ID.nl logo
Ontwerp je eigen documenten, boeken en tijdschriften: vormgeven in Word
© C.Castilla - stock.adobe.com
Huis

Ontwerp je eigen documenten, boeken en tijdschriften: vormgeven in Word

In Word een documentje maken met een paar afbeeldingen erin is niet zo moeilijk. Maar een fraaie brochure of clubblad maken? Goed nieuws: dat lijkt misschien ingewikkeld, maar niet als je dit stappenplan van ID.nl volgt!

Wat gaan we doen?

In dit artikel laten we je kennismaken met diverse functies en trucs voor in Word zodat je ook met je vertrouwde tekstverwerker professioneel ogende dtp-publicaties kunt maken. We behandelen onder andere de volgende punten:

Stap 1: Beperkingen 

Laten we beginnen met wat Word op het vlak van desktoppublishing helaas niet in huis heeft. Immers, Word is in de eerste plaats een tekstverwerker en geen dtp-programma zoals Publisher, het gratis Scribus en professionele toepassingen als Adobe InDesign of QuarkXPress. 

De grootste beperkingen zul je ondervinden wanneer je met het eindresultaat naar een professionele drukkerij gaat. Zo’n drukkerij werkt namelijk op basis van CMYK-kleuren, terwijl Word alleen RGB-kleuren ondersteunt. Dit verhoogt het risico dat de afgedrukte kleuren er wellicht anders zullen uitzien dan op een scherm. 

Word mist ook een functie voor een zogenoemde ‘master page’ (een pagina met objecten die je op meerdere pagina’s op een consistente manier wilt zien terugkeren), maar er zijn gelukkig functies waarmee Word hieraan deels tegemoet komt (zie Stap 4). 

Standaard beperkt Word de uitvoerresolutie ook tot 220 dpi, wat voor professionele drukkerijen (te) weinig is. Vind je grafische kwaliteit belangrijk, open dan Bestand in Word en kies Opties / Geavanceerd. Scrol tot bij Grootte en kwaliteit vanafbeelding. Plaats een vinkje bij Afbeeldingen in het bestand niet comprimeren en stel de optie Standaardresolutie in op 330 dpi of zelfs Hoge beeldkwaliteit

Word mag dan geen volbloed dtp-programma zijn, laat dit je niet ontmoedigen. De applicatie bevat heel wat functies die dtp prima mogelijk maken. 

Hetzelfde beeld links in RGB (schermbeeld), midden in CMYK (afgedrukt), rechts (rode kleur geeft de RGB-kleuren aan die CMYK niet exact kon weergeven). 

Stap 02: Papierformaat 

Voor gewone documenten werk je ongetwijfeld het meest met een A4-formaat, maar voor brochures, magazines, clubbladen enzovoort kan dat gerust ook een ander (kleiner) formaat zijn. In dit geval doe je er goed aan eerst de paginagrootte op de beoogde afmetingen af te stemmen. Open hiervoor het tabblad Indeling en kies Formaat in de rubriek Pagina-instelling. Onderin het uitklapmenu klik je op Meer papierformaten en vul je op het tabblad Papier de velden Breedte en Hoogte in. 

Bij veel professionele publicaties worden afbeeldingen vaak tot tegen de papierrand uitgelijnd, zodat je geen witruimte meer hebt tussen de rand van de afbeelding en van het papier. Wil je zo’n effect ook in jouw publicatie, dan stel je het papierformaat het best circa 6 mm ruimer in, zowel in de breedte als in de hoogte. Stel, je beoogt een papierformaat van 18 cm op 13 cm, dan stel je een formaat in van 18,6 cm op 13,6 cm. 

Je stelt het papierformaat zowel horizontaal als verticaal het best zo’n 6 mm groter in. 

Stap 03: Marges 

In ons voorbeeld is het dus de bedoeling dat rondom rond het papier 6 mm wordt bijgeknipt. Voor afbeeldingen die je tot tegen de (afgesneden) papierrand wilt laten komen, stel je je dan aan elke zijde een marge van circa 3 mm in. Objecten die je tot tegen deze marge laat komen zullen dan uiteindelijk zo’n 3 mm worden afgeknipt (6 mm - 3 mm = 3 mm). Deze marges worden ook wel snijmarges, afloop of in het Engels ‘bleed’ genoemd. 

Je configureert dit als volgt in Word. Ga naar Indeling en selecteer Marges /Aangepaste marges. Bij zowel Boven, Onder, Links als Rechts vul je telkens 0,3 cm in. Bevestig met OK

Natuurlijk wil je tekst of afbeeldingen zoals logo’s niet afknippen! Let er dus dat je een veiligheidsmarge van circa 5 mm aanhoudt tussen deze elementen en de snijmarge. Eén manier is om hiervoor tabstops in te stellen. Open het tabblad Start en klik op het pijlknopje rechts onder bij Alinea. Op het tabblad Inspringingenen afstand klik je op Tabs en tik je 0,5 cm in bij Tabpositie. Bevestig met Instellen en met OK. Bij het begin van een regel druk je dan één keer op de Tab-toets zodat je 5 mm (voorbij de snijmarge) inspringt voor je tekst. 

