ID.nl logo
iPad als muziekstudio: software om zelf muziek te maken
© Reshift Digital
Huis

iPad als muziekstudio: software om zelf muziek te maken

De computer biedt natuurlijk geweldige software om zelf muziek te maken. Maar wie altijd en overal wil kunnen werken, kan ook terecht op de iPad. Niet alleen bestaat daarvoor veel software, vaak zijn die programma’s ook nog eens veel goedkoper. In dit artikel inventariseren we de mogelijkheden.

Tussen de komst van het midi-protocol in de jaren tachtig en de mogelijkheid om complete instrumenten na te bootsen in de afgelopen twintig jaar, is de rol van de computer bij de muziekproductie alleen maar groter geworden. Dankzij duizenden apps kun je tegenwoordig een complete studio inrichten op je iPad. Weliswaar is de beste software krachtiger, maar ook flink duurder. Bovendien biedt een iPad unieke bedieningsmogelijkheden. In het enorme aanbod aan apps raak je makkelijk de weg kwijt. Daarom inventariseren we de top in het aanbod.

Gebruiksdoel

Welke apps je op je iPad wilt installeren en of je daarbij eventueel aanvullende apparatuur nodig hebt, hangt af van het soort muziek dat je wilt maken. En natuurlijk ook van het niveau dat je hebt als muzikant, componist of songwriter. Wil je live muziek spelen? Dan heb je de keuze uit allerlei apps die klanken kunnen genereren. Sommige apps hebben unieke gebruikersinterfaces die geen voorafgaande kennis vereisen, andere hebben de vertrouwde aanblik van een gitaar, drumstel of piano.

Met dergelijke apps kun je alleen of met anderen

bespelen, waarbij deze vaak ook nog met elkaar kunnen communiceren.

Speel je een traditioneel instrument? Dan kun je het geluid daarvan naar een app sturen die er vervolgens allerlei effecten aan kan toevoegen.

Extra hardware

Muziek invoeren rechtstreeks vanuit een app is vaak niet ideaal. Probeer maar eens een FMaj9#11-akkoord op je schermpje te pakken. Voor het uitschrijven van muziek in noten of op een pianorol is bovendien je vinger soms een wat lomp instrument. Dat laatste is te verhelpen met een Apple Pencil (135 euro).

Speel je live of creëer je muziek partij voor partij in een digital audio workstation, dan is een midi-keyboard onmisbaar. Een exemplaar met twee of drie octaven heb je voor minder dan 100 euro. Een volledige piano met 88 toetsen kun je al voor 200 euro vinden.

Welk model je kiest hangt af van je doel. Sommige bieden de nodige knoppen die je door middel van midi-learning aan een virtuele synthesizer kunt koppelen, terwijl andere slechts een toon- en modulatiewiel bevatten - of zelfs dat niet.

©PXimport

Verbinding

Sommige keyboards kun je draadloos aansluiten via bluetooth, maar zulke modellen zijn doorgaans duurder. Afhankelijk van je apparaat en het model iPad sluit je daarom meestal een en ander rechtstreeks aan of gebruik je een interface. Deze zijn er in verschillende prijsklassen, afhankelijk van de complexiteit van je instrumentarium en je wensen.

Een goed instapmodel is de iRig Midi 2 (73 euro) die naast moderne connectoren ook de klassieke midi-aansluitingen biedt. Met grotere broer iRig Pro I/O (ongeveer 125 euro) kun je naast midi ook audiobronnen aan je iPad koppelen. Dat is handig wanneer je je iPad als effectapparaat voor een elektrische gitaar of microfoon wilt gebruiken.

Wat niet mag ontbreken is een externe speaker om je muziek tot zijn recht te laten komen. Ze zijn er in allerlei prijsklassen, maar kies er in elk geval één die je (ook) met een kabel kunt aansluiten. Bij draadloos inspelen van muziek kun je namelijk snel last hebben van vertraging.

©PXimport

Niveau

Een goed startpunt om dan eindelijk muziek te gaan maken, is GarageBand. Die app behoort tot de gratis standaarduitrusting van je iPad en biedt een breed scala aan instrumenten en (opname)functies.

Wil je meer de diepte in, dan heb je een digital audio workstation (DAW) nodig. Dit zijn de werkpaarden van de muziekproducer. Ze laten je muziek opnemen in midi- of audioformaat en afspelen via een interne of externe geluidenbibliotheek en interne of externe midi-apparaten. Ook kun je met een DAW op al die kanalen effecten loslaten en ze naar wens mixen op een virtueel mengpaneel. Uiteraard vergt dat alles de nodige studie.

Wie theoretisch is onderlegd, kan bovendien op traditionele wijze muziek schrijven in apps die als tekstverwerker voor notenschrift fungeren. Daarmee kun je ook je werk beluisteren via een interne geluidenbibliotheek.

