ID.nl logo
Review Peugeot e308 SW - Stationwagon met ruim 400 km bereik
Mobiliteit

Review Peugeot e308 SW - Stationwagon met ruim 400 km bereik

Wie op zoek is naar een volledig elektrische stationwagon met meer dan 400 km range heeft een beperkte keuze. Sterker nog, ze zijn vooralsnog op de vingers van één hand te tellen. Tot nu dan, want Peugeot voegde onlangs een volledig elektrische 308 SW aan het gamma toe en levert daarmee naar eigen zeggen de allereerste volledig elektrische stationwagon van een Europees merk.

Watch on YouTube

Met een aanbod van maar liefst twaalf volledig elektrische modellen heeft Peugeot het dappere plan om in 2025 bekend te staan als dé EV-fabrikant. Jawel, een van de belangrijkste merken uit het Stellantis-concern wil het almachtige Tesla links en rechts passeren. Een onmogelijke opgave? Nou niet per se, want momenteel is de volledig elektrische Peugeot e208 al een van de populairste auto’s in zijn segment, en er zit behoorlijk wat in het vat – negen personenauto’s en drie bedrijfswagens, om precies te zijn.

De eerste personen-EV is er al – de e208 – maar nummer twee en drie zijn reeds gelanceerd en InstaAutoVlog voelde onlangs de Peugeot e308 en e308 SW aan de tand. En met die laatste heeft het merk een primeur in handen: de allereerste volledig elektrische stationwagon van een Europees merk en met een range van ruim 400 km.

Vooruit, het Chinese MG was ze voor met een model als de 5, maar ook Nio was eerder met de ET5 Touring. Vandaar dus de toevoeging ‘van een Europees merk’. Niettemin is Peugeot er vroeg bij, want alleen de nog te verschijnen Opel Astra Electric SportsTourer is een directe concurrent. Niet helemaal toevallig trouwens, aangezien Opel ook onderdeel is van het Stellantis-concern. Zo delen de e308 en e308 SW tal van componenten met de ogenschijnlijk Duitse Astra.

Fraaie designdetails 

Bij het ontwikkelen van de nieuwste generatie Peugeot is het merk uitgegaan van drie pijlers: Allure, Emotion en Excellence. Het Allure-aspect (al jarenlang een vertrouwde Peugeot-term) heeft betrekking op het design. Een sterke troef van de huidige 308, en dat geldt ook voor de elektrische versie. De e308 ziet er afgezien van wat kleine details namelijk hetzelfde uit. Het is een knappe verschijning met fraaie designdetails als een langgerekte motorkap die deels over de voorbumper is gedrapeerd en op die manier zorgt voor een krachtig voorkomen. De kenmerkende 'slagtand' (de led-dagrijverlichting) staat ‘m goed en is bovendien standaard op elke e308, net als de zwarte raamomlijsting en unieke aerodynamische 18-inch lichtmetalen wielen. 

Vanwaar die luxe? Dat komt door de Allure-uitrusting waarin de e308 en e308 SW standaard worden geleverd. Daarnaast zien we een grille met een horizontale structuur en verchroomde details, maar ook extra getint glas vanaf de B-stijl. Daarbovenop krijgt de elektrische 308 extra’s als adaptieve cruisecontrol met stop&go-functie en stoel- en stuurwielverwarming. Iets sportievers? Opteer dan voor de GT-uitvoering. Dan krijg je andere 18-inch wielen (type ELECTRA, in kapitalen), een sportiever ogende grille, Peugeot-emblemen op de zijschermen en in kleur meegespoten sideskirts. Ook krijg je in dat geval Matrix-koplampen (die een tegen- of voorligger uit het lichtbeeld kunnen filteren) en 3D-led-achterlichten. 

Typische Peugeot-cockpit

Binnen in de e308 kom je ook niets tekort. Naast de kenmerkende en nog steeds unieke i-Cockpit zien we namelijk een volledig digitaal instrumentarium en het nieuwe iConnect multimedia- en navigatiesysteem, inclusief i-Toggles. Daarmee kun je je favoriete functies als snelkoppeling programmeren op een aparte touchscreen. Ook Apple Carplay en Android Auto bijvoorbeeld, en dat werkt geweldig in combinatie met de draadloze verbinding die daarvoor mogelijk is.

