ID.nl logo
Samsung Galaxy S20 Ultra start de zoomrace én brengt de megapixelrace terug
© PXimport
Huis

Samsung Galaxy S20 Ultra start de zoomrace én brengt de megapixelrace terug

Zou het gewoon 11 of toch 20 worden? We hoeven niet langer in spanning te zitten, want Samsung heeft vandaag hun nieuwe topmodellen smartphones aangekondigd. Wij hebben de Samsung Galaxy S20, S20+ en S20 Ultra al kort uit kunnen proberen. Wat viel ons op?

De camera is volgens Samsung tegenwoordig de belangrijkste reden waarom mensen een nieuwe smartphone willen. Het is dan ook niet verrassend dat Samsung zich bij de ontwikkeling van de Galaxy S20-toestellen op die camera heeft gefocust. Dat horen we echter al jaren, dus waar zit het verschil?

De Galaxy S20 heeft achterop drie camera’s terwijl de S20+ en S20 Ultra vier camera’s hebben. De camera’s zijn gegroepeerd in een opvallend vierkant achterop. Samsung spreekt zelfs van een ‘signature design element’. Of je het mooi vindt, bepaal je zelf. Het ziet er in ieder geval netjes uit, maar opzienbarend is zo’n vierkantje natuurlijk niet. De echte vernieuwing zit dit jaar in de zoomcapaciteit: 30x zoom voor de S20 en S20+ en maar liefst 100x voor de S20 Ultra. Daarover verderop meer.

©PXimport

©PXimport

De bouwkwaliteit van de toestellen is netjes. De achterkant is van Gorilla Glass 6 terwijl de zijkant van het toestel bestaat uit een metalen rand die qua kleur goed aansluit bij de kleur van het glas. Het glas maakt ondersteuning voor draadloos laden mogelijk, iets dat alle drie de toestellen gelukkig ondersteunen.

De voorkant van de toestellen bestaat vrijwel geheel uit een scherm onderbroken door een gaatje waar de selfiecamera geplaatst is. Dat gaatje zit dit jaar gelukkig netjes in het midden. Prettig is dat de toestellen IP68 gecertificeerd zijn en hiermee stof- en waterbestendig zijn.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

120Hz-scherm

De S20, S20+ en S20 Ultra hebben met 6,2, 6,7 en 6,9 inch verschillende schermgroottes. De rest van de specificaties komen wel overeen. Uiteraard gebruikt Samsung amoled-schermen met een indrukwekkende kleurweergave. Opvallender is dat alle drie de toestellen voorzien zijn van een Quad HD+-scherm met een resolutie van 3040 x 1440 pixels. Daarnaast heeft Samsung voor alle varianten gekozen voor een 120Hz-scherm. Een dergelijk snel scherm zou zomaar eens de trend van 2020 kunnen worden. OnePlus heeft al laten zien dat een extra vlot scherm zeker meerwaarde biedt en Samsung gaat ruimschoots over de 90 Hz van OnePlus heen. De digitizer werkt zelfs op 240 Hz, zodat bewegingen van je vinger zonder vertraging door het scherm worden overgenomen. De toestellen voelen inderdaad merkbaar soepeler toen ik de schermen op 120 Hz zette en je hebt er in vrijwel alle apps profijt van.

©PXimport

Waarom je dan toch terug kunt naar 60 Hz? Voor de accuduur, op een verversingssnelheid van 60 Hz zal de accu langer meegaan. De zijkanten van het scherm zijn afgerond, maar gelukkig op een manier die wat mij betreft niet vervelend is. Het is geen scherm waarbij de rand zo ver afloopt dat je onbedoelde gebaren maakt. Zelf hou ik meer van een recht scherm, maar toegegeven de afronding ziet er fraai uit.

In onze review gaan we het natuurlijk in detail bekijken, maar ik durf nu al te zeggen dat de S20-toestellen uitstekende schermen hebben.

Snelle soc met 5G

Qua processor zijn alle drie de varianten gelijk en in Nederland (en Europa) krijgen we wederom een eigen Samsung-soc. De Exynos 990 is een soc voorzien van een octacore-processor met cores op maximaal 2,73 (dualcore), 2,6 (dualcore) en 2 GHz (quadcore). Andere werelddelen krijgen varianten voorzien van een Qualcomm Snapdragon 865 en bij vorige generaties bleek de Snapdragon-variant altijd iets sneller te zijn. Of dat in de praktijk echt iets uitmaakt? Dat al onze review moeten uitmaken, maar tijdens mijn eerste indruk voelden alle Galaxy S20-varianten lekker vlot. Apps openen en schakelen snel en de interface loopt soepel. Het verschil in kracht tussen de uitvoeringen wordt gemaakt met het werkgeheugen. De normale S20 en de S20+ hebben 8 of 12 GB ram terwijl de S20 Ultra met 12 of 16 GB verkocht wordt.

