ID.nl logo
Hét alternatief voor Twitter: aan de slag met Mastodon
© rob2516@hotmail.com
Huis

Hét alternatief voor Twitter: aan de slag met Mastodon

Goed nieuws voor wie helemaal klaar is met Twitter: je hoeft niet uit te wijken naar een ander sociaal netwerk beheerd door een rijke techmiljardair, maar kunt er gewoon eentje starten vanaf je zolderkamer. Met je eigen Mastodon kun je berichten uitwisselen met al je vrienden op andere servers. We leggen uit hoe dat zit en hoe je begint.

Met Mastodon kun jij je eigen sociale netwerk opzetten. Dit artikel vertelt je er alles over. In een notendop:

  • Hoe werkt Mastodon?
  • Wat is een instance?
  • Wat heb je aan hard- en software nodig?

Lees ook: Social media verandert razendsnel door AI

Twitter staat al maanden in brand. Sinds techmiljardair Elon Musk het bedrijf heeft gekocht, is het er complete chaos. Van de 7500 werknemers bij het sociale platform zijn er nog 2000 over, waarbij zelfs hele teams zijn gedecimeerd. Journalisten kunnen al maandenlang geen vragen meer stellen aan het bedrijf, omdat de persafdeling is opgeheven. Belangrijke infrastructuur wordt niet langer gemonitord, wat leidt tot storingen. Tegelijkertijd neemt Musk de ene na de andere rare beslissing, zoals het vergrendelen van simpele beveiligingsopties achter een betaald abonnement. Experts vrezen ook voor een vloedgolf aan nepnieuws en verwarring, omdat iedereen voortaan een verificatievinkje kan kopen op de site – een middel dat tot op heden werd gebruikt om onder andere beroemdheden en journalisten te onderscheiden van nepaccounts.

Dit alles heeft er toe geleid dat het vertrouwen in Twitter fors is afgenomen en velen hun accounts hebben verlaten of zelfs verwijderd. De zoektocht naar een goed alternatief is dan ook in volle gang. Nieuwe apps schieten als paddenstoelen uit de grond, maar verreweg het populairst is Mastodon: een dienst die belooft het nét iets anders te doen dan we van sociale netwerken gewend zijn.

©cryptoFX - stock.adobe.com

Mastodon is een alternatief voor Twitter, dat het net even anders doet.

Gemaakt in Duitsland

Mastodon is gemaakt door de in Duitsland gevestigde Rus Eugen Rochko. Hij wilde een sociaal netwerk bouwen dat niet werd beheerd door de grote techbobo’s uit Silicon Valley, maar dat een inherent onderdeel van het internet is. In 2016 bracht hij een eerste testversie uit en inmiddels beheert Rochko Mastodon fulltime als een non-profit-project. In eerdere interviews zei de Rus het allemaal niet voor het geld te doen; advertenties of andere verdienmodellen vind je er dan ook niet. Mastodon gebruiken is helemaal gratis, zonder dat jij als gebruiker zelf het product wordt. Je kunt wel geld doneren, zodat Rochko de ontwikkeling kan voortzetten en de kosten voor zijn eigen Mastodon-servers kan blijven betalen, want die lopen natuurlijk op naarmate de dienst populairder wordt. Op moment van schrijven wordt er door gebruikers samen ruim 30.000 euro per maand gedoneerd.

Het platform telt nog lang niet de gebruikersaantallen van Twitter of Facebook, maar groeit wel gestaag. Ter illustratie: Mastodon had voor de Twitter-overname door Musk minder dan een half miljoen gebruikers, inmiddels zijn dat er iedere maand ruim 1,5 miljoen.

Qua interface lijkt Mastodon precies op zijn grote concurrenten, inclusief een eindeloos lange tijdlijn met berichten van iedereen die je op het platform volgt.

Lees ook: Zo verwijder je je Twitter-account

Verspreid over het internet

Waar je bij de meeste socialmedia-platformen één centrale website bezoekt die wordt beheerd door een techbedrijf met grote investeerders, bestaat Mastodon uit talloze kleine onderdeeltjes, die ook wel instances worden genoemd. Iedereen kan zo’n instance starten en zo een ‘eigen’ Mastodon-site beginnen. Die instances zijn geen individuele eilandjes, maar kunnen met elkaar communiceren. Een gebruiker op de instance https://mastodon.social kan een gebruiker op https://mastodon.nl volgen en privéberichten sturen naar weer iemand anders op https://mstdn.social. Je aanmelden voor zo’n instance is een kwestie van de betreffende website bezoeken en een account aanmaken.

Mocht het allemaal een beetje vaag klinken, vergelijk Mastodon dan eens met e-mail. Je kunt bijvoorbeeld een mailadres openen bij Gmail, waarmee je vervolgens berichten kunt uitwisselen met Yahoo, Outlook of welke maildienst dan ook. Net als bij e-mail hangt tussen iedere Mastodon-server een protocol dat ervoor zorgt dat berichten worden uitgewisseld. Het is mail, maar dan voor je ‘toots’ (zoals berichten op Mastodon worden genoemd) in plaats van digitale brievenpost.

