ID.nl logo
De nieuwe Hyundai Inster: betaalbare EV met premium ambities
© Frederick Unflath
Mobiliteit

De nieuwe Hyundai Inster: betaalbare EV met premium ambities

Hyundai zet met de Inster een nieuwe standaard in het compacte elektrische segment. Deze A+-klasse EV combineert ruimte en geavanceerde technologie met een indrukwekkende actieradius tot 355 km. Met zijn unieke design, flexibele interieur en een prijskaartje rond de 20.000 euro daagt de Inster de concurrentie uit. Deze nieuwste toevoeging aan Hyundais elektrische line-up brengt betaalbaar elektrisch rijden een stap dichterbij voor een breder publiek.

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Tellen we even mee? Terwijl andere automerken soms nog maar één EV in de showroom hebben staan, rijden we al een paar jaar rond in de Hyundai Kona Electric, Ioniq5 en 6 en is het merk zelfs al bezig met the next step in de vorm van een Ioniq 5 N. Als we daar Hyundais jarenlange ervaring met EV’s in de vorm van de Ioniq Electric (sinds 2016!) bij optellen, mogen we de Zuid-Koreanen als absolute EV-experts bestempelen.

Nu is het echter tijd om de vaandeldragers van technologie, de zogenoemde vlaggenschepen, te gaan ondersteunen. Het is tijd om een stevige voet aan wal te zetten met behulp van een wat handzamer bootje. Een betaalbare elektrische auto in het compacte segment: die van de stadsauto. Dit is de Hyundai Inster.

©Frederick Unflath

A+-segment

Hyundai zelf noemt de Inster 'intiem en innovatief'. De jongste telg opereert in het A+-segment, maar biedt B-segmentruimte. Voor je idee: de Inster is 3,82 meter lang, 1,61 meter breed en 1,57 meter hoog. Daarmee is hij een goede 15 cm langer en 9 cm hoger dan een i10, maar aan de andere kant ook 7 cm smaller. Hoe dan ook is de Inster een stuk compacter dan bijvoorbeeld de Renault 5 e-Tech Electric en die opereert wel degelijk in het B-segment. 

Qua design staat er een uiterst vriendelijke, maar ook zeker zelfverzekerde auto. Vriendelijk dankzij de kenmerkende ronde ledkoplampen met dito dagrijverlichting, en zelfverzekerd vanwege de Pixel-dot details, zowel voor als achter. Een designkenmerk dat ook de grotere EV's van Hyundai karakteriseert. Verder zien we ook hier actieve luchtinlaten die op afroep kunnen worden geopend of gesloten voor de koeling van het accupakket. De kunststof wielkastranden en de avontuurlijk ogende dakrails zorgen tot slot voor een extra stoer karakter. Niet stoer genoeg? In een later stadium volgt een Inster Cross.

©Frederick Unflath

Breed kleurenpalet

De Inster wordt leverbaar in tal van kleuren. Denk hierbij aan wit, zwart en zilver, maar ook aan tinten met namen als Buttercream Yellow, Tomboy Khaki en Sienna Orange. Ook komen er twee matte lakkleuren beschikbaar: Amazonas Green en Dusk Blue. De wielmaat is standaard 15-inch en met dat formaat zul je ook het verst komen qua range.

Goed om te weten: het mag dan een compacte en hopelijk ook betaalbare auto zijn, Hyundai heeft niet beknibbeld op de uitrusting. Zo wordt hij leverbaar met verregaande smartphone-connectiviteit en -integratie. Niet alleen in het interieur, maar ook via NFC. Zo is het mogelijk om de auto via je telefoon te ontgrendelen en te starten, waardoor je hem zelfs met iemand in jouw huishouden, vrienden of familiekring kunt delen, zonder tussenkomst van een fysieke sleutel.

©Frederick Unflath

Binnenin gezelligheid troef

Het interieur maakt een volwassen en eigentijdse indruk. We zien duidelijk overeenkomsten met het binnenste van de huidige Kona, maar ook zeker een eigen identiteit. Wat denk je bijvoorbeeld van een vlakke vloer en een bankachtige constructie voor de twee voorstoelen? Een zwevende middenconsole met daarop diverse bedieningselementen en het schakelmechanisme op exact dezelfde plek als in de nieuwe Kona Electric en Ioniq 5 en 6 doet de rest. 

