ID.nl logo
Zo krijg je een beter bluetooth-bereik voor Home Assistant
© Mohammad - stock.adobe.com
Huis

Zo krijg je een beter bluetooth-bereik voor Home Assistant

Bluetooth-signalen hebben vaak een beperkt bereik. Dit kun je verbeteren door met ESPHome een zogenoemde bluetooth-proxy te maken van een ESP32-module. Door enkele van deze microcontrollerbordjes strategisch in je huis te plaatsen, vangen ze van alle kanten bluetooth-signalen op en sturen die door naar Home Assistant. Wij leggen uit hoe je dit doet.

In dit artikel laten we je zien hoe je het bluetooth-bereik van apparaten vergroot die je met Home Assistant gebruikt.

  • Activeer de bluetooth-integratie in Home Assistant
  • Installeer de bluetooth-proxy op een ESP32-bordje
  • Verbind de bluetooth-proxy met je wifi-netwerk
  • Test tot slot of het bereik voldoende is

Lees ook: Zo maak je met ESPHome apparaten geschikt voor je smarthome

In Home Assistant kun je communiceren met allerlei apparaten via bluetooth low-energy, wat we vanaf nu kortweg BLE of bluetooth zullen noemen. Het aanbod is divers: alleen al voor temperatuursensoren zijn er tal van fabrikanten, van Xiaomi tot ThermoBeacon en ThermoPro. Deze apparaatjes versturen hun data via bluetooth naar alle ontvangers in de buurt. Verder zijn er ook deursloten, leds en andere apparaten die Home Assistant via bluetooth kan aansturen.

Maar het bereik van bluetooth is beperkt. Als je Raspberry Pi of Linux-server met Home Assistant aan de ene kant van je huis staat, bereik je wellicht niet de bluetooth-apparaten aan het andere uiteinde. Werkt het wel, dan vaak slechts sporadisch of met frequente uitval. De ontwikkelaars van Home Assistant hebben hiervoor een oplossing: een bluetooth-proxy. Dit is een microcontrollerbordje dat speciale firmware draait en bluetooth-signalen opvangt, en die via wifi of ethernet naar Home Assistant doorstuurt. In omgekeerde richting neemt zo’n proxy ook opdrachten van Home Assistant aan via wifi of ethernet, en stuurt deze via bluetooth naar de betreffende apparaten door.

Als je dus op enkele strategische plaatsen in huis een bluetooth-proxy ophangt, verhoog je het bereik van je bluetooth-apparaten.

1 Bluetooth-integratie

Om de bluetooth-integratie in Home Assistant te activeren, klik je in de linkerzijbalk bij Instellingen op Apparaten & diensten. Doorgaans heeft Home Assistant je bluetooth-adapter, zoals de ingebouwde adapter van de Raspberry Pi of een externe usb-adapter, al ontdekt onder het kopje Bluetooth. Klik op Configureren bij de ontdekte integratie om de adapter in te stellen. Je kunt ook altijd rechtsonder op Integratie toevoegen klikken en dan op Bluetooth.

Vanaf dat moment zal je Home Assistant-installatie bluetooth-apparaten in de buurt ook automatisch ontdekken. Het duurt wellicht niet lang voordat je allerlei apparaten in het tabblad Integraties ziet verschijnen met een knopje Configureren om ze aan Home Assistant toe te voegen. Voeg ze zo een voor een toe.

Als je meerdere bluetooth-adapters hebt aangesloten, zal de bluetooth-integratie de data die het van al die adapters ontvangt overigens samenbrengen voor ze naar de apparaatspecifieke integraties worden doorgestuurd.

De bluetooth-integratie van Home Assistant ontdekt automatisch allerlei bluetooth-apparaten in de buurt.

2 ESP32 als bluetooth-proxy

Als je een bluetooth-proxy wilt opzetten, kan dat eenvoudig met elk willekeurig ESP32-ontwikkelbordje. De ESP32-microcontroller heeft namelijk zowel bluetooth als wifi ingebouwd, en is dankzij ESPHome aan te sturen en met Home Assistant te integreren zonder dat hiervoor geavanceerde programmeervaardigheden nodig zijn. Nabu Casa, het bedrijf achter Home Assistant, ontwikkelt ook ESPHome en ze hebben het component Bluetooth Proxy aan ESPHome toegevoegd.

