ID.nl logo
Ontwerp je eigen documenten, boeken en tijdschriften: vormgeven in Word
© C.Castilla - stock.adobe.com
Huis

Ontwerp je eigen documenten, boeken en tijdschriften: vormgeven in Word

In Word een documentje maken met een paar afbeeldingen erin is niet zo moeilijk. Maar een fraaie brochure of clubblad maken? Goed nieuws: dat lijkt misschien ingewikkeld, maar niet als je dit stappenplan van ID.nl volgt!

Wat gaan we doen?

In dit artikel laten we je kennismaken met diverse functies en trucs voor in Word zodat je ook met je vertrouwde tekstverwerker professioneel ogende dtp-publicaties kunt maken. We behandelen onder andere de volgende punten:

Stap 1: Beperkingen 

Laten we beginnen met wat Word op het vlak van desktoppublishing helaas niet in huis heeft. Immers, Word is in de eerste plaats een tekstverwerker en geen dtp-programma zoals Publisher, het gratis Scribus en professionele toepassingen als Adobe InDesign of QuarkXPress. 

De grootste beperkingen zul je ondervinden wanneer je met het eindresultaat naar een professionele drukkerij gaat. Zo’n drukkerij werkt namelijk op basis van CMYK-kleuren, terwijl Word alleen RGB-kleuren ondersteunt. Dit verhoogt het risico dat de afgedrukte kleuren er wellicht anders zullen uitzien dan op een scherm. 

Word mist ook een functie voor een zogenoemde ‘master page’ (een pagina met objecten die je op meerdere pagina’s op een consistente manier wilt zien terugkeren), maar er zijn gelukkig functies waarmee Word hieraan deels tegemoet komt (zie Stap 4). 

Standaard beperkt Word de uitvoerresolutie ook tot 220 dpi, wat voor professionele drukkerijen (te) weinig is. Vind je grafische kwaliteit belangrijk, open dan Bestand in Word en kies Opties / Geavanceerd. Scrol tot bij Grootte en kwaliteit vanafbeelding. Plaats een vinkje bij Afbeeldingen in het bestand niet comprimeren en stel de optie Standaardresolutie in op 330 dpi of zelfs Hoge beeldkwaliteit

Word mag dan geen volbloed dtp-programma zijn, laat dit je niet ontmoedigen. De applicatie bevat heel wat functies die dtp prima mogelijk maken. 

Hetzelfde beeld links in RGB (schermbeeld), midden in CMYK (afgedrukt), rechts (rode kleur geeft de RGB-kleuren aan die CMYK niet exact kon weergeven). 

Stap 02: Papierformaat 

Voor gewone documenten werk je ongetwijfeld het meest met een A4-formaat, maar voor brochures, magazines, clubbladen enzovoort kan dat gerust ook een ander (kleiner) formaat zijn. In dit geval doe je er goed aan eerst de paginagrootte op de beoogde afmetingen af te stemmen. Open hiervoor het tabblad Indeling en kies Formaat in de rubriek Pagina-instelling. Onderin het uitklapmenu klik je op Meer papierformaten en vul je op het tabblad Papier de velden Breedte en Hoogte in. 

Bij veel professionele publicaties worden afbeeldingen vaak tot tegen de papierrand uitgelijnd, zodat je geen witruimte meer hebt tussen de rand van de afbeelding en van het papier. Wil je zo’n effect ook in jouw publicatie, dan stel je het papierformaat het best circa 6 mm ruimer in, zowel in de breedte als in de hoogte. Stel, je beoogt een papierformaat van 18 cm op 13 cm, dan stel je een formaat in van 18,6 cm op 13,6 cm. 

Je stelt het papierformaat zowel horizontaal als verticaal het best zo’n 6 mm groter in. 

Stap 03: Marges 

In ons voorbeeld is het dus de bedoeling dat rondom rond het papier 6 mm wordt bijgeknipt. Voor afbeeldingen die je tot tegen de (afgesneden) papierrand wilt laten komen, stel je je dan aan elke zijde een marge van circa 3 mm in. Objecten die je tot tegen deze marge laat komen zullen dan uiteindelijk zo’n 3 mm worden afgeknipt (6 mm - 3 mm = 3 mm). Deze marges worden ook wel snijmarges, afloop of in het Engels ‘bleed’ genoemd. 

