ID.nl logo
Aan de slag met iMovie: De bewerkingsopties
© Reshift Digital
Huis

Aan de slag met iMovie: De bewerkingsopties

In de vorige twee lessen hebben we laten zien hoe je een eenvoudig iMovie project kunt aanmaken en een iMovie trailer kunt creëren. Deze lessen waren nuttig, maar veel van de bewerkingsmogelijkheden van iMovie zijn verborgen. Nu is het tijd om deze functies te ontdekken.

De Clip Trimmer

Zoals je geleerd hebt, kun je binnen de tijdlijn de onderste hoeken van een clip verslepen om de clip te verkorten of te verlengen (in het laatste geval werkt dat alleen als je niet al met de volledige clip aan de gang bent). Dit is een prima manier om clips bij te snijden, maar je tast in zekere zin in het duister: Je kunt niet zien wat er aan de clip voorafgaat of wat erop volgt. En daarom is de Clip Trimmer een handige tool.

De eerderde lessen gemist? Ga er nu mee aan de slag:

- Aan de slag met iMovie: Een project aanmaken

- Aan de slag met iMovie: Een trailer maken

Dubbelklik op de clip en de Clip Trimmer verschijnt boven de tijdlijn. Het gedeelte van de clip dat momenteel actief is, is helder en glanzend. Al het materiaal voor of na de actieve clip is een beetje grijzig. Om het begin- of eindpunt te verplaatsen, klik op de witte lijn aan de rand van de clip en versleep deze van het midden vandaan om de clip te verlengen, of naar het midden toe om de clip te verkorten. In het Viewer paneel erboven zie je het begin van het actieve deel van de clip.

©PXimport

Je kunt ook het begin- en eindpunt van de clip aanpassen door ergens anders dan op die lijnen te klikken om de clip naar links of rechts te verslepen. Als je dit doet kies je een ander gedeelte van de clip - zodat hij bijvoorbeeld drie seconden eerder begint en eindigt. De lengte zal niet veranderen.

De Precision Editor

Terwijl de Clip Trimmer het begin en einde van een clip in de tijdlijn aanpakt, is de Precision Editor ervoor om te bepalen hoe twee clips in elkaar overgaan. Je kunt met deze tool gebruiken om een transitie te verplaatsen of langer of korter te maken, een nieuw bewerkingspunt te kiezen, of een audiotrack langer te maken.

Dubbelklik in een tijdlijn die twee of meer clips bevat op de rand van één van de clips om de Precision Editor te openen. Je kunt zien of je met deze tool bezig bent door uit kijken of er grijze puntjes met een zwarte kern boven het begin en einde van de clips van de tijdlijn staan.

Klik op één van deze puntjes, en de clip verschuift. De clip vóór het puntje komt boven de latere clips te staan en is in zijn geheel te zien - het actieve deel van de clip is helder, en het inactieve gedeelte is vaal. Versleep het puntje om te veranderen waar de ene clip in de andere overgaat. Bijvoorbeeld, sleep het puntje naar links, en de tweede clip zal eerder en langer gespeeld worden (en de eerste clip zal korter zijn). Versleep het puntje naar rechts, en de eerste clip wordt verlengd terwijl de tweede korter wordt.

Je kunt de audiotrack van een clip afzonderlijk verkorten of verlengen. Voordat je dat kunt doen moet je de audiogolven van je clips tevoorschijn halen als ze nog niet zichtbaar zijn. Klik op het Adjust Thumbnail Appearance icoon (het lijkt op een filmframe) in de rechterbovenhoek van de tijdlijn, en schakel de optie Show Waveforms in.

Klik in de blauwe audiotrack die onder de video thumbnail verschijnt op de lijn die het einde van het actieve deel van de clip aanduidt, en versleep deze. Als je naar rechts sleept - verder dan de randen van het actieve deel van de videoclip - zal de audio over de volgende clip door blijven spelen. Je zou dit kunnen doen voor een weggesneden shot waarin de soundtrack of vertelling blijft spelen maar een ander stuk video of een nieuw stilstaand beeld te zien is.