Het nadeel van een tabstop is dat-ie alleen werkt op die ene plek waar je hem hebt ingesteld (op één regel). Prima voor een kop, maar niet handig voor een langere tekst. Dan kun je beter de functie Inspringen gebruiken. Ga wederom naar het tabblad Inspringingenen afstand en stel die veiligheidsmarge van 0,5 cm in achter de opties Links en (eventueel) Rechts onder Inspringen

Je werkt het best met snijmarges en je voorziet ook een ‘veiligheidsmarge’ (via tabs of inspringen). 

Stap 04: Thema’s en stijlen 

Van een clubblad wil je natuurlijk meerdere edities publiceren en sommige onderdelen, zoals een logo of de opbouw van de cover wil je zo consistent mogelijk houden. De beste garantie voor een consistente huisstijl en design bereik je in Word met thema’s, stijlen en sjablonen. Beginnen we met thema’s en stijlen. 

Open het tabblad Ontwerpen en klik links op Thema’s. Hier kun je een thema selecteren dat goed aansluit bij het beoogde ontwerp. Ga naar het tabblad Start en klik op het pijlknopje rechts onder bij de rubriek Stijlen (of druk op Ctrl+Alt+Shift+S) om de stijlen in het deelvenster Stijlen te zien die bij dit thema horen. Vervolgens selecteer je een stuk tekst en kies je een passende stijl. 

Uiteraard kun je een stijl ook zelf aanpassen. Klik met rechts op een stijl in het deelvenster Stijlen en kies Wijzigen. Voer alle gewenste aanpassingen door en bevestig met OK. Houd er rekening mee dat alle tekstfragmenten waarop je eerder in dit document al deze stijl had toegepast nu automatisch worden aangepast. Een eigen stijl maken kan ook. Klik onderaan het deelvenster Stijlen op de knop Nieuwe stijl en laat je creativiteit de vrije loop. Zie in dit dialoogvenster de knop Opmaak niet over het hoofd, want ook hiermee kun je allerlei fraaie effecten instellen. Geef je stijl een naam en bevestig met OK

Thema’s en stijlen maken het makkelijker een consistente (huis)stijl aan te houden. 

Stap 05: Sjablonen 

Mede op basis van een thema en stijlen kun je ook een pagina samenstellen waarin je bijvoorbeeld al een (rubriek)titel, enkele tekstvakken (zie stappen 6 tot 9) en andere onderdelen toevoegt die je ook voor volgende edities kunt gebruiken. Je kunt zo’n pagina dan als een sjabloon bewaren en dat oproepen wanneer je het nodig hebt. 

Je bewaart zo’n sjabloondocument als volgt: kies Bestand / Opslaanals en in het uitklapmenu bij Opslaan als selecteer je Word-sjabloon (*.dotx). Voor je sjablonen laat je bij voorkeur de voorgestelde opslaglocatie staan (standaard C:\Users\<accountnaam>\Documents\Aangepaste Office-sjablonen). 

Om het sjabloon op te roepen, ga je naar Bestand / Nieuw, open je hier de rubriek Privé en selecteer je het gewenste exemplaar. 

Maak een leeg basisontwerp voor je publicatie en bewaar die als sjabloon. 

Stap 06: Tekstvakken 

Tekstvakken zijn een van de handigste functies bij het vormgeven in Word. Laat de naam je trouwens niet van de wijs brengen: in zo’n tekstvak kun je bijvoorbeeld ook afbeeldingen en andere objecten kwijt. 

Je maakt zo’n tekstvak als volgt: open het tabblad Invoegen en klik in de rubriek Tekst op Tekstvak. Er zijn tientallen ontwerpen beschikbaar, maar via Tekstvak maken kun je ook je eigen tekstvak in je document tekenen. Om het tekstvak optimaal te positioneren, schakel je op het tabblad Beeld (tijdelijk) de opties Linialen en Rasterlijnen in. 

Wanneer je een tekstvak selecteert en het tabblad Vormindeling opent of op het tekstvak dubbelklikt, kun je rechtsboven de afmetingen aflezen en hier meteen ook aanpassen. Experimenteer op dit tabblad zeker ook met opties als Vormopvulling, Vormcontour, Vormeffecten en Tekstrichting. Met deze laatste kun je tekst bijvoorbeeld makkelijk roteren. 

