ID.nl logo
Op bezoek bij Xtorm, over de toekomst van powerbanks
© Reshift Digital
Huis

Op bezoek bij Xtorm, over de toekomst van powerbanks

Het Nederlandse bedrijf Xtorm maakt en verkoopt al jaren powerbanks en andere accugerelateerde gadgets. Wie denkt dat die apparaten wel zijn uitontwikkeld, zit er flink naast. Aan technische uitdagingen. We gingen bij Xtorm op bezoek en spraken daar over de toekomst van mobiele opladers.

Aan de rand van het Utrechtse Houten, tussen een reusachtig Van der Valk-hotel en een Heinekenbrouwerij, vind je het kantoor van Telco Accessories. Dit Nederlandse bedrijf exploiteert de merken Xtorm en Gecko Covers, allebei actief in Europa. Xtorm verkoopt ongeveer een miljoen producten per jaar, vertelt Tim Schuurbiers, Head of Marketing & Product development, in een bijna lege kantoortuin. Normaliter lopen hier zo’n 25 mensen rond, maar op de dag van het interview (op twee meter afstand) werkt het merendeel nog thuis vanwege het coronavirus.

Xtorm maakt accessoires die je elektronica opladen, met een focus op gemak tijdens het reizen. Van kabels en draadloze opladers tot allerlei soorten powerbanks, bijvoorbeeld met een zonnepaneel of de mogelijkheid producten draadloos op te laden. Een powerbank bevat een lithium-ion-accucel met chemicaliën, die stroom levert voor de accu van je smartphone, tablet of andere gadgets. Dit proces verhoogt de temperatuur van de accucel. In de basis is elke powerbank hetzelfde, maar onafhankelijke tests wijzen uit dat er wel degelijk kwaliteitsverschillen bestaan tussen vergelijkbare modellen.

Schuurbiers ziet hiervoor twee aspecten: de kwaliteit van de accucel en de kwaliteit en nauwkeurigheid van de elektronica die de powerbank aanstuurt. Goede elektronica is erg belangrijk, legt hij uit. De printplaat van de powerbank mag bijvoorbeeld niet snel beschadigen, want dat kan kortsluiting opleveren. En als een powerbank warm wordt omdat je hem in de volle zon je smartphone laat opladen, moet een ingebouwde temperatuurmeter de output verlagen of de powerbank zelfs uitschakelen. Als dat niet gebeurt, kan de accucel oververhitten.

©PXimport

“In Europa zijn er strenge regels waaraan fabrikanten van powerbanks moeten voldoen”, zegt Schuurbiers. “Je hoeft daarom niet bijzonder voorzichtig om te gaan met een powerbank, want in principe moeten er geen onveilige situaties kunnen ontstaan.”

Toch is hij voorstander van nog scherpere wetgeving voor powerbanks, bijvoorbeeld voor het vliegen. “De afwijking in de omzetting van het voltage van de powerbank naar het voltage van het andere apparaat mag van mij strakker. Op die manier wordt de powerbank minder warm, wat de kans op beschadigingen verkleint en de veiligheid dus ten goede komt.”

Usb power delivery en 100-watt

De powerbanks van Xtorm en concurrerende merken als Mophie, Anker en Belkin ondersteunen één of twee oplaadprotocollen: Qualcomm quick charge en usb power delivery (pd), allebei via usb-c. Quick charge bestaat al jaren en werkt alleen met gecertificeerde smartphones met een Qualcomm-processor, terwijl het relatief nieuwe usb-pd geschikt is voor allerlei soorten smartphones, tablets, laptops en andere gadgets, zoals de Nintendo Switch.

“Het is vrij ingewikkeld om een powerbank te maken die beide protocollen gebruikt, omdat je een krachtige accucel nodig hebt en de chipset goed moet regelen”, vertelt Schuurbiers. “We zijn een halfjaar bezig geweest met usb pd, maar kunnen die research en development nu gelukkig wel toepassen op nieuwe powerbanks.”

Het liefst zou Xtorm één standaard gebruiken. Niet alleen wordt het ontwikkelen een nieuwe powerbank iets eenvoudiger en goedkoper, het zou voor de consument ook duidelijker worden wat een powerbank precies kan. “Dat zou ons helpen bij onze missie: gemak bieden in plaats van frustratie. Onze voorkeur gaat uit naar usb-pd, want dit protocol is veelzijdig, krachtig en zit ook qua veiligheid goed in elkaar. Vooral de combinatie van snelladen en een groter apparaat opladen is erg handig.”

