ID.nl logo
Samsung Galaxy S20 Ultra start de zoomrace én brengt de megapixelrace terug
© Reshift Digital
Huis

Samsung Galaxy S20 Ultra start de zoomrace én brengt de megapixelrace terug

Zou het gewoon 11 of toch 20 worden? We hoeven niet langer in spanning te zitten, want Samsung heeft vandaag hun nieuwe topmodellen smartphones aangekondigd. Wij hebben de Samsung Galaxy S20, S20+ en S20 Ultra al kort uit kunnen proberen. Wat viel ons op?

De camera is volgens Samsung tegenwoordig de belangrijkste reden waarom mensen een nieuwe smartphone willen. Het is dan ook niet verrassend dat Samsung zich bij de ontwikkeling van de Galaxy S20-toestellen op die camera heeft gefocust. Dat horen we echter al jaren, dus waar zit het verschil?

De Galaxy S20 heeft achterop drie camera’s terwijl de S20+ en S20 Ultra vier camera’s hebben. De camera’s zijn gegroepeerd in een opvallend vierkant achterop. Samsung spreekt zelfs van een ‘signature design element’. Of je het mooi vindt, bepaal je zelf. Het ziet er in ieder geval netjes uit, maar opzienbarend is zo’n vierkantje natuurlijk niet. De echte vernieuwing zit dit jaar in de zoomcapaciteit: 30x zoom voor de S20 en S20+ en maar liefst 100x voor de S20 Ultra. Daarover verderop meer.

©PXimport

©PXimport

De bouwkwaliteit van de toestellen is netjes. De achterkant is van Gorilla Glass 6 terwijl de zijkant van het toestel bestaat uit een metalen rand die qua kleur goed aansluit bij de kleur van het glas. Het glas maakt ondersteuning voor draadloos laden mogelijk, iets dat alle drie de toestellen gelukkig ondersteunen.

De voorkant van de toestellen bestaat vrijwel geheel uit een scherm onderbroken door een gaatje waar de selfiecamera geplaatst is. Dat gaatje zit dit jaar gelukkig netjes in het midden. Prettig is dat de toestellen IP68 gecertificeerd zijn en hiermee stof- en waterbestendig zijn.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

120Hz-scherm

De S20, S20+ en S20 Ultra hebben met 6,2, 6,7 en 6,9 inch verschillende schermgroottes. De rest van de specificaties komen wel overeen. Uiteraard gebruikt Samsung amoled-schermen met een indrukwekkende kleurweergave. Opvallender is dat alle drie de toestellen voorzien zijn van een Quad HD+-scherm met een resolutie van 3040 x 1440 pixels. Daarnaast heeft Samsung voor alle varianten gekozen voor een 120Hz-scherm. Een dergelijk snel scherm zou zomaar eens de trend van 2020 kunnen worden. OnePlus heeft al laten zien dat een extra vlot scherm zeker meerwaarde biedt en Samsung gaat ruimschoots over de 90 Hz van OnePlus heen. De digitizer werkt zelfs op 240 Hz, zodat bewegingen van je vinger zonder vertraging door het scherm worden overgenomen. De toestellen voelen inderdaad merkbaar soepeler toen ik de schermen op 120 Hz zette en je hebt er in vrijwel alle apps profijt van.

©PXimport

Waarom je dan toch terug kunt naar 60 Hz? Voor de accuduur, op een verversingssnelheid van 60 Hz zal de accu langer meegaan. De zijkanten van het scherm zijn afgerond, maar gelukkig op een manier die wat mij betreft niet vervelend is. Het is geen scherm waarbij de rand zo ver afloopt dat je onbedoelde gebaren maakt. Zelf hou ik meer van een recht scherm, maar toegegeven de afronding ziet er fraai uit.

In onze review gaan we het natuurlijk in detail bekijken, maar ik durf nu al te zeggen dat de S20-toestellen uitstekende schermen hebben.