Maakt het dan nog uit op welke instance je gaat zitten? Niet héél veel. Je instance bepaalt bij wie je data in handen is, dus mensen die veel waarde hechten aan hun privacy zullen wellicht willen weten of de server in een land staat met goede privacywetgeving. En een grote, goed beheerde server zal wat minder storingen hebben dan eentje beheerd door een hobbyist. Maar waar je ook zit, je kunt altijd met dezelfde mensen kletsen.

Beheerders kunnen er overigens voor kiezen om een instance te blokkeren, zodat je daar niet meer mee kunt communiceren. Grote servers deden dat eerder bij extreemrechtse instances en communities waarin het alleen over complottheorieën ging. Op die manier kunnen Mastodon-gebruikers gezamenlijk proberen om extremistische onderwerpen buiten de deur te houden, iets waar Twitter en Facebook al langer mee worstelen.

©xiaoliangge - stock.adobe.com

Iedereen kan een eigen instance voor Mastodon maken, waarna al die sites met elkaar verbinden.

Andere instances Wie geen zin heeft om een eigen instance op te zetten, kan ook een account maken op de instance van een ander. Hieronder een drietal suggesties.

  • Mastodon.social - De grootste Mastodon-instance met ruim 173.000 leden. Wordt beheerd door het bedrijf achter de software en is daarom altijd up-to-date.
  • Mastodon.nl - Een Nederlandstalige server met zo’n 11.000 leden.
  • Mstdn.social - Deze server wordt ook door een Nederlander beheerd, maar is internationaler ingestoken. Is met 41.000 bezoekers ook iets groter.

Privacy

Iedereen met een beetje technische kennis kan een eigen Mastodon-instance opzetten. Het kost best even tijd, maar de voordelen zijn groot. In de eerste plaats omdat alle data in je eigen beheer blijven. Je toots met foto’s en video’s komen op je eigen server terecht, in plaats van dat ze, zoals bij Twitter, door een groot conglomeraat worden opgeslagen.

Het betekent tevens dat je gegevens niet zomaar kunnen worden misbruikt. Dat gebeurde afgelopen jaren meermaals bij grote sociale netwerken: databedrijf Cambridge Analytica bemachtigde bijvoorbeeld gebruikersdata van Facebook, waarmee ze psychologische profielen maakten, en zo persoonlijk toegesneden politieke advertenties toonden, om de verkiezingscampagne van Trump en het Brexit-referendum te beïnvloeden.

©Valerio Rosati

Er is een officiële app, maar je kunt ook door anderen gemaakte applicaties gebruiken om Mastodon te bezoeken. Foto: rarrarorro – stock.adobe.com.

Let op je DM’s! Hoewel Mastodon veel privacyvriendelijker is dan de grote socialmediabedrijven, is er één ding waar je goed op moet letten: je privéberichten. Die worden namelijk niet door Mastodon versleuteld, waardoor de beheerder van een instance ze in theorie kan meelezen. Dat lijkt een klein probleem als je zelf een servertje beheert, maar als jij berichten uitwisselt met een gebruiker op een andere instance, dan komen die berichten ook binnen bij die beheerder. Zelfs op je eigen server moet je dus goed nadenken over wie je een bericht stuurt, om te voorkomen dat de gedeelde informatie ineens in foute handen komt.

Voor een vlotte babbel zal dat zelden problemen opleveren, maar voor gesprekken met gevoelige inhoud kun je nog steeds het beste terecht bij chat-apps zoals Signal of WhatsApp. Die versleutelen je gesprekken automatisch.

De juiste hardware

Wie zelf een Mastodon-server wil opzetten, moet daar wel de juiste hardware voor in huis hebben. Wat je nodig hebt, hangt af van je ambities. Als je instance alleen voor jezelf en een of twee vrienden bedoeld is, dan is een oude computer of zelfs een Raspberry Pi (verkrijgbaar bij bijvoorbeeld Bol.com of Conrad) ruim voldoende. Zorg wel dat er veel opslag aanwezig is voor alle foto’s en video’s die je op het sociale netwerk gaat posten. En onthoud: zelfs als alleen jij en je vrienden op de server zitten, kunnen jullie nog gewoon met iedereen op alle Mastodon-servers praten.

Wil je de instance voor iedereen openstellen, dan heb je zwaarder geschut nodig. Je kunt er dan voor kiezen om een Virtual Private Server (VPS) af te nemen bij een hostingbedrijf als TransIP. Dat is een computer in de cloud, waar je op afstand bij kunt inloggen om van alles op te doen. Groot voordeel van een VPS is dat je hem altijd kunt upgraden, zodat je snel meer capaciteit kunt krijgen als dat nodig is.

Grootse plannen met Mastodon?

