ID.nl logo
Zo maak je een mailbox met je eigen domeinnaam
© Reshift Digital
Huis

Zo maak je een mailbox met je eigen domeinnaam

Zoho is een Indiaas bedrijf dat onder andere Zoho webmail aanbiedt: gratis en zonder reclame, waarbij je ook nog eens je eigen domeinnaam kunt gebruiken, voor een professioneel uitziend e-mailadres.

Tip 1: Eigen domeinnaam?

Voordat we beginnen, zullen we het eerst hebben over een eigen domeinnaam. Voor een paar euro per jaar heb je al een .nl-domeinnaam. Zo kun je bijvoorbeeld je achternaam gebruiken als domein, iets wat vaak nog wel beschikbaar is. Als mailadres kun je dan kiezen voor voornaam@achternaam.nl. Een andere variatie is je volledige naam als domein en dan als e-mailadres bijvoorbeeld mail@domein.nl of nog een keer je voornaam@domein.nl. Is de .nl-naam al bezet, dan kun je misschien kijken of er nog een domein beschikbaar is met een nieuw generiek hoofddomein, zoals .email, .xyz of iets anders. Hier betaal je misschien iets meer voor, maar per jaar zal dat niet meer zijn dan een of twee tientjes. Er zijn verschillende partijen online waar je jouw domeinnaam kunt vastleggen. Soms zijn er zelfs acties waar je gratis een domein kunt afsluiten voor een jaar, maar let wel op addertjes onder het gras. Lees ook: 20 superhandige Gmail-tips.

Wil je Zoho Mail alleen even proberen? Dat kan ook: je kunt gewoon een Zoho-mailadres aanmaken met @zoho.com en later eventueel overstappen op een adres van je eigen domein. Voordelen van Zoho zijn dat het gratis is, er geen advertenties zijn en dat Zoho je privacy respecteert. Zo heeft zelfs de NSA ernstige moeite om de hevige versleuteling van Zoho te kraken, zo bleek uit Snowden-documenten uit 2015. Het is onduidelijk of dat al gelukt is, al lijkt dat onwaarschijnlijk.

Voordat je daadwerkelijk begint, is het aan te raden alvast je gewenste domeinnaam geregistreerd te hebben en ingelogd te zijn bij de partij waar je je domeinnaam hebt gekocht, zodat je straks snel de DNS-instellingen kunt aanpassen.

©PXimport

De keuze wat betreft hoofddomeinen is reuze.

Tip 2: Aanmelden bij Zoho

Laten we beginnen door ons aan te melden bij Zoho. Hiervoor ga je naar www.zoho.com/mail. Klik vervolgens op de grote rode knop in het midden Get Started Now. Op de nu verschenen pagina klik je helemaal rechts bij Free op de optie Sign Up. Vul je domeinnaam in het bovenste tekstvak in en klik op de knop Add Domain. Het is nu nodig wat gegevens in te vullen, de meeste spreken voor zich. Bij Email Address vul je het e-mailadres in dat je graag wilt hebben. Dit adres wordt ook direct het account waarmee je je aanmeldt bij Zoho. Vul bij Contact Email een huidig e-mailadres in waar Zoho je op kan bereiken. Klik ten slotte op Sign Up. Je account wordt in enkele seconden aangemaakt en je ontvangt een e-mail op het opgegeven contactadres. Klik op Setup [domeinnaam] in Zoho.

©PXimport

Vul de domeinnaam die je hebt aangeschaft in het bovenste tekstvak in en klik op Add Domain.

Tip 3: Domein verifiëren

Zoho moet natuurlijk wel zeker weten dat jij echt de eigenaar bent van het aangemelde domein. Hiervoor moeten de DNS-records van het domein aangepast worden. Dat klinkt misschien lastig, maar het is niet meer dan wat tekst kopiëren en plakken en op Opslaan klikken. Als je net op Setup [domeinnaam] in Zoho hebt geklikt, bevind je je nu op de pagina genaamd Verify Domain. Er zijn drie manieren om je domein te verifiëren: CNAME en TXT vereisen dat je de DNS aanpast, of je kunt een HTML-bestand uploaden als je ook een website host op je domein. Wij maken gebruik van de CNAME-methode, gezien die erg snel is en je straks sowieso nog een keer de DNS-instellingen aan moet passen, dus dan kun je het alvast.

Dit is wat je doet: je logt in bij de partij waar je je domein hebt geregistreerd en zoekt naar de DNS-instellingen. Vaak moet je even naar de instellingen van je domeinnaam en meestal staat in de handleiding van het bedrijf beschreven hoe je je de DNS-instellingen kunt aanpassen. In dit geval moeten we aan de DNS-records een CNAME-record toevoegen. Dat doe je als volgt: kies bij Type voor CNAME. Vul bij Naam (soms ook wel Host, Alias of CNAME genoemd) de waarde in die vermeld wordt op de website van Zoho en vul bij Adres het adres zmverify.zoho.com in. Als je hoster vraagt om een TTL, dan kun je deze op de standaardwaarde laten of de waarde 617 invullen. Ook een prioriteit is niet nodig. Sla het DNS-record op. Klik in Zoho op Verify by CNAME, de groene knop onderaan en klik op Verify Now. Als de verificatie succesvol is, verschijnt er "Congratulations! You have verified your domein [domeinnaam]". Vervolgens staat er een gebruikersnaam met daarachter je daadwerkelijke gebruikersnaam. Klik op Create Account en de eerste mailbox wordt aangemaakt. We zijn overigens nog niet klaar met de DNS-records. Om daadwerkelijk mail te ontvangen, moeten we deze straks dus nog een keer aanpassen.