Tot slot kun je de lengte van een transitie veranderen. Als je een transitie tussen clips hebt toegevoegd en je de Precision Editor gebruikt, zie je een grijze luchtbel met puntjes aan beide kanten en pijlen erin. Dit representeert de lengte van de transitie. Om de transitie te verlengen, sleep één van de puntjes van het midden weg. Je krijgt dan een tijdsindicatie te zien met de huidige lengte van de transitie. Sleep een puntje naar het midden toe, en de transitie wordt korter. Je kunt de transitie ook eerder of later laten plaatsvinden door in het midden van de luchtbel te klikken en deze naar links of rechts te verslepen.

©PXimport

Aanpassingen maken

De laatste paar versies van iMovie hadden vensters en tabbladen om met kleur, bijsnijden, audio en effecten te prutsen. In iMovie 10 heeft Apple deze functies in één enkele Adjust taakbalk verzameld, die je kunt vinden door op de Adjust knop bovenaan het iMovie venster te klikken. Deze bevat het volgende.

Color balance: Met de kleurbalansregeling kun je eenvoudig de toon van je clip veranderen, door middel van de Auto, Match Color, White Balance, en Skin Tone Balance opties. Met de Auto optie analyseert iMovie de huidige frame en wordt de kleurtint van de clip aangepast op basis van wat het volgens de berekeningen het beste uit zal zien.

Met Match Color krijg je een gesplitste weergave te zien - het ene deel laat de huidige frame zien, en de andere een frame met een look die je in de huidige frame wilt nabootsen. Bijvoorbeeld, als je op twee verschillende dagen onder enigszins verschillende omstandigheden materiaal hebt opgenomen en je wilt dat de clips er een beetje hetzelfde uitzien, dan kun je de ene clip op de andere aanpassen. Je kunt het tweede frame vastleggen door een clip door te nemen en op je ideale frame te klikken.

De White Balance optie stelt je in staat om automatisch op basis van een neutrale kleur in de frame - wit of grijs bijvoorbeeld - een witbalans te kiezen. Wanneer je deze optie kiest verschijnt er een pipet tool. Klik op een neutrale kleur in de frame om de balans te veranderen.

De Skin Tone Balance optie werkt op een vergelijkbare manier. Klik met de pipet op iemands huid in de frame; de kleuren verschuiven dan om tegen die toon afgewogen te worden.

Color correction: De kleurcorrectie pas je aan door middel van drie schuifbalken. De eerste is om de helderheid en het contrast aan te passen. Er zijn vijf besturingselementen, van links naar rechts Adjust Shadows, Adjust Contrast, Adjust Brightness, een tweede versie van Adjust Contrast, en Adjust Highlights. De presentatie van deze tools is niet erg intuïtief, maar als je in iPhoto het Adjust paneel gebruikt hebt zul je het snel onder de knie krijgen.

©PXimport

De tweede en derde schuifbalk zijn meer rechttoe rechtaan. De ene is om de verzadiging van de clip aan de passen, en de andere is om de kleurtemperatuur van de clip te veranderen, met koelere kleuren aan de linkerkant en warmere tonen aan de rechterkant.

Crop: Net zoals met oudere versie van iMovie, kun je clips bijsnijden en roteren. En de tool werkt precies hetzelfde als voorheen.

Je hebt drie stijlen om bij te snijden - Fit, Crop, en Ken Burns. Kies Fit om te forceren dat de clip in de oorspronkelijke beeldverhouding verschijnt. Als de originele clip of het originele stilstaande beeld niet precies in de frame past - er zijn bijvoorbeeld zwarte banden aan de zijkanten te zien - zal de frame niet worden opgevuld. Als je in plaats daarvan Crop kiest, kun je het formaat van de clip aanpassen zodat hij in de frame past. Je zou bijvoorbeeld kunnen bijsnijden om iemand die aan de linkerkant van de frame staat weg te halen. Als je dat doet wordt de rest van de frame vergroot om de bijsnijding te corrigeren.