Wel is het jammer dat Peugeot op het vlak van navigatie nog wel een slag te maken heeft. EV-routeplanning, waarbij de auto zelfstandig een route via snelladers inplant en daarbij rekening houdt met tal van factoren, is bijvoorbeeld nog niet aan de orde. Navraag geeft echter wel prijs dat er achter de schermen druk aan wordt gewerkt en dat een OTA-update op termijn verandering zou kunnen brengen. Tot slot krijg je standaard half met kunstleder beklede sportstoelen. 

En die sportstoelen zitten behoorlijk goed. Ze zijn goed gevormd en zitten comfortabel maar toch ook stevig genoeg voor voldoende steun op een langere rit of een lekker stukje sturen. Optioneel kun je zelfs kiezen voor een elektrisch verstelbare stoel die het prestigieuze AGR-label draagt en is uitgerust met een verlengbaar zitvlak én massagefunctie. De zit achter het stuur is bovendien uitstekend, mede dankzij het uitgebreid verstelbare stuurwiel en voldoende aflegruimte voor beide armen. Het opvallendste is toch het feit dat deze elektrische 308 vanaf deze plek exact hetzelfde aanvoelt als een benzine-, diesel of hybridevariant. Iets dat jij zomaar eens als een pre zou kunnen ervaren. 

Achterin iets minder riant

Vóórin in de e308 en e308 SW is het dan ook dik op orde, maar op de tweede zitrij gaat het er iets minder riant aan toe. Personen langer dan 1,80 meter die achter een persoon met dezelfde lengte gaan zitten, hebben net aan voldoende knie- en voetenruimte. In zowel de vijfdeurs-Berline als de SW. De leef- en hoofdruimte is verder wel oké, maar zo ruim als in menig crossover-SUV in het c-segment gaat het er zeker niet aan toe.

Wel zien we fijne details als ventilatieroosters en usb-aansluitingen achterin. Net als de PHEV Hybride-308 is de e308 iets krapper in de kofferbak. De brandstof-308 in Berline-uitvoering biedt 412 liter inhoud, terwijl er in de e308 361 liter beschikbaar is – zo'n 50 liter minder dus. Klap je de achterbankleuning neer, dan kun je maximaal 1271 liter aan bagage kwijt. De SW is uiteraard ruimer met minimaal 548 liter inhoud en maximaal 1574 liter als je de achterbankleuning in 60-40 of zelfs 40-20-40 verhouding neerklapt. Er ontstaat dan een nagenoeg vlakke laadvloer. 

Weinig te kiezen

Waar je de e308 en e308 SW lekker aan kan kleden met fijne opties, valt er voor wat betreft de elektrische aandrijflijn minder te kiezen. Sterker nog, er ís geen keuze. Elke e308 of e308 SW is om te beginnen standaard voorzien van een 54kWh-accupakket waarvan 51 kWh netto bruikbaar is. Het gekoelde en verwarmde pakket is standaard op te laden via een 3-fase-boordlader (11 kW) of met maximaal 100 kW aan een snellader. In dat laatste geval laad je de accu van 10-80 procent in net geen 30 minuten. De batterij geeft zijn energie door aan een 156 pk sterke elektromotor op de vooras, waarmee de e308 in 9,8 sec naar de 100 km/u accelereert. De topsnelheid is met 170 km/u begrensd prima. 

Met de compacte accu en het vriendelijke vermogen geeft het merk een duidelijk signaal af. Peugeot zet in op efficiency en doet dus niet mee aan de pk-race. Iets dat lijkt te werken, want ondanks het compacte formaat van de accu komt de e308 Berline volgens de WLTP-methode 412 km ver. De SW houdt er na 409 km mee op. En dat zijn keurige cijfers.

Standaard is de auto voorzien van een warmtepompinstallatie, die ervoor moet zorgen dat we niet al te veel range kwijtraken gedurende koudere weersomstandigheden. Een minpuntje is het gemis van V2-connectiviteit. Een aansluiting waarmee de auto stroom kan leveren aan apparaten ontbreekt, en daarmee ook het terugleveren van energie aan een woning of gebouw. 