©PXimport

We verifiëren de domeinnaam door middel van een CNAME-record.

Tip 4: Extra gebruikers

Voordat we dat doen, wil je misschien extra gebruikers toevoegen aan je domeinnaam. Met de gratis variant mag je maximaal 10 gebruikers toevoegen. Zo kan bijvoorbeeld de hele familie van dezelfde domeinnaam gebruikmaken. Of als je zelf een klein bedrijfje hebt, kun je collega's ook toegang geven. Klik hiervoor op Proceed to Add Users. Wil je dit niet, klik dan op Skip en ga door naar tip 5.

Je kunt op twee manieren een gebruiker toevoegen: de eerste is om zelf alle gevraagde gegevens in te vullen en een e-mailadres aan iemand toe te wijzen. Klik op OK als je dat gedaan hebt. Vervolgens moet je zelf de gebruikersnaam en het wachtwoord overdragen aan de gebruiker. Je kunt de gebruiker ook uitnodigen door onderaan bij E-mail-ID een bestaand e-mailadres in te vullen. De gebruiker kan dan zelf zijn gegevens invoeren en een Zoho-account aanmaken, waarbij hij ook zelf het e-mailadres kan kiezen. Klik op OK als je dat hebt gedaan. Links op Add User kun je vervolgens nog meer gebruikers toevoegen. Klik op Back to Setup als je klaar bent met het toevoegen van gebruikers en door wilt gaan met het opzetten van je domeinnaam.

©PXimport

Je kunt of zelf alle gebruikersgegevens invullen of een gebruiker uitnodigen deel te nemen.

Tip 5: MX-records

We slaan het aanmaken van groepen even over, dus klikken op Skip bij de sectie Create Groups, zodat we aankomen bij de sectie Configure Email Delivery. Als je e-mail wilt ontvangen, zullen deze instellingen goed moeten staan. Op deze pagina zie je de MX-records van Zoho weergegeven in een tabel. Het zijn er twee: de ene verwijst naar mx.zoho.com en de andere naar mx2.zoho.com.

Je moet de huidige MX-records van je domeinnaam verwijderen (vaak zijn die er namelijk standaard al) en deze twee toevoegen. Hiervoor ga je opnieuw naar de DNS-instellingen van je domeinnaam zoals in tip 3. Zoek bij Type dit keer naar MX en verwijder eventuele huidige records. Deze hebben op dit moment toch geen doel. Voeg vervolgens nieuwe MX-records toe, dat moet je twee keer doen. Vul de eerste keer bij Prioriteit de waarde 10 in, bij Host de waarde @ en bij Adres vul je mx.zoho.com in. Voeg de record toe en doe het vervolgens opnieuw, maar nu voor Prioriteit de waarde 20, bij Host opnieuw de waarde @ en bij Adres weer mx2.zoho.com. Voeg ook deze record toe. Vul bij TTL als het kan opnieuw 617 in of laat het anders op de standaardwaarde staan.

Heb je dit gedaan, controleer nog een keer of alle vereiste waardes overeenkomen en of er echt geen andere MX-records nog in het domein staan. Voordat we doorgaan, is het handig om nu even jezelf een mailtje te sturen naar je nieuwe e-mailadres. Door naar https://mail.zoho.com te gaan, kun je de mail zien verschijnen. Komt de mail niet aan, probeer het dan over een uur nogmaals of controleer nog eens je MX-records. Ondertussen kun je in de Zoho-wizard doorgaan door op Next te klikken.

©PXimport

De Zoho-MX-records staan in het midden in de tabel.

Tip 6: Mail overzetten

We willen graag ook onze huidige mailberichten in Zoho importeren. Dit kan door in je mailclient (bijvoorbeeld Mozilla Thunderbird of Microsoft Outlook), je e-mail van de ene account naar de andere te slepen, nadat je Zoho daaraan hebt toegevoegd met behulp van de instellingen in tip 7. Toch kan die operatie wel enige tijd in beslagnemen, en helemaal met veel e-mail en niet al te snel internet kan het soms vele uren duren. Wij vinden het handiger om het door Zoho te laten doen, omdat we dan zeker weten dat de migratie wordt voltooid en omdat het sneller is.

Om Zoho je mail over te laten zetten, klik je op de knop Proceed to Migrate. Je moet nu enkele gegevens invullen. Bij de Migratienaam vul je simpelweg de naam van je huidige mailprovider in, in ons geval Gmail. Voor de overige gegevens is het handig je mailclient te openen en naar de instellingen te gaan van het account dat je wilt migreren. Zo kom je bijvoorbeeld achter de Servernaam. Voor Gmail laat je het protocol op IMAP staan en kies je bij Servertype voor Gmail. Voor Outlook laat je Servertype op Anderen staan en vul je bij Servernaam de server imap-mail.outlook.com in. De overige instellingen zijn voor zowel Gmail als Outlook goed.

