ID.nl logo
GitHub Codespaces: altijd de juiste tools bij de hand
© monsitj - stock.adobe.com
Huis

GitHub Codespaces: altijd de juiste tools bij de hand

Als je aan een softwareproject wilt bijdragen, dien je vaak eerst een volledige ontwikkelomgeving op te zetten op je computer. GitHub Codespaces neemt je dat uit handen: je zet eenvoudig een ontwikkelomgeving in de cloud op, met toegang vanaf elke computer. Zo weet je zeker dat je overal dezelfde configuratie hebt en onmiddellijk aan de slag kunt.

Na het lezen van dit artikel weet jij hoe je zelf met GitHub Codespaces een ontwikkelomgeving op kunt zetten:

  • Codespace aanmaken en beheren voor een GitHub-repository
  • Codespace beheren via webinterface en GitHub CLI
  • Microsoft Visual Studio Code gebruiken
  • Devcontainers configureren voor aangepaste ontwikkelomgevingen

Ook interessant: Python: zo bouw je er webapplicaties mee

Als je meehelpt met de ontwikkeling van een of meer softwareprojecten, dan herken je zeker de uitdaging van altijd de juiste ontwikkeltools voorhanden te hebben. Het ene project werkt bijvoorbeeld met Python 3.12, terwijl het andere nog niet compatibel is met Python 3.12. En dan hebben we het nog niet over verschillen in versies van allerlei softwarebibliotheken. Bovendien vragen sommige projecten een nogal omslachtige of complexe installatie van de nodige ontwikkeltools.

Nu kun je als oplossing voor dit probleem deze hele ontwikkelomgeving per project waaraan je meewerkt met Docker in een container draaien. Die container draai je dan lokaal op je computer of in de cloud, waarmee je een consistente ontwikkelomgeving hebt. Je hoeft daardoor zelf niets meer te installeren of up-to-date te houden. Dit principe is uitgewerkt in een specificatie met instellingen voor zogenoemde ontwikkelcontainers, Development Containers, of kortweg devcontainers.

1 GitHub Codespaces

Voor projecten die hun broncode in een repository op GitHub publiceren, is het heel eenvoudig om een devcontainer in de cloud te gebruiken. GitHub biedt deze functionaliteit aan onder de naam GitHub Codespaces. Je start een devcontainer op de servers van GitHub en betaalt per uur dat je die draait en per gigabyte opslag die je gebruikt.

Standaard krijg je 15 GB opslag per maand gratis. Voor een dualcoresysteem geeft GitHub 60 uur gratis per maand weg, wat voor niet-professioneel gebruik zeker moet volstaan.

Verbinden met de codespace doe je of in je browser of in een code-editor, zoals Visual Studio Code. Je stopt een codespace eenvoudig wanneer je 'm niet meer nodig hebt en GitHub stopt ze ook automatisch na een half uur inactiviteit. Je data hierin blijven overigens behouden. Pas na dertig dagen inactiviteit verwijdert GitHub je codespace.

GitHub is vrijgevig met de gratis versie van Codespaces.

2 Codespace voor een repository

Als je een repository op GitHub in je browser bezoekt, zie je rechts boven de middelste kolom een groene knop Code. Klik je daarop, dan krijg je standaard in het eerste tabblad Local de url’s te zien om de code te ‘klonen’ met Git via https of ssh en de opdracht om hetzelfde te doen met het opdrachtregelprogramma GitHub CLI. Onderaan heb je ook een klassieke downloadlink naar een zip-bestand van de code. Zodra je de code op een van deze manieren op je computer hebt gedownload, sta je dus voor de taak om de ontwikkelomgeving hiervoor te installeren en te configureren.

Maar als je op het tweede tabblad onder Code klikt, met de naam Codespaces, kun je een nieuwe codespace voor de repository aanmaken. Je moet hiervoor wel een (gratis) GitHub-account hebben en ingelogd zijn. We laten in dit artikel zien hoe je een codespace aanmaakt en ermee werkt voor de repository Home Assistant Core. Open hier dus het tabblad Codespaces en klik op de groene knop Create codespace on dev. Die dev staat voor de standaard Git-branch van de repository.

