ID.nl logo
iPad als muziekstudio: software om zelf muziek te maken
© Reshift Digital
Huis

iPad als muziekstudio: software om zelf muziek te maken

De computer biedt natuurlijk geweldige software om zelf muziek te maken. Maar wie altijd en overal wil kunnen werken, kan ook terecht op de iPad. Niet alleen bestaat daarvoor veel software, vaak zijn die programma’s ook nog eens veel goedkoper. In dit artikel inventariseren we de mogelijkheden.

Tussen de komst van het midi-protocol in de jaren tachtig en de mogelijkheid om complete instrumenten na te bootsen in de afgelopen twintig jaar, is de rol van de computer bij de muziekproductie alleen maar groter geworden. Dankzij duizenden apps kun je tegenwoordig een complete studio inrichten op je iPad. Weliswaar is de beste software krachtiger, maar ook flink duurder. Bovendien biedt een iPad unieke bedieningsmogelijkheden. In het enorme aanbod aan apps raak je makkelijk de weg kwijt. Daarom inventariseren we de top in het aanbod.

Gebruiksdoel

Welke apps je op je iPad wilt installeren en of je daarbij eventueel aanvullende apparatuur nodig hebt, hangt af van het soort muziek dat je wilt maken. En natuurlijk ook van het niveau dat je hebt als muzikant, componist of songwriter. Wil je live muziek spelen? Dan heb je de keuze uit allerlei apps die klanken kunnen genereren. Sommige apps hebben unieke gebruikersinterfaces die geen voorafgaande kennis vereisen, andere hebben de vertrouwde aanblik van een gitaar, drumstel of piano.

Met dergelijke apps kun je alleen of met anderen

bespelen, waarbij deze vaak ook nog met elkaar kunnen communiceren.

Speel je een traditioneel instrument? Dan kun je het geluid daarvan naar een app sturen die er vervolgens allerlei effecten aan kan toevoegen.

Extra hardware

Muziek invoeren rechtstreeks vanuit een app is vaak niet ideaal. Probeer maar eens een FMaj9#11-akkoord op je schermpje te pakken. Voor het uitschrijven van muziek in noten of op een pianorol is bovendien je vinger soms een wat lomp instrument. Dat laatste is te verhelpen met een Apple Pencil (135 euro).

Speel je live of creëer je muziek partij voor partij in een digital audio workstation, dan is een midi-keyboard onmisbaar. Een exemplaar met twee of drie octaven heb je voor minder dan 100 euro. Een volledige piano met 88 toetsen kun je al voor 200 euro vinden.

Welk model je kiest hangt af van je doel. Sommige bieden de nodige knoppen die je door middel van midi-learning aan een virtuele synthesizer kunt koppelen, terwijl andere slechts een toon- en modulatiewiel bevatten - of zelfs dat niet.

©PXimport

Verbinding

Sommige keyboards kun je draadloos aansluiten via bluetooth, maar zulke modellen zijn doorgaans duurder. Afhankelijk van je apparaat en het model iPad sluit je daarom meestal een en ander rechtstreeks aan of gebruik je een interface. Deze zijn er in verschillende prijsklassen, afhankelijk van de complexiteit van je instrumentarium en je wensen.

Een goed instapmodel is de iRig Midi 2 (73 euro) die naast moderne connectoren ook de klassieke midi-aansluitingen biedt. Met grotere broer iRig Pro I/O (ongeveer 125 euro) kun je naast midi ook audiobronnen aan je iPad koppelen. Dat is handig wanneer je je iPad als effectapparaat voor een elektrische gitaar of microfoon wilt gebruiken.

Wat niet mag ontbreken is een externe speaker om je muziek tot zijn recht te laten komen. Ze zijn er in allerlei prijsklassen, maar kies er in elk geval één die je (ook) met een kabel kunt aansluiten. Bij draadloos inspelen van muziek kun je namelijk snel last hebben van vertraging.

©PXimport

Niveau

Een goed startpunt om dan eindelijk muziek te gaan maken, is GarageBand. Die app behoort tot de gratis standaarduitrusting van je iPad en biedt een breed scala aan instrumenten en (opname)functies.