Tekst invoeren kan simpelweg door in het tekstvak te dubbelklikken. Om een en ander te testen, kun je tijdelijk ook met neptekst werken. Tik bijvoorbeeld maar eens =rand(3,5) in zo’n tekstvak: je zal zien dat het tekstvak nu wordt opgevuld met (promotionele) tekst in 3 alinea’s van elk 5 tekstregels. 

Tekstvakken zijn uitermate handig bij het vormgeven van een (creatieve) publicatie. 

Stap 07: Koppeling 

Je hebt vast al gemerkt dat bij veel publicaties een tekst begint in het ene kader en dan mooi overloopt naar een ander kader. Je kunt zoiets handmatig bepalen, maar zodra je de tekst wat aanpast of een andere lettergrootte instelt, raakt die tekstdoorloop verminkt. 

Om dit te vermijden, zorg je voor een automatische (overloop)koppeling tussen je tekstvakken. We gaan ervan uit dat je de nodige tekstvakken al hebt geplaatst. Vul nu het eerste tekstkader met alle tekst. Selecteer dit tekstkader, ga naar Vormgeving en klik in de rubriek Tekst op Koppelen. Je tekstcursor wordt nu een icoon met een maatbeker. Klik hiermee in het volgende tekstvak om de overtollige tekst automatisch naar dit tweede tekstvak te laten doorlopen. Als het nodig is, kun je dit herhalen voor een derde, vierde tekstvak enzovoort. Word zorgt er nu voor dat de doorloop intact blijft, ook wanneer je de tekst of het lettertype aanpast. Via de optie Koppeling verbreken kun je de automatische doorloop trouwens altijd weer stopzetten. 

Koppel je tekstkaders om de tekst automatisch te laten doorlopen. 

Stap 08: Positionering 

Zodra je een tekstvak selecteert, verschijnen de nodige handgrepen waarmee je het vak kunt verplaatsen, schalen en zelfs roteren. De inhoud past zich automatisch aan. Wil je een speciaal effect, dan kun je tekstvakken bijvoorbeeld ook deels laten overlappen. Klik een tekstvak met de rechtermuisknop aan, klik op het pijltje bij Naar voorgrond of Naarachtergrond en vervolgens (bijvoorbeeld) Naar voren of Naar achteren

Om ervoor te zorgen dat tekstvakken onderling mooi worden uitgelijnd, selecteer je de betreffende tekstvakken (met ingedrukte Ctrl-toets) en kies je bij Vormindeling de optie Uitlijnen in de rubriek Rangschikken. Plaats bij voorkeur een vinkje bij Hulplijnen vooruitlijning gebruiken of bij Rasterlijnen weergeven (via # Rasterinstellingen bepaal je zelf de rastergrootte) en selecteer een van de beschikbare uitlijningsopties, zoals Uitlijnen op marge / Boven uitlijnen

Heb je meerdere tekstvakken onderling perfect uitgelijnd, dan kun je die ook als een onverbrekelijk geheel laten beschouwen. Selecteer dan deze tekstvakken en kies bij Vormindeling de optie Groeperen / Groeperen. Nu komt automatisch ook de optie Groeperen opheffen beschikbaar. 

Je kunt ook de onderlinge positie van je tekstvakken nauwkeurig bepalen. 

Stap 09: Verankering 

Je hebt inmiddels gemerkt dat er een anker-icoon verschijnt wanneer je een tekstvak selecteert. Dit betekent dat het om een zwevend object gaat dat zich als het ware boven de normale tekstlaag bevindt: kijk maar wat er gebeurt wanneer je zo’n tekstvak over je reguliere tekst verplaatst. 

Is het anker-icoon niet zichtbaar, open dan Bestand / Opties /Weergave en zet een vinkje bij Objectankers. Je zult ook merken wanneer je bijvoorbeeld extra tekst invoegt na dit ankerpunt, dan zal de positie van het betreffende tekstvak ongewijzigd blijven. Voeg je tekst voor dit ankerpunt toe, dan zal het tekstvak doorgaans wel mee verschuiven. Je kunt zo’n ankerpunt ook zelf verplaatsen met de muis. 

Om ervoor te zorgen dat een tekstvak onwrikbaar op dezelfde plaats in je document blijft, klik je met rechts op het geselecteerde tekstvak, selecteer je Meer indelingsopties en haal je op het tabblad Positie het vinkje weg bij Object met tekstverplaatsen. Of je kiest Anker vergrendelen als je wilt dat het tekstvak zich altijd op dezelfde pagina bevindt als het bijbehorende objectanker. Merk op dat je hier ook de exacte locatie van het tekstvak kunt ingeven. 

Ook de positie van het tekstvak tegenover je documenttekst is instelbaar. 

Stap 10: Secties 

Je merkt dus dat er heel wat creatieve mogelijkheden zijn met tekstvakken, maar je kunt hiermee wellicht niet de volledige lay-out van je publicatie optimaal regelen. Stel, je wilt regelnummers bij slechts een deel van de pagina of je wilt dit een andere afdrukstand geven. In dit geval werk je beter met secties. 