Dan kun je wel een eigen server gebruiken

Domein, maildienst en Linux

Naast een server of VPS heb je nog een paar dingen nodig, zoals een domeinnaam waarop je instance online bereikt kan worden. Daarnaast is het verstandig een account te maken bij een mailprovider, zoals Mailgun of Postmark, waarmee bevestigingsmailtjes naar je Mastodon-gebruikers worden gestuurd. Je kunt ook proberen zelf een mailserver te hosten, maar dat maakt het project vele malen complexer.

In dit artikel gaan we ervan uit dat je Mastodon op een Linux-machine probeert te installeren, gezien dat bij de meeste servers het geval is. Enige kennis over hoe je zo’n server beheert, is vereist. Zorg ervoor dat je de laatste packages hebt geïnstalleerd en op afstand kunt inloggen met een key in plaats van met een wachtwoord.

Zelf opzetten

Op https://docs.joinmastodon.org vind je een uitgebreide gids met uitleg hoe je zelf een instance kunnen opzetten. Hier wordt stap voor stap uiteengezet hoe je een SQL-server opzet, webhosting regelt en de juiste certificaten vastlegt, waarna je de software van Mastodon zelf installeert.

De mate van aanwezige kennis bepaalt hoe goed je server straks in elkaar steekt. Een goede zoekmachine voor je Mastodon-server vereist bijvoorbeeld dat je ElasticSearch installeert en configureert, een projectje dat al snel een middag in beslag neemt.

Het meeste werk gaat zitten in dit soort externe software, want het configureren van Mastodon zelf is relatief simpel. Je installeert de software, configureert de instellingen naar wens en start de boel op. Maar je kunt ervan uit gaan dat het een paar dagen prutsen is voor je hier aan toe bent.

©Tee11 - stock.adobe.com

Voor het zelf opzetten van een instance is de nodige kennis vereist.

Een externe partij

Je kunt ook kiezen voor de makkelijke route. Websites zoals Masto.host, Hostdon, Spacebear en Cloudplane bieden speciale hostingabonnementen, waarbij ze jou een kant-en-klare Mastodon-server leveren. Je hoeft alleen maar een domein te koppelen en de juiste abonnementsvorm te kiezen.

Je moet dan wel bereid zijn iets meer te betalen. De goedkoopste abonnementen vind je bij Cloudplane en Masto.host, die je al voor zes euro per maand een instance leveren. Bouw je de server zelf op een goedkope VPS, dan ben je met vergelijkbare hardware ongeveer de helft kwijt. Een verschil van drie euro is niet veel, maar houd rekening met stijgende prijzen naarmate je server drukker bezocht wordt. Dan moet je immers upgraden naar een krachtigere server met een duurder abonnement en kan het verschil oplopen naar tientallen euro per maand. Als je zelf een sterke machine hebt staan die al bijvoorbeeld je website host, is dat een nog veel voordeligere plek voor je instance.

Omdat deze hostingpartijen zelf de server voor je configureren, heb je ook minder de touwtjes in handen. Zij bepalen wanneer updates worden geïnstalleerd en hebben in theorie toegang tot de data van je gebruikers. Daarnaast kan de server misschien wel in een land staan waar je de privacyregels niet van kent of vertrouwt. Vind je dat belangrijk? Onderzoek dan goed waar je Mastodon-server precies komt te staan, voordat je een abonnement afsluit.

Wie niet bereid of in staat is om zelf een volledige server op te bouwen, kan ook een externe partij betalen om dat te doen.

Een goede app is het halve werk Omdat Mastodon een open platform is, kunnen ontwikkelaars heel makkelijk zelf apps maken om het sociale netwerk mee te bezoeken. We zetten de beste opties op een rij.

  • Mastodon (gratis, iOS en Android) – Tja, de officiële app van het bedrijf achter Mastodon is gewoon prima. Omdat hij door hetzelfde team wordt gemaakt, vind je hierin vaak ook als eerste nieuwe functies.
  • Ivory (18 euro per jaar, iOS) - Verreweg de duurste Mastodon-app. Ivory is ontwikkeld door Tapbots, het bedrijf dat jarenlang de Twitter-app Tweetbot beheerde. Dat was verreweg de beste manier om Twitter op je iPhone of Mac te gebruiken, en qua interface is Ivory grotendeels gelijk gebleven.
  • Ice Cubers (gratis, iOS) - Deze iOS-app voor Mastodon krijgt constant updates met nieuwe functies, wat het een van de meest complete opties maakt.
  • Tusky (gratis, Android) - Verreweg de populairste Android-app voor Mastodon. De app is helemaal gratis en reclameloos, al kun je geld doneren om de ontwikkeling te ondersteunen.
  • Elk (gratis, web) - Deze web-app, te vinden op www.elk.zone, giet Mastodon in een mooier, minimalistisch ontwerp dat een beetje lijkt op de website van Twitter.
De makers van populaire Twitter-app Tweetbot hebben ook een versie gemaakt speciaal voor op Mastodon.
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.