Wil je meer de diepte in, dan heb je een digital audio workstation (DAW) nodig. Dit zijn de werkpaarden van de muziekproducer. Ze laten je muziek opnemen in midi- of audioformaat en afspelen via een interne of externe geluidenbibliotheek en interne of externe midi-apparaten. Ook kun je met een DAW op al die kanalen effecten loslaten en ze naar wens mixen op een virtueel mengpaneel. Uiteraard vergt dat alles de nodige studie.

Wie theoretisch is onderlegd, kan bovendien op traditionele wijze muziek schrijven in apps die als tekstverwerker voor notenschrift fungeren. Daarmee kun je ook je werk beluisteren via een interne geluidenbibliotheek.

Studiowerk

De bekendste DAW is ongetwijfeld Cubasis (49,99 euro). Daarmee kun je een onbeperkt aantal midi- en audiokanalen produceren. Zelfs het corrigeren van valse zang is mogelijk. Van een vergelijkbare diepgang en voor dezelfde prijs is er Auria Pro.

Ook Korg Gadget 2 (39,99 euro) is populair vanwege zijn vele meegeleverde klankbronnen en zijn gebruiksgemak, maar Gadget is wel vooral gericht op elektronische muziek. Componeren in notenschrift kan met Notion (14,99 euro), die over een goede geluidenbibliotheek beschikt om je muziek in terug te horen. Zo mogelijk nog krachtiger is de nieuwe Dorico uit de stal van Steinberg. Die kun je gratis proberen, maar de volledige versie kun je helaas alleen gebruiken via een abonnement (39,99 euro per jaar).

©PXimport

Klankrijk

De interne audio-bibliotheek van digital audio workstations kan wat beperkt zijn of moeten worden aangevuld via in-app-aankopen. Daardoor heb je vaak behoefte aan het soort virtuele instrumenten dat we hierboven al noemden. Voor dat doel heb je de keuze uit apps die zelf geluid genereren en apps die werken met samples. Voor wat betreft die laatste zijn er algemene bibliotheken die allerlei soorten klanken bevatten en specialistische die één instrument bieden.

Wat voor instrumenten je als app wilt verzamelen, hangt uiteraard af van het soort muziek dat je wilt maken. Lang niet elk instrument is in virtuele vorm verkrijgbaar en in dat geval moet je op zoek naar bundels waar de gewenste samples in zitten.

Toetsen

Het aanbod aan virtuele piano’s is gigantisch, maar van vele is het geluid matig of ze hebben vooral een educatief doel. Goede uitzonderingen zijn iGrand (9,99 euro) en Ravenscroft 275 (35,99 euro). Beide bieden meerdere gesamplede piano’s en communiceren met andere apps.

Ook in orgels heb je volop keus. Zeer uitgebreid en professioneel is bijvoorbeeld de Hammond B-3X (79,99 euro). Kerkorgels zijn beschikbaar als gesamplede instrumenten in bijvoorbeeld Jeux d’Orgues (30,99 euro) of iCathedral (14,99 euro).

©PXimport

Snaren

Toetsinstrumenten laten zich - zeker met een extern keyboard - moeiteloos bespelen op een iPad. Dat geldt uiteraard niet voor snaarinstrumenten. Die vereisen een nieuwe manier van musiceren. Gitaren worden zeer bruikbaar nagebootst in het al wat oudere Guitarism (4,99 euro) en OMGuitar (4,99 euro). Beide leveren elektrische en akoestische gitaren en effecten en werken op basis van een set akkoorden voor elk nummer dat je wilt spelen. Waar Guitarism ook gitaren met twaalf snaren bevat, is dat voor OMGuitar een aparte app voor dezelfde prijs.

Eén ding wat deze apps niet kunnen, is het nabootsen van de gillende gitaren die we zo goed kennen van pop, rock en blues. GeoShred Pro (24,99 euro) vult die leegte op. In feite biedt deze app een hele nieuwe en zeer expressieve manier om muziek te maken.