Positioneer je tekstcursor tot net voor het tekstfragment. Ga naar het tabblad Indeling en kies Eindemarkeringen / Doorlopend. Herhaal dit net na het einde van je tekstfragment. Klik ergens in het fragment, open opnieuw Indeling en kies Regelnummers / Doorlopend. Met Regelnummeropties kun je de regelnummering verder optimaliseren. Om dit fragment (weliswaar op een afzonderlijke pagina) in een liggende stand te plaatsen, kies je Indeling / Afdrukstand / Liggend

De achterliggende sectiecodes kun je altijd bekijken via het tabblad Start waar je in de rubriek Alinea op het knopje Alles weergeven drukt. 

Met secties kun je een fragment makkelijker een afwijkende lay-out geven. 

Stap 11: Grafische extra’s 

Word heeft als tekstverwerker best veel grafische functies aan boord. We vermelden hier enkele leuke opties, zoals de mogelijkheid om tekst op een bepaalde manier rond een object, bijvoorbeeld een tekstvak of een afbeelding, te laten lopen. Selecteer hiervoor het object, ga naar Vormindeling of Afbeeldingsindeling, kies Tekstterugloop en kies een van de talrijke terugloopmogelijkheden, zoals Achter tekst, Vierkant of Teruglooppuntenbewerken. Bij deze laatste kun je zelf punten maken en verplaatsen langs je objecten, waarna de tekst netjes langs deze punten zal lopen. Dit heeft eigenlijk alleen maar zin bij afbeeldingen met een onregelmatige vorm. Gaat het om een rechthoekige afbeelding, dan kun je vanuit Word eventueel wel eerst de achtergrond van het plaatje verwijderen: kies Afbeeldingsindeling / Achtergrond verwijderen

Er zijn nog enkele leuke grafische blikvangers. Wat dacht je bijvoorbeeld van een decoratieve initiaal? Selecteer een alinea, ga naar Invoegen en selecteer in de rubriek Tekst de optie Decoratieve Initiaal. Vervolgens selecteer je In tekst of In marge en optimaliseer je het effect met Opties voor decoratieve initialen

Laat je gerust ook inspireren door enkele mogelijkheden op het tabblad Invoegen, zoals Vormen, 3D-modellen en (vooral ook) SmartArt. Je clubblad of brochure zal er in elk geval niet saai uitzien! 

Achtergrond verwijderen en teruglooppunten bewerken. 

Stap 12: Pdf 

Druk je je ontwerp op een eigen printer af, dan kun je dit rechtstreeks doen vanaf je docx-document. Is het de bedoeling het resultaat aan een professionele drukker te bezorgen, dan bewaar je dit beter als pdf-document. Dit kun je in principe vanuit Word doen, via Bestand / Exporteren / PDF of XPS maken. Laat zeker de optie Standaard(online publiceren en afdrukken) geselecteerd. Klik ook even op Opties en plaats een vinkje bij Optimaliseren voor afbeelding kwaliteit. Eventueel zet je ook een vinkje bij Bitmaptekst, als lettertypen niet mogen worden ingesloten. Dit zorgt ervoor dat Word geen (lelijke) vervangfonts gaat gebruiken voor fonts die niet op het doelapparaat beschikbaar zijn, maar bitmapfiguren van die letters maakt. Besef wel dat deze zich minder mooi laten schalen. 

Zelfs met alle opties optimaal ingesteld (zie ook stap 1), ondervonden we dat de pdf-conversie vanuit Word wat betreft de grafische kwaliteit vaak niet optimaal verloopt. Je krijgt wellicht betere resultaten met een externe pdf-conversietool, van docx naar pdf in dit geval. Wij behaalden doorgaans iets betere resultaten met bijvoorbeeld de gratis online converter van Adobe Acrobat. Experimenteer gerust zelf ook met andere tools, zoom goed op het eindresultaat in en vergelijk de resultaten. 

De ene pdf-converter kan grafisch net iets beter zijn dan de andere. 

Om Word te kunnen gebruiken heb je een licentie voor Microsoft Office nodig. Dit komt met een bijbehorend abonnement, waarbij ook andere programma's als Excel, PowerPoint, OneNote en Outlook gekoppeld zitten. Wil je liever niet vastzitten aan maandelijkse kosten of gekoppelde apps op je pc, dan kun je ook kiezen voor alternatieven als Google Drive of LibreOffice.

▼ Volgende artikel
Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?
© ER | ID.nl
Huis

Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Haperende streams en trage downloads op zolder zijn grote ergernissen in veel huishoudens. Om dat op te lossen twijfelen veel mensen tussen een krachtiger router of een set powerline-adapters. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je voor welke oplossing moet kiezen, zodat je geen geld verspilt aan de verkeerde apparatuur.