©PXimport

Usb-pd ondersteunt een maximale output van 100 watt, waarbij het niet uitmaakt of de stroom uit het stopcontact of een powerbank komt. 100 watt is meer dan genoeg om alle smartphones en tablets op maximale snelheid op te laden en is even krachtig als de originele oplader van de meeste laptops. Xtorm biedt op moment van schrijven een 26.000mAh-powerbank aan met een maximale output van 60 watt. “Die kun je gebruiken om je MacBook bij te laden, al gaat het iets langzamer dan je gewend bent”, verklaart Schuurbiers.

“Het voordeel van zo’n krachtige (100 watt, red.) powerbank is dat je de laptop net zo snel kunt opladen als via het stopcontact, want de MacBook gebruikt standaard een 90watt-netvoeding. We vinden een 100watt-powerbank op dit moment nog te warm worden, maar zijn er wel mee bezig en al best op weg.” Een 100Wh-batterij is overigens ook het maximum dat mee het vliegtuig in mag. Grotere powerbanks zijn uit veiligheidsoverwegingen verboden omdat een (grote) lithium-accucel lastig te blussen is als hij in brand staat.

Draadloze opladers

Xtorm ontwikkelt niet alleen krachtigere powerbanks met een hogere output via een usb-c-kabel. Het Nederlandse bedrijf maakt naar eigen zeggen ook vorderingen op het gebied van draadloze opladers. De krachtigste draadloze Xtorm-oplader biedt een maximale output van 15 watt en gebruikt hiervoor de welbekende Qi-standaard. Vrijwel alle smartphones die draadloos opladen ondersteunen, werken met dezelfde standaard.

Aanverwante accessoires als AirPods en Samsung-smartwatches, maar ook elektrische tandenborstels, laden op via de Qi-standaard. “We kijken naar draadloze opladers met een hogere output”, vertelt Schuurbiers. “Een hogere output betekent echter meer warmte, en die warmte moet ergens heen.” Diverse smartphonefabrikanten, waaronder OnePlus, Xiaomi en Huawei, verkopen al draadloze Qi-opladers met een output van 27 tot 30 watt. Die opladers bevatten een fysiek ventilatortje om het warmteprobleem op te lossen.

Is dat iets voor Xtorm? Schuurbiers schudt zijn hoofd. “Dat zou niet bij ons passen. Het is te gevoelig voor beschadiging en we willen geen irritant ventilatortje dat op de achtergrond zoemt.” De draadloze opladers van de genoemde telefoonmerken leveren hun hoge output alleen aan eigen toestellen. Andere apparatuur laadt aanzienlijk langzamer op. Schuurbiers vindt dat onhandig en niet aansluiten bij Xtorms missie: focussen op gebruiksgemak. Hij stelt dan ook dat Xtorm alleen draadloze opladers blijft uitbrengen die hun maximale output aan alle geschikte producten kunnen leveren.

©PXimport

De fabrikant laat ook weten geen moeite te steken in de ontwikkeling van een AirPower-achtig product, Apples oplaadmat die drie apparaten tegelijk op volle sterkte moest opladen maar na vertraging geschrapt werd vanwege technische problemen. “Is het echt nodig om je apparaat overal neer te kunnen leggen, in plaats van op een aangewezen oplaadspoel?”, vraagt de marketingmanager zich af. “Een product ontwikkelen met zoveel techniek erin is duur en de meerwaarde is beperkt, dus wij steken onze R&D liever in andere dingen.”

Eén van de zaken waar Xtorm zich mee bezighoudt, is het verbeteren van de efficiëntie van draadloos opladen. Zowel de draadloze oplader als het op te laden apparaat heeft een oplaadspoel. Door het product op het oplaadstation te leggen, wekken de twee spoelen een magnetisch energieveld op dat stroom levert aan de accu van je oordopjes, smartphone of smartwatch. Een vernuftig proces, maar de efficiëntie blijft steken op zestig tot zeventig procent.