©PXimport

Slagwerk

Live drummen op een iPad kan bijvoorbeeld met DrumKick (3,99 euro). Koppel je deze aan je iPhone en stop je die laatste in je sok, dan kun je zelfs de bassdrum met je voet bedienen. Een dergelijk kunstje kent ook DrumKnee 3D Pro (4,99 euro), maar dan door de iPad op schoot te leggen. Een zee aan percussie-instrumenten en een unieke bediening vind je in DrumJam (7,99 euro).

Vanwege fysieke beperkingen zijn deze apps niet ideaal om zeer strakke en complexe drumtracks voor je muziek te maken. Die kun je beter uitschrijven. Een specialist daarin is DrumPerfect Pro (22,99 euro).

©PXimport

Toeten en blazen

Blaasinstrumenten zijn nog lastiger na te bootsen op een iPad dan een piano of gitaar. Voor een echt expressieve saxofoon, klarinet, fluit of hobo kun je terecht bij het al genoemde GeoShred Pro, waar ze als in-app-aankopen beschikbaar zijn voor 14,99 euro per stuk.

GeoShred heeft het toevoegen van expressie een beetje geleend van ThumbJam (8,99 euro). Ook die biedt zaken als glissando en tremolo op commando, bijvoorbeeld door je apparaat te bewegen. Het complete symfonieorkest vind je in iSymphonic Orchestra (9,99 euro), die is uit te breiden met vele in-app-aankopen voor onder meer koorklanken.

©PXimport

Gesampled

Naast specifieke instrumenten kun je kiezen voor apps die samples bundelen, eventueel gecombineerd met gegenereerde klanken. Voordeel is dat je daarmee de beschikking hebt over heel veel klanken tegelijk. Nadeel is dat je er vrijwel nooit de mate van expressie mee bereikt van bijvoorbeeld echte strijk- of blaasinstrumenten. Voorbeelden van dit soort bundels vind je in SampleTank (12,99 euro basis, 32,99 euro compleet) en Korg iM1 (29,99 met beschikbare aanvullingen).

©PXimport

Naar de knoppen

Veel hedendaagse muziek maakt gebruik van klanken die zijn opgewekt door een synthesizer. Het aanbod hierin is zo groot dat we er pagina’s mee zouden kunnen vullen. Het aanbod varieert van nabootsingen van fysieke instrumenten uit de jaren zeventig, tachtig en negentig met zeer herkenbare klanken, tot nieuw verzonnen synthesizers met unieke mogelijkheden.

De naam Moog is onlosmakelijk verbonden met de opkomst van synthesizers. Nabootsingen van apparaten van dit merk vinden we in de MiniMoog Model D (14,99 euro) en de Model 15 modulaire synthesizer (29,99 euro) waarin je ouderwets met virtuele kabels aan de slag moet om unieke geluiden te creëren. Klassiekers van het merk Korg vinden we onder andere terug in de iPolysix (29,99 euro), ARP Odyssei (29,99 euro) en iMS-20 (29,99 euro).

Het geluid van de jaren tachtig en negentig was toch wel de Yamaha DX7. Een volledige en natuurgetrouwe imitatie is er niet, maar je kunt wel van de vertrouwde klanken genieten en ze bewerken met AudioKit FM Player 2 (1,99 euro). Ook is er de eveneens legendarische Prophet V dankzij iProphet (9,99 euro).

©PXimport

Een nieuw geluid

Naast die klassiekers zijn er synthesizers die uitsluitend als virtueel instrument bestaan en vaak unieke klankmogelijkheden bieden. Een perfect startpunt vormt de gratis AudioKit Synth One. Wil je meer exotische mogelijkheden? Dan kun je bijvoorbeeld terecht bij Nave (19,99 euro), MicroTERA (9,99 euro) of Addictive Pro (19,99 euro).

Wie genoeg heeft van de presets van zijn synthesizer en zich niet wil verdiepen in de complexiteit van het zelf ontwerpen van klanken, vindt er meer bij SynthMaster Player (gratis). Die kun je uitbreiden met preset-pakketten met herkenbare klanken.