Klik vervolgens op Migratie toevoegen. In de tabel met migraties klik je op de migratienaam, in dit geval dus Gmail, en vervolgens klik je op Accounts toevoegen. Hier moet je nu de inloggegevens van je mailserver invullen. In het geval dat je Gmail of Outlook gebruikt, vul je bij Gebruikersnaam bron en Wachtwoord bron de inloggegevens daarvan in. Anders vul je je gebruikersnaam en wachtwoord van de mailserver in. Bij E-mailadres bestemming vul je het e-mailadres in dat je eerder hebt aangemaakt met je eigen domeinnaam. Klik ten slotte op Toevoegen. Het kan zijn dat je wat moeite hebt bij Gmail. Dit omdat Google de Zoho-migratie ziet als verdachte activiteit. In dat geval krijg je een mailtje op je Google-account waarin je de inlogpoging kunt toestaan en het migreren kunt voortzetten. Mocht dit nog niet werken, dan helpt het ook om even (tijdelijk) je Gmail-wachtwoord te wijzigen en het daarna opnieuw te proberen. Klik rechtsboven op Ga naar migratiestatus en klik daar in de regel op Start. Klik op Back to Setup terwijl de e-mailmigratie plaatsvindt.

©PXimport

Voorbeeldgegevens voor hoe je Gmail-data migreert naar Zoho.

Tip 7: Mailapps instellen

De volgende stap is de Mail Client Configuration van de Zoho-opzetwizard. Deze geeft niet zo veel nuttige informatie, dus we gaan er zelf mee aan de slag. Open een nieuw tabblad en ga naar https://mail.zoho.com. Je hebt standaard drie ongelezen e-mailberichten om je te verwelkomen. Klik rechtsboven op Instellingen en ga op het tabblad Mail naar de optie E-mail doorsturen. Zet onderaan bij IMAP-toegang de Status op Activeren.

Als je de nieuwe versie van Zoho gebruikt, klik je rechtsboven op het tandwiel en kies je voor Settings. Vervolgens ga je onderaan naar Older Settings en dan vind je daar de optie E-mail doorsturen met IMAP, net als in de oude versie. Laten we nu ons account toevoegen aan onze mailclient. Deze instructies zijn speciaal voor de Mail-app in Windows 10, maar werken ook natuurlijk met andere applicaties. Open de Mail-app en klik op Accounts in de rechterbalk. Klik op Nieuwe account toevoegen en kies voor de optie Geavanceerde configuratie / Internet-e-mail. Vul bij Accountnaam bijvoorbeeld Zoho in. Bij Server voor binnenkomende e-mail vul je mail.zoho.com in. Kies bij Accounttype voor IMAP4 en vul bij e-mailadres en gebruikersnaam je Zoho-e-mailadres in en vervolgens in het volgende invoerveld je wachtwoord. De Server voor uitgaande e-mail is eveneens mail.zoho.com. Klik op Aanmelden en klik op Gereed.

©PXimport

Zorg ervoor dat de IMAP-toegang geactiveerd is.

Tip 8: E-mail op je mobiel

Terug in de opzetwizard hebben we nog één stap te gaan, namelijk Mobile Access. Klik op Next om bij Mobile Access uit te komen en klik daarna op Proceed to Mobile Accounts. Klik op de betreffende mailaccount die je op je smartphone wilt gebruiken. Je ziet dat Push op disabled staat. Klik op die rode melding, waarna Push enabled verschijnt. Je kunt nu op je mobiel je e-mail instellen. Dat doe je voor iOS als volgt. Ga naar Instellingen / Mail, Contacten en Agenda. Kies voor Nieuwe account en druk op Exchange. Vul de gevraagde gegevens even in en tik op Volgende. Het controleren kan even duren. Er verschijnen meer invoervelden. Vul bij Server de waarde msync.zoho.com in en bij gebruikersnaam opnieuw je e-mailadres. Tik op Volgende en tik daarna op Bewaar. Als je nu de Mail-app opent, kun je je mails lezen.

Voor Android volg je de volgende stappen: open de app Instellingen, tik op Accounts en op Account toevoegen. Tik op Exchange en vul de gevraagde gegevens in. Vul bij Server eveneens msync.zoho.com in en voeg het account toe. De standaardinstellingen zijn verder goed. Eventueel kun je ook de Zoho-app gebruiken die je in de App Store en Play Store vindt.

©PXimport

De correcte instellingen voor mail op iOS.

▼ Volgende artikel
Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel
© ER | ID.nl
Huis

Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel

Wil je een NAS op afstand gebruiken, dan doe je dat liefst natuurlijk veilig. Bijvoorbeeld door een VPN-server op te zetten, of een tunnel met extra toegangscontrole. Hiervoor zijn diensten als Tailscale en Cloudflare heel geschikt. In deze masterclass nemen we de beste opties met je door. We leggen uit wat de voor- en nadelen zijn en hoe je ze kunt gebruiken in combinatie met een NAS.

Een NAS is breed inzetbaar en bij veel huishoudens de spil in het netwerk. Je kunt niet alleen je documenten centraal bewaren, maar ook bijvoorbeeld media streamen naar je tv, foto’s bekijken op je tablet en talloze extra toepassingen installeren. Heb je (een deel van) deze toepassingen ook af en toe op afstand nodig? Het openzetten van een poortje in de router of het gebruik van een reverse proxy kan daarvoor een prima optie zijn. Maar publieke toegang is niet altijd nodig. Er zijn betere opties als je vooral voor jezelf goed beveiligde externe toegang tot je NAS nodig hebt. Een eenvoudige optie is een cloudservice van de fabrikant, zoals Synology QuickConnect. Betere en veiligere opties zijn een VPN-server met een protocol als OpenVPN of WireGuard, Tailscale (dat op de achtergrond met WireGuard werkt) of een Cloudflare-tunnel. In deze masterclass leggen we uit hoe je ze gebruikt. Wat je kiest, hangt ook af van je doel. Bij elke optie behandelen we de eventuele beperkingen. Voordat je begint, is het ook verstandig de beveiliging van je NAS nog even door te lichten (zie kader).