En zie je dat stuurwiel? Die vier puntjes vind je ook in de grotere EV’s van Hyundai en zijn ook in dit geval verlicht. Sterker nog, via die vier ledjes – die in morsecode de letter H representeren – communiceert de Inster. Denk hierbij aan visuele feedback bij het gebruik van spraakbesturing of de status van het accupakket gedurende het opladen. Voor het infotainmentgedeelte wordt de Inster naar alle waarschijnlijkheid voorzien van de laatste generatie software, waarmee je beschikt over navigatie, Apple CarPlay, Android Auto en wellicht zelfs EV-routeplanning.

©Frederick Unflath

De praktische Twingo is terug!

Achterin wordt meteen duidelijk hoe compact de Inster daadwerkelijk is. Zo zien we in plaats van een achterbank twee losse stoelen die echter wel in de lengterichting kunnen worden versteld. Op die manier kun je kiezen voor extra been- of juist extra bagageruimte. De Inster lijkt op dat vlak wel een beetje de nieuwe Renault Twingo. Zeker als het aankomt op flexibiliteit, want de stoelen achterin zijn niet alleen verschuifbaar, maar net als de twee voorstoelen ook volledig neerklapbaar. Op die manier ontstaat een volledig vlakke laadvloer waarop je in theorie bijvoorbeeld een fiets kunt meenemen. In de bagageruimte zelf kun je minimaal 280 en maximaal 350 liter aan bagage kwijt, afhankelijk van de stand van de achterstoelen.

©Frederick Unflath

Voor het interieur van de Inster is er veelvuldig gebruikgemaakt van gerecyclede petflessen en zien we zelfs de toepassing van suikerriet, dat Hyundai in 2016 al eens toepaste in de Ioniq Electric. Aan de buitenkant zien we daarnaast zwarte details die zijn geverfd met pigment dat afkomstig is uit het rubber van oude autobanden.

Aangezien ook Hyundais kleinste aan alle moderne veiligheidseisen moet voldoen, is hij van alle veiligheidssystemen voorzien. Denk aan een geavanceerd noodremsysteem, maar ook extra comfort als highway driver assist waardoor de Inster deels autonoom kan rijden. Parkeersensoren, een achteruitrijcamera en dode/blindehoekdetectie doen de rest. 

©Frederick Unflath

Tot dik 355 km range

De Inster komt later dit jaar op de markt met de keuze uit twee varianten: een Standard en een Long Range. De instapversie beschikt over een LFP-accupakket van 42 kWh dat samenwerkt met een 97 pk sterke elektromotor. Daarmee is een range van 300 km mogelijk. Het opladen gaat standaard via een 11 kW sterke boordlader. Het snelladen verloopt behoorlijk vlot dankzij een 120 kW DC-snellader, waardoor een 10-80%-lading in een halfuur mogelijk is.

De Long Range krijgt een NCM-batterij van 49 kWh, waarmee de Inster ruim 355 km moet kunnen afleggen. Deze heeft een sterkere elektromotor van 115 pk en een koppel van 150 Nm. Dat is voldoende om de 0-100-sprint in 10,6 seconden af te ronden, en dat is best vlot voor een auto in deze klasse. Overigens kan ook deze variant in 30 minuten snel worden bijgeladen. 

Afhankelijk van het gekozen uitrustingsniveau beschikt de Inster over een V2L-aansluiting. Twéé zelfs: een traditionele 220V-aansluiting/stekker in het interieur, maar ook een V2L-connector via de laadpoort. Op die manier is het mogelijk om externe apparatuur als een koffiezetapparaat, televisie of – we noemen maar wat – een airfryer op stroom uit de accu van de Inster te laten draaien. Vermoedelijk bedraagt het maximale vermogen daarbij 3,3 kW. Met een batterijcapaciteit van 49 kWh is dat genoeg om zo'n 49 wasjes te draaien. 

©Frederick Unflath

De prijs?

De nieuwe Hyundai Inster heeft alles in zich om een enorm succes te worden. En dan niet alleen vanwege de lage prijs, maar ook dankzij het fraaie ex- en interieurdesign. Het ontwerp is gewoon dik in orde, en hoewel er voor sommige gezinnen wellicht een zitplaats ontbreekt, stelt hij ook op praktisch vlak verre van teleur. De Inster heeft het charisma van een mini-SUV en daarmee zal Hyundai ook zeker een andere tak van autokopers weten aan te spreken. En het feit dat-ie volledig elektrisch is, is dan mooi meegenomen. De prijs? De verwachting is dat de Inster een instapprijs krijg van rond of net iets boven de 20.000 euro.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.