Studiowerk

De bekendste DAW is ongetwijfeld Cubasis (49,99 euro). Daarmee kun je een onbeperkt aantal midi- en audiokanalen produceren. Zelfs het corrigeren van valse zang is mogelijk. Van een vergelijkbare diepgang en voor dezelfde prijs is er Auria Pro.

Ook Korg Gadget 2 (39,99 euro) is populair vanwege zijn vele meegeleverde klankbronnen en zijn gebruiksgemak, maar Gadget is wel vooral gericht op elektronische muziek. Componeren in notenschrift kan met Notion (14,99 euro), die over een goede geluidenbibliotheek beschikt om je muziek in terug te horen. Zo mogelijk nog krachtiger is de nieuwe Dorico uit de stal van Steinberg. Die kun je gratis proberen, maar de volledige versie kun je helaas alleen gebruiken via een abonnement (39,99 euro per jaar).

©PXimport

Klankrijk

De interne audio-bibliotheek van digital audio workstations kan wat beperkt zijn of moeten worden aangevuld via in-app-aankopen. Daardoor heb je vaak behoefte aan het soort virtuele instrumenten dat we hierboven al noemden. Voor dat doel heb je de keuze uit apps die zelf geluid genereren en apps die werken met samples. Voor wat betreft die laatste zijn er algemene bibliotheken die allerlei soorten klanken bevatten en specialistische die één instrument bieden.

Wat voor instrumenten je als app wilt verzamelen, hangt uiteraard af van het soort muziek dat je wilt maken. Lang niet elk instrument is in virtuele vorm verkrijgbaar en in dat geval moet je op zoek naar bundels waar de gewenste samples in zitten.

Toetsen

Het aanbod aan virtuele piano’s is gigantisch, maar van vele is het geluid matig of ze hebben vooral een educatief doel. Goede uitzonderingen zijn iGrand (9,99 euro) en Ravenscroft 275 (35,99 euro). Beide bieden meerdere gesamplede piano’s en communiceren met andere apps.

Ook in orgels heb je volop keus. Zeer uitgebreid en professioneel is bijvoorbeeld de Hammond B-3X (79,99 euro). Kerkorgels zijn beschikbaar als gesamplede instrumenten in bijvoorbeeld Jeux d’Orgues (30,99 euro) of iCathedral (14,99 euro).

©PXimport

Snaren

Toetsinstrumenten laten zich - zeker met een extern keyboard - moeiteloos bespelen op een iPad. Dat geldt uiteraard niet voor snaarinstrumenten. Die vereisen een nieuwe manier van musiceren. Gitaren worden zeer bruikbaar nagebootst in het al wat oudere Guitarism (4,99 euro) en OMGuitar (4,99 euro). Beide leveren elektrische en akoestische gitaren en effecten en werken op basis van een set akkoorden voor elk nummer dat je wilt spelen. Waar Guitarism ook gitaren met twaalf snaren bevat, is dat voor OMGuitar een aparte app voor dezelfde prijs.

Eén ding wat deze apps niet kunnen, is het nabootsen van de gillende gitaren die we zo goed kennen van pop, rock en blues. GeoShred Pro (24,99 euro) vult die leegte op. In feite biedt deze app een hele nieuwe en zeer expressieve manier om muziek te maken.

©PXimport

Slagwerk

Live drummen op een iPad kan bijvoorbeeld met DrumKick (3,99 euro). Koppel je deze aan je iPhone en stop je die laatste in je sok, dan kun je zelfs de bassdrum met je voet bedienen. Een dergelijk kunstje kent ook DrumKnee 3D Pro (4,99 euro), maar dan door de iPad op schoot te leggen. Een zee aan percussie-instrumenten en een unieke bediening vind je in DrumJam (7,99 euro).

Vanwege fysieke beperkingen zijn deze apps niet ideaal om zeer strakke en complexe drumtracks voor je muziek te maken. Die kun je beter uitschrijven. Een specialist daarin is DrumPerfect Pro (22,99 euro).

©PXimport

Toeten en blazen

Blaasinstrumenten zijn nog lastiger na te bootsen op een iPad dan een piano of gitaar. Voor een echt expressieve saxofoon, klarinet, fluit of hobo kun je terecht bij het al genoemde GeoShred Pro, waar ze als in-app-aankopen beschikbaar zijn voor 14,99 euro per stuk.

GeoShred heeft het toevoegen van expressie een beetje geleend van ThumbJam (8,99 euro). Ook die biedt zaken als glissando en tremolo op commando, bijvoorbeeld door je apparaat te bewegen. Het complete symfonieorkest vind je in iSymphonic Orchestra (9,99 euro), die is uit te breiden met vele in-app-aankopen voor onder meer koorklanken.

©PXimport

Gesampled

Naast specifieke instrumenten kun je kiezen voor apps die samples bundelen, eventueel gecombineerd met gegenereerde klanken. Voordeel is dat je daarmee de beschikking hebt over heel veel klanken tegelijk. Nadeel is dat je er vrijwel nooit de mate van expressie mee bereikt van bijvoorbeeld echte strijk- of blaasinstrumenten. Voorbeelden van dit soort bundels vind je in SampleTank (12,99 euro basis, 32,99 euro compleet) en Korg iM1 (29,99 met beschikbare aanvullingen).

