ID.nl logo
Dit zijn de voordelen van een VPN
© Reshift Digital
Huis

Dit zijn de voordelen van een VPN

VPN staat voor Virtual Private Network. De techniek is oorspronkelijk ontwikkeld voor zakelijk gebruik, maar komt privé inmiddels ook prima van pas dankzij VPN-providers. Mits juist gebruikt kunnen zij voor een boost van je privacy zorgen, met name onderweg.

Een VPN is van oorsprong bedoeld om een directe verbinding met een bedrijfsnetwerk te maken. Daarbij worden een stevig versleutelde tunnel tussen jouw systeem en dat netwerk gemaakt. Jouw computer, tablet of smartphone ‘denkt’ na verbinden met het remote netwerk verbonden te zijn. En kan – afhankelijk van de configuratie aldaar – gebruik maken van netwerkmappen, printers enzovoort. Ook de internetverbinding (weer enigszins afhankelijk van de configuratie die de systeembeheerder van je werk heeft bedacht) verloopt via het bedrijfsnetwerk. In de praktijk betekent dit dat je het publieke IP-adres van je bedrijf gebruikt voor al je online-activiteiten.

VPN voor iedereen

Precies dat laatstgenoemde verschijnsel – het krijgen van een ander IP-adres – heeft een aantal mensen aan het denken gezet. Want: een ander IP-adres gecombineerd met een stevig versleutelde tunnel naar elders is een wel heel interessante manier om privacy te waarborgen. Dus ontstonden er VPN-providers. Wat zij doen is eigenlijk heel simpel. Zo’n aanbieder heeft (meestal) een heleboel servers over de hele wereld in een scala aan landen en regio’s staan. Jij als gebruiker van een specifieke VPN-dienst maakt verbinding met een server, via die versleutelde tunnel. Vervolgens krijg je een IP-adres van die server in een bepaald land toegewezen.

Perfect voor je privacy en veiligheid

Je slaat nu een aantal vliegen in één klap. Ten eerste kan niemand jouw internetverkeer tussen jouw apparaat en het eindpunt in de vorm van de VPN-server waarmee je verbonden bent meelezen. Zonder meer een heel grote pre, bijvoorbeeld voor als je op vakantie gaat naar een land waar privacy-rechten wat minder nauw genomen worden. Of wanneer je daar woonachtig bent. Een VPN-provider is dan vaak de enige manier om de staatscensuur op je lokale internet te omzeilen. En om te voorkomen dat je een onverwacht bezoek van een groepje vriendelijke heren m/v krijgt met een hoop onvriendelijke vragen. 

Ook komt een VPN-server uitstekend van pas bij gebruik in combinatie met openbare hotspots. Die dingen hebben veelal geen enkele beveiliging. Bovendien moet je maar afwachten of een hotspot uiteindelijk geen honeypot blijkt te zijn, opgezet door een digidiefje met minder edele bedoelingen. Geen uitzonderlijk verschijnsel helaas, in drukbezochte gebieden. Zodra jij verbinding maakt met een hotspot is normaliter al je internetverkeer meeleesbaar door een kwaadwillende. Niet echter, zodra je gebruik maakt van VPN!

©PXimport

VPN via hotspot

Zodra een hotspot VPN-verbindingen niet toestaat is het zaak er simpelweg snel van los te koppelen en er geen gebruik van te maken. Mogelijk betreft het dan een malafide Wifi-toegangspunt. Of worden gebruiksgegevens verzameld voor reclame- en andere doeleinden van minder edele aard. Sowieso geldt dat je openbare hotspots – zeker de exemplaren waarvoor geen Wifi-wachtwoord vereist is – vooral links moet laten liggen. Soms kan dat echter niet, en dan is plan B alleen via VPN aan zo’n toegangspunt te koppelen.

