ID.nl logo
Geen cookies meer?! Dit is de stand van zaken
© Faithie
Huis

Geen cookies meer?! Dit is de stand van zaken

Het einde van de volgcookie lijkt nu dan toch echt nabij. Het bestandje dat jouw internetgedrag nauwlettend in de gaten houdt, wordt binnenkort uitgefaseerd in de grootste browsers. Daarmee komt hopelijk een einde aan veel privacyklachten, maar het verdwijnen van de cookie heeft ook impact op ons internetgedrag. Wat voor internet krijgen we er straks voor terug? We zetten het op een rij.

Hoe staat het ervoor met de volgcookie? Wanneer verdwijnt de cookiemuur? Wat is de privacy sandbox van Google?

Het antwoord op deze vragen lees je in dit artikel.

Lees ook: Cookies verwijderen op je Android smartphone

De internetcookie was ooit onschuldig bedoeld. Hij werd bedacht door programmeur Lou Montulli, die in de jaren 90 de browser Netscape ontwikkelde. De naam was gebaseerd op ‘magic cookie’, een term die programmeurs gebruiken voor data die tussen twee programma’s wordt verstuurd zonder te worden veranderd. Voor programmeurs handig om te zien of een app gegevens kan verwerken zonder ze aan te tasten, maar Montulli bedacht dat het ook voor websites handig was om ze onderling met zo’n bestand te laten communiceren.

Websites konden met Netscape zo’n cookie op je computer achterlaten, en daarmee werd aan de browser verteld of je bijvoorbeeld al was ingelogd. Een cookie helpt websitebeheerders ook om bij te houden hoeveel mensen een pagina hebben bezocht.

Ineens konden sites simpele informatie over jou onthouden. Hartstikke efficiënt, en dus duurde het niet lang meer tot Internet Explorer het bestandje ook ging gebruiken. Zodoende werd het integraal onderdeel van het moderne internet. Op dit moment is er geen enkele browser die geen cookies gebruikt, en bovendien hebben websites vaak een paar cookies nodig om überhaupt te functioneren.

Niet veel later ontdekten ook de adverteerders dat zij cookies konden gebruiken om het internetgebruik van gebruikers in de gaten te houden. Via die bestandjes zagen ze ineens welke websites je zoal had bezocht. Kwam je op een site van een koptelefoonfabrikant? Dan konden websites jou vervolgens advertenties voor koptelefoons laten zien, in de hoop dat je daar sneller op zou klikken.

Niet iedere cookie is foute boel. Essentiële cookies zorgen er bijvoorbeeld voor dat websites onthouden dat je bent ingelogd.

Cookies misbruikt voor Trump en Brexit

De inzage in onze privélevens werd steeds groter. Facebook gebruikte speciale pixels om cookies op je apparaten te zetten en zo je surfgedrag aan je profiel te koppelen. Had je geen Facebook-account? Geen probleem, dan stelde het sociale netwerk gewoon een geheim schaduw-account voor je samen om je toch te kunnen tracken.

Een persoonsgerichte advertentie is één ding, maar die dataverzameling via cookies begon steeds sinistere vormen aan te nemen. Het databedrijf Cambridge Analytica gebruikte bijvoorbeeld de reclamedata van Facebook om psychologische profielen van gebruikers op te stellen, en daarbij te kijken wie het meest vatbaar is voor bepaalde reclames. Dit werd vervolgens ingezet om politieke reclame te maken voor Donald Trump en de Brexit.

De Europese Unie deed een poging om het cookiegebruik aan banden te leggen met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), ook wel de privacywet genoemd. Websites mochten nog steeds essentiële cookies op je computer plaatsen, bijvoorbeeld om de inloggegevens van een account te onthouden, maar voor optionele (tracking)cookies moest voortaan bij een bezoek toestemming worden gevraagd. Dat is de reden waarom je nu op veel sites zo’n toestemmingsformulier krijgt voorgeschoteld bij een eerste bezoek.

Echt handig is dat formulier alleen niet. Websiteontwerpers doen hun best om de afwijs-knop zo onduidelijk mogelijk te maken, in de hoop dat je dan toch maar moedeloos op ‘accepteer’ drukt. En als je een website op je telefoon, tablet en laptop bezoekt, moet je steeds weer iets met dat cookiescherm voordat je binnen bent.

Browsermakers probeerden de grootste privacyschendingen door cookies te bemoeilijken, maar daarbij ontstond een kat-en-muisspel: steeds als er een vorm van misbruik werd geblokkeerd, gingen reclamemakers op zoek naar nieuwe manieren om die blokkade te omzeilen.

©Brad Pict - stock.adobe.com

Met de GDPR (in Nederland AVG) probeerde de Europese Unie om het cookiegebruik aan banden te leggen.

