ID.nl logo
Renault Scenic E-Tech Electric – Niet vlekkeloos, toch een aanrader!
© Irwin Versteegh
Mobiliteit

Renault Scenic E-Tech Electric – Niet vlekkeloos, toch een aanrader!

Renault gaat lekker met een half miljoen verkochte auto's in Europa het afgelopen halfjaar, waaronder 60.000 volledig elektrische modellen. Een indrukwekkend resultaat gezien het beperkte elektrische aanbod. De recent geïntroduceerde Renault Scenic E-Tech, uitgeroepen tot Auto van het Jaar 2024, zou de elektrische verkopen flink kunnen stimuleren. Maar is deze onderscheiding terecht? Irwin van InstaAutoVlog testte de auto uitgebreid en deelt zijn ervaringen.

Watch on YouTube

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Met de Scenic E-Tech electric heeft het merk een directe concurrent voor de Tesla Model Y, de Volkswagen iD.4 en de Peugeot E-3008 én E-5008 in huis. Renaults troef? De range van maximaal 625 km en de scherpe instapprijs van net geen 45.000 euro. Ook het design van de nieuwe Scenic E-Tech electric is sterk. Hij oogt strak, eigentijds en dankzij details als minimaal 19-inch grote lichtmetalen wielen ook behoorlijk zelfverzekerd. Renault heeft er bovendien voor gekozen om het fraaie Rouge Flamme van de testauto standaard en dus als 'gratis' kleur aan te bieden. 

Over die testauto gesproken: dit is een Iconic-uitvoering, en dat betekent dus ook automatisch de Long Range-batterij. De Iconic herken je aan de 20-inch lichtmetalen wielen (type Oracle) en Hyper Satin-details in de voor- en achterbumper, de dakrails en boven de zijramen. Fraai aan de Scenic blijft de ledverlichting rondom die vanaf de Techno-uitvoering adaptief te werk gaat. Zo beschikken ze over een geïntegreerde slechtweermodus en wordt de lichtbundel afhankelijk van de snelheid en het beschikbare omgevingslicht continu aangepast. 

©Irwin Versteegh

Ruim en praktisch interieur

De Scenic E-Tech Electric is een auto met een fijne en comfortabele instap, goed gevormde stoelen en veel ruimte. Met name dat laatste blijkt ook gedurende onze 1500 km lange testperiode een sterke eigenschap. De portiervakken zijn fors, de ruimte onder de middenarmsteun is riant en een fijn detail is het grote opbergvak in de middentunnel (met verstelbare bekerhouders) en een apart vak voor je smartphone, waarin je vanaf de Techno-uitvoering bovendien een draadloze lader aantreft. Ook de vele usb-c-punten zijn prettig; er zitten er twee onder de middenarmsteun, maar ook in de Ingenius-armsteun achterin zit er een. Deze is standaard vanaf de Techno en biedt bovendien twee houders voor smartphones of tablets. 

De testperiode maakte echter wel duidelijk dat er nog puntjes van aandacht zijn. Zo is het niet mogelijk om het zitvlak van de bestuurdersstoel aan de voorkant te kantelen, waardoor de ondersteuning van de bovenbenen niet toereikend is. Ook zit de ondersteuning voor de linker elleboog in het deurpaneel net even te laag. Je zit daardoor wat krampachtig en je schouder hangt naar beneden om toch een ideale zithouding te vinden. Het L-vormige R-Link-infotainmentsysteem kan bovendien wel een cursus ontspiegelen gebruiken, want de vele reflecties in het hoogglansscherm en de dito afwerking eromheen kunnen soms flink hinderlijk zijn.

©Irwin Versteegh

EV-routeplanning niet vlekkeloos 

De software is daarentegen wel dik in orde, en zeker als je minimaal voor de Techno-uitvoering kiest (navigatie is alleen op de instapversie een optie à 800 euro) geniet je van het beste dat Google en Renault je kunnen bieden. Denk aan online EV-routeplanning, volledige integratie van apps als Spotify of het kunnen luisteren naar het laatste nieuws.

Fijn is bovendien de responsiviteit, al bleek de EV-routeplanning niet vlekkeloos. Gedurende een rit waarvoor een snellaadsessie onvermijdelijk was, plande de Scenic een stop bij Fastned. Hiervoor gebruikte het systeem echter het exacte adres in plaats van de coördinaten. Zo arriveerde ik dus op 4 kilometer rijden van het laadpunt dat zich volgens het navigatiesysteem midden op een industrieterrein bevond.

Ontdek jouw ideale elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl!