Voordat je naar de winkel rent: je moet eerst begrijpen wat er precies misgaat met je verbinding. Wifi-problemen kun je doorgaans opdelen in twee categorieën: een gebrek aan bereik of een gebrek aan capaciteit. Bij een gebrek aan bereik komt het signaal simpelweg niet ver genoeg, bijvoorbeeld omdat dikke betonnen muren of plafonds het signaal blokkeren. Je hebt dan op zolder één streepje bereik of zelfs helemaal geen verbinding. Bij een gebrek aan capaciteit is het signaal wel sterk, maar is de router niet krachtig genoeg om alle data te verwerken. Dat merk je als het internet traag wordt zodra iedereen thuis tegelijk online is. Het onderscheid tussen deze twee oorzaken bepaalt of je een router of een powerline-adapter nodig hebt.

Wanneer is een nieuwe router de oplossing?

De router is het hart van je thuisnetwerk en regelt al het verkeer. Vaak gebruiken mensen het standaardmodem dat ze van hun internetprovider hebben gekregen, maar deze apparaten blinken zelden uit in prestaties. Een losse, hoogwaardige router kopen is de beste keuze wanneer je merkt dat de verbinding in de buurt van het modem al niet optimaal is of wanneer je regelmatig met veel apparaten tegelijk online bent.

Als je in de woonkamer zit en de verbinding hapert zodra de kids op hun tablets zitten, is je huidige router waarschijnlijk niet krachtig genoeg om al die gelijktijdige datastromen te verwerken. Een moderne router met ondersteuning voor wifi 6 kan veel meer apparaten tegelijk bedienen en zorgt voor een hogere, stabielere snelheid op de verdieping waar hij staat.

©Andrii

Internet via het stopcontact met powerline

Een powerline-adapter, ook wel homeplug genoemd, werkt volgens een totaal ander principe. Dit systeem maakt gebruik van het bestaande stroomnet in huis om het internetsignaal te verplaatsen. Je stopt één adapter in het stopcontact bij je router en de tweede adapter in een stopcontact op de plek waar je internet nodig hebt, bijvoorbeeld op zolder of in het tuinhuis.

Dit is de ideale oplossing wanneer het wifi-signaal door dikke betonnen muren of plafonds moet dringen. Waar wifi-golven afketsen op gewapend beton, stuurt de powerline het signaal simpelweg via de koperdraden in de muur naar boven. Dat maakt powerline-adapters uitermate geschikt voor specifieke 'dode zones' die te ver weg liggen voor het bereik van een gewone router.

Populaire merken voor netwerkoplossingen

Als je op zoek gaat naar powerline-adapters, kom je al snel uit bij Devolo. Dit Duitse merk is de onbetwiste marktleider op het gebied van homeplugs en staat bekend om de Magic-serie die zeer stabiele verbindingen via het stroomnet garandeert.

Voor routers en mesh-systemen is TP-Link een zeer populaire keuze vanwege de goede balans tussen prijs en prestaties, met modellen voor elk budget. Netgear richt zich met de Nighthawk-serie vaak op de veeleisende gebruiker en gamers die maximale snelheid wensen. Tot slot is AVM, bekend van de FRITZ!Box, een merk dat zowel uitstekende routers als powerline-oplossingen biedt die naadloos met elkaar samenwerken in één netwerk.

Stabiliteit versus snelheid

Bij de keuze tussen deze twee speelt ook het gebruiksdoel een rol. Powerline-adapters zijn vaak de favoriete keuze voor gamers of mensen die thuiswerken op een vaste pc. De reden hiervoor is dat de tweede adapter vaak beschikt over een netwerkafsluiting, waardoor je je computer met een kabel kunt aansluiten. Een bekabelde verbinding via powerline is doorgaans stabieler en heeft een lagere vertraging (ping) dan wifi, wat cruciaal is bij online gamen. Een nadeel is wel dat de snelheid van powerline afhankelijk is van de kwaliteit van je stroomnet. Oude bedrading of zware apparaten zoals een wasmachine kunnen storing veroorzaken, waardoor de snelheid soms fluctueert. Een high-end router biedt daarentegen vaak een hogere topsnelheid, maar is dus gevoeliger voor afstand en obstakels.

De opkomst van mesh-systemen

Tegenwoordig is er een hybride oplossing die de traditionele router steeds vaker vervangt: Multiroom Wifi of Mesh. Dit zijn feitelijk meerdere routers die met elkaar communiceren. Als je een groot huis hebt en overal perfecte wifi wilt zonder kabels te trekken, is dit vaak een betere, maar ook duurdere oplossing dan een simpele powerline-set. Kies je echter voor een budgetvriendelijke oplossing om snel internet op één specifieke, lastig bereikbare kamer te krijgen, dan wint de powerline-adapter het vaak op prijs-kwaliteitverhouding. Is je doel echter om de algehele snelheid en capaciteit in de woonkamer en keuken te verbeteren, investeer dan in een goede router.

