ID.nl logo
Zo geniet je in elke auto van Android Auto en Apple Carplay
© Reshift Digital
Mobiliteit

Zo geniet je in elke auto van Android Auto en Apple Carplay

Met Android Auto en Apple Carplay integreer je je smartphone met het infotainmentsysteem in de auto. Dat is voor nieuwe auto's standaard of als optie beschikbaar. Ideaal, want zo bel je veilig en navigeer je altijd met de meest actuele kaartinformatie. Wie in een oudere auto rijdt kan óók eenvoudig over Android Auto of Apple Carplay beschikken. Nooit meer boetes voor het gebruik van je telefoon in de auto!

Android Auto of Apple Carplay in de auto? In dit artikel lees je over:

  • Apple Carplay en Android Auto als interface voor smartphonegebruik in de auto

  • Aansluiten met een snoer of draadloos

  • Hoe je Apple Carplay of Android Auto in je eigen auto inbouwt

  • Ook interessant: Siri-spraakopdrachten combineren doe je zo

Android Auto van Google en Apple Carplay zijn helemaal ingeburgerd. Sterker nog, het Amerikaanse onderzoeksbureau AutoPacific meldde al in 2020 dat de helft van de autokopers de uiteindelijke keuze laat afhangen van de beschikbaarheid van Android Auto of Apple Carplay. Hoewel de grote autofabrikanten General Motors en Ford al hebben gemeld dat ze liever overstappen op een volledig Google-based systeem, zijn Android Auto en Apple Carplay bij andere merken én in de aftermarket nog veruit favoriet.

Toe aan een nieuwe autoradio?

Kies er dan eentje met Apple Carplay of Android Auto!

Logisch, in wezen projecteer je je telefoon mét heel veel eigen apps op een groot scherm op het dashboard van je auto. Via stembediening of met een paar tikjes op het scherm bel en navigeer je op een bekende manier. Ook WhatsApp-berichten beluisteren en eventueel zelfs als spraakbericht beantwoorden kan eenvoudig en veilig. Zelfs een Teams-meeting woon je vanachter het stuur bij. Een groot voordeel ten opzichte van een vast ingebouwd navigatiesysteem is dat je met Apple Kaarten en Google Maps altijd de meest accurate verkeerbegeleiding krijgt. En ben je een vlotte rijder, dan kan het gebruik van de Flitsmeister-app als navigatie je ook nog eens flink geld besparen. 

©NajmiArif

Met Android Auto heb je een aantal bekende apps direct onder de knop. Wel zo handig als je even snel een belletje moet plegen of de weg zoekt.

Bekabeld of via wifi draadloos aansluiten

De meeste moderne auto’s bieden Apple Carplay of Android Auto al standaard, al is er soms wel keuze tussen gebruik met een snoertje of draadloos. Dat eerste lijkt wat omslachtig, maar als je toch al je smartphone in de auto wilt opladen en geen draadloze Qi-lader hebt, zit je sowieso letterlijk en figuurlijk vast aan een snoertje. Een draadloos systeem heeft als voordeel dat je je smartphone gewoon in je tas of jas kunt laten zitten. Het infotainmentsysteem moet dan wel wifi ondersteunen, omdat bluetooth niet geschikt is om zo veel informatie vanaf de smartphone te verwerken.

Bij het gros van de nieuwe auto’s is de aloude autoradio vervangen door een enorm scherm, dat qua formaat al aardig richting een computermonitor gaat.

Android Auto of Apple Carplay in je eigen auto

Maar zelfs als je een wat oudere auto met alleen een traditioneel dashboard met een zogenoemde enkel-DIN- of dubbel-DIN-montageruimte hebt, kun je genieten van de voordelen van Apple Carplay of Android Auto. Er zijn verschillende mogelijkheden om je in-car entertainment van een upgrade te voorzien.

Gerenommeerde merken zoals Pioneer en Sony bieden complete toestellen in dubbel-DIN aan, met ingebouwd scherm en een Apple Carplay- of Android Auto-interface. Deze vervangen de complete audio-installatie van de auto, en vaak is de universele radio met een speciaal inbouwframe aan te passen aan het specifieke design van het autodashboard. De prijzen voor deze systemen liggen rond de 400 euro, exclusief montage.

Wil je liever de bestaande look behouden, dan zijn er ook interfaces te koop. Deze koppel je aan het bestaande display in de auto, waardoor de functies op de vertrouwde plek worden afgebeeld. Vaak zijn de originele bedieningsknoppen – óók die aan het stuur – en de instelmogelijkheden van de auto nog gewoon te gebruiken. Het kan zijn dat er een speciale adapter voor moet worden aangeschaft. Deze interfaces koop je al voor een paar tientjes, exclusief inbouw.

Het aanbod is enorm

Een waar mekka voor radio’s met Android Auto en Apple Carplay vind je op de websites van de bekende Amerikaanse en Chinese online warenhuizen. Complete units met merkspecifiek inbouwframe vind je er te kust en te keur, en vaak sluit het design nog aardig aan bij de vormgeving van de originele radio.

Heeft het dashboard van je auto inbouwruimte voor een enkel-DIN-radio, dan kun je óók profiteren van het digitale vernuft. We zagen meerdere toestellen waar een flink scherm uit tevoorschijn komt. De prijzen variëren van pak ‘m beet 100 euro voor een basismodel tot het veelvoudige voor een model met alle toeters en bellen. Houd er wel rekening mee dat er nog invoerrechten betaald moeten worden en dat garantieclaims mogelijk minder soepel worden afgewikkeld dan bij een Europese leverancier.

Liever niet knutselen?

Wil je de originaliteit van je auto niet aantasten of wil je Apple Carplay of Android Auto in verschillende auto’s kunnen gebruiken, dan is een smartnavigatiesysteem met zuignapmontage een optie. Dat ziet er uit als een portable navigatiesysteem, maar is in wezen een uitgeklede versie van je smartphone. De belangrijkste apps worden met grote iconen op het scherm getoond en bediend, waardoor je je telefoon niet in de hand hoeft te houden voor bellen of navigeren. Daarmee voorkom je flinke boetes voor handheld telefoongebruik. Let op: ook het aanbrengen van zichtbelemmerende apparaten op de voorruit kan tot een bekeuring leiden, dus denk goed na waar je het apparaat bevestigt.

Tot slot een belangrijke disclaimer: het zelf inbouwen van een interface of compleet apparaat vereist de nodige kennis van auto-elektronica. Zeker bij auto’s met een CAN-BUS-systeem kan het aanpassen van een kabelboom tot grote storingen en dure reparaties leiden.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.