Je configureert dit als volgt in Word. Ga naar Indeling en selecteer Marges /Aangepaste marges. Bij zowel Boven, Onder, Links als Rechts vul je telkens 0,3 cm in. Bevestig met OK

Natuurlijk wil je tekst of afbeeldingen zoals logo’s niet afknippen! Let er dus dat je een veiligheidsmarge van circa 5 mm aanhoudt tussen deze elementen en de snijmarge. Eén manier is om hiervoor tabstops in te stellen. Open het tabblad Start en klik op het pijlknopje rechts onder bij Alinea. Op het tabblad Inspringingenen afstand klik je op Tabs en tik je 0,5 cm in bij Tabpositie. Bevestig met Instellen en met OK. Bij het begin van een regel druk je dan één keer op de Tab-toets zodat je 5 mm (voorbij de snijmarge) inspringt voor je tekst. 

Het nadeel van een tabstop is dat-ie alleen werkt op die ene plek waar je hem hebt ingesteld (op één regel). Prima voor een kop, maar niet handig voor een langere tekst. Dan kun je beter de functie Inspringen gebruiken. Ga wederom naar het tabblad Inspringingenen afstand en stel die veiligheidsmarge van 0,5 cm in achter de opties Links en (eventueel) Rechts onder Inspringen

Je werkt het best met snijmarges en je voorziet ook een ‘veiligheidsmarge’ (via tabs of inspringen). 

Stap 04: Thema’s en stijlen 

Van een clubblad wil je natuurlijk meerdere edities publiceren en sommige onderdelen, zoals een logo of de opbouw van de cover wil je zo consistent mogelijk houden. De beste garantie voor een consistente huisstijl en design bereik je in Word met thema’s, stijlen en sjablonen. Beginnen we met thema’s en stijlen. 

Open het tabblad Ontwerpen en klik links op Thema’s. Hier kun je een thema selecteren dat goed aansluit bij het beoogde ontwerp. Ga naar het tabblad Start en klik op het pijlknopje rechts onder bij de rubriek Stijlen (of druk op Ctrl+Alt+Shift+S) om de stijlen in het deelvenster Stijlen te zien die bij dit thema horen. Vervolgens selecteer je een stuk tekst en kies je een passende stijl. 

Uiteraard kun je een stijl ook zelf aanpassen. Klik met rechts op een stijl in het deelvenster Stijlen en kies Wijzigen. Voer alle gewenste aanpassingen door en bevestig met OK. Houd er rekening mee dat alle tekstfragmenten waarop je eerder in dit document al deze stijl had toegepast nu automatisch worden aangepast. Een eigen stijl maken kan ook. Klik onderaan het deelvenster Stijlen op de knop Nieuwe stijl en laat je creativiteit de vrije loop. Zie in dit dialoogvenster de knop Opmaak niet over het hoofd, want ook hiermee kun je allerlei fraaie effecten instellen. Geef je stijl een naam en bevestig met OK

Thema’s en stijlen maken het makkelijker een consistente (huis)stijl aan te houden. 

Stap 05: Sjablonen 

Mede op basis van een thema en stijlen kun je ook een pagina samenstellen waarin je bijvoorbeeld al een (rubriek)titel, enkele tekstvakken (zie stappen 6 tot 9) en andere onderdelen toevoegt die je ook voor volgende edities kunt gebruiken. Je kunt zo’n pagina dan als een sjabloon bewaren en dat oproepen wanneer je het nodig hebt. 

Je bewaart zo’n sjabloondocument als volgt: kies Bestand / Opslaanals en in het uitklapmenu bij Opslaan als selecteer je Word-sjabloon (*.dotx). Voor je sjablonen laat je bij voorkeur de voorgestelde opslaglocatie staan (standaard C:\Users\<accountnaam>\Documents\Aangepaste Office-sjablonen). 

Om het sjabloon op te roepen, ga je naar Bestand / Nieuw, open je hier de rubriek Privé en selecteer je het gewenste exemplaar. 