VPN-providers

Er zijn nogal wat VPN-providers inmiddels. Daarbij geldt – hoe kan het ook anders – dat ook hier weer rotte appels tussen zitten. Want zo’n provider zou diverse zaken als inkomend en uitgaand IP-adres gekoppeld aan gebruikstijden kunnen koppelen. Daardoor ben je alsnog te achterhalen, bijvoorbeeld. Vaak geldt dat de betere en meer betrouwbare VPN-providers ook in een net wat hoger prijssegment zitten. Een bekende naam is bijvoorbeeld het aloude NordVPN. Een abonnement daarop kost je een paar tientjes per jaar, maar dan hoef je je verder eigenlijk ook nergens zorgen meer om te maken. Andere namen die een zekere bekendheid op het vlak van betrouwbaarheid genieten zijn onder meer ExpressVPN en Surfshark.

Abonnement en verbinden

Heb je eenmaal een abonnement afgesloten (gratis aanbieders zijn veelal of niet te vertrouwen of bieden op termijn onbruikbare limieten op het vlak van snelheid en te verstoken data), dan kan de pret beginnen. Heb je weinig tot geen verstand van de net wat meer technische instellingen van je computer of mobiele apparaat, gebruik dan de app die de meeste zichzelf respecterende VPN-providers in het assortiment hebben. Daarmee verbind je veelal met een tik op de knop met de dienst. Ook kun je hier veelal makkelijk uit een geolocatie kiezen, wat het gebruik aanzienlijk vereenvoudigd. In het geval van bijvoorbeeld een iPhone zal je meestal tijdens het eerste gebruik gevraagd worden om een profiel te installeren, doe dat want anders kan er geen verbinding gemaakt worden.

Geoblock omzeilen

Kijken we meteen nog even naar een ander praktisch voordeel van een VPN-provider. Ga jij namelijk op vakantie naar een bestemming buiten Nederland, dan krijg je normaliter een IP-adres dat afkomstig is van je land van bestemming (zeker als je verbinding maakt met een lokaal wifi-access point in bijvoorbeeld je hotel of op de camping). Nu kent een aantal diensten een zogeheten geoblock. Op basis van het land waar je bent – herkenbaar aan het IP-adres van je internetverbinding – word je dan soms uitgesloten van bepaalde diensten. 

Een notoir voorbeeld is videostreaming. Zo kun je bijvoorbeeld de livestreams van de publieke omroep niet bekijken, wat onhandig kan zijn als je je favoriete programma ook in den vreemde wilt kunnen bekijken. Kies in zo’n geval een VPN-serverdoel in Nederland en het werkt wel. Meestal, want streaming-aanbieders worden ook steeds slimmer en verzamelen IP-adressen van VPN-providers. Want stél je voor dat je als die ene Japanner illegaal een Nederlandstalig programma zou bekijken. Kortom: VPN-providers kúnnen soms herkend worden, waardoor je alsnog niks te zien krijgt. In dat geval helpt het meestal om gewoon een andere server te kiezen. De betere VPN-providers hebben er meerdere voor je klaar staan om uit te kiezen.

©PXimport

Automatisch verbinden, wel zo veilig

Tot slot nog een tipje: zorg dat je je mobiel of laptop zó instelt dat bij voorkeur liefst verbinding op aanvraag gemaakt wordt. Je bent dan zeker dat je altijd via VPN verbindt en nooit per ongeluk VPN-loos aanhaakt bij een malafide hotspot. Weet je op jouw apparaat niet hoe dat moet, check het dan in de handleiding, help-file of Google. Het verschilt allemaal nogal per besturingssysteem- en versie dus even snel een algemeen recept geven kunnen we niet. In recente versies van iOS vind je de optie bijvoorbeeld in de app Instellingen onder VPN, alwaar je een lijstje vindt van de eerder toegevoegde VPN-provider (je weet wel: dat profiel!). Tik op de (i) achter de provider en zet de schakelaar achter Verbind op aanvraag aan. Vanaf dat moment wordt er éérst een verbinding gemaakt met de VPN-server (als er al geen verbinding was) alvorens er ook maar een bit aan gegevens uitgewisseld wordt met de boze buitenwereld.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.