ID.nl logo
Van parketborstel tot turbobrush: zo gebruik je de zuigmonden van je stofzuiger
© kulikov922 - stock.adobe.com
Huis

Van parketborstel tot turbobrush: zo gebruik je de zuigmonden van je stofzuiger

Wanneer je een nieuwe stofzuiger koopt, zitten er in de doos ook allerlei borstels en andere hulpstukken. Grote kans dat die ergens in een kast verdwijnen en nooit meer gebruikt worden. Zonde, want ze zijn superhandig. Hoog tijd om te ontdekken waar al die verschillende zuigmonden eigenlijk voor zijn.

Dit artikel in het kort: We bespreken de meest voorkomende accessoires die bij stofzuigers geleverd kunnen worden. Ook gaan we in op specifieke onderdelen die bekende merken voor je hebben ontwikkeld. Tot slot geven we een tip om de onderdelen (je leven) lang te kunnen blijven gebruiken, ook als je allang een andere stofzuiger hebt.

Lees ook: Stofzuigen? Dit zijn de 7 meest gemaakte fouten

Deze gebruik je zeker: de combi-borstel

Voor veel mensen is dit het enige opzetstuk van hun stofzuiger dat ze gebruiken: de combi-borstel. Hij kan de vloer zowel met als zonder borstelharen de vloer zuigen. Wisselen tussen die twee standen doe je meestal door met je voet een schakelaar op de borstelkop om te zetten. De stand met borstelharen is geschikt voor harde vloeren, zoals laminaat, hout, tegels en zeil. Wil je hem gebruiken op tapijt, vloerbedekking of een kleed, dan kies je voor de stand waarbij de haren ingeklapt zijn.

Tegen krassen: de parketborstel

De naam zegt het al: deze borstel is bedoeld voor harde vloeren. Dankzij de zachte, lange haren zuig je stof en vuil op zonder je vloer te beschadigen. Handig dus bij hout, laminaat of andere krasgevoelige oppervlakken. Heb je alleen harde vloeren in huis, dan is dit een fijne borstel om standaard aan je slang te klikken. Voor tapijt en kleden werkt hij minder goed – daarvoor kun je beter een andere kop gebruiken.

Da's kras!

Niet alleen hout en laminaat zijn gevoelig voor krassen. Ook PVC-vloeren, glanzende tegels, natuursteen zoals marmer of leisteen, en vinyl kunnen beschadigen als je met een harde borstel zuigt. Zelfs vloeren met een lak- of waslaag of een hoogglans epoxyvloer zijn kwetsbaar. Gebruik in zulke gevallen altijd een borstel met zachte haren en controleer of er geen zand of vuil onder de borstel zit.

Meer power nodig? Hallo turboborstel

Heb je hoogpolig tapijt of zo'n lekker zacht vloerkleed? Heerlijk om op te lopen, maar stofzuigen is vaak een uitdaging. Daar komt de turboborstel goed van pas. In deze borstel zit een snel ronddraaiende rol waarmee je kleden en dikke vloerbedekking goed schoon kunt krijgen. De lange haren van de turbomond dringen diep door in de vezels en wippen kruimels, stof en ander vuil naar boven, waarna dat meteen opgezogen wordt.

©M. Pavlenko

Handig voor spinnenwebben: plumeau/zachte borstel

Bij de meeste stofzuigers zit ook een klein, rond opzetstuk met zachte haren (op de foto hieronder is het de tweede van links). De naam van deze zuigmond is plumeau, maar de meeste mensen zullen het gewoon de zachte borstel of het zachte borsteltje noemen. Je gebruikt hem voor het stofvrij maken van meubels en decoratie. Heel eerlijk gezegd is een stofdoek vaak handiger, maar voor het opzuigen van spinnenwebben tegen het plafond, het schoonmaken van lamellen of het stofvrij maken van lastige hoekjes is hij wél praktisch.

Voor de lastigste plekjes: de kierenzuiger

Hoewel je bij de naam misschien denkt dat dit opzetstuk speciaal bedoeld is voor houten vloeren met kieren, is dat niet zo. Deze lange en smalle zuigmond is vooral bedoeld voor plekken waar je anders niet bijkomt. Denk aan plinten, tussen bankkussens, achter radiatoren of tussen boeken in de kast. Handig om binnen handbereik te houden. Er is ook een combivariant: die heeft een borsteltje met zachte haren, dat je kunt uitklappen om krasgevoelige oppervlakken snel mee te nemen, bijvoorbeeld geverfde plinten.

©Andrey Rusetskiy

Een echt kruimelmonster: het meubelzuigmond

Wedden dat dit opzetstuk je favoriet gaat worden? De meubelzuigmond is een klein, vaak rechthoekig opzetstuk met korte borstelharen, die je er soms via de zijkant afschuift. Ideaal voor de trap, maar ook voor meubels – vooral van stof of leer. Handig voor kruimels op de bank of op de vloer. Ook in de keuken komt dit hulpstuk van pas, bijvoorbeeld wanneer je tijdens het koken veel gemorst hebt.

Extra accessoires: van kruimeldief tot gebogen borstel

Denk aan een geïntegreerd kruimelzuiger voor kleine klusjes – die zie je bijvoorbeeld bij steelstofzuigers van Dyson en Philips. Ook zijn er speciale borstels voor huishoudens met huisdieren, waarmee je makkelijker haren opzuigt. En woon je in een huis met veel lastig bereikbare plekken? Dan is een gebogen borstel handig, bijvoorbeeld voor bovenop kasten. Kijk goed of de stofzuiger die je op het oog hebt dit soort extra's heeft, en of je ze eventueel los kunt bestellen. Houd er wel rekening mee dat dit vaak geen universele extra's zijn: in veel gevallen passen ze alleen op de stofzuigers van het merk zelf.

©Philips

Nieuwe stofzuiger? Gooi de oude zuigmonden niet weg

Ga je een nieuwe stofzuiger kopen? Dan is de verleiding groot om alle opzetstukken en andere accessoires die bij je oude stofzuiger zaten weg te gooien. Niet doen! Vaak passen hulpstukken – zolang ze niet al te specifiek zijn, zie hierboven – op meerdere merken stofzuigers. En als de nieuwe slang te groot of te klein is om je favoriete borstel eraan te koppelen, kun je bij doe-het-zelfwinkels verloopstukjes kopen. Daarmee zet je de stukken stevig aan elkaar. Fijn voor als dat ene borsteltje van je vorige stofzuiger prettiger werkte dan het borsteltje dat bij je nieuwe zit. 

Doen: vergelijken!

Bij webwinkels die stofzuigers verkopen, kun je vaak vergelijken op wat er allemaal aan hulpstukken bij zit. Zoek daarvoor in de specificaties op iets als Toebehoren of Meegeleverde accessoires. Wanneer je vooraf al weet welke zuigmonden je echt nodig hebt, kun je daar in je keuze rekening mee houden.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.