Maak een codespace voor deze GitHub-repository.

3 Je eerste codespace

GitHub Codespaces maakt nu een codespace voor de repository op basis van de configuratie, doorgaans in de directory .devcontainer. Je krijgt nu een webgebaseerde versie van de code-editor Visual Studio Code in je browser te zien. Helemaal links staat een zijbalk met icoontjes voor de belangrijkste onderdelen van de code-editor, zoals de bestandsverkenner (die standaard open staat), de zoekfunctie en extensies.

Rechts vind je de editor, die standaard het README-bestand van de repository opent. Onderaan zie je de terminal, waarin in het begin een opdracht wordt uitgevoerd om de devcontainer te configureren en alle vereiste ontwikkeltools te installeren. Zodra dat is voltooid, toont de terminal een prompt met je GitHub-gebruikersnaam, de huidige directory en de Git-branch waarin je momenteel werkt, zoals dev. Met een klik op de drie horizontale lijnen linksboven kun je altijd het menu van Visual Studio Code openen.

GitHub Codespaces geeft je toegang tot Visual Studio Code in je browser.

4 Configuratie van de devcontainer

Als je wilt weten wat de devcontainer op de achtergrond precies opstart, open dan de configuratie. Die staat of in het bestand devcontainer.json in de directory .devcontainer, of in het bestand .devcontainer.json in de bovenste directory van het project. Dit is een JSON-bestand volgens de eerder in dit artikel genoemde specificatie.

In de configuratie vind je onder meer een verwijzing naar het Docker-bestand voor de container, en de opdrachten (vaak shellscripts) die worden uitgevoerd na het maken en starten van de container. Er staat ook in welke poorten de applicatie gebruikt.

Verder vind je in het configuratiebestand een lijst van extensies voor Visual Studio Code die automatisch worden geïnstalleerd bij het aanmaken van de codespace, evenals aangepaste instellingen voor de code-editor.

De configuratie van de devcontainer bepaalt hoe Codespaces je ontwikkelomgeving instelt.

5 Werken in een codespace

Hoe werk je nu in zo’n codespace? De meeste projecten zijn zodanig geconfigureerd dat je in de zijbalk op het icoontje van het driehoekje met de kever (Run and Debug) kunt klikken en vervolgens bovenaan op het driehoekje (Run). Het programma start dan, met de wijzigingen die je eventueel in de code hebt aangebracht. In de terminal rechtsonder verschijnt de uitvoer van het programma, met eventuele foutmeldingen. Bovenaan in het midden staat een kleine balk met icoontjes om onder meer het programma te herstarten of te stoppen.

Als het gaat om een programma dat netwerkpoorten opent, krijg je deze te zien als je onderaan in plaats van het tabblad Terminal het tabblad Ports kiest. GitHub Codespaces stuurt deze poorten automatisch door naar een domein waarop je ze kunt bezoeken. Ctrl-klik in de lijst met poorten op een url bij de betreffende poort om ze te bezoeken. Mogelijk moet je de applicatie nog wel configureren om met een reverse proxy te werken.

Ontwikkel software met Visual Studio Code in je browser.

Je verbruik volgen Hoewel GitHub Codespaces automatisch een codespace stopt na een half uur inactiviteit, houd je toch het best in de gaten hoeveel uren per maand je al hebt verbruikt om het aantal gratis uren niet te overschrijden. Dat is helaas niet vanuit de codespace zelf zichtbaar. Klik als je bent ingelogd op GitHub in een willekeurige pagina op je profielfoto rechts bovenaan en dan op Settings. Klik vervolgens in de linkerzijbalk op Billing and plans / Plans and usage. Scrol door naar Codespaces. Daar krijg je te zien hoeveel core-uren van de processor en hoeveel opslag je hebt verbruikt in de afgelopen dertig dagen.

Houd je verbruik van Codespaces in de gaten in de profielinstellingen van GitHub.

6 Visual Studio Code

Voor wie liever niet in een browser werkt, biedt GitHub Codespaces nog andere mogelijkheden. Gebruik je bijvoorbeeld Microsofts code-editor Visual Studio Code op je computer, installeer daarin dan de extensie GitHub Codespaces. Dat doe je door in Visual Studio Code in de linkerzijbalk op het icoontje van de blokjes (Extensions) te klikken, dan te zoeken naar de extensie GitHub Codespaces en daarbij op Install te klikken.