Optimale beveiliging voor je NAS

Bij het openstellen van je NAS is een goede beveiliging extra belangrijk. Ongeoorloofde toegang tot je NAS zul je altijd willen voorkomen. Gebruik altijd sterke wachtwoorden voor je gebruikersaccounts. Deactiveer bovendien de algemene accounts zoals admin en guest. Zet tweestapsverificatie aan. Hierbij wordt na het inloggen om een extra toegangscode gevraagd die je kunt genereren met een app op je smartphone. Op vertrouwde apparaten hoef je dat maar één keer te doen. Bij Synology vind je deze opties in je configuratiescherm, onder Beveiliging / Account. Je kunt kiezen voor welke gebruikers dit moet worden ingeschakeld. Bij QNAP ga je hiervoor in je configuratiescherm naar Systeem / Beveiliging. Open dan het tabblad Verificatie in 2 stappen. Maak ook gebruik van de ingebouwde firewall van je NAS, waarin je toegangsregels kunt instellen! In deze masterclass geven we daar tips voor. Zorg ten slotte dat je een goede back-upstrategie hebt voor de bestanden op je NAS.

Het is verstandig om tweestapsverificatie aan te zetten op je NAS.

Wat is een cloudservice?

Via een cloudservice kun je toegang tot een NAS vereenvoudigen door een soort tunnel op te zetten. Bij Synology heet dit QuickConnect, QNAP noemt het myQNAPcloud link. Hierbij wordt vanaf de NAS een uitgaande verbinding opgezet met een server, waardoor het firewalls omzeilt (ook die in je NAS!). De NAS geef je een herkenbare naam, ook wel QuickConnect ID of QNAP ID genoemd, die je ook gebruikt om te verbinden. Hierbij wordt eerst geprobeerd rechtstreeks verbinding te maken, wat ook het meest efficiënt is. Als dat mislukt, wordt de verbinding automatisch omgeleid via een relayserver, die als tussenpersoon het verkeer doorstuurt. De snelheid kan dan minder hoog zijn. We noemen hieronder alleen de dienst van Synology, omdat het een betere bescherming biedt en een betere reputatie heeft dan myQNAPcloud link. Zorg wel altijd zelf voor een goede basisbeveiliging. Overweeg veiligere methoden zoals een VPN of Tailscale. Het is veiliger en je bent niet afhankelijk van andere partijen (zoals een relayserver).

Diensten als myQNAPcloud link creëren een soort tunnel naar je NAS.

Synology QuickConnect

Bij Synology QuickConnect koppel je eerst je NAS aan een Synology-account. Daarna kun je een QuickConnect ID kiezen. Je NAS is daarna bereikbaar vanuit de Synology-apps of een browser via het adres https://quickconnect.to/ met daarachter de QuickConnect ID. Dit werkt ook bij een dynamisch ip-adres, dus je hoeft niet apart een Dynamic DNS-functie (DDNS) te gebruiken. Om QuickConnect te gebruiken open je Configuratiescherm. Ga dan naar Externe toegang. Zet een vinkje bij QuickConnect inschakelen. Hierna moet je je aanmelden met je Synology-account of een nieuw account maken. Vervolgens kies je een QuickConnect ID. Via de instellingen kun je nog kiezen of de relayserver mag worden gebruikt en welke toepassingen via QuickConnect toegankelijk zijn.

Via de instellingen kies je welke toepassingen toegankelijk moeten zijn.

Wat is VPN?

Door een VPN-server te installeren, heb je een ideale voorziening om op afstand je netwerk te bereiken en alle apparaten op dat netwerk, zoals je NAS, netwerkprinters en camera’s. Je installeert de VPN-server op één systeem, zoals een router, server, Raspberry Pi of je NAS. Bij Synology kun je bijvoorbeeld standaard met OpenVPN werken en QNAP ondersteunt het snellere WireGuard. We laten zien hoe je deze opties gebruikt. Na inloggen heb je volledige toegang tot je netwerk en alle toepassingen in het netwerk, alsof je rechtstreeks op het netwerk zit. Voor toegang tot bestanden op je NAS werken daarom alle protocollen als smb, nfs en WebDAV en toepassingen als Synology Drive en QNAP File Station. Je hoeft geen poorten in je router open te zetten, behalve een enkele poort naar de VPN-server.

Bij QNAP kun je standaard werken met WireGuard.

OpenVPN op Synology

Om je Synology-NAS als VPN-server in te zetten, kun je de toepassing VPN Server installeren via Package Center. Gebruik je een firewall, controleer dan of de benodigde poorten toegankelijk zijn. Bij de installatie kun je die aanpassing via een venster direct doorvoeren. Afhankelijk van het protocol moet je ook nog één of meerdere poorten doorsturen van je router naar je NAS. De toepassing ondersteunt PPTP, OpenVPN en L2TP/IPSec. Eigenlijk is vooral OpenVPN interessant. Het is veilig en stabiel, maar niet zo snel als WireGuard. Ook geeft het soms wat uitdagingen bij het opzetten van de verbinding.

Synology ondersteunt meerdere protocollen, waaronder OpenVPN.

