ID.nl logo
Kunstgras of echt gras: wat past beter bij mij?
© blickwinkel2511
Huis

Kunstgras of echt gras: wat past beter bij mij?

Gras maakt een tuin mooi af. Kinderen en huisdieren kunnen er lekker ravotten, het ruikt heerlijk als het net gemaaid is en biedt beestjes onderdak. Maar het heeft ook onderhoud nodig. Je kunt natuurlijk ook kunstgras overwegen. Lees de voor- en nadelen en bepaal wat bij jou en jouw tuin past: kunstgras of echt gras.

  • Kunstgras en echt gras hebben een ander prijskaartje: kunstgras is duur om aan te leggen, maar kost daarna vrijwel niets. Echt gras is goedkoop in het begin, maar kan later nog wel wat nodig hebben.
  • Echt gras is meer werk dan kunstgras. Je moet het onderhouden.
  • Daarentegen is de geur van pas gemaaid gras natuurlijk heerlijk… Tenminste, als je geen hooikoorts hebt.
  • Wil je wel gras, maar ben je niet zo’n fan van tuinieren? Lees dan over handige tuingadgets: Slimme tuinspullen om je leven makkelijker te maken.

De voordelen van kunstgras

Eén van de grootste voordelen van kunstgras is dat het bijna geen onderhoud nodig heeft. Je hoeft nooit meer te maaien, te sproeien of onkruid te wieden. Eén keer leggen en verder heb je er geen omkijken meer naar.

Kunstgras is supersterk en blijft mooi egaal. Je hebt dus nooit meer lelijke kale plekken in je gazon. Zelfs als je hond graag een kuil graaft (dat kan namelijk niet), of de kinderen er dagelijks op voetballen. En dan hebben we het nog niet gehad over de mogelijkheden. Kunstgras is er in allerlei kleuren en lengtes, dus je kunt het helemaal naar jouw smaak aanpassen.

Kunstgras is ook waterdoorlatend is. Als het goed gelegd is, heb je geen plassen meer in je tuin na een flinke regenbui. Ideaal voor als je van een opgeruimde tuin houdt, zonder modderpoelen.

Een ander voordeel, zeker in het begin: kunstgras is direct groen. Je hebt meteen een onderhoudsvriendelijke tuin zonder dat je hoeft te wachten tot het gras begint te groeien. Dat oogt wel prettig.

Overigens kun je kunstgras overal leggen: ook op een balkon of dakterras. Er hoeft geen aarde onder te liggen.

©Yuriy Chertok - stock.adobe.com

De nadelen van kunstgras

Was je al om? Wacht nog heel even, want aan kunstgras zitten ook wat nadelen.

Een belangrijk punt is de grote ecologische voetafdruk die kunstgras achterlaat. Het blijft enorm lang in het milieu en is dus niet de meest klimaatvriendelijke optie voor je tuin. Maar, echt gras heeft water nodig en sommige mensen gebruiken kunstmest of pesticiden, die ook niet goed zijn voor de omgeving.

Daarnaast is het leggen van kunstgras niet zo heel makkelijk. Om het mooi te krijgen moet de ondergrond namelijk eerst geëgaliseerd worden. Dat is een klusje dat je niet zomaar even doet en waarvoor je wel wat handigheid en ervaring nodig hebt. Zeker als het om een flinke kunstgrasmat gaat, dan zul je het waarschijnlijk moeten uitbesteden.

©Jürgen Hüls

Ook kan kunstgras behoorlijk heet worden in de zomer. Dat kan door de zon, maar ook door bijvoorbeeld de BBQ of een vuurkorf. Die laatsten kunnen schroeiplekken achterlaten, de zon kan het te heet maken om op blote voeten over kunstgras te lopen op warme dagen. Daarnaast is kunstgras flink duurder dan echt gras. Het is een investering die je goed moet overwegen.

Laten we eerlijk zijn, kunstgras kan soms ook gewoon nep ogen. Het mist de charme van echt gras en het natuurlijke gevoel dat daarbij hoort. Bovendien trekt kunstgras geen insecten aan, zoals bijen en vlinders. Dat kan een gemis zijn voor de biodiversiteit in je tuin.

Tot slot is het belangrijk om te weten dat vallen op kunstgras flink pijn kan doen. Het is niet zo zacht als echt gras en dat kan een risico zijn, zeker als je kinderen hebt die graag buitenspelen. Het kan brandwonden veroorzaken na een flinke sliding. Overigens wordt kunstgras wel steeds beter, dus dit wordt al minder.

Wat is kunstgras precies? Kunstgras is gemaakt van grassprieten van kunstgrasvezels en een onderlaag die ook wel backing wordt genoemd. De kunstgrasvezels zijn vaak gemaakt van polyethyleen of polypropyleen. Deze materialen zijn sterk, duurzaam en weerbestendig, waardoor kunstgras lang meegaat. De onderlaag is meestal gemaakt van rubber of een vergelijkbaar materiaal dat waterdoorlatend is. Dit is belangrijk om ervoor te zorgen dat er geen plassen op het kunstgras blijven liggen.