Klik na de installatie in de zijbalk op het icoontje van het beeldscherm (Remote Explorer), klik bovenaan op het uitklapmenu en kies GitHub Codespaces. Klik daarna op de knop Sign in to GitHub en bevestig in de webpagina die in je browser wordt geopend dat je Visual Studio Code toegang tot je GitHub-account wilt geven. Je krijgt nu in de Remote Explorer al je codespaces te zien. Blijf er even met je muiscursor over hangen en klik dan op het icoontje van de stekker dat verschijnt om met de codespace te verbinden. Dit start de codespace ook op indien deze al is gestopt.

Verbind met GitHub Codespaces van in Visual Studio Code.

7 Codespaces in Visual Studio Code

Hoewel het in Visual Studio Code lijkt alsof je lokaal werkt, moet je je er goed van bewust zijn dat alle code die je ziet wanneer je met een codespace bent verbonden zich op GitHub Codespaces bevindt. Ook het uitvoeren van de code gebeurt in de cloud en niet op je eigen computer. Bovendien worden alle opdrachten die je in de terminal van Visual Studio Code intypt in de codespace uitgevoerd en niet op je eigen computer.

Om de verbinding met je codespace te verbreken, klik je links weer op het icoontje Remote Explorer en dan op het icoontje van de twee stekkers. Vanaf dat moment werk je weer op je lokale bestandssysteem met Visual Studio Code. Je kunt overigens in Remote Explorer wanneer je met je muiscursor over je codespace blijft hangen de codespace stoppen met een klik op het stopicoontje. Verwijderen kan ook: klik er met rechts op en kies dan Delete Codespace.

Stop je codespace vanuit Visual Studio Code.

Interessant om ook te lezen: Kasm: experimenteren en veilig werken in een geïsoleerde omgeving

8 Op de opdrachtregel

GitHub heeft ook een opdrachtregelprogramma waarmee je in de terminal met je codespaces kunt werken. Volg de installatie-instructies van GitHub CLI en open een nieuw terminalvenster. Log in op je GitHub-account met de opdracht:

gh auth login

Volg de instructies en bevestig in je browser dat je GitHub CLI toegang wilt geven tot je GitHub-account.

Je kunt een lijst opvragen van je huidige codespaces met de opdracht:

gh codespace list

Dit toont voor al je codespaces de naam, de repository, de branch en de toestand (actief of gestopt). Je kunt ook met ssh (Secure SHell) op een codespace inloggen. Voer daarvoor deze opdracht uit en selecteer de gewenste codespace uit de lijst:

gh codespace ssh

Indien de codespace niet actief is, wordt deze eerst gestart. Dit werkt alleen als de codespace een ssh-server draait. Je kunt ook een codespace stoppen met deze opdracht (waarbij je achter de optie -c de naam van de codespace opneemt):

gh codespace stop -c redesigned-space-system-w95xvgv9gcwpr

Beheer je codespaces in de terminal met GitHub CLI.

9 Standaard devcontainer

Ook voor repository’s die geen configuratie voor een devcontainer hebben, kun je een codespace starten. We illustreren dit met de repository Bluetooth Numbers Database van Nordic Semiconductor. Maak op dezelfde manier als in stap 2 een codespace met een klik op Create codespace on master. De standaardbranch is hier namelijk master.

Omdat de repository geen devcontainer heeft geconfigureerd, start GitHub Codespaces een virtuele machine op met een standaardimage van het besturingssysteem. Daarin zijn de nodige ontwikkeltools voor Python, Node.js, JavaScript, TypeScript, C++, Java, C#, F#, .NET Core, PHP, Go, Ruby en Conda geïnstalleerd. Voor de meeste repository’s kun je dus direct aan de slag om eraan te werken in de cloud.

De standaard devcontainer is uitgerust met ontwikkeltools voor talloze programmeertalen.