©PXimport

Doe-het-zelf

Wie wel zelf zijn eigen geluid wil creëren, moet leren waar de vele knoppen op een synthesizer voor dienen. Heb je dat voor één apparaat onder de knie, dan zijn alle volgende sneller te doorgronden omdat de achterliggende principes redelijk universeel zijn. Wil je niet alleen live spelen maar ook virtuele instrumenten kunnen aansturen vanuit je digital audio workstation? Dan moeten ze daarvoor wel over de benodigde functionaliteit beschikken.

Protocol

Muziek-apps ondersteunen sowieso het aloude midi-formaat om onderling en met hardware te communiceren. Daarnaast zijn er twee andere standaards van belang: Inter App Audio (IAA) en Audio Units (momenteel AUv3).

Apps die een of meer van deze standaards ondersteunen, laten je onderling audio-, midi- en controllerdata uitwisselen. Zo kun je bijvoorbeeld de geluidsuitvoer van een app rechtstreeks opnemen in een kanaal van je DAW, terwijl je tegelijk de metronoom van de DAW hoort of vanuit een app via midi de klanken van een andere app oproepen.

Twee apps die je bij dit alles extra gemak en mogelijkheden bieden, zijn AUM (19,99 euro) en AudioBus 3 (9,99 euro). Ze laten je ketens van instrumenten maken, bijvoorbeeld van een synthesizer naar een app met geluidseffecten, en door naar je digital audio workstation.

©PXimport

Inspiratie voor akkoorden

Je kunt nog zo veel apps en apparaten hebben, zonder inspiratie ben je nergens.

Verschillende apps kunnen je daarbij helpen. Een van de beste is Suggester (gratis te proberen, volledige versie 11,99 euro). Deze helpt bij het maken van akkoordenschema’s.

Maak je muziek in je eentje en zou je graag begeleiding willen? Dan is de iPad ook je beste vriend. Met zowel Chordbot (4,99 euro) als iReal Pro (14,99 euro) kun je eenvoudig akkoordenschema’s invoeren en deze op verschillende instrumenten afspelen in allerlei stijlen.

Groot voordeel van iReal is dat je toegang hebt tot een enorme database aan bestaande schema’s. Nadeel van beide is de gekunstelde klank van de begeleiding. Wil je met echte studiomuzikanten spelen, dan kun je je akkoorden invoeren in een van de apps van SessionBand (8,99 euro per titel) die beschikbaar zijn voor verschillende muziekstijlen.

©PXimport

Spelen maar!

Met al het besproken moois moet het lukken om er een muzikale winter van te maken. Maar voordat je ook maar één euro aan een app spendeert, is het een goed idee om deze eerst te zien en vooral te horen. Een goed startpunt hiervoor het YouTube-kanaal van

.

▼ Volgende artikel
Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat
Huis

Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat

Capcom heeft eerder deze week een livestream uitgezonden waarin nieuwe beelden werden getoond van het aankomende horrorspel Resident Evil Requiem. Ook werd er meer informatie gegeven over de game.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Nadat eind vorig jaar al werd aangekondigd dat spelers niet alleen Grace Ashcroft zullen besturen, maar ook Leon S. Kennedy - een bekend gezicht voor mensen die eerdere delen hebben gespeeld - werd er tijdens de livestream uitgebreid gameplay van dit personage getoond.

Twee verschillende hoofdpersonages

Daarbij werd de nadruk gelegd op de verschillende speelstijlen van Leon en Grace. Op verschillende momenten gedurende de game wordt er automatisch tussen deze personages gewisseld, en ze zullen elk compleet andere gameplay bieden.

De segmenten met Leon - onder andere bekend uit Resident Evil 2 en Resident Evil 4 - zijn erg op actievolle schietgevechten gericht. Leon kan daarnaast ook de kelen van vijanden doorsnijden. Hij heeft ook een bijl waarmee hij aanvallen kan afweren. Grace's segmenten zijn juist erg gericht op spanning en horror en draaien vooral om het vermijden van intense gevechten.

