ID.nl logo
1000 km in de Volkswagen iD.7 - De elektrische droomsedan?
Mobiliteit

1000 km in de Volkswagen iD.7 - De elektrische droomsedan?

De Volkswagen iD.7 is een volledig elektrische sedan die het in de praktijk uitstekend doet. Het elektrische vlaggenschip van Volkswagen biedt een zeer comfortabel interieur, een betrouwbaar navigatiesysteem en een indrukwekkend bereik dankzij het lage energieverbruik. Ook het snelladen verloopt stabiel. De iD.7 is daarmee een fijne en betrouwbare reisgenoot voor de lange afstanden.

Watch on YouTube

Ontdek jouw ideale elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl!

Volkswagen heeft een nieuw vlaggenschip. En nee, het is deze keer eens geen enorme SUV, maar een sedan in de vorm van de iD.7. Een volledig elektrische auto in de klasse van de Tesla Model 3 en de BMW i4. Onlangs reed Irwin Versteegh van InstaAutoVlog 1000 km met deze auto, en in dit artikel vertelt hij je alles over de plus- en minpunten van Volkswagens grootste, maar vooral over het energieverbruik en de oplaadcapaciteiten in de praktijk.

Volkswagen Nederland verschafte ons een fraai testexempaar: een Grenadill Black iD.7 voorzien van 20-inch ‘Montreall’ lichtmetalen wielen. In het interieur zien we een chique zwart-witte kleurstelling met contrasterende blauwe stiksels en de letters ‘iD’ in het bovenste gedeelte van de rugleuning gestanst. Waar je verder niet omheen kunt in het riante interieur? Het immense (38 centimeter diagonaal!) infotainmentsysteem. Daarnaast zien we extra comfort in de vorm van geventileerde en verwarmde ErgoActive-stoelen met en zeer puike massagefunctie.

Ruimteschip

Het mag dan ook geen verrassing zijn dat het goed toeven is in de iD.7. Zeker in combinatie met de minstens zo riante tweede zitrij en de enorme kofferruimte met 525 liter inhoud, die toegankelijk is via een grote vijfde deur. En die liters, die komen niet zomaar uit de lucht vallen, want de iD.7 is groot. Zo is-ie op een paar centimeter na 5 meter lang, 1,86 meter breed, maar vooral behoorlijk hoog. Sterker nog, de iD.7 is met een totale hoogte van 1,54 meter maar liefst 11 centimeter hoger dan een directe concurrent als de Tesla Model 3.

Maar goed, terug naar het infotainmentsysteem. Dat beschikt namelijk niet alleen over een enorm touchscreen, maar is standaard zeer ingenieus. Zo kan het navigatiesysteem ‘Discover Pro’ overweg met een draadloze verbinding voor Apple Carplay en Android Auto, maar toont het ook live-verkeersinformatie. Ook kun je dankzij de IDA-spraakassistent bepaalde zaken aan de auto vragen. Jammer genoeg bleek dat laatste in de praktijk niet bijster betrouwbaar en belde de iD.7 zelfs de hulpdiensten nadat een navigatiecommando niet helemaal lekker werd opgevolgd.

Slimme routeplanning

Maar het belangrijkst is toch wel het feit dat Volkswagen een kundige EV-routeplanning heeft geïmplementeerd. Eentje die je niet alleen aan de hand van de resterende accucapaciteit via een snellader naar jouw bestemming leidt, maar ook adviseert hoelang je moet laden. Zo kan een kwartiertje genoeg zijn om je eindbestemming te bereiken. Mooi is ook dat je kunt selecteren bij welke laadpaalaanbieder je wilt laden. Dat kan te maken hebben met het soort abonnement dat je hebt (Ionity Passport of juist van Fastned), of juist vanwege de goede ervaringen met een bepaalde exploitant. Denk aan de betrouw- en beschikbaarheid van de laadinstallaties.

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

De iD.7 doet dat dan ook keurig, en uiteindelijk werkt het geheel bovendien erg overzichtelijk. Bijzonder is dat het navigatiesysteem dermate kundig en nauwkeurig is dat-ie zelfs visualiseert op welke rijstrook van de rijbaan je je bevindt. Op deze manier kan het systeem je bijtijds adviseren om bijvoorbeeld de snelweg te verlaten. Fijn is bovendien het head-up-display. Daar projecteert de iD.7 niet alleen de snelheid en bijvoorbeeld de status van de accu, maar visualiseert hij met augmented reality welke straat jij in moet of welke afslag op een rotonde je moet hebben.