Die Exynos 990 heeft een ingebouwde 5G-modem. De S20 verschijnt in een 4G- en 5G-variant terwijl de S20+ en S20 Ultra alleen in een 5G-uitvoering op de markt komen. Met de afwezigheid van 5G-netwerken in Nederland nu nog niet zo’n heel groot ding, maar het is fijn dat een relatief dure nieuwe smartphone wel klaar is voor 5G.

Met een accucapaciteit van 4000, 4500 en 5000 mAh voor respectievelijk de S20, S20+ en S20 Ultra maken de toestellen een flinke sprong ten opzichte van de voorgangers. Uiteraard kan ik op basis van de ruim anderhalf uur dat ik de toestellen mocht proberen niets zinnigs zeggen over de accuduur, maar mijn hoop is dat hiermee de hogere verversingssnelheid van het scherm gecompenseerd wordt zodat je in de praktijk minimaal een dag zonder lader kunt. Want dat was bij de OnePlus 7T met zijn vlotte scherm echt het manco: de accu gaat op 90 Hz te snel leeg.

Geen koptelefoonpoort

Vorig jaar viel de Galaxy S10-reeks voor zogenoemde vlaggenschepen nog op door de aanwezigheid van een 3,5mm-hoofdtelefoonaansluiting. Bij de Galaxy S20-toestellen volgt Samsung dit keer wel de trend voor toptoestellen: geen ‘ouderwetse’ hoofdtelefoonaansluiting dus. Helemaal onverwacht is dat overigens niet, want Samsungs recent uitgebrachte Galaxy S10 Lite had ook al geen hoofdtelefoonpoort meer. Sowieso doet de Galaxy S10 Lite met zijn vierkante cameramodule achterop qua ontwerp meer aan de nieuwe Galaxy S20-toestellen denken dan aan de Galaxy S10-reeks.

©PXimport

Van plus naar ultra

De toevoeging + die bij de vorige reeks nog was voorbehouden aan het topmodel is nu afgezakt naar het middenmodel. Met de toevoeging Ultra wil Samsung duidelijk maken dat de Galaxy S20 Ultra dé beste smartphone is die het concern kan maken. Geen plusje dus ten opzichte van de normale variant, maar echt iets anders. Maar waar maakt de Ultra dan vooral het verschil? Dat laat zich niet moeilijk raden: de camera uiteraard. De hoofdcamera bevat maar liefst 108 megapixel en is met F1.8 behoorlijk lichtgevoelig. Een enorm verschil met de 12megapixel-hoofdcamera in de Galaxy S20 en S20+. Ook de selfiecam maakt indruk met maar liefst 40 megapixel. Bij de normale S20 en S20+ telt die frontcam 10 megapixel.

Een interessante truc is dat de hoofdcamera negen pixels kan combineren tot één pixel. De 103megapixel-camera wordt daarmee een bijzonder lichtgevoelige 12megapixel-camera. Helaas heb ik fotograferen met weinig licht niet goed uit kunnen proberen en daarnaast was het niet toegestaan om de met het toestel geschoten foto’s mee te nemen. Op het eerste gezicht kunnen alledrie de toestellen knappe plaatjes schieten.

Space zoom

Op de cameramodule van de Galaxy S20 Ultra staat Space Zoom 100X en in de camerapp kun je daadwerkelijk 100 keer inzoomen. Uiteraard gaat het niet om een 100x optische zoom, maar wordt er een combinatie van optisch en digitaal zoomen gebruikt voor de maximale vergrotingsfactor. Samsung maakt voor de optische zoom gebruik van een prisma zodat de cameramodule achterop niet te ver hoeft uit te steken. De cameramodule die gebruikt wordt voor het zoomen is een 48megapixel-exemplaar.