10 Je eigen devcontainer definiëren

Voor je eigen projecten kun je ook zelf een devcontainer definiëren, waarmee je dan een codespace aanmaakt. De eenvoudigste manier daarvoor is dat je je repository in Visual Studio Code opent, lokaal of terwijl je in een codespace werkt. Doe je dat lokaal, dan moet je eerst de extensie Dev Containers in Visual Studio Code installeren.

Open het opdrachtpalet met Ctrl+Shift+P (of F1 in de browser) en zoek op dev container. Als je lokaal werkt, klik je op Dev Containers: Add Dev Container Configuration Files. Als je in een codespace werkt, klik je op Codespaces: Add Dev Container Configuration Files. Klik op Create a new configuration, waarna je een lijst met enkele voorgedefinieerde devcontainers krijgt. Klik op Show All Definitions om ze allemaal te bekijken. Nu kun je beginnen met typen om te filteren op de gewenste container. Voor een Python-project typ je bijvoorbeeld python, waarna je een van de Python-containers uit de lijst kiest of op het icoontje met de i klikt voor documentatie over de betreffende container.

Kies de gewenste devcontainer in Visual Studio Code.

11 Devcontainer aanmaken

We kiezen hier voor de devcontainer Python 3 devcontainers van het devcontainers-project. Als je erop klikt, kun je nog de versie kiezen. De standaardversie 3.12-bullseye draait Debian 11 (codenaam bullseye) met Python 3.12. Nadat je een keuze hebt gemaakt, kun je nog extra pakketten aanvinken om te installeren. Klik op OK, waarna Visual Studio Code een bestand devcontainer.json in de map .devcontainer aanmaakt.

Als je de repository lokaal in Visual Studio Code hebt geopend, krijg je de vraag om het project opnieuw te openen om het te ontwikkelen in een container. Daarvoor heb je Docker op je computer nodig. Heb je de repository in een codespace geopend, dan zal Visual Studio Code vragen om je container opnieuw te bouwen met de nieuwe configuratie. Klik dan op Rebuild now. Daarna draait je codespace niet meer het standaardimage, maar jouw gekozen image.

Bouw je devcontainer opnieuw met de nieuwe configuratie voor de devcontainer.

12 Aangepaste configuratie

Je kunt het configuratiebestand devcontainer.json nog uitgebreid aanpassen. Voor de documentatie van de mogelijkheden bezoek je het best de specificatie van Development Containers. Met forwardPorts kun je poorten waarop je programma luistert, forwarden naar lokale poorten op je computer. En met postCreateCommand definieer je welke opdrachten er na het aanmaken van de devcontainer moeten worden uitgevoerd. Hierin handel je bijvoorbeeld de installatie van Python-pakketten af die je project nodig heeft.

In customizations kun je instellingen voor een code-editor aanpassen. Voor Visual Studio Code stel je hier bijvoorbeeld in welke extensies je in de codespace wilt installeren. Maar ook instellingen voor de editor zelf zijn hier mogelijk, zoals welke formatter er voor code gebruikt wordt en of die automatisch wordt opgeroepen wanneer je bestanden opslaat.

De specificatie van devcontainers laat toe om een codespace uitgebreid in te stellen.

Codespaces beheren Op de webpagina Your codespaces van GitHub krijg je een overzicht van alle codespaces die je hebt aangemaakt. Je ziet er welke codespaces bij welke repository horen, of ze nog actief zijn en of er nog wijzigingen in de code staan die je nog niet hebt ‘gecommit’ met Git. Met een klik op de drie puntjes naast een codespace open je een menu. Hiermee kun je het type machine aanpassen als je meer processorkracht nodig hebt, de codespace stoppen of je nog niet gecommitte (niet-vastgelegde) wijzigingen naar een fork van de repository exporteren. Je kunt hier ook eenvoudig de codespace openen in je browser of in Visual Studio Code. Overigens kun je je codespaces ook op de opdrachtregel beheren met GitHub CLI, zoals in stap 8 staat.

Beheer je codespaces van in je browser.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Trage computer? Zo versnel je de opstarttijd van Windows 11
© MG | ID.nl
Huis

Trage computer? Zo versnel je de opstarttijd van Windows 11

Een minuut wachten kan eindeloos lijken, bijvoorbeeld tussen het indrukken van de aanknop en het uiteindelijk erschijnen van het Windows-bureaublad. Met de juiste aanpassingen kun je die wachttijd vaak flink verkorten. En wie wil er nu niet sneller uit de startblokken?