Je hoeft zelfs niet met ESPHome vertrouwd te zijn om hun bluetooth-proxy te gebruiken. Op een pagina met kant-en-klare projecten van ESPHome vind je namelijk een webgebaseerde installer om firmware met een bluetooth-proxy te installeren op enkele types ESP32-ontwikkelbordjes. Dat werkt overigens alleen via Google Chrome of Microsoft Edge.

Installeer ESPHome-firmware met bluetooth-proxy op een ESP32-ontwikkelbordje via je browser.

3 ESPHome installeren

Sluit een ESP32-microcontrollerbordje via usb aan op je computer. Het type bordje maakt niet uit, zolang het maar een standaard ESP32-chip bevat en geen variant zoals de ESP32-C3. We hebben dit getest met de ESP32-DevKitC V4, een officieel ontwikkelbordje van Espressif. Open dan de pagina met kant-en-klare projecten van ESPHome, selecteer Bluetooth proxy en selecteer onderaan Generic ESP32. Mocht je toevallig over een van de twee andere bordjes beschikken, de M5Stack Atom Lite of de Olimex ESP32 Power-over-Ethernet ISO, selecteer die dan.

Klik daarna op de blauwe knop Connect. Je browser toont een lijst met seriële interfaces. Als je maar één microcontroller hebt aangesloten, dan zie je normaal gesproken maar één interface. Onder Windows is dat een COM-poort, onder Linux en macOS een poort als ttyUSB0. Selecteer de juiste poort en klik op Connect. Kies dan Install Bluetooth proxy en bevestig dat je alle data op het apparaatje wilt overschrijven met de nieuwe firmware. Na ongeveer twee minuten staat de firmware op het microcontrollerbordje.

De installatie van de ESPHome-firmware duurt iets van twee minuten.

Driverproblemen Om de firmware op je microcontrollerbordje te installeren, heeft je besturingssysteem drivers nodig voor de chip op het bordje die de omzetting van usb naar seriële poort afhandelt. Linux-distributies beschikken standaard al over drivers voor de meest voorkomende chips. Maar in Windows en macOS moet je die drivers misschien eerst nog installeren. De pagina met kant-en-klare projecten van ESPHome begeleidt je daar gelukkig uitstekend bij. Zodra de webapplicatie merkt dat je geen poort hebt gekozen (bijvoorbeeld omdat er geen te zien zijn door een gebrek aan drivers), stelt het je voor om drivers te downloaden, inclusief downloadlinks voor de meestgebruikte chips. Na de installatie krijg je de poort dan wel in je browser te zien.

4 Bluetooth-proxy integreren

Nadat je de melding Installation complete! te zien krijgt, klik je op Next. Kies nu het wifi-netwerk waarmee je je bluetooth-proxy wilt laten verbinden en vul het bijbehorende wachtwoord in. Let op: de ESP32 ondersteunt alleen 2,4GHz-netwerken. Je 5GHz-netwerken verschijnen dus niet in de lijst. Na een klik op Connect wordt de wifi-verbinding op je bluetooth-proxy geconfigureerd en maakt het apparaatje verbinding met je netwerk.

Je kunt nu vanaf deze webpagina je bluetooth-proxy aan Home Assistant toevoegen. Maar als je de webinterface van je Home Assistant-installatie bezoekt, zul je zien dat er bij de meldingen al een nieuw apparaat is ontdekt. Dit vind je via Instellingen / Apparaten & diensten bij de lijst van ontdekte apparaten, onder de naam Bluetooth Proxy met de laatste zes hexadecimale cijfers van het MAC-adres van de ESP32. Klik op de knop Configureren en bevestig dat je het ESPHome-apparaat wilt toevoegen. Je kunt het optioneel ook aan een ruimte toevoegen. Voltooi tot slot de configuratie.

Voeg de bluetooth-proxy toe aan Home Assistant.

05 Bereik testen

Maar hoe weet je nu of je bluetooth-proxy werkt? Als alles goed gaat, hoef je niets te doen. Home Assistant zou nu meer bluetooth-apparaten moeten ontdekken, omdat het nu niet alleen via de lokale bluetooth-adapter, maar ook via de bluetooth-proxy apparaten ontdekt. Als je de vorige stappen voor een of meer extra ESP32-bordjes herhaalt en deze op verschillende locaties in huis plaatst, dan zul je meer en meer bluetooth-apparaten in Home Assistant kunnen gebruiken.