Activeren OpenVPN

Om OpenVPN te gebruiken open je VPN Server. Ga dan naar OpenVPN. Zet een vinkje bij OpenVPN-server inschakelen. Bij Dynamisch ip-adres zie je het subnet dat OpenVPN gebruikt. De verbonden clients krijgen een ip-adres in dat bereik. Bij Poort en Protocol zie je dat standaard udp-poort 1194 wordt gebruikt. Die poort moet je doorsturen van je router naar je NAS. Controleer of de poort toegankelijk is in de firewall van je NAS. Voor een goede balans tussen snelheid en veiligheid kun je bij Codering bijvoorbeeld AES-128-CBC kiezen en bij Verificatie de optie SHA256. De optie Compressie op de VPN-koppeling inschakelen mag uit, omdat het weinig snelheidswinst geeft. Zet de optie Clients toegang geven de LAN-server aan, zodat je andere apparaten in je thuisnetwerk kunt bereiken. Zet ook de optie Verifieer TLS auth-sleutel aan. Klik op Toepassen om de instellingen te activeren. Je kunt nu clients gaan configureren.

Bij OpenVPN kun je zelf nog enkele instellingen kiezen.

Profiel voor OpenVPN

Ga naar OpenVPN en kies Configuratie exporteren om het configuratiebestand te exporteren als zip-bestand. Hierin vind je een .ovpn-bestand dat je nodig hebt voor toegang. Je hebt ook een gebruikersaccount nodig bij het inloggen. Onder Rechten kun je aanvinken welke gebruikers toegang hebben en via welke protocollen. Maak eventueel een nieuwe gebruiker voor alleen de VPN-verbinding! Open het bestand VPNConfig.ovpn met een teksteditor. Omdat je de VPN-server extern wilt gebruiken, verander je in onderstaande regel YOUR_SERVER_IP naar je ip-adres van je internetverbinding of de hostnaam als je bijvoorbeeld Dynamic DNS gebruikt. Synology ondersteunt ook Dynamic DNS en geeft bijvoorbeeld een naam.synology.me-adres. Je kunt het activeren in je configuratiescherm onder Externe toegang / DDNS. Het gaat om deze regel:

remote YOUR_SERVER_IP 1194

Je ziet ook de onderstaande optie. Haal hier eventueel het commentaarteken weg als je wilt dat ál het verkeer, dus ook het normale internetverkeer, via de VPN-server gaat. Dat geeft minder goede prestaties, maar is wel veiliger als je bijvoorbeeld een openbare wifi-hotspot gebruikt. Dit is de regel waar je het commentaarteken weg kunt halen:

#redirect-gateway def1

Gebruik dit profiel om verbinding te maken vanaf andere apparaten. Zet hierbij de optie aan dat zonder certificaat verbinding mag worden gemaakt.

WireGuard op QNAP

We zullen laten zien hoe je WireGuard op je QNAP-NAS gebruikt in combinatie met een Windows-client. Voor meer informatie over WireGuard en het opzetten van een aparte VPN-server verwijzen we je naar een eerder artikel dat je kunt lezen via www.kwikr.nl/wgvpn waarin dat uitgebreid aan bod komt. Zorg bij QNAP dat de toepassing QVPN Service is geïnstalleerd via App Center. Open dan de toepassing en ga naar WireGuard. Zet een vinkje bij WireGuard VPN-server inschakelen. Vul een naam in achter Servernaam. Klik achter Persoonlijke sleutel op Codeparen genereren. Noteer de waarde bij Openbare sleutel: die is straks nodig bij de configuratie van clients. Achter Luisterpoort zie je de poort (udp) die je moet doorsturen in de router. Bij DNS Server vul je een openbare DNS-server in (zoals 8.8.8.8) óf een DNS-server in je lokale netwerk. Klik op Toepassen om de instellingen te bewaren. Klik op Peer toevoegen. Hier kun je clients toevoegen (zie volgende stap).

De instellingen voor WireGuard bij een NAS van QNAP.

Client instellen

Elk apparaat dat verbinding met WireGuard maakt, is een zogenoemde peer. Voor het toevoegen van een apparaat kies je bij QNAP de optie Peer toevoegen. Vul een herkenbare naam in. De waarde bij Openbare sleutel komt bij deze ‘peer’ vandaan, die gaan we nu eerst instellen. Installeer en open de Windows-client en kies de optie Add Empty Tunnel. Er worden een privé- en openbare sleutel gegenereerd. Er opent een configuratiebestand met de privésleutel waarin je onder andere deze twee regels ziet:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

Vul deze configuratie verder aan zoals in het voorbeeld hieronder. Bij Address kies je een vrij ip-adres binnen het VPN-subnet, dat nog niet door een andere peer wordt gebruikt. Je kunt dit voor elke client ophogen, dus 198.18.7.2/32, 198.18.7.3/32, en zo verder. Belangrijk is dat je bij PublicKey de openbare sleutel die QNAP laat zien invult. Bij Endpoint vervang je ipadres door het ip-adres (of de hostnaam) van je internetverbinding thuis. Dit is de configuratie die je moet aanpassen:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

ListenPort = 51820

Address = 198.18.7.2/32

DNS = 1.1.1.1

[Peer]

PublicKey = KsCc+cRucH4F8T3VdyatvZXjqvunEerBZapulE=

AllowedIPs = 0.0.0.0/0

Endpoint = ipadres:51820

Bewaar de configuratie met Save. Kopieer nu de waarde bij Public key van deze client. Je leest deze af in het hoofdvenster van WireGuard (zorg dat de bewuste tunnel is geselecteerd). Plak deze in QNAP bij Openbare sleutel bij de configuratie van deze peer. Je kunt nu verbinding maken met je Windows-client!