▼ Volgende artikel
Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor
Huis

Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor

Maak jij tijdens een welverdiende vakantie talloze video’s? Met VSDC Free Video Editor giet je de leukste fragmenten in een gelikte film. Dankzij het gebruik van mooie overgangen en fraaie effecten oogt het resultaat zeer professioneel. Het kost je bovendien geen cent, want je installeert deze zeer uitgebreide videobewerker gratis op een Windows-computer.

Tegenwoordig liggen er best wat goede gratis videobewerkers voor het oprapen. Zeker wanneer je geen torenhoge eisen aan de videomontage stelt, heb je niet per se een betaald programma als Adobe Premiere Elements of Magix Video Deluxe nodig. Zo krijg je met het gebruiksvriendelijke VSDC Free Video Editor al een heleboel voor elkaar. In tegenstelling tot diverse gratis alternatieven voegt dit programma geen lelijk watermerk toe aan jouw film. Deze freeware heeft daarnaast een verrassend uitgebreide gereedschapskist.

Videobewerker installeren

VSDC Free Video Editor heeft relatief lage systeemeisen. Zeker voor video’s tot een resolutie van 1920 × 1080 pixels heb je geen supersnelle pc of laptop nodig. Wil je haarscherpe 4K-video’s bewerken? In dat geval adviseren de makers een systeem met 8 of 16 GB werkgeheugen. Daarnaast is een krachtige processor met meerdere rekenkernen geen overbodige luxe.

Particulieren mogen VSDC Free Video Editor voor nop installeren. Ga naar de site via www.kwikr.nl/vsdc en download het installatiebestand. Je hebt keuze tussen de 32bit- en 64bit-versie. De meeste computers kunnen met de 64bit-versie uit de voeten. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand en doorloop de stappen van de installatie. 

Nieuw project starten

Zodra je de videobewerker voor de eerste keer opstart, verschijnt er een pop-upvenster met een aanbeveling voor de betaalde Pro-versie (zie kader). Je klikt dat via het kruisje weg. Laat de ietwat drukke gebruikersomgeving even op je inwerken. Het beginscherm toont diverse instructies voor geavanceerde bewerkingen. Laat die als beginnende gebruiker links liggen. Je kunt wel alvast even de tabbladen doornemen, want die herbergen verschillende bruikbare functies.

Je gaat nu eerst een nieuw (video)project starten. Klik op het tabblad Projects en daarna op New project. Er verschijnt een nieuw venster waarin je diverse instellingen voor de videomontage kunt bepalen. Het belangrijkste is de waarde achter Resolution. Voor een scherp beeld en soepele montage laat je de huidige waarde van 1920 × 1080 pixels (16:9) staan. Filmt jouw smartphone of videocamera in een hogere resolutie, dan kun je een andere waarde overwegen. Laat de overige opties ongewijzigd. Je typt achter Project title een relevante projectnaam en kiest onderaan voor Blank project. Bevestig tot slot met Finish.

Welke resolutie ken je aan de videomontage toe?
VSDC Pro

Naast de hier besproken gratis versie bestaat er met VSDC Pro (www.videosoftdev.com/video-editor-pro) ook een betaalde variant. Die bevat allerlei extra snufjes voor geavanceerde gebruikers. Je kunt bijvoorbeeld een achtergrondkleur verwijderen, gesproken commentaar toevoegen en trillende beelden stabiliseren. Daarnaast ondersteunt de Pro-versie hardwareversnelling door een geschikte grafische kaart. Dit leidt tot betere prestaties, omdat de processor minder hoeft te rekenen. Je merkt dat bijvoorbeeld aan kortere wachttijden en een vloeiendere videoweergave. VSDC Pro kost op het moment van schrijven circa 31 euro. 

Video’s toevoegen

Nu ga je met het zojuist aangemaakte videoproject aan de slag. Merk op dat het tabblad Editor is geopend. Je zit nu dus in de videobewerker. Zoals je ziet, zijn er flink wat opties beschikbaar. Laat je hierdoor niet afschrikken, want we nemen de basisfuncties stap voor stap met je door.

Je dient eerst relevante videoclips aan het programma toe te voegen. Gunstig is dat VSDC Free Video Editor alle bekende beeldformaten ondersteunt. Klik bovenaan in de werkbalk op Add object / Video en navigeer naar de map met de bestanden. Je selecteert één of meer video’s, waarna je bevestigt met Openen / OK. Wanneer je minimaal twee fragmenten toevoegt, kies je Add to layer.

Wegens de talloze toeters en bellen ziet deze videobewerker er nogal imponerend uit.