Maak een leeg basisontwerp voor je publicatie en bewaar die als sjabloon. 

Stap 06: Tekstvakken 

Tekstvakken zijn een van de handigste functies bij het vormgeven in Word. Laat de naam je trouwens niet van de wijs brengen: in zo’n tekstvak kun je bijvoorbeeld ook afbeeldingen en andere objecten kwijt. 

Je maakt zo’n tekstvak als volgt: open het tabblad Invoegen en klik in de rubriek Tekst op Tekstvak. Er zijn tientallen ontwerpen beschikbaar, maar via Tekstvak maken kun je ook je eigen tekstvak in je document tekenen. Om het tekstvak optimaal te positioneren, schakel je op het tabblad Beeld (tijdelijk) de opties Linialen en Rasterlijnen in. 

Wanneer je een tekstvak selecteert en het tabblad Vormindeling opent of op het tekstvak dubbelklikt, kun je rechtsboven de afmetingen aflezen en hier meteen ook aanpassen. Experimenteer op dit tabblad zeker ook met opties als Vormopvulling, Vormcontour, Vormeffecten en Tekstrichting. Met deze laatste kun je tekst bijvoorbeeld makkelijk roteren. 

Tekst invoeren kan simpelweg door in het tekstvak te dubbelklikken. Om een en ander te testen, kun je tijdelijk ook met neptekst werken. Tik bijvoorbeeld maar eens =rand(3,5) in zo’n tekstvak: je zal zien dat het tekstvak nu wordt opgevuld met (promotionele) tekst in 3 alinea’s van elk 5 tekstregels. 

Tekstvakken zijn uitermate handig bij het vormgeven van een (creatieve) publicatie. 

Stap 07: Koppeling 

Je hebt vast al gemerkt dat bij veel publicaties een tekst begint in het ene kader en dan mooi overloopt naar een ander kader. Je kunt zoiets handmatig bepalen, maar zodra je de tekst wat aanpast of een andere lettergrootte instelt, raakt die tekstdoorloop verminkt. 

Om dit te vermijden, zorg je voor een automatische (overloop)koppeling tussen je tekstvakken. We gaan ervan uit dat je de nodige tekstvakken al hebt geplaatst. Vul nu het eerste tekstkader met alle tekst. Selecteer dit tekstkader, ga naar Vormgeving en klik in de rubriek Tekst op Koppelen. Je tekstcursor wordt nu een icoon met een maatbeker. Klik hiermee in het volgende tekstvak om de overtollige tekst automatisch naar dit tweede tekstvak te laten doorlopen. Als het nodig is, kun je dit herhalen voor een derde, vierde tekstvak enzovoort. Word zorgt er nu voor dat de doorloop intact blijft, ook wanneer je de tekst of het lettertype aanpast. Via de optie Koppeling verbreken kun je de automatische doorloop trouwens altijd weer stopzetten. 

Koppel je tekstkaders om de tekst automatisch te laten doorlopen. 

Stap 08: Positionering 

Zodra je een tekstvak selecteert, verschijnen de nodige handgrepen waarmee je het vak kunt verplaatsen, schalen en zelfs roteren. De inhoud past zich automatisch aan. Wil je een speciaal effect, dan kun je tekstvakken bijvoorbeeld ook deels laten overlappen. Klik een tekstvak met de rechtermuisknop aan, klik op het pijltje bij Naar voorgrond of Naarachtergrond en vervolgens (bijvoorbeeld) Naar voren of Naar achteren

Om ervoor te zorgen dat tekstvakken onderling mooi worden uitgelijnd, selecteer je de betreffende tekstvakken (met ingedrukte Ctrl-toets) en kies je bij Vormindeling de optie Uitlijnen in de rubriek Rangschikken. Plaats bij voorkeur een vinkje bij Hulplijnen vooruitlijning gebruiken of bij Rasterlijnen weergeven (via # Rasterinstellingen bepaal je zelf de rastergrootte) en selecteer een van de beschikbare uitlijningsopties, zoals Uitlijnen op marge / Boven uitlijnen

Heb je meerdere tekstvakken onderling perfect uitgelijnd, dan kun je die ook als een onverbrekelijk geheel laten beschouwen. Selecteer dan deze tekstvakken en kies bij Vormindeling de optie Groeperen / Groeperen. Nu komt automatisch ook de optie Groeperen opheffen beschikbaar. 