Voltooi de configuratie voor de Windows-client voor WireGuard.

Firewall instellen voor je NAS

Een firewall op je NAS biedt extra bescherming. Bij Synology open je daarvoor Configuratiescherm. Ga dan naar Beveiliging en open het tabblad Firewall. Zet een vinkje bij Firewall inschakelen en kies Toepassen. Bij Firewallprofiel kun je een profiel kiezen of bewerken. Kies Regels bewerken om het huidige profiel aan te passen. Begin met een regel die alle apparaten op het lokale netwerk toestaat. Kies bij die regel bij Poorten de optie Alles. Bij Bron-IP kies je Specifiek ip. Klik daarachter op Selecteren en kies Subnet. Je moet hier het netwerkbereik van je router kennen. In veel gevallen is dat iets als 192.168.1.0 met subnetmasker 255.255.255.0. Dit omvat dan alle adressen van 192.168.1.0 t/m 192.168.1.255. Voeg hierna nog specifieke regels toe voor toepassingen die van buitenaf toegang moeten hebben. In dit voorbeeld staan we bijvoorbeeld SSH toe vanaf een bepaald ip-adres. Heel belangrijk is dat je als laatste een regel toevoegt die alles blokkeert. De regels worden namelijk van boven naar beneden doorlopen en bij de eerste match stopt de verwerking. Het configuratiescherm van QNAP biedt ook een firewall, maar dat is meer een soort toegangsfilter. Voor uitgebreidere opties kun je QuFirewall installeren via App Center.

Het is raadzaam om de firewall op je NAS te gebruiken voor toegangsbeperking.

Wat is Tailscale?

Met Tailscale kun je een virtueel privénetwerk maken tussen al je apparaten. Dit gebeurt op basis van identiteit, met bijvoorbeeld een standaard Google-account voor autorisatie. Je kunt alle toegevoegde apparaten benaderen via een intern ip-adres of de toegekende hostnaam. Tailscale gebruikt dezelfde technologie als WireGuard, wat het snel, veilig en betrouwbaar maakt. Je hebt geen centrale server nodig en hoeft ook geen poorten in je router open te zetten. Wel moet je elk apparaat in principe afzonderlijk aan je privénetwerk toevoegen. Dat is eenvoudig, ook voor een NAS, zoals je hieronder ziet. Als alternatief kun je Tailscale ook op één apparaat in je netwerk installeren en dat apparaat als subnetrouter instellen, zodat je via dat ene systeem toegang hebt tot alle andere apparaten in je netwerk. In dat geval hoef je Tailscale niet op elk afzonderlijk apparaat te installeren. Meer uitleg over Tailscale vind je in dit artikel.

Met Tailscale kun je een privénetwerk voor je apparaten maken.

Eerste stappen

Ga naar https://tailscale.com en kies de optie Get started. Log in met een van de ondersteunde identiteitsproviders, bijvoorbeeld een standaard Google-account of een van de andere opties. Hierna wordt automatisch je Tailscale-netwerk, of kortweg tailnet, gemaakt. Dat is een soort privé-VPN-netwerkje waar jouw apparaten deel van uit gaan maken. Als je op een ander apparaat inlogt met datzelfde account, is het bereikbaar vanuit je andere apparaten in dit tailnet. Een gratis account ondersteunt tot drie gebruikers en honderd apparaten.

Log in bij Tailscale met bijvoorbeeld je Google-account.

Apparaten toevoegen

Het toevoegen van apparaten is eenvoudig. Het volstaat om de software te installeren en in te loggen met dezelfde identiteitsprovider. Om Tailscale bijvoorbeeld op een iPad te gebruiken, installeer je eerst de toepassing via de App Store. Hierbij wordt een VPN-configuratie voor je iPad gemaakt. Daarna log je in en zie je een lijst met apparaten in je privénetwerkje, waarbij je ook de namen af kunt lezen.

Op een iPad maakt Tailscale een VPN-profiel aan.

Tailscale op je NAS

Je kunt Tailscale ook op een NAS installeren. Bij Synology zoek je daarvoor in Package Center naar Tailscale. Bij QNAP kun je in App Center terecht. Installeer en open de toepassing. Er wordt gevraagd om in te loggen, waarbij je weer hetzelfde account als hiervoor gebruikt. Zet daarna de verbinding op via Connect. Als je nog een keer de Tailscale-app opent, kun je details zien over het bewuste apparaat, zoals het ip-adres en de hostnaam die je kunt gebruiken om verbinding te maken.

Tailscale is als pakket beschikbaar voor Synology en QNAP.

Wat is een Cloudflare-tunnel?

Bij een Cloudflare-tunnel installeer je op één systeem in je netwerk (bijvoorbeeld je NAS) een klein programma, dat van binnenuit een versleutelde verbinding opzet naar Cloudflare. Daarna kun je toepassingen individueel toevoegen die deze tunnel mogen gebruiken. Daarbij kun je elke toepassing een eigen subdomein geven, zoals nas.domein.nl voor je NAS. De tunnel laat geen netwerkprotocollen zoals SMB en NFS door en WebDAV is een uitdaging. Het is vooral bedoeld voor webverkeer. Je kunt incidenteel wel bijvoorbeeld DS File gebruiken, voor het browsen door je bestanden en kleine uploads of downloads.