©PXimport

Volledig ingezoomd kun je ver weg gelegen dingen zeker goed zien, maar haarscherp is deze ‘paparazzistand’ zeker niet. Uit de hand schieten is met deze zoomfactor ook eigenlijk niet te doen, je hebt toch echt een statief nodig. Ik kon helaas niet zo snel achterhalen of deze extreme digitale zoom beter werkt dan op volledige resolutie fotograferen en vervolgens croppen. Dit zullen we in de review moeten bepalen. Het voordeel van direct zoomen is natuurlijk wel dat je het juiste object direct in beeld hebt en de foto met één klik kunt delen op bijvoorbeeld Instagram.

©PXimport

©PXimport

Ook de normale Galaxy S20 en S20+ hebben een optische zoom, maar dan slechts 3x. De totale zoomfactor van beide toestellen bedraagt dankzij software 30x. Wederom zien we bij die twee toestellen met 64 megapixel een groot getal voor de zoomcamera. De megapixelrace lijkt kortom weer begonnen.

©PXimport

©PXimport

Soepele software

De toestellen zijn voorzien van Android 10 dat Samsung voorziet van de eigen schil One UI 2. Geen kale Android dus, maar OneUI is zeker vergeleken met Samsungs oudere Android-schil TouchWiz behoorlijk basic. De nieuwe S20-toestellen navigeren dan ook vlot en de interface ziet er rustig én overzichtelijk uit.

©PXimport

De vingerafdrukscanner heeft Samsung zoals verwacht weer onder het scherm verstopt. Ik heb hem uiteraard even uitgeprobeerd en de vingerafdrukscanner werkt uitstekend. Uiteraard blijft het met een dergelijke scanner wel lastig dat je niet blind kunt voelen waar de scanner zit. Je ziet wel in beeld waar de scanner zit, maar je zult even moeten oefenen om hem in één vloeiende beweging vanuit je broekzak te ontgrendelen.

Een introductie van een nieuw Galaxy-toestel is natuurlijk niet compleet zonder aandacht voor Samsungs digitale assistent Bixby. Die kan dit jaar beter omgaan met Spotify en Netflix en muziek automatisch uitzoeken op basis van je activiteit. Een vernieuwing die niet opzienbarend is en genoemd lijkt te worden omdat het moet.

©PXimport

©PXimport

Prijzen en verkrijgbaarheid

De Galaxy S20-toestellen verschijnen in verschillende uitvoeringen op de markt die verschillen qua opslaggrootte en werkgeheugen.

Galaxy S20: € 899,- (128 GB LTE, 8 GB ram) en € 999,- (128 GB 5G, 12 GB ram)
Galaxy S20+: € 1099,- (128 GB 5G, 12 GB ram)
Galaxy S20 Ultra: € 1349,- (128 GB 5G, 12 GB ram) en € 1549,- (512 GB 5G, 16 GB ram)

Opvallend is dat de goedkoopste S20 met een prijs van 899 euro duurder is dan de goedkoopste optie in het S10-assortiment een jaar geleden kostte, de S10e was toen 750 euro. Die 899 euro is echter gelijk aan de introductieprijs van de normale S10. Ik heb daarom de indruk dat je de onlangs geïntroduceerde Galaxy S10 Lite ondanks de naam een beetje moet beschouwen als de opvolger van die Galaxy S10e. Qua vormgeving past dat goedkopere toestel namelijk perfect bij de nieuwe S20-toestellen.

Je kunt de S20-toestellen nu al vooruitbestellen, ze zijn daadwerkelijk verkrijgbaar vanaf 13 maart. Wanneer je de S20+ of S20 Ultra vooruitbestelt, dan krijg je gratis de Galaxy Buds+ draadloze oordopjes meegeleverd.

▼ Volgende artikel
6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer
© luismolinero
Huis

6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer

Als je alles uit je staafmixer wilt halen, moet je wel weten hoe je ermee om moet gaan. Met deze tips krijg je niet alleen de beste (lees: lekkerste) resultaten, maar gaat je staafmixer ook langer mee. Win-win! 

In het kort: Een staafmixer is in principe een heel simpel apparaat. Je zet hem aan en hij pureert de boel voor je. Maar let op: een staafmixer kan overbelast raken en sneller stukgaan als je hem niet op de juiste manier gebruikt. Ook kunnen je gerechten er minder lekker op worden. Wil je weten hoe je je staafmixer optimaal benut? Lees dan de tips in dit artikel.

Lees ook: Dit kun je allemaal (nog meer) met een staafmixer

Tip 1: Ingrediënten voorsnijden

Hoewel staafmixers erg krachtig kunnen zijn, hebben ze ook relatief kleine mesjes. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een blender kan het voor een staafmixer daarom lastig zijn om grote stukken goed en gelijkmatig te verpulveren. Je kunt je staafmixer dus een handje helpen door je ingrediënten van tevoren in kleinere stukken te snijden. Hiermee verklein je de kans op klonten of stukjes in je soep of saus én raken de messen minder snel overbelast. 