Je kunt ook de onderlinge positie van je tekstvakken nauwkeurig bepalen. 

Stap 09: Verankering 

Je hebt inmiddels gemerkt dat er een anker-icoon verschijnt wanneer je een tekstvak selecteert. Dit betekent dat het om een zwevend object gaat dat zich als het ware boven de normale tekstlaag bevindt: kijk maar wat er gebeurt wanneer je zo’n tekstvak over je reguliere tekst verplaatst. 

Is het anker-icoon niet zichtbaar, open dan Bestand / Opties /Weergave en zet een vinkje bij Objectankers. Je zult ook merken wanneer je bijvoorbeeld extra tekst invoegt na dit ankerpunt, dan zal de positie van het betreffende tekstvak ongewijzigd blijven. Voeg je tekst voor dit ankerpunt toe, dan zal het tekstvak doorgaans wel mee verschuiven. Je kunt zo’n ankerpunt ook zelf verplaatsen met de muis. 

Om ervoor te zorgen dat een tekstvak onwrikbaar op dezelfde plaats in je document blijft, klik je met rechts op het geselecteerde tekstvak, selecteer je Meer indelingsopties en haal je op het tabblad Positie het vinkje weg bij Object met tekstverplaatsen. Of je kiest Anker vergrendelen als je wilt dat het tekstvak zich altijd op dezelfde pagina bevindt als het bijbehorende objectanker. Merk op dat je hier ook de exacte locatie van het tekstvak kunt ingeven. 

Ook de positie van het tekstvak tegenover je documenttekst is instelbaar. 

Stap 10: Secties 

Je merkt dus dat er heel wat creatieve mogelijkheden zijn met tekstvakken, maar je kunt hiermee wellicht niet de volledige lay-out van je publicatie optimaal regelen. Stel, je wilt regelnummers bij slechts een deel van de pagina of je wilt dit een andere afdrukstand geven. In dit geval werk je beter met secties. 

Positioneer je tekstcursor tot net voor het tekstfragment. Ga naar het tabblad Indeling en kies Eindemarkeringen / Doorlopend. Herhaal dit net na het einde van je tekstfragment. Klik ergens in het fragment, open opnieuw Indeling en kies Regelnummers / Doorlopend. Met Regelnummeropties kun je de regelnummering verder optimaliseren. Om dit fragment (weliswaar op een afzonderlijke pagina) in een liggende stand te plaatsen, kies je Indeling / Afdrukstand / Liggend

De achterliggende sectiecodes kun je altijd bekijken via het tabblad Start waar je in de rubriek Alinea op het knopje Alles weergeven drukt. 

Met secties kun je een fragment makkelijker een afwijkende lay-out geven. 

Stap 11: Grafische extra’s 

Word heeft als tekstverwerker best veel grafische functies aan boord. We vermelden hier enkele leuke opties, zoals de mogelijkheid om tekst op een bepaalde manier rond een object, bijvoorbeeld een tekstvak of een afbeelding, te laten lopen. Selecteer hiervoor het object, ga naar Vormindeling of Afbeeldingsindeling, kies Tekstterugloop en kies een van de talrijke terugloopmogelijkheden, zoals Achter tekst, Vierkant of Teruglooppuntenbewerken. Bij deze laatste kun je zelf punten maken en verplaatsen langs je objecten, waarna de tekst netjes langs deze punten zal lopen. Dit heeft eigenlijk alleen maar zin bij afbeeldingen met een onregelmatige vorm. Gaat het om een rechthoekige afbeelding, dan kun je vanuit Word eventueel wel eerst de achtergrond van het plaatje verwijderen: kies Afbeeldingsindeling / Achtergrond verwijderen

Er zijn nog enkele leuke grafische blikvangers. Wat dacht je bijvoorbeeld van een decoratieve initiaal? Selecteer een alinea, ga naar Invoegen en selecteer in de rubriek Tekst de optie Decoratieve Initiaal. Vervolgens selecteer je In tekst of In marge en optimaliseer je het effect met Opties voor decoratieve initialen

Laat je gerust ook inspireren door enkele mogelijkheden op het tabblad Invoegen, zoals Vormen, 3D-modellen en (vooral ook) SmartArt. Je clubblad of brochure zal er in elk geval niet saai uitzien! 