Het is je vast al opgevallen dat je Windows-pc na maanden intensief gebruik trager opstart dan in het begin. Dat lijkt vreemd, maar is goed verklaarbaar: je hebt waarschijnlijk allerlei programma’s geïnstalleerd die automatisch met Windows mee opstarten. Deze automatisch opstartprogramma’s controleren en uitschakelen is dan ook een belangrijke optimalisatiestap.

Maar daarnaast bestaan nog wel andere trucs om de opstarttijd te verkorten. Staat Windows nog op een klassieke harde schijf, dan kun je de tijd vaak makkelijk met een minuut of meer inkorten door over te stappen op een ssd (Solid State Drive). Dit kost wel wat tijd en geld, maar levert meteen een flinke tijdwinst op. En als we het toch over drastische ingrepen hebben: ook een volledige, schone (her)installatie van Windows (op dezelfde schijf) geeft je pc gegarandeerd een snellere start.

Draait Windows al op een ssd en wil je geen nieuwe installatie uitvoeren, lees dan vooral verder: er zijn ook minder ingrijpende maatregelen die het opstarten van je computer merkbaar versnellen. 

Meten is weten

Hoeveel tijd je met de tips en technieken uit dit artikel precies wint, is lastig te voorspellen, want dit hangt af van meerdere factoren. We raden je aan dit zelf te meten. Dat kan met een stopwatch, maar gespecialiseerde applicaties doen dit nauwkeuriger. Windows Performance Analyzer (https://apps.microsoft.com/detail/9n0w1b2bxgnz) is een optie, maar is erg technisch. Een veel gebruiksvriendelijker alternatief is BootRacer (www.greatis.com/bootracer). Deze app is ook gratis en die kun je na enkele testrondes gerust weer verwijderen. We tonen eerst hoe je BootRacer gebruikt om de opstarttijd(en) te meten, want de tool biedt daarnaast ook enkele optimaliseringsopties.

WPA: een geavanceerd meetinstrument.

BootRacer (meten)

Download de app en pak het zip-bestand uit. Start het uitgepakte exe-bestand en installeer het. Laat de vier opties aan het einde van de setup aangevinkt, rond af met Voltooien en start BootRacer op. Sluit alle andere applicaties, klik op Start en kies bij Perform a full boot time test voor Start Test / Yes. Na de herstart van Windows verschijnt rechtsonder een pop-upvenster met de opstartduur. Standaard meet BootRacer dit bij elke nieuwe Windows-opstart, waarna je via History de opeenvolgende tijden kunt volgen. Deze duur is telkens opgesplitst in drie delen: de eigenlijke boottijd, de wachttijd om aan te melden, en de tijd tussen aanmelding en een gebruiksklaar bureaublad. De BIOS-tijd (Pre-boot) aan het begin zit er niet bij omdat BootRacer begrijpelijkerwijs dan nog niet draait. Tijdens de boottijd laadt Windows de kernel, start essentiële systeemservices en initialiseert stuurprogramma’s. Na je aanmelding worden je profiel, instellingen, de shell (Verkenner), achtergrondprocessen en automatische opstartprogramma’s geladen.

Wil je niet langer dat BootRacer de opstarttijd meet, ga dan naar Options en selecteer op het tabblad Show de optie Disable BootRacer AutoStart in plaats van Every boot.

BootRacer geeft je een mooi beeld van de opeenvolgende opstarttijden.

Automatisch opstarten

Je weet nu hoe je de opstartduur kunt meten en bekijken, dus kunnen we aan de slag om deze te optimaliseren en te verkorten. Vaak win je tijd door enkel noodzakelijke programma’s automatisch met Windows te laten starten. Dit overzicht vind je in het Windows Taakbeheer, bereikbaar via het contextmenu van de startknop. Klik hier op Opstart-apps. Zet overbodige apps (tijdelijk) uit door er met rechts op te klikken en Uitschakelen te kiezen, al blijft het hier gissen hoeveel tijd zo’n app werkelijk kost bij het opstarten.