“De efficiëntie is de afgelopen jaren iets verhoogd door de spoelen beter op elkaar aan te laten sluiten en het spoelmateriaal en de bekabeling te verbeteren”, legt Schuurbiers uit. “Hier is het meeste wel aan doorontwikkeld, dus je zult toch naar een hoger vermogen moeten.” Meerdere smartphonemerken hebben die stap dus al gezet, maar Xtorm werkt liever aan een open manier die industriebreed omarmd kan worden. Het liefst zonder ventilator. “Die warmte is een groot probleem waar veel mensen mee bezig zijn, maar ik zie dat niet binnen een jaar opgelost worden”, aldus Schuurbiers.

Milieubewust

Een ander probleem waar Xtorm en veel andere partijen zich over buigen, is de toekomst van de accu-industrie. Alle powerbanks en smartphoneaccu’s gebruiken een lithium-cel. Volgens Schuurbiers is de grondstof lithium nog voldoende aanwezig om de komende jaren op deze schaal accu’s te blijven maken. “Of we dat moeten willen, is een tweede, want het is geen geheim dat lithium niet de beste grondstof is. Er zijn alternatieven die mogelijk beter zijn, maar dan boks je heel erg op tegen de grootte van de batterijmarkt. De ontwikkelingen lopen zo ver achter en alternatieve batterijen zijn nog erg duur om te maken. Daarnaast moeten zulke accu’s nog compacter en stabieler in stroomafgifte worden.”

Schuurbiers geeft de lithium-ion-accu nog zes jaar en vervolgt: “Batterijen zijn niet per se goed voor het milieu, daar kunnen we eerlijk over zijn. Maar als je iets belastends voor het milieu maakt, kun je er in ieder geval voor zorgen dat je iets goeds maakt, zodat mensen niet binnen een paar jaar een nieuwe oplader hoeven te kopen.”

©PXimport

Xtorm en veel concurrerende powerbankleveranciers dragen financieel bij aan partijen die accu’s recyclen. “Lever je oude powerbank daarom apart in bij de milieubox of het batterij-inzamelpunt van de supermarkt”, aldus Schuurbiers. “De plastic behuizing krijgt een tweede leven en het lithium wordt apart behandeld, en gaat dus niet de lucht in als een verbrande brandstof.”

Voor de duidelijkheid: Xtorm bemoeit zich niet met het recycleproces. “We hebben er ooit over nagedacht om dit zelf te doen, maar dat blijft voorlopig een toekomstplan. Ik hoop dat we ooit kunnen realiseren dat je je oude powerbank naar een antwoordnummer kunt sturen, waarna hij uit elkaar gehaald en gerecycled wordt.”

Smartphone-accu's maken

Een andere bedrijfsactiviteit waar Xtorm welwillend tegenover staat, is het ontwikkelen van smartphoneaccu’s. Nu hebben veruit de meeste toestellen een geïntegreerde accu die niet te verwijderen is zonder de hele behuizing uit elkaar te halen. Een tijdrovende en dure klus die alleen voor specialistische reparateurs is weggelegd, waardoor veel mensen hun telefoon vervangen als de accu na een paar jaar versleten is.

De Europese Unie werkt aan een wetsvoorstel om smartphonefabrikanten te verplichten hun toestellen duurzamer te maken. Een eenvoudig verwisselbare telefoonaccu – zeven jaar geleden nog heel gangbaar – stimuleren of zelfs verplichten is één van de voorstellen waar EU-ambtenaren zich over buigen. Schuurbiers zou het ‘zeker toejuichen’, wat misschien vreemd klinkt, omdat mensen dan waarschijnlijk minder snel een powerbank kopen.

“Wij van Xtorm willen mensen energie geven, of dat nu via een powerbank, draadloze oplader, kabels of andere methode is”, verklaart de marketingmanager. “We zouden bijvoorbeeld verwisselbare smartphone-accu’s kunnen maken die makkelijk oplaadbaar zijn of meer capaciteit bieden.”

Wie denkt dat de wereld van mobiele opladers saai is, heeft het dus mis. Voor Xtorm en concurrenten liggen er nog genoeg technische uitdagingen. Van krachtigere usb-c-stekkers om laptops op volle sterkte op te laden en efficiëntere draadloze opladers tot een milieuvriendelijker alternatief voor de lithium-ion-accu en mogelijke verduurzamingsregels van de Europese Unie.