Achtergrond verwijderen en teruglooppunten bewerken. 

Stap 12: Pdf 

Druk je je ontwerp op een eigen printer af, dan kun je dit rechtstreeks doen vanaf je docx-document. Is het de bedoeling het resultaat aan een professionele drukker te bezorgen, dan bewaar je dit beter als pdf-document. Dit kun je in principe vanuit Word doen, via Bestand / Exporteren / PDF of XPS maken. Laat zeker de optie Standaard(online publiceren en afdrukken) geselecteerd. Klik ook even op Opties en plaats een vinkje bij Optimaliseren voor afbeelding kwaliteit. Eventueel zet je ook een vinkje bij Bitmaptekst, als lettertypen niet mogen worden ingesloten. Dit zorgt ervoor dat Word geen (lelijke) vervangfonts gaat gebruiken voor fonts die niet op het doelapparaat beschikbaar zijn, maar bitmapfiguren van die letters maakt. Besef wel dat deze zich minder mooi laten schalen. 

Zelfs met alle opties optimaal ingesteld (zie ook stap 1), ondervonden we dat de pdf-conversie vanuit Word wat betreft de grafische kwaliteit vaak niet optimaal verloopt. Je krijgt wellicht betere resultaten met een externe pdf-conversietool, van docx naar pdf in dit geval. Wij behaalden doorgaans iets betere resultaten met bijvoorbeeld de gratis online converter van Adobe Acrobat. Experimenteer gerust zelf ook met andere tools, zoom goed op het eindresultaat in en vergelijk de resultaten. 

De ene pdf-converter kan grafisch net iets beter zijn dan de andere. 

Om Word te kunnen gebruiken heb je een licentie voor Microsoft Office nodig. Dit komt met een bijbehorend abonnement, waarbij ook andere programma's als Excel, PowerPoint, OneNote en Outlook gekoppeld zitten. Wil je liever niet vastzitten aan maandelijkse kosten of gekoppelde apps op je pc, dan kun je ook kiezen voor alternatieven als Google Drive of LibreOffice.

▼ Volgende artikel
Vuurwerk fotograferen met je smartphone: zo krijg je de mooiste foto's
© ID.nl
Huis

Vuurwerk fotograferen met je smartphone: zo krijg je de mooiste foto's

De jaarwisseling 2025/2026 is het laatste keer dat we zelf vuurwerk mogen afsteken. Reken maar dat er dus heel wat siervuurwerk de lucht in gaat op oudejaarsavond! Natuurlijk wil je daar foto's van maken, maar het blijft lastig om dit spektakel goed vast te leggen met een telefoon. Vaak eindig je met bewogen strepen of een overbelichte waas op je scherm. Met de juiste voorbereiding en instellingen maak je dit jaar foto's die wél de moeite waard zijn om te bewaren.

In dit artikel

Vuurwerk fotograferen met je smartphone vraagt om een goede voorbereiding en de juiste instellingen. Je leest hoe je je telefoon stabiel houdt, waarom een schone lens verschil maakt en welke instellingen helpen om lichtsporen scherp vast te leggen. Ook leggen we uit hoe Live Photos op de iPhone en de Pro-modus op Android werken, en waar je op let bij timing en compositie voor een sterker eindresultaat. 

Lees ook: Betere foto's met je smartphone? 5 fouten die je nooit moet maken! (Plus: de beste camera-smartphones 2025)

Begin met een schone lens door er even een microvezeldoekje overheen te halen. Vette vingers veroorzaken namelijk vlekken waardoor het felle licht van het vuurwerk minder goed wordt vastgelegd. Controleer daarnaast of je nog voldoende opslagruimte vrij hebt op je toestel. Omdat je waarschijnlijk veel beelden achter elkaar schiet, loopt je geheugen sneller vol dan je denkt. Vergeet ook niet om je batterij volledig op te laden, want als het koud is, gaat de accu van je smartphone sneller leeg.  