Tip 2: Let op het vermogen

Het is altijd belangrijk om rekening te houden met het vermogen van je staafmixer, want dat bepaalt welke ingrediënten het apparaat kan pureren. Het pureren van harde ingrediënten zoals noten of ongekookte groenten met een staafmixer met een laag vermogen gaat hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Of het lukt wel, maar met een overbelaste motor tot gevolg. Voor harde ingrediënten is vaak een vermogen van minstens 600 watt nodig. Wil je vaak en veel gaan pureren, kies dan voor een vermogen van minstens 1000 watt. Maar let ook op het toerental, oftewel het aantal rotaties per minuut (RPM). Een staafmixer kan namelijk een laag vermogen hebben, maar wél een toerental van minstens 10.000 RPM. Dan is hij alsnog krachtig genoeg om harde ingrediënten te pureren. 

©Khaletski Siarhei | goffkein.pro

Tip 3: Niet te lang pureren

Lang achter elkaar pureren is funest voor de messen en de motor van een staafmixer. Beter is om in pulsen te pureren, waarbij je de motor tussen het pureren door steeds een paar seconden laat rusten. Vooral bij dikkere mengsels, zoals notenpasta, smoothies en dikke soepen, is dit belangrijk. Het is afhankelijk van het vermogen van een staafmixer hoe lang hij achter elkaar kan pureren. Vaak staat dit aangegeven bij de specificaties. Heb je geen idee? Pureer zachte ingrediënten dan niet langer dan 1,5 minuut en harde ingrediënten niet langer dan 45 seconden. Maakt je staafmixer een raar geluid of wordt hij erg warm, stop dan meteen met pureren. Dit zijn signalen dat het apparaat overbelast is. 

Tip 4: De juiste snelheid

De meeste staafmixers hebben meerdere snelheidsstanden en dat is niet zonder reden. Zo heb je voor het fijn pureren van dikkere mengsels en harde ingrediënten vaak een hogere snelheid nodig dan voor lichte bereidingen. En de turbostand kan handig zijn om harde ingrediënten kort maar krachtig te verpulveren of om een extra gladde soep te maken. Soms wil je een combi van snelheden gebruiken. Je begint bijvoorbeeld met een lage snelheid om spatten in de keuken te voorkomen en bouwt vervolgens geleidelijk op naar een hogere snelheid voor een glad resultaat. 

Tip 5: Ronddraaiende beweging

Beweeg je je staafmixer tijdens het pureren altijd gewoon op en neer? Op zich niks mis mee, want pureren doet het apparaat toch wel. Maar wil je zeker weten dat je geen plekken overslaat, maak dan tijdens het op en neer gaan óók een cirkelvormige beweging. Want op een mayonaise met klontjes zit natuurlijk niemand te wachten. 

©VI Studio

Tip 6: Schoonmaken

Een staafmixer neemt je veel werk uit handen, maar daar moet je wel iets voor terugdoen. Een staafmixer die niet goed schoongemaakt wordt, zal sneller vastlopen door aangekoekte etensresten. De motor moet dan tijdens het pureren harder werken en zal waarschijnlijk sneller overbelast raken. Daarnaast is een vieze staafmixer natuurlijk niet zo hygiënisch. Wil je geen bacteriën en nare geurtjes in je verse soep, maak je staafmixer dan na elk gebruik goed schoon. Dat kost je nauwelijks moeite: laat het apparaat even draaien in een maatbeker met warm water en wat afwasmiddel of doe hem, als dat kan, in de vaatwasser.

Nog meer doen met je staafmixer?

De beste accessoires, van gardes tot hakmolens

▼ Volgende artikel
Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates
Huis

Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates

Tijdens het persevent van Sony op het Europese hoofdkwartier in Weybrigde in het Verenigd Koninkrijk werden de nieuwe soundbars en tv's van 2025 aangekondigd. Het bedrijf zegt het misschien niet met zoveel woorden, maar de boodschap is duidelijk: minder frequente updates van alle modellen, en miniled blijft de technologie voor het topmodel.