Snelle soc met 5G

Qua processor zijn alle drie de varianten gelijk en in Nederland (en Europa) krijgen we wederom een eigen Samsung-soc. De Exynos 990 is een soc voorzien van een octacore-processor met cores op maximaal 2,73 (dualcore), 2,6 (dualcore) en 2 GHz (quadcore). Andere werelddelen krijgen varianten voorzien van een Qualcomm Snapdragon 865 en bij vorige generaties bleek de Snapdragon-variant altijd iets sneller te zijn. Of dat in de praktijk echt iets uitmaakt? Dat al onze review moeten uitmaken, maar tijdens mijn eerste indruk voelden alle Galaxy S20-varianten lekker vlot. Apps openen en schakelen snel en de interface loopt soepel. Het verschil in kracht tussen de uitvoeringen wordt gemaakt met het werkgeheugen. De normale S20 en de S20+ hebben 8 of 12 GB ram terwijl de S20 Ultra met 12 of 16 GB verkocht wordt.

Die Exynos 990 heeft een ingebouwde 5G-modem. De S20 verschijnt in een 4G- en 5G-variant terwijl de S20+ en S20 Ultra alleen in een 5G-uitvoering op de markt komen. Met de afwezigheid van 5G-netwerken in Nederland nu nog niet zo’n heel groot ding, maar het is fijn dat een relatief dure nieuwe smartphone wel klaar is voor 5G.

Met een accucapaciteit van 4000, 4500 en 5000 mAh voor respectievelijk de S20, S20+ en S20 Ultra maken de toestellen een flinke sprong ten opzichte van de voorgangers. Uiteraard kan ik op basis van de ruim anderhalf uur dat ik de toestellen mocht proberen niets zinnigs zeggen over de accuduur, maar mijn hoop is dat hiermee de hogere verversingssnelheid van het scherm gecompenseerd wordt zodat je in de praktijk minimaal een dag zonder lader kunt. Want dat was bij de OnePlus 7T met zijn vlotte scherm echt het manco: de accu gaat op 90 Hz te snel leeg.

Geen koptelefoonpoort

Vorig jaar viel de Galaxy S10-reeks voor zogenoemde vlaggenschepen nog op door de aanwezigheid van een 3,5mm-hoofdtelefoonaansluiting. Bij de Galaxy S20-toestellen volgt Samsung dit keer wel de trend voor toptoestellen: geen ‘ouderwetse’ hoofdtelefoonaansluiting dus. Helemaal onverwacht is dat overigens niet, want Samsungs recent uitgebrachte Galaxy S10 Lite had ook al geen hoofdtelefoonpoort meer. Sowieso doet de Galaxy S10 Lite met zijn vierkante cameramodule achterop qua ontwerp meer aan de nieuwe Galaxy S20-toestellen denken dan aan de Galaxy S10-reeks.

©PXimport

Van plus naar ultra

De toevoeging + die bij de vorige reeks nog was voorbehouden aan het topmodel is nu afgezakt naar het middenmodel. Met de toevoeging Ultra wil Samsung duidelijk maken dat de Galaxy S20 Ultra dé beste smartphone is die het concern kan maken. Geen plusje dus ten opzichte van de normale variant, maar echt iets anders. Maar waar maakt de Ultra dan vooral het verschil? Dat laat zich niet moeilijk raden: de camera uiteraard. De hoofdcamera bevat maar liefst 108 megapixel en is met F1.8 behoorlijk lichtgevoelig. Een enorm verschil met de 12megapixel-hoofdcamera in de Galaxy S20 en S20+. Ook de selfiecam maakt indruk met maar liefst 40 megapixel. Bij de normale S20 en S20+ telt die frontcam 10 megapixel.

Een interessante truc is dat de hoofdcamera negen pixels kan combineren tot één pixel. De 103megapixel-camera wordt daarmee een bijzonder lichtgevoelige 12megapixel-camera. Helaas heb ik fotograferen met weinig licht niet goed uit kunnen proberen en daarnaast was het niet toegestaan om de met het toestel geschoten foto’s mee te nemen. Op het eerste gezicht kunnen alledrie de toestellen knappe plaatjes schieten.

