dan het Exclusive Lounge-pakket van bijna 7000 euro extra. Dan krijg je onder meer een 31-inch(!!!) 8K-touchscreen dat na het activeren vanuit de hemel naar beneden klapt. Deze kun je vervolgens via touchscreens in de deuren bedienen, evenals diverse functies met betrekking tot massage of klimaatregeling.

Als passagier rechts- of links achterin word je op dat moment ultiem verwend, al was het maar vanwege de overvloedige beenruimte en de mogelijkheid om de zetel rechts achterin in een ligmodus te positioneren – inclusief voetensteun die vanuit de voorste bijrijdersstoel uitklapt. 

©Irwin Versteegh

659 paarden versus 2700 kilo

Ja, over het interieur en alle gadgets van de BMW i7 zouden we een complete trilogie kunnen schrijven, maar laten we verdergaan met de techniek. BMW pakt op het vlak van EV’s lekker door en geeft je met de i7 de keuze uit drie verschillende aandrijflijnen: de eDrive50, de xDrive60 en de heftigste van het stel: de M70 xDrive. Alle drie de uitvoeringen zijn voorzien van hetzelfde 102kWh-accupakket. De 50 is achterwielaangedreven en levert 455 pk. De xDrive60 heeft een extra elektromotor op de vooras en levert een totaalvermogen van 544 pk. De M70 heeft wat extra pit en beschikt over een zeer adequate 659 pk, genoeg om de 2,7 ton(!) zware i7 in slechts 3,7 seconden naar de 100 km/u te katapulteren. 

Hoe dat aanvoelt? Voor de test heb ik met zowel de xDrive60 als de M70 gereden, en geloof het of niet, maar beide auto’s rijden als een droom. Of je het ruim 100 pk sterke verschil voelt? Mwah, niet echt. Alleen als je geregeld vanuit stilstand het volledige potentieel benut, zul je het opmerken, maar over het algemeen biedt de 544 pk sterke 60 al genoeg 'oomf'.

Dat is mede te danken aan het feit dat deze ogenschijnlijk mildere variant is voorzien van hetzelfde pakket aan rijtechnische snufjes. Denk bijvoorbeeld aan de adaptieve luchtvering met actieve dempers en Active Steering-vierwielsturing. De i7 voelt wendbaar aan, maar met name als een echte 7: altijd comfortabel, zij het met een continu aanwezige scherpte en dynamiek. De besturing is accuraat, lichtvoetig, maar communicatief en met name het kwispelige karakter door de vierwielsturing is ronduit verslavend. 

©Irwin Versteegh

Tart elke wet van Newton

Sterker nog, het allerlaatste dat je verwacht van een auto van 2700 kg, is een optimale balans tussen comfort en dynamiek. Niettemin zijn de engineers daar wonderwel in geslaagd. Ex- en interieur zijn vooral overdadig, qua rijden is-ie gewoon ronduit magnifiek. Of je er nu rustig mee cruiset of na het inschakelen van de sportmodus mee scheurt als een echte M. Eigenlijk kan het niet, en BMW tart als je het mij vraagt elke wet van de natuurkunde. Meter bij meter. 

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Met recht een vlaggenschip

Uiteraard heeft dit alles een prijs. Sterker nog, de geteste M70 xDrive is met een totaal van 220.691 euro verreweg de duurste testauto die ik ooit heb gereden. In menig provinciaal dorp heb je voor dat geld al een leuk huisje. En of je er dan een beetje ver mee komt? Ja, redelijk, want als je de sportmodus een beetje tactisch gebruikt, kom je op één acculading gemakkelijk 450 km ver. Opladen? Dat gaat met minimaal 11, 22 of maximaal 200 kW. Niet grensverleggend, wel goed.

Maar bij de i7 draait het om meer dan alleen die specs. Dit is niet zomaar een EV, de i7 is een vlaggenschip. Een auto waarbij het om meer dan alleen de droge specificaties draait. Hier gaat het om statuur, emotie, weelde en genot, en al deze aspecten vinkt-ie met twee vingers in zijn veel te grote BMW-grille af.

Vraag een offerte aan voor laadpalen:

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.