Tijdens de livestream werd ook onthuld dat de game niet alleen naar consoles en pc komt, maar dat leden van Nvidia GeForce Now de game ook kunnen spelen. Ook werd er gepraat over de verschillende moeilijkheidsgraden - zo is er een extra makkelijke moeilijkheidsgraad voor mensen die weinig ervaring hebben met dit type spellen.

De complete livestream kan hieronder worden bekeken. In verband met de volwassen inhoud van de livestream kan het mogelijk zijn dat je op de link in de video moet klikken om naar YouTube te gaan en te bewijzen dat je volwassen bent.

Vanaf 27 februari verkrijgbaar

Resident Evil Requiem verschijnt op 27 februari (pre-orderen kan nu al) voor PlayStation 5, Xbox Series X en S, Nintendo Switch 2 en pc. Het is het negende hoofddeel in de horrorserie die al sinds de jaren negentig bestaat. In de loop der jaren is de franchise meermaals flink op de schop gegaan. Zo richtte Resident Evil 4 zich meer op actie, en zijn horrorelementen sinds Resident Evil 7: Biohazard weer teruggekeerd. Resident Evil Requiem lijkt dan ook een combinatie van al deze elementen te gaan bieden.

Op 27 februari zullen overigens ook Resident Evil 7 en Resident Evil Village (het achtste deel) op Nintendo Switch 2 uitkomen. Daarnaast verschijnt Village later deze maand op PlayStation Plus en Xbox Game Pass.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten
© chadchai - stock.adobe.com
Huis

Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten

Je kijkt een spannende serie en opeens bevriest het beeld. Dat bekende draaiende cirkeltje… er zijn weinig dingen zó frustrerend. Gelukkig ligt de oplossing vaak binnen handbereik. De snelheid van je internet hangt namelijk sterk samen met de manier waarop je thuis met je apparatuur omgaat. Door een paar veelgemaakte fouten te vermijden en de juiste techniek te kiezen, merk je vaak direct dat je netwerk stabieler wordt, zonder dat daar een duurder abonnement voor nodig is.

In het kort

In dit artikel lees je welke drie wifi-fouten het vaakst zorgen voor traag internet of haperingen: een onhandige plek voor je router, drukte op 2,4 GHz en verouderde firmware of hardware. Je ziet ook hoe je zelf een rustiger kanaal vindt en wanneer het slim is om te kiezen voor 5 GHz of 6 GHz. Tot slot leggen we uit wat wifi 6 en wifi 7 doen en waarom een netwerkkabel van minimaal cat5e verschil kan maken.

Lees ook: Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Fout 1: De router op de verkeerde plek neerzetten

Een router wint qua looks zelden een schoonheidsprijs. De neiging om het apparaat uit het zicht te plaatsen is daarom groot. Toch is een verkeerde locatie de meest gemaakte fout die je bereik merkbaar (en soms zelfs dramatisch) kan verkleinen.

Dat zit zo.  Je kunt wifi-signalen vergelijken met het licht van een gloeilamp. Als je die lamp in een houten kast of achter een dikke bank zet, blijft de rest van de kamer donker. Obstakels zoals muren, meubels en zelfs grote kamerplanten blokkeren de onzichtbare golven. Vooral metaal en water zijn beruchte boosdoeners; een router naast een aquarium of achter een radiator plaatsen is vragen om problemen.

Ook de hoogte is bepalend. Veel mensen zetten de router op de grond, maar op de grond zit het signaal sneller 'achter' meubels en andere blokkades. Zet het apparaat liever op een kast of boekenplank op ooghoogte voor een vrije weg naar je apparaten.

©ID.nl

Fout 2: Storing door andere apparatuur over het hoofd zien

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar veel apparaten in huis gebruiken dezelfde onzichtbare digitale snelweg als je internetverbinding. De magnetron, sommige babyfoons en zelfs de draadloze koptelefoon van de buren vechten om een plekje op de 2,4GHz-band. Ook andere wifi-netwerken in de buurt kunnen voor digitale files zorgen.