Daarvoor gebruik je BootRacer, dat ook per app de opstarttijd kan vastleggen. Start BootRacer, ga naar Options, open het tabblad Startup Control, klik op Enable Control en vink Measure program’s startup time en Log history of started apps aan. Bevestig met Save. Na een nieuwe Windows-opstart klik je in BootRacer op History en kies je History of Executed Startup Programs, voor een exacte opstarttijd van elke app, in chronologische volgorde.

BootRacer registreert nauwkeurig de opstarttijd van elke automatisch opstartende app.

Opstart-optimalisatie

Je weet nu precies hoeveel impact elke app heeft op de totale opstarttijd. In BootRacer kun je deze apps niet alleen tijdelijk uitschakelen, maar ook de startvolgorde aanpassen. Open het onderdeel Startup Control voor een overzicht. Verwijder het vinkje om apps uit te schakelen. Klik je met rechts op een app, dan kies je Info om het pad naar het programma te zien of eventueel Delete als je de opstartverwijzing (in het register) helemaal wilt verwijderen. Met de knop Set Order links bovenin bepaal je via de pijlknoppen welke apps eerder of juist later starten. Bevestig je wijzigingen met Finish Reordering.

Je kunt ook de onderlinge opstartvolgorde aanpassen in BootRacer.

Opstart-vertraging

In BootRacer kun je het opstarten van specifieke apps niet uitstellen om sneller je bureaublad te zien, omdat de app pas daarna wordt gestart. Dat kan wel met de gratis HiBit start-up Manager (www.hibitsoft.ir/StartupManager.html). Kies bij voorkeur voor de installeerbare versie, want de portable editie mist enkele opties. Installeer de app en start deze op. Wil je een app later laten opstarten, klik er dan met rechts op, kies Add to Delay en stel de gewenste vertraging in (Hour, Minute, Seconds). Of kies Automatic Delay en bepaal hoeveel procent cpu- en/of schijfbelasting er maximaal mag zijn voordat de app start. Bevestig met OK.

Start-up Manager heeft bij de rubriek Tools ook enkele handige extra’s. Zo meldt System Monitoring zich zodra een nieuwe app met Windows wil opstarten en geeft Boot Optimizer de opstarttijden weer, ook van achtergrondservices (zie ook bij Service-optimalisatie).

Je kunt apps eventueel ook laten opstarten nadat je bureaublad is verschenen.

Functie: ‘Snel opstarten’

Windows heeft een functie ‘Snel opstarten’ die de boottijd verkort. Normaal sluit Windows bij het afsluiten alle apps en logt het systeem de gebruiker uit, waarna bij de volgende start alles opnieuw wordt geladen. Met ‘Snel opstarten’ bewaart Windows de status van de systeemkernel en stuurprogramma’s (in het verborgen bestand c:\hiberfil.sys). Bij een volgende start wordt dit snapshot ingeladen, waardoor Windows sneller opstart. In de meeste gevallen is het zinvol deze functie in te schakelen, behalve bij dual-bootconfiguraties of bij stuurprogramma’s die er niet goed mee werken.

Je beheert dit via de ingebouwde app Configuratiescherm. Ga naar Systeem en beveiliging / Energiebeheer, klik op Het gedrag van de aan/uit-knoppen bepalen en kies Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn. Zet een vinkje bij Snel opstarten inschakelen (aanbevolen) en bevestig met Wijzigingen opslaan.

Windows heeft een ingebouwde functie om de opstarttijd wat in te korten. 

Energiemodi

De functie Snel opstarten werkt alleen bij een volledige afsluiting, maar in het venster Energiebeheer kom je ook Slaapstand en Sluimerstand tegen, die je hier meteen ook kunt activeren. Beide energiebesparende modi zorgen voor een nog snellere start.

Bij Sluimerstand (hibernate) schrijft Windows de volledige inhoud van het RAM naar schijf, zodat de pc geen stroom meer nodig heeft. Bij het opstarten hervat je de sessie exact waar je gebleven was, inclusief geopende programma’s. Nog sneller is Slaapstand, waarbij de sessie in het RAM-geheugen blijft, waardoor de pc wel nog een klein beetje stroom verbruikt.