Ken Burns is de naam van iMovie's pan-en-scan effect waarin de "camera" langs de frame beweegt en in- of uitzoomt. Het is zo genoemd ter ere van de documentairemaker die deze techniek gebruikte om beweging te brengen in stilstaande beelden die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog en aan het begin van de jazz en honkbal.

Om het effect te gebruiken moet je eerst de opgevulde rechthoek met het label Start aanpassen. Deze rechthoek bepaalt hoe de frame eruitziet wanneer de clip begint. Dan klik je op de gestippelde rechthoek met het label End en pas het formaat aan zodat je het gebied waarmee je de frame aan het einde van de clip wilt opvullen in beeld krijgt. Om het effect toe te passen, klik op het vinkje aan de rechterkant. Wanneer je de clip afspeelt zal hij beginnen bij het Start punt en dan na verloop van tijd overgaan naar de grootte van de End frame.

Het is belangrijk dat je in gedachten houdt dat het Ken Burns effect over een volledige clip werkt. Je kunt het niet op slechts een deel van een clip toepassen. Als je dat wilt doen, moet je de clip in de tijdlijn selecteren, er met de rechtermuisknop op klikken, en Split Clip kiezen op het punt waarop je wilt dat het effect van start gaat. Nu kun je het effect toepassen op slechts dat ene deel van je filmpje.

Rechts van de bijsnijdknoppen staan twee roteerknoppen om de frame 90 graden tegen de klok in of met de klok mee te draaien.

Stabilization: Er verschijnen twee bedieningselementen wanneer je Stabilization selecteert - Stabilize Shaky Video en Reduce Rolling Shutter Distortion. Wat doen deze nu precies?

Stel dat je je omgeving aan het filmen bent met je iPhone terwijl je door een natuurreservaat rijdt in een auto met slechte schokdempers op een weg met diepe putten. Om de kans dat je publiek door je filmpje last van wagenziekte krijgt zou het fijn zijn als je een deel van het gehobbel weg zou kunnen halen. Dat kan met de Stabilize Shaky Video optie. Schakel de optie in, en iMovie analyseert de geselecteerde clip, op zoek naar beverige video. Na deze analyse wordt de video bijgesneden om de randen weg te halen, en tegelijkertijd probeert iMovie het geschud weg te halen uit de overgebleven frame. Hoe meer stabilisatie je toepast (van 0 tot 100 procent), hoe meer je video waarschijnlijk wordt bijgesneden.

Rolling shutter is een vervormingseffect dat je kunt krijgen wanneer een bepaald soort camerasensoren veel beweging moeten vastleggen of te maken krijgen met pulserend of flikkerend licht. Wanneer je de Reduce Rolling Shutter Distortion optie inschakelt probeert iMovie dit effect te verwijderen Je kunt kiezen hoe sterk je de optie wilt toepassen - Low, Medium, High, of Extra High. Als je het probleem opmerkt, begin met Low en ga omhoog als de instelling je filmpje niet verbetert. (Je kunt de laatste bewerking ongedaan maken door op de Undo pijl rechts te klikken en daarna de eerstvolgende hogere instelling te proberen.)

Volume: Hier vind je opties om het geluid van de geselecteerde clips aan te passen. De eerste optie aan de linkerkant is Auto, die de audio "normaliseert" zodat de hardste geluiden in de audiotrack verhoogd worden tot het punt dat er net geen vervorming optreedt, en zachtere geluiden worden naar verhouding omhoog gebracht.

Daarnaast staat een Mute knop, waarmee de audio van de geselecteerde clips volledig gedempt wordt. Je kunt ook een volumeschuifbalk gebruiken om de audio van de geselecteerde clips harder of zachter te zetten.

En dan is er nog de Lower Volume Of Other Clips schuifbalk. In de wereld van de audio heet deze techniek "ducking". Je vraagt iMovie om ervoor te zorgen dat de audio in je clips luider is dan alle andere audiotracks die tegelijkertijd worden afgespeeld -achtergrondmuziek bijvoorbeeld.

Hoewel dit misschien niet voor de hand liggend is, zijn er een aantal manieren waarop je audio direct binnen de golfvorm weergave kunt manipuleren. Als je het algehele volume van de clip wilt aanpassen, versleep de dunne grijze audio-aanpassingslijn die in het midden van de golfvorm omhoog of omlaag.