Stabiliteit voor scherpe beelden

Lichtflitsen in het donker fotograferen vraagt om een langere sluitertijd. Hierdoor is elke kleine beweging van je handen direct zichtbaar als een onscherpe vlek. Gebruik bij voorkeur een klein statief of een smartphonehouder om je toestel stil te houden. Heb je die niet bij de hand? Leun dan tegen een muur of lantaarnpaal en houd je smartphone met beide handen stevig vast. Gebruik in geen geval de digitale zoom. Dit verlaagt de kwaliteit van je foto aanzienlijk en maakt de korreligheid alleen maar erger.

©ID.nl

Lichtsporen vastleggen met iPhone

Heb je een iPhone, dan is de functie Live Photos je beste vriend tijdens de jaarwisseling. Zorg dat het ronde icoontje voor Live Photos bovenin je camera-app geel gekleurd is. Nadat je de foto hebt gemaakt, open je deze in de Foto's-app. Tik linksboven op het woordje 'Live' en kies uit het menu voor 'Lange belichting'. Je telefoon voegt dan alle beelden uit de opname samen tot één foto. Hierdoor veranderen de losse lichtpuntjes in vloeiende, lichtgevende banen tegen een donkere lucht. Gebruik hierbij bij voorkeur een statief of zet je iPhone ergens stabiel neer. Wanneer je namelijk los uit de hand fotografeert, worden de bewegingen die je zelf maakt ook meegenomen, en dat kan zorgen voor een wazig eindresultaat.

De Pro-modus op Android gebruiken

Veel Android-telefoons hebben een Pro-modus waarmee je handmatig de sluitertijd aanpast. Open deze stand in je camera-app en zoek naar de letter 'S' (Sluitertijd). Voor vuurwerk werkt een sluitertijd tussen de twee en vier seconden vaak het best. Houd de ISO-waarde laag, bijvoorbeeld op 100, om ruis in de donkere delen te voorkomen. Omdat de sluiter nu langer openstaat, is een statief echt een vereiste. Je krijgt dan de bekende foto's waarbij je de hele weg van de vuurpijl als een lichtspoor ziet.

Timing en compositie bepalen

Het moment waarop je afdrukt is bepalend voor het eindresultaat. Werk je met een normale sluitertijd, dan is de burst-modus handig: houd de ontspanknop ingedrukt wanneer een pijl de lucht in gaat. Zo leg je de hele explosie vast en kies je achteraf de mooiste foto uit de reeks. Denk ook na over de compositie van je beeld. Een foto van alleen de lucht is vaak wat kaal. Probeer elementen uit de omgeving mee te nemen, zoals silhouetten van gebouwen of bomen. Dit geeft context en maakt het plaatje een stuk interessanter.

🎆 Snelle checklist 🎆

Wat?Hoe?
StatiefGebruik een stabiele ondergrond of een houder
FlitserSchakel deze functie handmatig uit
FocusVergrendel de scherpte op de plek van de explosie
BelichtingVerlaag de helderheid voor diepere kleuren
ZoomBlijf op de standaardstand staan voor maximale scherpte
ModusGebruik de burst-functie voor een reeks opnames
▼ Volgende artikel
Oliebollen bakken in de airfryer, kan dat?
© sara_winter - stock.adobe.com
Huis

Oliebollen bakken in de airfryer, kan dat?

De geur van versgebakken oliebollen hoort bij december. Toch ziet niet iedereen het zitten om met een pan heet vet aan de slag te gaan. Oliebakken in de airfryer lijkt dan een aantrekkelijk alternatief: minder luchtjes en ook nog eens minder vet. Maar levert bakken in een airfryer dezelfde oliebol op, of moet je toch de frituurpan uit het vet halen?

In dit artikel

Je leest waarom je geen klassieke oliebollen kunt bakken in een airfryer en wat daar technisch misgaat. Ook leggen we uit wat je wel voor oudjaarsalternatief kunt maken met de airfryer én hoe je de airfryer slim gebruikt om gekochte oliebollen weer knapperig en warm te maken.

