ID.nl logo
Hoe je een inloopkast ontwerpt en bouwt
© pixel-shot.com (Leonid Yastremskiy)
Huis

Hoe je een inloopkast ontwerpt en bouwt

Wanneer je het over de ultieme nice-to-have hebt op het gebied van wonen, staat een inloopkast op menig interieur wish list toch wel redelijk bovenaan. Het begint met wat verbeeldingskracht, inspiratie, handige tips en vooral; praktische werkwijzen. Niet iedereen is tenslotte een high-end architect of bouwkundig ingenieur :-) Lees hieronder hoe ook jij over deze luxe woontoepassing kunt beschikken!

Een inloopkast daarentegen is geen onmogelijk doel waar het gaat om woonwensen. In elke - zelfs kleine - ruimte in je huis, of appartement is dit wel te realiseren. Met een vernuftige indeling, de nodige handige elementen en zelfs kant-en-klare oplossingen kom je echt een heel eind! In dit artikel leer je:

  • welke materialen je nodig hebt voor het bouwen van een inloopkast;
  • hoe je zelf een inloopkast ontwerp maakt;
  • welke houtmaterialen er zijn om je inloopkast te bouwen;
  • hoe je zelf een inloopkast bouwt;
  • hoe je een indeling maakt voor je inloopkast;
  • Plus: slimme hacks voor een inloopkast, zonder al te veel zelfbouw.

Ook interessant voor jou: Zelf een buitenkeuken maken: zo doe je dat

Gereedschapslijst inloopkast

Bevestigingsmaterialen

  • Houtschroeven

  • Houtlijm

  • Scharnieren voor kastdeuren

  • Hoekankers

  • Beslag; handgrepen/knoppen

  • Hamer

  • Schuurpapier

  • Grondverf, beits of verf 

Veiligheidstips

Het is belangrijk de nodige veiligheidsmaatregelen te nemen als je gaat klussen. Draag een veiligheidsbril wanneer je zaagt. Gebruik oordoppen of een beschermende koptelefoon, draag een mondmasker voor het fijnstof dat vrijkomt en bij het dragen en oppakken van de verschillende houtdelen voorkomen handschoenen eventuele splinters.

Ook eens proberen? DIY: maak een vogelhuisje voor de tuin in 7 stappen 

Voordelen van zelf een inloopkast bouwen

  • Geld: zelf bouwen is voordeliger dan op maat samenstellen en laten bouwen

  • Overzicht: je hebt eindelijk overzicht in je kleding, schoenen, accessoires en/of sieraden

  • Optimalisatie van de ruimte: je maakt efficient gebruik van elke ruimte, ook bij schuine daken en in hoeken

  • Gemak: je kleding opruimen, luchten, of sorteren was nog nooit zo eenvoudig  

  • Upgrade woongenot: de aanwezigheid van een walk-in closet schept een gevoel van luxe en creëert meerwaarde van je woning

Voordat je begint...

Maak eerst een plan; van opmeten tot volgorde van werken, plan de benodigde tijd ruim(er) in wanneer je een uitgebreide kast maakt

Schat je klus skills goed in. Een timmermansoog is niet essentieel, maar goed opmeten is wel zo handig.

Stappenplan

1.     Ontwerpen, meten en indelen van je inloopkast

Bedenk hoe je de ruimte zo optimaal mogelijk wilt benutten. Het helpt om te starten met te onderzoeken welke opstelling voor jouw ruimte het meest van toepassing is. Er zijn verschillende opstellingen mogelijk bij een zelfbouwkast: jij bepaalt immers alles!

©marko

Meten is weten

Om bij het begin te beginnen; meten is weten! Meet de ruimte op die je tot inloopkast om wil bouwen. De maten die je nodig hebt zijn:

  • Hoogte: meet de hoogte van de ruimte van vloer tot plafond.

  • Breedte: meet nu de breedte van muur tot muur (exclusief de dikte van plinten)

  • Diepte: meet dan de diepte van de kastruimte die je nodig denkt te hebben. Ga uit van de breedste hangruimte (je dikste en langste jassen zijn hierbij een goede graadmeter), zodat je eventuele schuif-/kastdeuren nog goed afsluiten.

  • Zijn er nog uitzonderingen, zoals stopcontacten die je bereikbaar wilt houden, of ramen of deuren die naar binnen openen? Houd dan rekening met de draai ervan.

Meet nauwkeurig en op verschillende punten, omdat de hoogte kan verschillen: vloeren en muren zijn niet op alle plekken even hoog. Zorg dat je de hoogste en laagste afmetingen opneemt. Meet het nogmaals na, voor de zekerheid.

Plattegronden In Excel kun je heel goed plattegronden aanmaken! Hoe? Door de cellen van dezelfde breedte en hoogte in te stellen, zo kun je eenvoudig op schaal ‘tekenen’. Gebruik een centimeter voor elke cel, dat rekent en converteert makkelijk.