De meeste moderne routers ondersteunen gelukkig ook de 5GHz-frequentie. Deze band is veel breder en heeft minder last van andere apparatuur. Het handmatig selecteren van het 5GHz-netwerk levert vaak direct een snelheidswinst op. Heb je een router met wifi 6e of wifi 7, dan kun je soms ook de 6 GHz-band gebruiken. Die is vaak rustiger, maar het bereik is meestal wat kleiner dan bij 5 GHz.

Tip: geef je netwerken duidelijke namen

Veel routers zenden meerdere wifi-netwerken tegelijk uit: 2,4 GHz voor bereik, 5 GHz voor snelheid en soms ook 6 GHz voor extra ruimte in drukke omgevingen. Als al die banden onder één naam vallen, kiest je smartphone of laptop automatisch. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd: je toestel kan blijven “plakken” aan 2,4 GHz terwijl 5 GHz op dat moment sneller en stabieler is.

Door je netwerken een herkenbare naam te geven, maak je de keuze simpel. Geef de 2,4 GHz-band bijvoorbeeld de naam thuis-2g, de 5 GHz-band thuis-5g en, als je die hebt, de 6 GHz-band thuis-6g. Dan zie je in één oogopslag welk netwerk je pakt. Zit je ver van de router, dan is 2,4 GHz vaak de veiligste optie. Zit je dichtbij en wil je vooral snelheid, dan ligt 5 GHz of 6 GHz meer voor de hand. Zo kun je bij haperingen of traag internet meteen testen of een andere band het probleem oplost, zonder dat je in instellingen hoeft te graven.

View post on TikTok

Fout 3: Verouderde software en hardware blijven gebruiken

Technologie verandert razendsnel en dat geldt ook voor de beveiliging en snelheid van je netwerk. Veel huishoudens werken nog met de router die ze jaren geleden bij hun eerste abonnement kregen. Deze oude techniek kan de moderne eisen van streaming en videobellen simpelweg niet meer bijbenen. Daarnaast vergeten veel gebruikers om de firmware van hun apparaat te updaten. Fabrikanten brengen deze software-updates uit om prestaties te verbeteren en lekken te dichten. Een verouderd systeem is niet alleen trager, maar ook een makkelijker doelwit voor hackers.


1️⃣2️⃣3️⃣Stappenplan: de beste wifi-kanalen scannen

Als je buren ook allemaal op hetzelfde wifi-kanaal zitten, ontstaat er interferentie. Je kunt dit zelf eenvoudig oplossen door een rustiger kanaal te zoeken.

1) Download een app zoals WiFi Analyzer (Android) of NetSpot (Windows, macOS, Android & iOS).

2) Open de app en bekijk de grafiek van de omgeving. Je ziet hier welke kanalen drukbezet zijn door netwerken in de buurt. Noteer het kanaalnummer dat het minst wordt gebruikt. Vaak zijn kanaal 1, 6 of 11 op de 2,4GHz-band de beste keuzes.

3) Log in op de webinterface van je router via je browser (meestal via een adres als 192.168.1.1). Zoek naar de draadloze instellingen en wijzig het kanaal van 'Automatisch' naar het door jou gekozen nummer. Sla de instellingen op en test of je verbinding stabieler aanvoelt.

Het verschil tussen wifi 6 en wifi 7

Sta je op het punt om een nieuwe router of laptop te kopen? Dan kom je de termen wifi 6 en wifi 7 tegen. Wifi 6 was een grote stap vooruit omdat het beter omgaat met veel apparaten tegelijk op één netwerk. Het zorgt voor een efficiëntere verdeling van de data. Wifi 7 is de allernieuwste standaard en gaat nog een flinke stap verder. Het maakt gebruik van extreem brede kanalen en kan verbinding maken via meerdere frequenties tegelijkertijd. Dit wordt Multi-Link Operation genoemd. Hierdoor is de vertraging merkbaar lager en kun je hogere snelheden halen, vooral op korte afstand en met geschikte apparaten. Voor een gemiddeld huishouden is wifi 6 momenteel een uitstekende keuze, terwijl wifi 7 echt voor de toekomst is gebouwd.