Lees ook: Ontdek de minder bekende functies van je airfryer

Oliebollen bakken in de airfryer, kan dat? Het korte antwoord is duidelijk: nee, een traditionele oliebol bak je niet in een airfryer. Klassiek oliebollenbeslag is vloeibaar en heeft direct contact met hete olie nodig om zijn vorm en structuur te krijgen. Een airfryer is in de basis een compacte heteluchtoven. Zonder een bad van hete olie kan het beslag niet snel genoeg stollen. Wie het toch probeert, ziet het deeg door het mandje zakken of uitlopen tot een platte, taaie schijf. Dat ligt niet aan het recept, maar aan de techniek.

Waarom hete olie onmisbaar is

Zodra je het beslag van de oliebol in de hete olie van de frituurpan schept, ontstaat er vrijwel direct een korstje om de buitenkant. Binnen in de bol ontstaat stoom, waardoor de bol uitzet en luchtig wordt. Die combinatie van afsluiten en opblazen zorgt voor de typische oliebolstructuur. In een airfryer ontbreekt die directe warmteoverdracht. Hete lucht is simpelweg minder krachtig dan hete olie. Zonder direct contact met heet vet kan het beslag niet snel genoeg stollen. Daardoor blijft een echte oliebol uit de airfryer onmogelijk.

©Gegenereerd door AI

Wat wel kan: kwarkbollen uit de airfryer

Wie toch iets zelf wil maken in de airfryer, moet het klassieke oliebollenbeslag loslaten. Met een steviger beslag, bijvoorbeeld op basis van kwark, kun je ballen vormen die hun vorm behouden. Deze bollen garen prima in de hete lucht en krijgen een mooie bruine buitenkant. De uitkomst lijkt qua vorm op een oliebol, maar de structuur is compacter en de smaak meer broodachtig. Denk aan iets tussen een zoet broodje en een scone. Lekker, lichter en prima als alternatief, maar: het is geen oliebol zoals je die van de kraam kent.

Kwarkbollen uit de airfryer

Meng 250 gram volle kwark met 1 ei en 50 gram suiker tot een glad mengsel. Voeg vervolgens 300 gram zelfrijzend bakmeel toe, samen met een snuf zout. Meng alles kort tot een samenhangend deeg. Het deeg moet stevig zijn en nauwelijks plakken. Is het te nat, voeg dan een beetje extra bakmeel toe. Wie wil, kan rozijnen, stukjes appel of wat citroenrasp door het deeg mengen.

Bestuif je handen licht met bloem en draai ballen ter grootte van een kleine mandarijn. Leg ze met wat ruimte ertussen in het mandje van de airfryer, eventueel op een stukje bakpapier. Bak de bollen in ongeveer 12 tot 15 minuten op 180 graden. Halverwege kun je ze voorzichtig keren zodat ze gelijkmatig bruin worden.

Laat de bollen kort afkoelen en bestuif ze eventueel met poedersuiker. Vers zijn ze het lekkerst, maar ook lauw blijven ze prima eetbaar.

Wat ook goed kan: oliebollen opwarmen in de airfryer

Waar de airfryer wel echt tot zijn recht komt, is bij het opwarmen van gekochte oliebollen. In de magnetron worden ze snel slap en taai. In de airfryer gebeurt het tegenovergestelde. Door de bollen een paar minuten op ongeveer 180 graden te verwarmen, wordt de korst weer knapperig en warmt de binnenkant gelijkmatig op. Je oliebollen smaken weer alsof je ze net gebakken (of gehaald) hebt!

Samenvatting

Wil je de échte oliebol, dan heb je twee opties: zelf bakken in een frituurpan of halen bij de kraam. Bakken in de airfryer kan niet, omdat vloeibaar beslag niet geschikt is voor hete lucht. Je kunt bijvoorbeeld wel kwarkbollen maken, maar dat is toch anders. De grootste winst zit in het opwarmen van kant-en-klare oliebollen: in de airfryer gaat dat snel, ze worden heerlijk knapperig en je hebt geen last van frituurlucht in huis.


Nog even niet aan denken...

...maar voor 1 januari, je goede voornemens

🎆 Vuurwerk op je Galaxy Smartphone? 👇

View post on TikTok