▼ Volgende artikel
Review Tefal Easy Fry Infrared - Supersnel, maar wel goed schoonmaken
© Tefal | Bewerking Saskia van Weert
Huis

Review Tefal Easy Fry Infrared - Supersnel, maar wel goed schoonmaken

De belofte is duidelijk: sneller op temperatuur, krokanter van buiten, malser van binnen. Met de Easy Fry Infrared zet Tefal als eerste bekende fabrikant infraroodtechnologie in bij een airfryer. De warmte van boven zorgt voor snelle opwarming; het klassieke element onderin zou garant moeten staan voor gelijkmatiger garing. ID test deze noviteit uit.

Uitstekend
Conclusie

De Easy Fry Infrared doet precies wat Tefal belooft: hij is razendsnel op temperatuur en levert mooi krokante resultaten met een sappige binnenkant. In de praktijk win je echt tijd, zonder te hoeven voorverwarmen, en de stille werking en het kijkvenster maken 'even tussendoor checken' prettig. De ruime 7-liter mand is fijn voor gezinnen of grotere porties, en de extra crispy-optie is een bruikbare bonus voor wie nét wat meer bite wil. Daar staat tegenover dat dit een apparaat is dat aandacht vraagt bij schoonmaken. De mand en het rooster kunnen relatief snel inbranden, en vetspetters tegen het niet-losneembare kijkvenster zijn lastig of niet te verwijderen, iets om rekening mee te houden als je veel vette gerechten maakt. Kortom: zoek je vooral snelheid, krokant resultaat en een ruime bak met handig zicht op de voortgang, dan is de Tefal Easy Fry Infrared een sterke keuze.

Plus- en minpunten
  • Supersnel op temperatuur
  • Eten knapperig vanbuiten, mals vanbinnen
  • Ruime bakmand
  • Stil in gebruik
  • Kijkvenster + crispy finish
  • Gevoelig voor inbranden (mand & rooster)
  • Kijkvenster niet uitneembaar (vetspetters)
  • Rare piep na stand-by
CategorieSpecificatie
PrestatiesVermogen van 2020 W met een temperatuurbereik van 80 °C tot 240 °C
CapaciteitInhoud van 7 l, geschikt voor circa 1,2 kg frietjes of een gebraden kip van 1,5 kg
Programma's8 automatische kookprogramma's waaronder friet, snacks en vlees
GebruiksgemakTouchscreen bediening, timer, warmhoudfunctie en automatische uitschakeling
OnderhoudVaatwasserbestendige uitneembare non-stick binnenmand
Bouw & ontwerpKunststof behuizing met cool wall, doorzichtig deksel en uitschuiflade
VeiligheidOverhittingsbeveiliging, BPA-vrij, PFAS-vrij en bodem met antislip
Afmetingen & gewicht31,3×27,9×42,1 cm (H x B x L); 5,32 kilo

Wat is er écht nieuw?

Airfryers zijn er in allerlei uitvoeringen. Eén bakmand, twee, naast elkaar, boven elkaar, met stoom, zonder stoom. De meeste modellen zijn varianten op een eerder model met net een extra toevoeging of snufje. Tefal kwam recent met iets wat wel nieuw te noemen is, en dat is de combinatie van hitte via een element en hitte via infraroodlampen. De IR-straling komt van boven, de hitte van het metalen element van onderen. Samen zouden ze moeten zorgen voor enerzijds snelle opwarming en anderzijds gelijkmatige garing. Infraroodlampen kun je kennen vanuit warmtelampen of sauna's. Ze verwarmen vooral het oppervlak waarop ze schijnen. Zou dit een slimme combinatie zijn?

©Tefal

Formaat, bouw en mand: 7 liter

Eerst wat praktische informatie. De Tefal Easy Fry Infrared is een apparaat van 27,9 × 31,3 × 42,1 cm (B/H/D). Hij weegt iets meer dan 5 kilo en heeft een snoer van 1,20 meter. De bakmand trek je in zijn geheel uit het apparaat, onderin zit een verwijderbaar roostertje voor luchtcirculatie. De inhoud van de mand is 7 liter en je zou er 1,5 kilo aan eten in kunnen bereiden. Dat is theorie, in de praktijk werken lagere hoeveelheden beter - maar dit geldt voor elke airfryer. Bovenop zitten de aan-uitknop, twee tiptoetsen voor tijd en temperatuur, toetsen voor de voorkeuzeprogramma's en een extra knop voor een extra crispy finish (daarover verderop meer).