Bij Cloudflare kun je gratis een tunnel opzetten voor toegang op afstand.

Domein registreren

Log in bij Cloudflare met een bestaand account of maak een nieuw gratis account. Registreer een domeinnaam via Add / Register a domain of voeg een bestaand domein toe via Add / Connect a domain. In dat laatste geval moet je de DNS-instellingen bij je huidige provider aanpassen, zodat de nameservers naar die van Cloudflare verwijzen. Afhankelijk van de extensie betaal je bij Cloudflare vanaf zo’n 6 dollar per jaar (circa 6 euro) per domein. Je kunt een domein eventueel direct voor meerdere jaren registreren of voor automatische verlenging kiezen. Betalen kan met creditcard of PayPal. In je dashboard vind je je domein terug onder Domain registration / Manage domains.

Registreer tegen lage kosten een domein bij Cloudflare.

Tunnel voorbereiden

Ga via het menu aan de linkerkant naar Zero Trust. Klik dan op Networks en kies Tunnels. Klik op Create a tunnel. Selecteer de optie Cloudflared. Geef je tunnel een naam. Vervolgens moet je een zogeheten connector installeren op één systeem in je netwerk om een tunnel te maken. Alle toepassingen die je straks via de Cloudflare-tunnel gaat publiceren, moeten bereikbaar zijn vanaf dat systeem. Dat is meestal alleen een probleem bij gescheiden netwerken of strikte firewallregels. Installeer Cloudflared volgens de instructies op een systeem dat altijd aanstaat. Dat kan een server of Raspberry Pi zijn, maar óók je NAS, zoals we hieronder toelichten. Hierna komt de tunnel automatisch online.

Maak een tunnel via de website van Cloudflare.

Tunnel op Synology-NAS

Voor de installatie op een NAS heeft Cloudflare geen instructies, maar de procedure is relatief eenvoudig. Kopieer de opdracht die je ziet bij bijvoorbeeld de Windows-installatie en plak deze in een editor. Je ziet hierin een lange string van 184 tekens die meest begint met eyJh…. Dat is de benodigde token. Om Cloudflared op een Synology-NAS te installeren open je Package Center. Ga naar Gemeenschap en kies Cloudflare Tunnel. Klik op Installeren. Nu wordt om de token gevraagd. Je hoeft geen geavanceerde opties te kiezen. Na het voltooien van de installatie is je tunnel klaar voor gebruik.

Vul de token in bij de installatie van de software op je Synology-NAS.

Tunnel bij QNAP

QNAP biedt geen softwarepakket, maar je kunt Cloudflare wel vrij eenvoudig via Docker configureren en starten. Het is het makkelijkst om met Docker Compose te werken. Installeer indien nodig Container Station en open het programma. Ga dan naar Toepassingen en klik op Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in, zoals cloudflared. Bij YAML-code vul je de onderstaande code in. Achter TUNNEL_TOKEN vul je uiteraard jouw token in. Klik dan op Maken om de tunnel te maken. Dit is de benodigde code:

version: "3"

services:

  cloudflared:

    image: cloudflare/cloudflared:latest

    container_name: cloudflared

    restart: unless-stopped

    network_mode: "host"

    command: tunnel run

    environment:

      - TUNNEL_TOKEN=eyJh...

Bij QNAP kun je Cloudflared het beste via Docker installeren.

Toepassing toevoegen

Je kunt nu elke toepassing via de tunnel beschikbaar maken met een uniek subdomein. Om zo’n zogeheten route aan te maken, ga je binnen Zero Trust naar Networks / Tunnels. Bij Status geeft het systeem als het goed is aan dat de tunnel gezond is. Open het menu (via de drie puntjes) en kies Configure. Ga dan naar het tabblad Published application routes. We nemen de webinterface van een NAS die lokaal bereikbaar is op https://10.0.10.200:5001. Bij Subdomain vul je bijvoorbeeld nas in. Bij Domain kies je een domein. Bij Type kiezen we HTTPS en bij URL vullen we 10.0.10.200:5001 in. Bij de optie HTTPS moet je oppassen. De NAS heeft in ons geval geen echt certificaat. Daarom is het belangrijk om onder Additional application settings / TLS de optie No TLS Verify aan te vinken. Cloudflare zal dan negeren dat het certificaat niet ondertekend is. Klik op Save. Er zal automatisch een DNS-record worden gemaakt en je kunt vrijwel direct op afstand je NAS benaderen.

We maken een route voor de NAS.

Extra beveiliging bij Cloudflare

Na het openstellen van een toepassing via een subdomein kan in feite iedereen die dat adres kent de toepassing benaderen, zoals de webinterface van je NAS. Of ze ook binnenkomen, hangt af van je beveiliging. Een NAS kun je zelf extra beveiligen, bijvoorbeeld met tweestapsverificatie. Maar je kunt toegang óók beperken via Cloudflare zelf. Je kunt bijvoorbeeld regelen dat alleen jij bij de tunnel mag, via een tijdelijke code die je per e-mail ontvangt, of door te verplichten dat je eerst moet inloggen met een specifiek Google-account.

▼ Volgende artikel
Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?
© jipen
Huis

Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?

