ID.nl logo
Review Google Pixel 6a - Een behoorlijke anticlimax
Huis

Review Google Pixel 6a - Een behoorlijke anticlimax

De Pixel 6a is een midrange smartphone uit de stallen van Google. De markt voor dergelijke telefoons is de laatste paar jaar geëxplodeerd; je moet dus van goeden huize komen om de consument te kunnen overhalen. Lukt het Google met dit model? Nou, nee, niet echt.

Oké
Conclusie

Aanvankelijk werden we enthousiast van de Pixel 6a en het feit dat het toestel officieel naar Nederland kwam. In de basis biedt de smartphone een fijne ervaring aan. Het scherm is kleurrijk, de vingerafdrukscanner is snel en het camerasysteem schiet mooie kiekjes. Het toestel is lekker compact en licht, de knopjes zijn goed bereikbaar en het komt zelden voor dat een fabrikant een high-end processor in een midrange apparaat propt. Allemaal dingen om enthousiast van te worden. Maar dan komt die teleurstellende batterij die het nog geen dag volhoudt. En het feit dat het uren duurt voordat de accu weer volledig opgeladen is. De verversingssnelheid valt tegen en 128 GB lijkt net even te weinig opslagruimte te zijn zonder micro-sd-kaartsleuf. Ook is het jammer dat er geen koptelefoonaansluiting zit. Dit zijn allemaal aspecten die veel beter geregeld zijn op modellen die concurreren met de Pixel 6a. Om over iets duurdere modellen nog maar te zwijgen.

Plus- en minpunten
  • Camerasysteem
  • Oled-scherm
  • Tensor-chip
  • Accuduur en oplaadsnelheid
  • 60 Hertz
  • Geen micro-sd-kaartsleuf

Of het nu om de Pixel 7, Pixel 7 Pro of Pixel 6a gaat, Nederland heeft lang moeten wachten op de officiële introductie van Pixel-smartphones. De Pixel 7-modellen zijn prima smartphones die een paar exclusieve functies aanbieden, maar die niet uitstijgen boven het huidige marktaanbod. Hoe zit dat dan precies met de midrange smartphone Pixel 6a? In deze review leggen we het toestel uitgebreid onder de loep, maar we kunnen alvast verklappen dat de ervaring niet al te best is geweest.

Lees hier onze review van de Google Pixel 7 Pro!

Positief beginnen

Laten we positief beginnen, want het is niet alleen kommer en kwel. De Pixel 6a is met zijn 6,1 inch oled-display best compact en ligt lekker in de hand. Je duim bereikt de bovenkant van het scherm niet (daarvoor is het scherm simpelweg te hoog), maar de gladde achterkant en het lage gewicht (van 178 gram) zorgen ervoor dat je het toestel gemakkelijk in de hand verschuift. De knopjes rechts zijn prima bereikbaar en ook de vingerafdrukscanner in het scherm werkt snel en nagenoeg perfect.

Daarnaast bevalt de kleuroptie die we testen: mintgroen. Het geeft de smartphone een fris smoelwerk mee, iets dat we nog wel eens missen bij andere fabrikanten. Het toestel heeft verder een fijne resolutie van 1.080 bij 2.400 pixels en onder de motorkap een behoorlijk krachtige (en warme) Google-processor, die tevens in de Pixel 6 en 6 Pro zit. Verder is 6 GB aan werkgeheugen genoeg voor menig Android-app, al stelt slechts 128 GB aan opslagruimte wellicht net even teleur.

Op het gebied van software hebben we eveneens weinig te klagen. Het toestel mag rekenen op vijf jaar aan updates (waaronder minimaal twee Android-upgrades) en wordt meteen geleverd met Android 13 aan boord. Aangezien het een toestel van Google is, wordt er weinig overbodige bloatware geleverd. Ja, we komen alle apps van Google zelf tegen – maar we zien geen dubbele apps die we nog wel eens op de Samsungs, OnePlussen of Xiaomi’s van deze wereld tegenkomen.

Camerasysteem valt niet tegen

Het camerasysteem valt niet tegen. Achterop treffen we twee lenzen van 12,2 megapixel aan (een hoofdlens en een groothoeklens), terwijl voorop een selfiecamera van acht megapixel zit. Over het algemeen maken de camera heldere en scherpe beelden. De kleuren spatten van het prachtige OLED-scherm, helemaal wanneer je foto’s maakt wanneer het zonnetje lekker schijnt. Dit dankt het camerasysteem onder meer aan de eigen Google Tensor-chip onder de motorkap.