Heel belangrijk: de juiste bekabeling

Draadloos internet begint voor de meeste mensen bij een kabel: heb je een los modem en een losse router, dan vormt de kabel ertussen de basis. Gebruik je hier een oude kabel, dan wordt de snelheid al beperkt voordat het signaal de lucht in gaat. Controleer of er Cat 5e, Cat6 of Cat6a op de kabel staat, dan zit je meestal goed. Cat5 haalt soms maar 100 Mbps door kwaliteit/afmontage. Heb je cat5 liggen? Vervang dat dan in ieder geval door cat5e; dat is een veilige keuze voor gigabit. Een kleine investering in een kwalitatieve netwerkkabel kan een wereld van verschil maken voor de uiteindelijke wifi-snelheid op je telefoon.

Slechte wifi? Oplossen is makkelijker dan je denkt

Alles bij elkaar komt goed wifi minder neer op toeval dan veel mensen denken. Met een slimme plek voor je router, een rustige frequentie en actuele software haal je vaak al verrassend veel winst. Combineer dat met een fatsoenlijke netwerkkabel en je voorkomt dat de dat de verbinding al beperkt wordt voordat het signaal draadloos wordt verspreid. Door deze stappen een voor een toe te passen, los je de meest voorkomende wifi-problemen op zonder dat een duurder internetabonnement nodig is, en maak je van een haperende verbinding weer een stabiele basis voor alles wat je online doet.

Consumenten testen: TP-Link Deco BE25 WiFi 7 mesh set

Op Review.nl, het testplatform waarop consumenten nieuwe technologie uitproberen en hun bevindingen delen, krijgt de TP-Link Deco BE25, een router met dualband wifi 7,  een stevige 8,7 op Review.nl. En dat betekent iets: want omdat op Review.nl producten getest worden door een panel van echte gebruikers, zie je hoe iets in een normaal huishouden presteert.

Wat opvalt is hoe vaak testers terugkomen op de snelheid en stabiliteit. De overstap naar wifi 7 levert volgens veel gebruikers merkbaar meer rust in het netwerk op, vooral in huizen waar voorheen op zolder, in de tuin of achterin de woonkamer nauwelijks een bruikbaar signaal was. De Deco BE25 vult dat soort gaten zichtbaar op. Apparaten blijven stabiel verbonden, streamen gaat zonder haperingen en ook gamers merken volgens de testers dat de latency laag blijft. Wie een gigabitverbinding heeft, ziet die snelheid nu ook daadwerkelijk terug op plekken waar dat eerst niet haalbaar was.

Een tweede punt dat veel lof krijgt, is de installatie. De meeste testers spreken over een proces van enkele minuten. De app begeleidt je stap voor stap, herkent automatisch de nieuwe units en geeft advies over de beste plek voor elk wifipunt. Daardoor voelt het hele systeem toegankelijk, ook voor wie zichzelf niet technisch vindt. Eenmaal ingesteld blijkt het netwerk bovendien weinig onderhoud nodig te hebben: de app verdeelt verkeer slim, laat je apparaten prioriteren en biedt opties voor gastnetwerken en ouderlijk toezicht.

Het ontwerp en de functionaliteit leveren wel discussie op. Een deel van de testers vindt de units wat groot en mist montageopties of extra ethernetpoorten. Ook melden sommige gebruikers dat smartphones niet altijd direct naar het dichtstbijzijnde wifipunt schakelen. Toch wordt dat in de meeste reviews gezien als een detail naast de verbeterde dekking en het gemak van dagelijks gebruik.

Alles bij elkaar laat het testpanel zien dat de Deco BE25 vooral scoort op prestaties waar consumenten echt iets van merken: hogere snelheden, betere dekking en een probleemloos installatieproces. Voor veel huishoudens voelt het als een upgrade die een onrustig wifi-netwerk verandert in een betrouwbaar en snel geheel.