De videoclips verschijnen allemaal in de tijdlijn onderaan het venster. Deze tijdlijn is belangrijk, want die bepaalt welke momenten er in de uiteindelijke film terechtkomen. Verder kun je hieraan bijvoorbeeld ook titels, overgangen, speciale effecten en audiotracks toevoegen. Vind je de tijdlijn te klein? Je kunt dit onderdeel eenvoudig vergroten. Zweef onder Layer 1 op de scheidslijn totdat er een dubbele pijl verschijnt. Beweeg de muis nu met ingedrukte muisknop omlaag. In VSDC Free Video Editor pas je op soortgelijke wijze de grootte van alle deelvensters aan. Kortom, richt op die manier het bewerkvenster naar eigen wens in.

Alle geïmporteerde videobestanden belanden op de tijdlijn.

Volgorde clips wijzigen

Waarschijnlijk heb je een bepaalde volgorde voor de videoclips in gedachten. Geen probleem, want je kunt de clips op de tijdlijn verplaatsen. Sleep het beoogde fragment met ingedrukte muisknop één laag omlaag. De overgebleven video’s schuif je daarna naar links of rechts. Creëer op die manier een ‘gat’ en sleep het fragment ernaartoe. Het is belangrijk dat er geen loze ruimtes op de tijdlijn achterblijven. Anders zie je namelijk zwart beeld.

Sleep videoclips naar onder, boven, rechts en links om de volgorde op de tijdlijn te wijzigen.

Scènes inkorten

Vanzelfsprekend wil je alleen boeiende scènes in de film tonen. Saaie passages snijd je daarom resoluut weg. Dat doe je door een videoclip in te korten. Gebruik hiervoor wederom de tijdlijn. Selecteer een fragment en beweeg de rode schuifregelaar naar deze clip. Het bijbehorende beeld verschijnt nu in de voorbeeldweergave. Vind je dit beeld te klein? Klik dan helemaal rechtsonder in het programma op het kleine plusteken. Je past daarmee het zoomniveau aan. Klik nu onder de voorbeeldweergave op de rode afspeelknop (PijltjeRechts) om de video te starten. Begint of eindigt het saaie gedeelte? Via dezelfde rode knop (twee verticale streepjes) pauzeer je de video.

Inkorten is vrij eenvoudig. Een geselecteerde videoclip heeft op de tijdlijn aan weerszijden twee piepkleine vierkanten. Klik daarop en houd de muisknop ingedrukt. Beweeg de muis nu naar links of rechts tot de rode schuifregelaar. Laat de muisknop als laatste los. Het fragment is nu een kopje kleiner gemaakt! 

Fragmenten splitsen

Je kunt een lang fragment ook in twee (of meer) delen opsplitsen. Dat is nuttig wanneer je deze videootjes op verschillende momenten in de film wilt tonen. Selecteer in de tijdlijn een videoclip en bepaal met de rode schuifregelaar een geschikt ‘splitmoment’. Overigens kun je met de mediaknoppen onder de voorbeeldweergave dit moment heel precies bepalen. Spoel bijvoorbeeld een seconde voor- of achteruit. Het is zelfs mogelijk om een video frame voor frame door te nemen. Staat de rode schuifregelaar exact op de goede plek? Klik dan in de werkbalk boven de tijdlijn op het pictogram met de twee rode haakjes. Je ziet vervolgens twee aparte clips.

Maak via de optie Split into parts van één clip twee losse fragmenten.

Roteren en bijsnijden

Soms is het noodzakelijk om een video negentig graden te roteren, omdat het beeld in VSDC Free Video Editor is gedraaid. Gelukkig herstel je deze ‘fout’ simpel. Je selecteert in de tijdlijn de juiste video en klikt helemaal bovenaan bij de sectie Tools op het pictogram met de gebogen pijl. De video draait meteen.

Staat er een ongewenst persoon, lelijk logo of storend object in beeld? Gooi de videoclip dan nog niet weg! Je kunt het fragment namelijk nog bijsnijden. Beslis welk deel van de video je wilt gebruiken en gooi het overtollige beeldmateriaal weg. Je klikt met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn en kiest Crop tools / Custom region. Bepaal in het nieuwe venster welk deel uit beeld moet verdwijnen. Je regelt dat door de zwarte vierkantjes aan de randen van de voorbeeldweergave te verslepen. Tevreden? Met OK voer je de actie definitief uit.

Nuttig om te weten is dat je met deze functie de oorspronkelijke resolutie verkleint. Zeker wanneer je de uiteindelijke film op een grote televisie of pc-monitor bekijkt, zie je mogelijk korrelige beelden. Snijd daarom liever niet te veel beeldmateriaal weg.

Alles buiten de rechthoekige selectie verdwijnt uit de video.