De exacte opstarttijd hangt af van je hardware en opstartapps, maar grofweg kun je het volgende verwachten: volledig afsluiten zonder snel opstarten circa 30 tot 60 seconden, volledig afsluiten met snel opstarten circa 15 tot 30 seconden, sluimerstand circa 10 tot 20 seconden en slaapstand circa 5 seconden.

De energiebesparende modi kunnen je ook flink wat opstarttijd besparen. 

Procesoptimalisatie

Blijft de opstart lang duren, ook nadat je alle overtollige opstart-apps hebt uitgeschakeld, dan moet je dieper graven. Vaak zijn het services en achtergrondprocessen die vertraging veroorzaken, zoals cloud-synchronisatiesoftware, update-taken of diensten van derden.

Met een ietwat botte methode spoor je dit als volgt op. Druk op Windows-toets+R, voer msconfig uit, open het tabblad Services en vink Alle Microsoft-services verbergen aan. Klik op Alles uitschakelen en herstart de pc. Start hij nu merkbaar sneller op, dan veroorzaken een of meer van die processen de vertraging.

Met de Boot Optimizer van start-up Manager (zie bij ‘Opstart-vertraging’) kun je zien hoeveel tijd zulke processen kosten. Klik desgewenst met rechts op een proces en kies Disable om het uit te schakelen (het item kleurt grijs). Later kun je dit met Enable weer inschakelen. Kies Uninstall alleen als je zeker weet dat de software niet nodig is, want hiermee verwijder je deze. De optie Delete gebruik je beter niet, omdat dit enkel het item uit de lijst verwijdert terwijl het proces toch kan blijven opstarten.

Je kunt services ook rechtstreeks beheren in Windows via de ingebouwde app Services. Selecteer een service, klik met rechts en kies Eigenschappen. Op het tabblad Algemeen stel je het Opstarttype in op Handmatig of eventueel op Automatisch (vertraagd starten), zodat de service geen impact heeft tijdens de eigenlijke opstartfase. Bevestig met OK.

Services kun je uitschakelen vanuit Boot Optimizer, maar ook vanuit de Services-module.

Autoruns

Vanuit Taakbeheer en met tools als BootRacer, Boot Optimizer en Services kun je de meeste automatisch startende apps en services beheren. Wil je echt alle autostartpunten van Windows zien, gebruik dan het gratis AutoRuns (https://learn.microsoft.com/en-us/sysinternals/downloads/autoruns), bij voorkeur als administrator. Op het tabblad Everything zie je alle opstartpunten in één overzicht en beheer je ze via het contextmenu. Met Jump to Entry spring je direct naar de locatie vanwaar ze worden gestart en met Delete verwijder je de opstartverwijzing uit Windows. Houd er rekening mee dat dit niet eenvoudig terug te draaien is, tenzij je de koppeling handmatig herstelt.

Autoruns lijst letterlijk elk mogelijk opstartpunt van Windows op.

Opstartuitstel

Je hebt de totale opstarttijd waarschijnlijk al flink teruggebracht, maar er zijn nog extra ingrepen mogelijk. Mogelijk zag je in BootRacer een melding over een ‘Explorer start-up Delay’ van 10 seconden voorbij komen. Windows bouwt deze vertraging namelijk standaard in, zodat essentiële systeemdiensten rustig kunnen starten, maar op een modern en snel systeem is dit meestal niet nodig. In BootRacer kun je dit alleen met de betaalde Pro-versie uitschakelen, maar via het register kan het ook gratis.

Druk op Windows-toets+R, voer regedit uit en navigeer naar HKEY_CURRENT_USER\Software\Microsoft\Windows\CurrentVersion\Explorer. Klik met rechts en kies Nieuw / Sleutel, geef deze de naam Serialize. Klik met rechts op deze nieuwe sleutel en kies Nieuw / DWORD (32-bits)-waarde. Noem deze StartupDelayInMSec en laat de waarde 0 staan. Sluit Regedit en herstart je pc.

Met een registeringreep kun je nog eens tot tien seconden besparen.