Wat meteen opvalt, is de grote bakmand. Die biedt ruim plaats aan bijvoorbeeld vier kaiserbroodjes of een royale hoeveelheid groenten om te grillen. De bak is rechthoekig, en het rooster onderin zorgt voor een kleine verhoging. Je etenswaren liggen niet direct op de bodem van de mand maar iets erboven; dit is nodig voor de circulatie van lucht.

©Saskia van Weert

Kijkvenster met led: handig meekijken of gimmick?

Opvallend is het transparante kijkvenster boven de lade. Hierdoor zie je de inhoud van de mand liggen en kun je de garing in de gaten houden. Dat werkt goed, en is ook handig om bij te houden of je je eten al moet omdraaien.

©Tefal

Bediening en programma's: snel kiezen, extra crispy-knop

De bediening wijst zichzelf, zeker na doornemen van de gebruiksaanwijzing. Je kiest zelf een combinatie van tijd en temperatuur, of een van de voorkeuzeprogramma's. Standaard start het apparaat in de stand Airfryer. De andere opties zijn roosteren, grillen, toasten, opwarmen, bakken, dehydrateren, en tot slot knapperige finish (crispy finish). Dit laatste is een leuk snufje. Je voegt deze optie met een druk op de knop toe aan een gekozen programma en de bereidingstijd wordt uitgebreid met 2 minuten extra op 230 graden. Speciaal bedoeld voor eten dat je extra krokant wilt hebben.

De voorkeuzeprogramma's zijn instellingen met een vastgestelde tijd en temperatuur. Zo start Airfryen met 190 graden en 10 minuten. Zowel tijd als temperatuur pas je eventueel aan voordat de bereiding start, en tijdens de bereiding gaat dat ook prima. Het programma om te drogen (dehydrate) heeft een vaste temperatuur van 70 graden, dit kun je niet zelf aanpassen. Je start het programma met de startknop. Als je tussentijds de bak opent om je eten op te schudden of om te keren, pauzeert het programma. Het gaat automatisch verder als je de bak weer sluit.

©Tefal

Merkbaar sneller zonder voorverwarmen

De airfryer is opvallend stil en ook het piepje als het eten klaar is, is bescheiden. Prettig, want airfryers maken vaak best een hoop herrie. Na einde van het programma staat de machine in stand by-stand. Na een minuut of vijf piept hij nog eens. Het doel daarvan is ons onduidelijk. Om ongewenste geluiden te voorkomen, is het aan te raden na gebruik de stekker uit het stopcontact te halen.

Prestaties: van kip en friet tot broodjes en groente

Dan de prestaties. Die zijn zonder meer goed. In enkele weken tijd is er van alles in deze airfryer bereid. Van kippendijen tot frites en snacks, van groenten tot aan afbakbroodjes. Voorverwarmen is niet nodig, want de airfryer is zeer snel warm. De resultaten zijn meer dan uitstekend en het eten is ook daadwerkelijk sneller klaar dan in eerder geteste machines. Reken op een tijdsbesparing van zo'n 20 procent. Dit hangt natuurlijk af van wat je precies maakt en hoeveel, maar gerechten waren in de testperiode eigenlijk altijd sneller klaar dan vooraf verwacht.

Na bereiding haal je je eten met een siliconen tang uit de bak. In de gebruiksaanwijzing staat dat je de bak niet ondersteboven mag houden om eten in een schaal te kieperen, vanwege eventuele hete olie of heet vocht dat zich onder het rooster verzamelt. Een nuttig advies, zeker voor de bereiding van vlees, maar bij iets als broodjes afbakken natuurlijk wat overbodig.

Met een siliconen tang haal je eten veilig uit de airfryer

De coating blijft mooi en je houdt ook je handen schoon!