©PXimport

Naar de knoppen

Veel hedendaagse muziek maakt gebruik van klanken die zijn opgewekt door een synthesizer. Het aanbod hierin is zo groot dat we er pagina’s mee zouden kunnen vullen. Het aanbod varieert van nabootsingen van fysieke instrumenten uit de jaren zeventig, tachtig en negentig met zeer herkenbare klanken, tot nieuw verzonnen synthesizers met unieke mogelijkheden.

De naam Moog is onlosmakelijk verbonden met de opkomst van synthesizers. Nabootsingen van apparaten van dit merk vinden we in de MiniMoog Model D (14,99 euro) en de Model 15 modulaire synthesizer (29,99 euro) waarin je ouderwets met virtuele kabels aan de slag moet om unieke geluiden te creëren. Klassiekers van het merk Korg vinden we onder andere terug in de iPolysix (29,99 euro), ARP Odyssei (29,99 euro) en iMS-20 (29,99 euro).

Het geluid van de jaren tachtig en negentig was toch wel de Yamaha DX7. Een volledige en natuurgetrouwe imitatie is er niet, maar je kunt wel van de vertrouwde klanken genieten en ze bewerken met AudioKit FM Player 2 (1,99 euro). Ook is er de eveneens legendarische Prophet V dankzij iProphet (9,99 euro).

©PXimport

Een nieuw geluid

Naast die klassiekers zijn er synthesizers die uitsluitend als virtueel instrument bestaan en vaak unieke klankmogelijkheden bieden. Een perfect startpunt vormt de gratis AudioKit Synth One. Wil je meer exotische mogelijkheden? Dan kun je bijvoorbeeld terecht bij Nave (19,99 euro), MicroTERA (9,99 euro) of Addictive Pro (19,99 euro).

Wie genoeg heeft van de presets van zijn synthesizer en zich niet wil verdiepen in de complexiteit van het zelf ontwerpen van klanken, vindt er meer bij SynthMaster Player (gratis). Die kun je uitbreiden met preset-pakketten met herkenbare klanken.

©PXimport

Doe-het-zelf

Wie wel zelf zijn eigen geluid wil creëren, moet leren waar de vele knoppen op een synthesizer voor dienen. Heb je dat voor één apparaat onder de knie, dan zijn alle volgende sneller te doorgronden omdat de achterliggende principes redelijk universeel zijn. Wil je niet alleen live spelen maar ook virtuele instrumenten kunnen aansturen vanuit je digital audio workstation? Dan moeten ze daarvoor wel over de benodigde functionaliteit beschikken.

Protocol

Muziek-apps ondersteunen sowieso het aloude midi-formaat om onderling en met hardware te communiceren. Daarnaast zijn er twee andere standaards van belang: Inter App Audio (IAA) en Audio Units (momenteel AUv3).

Apps die een of meer van deze standaards ondersteunen, laten je onderling audio-, midi- en controllerdata uitwisselen. Zo kun je bijvoorbeeld de geluidsuitvoer van een app rechtstreeks opnemen in een kanaal van je DAW, terwijl je tegelijk de metronoom van de DAW hoort of vanuit een app via midi de klanken van een andere app oproepen.

Twee apps die je bij dit alles extra gemak en mogelijkheden bieden, zijn AUM (19,99 euro) en AudioBus 3 (9,99 euro). Ze laten je ketens van instrumenten maken, bijvoorbeeld van een synthesizer naar een app met geluidseffecten, en door naar je digital audio workstation.

©PXimport

Inspiratie voor akkoorden

Je kunt nog zo veel apps en apparaten hebben, zonder inspiratie ben je nergens.

Verschillende apps kunnen je daarbij helpen. Een van de beste is Suggester (gratis te proberen, volledige versie 11,99 euro). Deze helpt bij het maken van akkoordenschema’s.

Maak je muziek in je eentje en zou je graag begeleiding willen? Dan is de iPad ook je beste vriend. Met zowel Chordbot (4,99 euro) als iReal Pro (14,99 euro) kun je eenvoudig akkoordenschema’s invoeren en deze op verschillende instrumenten afspelen in allerlei stijlen.

Groot voordeel van iReal is dat je toegang hebt tot een enorme database aan bestaande schema’s. Nadeel van beide is de gekunstelde klank van de begeleiding. Wil je met echte studiomuzikanten spelen, dan kun je je akkoorden invoeren in een van de apps van SessionBand (8,99 euro per titel) die beschikbaar zijn voor verschillende muziekstijlen.

©PXimport

Spelen maar!

Met al het besproken moois moet het lukken om er een muzikale winter van te maken. Maar voordat je ook maar één euro aan een app spendeert, is het een goed idee om deze eerst te zien en vooral te horen. Een goed startpunt hiervoor het YouTube-kanaal van

.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.