Ruim 600 km WLTP-range

De iD.7 is er voorlopig met één accupakket en één elektromotor: een 77kWh-accu die zijn energie afgeeft aan een 286 pk sterke motor op de achteras. Deze combinatie is volgens de WLTP-testmethode goed voor een range van 617 km (met de standaard 19-inch wielen). Een behoorlijk bereik dat gelijkstaat aan een gemiddeld energieverbruik van 12,4 kWh/100 km. Of we dat in de praktijk hebben weten te realiseren? Nee, maar het gemiddelde testverbruik van 17,9 kWh/100 km was niettemin netjes. Zo hebben we relatief vaak gedurende de avonduren en dus met een hogere snelheid gereden, had het weer een mild winters karakter en stond er een behoorlijk stevige wind.

Met die condities in het achterhoofd laat de iD.7 een keurig gemiddeld verbruik zien, dat resulteert in een maximaal te behalen range van zo'n 440 km bij een volgeladen accu. Oké, een stuk minder dan de beloofde 617 km, maar je hoeft uiteindelijk geen enkele moeite te doen om alsnog een behoorlijke afstand af te leggen.

Rijd je in Nederland gedurende een milde winterperiode met temperaturen van om en nabij de 6 graden overdag en niet harder dan 100 km/u, dan kun je rekenen op een gemiddeld energieverbruik van ca. 15 kWh/100 km. 's Avonds laat naar huis en met 130 km/u op de teller? Dan schiet het verbruik al snel boven de 23 kWh/100 km.

Verdubbeling verbruik, halvering range

Een situatieschets. Na een persreis van twee dagen wilde ik met de iD.7 zo snel mogelijk ‘s avonds laat vanuit Schiphol naar huis. Een rit van – met een korte tussenstop om de cameraman thuis af te zetten – 150 kilometer. Deze afstand heb ik in goed anderhalf uur afgelegd, en dat betekende dus een vrij hoge gemiddelde snelheid. Het resultaat: de iD.7 nam tijdens die rit, bij een buitentemperatuur van circa 4 graden, genoegen met 23,5 kWh. Een zeer nette score gezien de rijstijl, temperatuur en wind, al betekent het vrij gechargeerd gezegd uiteraard wel bijna een verdubbeling van het verbruik en dus een halvering van de range.

En wat als het accupakket van de iD.7 leeg is? Dan laad je deze standaard met een 11 kW 3-fase-boordlader bij in goed zeven uur tijd. Dit laadproces verliep dan ook zonder problemen, en fijn is dat je diverse zaken omtrent het laden makkelijk in de auto of via de Volkswagen-app kunt monitoren of instellen. Gebruikmaken van een lager energie-/daltarief bijvoorbeeld.

Rappe lader

Ook het snelladen verliep uiterst betrouwbaar, zij het met een kleine kanttekening. Zo koppelde ik de 7 aan met een resterend accupercentage van 11 procent. Net na het opstarten van een snellaadsessie zakte dat echter terug naar 9 procent. En daar bleef het niet bij, want ook na het snelladen vertoonde de iD.7 kuren. Bij het parkeren stond de accu op 81 procent, om een kwartier later bij vertrek opeens een percentage van 84 procent weer te geven. Maar goed, het snelladen zelf ging stabiel met een pieksnelheid van 183 kW. Dat is meer dan de door VW opgegeven 175 kW en dat resulteerde in een 10-80%-vulling in 28 minuten tijd.

De iD.7 is gedurende de 1000 testkilometers al met al erg goed bevallen. De riante koets, het comfortabele interieur en de kundigheid van het navigatiesysteem (met uitzondering van de spraakbesturing) omtrent EV-routeplanning zijn zaken die VW goed op orde heeft. Tel hier de uitstekende snellaadsnelheid en het zeer fijne en stabiele rijkarakter bij op en je hebt een verdraaid fijn totaalpakket. En o ja, dankzij de combinatie van een verrassend laag energievebruik bij snelwegtempo en de uitstekende rechtuitstabiliteit is het ook nog eens een zeer prettige autobahncruiser.

Vraag een offerte aan voor laadpalen:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.