Je kunt eventueel zelfs je lokale bluetooth-adapter uitschakelen. Klik op de integratie Bluetooth in Instellingen / Apparaten & diensten en klik naast je bluetooth-adapter op de drie verticale bolletjes en dan op Uitschakelen. Bevestig dat je de adapter wilt uitschakelen. Je zult zien dat je bluetooth-apparaten nog altijd bereikbaar zijn voor Home Assistant. De bluetooth-integratie handelt de bluetooth-signalen gewoon af, of die nu via een bluetooth-proxy of een lokale bluetooth-adapter worden ontvangen. En als je een bluetooth-lamp aanstuurt, zoekt de bluetooth-integratie zelf uit wat de beste manier is om de opdracht te versturen.

Stuur bijvoorbeeld een ledstrip aan vanuit Home Assistant via een bluetooth-proxy.

06 Configuratie aanpassen

De kant-en-klare firmware die je op deze manier installeert, is in veel gevallen voldoende. De ESPHome-configuratie hiervan vind je via deze GitHub-pagina. Je kunt natuurlijk ook je eigen ESPHome-configuratie maken. Je zou dan de functionaliteit van een bluetooth-proxy kunnen combineren met andere functies die met ESPHome te realiseren zijn. Let dan wel op dat je geen componenten toevoegt die te veel geheugen verbruiken, zoals de webserver. De betrouwbaarheid van je bluetooth-proxy zal daaronder lijden.

Omdat de radiomodule van de ESP32 zijn tijd moet verdelen tussen wifi en bluetooth, kan de ontvangst van bluetooth-pakketten door je bluetooth-proxy weleens tegenvallen. Een ESP32-bord met ethernet werkt beter. Maar die zijn natuurlijk minder gemakkelijk te vinden en duurder. Als je toch zo’n bordje hebt, kijk dan in de ESPHome-configuratie van de Olimex ESP32 Power-over-Ethernet ISO naar een extra optimalisatie. Deze configuratie stelt de lengte van het scanvenster (de tijd dat de ESP32 naar bluetooth-pakketten luistert) gelijk aan het interval tussen de scanvensters, om zo veel mogelijk bluetooth-pakketten te ontvangen. Dat doe je met de volgende ESPHome-configuratie:

Gebruik deze instelling niet wanneer je wifi gebruikt op een bluetooth-proxy, omdat dit de wifi-verbinding instabiel maakt.

07 Actieve verbindingen

De kant-en-klare bluetooth-proxyfirmware stuurt standaard ook verbindingsaanvragen van Home Assistant naar bluetooth-apparaten door, zoals voor het aansturen van een ledstrip. Maar dit heeft een belangrijke beperking: ESPHome kan maar maximaal drie verbindingen tegelijk open houden. Dat is minder problematisch dan het lijkt. Als Home Assistant een opdracht naar een ledstrip stuurt om de kleur te veranderen, opent die een verbinding, die door de bluetooth-proxy wordt doorgestuurd naar de ledstrip en na de juiste opdracht wordt de verbinding gesloten. Het is pas als een verbinding continu openblijft, dat je snel aan het maximum van drie verbindingen komt die een bluetooth-proxy aankan.

Als je geen verbindingsaanvragen wilt doorsturen, kun je deze functionaliteit ook uitschakelen. Dat doe je met de volgende configuratie:

Betere ontvangst Met verspreide bluetooth-proxy’s kun je het bereik van je bluetooth-apparaten voor Home Assistant vergroten, maar hoe je de bluetooth-proxy’s plaatst maakt ook veel uit. Plaats je ESP32-apparaatjes in het ideale geval minstens drie meter van alles wat ook maar enige interferentie in de 2,4GHz-frequentieband van bluetooth kan veroorzaken. Denk daarbij aan netwerkapparatuur, Raspberry Pi’s of andere computers. Plaats je bluetooth-proxy’s ook wat strategisch in de buurt van de bluetooth-apparaten die je wilt bereiken. Het kan even wat puzzelen zijn, maar het resultaat is een veel betere ontvangst.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.