©Jason Finn

Nieuwe uitdaging: Zo maak je een palletbank: stap-voor-stapuitleg

Indelen van je inloopkast

Wat moet er allemaal in de inloopkast kunnen? Denk in grote ‘blokken’ van wat je op wilt bergen. Naast kleding, schoenen, accessoires, wil je misschien ook sieraden kwijt. Denk ook aan hoeden, koffers, (hand)tassen, kussens en beddengoed.

Na deze inventarisatie kies je welke opstelling hier het beste bij past. Bedenk of de kast tegen een wand komt, of wil je juist aan de achterkant een ruimte creëren waar je doorheen kunt lopen? Heb je een hoek of meerdere hoeken in de ruimte die je er slim in wilt verwerken? Afhankelijk van je opstelling kun je je inloopkast vervolgens nog openlaten of wil je hem toch liever afsluiten?

©LEKSTOCK 3D - stock.adobe.com

Beginnende klusser en nog weinig gereedschap?

Met een goede set kun je meteen aan de slag!

Aan de hand hiervan bepaal je of je een achterwand nodig hebt, of bouw je zonder, direct tegen je muur aan? Wil je het geheel liever helemaal aan het oog te onttrekken en dicht met een schuifdeuren- of kastdeurensysteem afwerken?

Nu ga je indelen. Waar komen de hang- en leggedeeltes, wil je lades in je kast opnemen en heb je rekken nodig om een goed overzicht te houden? Zijn er zaken die je lange tijd niet gebruikt (bijvoorbeeld zomer- of wintergarderobe, of een vierseizoenendekbed). Door gebruik te maken van verschillende elementen als garderobe-roedes, kant-en-klare ladeblokken, of rekken kun je eenvoudig schuiven met je indeling.

2. De juiste materialen kiezen

Het meest voorkomend is hout. Hierin kun je kiezen uit massief hout, mdf (medium density fibreboard), multiplex en spaanplaat. Elke optie heeft zijn voor- en nadelen. Bij het kiezen van de bewerking en afwerking is het afhankelijk van de gekozen houtsoort en je gewenste uitstraling waar je voor kiest. 

Massief hout geeft een natuurlijke look en afwerking. Het is een duurzame manier van bouwen, met een eenvoudige manier van bewerking. Je kunt er op allerlei manieren mee aan de slag: zagen, boren, frezen, betimmeren. Even opschuren, lakken, beitsen of oliën en je hebt een prachtig resultaat!

Veelgebruikte houtsoorten voor kasten zijn vurenhout, grenen, hardhout of steigerhout.

Afhankelijk van je uitstraling kies je uit een van deze soorten. Steigerhout wordt vaak alleen opgeschuurd en onbehandeld gelaten. Het kan voor de toepassing van een kledingkast nodig zijn om er wel een beschermende laag op aan te brengen, om je kleding te beschermen.

Je kunt ervoor kiezen om de kast volledig uit massief hout op te bouwen, waardoor hij een tijdloze aanblik krijgt, of juist alleen planken als leggers gebruiken in combinatie met bijvoorbeeld stalen elementen voor een meer robuustere look. Je kunt massief hout oliën of lakken, zo benadruk je de natuurlijke uitstraling. Verven kan uiteraard ook.

©chokniti - stock.adobe.com

Mdf is een betaalbare en veelzijdige optie en het laat zich heel makkelijk bewerken en te schilderen. Het wordt in zowel klassieke als moderne bouw gebruikt. Je kunt het afwerken met verf, maar ook fineer of laminaat. Mdf kun je het best eerst behandelen met een grondverf en vervolgens aflakken. Het resultaat wordt – indien in een stofvrije ruimte geverfd – heel strak.

Multiplex is de allesvriend onder de samengestelde houtmaterialen, wanneer het op verwerken aankomt. Het is budgetvriendelijk en multi-toepasbaar, sterk en eenvoudig te verwerken. Dankzij de geperste fineerlagen is het beter bestand tegen buigen, krimpen, uitzetten of vervormen dan massief hout. Het is minder gevoelig voor vocht of wisselende temperaturen. Het is in verschillende diktes en houtsamenstellingen, zoals berken, naaldhout, hardhout enzovoort verkrijgbaar. De prijs per plaat kan dus sterk variëren.

Ook dit materiaal laat zich eenvoudig zagen, schuren, boren of frezen. Door de gelaagdheid kan het wel snel splinteren. Je kunt multiplex afwerken met verf, lak, vernis of fineer of laminaat. Bij het verven van multiplex zorg je ook eerst voor een gladgeschuurde ondergrond, dan een goede grondverflaag en dan de lak van je wens.