©PXimport

De golfvorm heeft ook kleine puntjes aan de twee uiteinden van die lijn, waarmee je de audio kunt in- of uitfaden. Versleep het linker puntje naar rechts voor een fade-in effect. Versleep het puntje aan de rechterkant naar links, en de audio zal uitfaden.

Je kunt ook audio binnen één enkele clip aanpassen. Houd de Option toets ingedrukt en klik op punten in de audio-aanpassingslijn. Versleep deze punten omhoog of omlaag om het volume van dat audiogedeelte te verhogen of verlagen.

Noise reduction en equalizer: Hoewel iMovie alles behalve een volledige audiobewerkingsprogramma is, kun je proberen om op een aantal manieren je audio te verbeteren. Klik op deze optie en je zult twee mogelijkheden krijgen. De eerste is om achtergrondgeluid reduceren; je kunt de schuifbalk gebruiken om de hoeveelheid ruis die je wilt toestaan aan te passen.

Dit is een nogal breed effect. Als er iemand op de achtergrond aan het stofzuigen is, kun je dat geluid niet weghalen, bijvoorbeeld. En zelfs het weghalen van een minder indringend geluid kan ervoor zorgen dat het geluid dat je wel wilt bewaren wordt aangetast. Kortom, verwacht geen wonderen.

Deze aanpassing bidet ook equalizer presets die bepaalde audiofrequenties benadrukken of juist onderdrukken - om de bas of de hoge tonen te accentueren, bijvoorbeeld. De presets zijn Flat, Voice Enhance, Music Enhance, Loudness, Hum Reduction, Bass Boost, Bass Reduce, Treble Boost, en Treble Reduce.

Video en audio effecten: Als je op zoek bent naar de effecten van iMovie, dan moet je hier zijn. Selecteer je clips in de tijdlijn, kies deze aanpassing, en je ziet twee pop-up menu's. De eerste, Video Effects, heeft 19 effecten zoals Flipped, Film Grain, Vignette, Black & White, en Sepia. Houd de cursor over een effect om een voorbeeld van je video te zien te krijgen. Klik op een effect om het toe te passen.

©PXimport

Met het Audio Effects menu kun je 19 geluidseffecten aan de audiotrack van je clip toevoegen. De galmeffecten (small room, medium room, large room, en cathedral) kunnen nuttig zijn. De rest is meer voor de lol.

Info: Hoewel de laatste aanpassing op dit gebied misschien niet al te interessant klinkt, biedt het wel een extra mogelijkheid. Selecteer een clip, en je krijgt de lengte te zien. Pas de lengte aan, en de clip wordt langer (tot en met de lengte van de oorspronkelijke clip) of korter. Als hij korter wordt, gaat de clip niet sneller draaien - de clip eindigt gewoon sneller dan voorheen.

Snelheidseffecten

Nu we het toch over het aanpassen van de snelheid van je clips hebben... er zijn ook manieren om dat te doen. iMovie stelt je in staat om je clips te versnellen of te vertragen, en je hebt bovendien een Instant Replay effect dat geweldig is voor sportvideo's (of grappige filmpjes).

Om de snelheid van een clip aan te passen, selecteer deze in de tijdlijn. In het Modify menu kun je Slow Motion, Fast Forward, Instant Replay, Rewind, en Reset Speed commando's vinden.

©PXimport

Slow Motion en Fast Forward dienen om de actie (en audio) te vertragen en te versnellen. De eerste geeft je opties om de video 50, 25, of 10 procent te vertragen. Het Fast Forward submenu bevat aanpassingen van 2x, 8x, en 20x. Wanneer je één van deze effecten aanpast verschijnt er een chromen stip in de rechterbovenhoek van de clip, die aangeeft dat de snelheid is aangepast. Je kunt vervolgens met die aanpassing spelen door de stip te verslepen: Naar rechts om de clip te vertragen, en naar links om hem sneller af te spelen. Een haas of schildpad icoon op de clip laat zien of de clip sneller of trager wordt afgespeeld dan het origineel.