Video-effecten

Wie dat wil, gaat in deze videobewerker helemaal los met speciale effecten. Klik maar eens bovenaan in de werkbalk op Video effects. Er verschijnt een uitgebreid menu. Voordat je iets uitkiest, selecteer je eerst een clip op de tijdlijn. Via Quick styles pas je heel makkelijk een effect toe, omdat hiervoor geen extra instellingen zijn vereist. Laat de video bijvoorbeeld op een gedateerde film uit de jaren ‘70 lijken of pas automatisch de contrastwaarden aan.

Wil je zelf meer invloed op in hoeverre het programma een video-effect toepast? Bij veel filters stel je naar eigen inzicht de intensiteit in. Bekijk hiervoor de mogelijkheden via Video effects / Adjustments. Zo wijzig je onder andere de kleurverzadiging en helderheid. Daarnaast kun je ook een stijlvol sepia- of zwart-wit-effect op de video loslaten. Zodra je eenmaal iets hebt gekozen, pas je in het deelvenster Properties window aan de rechterkant de waarden aan. Als je dit deelvenster niet ziet, klik je achtereenvolgens op het tabblad View en Properties. Tot slot zijn ook de video-effecten binnen de rubrieken Filters en Nature de moeite waard. Spijt van een bepaalde keuze? Met de sneltoets Ctrl+Z maak je de laatste handeling weer ongedaan. Experimenteer er dus lustig op los!

Met het Auto contrast-filter optimaliseer je heel eenvoudig de contrastwaarden.
Gebruik het deelvenster Properties window om de instellingen van een video-effect te wijzigen.

Overgangen

Tijdens de montage van een video ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van overgangen. Doe je dat niet, dan lopen de fragmenten nogal abrupt in elkaar over. Dat is onprettig voor de kijker. Met een overgang wordt een nieuwe videoclip op subtiele wijze geïntroduceerd.

Klik in de tijdlijn op de videoclip waarbij je aan het einde een overgang wilt toevoegen. Je opent zo nodig eerst het tabblad Editor en navigeert daarna naar Video effects / Transitions. Probeer nu één van de beschikbare overgangen uit. Zo laat je het oude fragment bijvoorbeeld in vlammen opgaan (Paper burn) of in scherven uit elkaar vallen (Shattered glass). Kies een overgang en controleer in het pop-upvenster of de optie To the end of scene is geselecteerd. Klik op OK.

Merk op dat er op de tijdlijn een verse laag met de gekozen overgang verschijnt. Klik op de rode afspeelknop onder de videoweergave om de overgang te bekijken. Je past in het eigenschappenvenster aan de rechterkant diverse zaken aan, waaronder de tijdsduur en transparantie.

Deze videobewerker heeft een aantal spectaculaire overgangen in huis.

Geluid

De audiokwaliteit van zelfgeschoten video’s is vaak matig. Stond er toentertijd tijdens de opname een stevig briesje, dan hoor je waarschijnlijk voornamelijk windgeruis. Zet het geluid van dergelijke videoclips daarom gewoon uit. Klik in de tijdlijn op een fragment om de bijbehorende eigenschappen aan de rechterkant te tonen. Verschijnt dat niet, dan klik je op View / Properties. Je scrolt zo nodig een stukje omlaag totdat je de optie Audio track tegenkomt. Klik achter Track 1 op het kleine pijltje en kies Don’t use audio.

Je kunt eventueel zelf audio aan de videomontage toevoegen, zoals achtergrondmuziek of een voice-over. Klik zo nodig op het tabblad Editor en kies Add object / Audio. Je selecteert nu pakweg een mp3-, wma-, wav- of flac-bestand op de computer. Via Openen / OK belandt de audiotrack als nieuwe laag op de tijdlijn. Kies een geschikte plek en pas diverse eigenschappen in het Properties window desgewenst aan. Denk hierbij onder meer aan de snelheid en het volumeniveau.

Schakel bij video’s met slecht geluid het audiospoor eenvoudig uit.

Film opslaan

Deze workshop is slechts een bescheiden introductie van VSDC Free Video Editor. Je kunt namelijk nog veel meer met deze veelzijdige videobewerker doen. Ga er dus vooral ook zelf mee stoeien. Ben je eenmaal klaar, dan sla je het resultaat op. Je kunt de film daarna op verschillende schermen bewonderen.

Klik in de werkbalk op het tabblad Export project en speel zekerheidshalve de volledige videomontage nog eens af. Ben je helemaal tevreden, dan geef je in de werkbalk het gewenste videoformaat aan. Kies bijvoorbeeld voor mp4, mkv, mov, flv of mts. Het is ook mogelijk om de film op een dvd te branden. Wijzig via Change name zo nodig de bestandsnaam en opslaglocatie. Je bevestigt bovenaan ten slotte met Export project / Continue.

VSDC Free Video Editor ondersteunt een heleboel exportformaten.