Vroeger moest je kunstgras altijd bestrooien met kwartszand, anders bleven de grassprieten niet overeind staan. Kunstgras wordt steeds beter (het ziet er ook steeds natuurlijker uit) dus in principe hoeft het niet meer. In de tuin wordt het nog steeds wel vaak gedaan, omdat het gewicht ervoor zorgt dat de kunstgrasmat goed op zijn plek blijft.

De voordelen van echt gras

Echt gras is mooi en voelt heel lekker aan. Het oogt fris en zorgt voor een fijne sfeer in je tuin. ‘s Ochtends staan er dauwdruppels op en in het voorjaar krijgt het een frisgroene kleur. Maar er zijn nog veel meer voordelen aan echt gras.

Een belangrijk punt is dat echt gras goed is voor het milieu. Het helpt bij het zuiveren van de lucht en het omzetten van CO₂ in zuurstof. Daarnaast trekt echt gras vogels en insecten aan, zoals bijen en vlinders. Dat is goed voor de biodiversiteit in je tuin en draagt bij aan het behoud van de natuurlijke leefomgeving.

Wat ook mooi meegenomen is, is dat echt gras voordeliger is om aan te leggen of in te zaaien dan kunstgras. Het groeit in feite vanzelf. Dat scheelt flink in de portemonnee.

Voor kinderen en huisdieren is echt gras gewoon prettiger om op te spelen en te ravotten. Het voelt zacht en natuurlijk aan en is dus een fijne plek om te rennen, vallen of met blote voeten doorheen te lopen.

©africaimages.com (Olga Yastremska, Africa Images)

Nadelen van echt gras

Het grootste nadeel is waarschijnlijk het onderhoud. Als je besluit om echt gras te nemen, dan is het belangrijk om te weten dat het onderhoud ervan flink wat werk vereist. Om te beginnen moet je het gras regelmatig maaien, meestal één keer per week in het groeiseizoen (voorjaar en zomer). Overigens heb je daar wel handige robotmaaiers voor!

Daarnaast is het verticuteren van het gras een belangrijke klus om het gezond te houden en kale plekken te voorkomen. Dit is een proces waarbij je met een verticuteermachine de viltlaag in het gras doorbreekt en verwijdert. De viltlaag bestaat uit dood gras, mos en andere materialen die zich tussen de grassprieten hebben opgehoopt. Een verticuteermachine maakt hier als het ware kleine gaatjes in, om weer lucht door te laten. Hiermee voorkom je een ongezonde grasmat en kale plekken. Dit hoeft overigens maar maximaal één keer per jaar.

©Simone - stock.adobe.com

Ok gras heeft water nodig om niet te verdorren in droge periodes.

Soms heeft je grasmat wat bemesting nodig, bijvoorbeeld met compost. Ook moet je ervoor zorgen dat het gras water krijgt, vooral tijdens warme en droge periodes. Dit kan betekenen dat je regelmatig moet sproeien, afhankelijk van het weer en de conditie van het gras. Een watersproeier is dan nodig.

Een ander nadeel is dat echt gras hooikoorts kan veroorzaken bij mensen die allergisch zijn voor pollen. In de lente en zomer kan de hoeveelheid stuifmeel in de lucht flink toenemen, wat vervelende klachten zoals niezen, tranende ogen en benauwdheid veroorzaakt als je daar gevoelig voor bent. Dit kan het plezier in je tuin flink verminderen.

Een voordeel van echt gras is dat er allerlei vogels en nuttige insecten op af komen. Maar ook plaagbeestjes worden door gras aangetrokken. Denk aan mieren, die hele kolonies kunnen opzetten in het gras. Of aan de emelt, een larve van de langpootmug die zich voedt met de wortels van het gras en zo kale plekken kan veroorzaken. Het kan een flinke uitdaging zijn om deze beestjes te bestrijden (want je wilt niet alle beestjes wegspuiten) en het gras gezond te houden.


Kunstgras of echt gras: wat past er nu bij mij?

Je hebt de voor- en nadelen van beiden nu gezien. Misschien heb je al een idee wat bij je past. Heb je een broertje dood aan tuinieren, dan is kunstgras voor jou waarschijnlijk de beste keuze.

Kijk daarnaast ook naar het gebruiksgemak en de kosten. Echt gras is goedkoper om aan te leggen, maar vergt wel meer onderhoudskosten. Kunstgras is duurder om aan te leggen, maar vraagt daarna nauwelijks nog kosten.

Tot slot kan ook de uitstraling van je tuin een rol spelen in je keuze. Wil je een strakke en moderne uitstraling? Dan past kunstgras daar misschien beter bij. Maar als je juist een natuurlijke en levendige uitstraling wilt, dan is echt gras een betere keuze.

Wat bij jou past is natuurlijk enorm persoonlijk. We geven je de handvatten om een keuze te maken. Succes!

Kunstgras jarenlang mooi houden?

Even stofzuigen en klaar ben je!

Professionele hulp nodig in jouw tuin?

Vraag een offerte aan voor hovenier:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.