Twijfel je tussen actieve en passieve luidsprekers? Het verschil zit in de versterker. In dit artikel leggen we uit wat de voor- en nadelen zijn, zodat je precies weet welk systeem het beste klinkt in jouw woonkamer. Geen gedoe, gewoon helder advies.

Als je op zoek bent naar beter geluid, vliegen de termen je om de oren. Het onderscheid tussen actief en passief is misschien wel de belangrijkste technische keuze die je moet maken, maar wordt vaak onnodig ingewikkeld gemaakt. Veel mensen denken dat het puur om geluidskwaliteit gaat, terwijl het vooral draait om gebruiksgemak en apparatuur. Na het lezen van dit stuk weet je precies of je voor alles-in-één gemak moet gaan of voor de vrijheid van losse componenten.

De kern: waar zit de krachtbron?

Het technische verschil is eigenlijk heel simpel: het draait allemaal om de locatie van de versterker. Een luidspreker kan namelijk geen geluid maken zonder stroom en aansturing.

Bij een actieve speaker is de versterker ingebouwd in de behuizing van de luidspreker zelf. Je herkent dat direct aan de achterkant: er zit een stroomkabel aan die het stopcontact in moet, en vaak knoppen voor volume of toonregeling. Je sluit je telefoon, pc of platenspeler direct aan op de speaker.

Bij een passieve speaker zit er géén elektronica in de kast die het geluid versterkt. De speaker heeft geen stekker voor het stopcontact, maar alleen aansluitingen voor luidsprekerdraad. Je hebt altijd een losse versterker of receiver nodig die het signaal krachtig genoeg maakt voordat het naar de speaker gaat. Een veelvoorkomend misverstand is dat 'passief' betekent dat ze slechter of zwakker zijn. Integendeel, de allerduurste hifi-systemen zijn bijna altijd passief.

©jipen

Wanneer is actief de slimste keuze?

Kies voor actief als je houdt van een opgeruimd huis en gebruiksgemak (dit soort speakers zijn meestal plug & play). Omdat de fabrikant de ingebouwde versterker helemaal heeft afgestemd op de luidspreker, ben je verzekerd van een goede match zonder dat je technisch inzicht nodig hebt. Dit is bij uitstek geschikt voor minimalisten die geen losse apparaten of een wirwar aan kabels in de woonkamer willen. Een soundbar is hier het bekendste voorbeeld van; dat is bijna altijd een actieve speaker. Ook voor een werkplek of gaming-setup op een bureau is dit de standaard, omdat je ze direct in je pc plugt zonder tussenkomst van een extra apparaat. Daarnaast zie je deze techniek terug in slimme multiroom-systemen met wifi of bluetooth (zoals die van Sonos), waarmee je direct vanaf je telefoon muziek streamt.

De beperking van alles-in-één

Het grote nadeel van actieve speakers is dat je vastzit aan het totaalpakket. Gaat de versterker in de speaker kapot? Dan doet je hele luidspreker het niet meer, ook al zijn de speaker-units zelf nog prima.

Daarnaast ben je minder flexibel in de toekomst. Bij passieve systemen kun je over vijf jaar besluiten om alleen een nieuwe versterker met de nieuwste streamingfuncties te kopen, terwijl je je geliefde speakers behoudt. Bij een actief systeem moet je bij veroudering van de software of aansluitingen vaak meteen de hele set vervangen. Daarnaast is het uitbreiden van een stereoset naar een volledige thuisbioscoop met actieve speakers vaak lastiger of beperkt tot één specifiek merk.

©Aboltin

Wanneer moet je absoluut niet voor actief kiezen?

Er zijn specifieke situaties waarin je een actief systeem beter links kunt laten liggen. Als je bijvoorbeeld al een prima werkende versterker of receiver hebt staan, is het zonde van je geld om actieve speakers te kopen. Je betaalt dan immers dubbel voor versterking die je niet gebruikt.

Ook als je speakers wilt wegwerken in het plafond of de muur is passief de enige logische route. Je wilt namelijk geen stroompunten bij elke inbouwspeaker aanleggen, en je kunt sowieso niet makkelijk bij de elektronica als er eenmaal iets stuk gaat.

Tot slot kun je in grote ruimtes, zoals een hal of showroom, beter met passief draad werken. Luidsprekerkabels zijn over lange afstanden veel makkelijker te trekken en te verlengen dan de combinatie van stroom- en signaalkabels bij actieve speakers.

Check je kabels en je kastruimte

Om de knoop door te hakken, kijk je eerst goed naar je eigen situatie. Heb je in je tv-meubel ruimte voor een los apparaat van ongeveer 44 cm breed (de standaardmaat voor receivers)? En vind je het leuk om zelf je set samen te stellen? Dan is passief jouw route naar topgeluid op maat.

Heb je daarentegen geen zin in gedoe, wil je met één afstandsbediening klaar zijn en heb je een hekel aan zichtbare apparatuur? Dan is een actief systeem of een actieve set boekenplank-speakers de moderne oplossing die je zoekt.

Kortom: eenvoud versus controle

Het verschil tussen actief en passief is een keuze tussen gemak en flexibiliteit. Actieve speakers bieden een alles-in-één oplossing: stekker erin en spelen, ideaal voor wie weinig ruimte of geduld heeft. Passieve speakers vereisen een losse versterker, maar geven je de vrijheid om je systeem oneindig aan te passen, te repareren en te upgraden. Kijk dus niet alleen naar het geluid, maar vooral naar hoeveel apparaten je in huis wilt halen.