Spaanplaat is de goedkoopste en meest basic oplossing voor een inbouwkast. Door de samengeperste samenstelling is het niet zo sterk als hout, mdf of multiplex. Het is geschikt voor de wat kleinere meubel- en interieurbouwprojecten, vanwege de veelzijdigheid in de afwerking. Wanneer je het zwaar gaat belasten, is het verstandig om het te versterken met constructiematerialen. Het is wat kwetsbaarder dan de bovengenoemde opties (houdt het uit de buurt van vocht, want dan zet het uit). Spaanplaat kun je afwerken met een laagje fineer, melamine of laminaat.

©WYTRAZEK

Belangrijk! Indien je spaanplaat binnen gebruikt, zorg dan dat let op een laag formaldehydegehalte. Dit kan mogelijk vrijkomen als gas, gebruik het dus niet in slaapkamers of check de kwaliteit van de spaanplaat van tevoren!

3. Je inloopkast bouwen

Voorbereiding

Afhankelijk van je ontwerp weet je hoeveel planken, kastdeuren en hoeveel hanggedeelten  je nodig hebt.

  • Markeer op je muur waar de zijpanelen (staanders) moeten komen en waar je hanggedeeltes komen.

  • Verwijder obstakels zoals plinten, vul eventuele gaten of scheuren in de muur. Zorg vervolgens voor een gereinigd muuroppervlak en een gelijkmatige ondergrond.

Stappenplan voor het bouwen van de inloopkast

  • Zaag alle houtdelen volgens je ontwerp op maat

  • Monteer de zijpanelen en achterwand in de muren. Verbind de onderkant en bovenkant van de kast aan de zijpanelen met behulp van schroeven. Gebruik je waterpas om de verbindingen recht te houden. Dit is belangrijk voor de volgende stap.

  • Alle staanders plaats je nu in de kast op de gemarkeerde plekken.

  • Bevestig nu alle legplanken, roedes en lades die je in je ontwerp hebt opgenomen. Gebruik je waterpas nu veelvuldig om te controleren of alles nog recht staat ten opzichte van elkaar.

  • Heb je deuren in je ontwerp opgenomen? Bevestig de scharnieren en hang de deuren vervolgens af.  

©Tomas Pazdersky

4. Afwerken van je inloopkast

  • Om je kast een strakke afwerking te geven, vul je nu alle schroefgaten en naden op met een houtvuller.

  • Schuur de verschillende oppervlakten van de kast op.

  • Maak de ruimte stofvrij en ontvet de ondergrond.

  • Breng een grondverflaag aan, schuur op en breng voor een goede basis nog een laag aan.

  • Schuur de grondlaag nog eens kort op en maak de ondergrond stofvrij.

  • Breng nu de eerste laklaag aan, laat drogen, schuur nog een keer op en breng de tweede laklaag aan.

  • Tot slot kun je nu je deurbeslag of knoppen aanbrengen.

Je kast is klaar, goed gedaan! Het indelen kan beginnen!

©pixel-shot.com (Leonid Yastremskiy)

Slimme hacks om snel een inloopkast te bouwen

Indien je niet je hele inloopkast op maat wilt zagen, maar toch snel een inloopkast wilt hebben staan, overweeg dan zeker onderstaande opties: 

  • Steigerbuizen
    Houd je van een industriële look en wil je snel over een kast beschikken, maar wel met een eigen indeling? Gebruik dan een buisframeconstructie, gemaakt van steigerbuizen. Je gebruikt dan buizen en koppelstukken die je met behulp van een inbussleutel aan elkaar verbindt. Dankzij de eenvoudige montagetechniek bouw je snel en eenvoudig een ijzersterk frame op, waar je flexibel je eigen invulling kunt geven aan je inloopkast. Je kunt combinaties maken met hangende delen en legplanken. Er zijn kant-en-klare pakketten te koop bij je bouwmarkt, maar je kunt ook de constructie zelf samenstellen. Je kunt kiezen voor een ijzerlook of zwart gespoten.

©Suwatchai - stock.adobe.com

  • Bestaande kasten
    Een andere snelle manier is bestaande kasten gebruiken. Kies voor basismodules, met of zonder kastdeuren, eventueel in combinatie met ladekasten. Door gebruik te maken van losse modules ben je heel flexibel bent met de indeling, breedte en hoogte van je inloopkast. Tussen de kasten kun je een ruimte laten, voor bijvoorbeeld een stang voor een hanggedeelte. Je kunt ook planken tussen de kasten monteren, voor extra vakken. Bij deze indeling is het verstandig om losse hoge kasten aan de bovenzijde aan je muur vast te zetten met een hoekanker. Zo voorkom je het kantelen van hoge kasten.


Geen tijd of zin om zelf te bouwen? Kies dan voor gemak!👇🏻
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.