 De 2023 A95L qd-oled-tv heeft twee jaar in het aanbod gestaan, ondanks het feit dat er vorig jaar wel degelijk een nieuw paneel beschikbaar was. In 2025 krijgt het model wel een update. De Bravia 8 II - te lezen als Bravia 8 Mark 2 - zal uitgerust zijn met het nieuwste (3e generatie) qd-oled-paneel van Samsung Display. Sony claimt dat dit paneel een 25% hogere piekhelderheid zal leveren ten opzichte van de A95L. Als we kijken naar wat Samsung Display (de panelfabrikant) claimde op CES, dan kan dit paneel tot 4.000 nits piekhelderheid leveren. We vermoeden dat Sony daar onder zal blijven, het merk is over het algemeen wat voorzichtiger en pusht zijn oled-panelen niet tot het uiterste op het gebied van piekhelderheid. Opmerkelijk genoeg vermeldde Sony expliciet dat de Bravia 8 II goedkoper zal zijn dan de A95L, maar concrete prijzen zijn er nog niet. De Bravia 8 II zal beschikbaar zijn in 55 en 65 inch.

©Eric Beeckmans | ID.nl

De Bravia 5 en Bravia 3

Verder naar onder in de line-up worden de Bravia 5 en Bravia 3 aangekondigd, ze vervangen respectievelijk de X90L en de X75WL. De Bravia 5 wordt uitgerust met de XR-processor (ook te vinden op de hogere modellen) en een XR Backlight Master Drive, een miniled-achtergrondverlichting die zes keer meer zones zal gebruiken dan de X90L. Hij zal beschikbaar zijn in 55, 65, 75,85, en 98 inch. De Bravia 3 is een instap 4K-model met direct led-achtergrondverlichting en de X1-processor. Dit model zal beschikbaar zijn in 43, 50, 55, 65, 75, en 85 inch. Beide modellen ondersteunen Dolby Vision en Dolby Atmos.

Demo's van nieuwe modellen

Sony toonde een aantal demonstraties van de nieuwe modellen, in vergelijking met een aantal concurrenten (dat waren uiteraard 2024-modellen). De Bravia 8 II stond opgesteld naast de voorganger de A95L, een Sony referentie studiomonitor, en een LG G4 en Samsung S95D. Zowel in Vivid Mode als de Filmmaker Mode (of vergelijkbaar want Sony gebruikt geen Filmmaker Mode) liet de Bravia 8 II een sterke indruk na. Zijn beelden leunen erg dicht tegen de studioreferentie aan. Kleuren in zeer heldere accenten zijn beter, en donkere gradaties worden nauwkeuriger weergegeven.

De Bravia 5 stond opgesteld naast een X85L (wat overigens een ietwat vreemde vergelijking is, want het toestel vervangt de X90L) en een Samsung QN85D. De XR Backlight Master Drive geeft de Sony flink wat extra helderheid en een duidelijke verbetering in contrast. Sony toonde ook een nieuwe techniek voor ruisonderdrukking bij oude bronnen (SD-content zoals Friends). Dat presteerde in sommige gevallen goed, maar liet in andere gevallen meer ruis zien. Mogelijk verfijnt Sony dit nog voordat het model op de markt komt. Het feit dat de testen in Vivid beeldmode gedaan werden, maakt de vergelijking ook moeilijk, vermits fabrikanten daar vaak veel vrijheid nemen.

Audioverwerking, beeldverwerking en Studio Calibrated

Op het gebied van beeldverwerking liet Sony dit keer geen belangrijke nieuwigheden zien. Ons oordeel over het nieuwe ruisonderdrukkingsalgoritme dat tijdens de Bravia 5 demo getoond werd, laten we nog even achterwege totdat we het zelf kunnen testen. De Bravia 3 heeft een nieuw algoritme voor beeldkwaliteit, maar dat werd alleen in Vivid-mode getoond en dat is een test waaruit weinig op te maken valt.  

©Eric Beeckmans | ID.nl

Sony benadrukte verder nog de aanwezigheid van Voice Zoom 3 op de Bravia 8 II en Bravia 5. Daarmee kan de processor nauwkeurig stem of dialogen isoleren van de rest van de audio. Zo kun je die selectief versterken (voor film kijken ’s avonds) of verzwakken (om de commentator bij sport wat stiller te maken).

De tagline van Sony, ‘Cinema is coming home', wil de fabrikant garanderen met een aantal Studio Calibrated beeldmodes: Netflix Adaptive Calibrated Mode, Prime Video Calibrated Mode en Sony Pictures Core Calibrated Mode. Die modi zijn specifiek in samenwerking met de respectievelijke streamingdienst opgezet. Voor alle andere content is er de ‘Professional’-beeldmode.