Het Instant Replay effect speelt de geselecteerde clip opnieuw, met een "Instant Replay" titel in de rechterbovenhoek van de clip. Het submenu van dit commando heeft opties voor 100, 50, 25, en 10 procent; de nummers verwijzen naar de snelheid van de resulterende replay. Kies je bijvoorbeeld 100 procent, dan wordt de replay even snel afgespeeld als het origineel. Een instelling van 10 procent zal ervoor zorgen dat de clip tien keer zo lang duurt (en tien keer zo traag is) als het origineel.

Het Rewind effect voegt een omgekeerde versie van de clip aan het einde van de originele clip toe, en speelt deze met een snelheid van 1x, 2x, of 4x af. Dan wordt de oorspronkelijke clip nog een keer herhaald. Het lijkt op het bekijken van je video en audio op een camcorder, vervolgens terugspoelen en opnieuw afspelen.

Het einde verbeteren

Het is tijd om je filmpje (en deze les) af te ronden. Laten we in stijl eindigen met een ander effect.

Selecteer je laatste clip, en ga terug naar het Modify menu. Van daaruit kun je een aantal verschillende manieren kiezen om je filmpje met flair te beëindigen. Selecteer Fade To en dan zijn Black and White, Sepia, of Dream een mooie manier om een retrospectief filmpje af te ronden - iets voor je ouders op hun dertigste trouwdag, of voor je dochter wanneer ze op het punt staat om in het huwelijk te stappen. Het Flash and Hold Frame effect is ook leuk. De clip vervaagt aan het einde naar wit, en er wordt uitgezoomd vanuit een stilstaand beeld van de laatste frame. Het is niet voor alles geschikt, maar in de juiste setting is het prachtig.

Dit is een vrij vertaald artikel van onze Amerikaanse zustersite Macworld.com. Beschreven termen, handelingen en instellingen kunnen regiogebonden zijn.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.
▼ Volgende artikel
Liebherr IRd 3900: waarom dit de favoriete inbouwkoelkast van 2025 is
Huis

Liebherr IRd 3900: waarom dit de favoriete inbouwkoelkast van 2025 is

Wat maakt een koelkast de allerbeste van het jaar? Niet een glanzende folder vol beloftes, maar de dagelijkse ervaringen van echte gebruikers. De Liebherr IRd 3900 is door consumenten van Kieskeurig.nl bekroond met de prestigieuze Best Reviewed van het Jaar-award 2025. Van de slimme EasyFresh-technologie tot het fluisterstille ontwerp en de praktische indeling: lees waarom dit model als de absolute favoriet uit de bus kwam en waarom gebruikers er zo enthousiast over zijn.

Partnerbijdrage - in samenwerking met Liebherr

Wie een inbouwkoelkast zoekt, heeft enorm veel keuze, maar één model wist het afgelopen jaar de harten van de Nederlandse consument echt te veroveren. Met zijn doordachte design, gebruiksvriendelijke bediening en bewezen betrouwbaarheid is de Liebherr IRd 3900 uitgeroepen tot Best Reviewed van het Jaar 2025. In dit artikel lees je wat deze inbouwkoelkast zo bijzonder maakt – en waarom gebruikers er zo lovend over zijn.

De stem van de consument: Best Reviewed 2025

De beste keuze volgens consumenten – dat is waar het bij Best Reviewed 2025 om draait. Want niets zegt zo veel als de ervaring van andere gebruikers. Jaarlijks delen duizenden consumenten hun eerlijke mening op Kieskeurig.nl. Hun reviews vormen de basis voor de Best Reviewed-awards. De producten die deze titel verdienen, hebben zich een heel jaar lang bewezen in de praktijk: ze blinken uit in kwaliteit, gebruiksgemak en klanttevredenheid. Absolute consumentenfavorieten dus – en in de categorie inbouwkoelkasten is de Liebherr IRd 3900 de winnaar geworden.