Schoonmaken: vaatwasser kan, maar let op inbranden

Zowel de bak als het uitneembare rooster kan na gebruik en afkoelen in de vaatwasser. Wat betreft schoonmaken komt eigenlijk het enige (relatieve) nadeel aan het licht. Beide onderdelen bakken snel aan. Al na enkele keren ontstonden er zwarte aanbaksels op het rooster en in de bakmand. Deze zijn gelukkig met bbq-reiniger wel weg te krijgen uit de mand, maar het is wel een aandachtspunt. Ook de behuizing, het gedeelte waar de mand op staat in de airfryer, vertoont al wat zwarte inbrandplekken die niet weg te poetsen zijn.

©Saskia van Weert

Duurzaamheid & onderhoud

Let verder op met spetterend eten. Als vetspetters vanaf de binnenzijde tegen het transparante venster komen, zijn deze niet meer te verwijderen. Het venster is namelijk niet los te halen. Op de lange termijn kunnen we ons voorstellen dat er daardoor vlekken ontstaan, waardoor je minder zicht hebt op je voedsel.

©Tefal

Conclusie

De Easy Fry Infrared doet precies wat Tefal belooft: hij is razendsnel op temperatuur en levert mooi krokante resultaten met een sappige binnenkant. In de praktijk win je echt tijd, zonder te hoeven voorverwarmen, en de stille werking en het kijkvenster maken 'even tussendoor checken' prettig. De ruime 7-liter mand is fijn voor gezinnen of grotere porties, en de extra crispy-knop is een bruikbare bonus voor wie nét wat meer bite wil.

Daar staat tegenover dat dit een apparaat is dat aandacht vraagt bij schoonmaken. De mand en het rooster kunnen relatief snel inbranden, en vetspetters tegen het niet-losneembare kijkvenster zijn lastig of niet te verwijderen, iets om rekening mee te houden als je veel vette gerechten maakt.

Kortom: zoek je vooral snelheid, krokant resultaat en een ruime bak met handig zicht op de voortgang, dan is de Tefal Easy Fry Infrared een sterke keuze.


▼ Volgende artikel
Call of Duty: Warzone Mobile vanaf 17 april niet meer speelbaar
Huis

Call of Duty: Warzone Mobile vanaf 17 april niet meer speelbaar

De servers van Call of Duty: Warzone Mobile gaan op 17 april voorgoed offline, waardoor de game vanaf dat moment niet meer speelbaar is.

Dat heeft Activision aangekondigd. Afgelopen jaar werd de game al uit app-winkels gehaald en werd de komst van nieuwe seizoensgebonden content al stopgezet, en het voorgoed offline halen van de servers is de laatste stap in het verdwijnen van de game. Mensen kunnen tot 17 april de game gewoon blijven spelen en hun verdiende in-game geld opmaken.

"We zijn enorm dankbaar voor de spelers die Call of Duty: Warzone Mobile hebben ondersteund, alsmede de ontwikkelaars die de ervaring tot leven hebben gewekt", aldus Activision. "De passie van spelers en hun feedback blijft de toekomst van de Call of Duty-franchise vormgeven, en we kijken er naar uit om betekenisvolle seizoensgebonden content en updates naar Call of Duty: Mobile te brengen."

Call of Duty: Mobile blijft er wel

Call of Duty: Warzone Mobile kwam in 2024 beschikbaar als mobiele versie van Call of Duty: Warzone, de battle royale-game voor consoles en pc. Op die platforms blijft Warzone wel speelbaar.

Activision zei het al: voor een mobiele Call of Duty-ervaring kunnen spelers terecht bij Call of Duty: Mobile. Die game kwam in 2019 uit op smartphones en geniet nog altijd van populariteit. Call of Duty: Mobile heeft ook een battle royale-modus - waar Warzone Mobile juist om draaide - alsmede modi als reguliere multiplayer en Zombies.

Activision Blizzard - en dus ook Call of Duty - werd enkele jaren geleden overgenomen door Microsoft. Buiten het feit dat de jaarlijkse nieuwe Call of Duty-game vanaf release ook meteen op Xbox Game Pass verschijnt, heeft dat echter niet veel aan de Call of Duty-franchise veranderd. Wel leek het meest recente deel, het vorig najaar uitgekomen Call of Duty: Black Ops 7, minder populair dan voorgaande delen. Mogelijk heeft dit te maken met dat het jaar daarvoor nog Black Ops 6 uitkwam, en spelers niet zo snel op een direct vervolg zaten te wachten.