Auto-doorstart

Wanneer je in BootRacer de totale opstartfase bekijkt, zie je mogelijk ook een ‘Password timeout’, de tijd dat Windows wacht tot je je wachtwoord hebt ingevoerd. Zonde van de verloren tijd, maar als je de enige gebruiker van de pc bent, kun je Windows ook automatisch laten doorstarten.

Druk op Windows-toets+R, typ netplwiz en klik op OK. Verwijder het vinkje bij Gebruikers moeten een gebruikersnaam en wachtwoord opgeven […]. Bevestig met OK en vul het wachtwoord in van het gewenste account.

Zie je deze optie niet, dan gebruik je waarschijnlijk een Microsoft-account. Wil je geen lokaal account aanmaken, dan omzeil je dit als volgt. Ga opnieuw naar Uitvoeren en voer regedit uit. Navigeer naar HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\Windows NT\CurrentVersion\PasswordLess\Device. Dubbelklik in het rechterdeelvenster op DevicePasswordLessBuildVersion en zet de waarde op 0 (in plaats van 2). Na een herstart van je pc zou de optie alsnog zichtbaar moeten zijn.

Als enige gebruiker kun je wellicht ook zonder aanmeldwachtwoord leven. 

UEFI/BIOS

Hoewel tools (zoals BootRacer) de opstarttijd van het UEFI/BIOS niet kunnen meten, kan deze fase toch ook enige tijd kosten. Hier controleert de firmware van je moederbord de hardware en start zij het verdere proces. Met enkele instellingen kun je de opstarttijd wellicht iets verkorten.

Om in het UEFI/BIOS te komen, druk je direct na het aanzetten van de pc op een toets als F10, F2 of Del (zie je systeemhandleiding). Zoek daar naar opties als Fast Boot, Quick Boot of Quick Power on Self Test en schakel deze in om bepaalde zelftesten of wachttijden over te slaan. Controleer ook de bootvolgorde: je stelt de Windows-schijf bij voorkeur in als eerste boot device. Vaak kun je ook ongebruikte hardware, zoals bepaalde poorten, uitschakelen, wat soms wat extra tijdwinst oplevert bij de initialisatie.

Je checkt ook even enkele instellingen in het UEFI/BIOS, zoals Fast boot.

▼ Volgende artikel
Resident Evil Village en meer titels komen naar PlayStation Plus-gamecatalogus
Huis

Resident Evil Village en meer titels komen naar PlayStation Plus-gamecatalogus

Sony heeft bekendgemaakt welke spellen deze maand aan de gamecatalogus voor PlayStation Plus Extra- en Premium-leden worden toegevoegd, en Resident Evil Village is er een van.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Het lijkt geen toeval dat de game naar de catalogus komt, want eerder bleek al dat Village deze maand ook op Xbox Game Pass verschijnt. Daarbij zal eind februari het negende deel in de reeks, Resident Evil Requiem, uitkomen, dus dit is het ideale moment om nog even het geheugen op te frissen met Village, dat het achtste deel in de horrorfranchise betreft.

Deze games komen op 20 januari naar PS Plus Extra en Premium:

Andere spellen die vanaf 20 januari worden toegevoegd, zijn onder andere Like a Dragon: Infinite Wealth, A Quiet Place; The Road Ahead, de oorspronkelijke Ridge Racer en Art of Rally. Voor de duidelijkheid: de moderne spellen op onderstaande lijst zijn speelbaar voor alle PlayStation Plus Extra- en Premium-leden, de klassieke game is alleen voor Premium-leden bestemd.

  •        Resident Evil Village (PS5 / PS4)

  •        Like a Dragon: Infinite Wealth (PS5 / PS4)

  •        Expeditions: A MudRunner Game (PS5 / PS4)

  •        A Quiet Place: The Road Ahead (PS5 / PS4)

  •        Darkest Dungeon 2 (PS5 / PS4)

  •        The Exit 8 (PS5 / PS4)

  •        Art of Rally (PS5 / PS4)

  •        A Little to the Left (PS5 / PS4)

Deze game komt op 20 januari naar PS Plus Premium:

  • Ridge Racer

Meer informatie over deze games valt te vinden op PlayStation Blog.

View post on X