Stil, verfijnd en vlot

Hoe de aandrijflijn aanvoelt? Uiterst prettig. Stil, verfijnd, maar zeker ook vlot. Zeker als je de rijmodus Sport selecteert is het een uiterst rappe auto. Dat is onder meer te danken aan de 270 Nm trekkracht, die vanuit stilstand direct beschikbaar is. Pas boven de 130 km/u vlakt het vermogen iets af, maar de 156 pk is gewoon zeer adequaat in dit segment.

De 0-100-tijd mag dan hetzelfde zijn als de 1.2 PureTech-automaat, maar de continue elektrokracht voelt potenter, maar vooral een stuk verfijnder aan. Daarnaast is de cabine uitstekend geïsoleerd, wat bijdraagt aan een comfortabele rijervaring. Waar je wel even rekening moet houden, is het feit dat de elektrische 308 niets mag trekken. Zelfs geen kliko, want het maximale trekgewicht is letterlijk op 0 kg vastgesteld. Heb je een caravan, dan zul je moeten opteren voor de plug-in hybride, die is gehomologeerd op maximaal 1500 kg.

'Lichtgewicht'

Of de beloofde range van 412 km een beetje realistisch is, moet een latere test in Nederland aantonen. Niettemin lijkt de e308 spaarzaam met zijn stroom om te gaan. Moet ook wel, want dat is zonder twijfel datgene waar de auto zich mee moet bewijzen. Helemaal ten opzichte van prijstechnische concurrenten als de Tesla Model 3 Standard Range, die zich op dat vlak al heeft bewezen.

Ten opzichte van de Amerikaan heeft de Fransman echter nog een troef achter de hand, want de keuze voor een compacte elektromotor en een dito accupakket zorgt voor een relatief laag wagengewicht van 1680 kg. Oké, vederlicht is-ie geenszins, maar in vergelijking met een Hyundai Kona, die officieel in een lager segment opereert, scheelt het toch al snel een dikke 100 kg. Ook de Model 3 Standard Range is zwaarder. 

Rijeigenschappen: leuk en speels

Of je daar iets van voelt tijdens het rijden? Niet per se, maar één aspect valt wel direct in de smaak en dat zijn de rijeigenschappen. De elektrische 308 is verreweg de leukste en fijnst sturende 308 van dit moment. Hoewel-ie zo’n 300 kg zwaarder is dan een 1.2 Puretech-benzineversie, voelt de e308 wendbaar, maar bovenal speels aan. Iets dat ongetwijfeld het resultaat is van de plaatsing van de accu in de bodem van de auto, maar ook zeker de veel lichtere krachtbron in de neus. Een 156 pk sterke elektromotor die geen transmissie nodig heeft weegt nu eenmaal een stuk minder dan een driecilinder benzinemotor en al diens componenten als een transmissie. Dus dan mag de e308 in totaal zwaarder zijn, het gewicht zit vooral laag in het midden van de auto. 

Samen met een verfijnde en prettig directe stuurinstallatie zorgt dat voor een erg prettig aanvoelend totaalpakket. De perfecte 308 dus op dat vlak? Nou, niet helemaal, want de rijeigenschappen zijn ook zeker het gevolg van een iets straffere afstelling van de veren en dempers rondom, waardoor de Peugeot e308 korte oneffenheden net iets nadrukkelijk doorgeeft in het interieur. Hoe de SW rijdt? Exact hetzelfde, hoewel-ie 20 kg extra in de schaal legt. Er is geen verschil voelbaar, en dat is absoluut een compliment voor de veel praktischer Stationwagon.  

Gamma is rond

Met de toevoeging van een volledig elektrische versie is het gamma van de 308 en 308 SW dan ook rond. Het model blijkt een echt multitalent en Peugeot biedt je de keuze. De fijnste, dat is ongetwijfeld de e308. Qua verfijning, maar ook de rijeigenschappen. Of Peugeot met dit model al dé EV-fabrikant wordt, valt echter te bezien. Zeker gezien het best forse prijskaartje van minimaal 43.585 euro.

Zo stap je voor een paar honderd euro minder in een Tesla Model 3, terwijl de technisch identieke Opel zelfs net onder de 40.000 euro duikt. Niettemin heeft Peugeot het prijsverschil met een turbo-benzine-automaat-308 relatief klein weten te houden. Zo’n 4000 euro, terwijl een plug-in hybride zelfs duurder is.

Ontdek jouw perfecte elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl

Vraag een offerte aan voor laadpalen:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.