22kW-boordlader is een troef 

In plaats van de standaard 60kWh-batterij met 430 km rijbereik krijg je met de Long Range een behoorlijke 87kWh-accu die de Scenic maximaal 625 km ver kan brengen. Standaard is de Scenic uitgerust met een 22 kW driefaseboordlader, en dat vond ik toch echt een uitkomst. Sterker nog, ik vond het zo'n 100 meter extra lopen meer dan waard!

In plaats van een snellaadsessie langs de snelweg is een parkeermoment aan de laadpaal meer dan genoeg om weer even vooruit te kunnen. Zeker in combinatie met het enorme accupakket, want let wel: twee uur aan een 22kW-laadinstallatie en de Scenic voegt zo'n 225 effectieve kilometers toe. 

Gedurende de 1500 testkilometers, inclusief de nodige snelle kilometers na het passeren van de 19.00 uur-regel, noteerde ik een gemiddelde van 19,3 kWh/100 km, goed voor circa 450 km op een volledig opgeladen accupakket. Een niet verrassend cijfer, aangezien zijn technische broertje, de Nissan Ariya, eenzelfde score laat zien. Ben je een zuinige rijder, rijd je ook ná 19.00 niet harder dan bijvoorbeeld 110 km/u, dan zou je het verbruik aanzienlijk kunnen reduceren en kom je misschien zelf uit onder de 18 kWh/100 km. 

©Irwin Versteegh

Stabiele snellader 

Bij het naderen van 10 procent accucapaciteit toont de Scenic zich aan de snellader een betrouwbare metgezel. Een slimme functie is de actieve voorverwarming van de batterij, die start zodra je een snellaadpunt in het navigatiesysteem selecteert. Hierdoor profiteer je ook bij lagere temperaturen optimaal van de maximale DC-laadsnelheid: 130 kW voor de 60kWh-batterij en 150 kW voor de 87 kWh sterke Long Range-variant.

Tijdens de test had de 60kWh-versie ongeveer 30 minuten nodig om op te laden, terwijl de grotere batterij zo'n 38 minuten vereiste. De hoogst gemeten laadsnelheid bedroeg 143 kW. Reken je met de 70 procent capaciteit die je bij een 10-80%-snellaadsessie toevoegt en deel je dat door het gemiddelde testverbruik, dan kun je op dat moment rekenen op zo'n 300 kilometer rijbereik. Dat bleek nauwkeurig: de boordcomputer voorspelde een afstand van 370 kilometer tot volledige ontlading van de accu.

©Irwin Versteegh

Té directe besturing, maar wel licht!

Op het gebied van rijgedrag zou Renault nog wat kunnen verbeteren, met name wat betreft de besturing en het raffinement van het onderstel. Vooral binnen de bebouwde kom kan de Scenic soms wat onrustig aanvoelen. De besturing is iets te direct, een effect dat niet afneemt bij hogere snelheden. Dat kan bij snelheden boven de 100 km/u resulteren in een wat rusteloos rijgedrag en een verminderde rechtuitstabiliteit.

Desondanks is het indrukwekkend dat Renault erin is geslaagd de Scenic relatief licht te houden. De versie met de grote 87kWh-batterij weegt 'slechts' 1917 kg. Dat is een knappe prestatie, zeker in vergelijking met zijn technisch vergelijkbare concurrent, de Nissan Ariya, die met hetzelfde accupakket bijna 150 kg zwaarder is. Ook andere rivalen, zoals de Volvo EX40 en de Volkswagen ID.4, zijn aanzienlijk zwaarder.

©Irwin Versteegh

Goed aanbod, nog steeds een aanrader

Al met al zijn we nog steeds van mening dat de Auto van het Jaar 2024 met recht een aanrader is. Ten opzichte van de Megane is de Scenic een veel praktischere auto die ruim plaats biedt aan vijf personen, evenals 545 of maximaal 1670 liter aan bagage. Met minimaal 430 kilometer rijbereik en een prijsrange tussen de 42.000 en 52.000 euro is hij ook op dat vlak een sterke speler.

Bovendien beknibbelt Renault niet op de uitrusting. De 22kW-boordlader en een warmtepomp behoren bijvoorbeeld tot de standaarduitrusting, evenals een prima snellaadfunctie en een brede reeks aan veiligheids- en comfortverhogende systemen zoals adaptieve cruisecontrol. De paar kritiekpunten die we hebben wat betreft het zitcomfort en de rijgeigenschappen vallen in het licht van deze voordelen al snel in het niet.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.