Van EasyFresh tot verstelbare indeling

De Liebherr IRd 3900 is een inbouwkoelkast die laat zien waarom het Duitse merk al jaren bekendstaat om betrouwbaarheid en technische vernieuwing. Deze koelkast combineert een strak, tijdloos design met praktische functies die het dagelijks leven makkelijker maken. Dankzij het EasyFresh-systeem blijven groenten en fruit langer vers: de ideale luchtvochtigheid in de lade voorkomt uitdroging en zorgt dat smaak en textuur behouden blijven. Dat maakt het apparaat niet alleen zuinig in gebruik, maar helpt ook voedsel langer goed te houden en verspilling te beperken.

©Liebherr

Wie de deur opent, merkt direct de doordachte indeling. Het interieur en de deurvakken zijn over de volledige hoogte verstelbaar, zodat je er moeiteloos alles in kwijt kunt wat koel moet blijven: of dat nu hoge flessen zijn of een brede ovenschotel. Fijn daarbij is dat de glazen draagplateaus tot wel 30 kg kunnen dragen. Daarbij zorgt de heldere LED-plafondverlichting voor een perfect overzicht, zelfs wanneer de koelkast vol is. De bediening verloopt via een intuïtief Touch-display, waarmee je supersnel de temperatuur of functies kunt aanpassen. Bovendien is de IRd 3900 voorbereid op SmartHome-toepassingen (accessoire). Liebherr biedt, na registratie, maar liefst 10 jaar garantie op dit model – dat doe je als merk natuurlijk alleen maar wanneer je helemaal overtuigd bent van je product.

©Liebherr

Waarom gebruikers enthousiast zijn

Die combinatie van slimme technologie en gebruiksgemak is ook precies wat consumenten zo waarderen. Uit tientallen reviews op Kieskeurig.nl blijkt dat gebruikers de IRd 3900 een uitzonderlijk hoge gemiddelde score van 9,1 geven. De koelkast wordt geroemd om zijn stille werking – "Dan zet je hem aan en hoor je nagenoeg niets! Heerlijk stille koelkast!" – en om de praktische indeling die volgens velen "fijn en flexibel" is. Ook wat betreft dagelijks gemak scoort de IRd 3900 hoog. "Door het digitale display makkelijk in te stellen naar de gewenste koeltemperatuur", zegt een van de reviewers. Een ander voegt daar nog aan toe: "Mooie heldere verlichting … Makkelijke display, goed zichtbaar en makkelijk te bedienen." Daarnaast valt op dat veel reviewers de energiezuinigheid en afwerking noemen als pluspunten: het apparaat voelt degelijk aan en doet precies wat het belooft.

©Liebherr

Een optelsom van kwaliteiten

De reden dat de Liebherr IRd 3900 de titel Best Reviewed van het Jaar 2025 heeft gewonnen, ligt dus in de optelsom van al deze kwaliteiten. Hij combineert gedegen techniek met praktische voordelen die in het dagelijks leven écht verschil maken. Of het nu gaat om de versheid van producten, het handige display of het overzichtelijke interieur: deze inbouwkoelkast weet consumenten te overtuigen in alles wat ertoe doet. En dat maakt de Liebherr IRd 3900 niet alleen een technisch sterk product, maar vooral een betrouwbare huisgenoot waar mensen jarenlang plezier van hebben.

Een eerlijk oordeel

Natuurlijk is geen enkel product perfect. Gebruikers op Kieskeurig.nl zijn ook kritisch: sommige kopers vinden de groente- en fruitlade aan de kleine kant of noemen dat er sneller condens kan ontstaan. Een paar mensen geven ook aan dat je even moet wennen aan het instellen via het display, en dat de montage van de deur wat meer aandacht vraagt. Tegelijk zie je waarom dat voor de meeste kopers geen struikelblok is. Ze benadrukken vooral hoe stil de koelkast is, hoe ruim hij aanvoelt en hoe makkelijk je de indeling aanpast aan wat je in huis haalt. Daardoor wegen die minpunten voor veel mensen niet op tegen wat je dagelijks merkt: rust in de keuken, goed overzicht en een indeling die je naar eigen wens kunt aanpassen.

Ontdek alle pluspunten van de Liebherr IRd 3900

Op Kieskeurig.nl