Space zoom

Op de cameramodule van de Galaxy S20 Ultra staat Space Zoom 100X en in de camerapp kun je daadwerkelijk 100 keer inzoomen. Uiteraard gaat het niet om een 100x optische zoom, maar wordt er een combinatie van optisch en digitaal zoomen gebruikt voor de maximale vergrotingsfactor. Samsung maakt voor de optische zoom gebruik van een prisma zodat de cameramodule achterop niet te ver hoeft uit te steken. De cameramodule die gebruikt wordt voor het zoomen is een 48megapixel-exemplaar.

©PXimport

Volledig ingezoomd kun je ver weg gelegen dingen zeker goed zien, maar haarscherp is deze ‘paparazzistand’ zeker niet. Uit de hand schieten is met deze zoomfactor ook eigenlijk niet te doen, je hebt toch echt een statief nodig. Ik kon helaas niet zo snel achterhalen of deze extreme digitale zoom beter werkt dan op volledige resolutie fotograferen en vervolgens croppen. Dit zullen we in de review moeten bepalen. Het voordeel van direct zoomen is natuurlijk wel dat je het juiste object direct in beeld hebt en de foto met één klik kunt delen op bijvoorbeeld Instagram.

©PXimport

©PXimport

Ook de normale Galaxy S20 en S20+ hebben een optische zoom, maar dan slechts 3x. De totale zoomfactor van beide toestellen bedraagt dankzij software 30x. Wederom zien we bij die twee toestellen met 64 megapixel een groot getal voor de zoomcamera. De megapixelrace lijkt kortom weer begonnen.

©PXimport

©PXimport

Soepele software

De toestellen zijn voorzien van Android 10 dat Samsung voorziet van de eigen schil One UI 2. Geen kale Android dus, maar OneUI is zeker vergeleken met Samsungs oudere Android-schil TouchWiz behoorlijk basic. De nieuwe S20-toestellen navigeren dan ook vlot en de interface ziet er rustig én overzichtelijk uit.

©PXimport

De vingerafdrukscanner heeft Samsung zoals verwacht weer onder het scherm verstopt. Ik heb hem uiteraard even uitgeprobeerd en de vingerafdrukscanner werkt uitstekend. Uiteraard blijft het met een dergelijke scanner wel lastig dat je niet blind kunt voelen waar de scanner zit. Je ziet wel in beeld waar de scanner zit, maar je zult even moeten oefenen om hem in één vloeiende beweging vanuit je broekzak te ontgrendelen.

Een introductie van een nieuw Galaxy-toestel is natuurlijk niet compleet zonder aandacht voor Samsungs digitale assistent Bixby. Die kan dit jaar beter omgaan met Spotify en Netflix en muziek automatisch uitzoeken op basis van je activiteit. Een vernieuwing die niet opzienbarend is en genoemd lijkt te worden omdat het moet.

©PXimport

©PXimport

Prijzen en verkrijgbaarheid

De Galaxy S20-toestellen verschijnen in verschillende uitvoeringen op de markt die verschillen qua opslaggrootte en werkgeheugen.

Galaxy S20: € 899,- (128 GB LTE, 8 GB ram) en € 999,- (128 GB 5G, 12 GB ram)
Galaxy S20+: € 1099,- (128 GB 5G, 12 GB ram)
Galaxy S20 Ultra: € 1349,- (128 GB 5G, 12 GB ram) en € 1549,- (512 GB 5G, 16 GB ram)

Opvallend is dat de goedkoopste S20 met een prijs van 899 euro duurder is dan de goedkoopste optie in het S10-assortiment een jaar geleden kostte, de S10e was toen 750 euro. Die 899 euro is echter gelijk aan de introductieprijs van de normale S10. Ik heb daarom de indruk dat je de onlangs geïntroduceerde Galaxy S10 Lite ondanks de naam een beetje moet beschouwen als de opvolger van die Galaxy S10e. Qua vormgeving past dat goedkopere toestel namelijk perfect bij de nieuwe S20-toestellen.

Je kunt de S20-toestellen nu al vooruitbestellen, ze zijn daadwerkelijk verkrijgbaar vanaf 13 maart. Wanneer je de S20+ of S20 Ultra vooruitbestelt, dan krijg je gratis de Galaxy Buds+ draadloze oordopjes meegeleverd.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.