De grootste browsers van dit moment

Statcounter houdt bij welke browsers het populairst zijn. Dit waren in januari 2024 de vijf grootste spelers:

  1. Google Chrome (64,41%)

  2. Apple Safari (18,82%)

  3. Microsoft Edge (5,36%)

  4. Mozilla Firefox (3,3%)

  5. Samsung Internet (2,55%)

Google maakt volgcookies irrelevant

Al deze problemen hoopt Google op te lossen door volgcookies in Chrome uit te faseren. In de browser mogen websites binnenkort alleen nog maar essentiële cookiebestanden plaatsen die nodig zijn om een website te laten functioneren. Alle andere cookies, ook wel bekend als ‘cookies van derden’, worden in het webprogramma geblokkeerd.

Met het verbod in Chrome verdwijnen cookies niet meteen helemaal, maar in de praktijk worden ze nutteloos en zullen adverteerders er nog maar amper gebruik van maken. Chrome is namelijk een gigantisch grote speler op de browsermarkt: uit recente statistieken van marktbureau Statcounter blijkt dat twee derde van alle internetters Chrome gebruikt. Webbrowser Safari is met een kleine twintig procent de nummer twee, maar de diepgewortelde integratie met adblockers zorgt ervoor dat veel Safari-gebruikers al geen cookies meer accepteren.

En de nummer drie, met vijf procent, Edge? Die draait op de achtergrond stiekem op Googles systemen. De cookie wordt straks dus alleen nog maar interessant voor een heel klein percentage browsers dat die bestandjes nog toelaat; voor adverteerders een verwaarloosbare markt.

Google pakt het groots aan door de optionele cookies met heel iets anders te vervangen: de zogeheten ‘Privacy Sandbox’. Hierin komen al je persoonsgebonden gegevens terecht, zoals sites die je bezoekt. Adverteerders kunnen dan met de privacy sandbox verbinden om persoonsgerichte reclame te maken, maar zij krijgen je privédata niet in handen. Google is een soort tussenpersoon die je gegevens in beheer houdt.

Reclamemakers kunnen Google vragen om reclame aan bepaalde soorten personen te laten zien.

Geld waard voor Google

Voor Google is dat een slimme deal, want zij krijgen ineens veel meer grip op de reclamemarkt. Bij cookies konden bedrijven nog buiten Google om reclame maken, maar nu moet alles via hun privacy sandbox.

Ook voor gebruikers is het goed nieuws: je kunt straks in Chrome zelf instellen hoe de privacy sandbox met jouw data omgaat. Wil je niet dat reclamemakers persoonsgericht bij je kunnen adverteren? Dan zet je straks simpelweg de knop uit zodat niemand ooit die mogelijkheid heeft.

Kort gezegd: zodra Google het cookieverbod doorvoert, gaan we naar een internet zonder eindeloze cookiemuren als je websites bezoekt. Je hebt nog maar één pagina in de instelling van je browser waarin je kiest of reclamebedrijven jouw surfgedrag mogen inzien. In andere browsers zul je in de maanden erna wellicht soms nog op cookies stuiten, maar de verwachting is dat ze ook daar langzaam maar zeker zullen verdwijnen.

Verstopt in de instellingen van Chrome en browsers die draaien op Chromium, zit al een optie om cookies van derden te blokkeren.

De vraag is wanneer

De vraag is dan nog: wanneer? En dat is een lastige: de privacy sandbox werd al jaren geleden aangekondigd, toen voor medio 2023. Die datum ging voorbij zonder dat het systeem de norm werd. Inmiddels is de deadline naar eind 2024 verschoven, in de hoop dat die wel wordt gehaald.

Google lijkt de boel al op orde te hebben, maar reclamebedrijven zeggen dat ze langer de tijd nodig hebben om zich voor te bereiden op de overstap. Deels zal dat waar zijn: het systeem waar hun gehele business op draait verdwijnt en ze moeten over naar iets anders, wat geheid een complexe kwestie is. Maar het lijkt er ook op dat adverteerders blijven aansturen op zo veel mogelijk uitstel, zodat ze langer de oudere, wellicht meer lucratieve cookie kunnen blijven gebruiken.

Google moet luisteren naar die zorgen, want marktwaakhonden houden het bedrijf nauwlettend in de gaten. Zij zien ook dat Google een groot deel van de advertentiemarkt naar zichzelf toetrekt door alle bedrijven te verplichten hun privacy sandbox te gebruiken. Er wordt gevreesd voor oneerlijke concurrentie, want Google is zelf ook een reclamebedrijf dat veel nauwere banden met zichzelf kan onderhouden.

Bovendien bestaat er een kans dat bijna niemand bedrijven toestemming zal geven om hun gegevens te gebruiken voor reclames. Is dat het geval, dan kan de markt voor persoonsgerichte reclame compleet instorten.

Dat kan erg zijn voor bedrijven, maar voor ons? Wij krijgen er straks hopelijk een internet zonder cookiemuren voor terug. Of het ook echt privacyvriendelijker is? Dat is een tweede vraag. Je gegevens worden immers nog steeds verzameld, maar straks door nog maar één groot bedrijf. Hopelijk is het dan echt zo makkelijk om de dataverzameling uit te schakelen als Google op dit moment belooft.

©Andrey Popov

Het lijkt erop dat reclamebedrijven en adverteerders geen haast maken met het uitfaseren van volgcookies.
Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.