Tweejaarlijkse cyclus en miniled als toptechnologie

Net als vorig jaar heeft Sony alleen een deel van line-up vernieuwd. Dat is een aanpak die we toejuichen, want het maakt de verbeteringen die een nieuw model krijgt veel duidelijker. Sony kan daar eventueel nog wel van afwijken, bijvoorbeeld als een model het slecht doet in de markt. Maar we hopen dat dit voorbeeld navolging krijgt.

De 2024 Bravia 9 - een miniled-model - geldt nog steeds als het topmodel, ondanks de vernieuwde Bravia 8 II QD-OLED. Sterker nog, Sony kondigde voor volgend jaar een RGB-miniled technologie aan die duidelijk voorbestemd is om het nieuwe topmodel te worden.

Wat is een rgb-miniled achtergrondverlichting?

De achtergrondverlichting is het onderdeel van een lcd-tv dat licht produceert. Dat kunnen witte leds zijn, maar een moderne premium lcd-tv gebruikt doorgaans talloze minileds die blauw licht produceren, dat via een quantum dot-folie wordt omgezet naar wit licht. De leds worden onderverdeeld in zones die de processor individueel kan aansturen om het contrast te verbeteren. In donkere zones dimt hij het licht, in heldere zones kan hij de leds sterker aansturen. Om kleur te produceren wordt elke pixel met behulp van een kleurfilter opgedeeld in een rode, groene en blauwe subpixel.

©Sony

RGB-miniled technologie vervangt dit systeem door trio's van rode, groene en blauwe minileds te gebruiken die samen wit licht creëren, waardoor de quantum dot-laag overbodig wordt. Omdat er nog steeds veel minder leds dan pixels zijn, blijft het kleurenfilter nodig om per pixel de juiste kleuren te creëren. Net zoals bij een huidige miniled-tv worden de leds onderverdeeld in zones om het contrast te verbeteren.

©Sony

Maar deze technologie kan nog een stapje verder gaan. Als de processor detecteert dat er in een bepaalde zone enkel groen licht nodig, dan kan hij de rode en blauwe leds uitschakelen. Dat is alvast veel efficiënter dan het overbodige licht weg te filteren.

Wachten tot 2026 voor nog rijkere, helderdere kleuren

Sony claimt dat dit soort achtergrondverlichting een piekhelderheid van 4.000 nits en kleurbereik van 99 % P3 kan bereiken en 90% Rec.2020. Dat is een flinke upgrade ten opzichte van de beste tv’s die momenteel wel 4000 nits halen, maar eerder 95% P3 en 75% Rec.2020 leveren. Concreet kan een rgb-miniled veel helderdere kleuren tonen, die toch erg intens zijn.

©Sony

Daarnaast zijn ook meer nauwkeurige kleurgradaties mogelijk, en dat zowel in heel donkere als heel heldere tinten. Een aangezien meer en meer filmmakers vaak erg donkere scènes gebruiken, zou dat een welkome verbetering zijn. De technologie heeft nog twee extra voordelen. Ze is schaalbaar naar grote tv-maten. En een rgb-miniled tv zou ook een betere kijkhoek hebben, al liet Sony niet weten hoe dat gerealiseerd wordt. Sony zal een eerste model vermoedelijk in 2026 lanceren.

Ook bij audio een beperkt aantal nieuwe modellen

Net als bij de televisies worden ook de audioproducten niet meer elk jaar vernieuwd zo blijkt. Vorig jaar kreeg de top van het aanbod een make-over, dit jaar is de onderste helft aan de beurt. De Bravia Theatre Bar 6 is een 3.1.2 soundbar met subwoofer. De Bravia Theatre System 6 is een 5.1 soundbar met bijgeleverde surroundluidsprekers en subwoofer. Beide ondersteunen Dolby Atmos, DTS:X, Voice Zoom 3. We kregen een korte demo van de vernieuwde Bravia Bar 6, die een duidelijk vollere en stevigere klank produceerde dan de voorganger.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Daarnaast zijn er ook twee optionele accessoires. De Bravia Theatre Rear 8 bestaat uit één paar draadloze surroundluidsprekers die je kunt gebruiken om de Bar 6 uit te breiden. De Bravia Theatre Sub 7 is een compacte draadloze subwoofer van 100W.

Bekijk andere Sony-tv's op Kieskeurig.nl: