ID.nl logo
De koelkast 2.0: duurzaam door slimme technologieën
© koldunova - stock.adobe.com
Huis

De koelkast 2.0: duurzaam door slimme technologieën

Sinds de uitvinding van de elektrische koelkast in 1913 is koeltechnologie enorm geëvolueerd. Met alleen koelen en bevriezen maak je als fabrikant geen indruk meer: moderne koelkasten bieden daarom een scala aan geavanceerde functies die het leven in de keuken gemakkelijker en efficiënter maken. In dit artikel bekijken we een aantal innovaties in koelkasttechnologie.

In dit artikel lees je alles over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van koelkasttechnologie:

  • Slimme koelkasten met touchscreens en camera's

  • Energiezuinige compressors voor een groener koelproces

  • Technieken om voedsel langer vers te houden

  • Hybride modellen die koelkast en vriezer combineren

  • Integratie met je smarthome en spraakassistenten

  • Een blik op de koelkasttrends van de toekomst

  • Ook interessant: Wat is een slimme vaatwasser en wat kun je ermee?

Een van de opvallendste ontwikkelingen in koelkasttechnologie is de opmars van het Internet of Things en de introductie van slimme koelkasten. Merken als Samsung en LG brengen koelkasten op de markt die rechtstreeks verbonden zijn met het internet en te bedienen zijn via smartphone-apps. De Samsung Family Hub-koelkast heeft bijvoorbeeld een ingebouwde touchscreen waarmee je je agenda kunt checken, boodschappenlijstjes kunt beheren en zelfs tv kunt kijken. De LG InstaView-koelkast heeft een glazen deur die transparant wordt zodra je er twee keer op klopt, zodat je kunt zien wat er binnenin ligt zonder de deur open te doen. Dat voorkomt het verlies van koude lucht.

Naast het gebruiksgemak bieden slimme koelkasten ook allerlei mogelijkheden op het gebied van connectiviteit en integratie met andere smarthome-toepassingen. Zo kunnen moderne koelkasten worden verbonden met je slimme verlichting om bijvoorbeeld de lichten in de keuken zachtjes aan te zetten als je 's nachts een snack gaat halen. Of ze kunnen een seintje geven aan je beveiligingscamera's om op te nemen wanneer de koelkastdeur geopend wordt. De koelkast wordt zo een centraal onderdeel van je connected home.

Van dingen naar ervaringen De opkomst van het Internet of Things (IoT) zorgt er niet alleen voor dat onze apparaten slimmer en onderling verbonden raken, maar ook dat technologie steeds meer op de achtergrond verdwijnt. Fabrikanten focussen steeds meer op het leveren van naadloze ervaringen in plaats van losse gadgets. De slimme koelkast is hier een mooi voorbeeld van, waarbij de technologie dient om het leven makkelijker te maken in plaats van een doel op zich te zijn.

©koldunova

Energiezuinige compressors voor een groener koelproces

Een andere belangrijke focus van koelkastfabrikanten is het verhogen van de energie-efficiëntie. Moderne koelkasten gebruiken tot 60 procent minder energie dan modellen van tien jaar geleden. Dat wordt bereikt door isolatietechnieken te verbeteren en door de compressor efficiënter te maken.

Zogenaamde inverter-compressors passen de snelheid van de compressor aan op basis van de benodigde koelcapaciteit, in tegenstelling tot oudere modellen die simpelweg aan/uit draaien. Hierdoor wordt energie bespaard en gaan de compressors langer mee. Bosch claimt dat zijn nieuwste koelkasten maar liefst 75 procent minder energie verbruiken dan oudere koelkasten. Dat is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de portemonnee.

De energie-efficiëntieklassen op witgoed geven de jaarlijkse energieconsumptie weer. Ter indicatie: een koelkast met energieklasse A++ verbruikt 40 procent minder energie dan een model in klasse A. Het loont dus zeker de moeite om bij de aankoop op dit energielabel te letten.

Op zoek naar een moderne koelkast?

Kijk hier welk model aan al jouw wensen voldoet!

Van lineaire naar circulaire economie Door in te zetten op energie-efficiëntie dragen fabrikanten bij aan de transitie van een lineaire naar een circulaire economie. In een circulair model worden grondstoffen en materialen zo lang mogelijk van waarde gehouden. Door het energieverbruik te verlagen, de levensduur te verlengen en in te zetten op repareerbaarheid wordt de milieu-impact van koelkasten sterk gereduceerd.

Hybride modellen combineren koelkast en diepvries

Naast connectiviteit en energiebesparing zijn fabrikanten voortdurend bezig met het ontwikkelen van technieken om voedsel langer vers te houden. Zo gebruikt Samsung Twin Cooling Plus, een techniek met gescheiden luchtstromen voor de koel- en vrieskast om geurtjes en uitdroging te voorkomen. Bosch gebruikt de VitaFresh-technologie die de temperatuur en luchtvochtigheid optimaal houdt om groenten en fruit tot wel twee weken langer vers te houden. Sommige fabrikanten bieden koelkasten aan waarbij je zelf verschillende temperatuurzones kunt instellen voor bijvoorbeeld vis, vlees, groenten et cetera.

©Ivan Guia

De koelkast geïntegreerd in je smarthome

Moderne koelkasten zijn steeds vaker geïntegreerd in een smarthome-omgeving, waardoor ze te bedienen zijn met spraakassistenten als Google Assistent, Amazon Alexa of Siri. Je kunt bijvoorbeeld vanuit je luie stoel vragen hoeveel melk er nog in je koelkast staat of de koelkasttemperatuur aanpassen zonder handmatig naar de ingestelde waarden te moeten kijken. Dat draagt allemaal bij aan het ultieme gebruiksgemak.

Sommige fabrikanten gaan nog een stapje verder en integreren camera's in de koelkast. Zo kun je via een app op je smartphone een blik in je koelkast werpen en checken welke ingrediënten nog voorhanden zijn. Of de koelkast kan automatisch detecteren wanneer producten bijna op zijn en deze aan je boodschappenlijst toevoegen.

Koeltechnologie blijft innoveren

Kortom, koelkasttechnologie is de laatste jaren geëvolueerd van een relatief eenvoudig apparaat om voedsel te koelen tot een hightech smart device. Fabrikanten richten zich op connectiviteit, gebruiksgemak, energie-efficiëntie en het langer vers houden van voedingsmiddelen.

We kunnen de komende jaren nog veel innovaties verwachten. Denk maar aan koelkasten die detecteren wanneer je melk op is en die automatisch in je online boodschappenlijstje zetten, of camera's in je koelkast die je laten zien welke ingrediënten je nog hebt via een app op je smartphone.

De koelkast van de toekomst houdt vanzelf in de gaten wat je nodig hebt en zal een belangrijke rol spelen in ons steeds verder verbonden smarthome. Of we binnenkort met onze koelkast kunnen praten zoals met Alexa of Siri? De tijd zal het leren.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.