Ondanks het lagere prijskaartje biedt de telefoon toegang tot high-end functies, zoals Scherp maken (waarmee je bewogen foto’s scherp de Magische gum. Met die laatste optie kun je mensen of objecten uit foto’s verwijderen. Het Google-algoritme vult dan de ontbrekende onderdelen in met wat er verder op de foto gebeurt. Toffe functies voor mensen die veelal gebruikmaken van sociale media of graag creatief zijn, maar voor andere mensen wellicht minder bruikbaar.

Bovendien zijn de resultaten niet altijd even goed te noemen. Wanneer je gezichten scherp maakt op bewogen foto’s, dan kun je die nog wel eens net even té glad strijken. En dat levert een soort Griezelvallei op. De Magische gum kan verder niet goed overweg met schaduwen of close-ups, waardoor de content er nog wel eens spookachtig of onnatuurlijk uit komen te zien. Het zijn dus niet altijd de magische toverstokjes zoals Google ze doet overkomen; maar ergens blijft het wel gaaf.

Waar gaat het dan mis?

Op zich klinkt dit allemaal positief, dus waar gaat het dan precies mis? Nou, de Pixel 6a is flink aan de prijs. Je scoort hem (op moment van schrijven) voor een prijs van 400 tot 500 euro. Dat is dus aan de hoge kant van het midrange segment, waardoor je je echt moet bewijzen. Qua software, processor en aanvankelijk ook qua beeldscherm doet dit model dat dan ook. Maar wanneer we de accu in de overweging meenemen, dan levert dat een behoorlijk ontgoocheling op, helaas.

Google belooft een accu die 24 uur meegaat, maar niets is minder waar. Voor het einde van de dag moet de Pixel 6a alweer aan de oplader. Ook de batterijbesparingsmodus lijkt weinig te helpen. Natuurlijk is dit afhankelijk van je gebruik. Tijdens het testen maken we onder meer gebruik van apps als WhatsApp, Signal, Gmail, Google Chrome, de telefoon en de camera. Dit zijn apps die flink wat van de accu vragen, maar dat doen ze natuurlijk ook op vergelijkbare toestellen.

Met iets meer dan 4.400 mAh aan energie aan boord, mag je iets meer verwachten. En dit is nog niet eens het ergste. Want als de oplaadsnelheid hoog genoeg is, dan kun je dit probleem nog enigszins verkleinen. Maar de oplaadsnelheid bedraagt 18 watt waardoor het ook nog eens uren duurt voordat het toestel weer van de lader kan. De accu is gewoonweg één van de belangrijkste factoren voor een smartphone; we kunnen het ons bijna niet voorstellen dat Google besloot hierop te beknibbelen.

Verder valt het tegen dat het scherm een verversingssnelheid heeft van 60 Hertz, waardoor je geen vloeiende ervaring in huis haalt. De processor wordt bovendien flink warm gedurende de dag en kan ook nog wel eens wat gestotter opleveren. Sommige apps lopen dan heel even vast. Tot slot vinden we het jammer dat er geen ruimte is voor een micro-sd-kaart. 128 GB aan intern geheugen kun je zo volschieten met foto’s of met het installeren van toffe games. Ook dit kan beter.

Conclusie: Pixel 6a kopen?

Aanvankelijk werden we enthousiast van de Pixel 6a en het feit dat het toestel officieel naar Nederland kwam. In de basis biedt de smartphone een fijne ervaring aan. Het scherm is kleurrijk, de vingerafdrukscanner is snel en het camerasysteem schiet mooie kiekjes. Het toestel is lekker compact en licht, de knopjes zijn goed bereikbaar en het komt zelden voor dat een fabrikant een high-end processor in een midrange-apparaat propt. Allemaal dingen om enthousiast van te worden.

Maar dan komt die teleurstellende batterij die het nog geen dag volhoudt. En het feit dat het uren duurt voordat de accu weer volledig opgeladen is. De verversingssnelheid valt tegen en 128 GB lijkt net even te weinig opslagruimte te zijn zonder micro-sd-kaartsleuf. Ook is het jammer dat er geen koptelefoonaansluiting zit. Dit zijn allemaal aspecten die veel beter geregeld zijn op modellen die concurreren met de Pixel 6a. Om over iets duurdere modellen nog maar te zwijgen.

Want voor een paar tientjes meer kun je al een Pixel 6 aanschaffen, bijvoorbeeld. Binnen dezelfde prijsklasse vinden we telefoons die het op het gebied van accu en scherm beter geregeld hebben, zoals de Samsung Galaxy A53, Xiaomi 12 of Nothing Phone (1). Maar goed, dan krijg je helaas geen toegang tot de fijne Android-ervaring en het riante updatebeleid van Google. Het is dus maar net wat je belangrijker vindt. Maar al met al voelt de Pixel 6a aan als een behoorlijke anticlimax.

Benieuwd naar de Google Pixel 6a?

Je koopt 'm onder meer bij Bol.com!

Kijk voor andere smartphones op Kieskeurig.nl!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.