ID.nl logo
Geen cookies meer?! Dit is de stand van zaken
© Faithie
Huis

Geen cookies meer?! Dit is de stand van zaken

Het einde van de volgcookie lijkt nu dan toch echt nabij. Het bestandje dat jouw internetgedrag nauwlettend in de gaten houdt, wordt binnenkort uitgefaseerd in de grootste browsers. Daarmee komt hopelijk een einde aan veel privacyklachten, maar het verdwijnen van de cookie heeft ook impact op ons internetgedrag. Wat voor internet krijgen we er straks voor terug? We zetten het op een rij.

Hoe staat het ervoor met de volgcookie? Wanneer verdwijnt de cookiemuur? Wat is de privacy sandbox van Google?

Het antwoord op deze vragen lees je in dit artikel.

Lees ook: Cookies verwijderen op je Android smartphone

De internetcookie was ooit onschuldig bedoeld. Hij werd bedacht door programmeur Lou Montulli, die in de jaren 90 de browser Netscape ontwikkelde. De naam was gebaseerd op ‘magic cookie’, een term die programmeurs gebruiken voor data die tussen twee programma’s wordt verstuurd zonder te worden veranderd. Voor programmeurs handig om te zien of een app gegevens kan verwerken zonder ze aan te tasten, maar Montulli bedacht dat het ook voor websites handig was om ze onderling met zo’n bestand te laten communiceren.

Websites konden met Netscape zo’n cookie op je computer achterlaten, en daarmee werd aan de browser verteld of je bijvoorbeeld al was ingelogd. Een cookie helpt websitebeheerders ook om bij te houden hoeveel mensen een pagina hebben bezocht.

Ineens konden sites simpele informatie over jou onthouden. Hartstikke efficiënt, en dus duurde het niet lang meer tot Internet Explorer het bestandje ook ging gebruiken. Zodoende werd het integraal onderdeel van het moderne internet. Op dit moment is er geen enkele browser die geen cookies gebruikt, en bovendien hebben websites vaak een paar cookies nodig om überhaupt te functioneren.

Niet veel later ontdekten ook de adverteerders dat zij cookies konden gebruiken om het internetgebruik van gebruikers in de gaten te houden. Via die bestandjes zagen ze ineens welke websites je zoal had bezocht. Kwam je op een site van een koptelefoonfabrikant? Dan konden websites jou vervolgens advertenties voor koptelefoons laten zien, in de hoop dat je daar sneller op zou klikken.

Niet iedere cookie is foute boel. Essentiële cookies zorgen er bijvoorbeeld voor dat websites onthouden dat je bent ingelogd.

Cookies misbruikt voor Trump en Brexit

De inzage in onze privélevens werd steeds groter. Facebook gebruikte speciale pixels om cookies op je apparaten te zetten en zo je surfgedrag aan je profiel te koppelen. Had je geen Facebook-account? Geen probleem, dan stelde het sociale netwerk gewoon een geheim schaduw-account voor je samen om je toch te kunnen tracken.

Een persoonsgerichte advertentie is één ding, maar die dataverzameling via cookies begon steeds sinistere vormen aan te nemen. Het databedrijf Cambridge Analytica gebruikte bijvoorbeeld de reclamedata van Facebook om psychologische profielen van gebruikers op te stellen, en daarbij te kijken wie het meest vatbaar is voor bepaalde reclames. Dit werd vervolgens ingezet om politieke reclame te maken voor Donald Trump en de Brexit.

De Europese Unie deed een poging om het cookiegebruik aan banden te leggen met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), ook wel de privacywet genoemd. Websites mochten nog steeds essentiële cookies op je computer plaatsen, bijvoorbeeld om de inloggegevens van een account te onthouden, maar voor optionele (tracking)cookies moest voortaan bij een bezoek toestemming worden gevraagd. Dat is de reden waarom je nu op veel sites zo’n toestemmingsformulier krijgt voorgeschoteld bij een eerste bezoek.

Echt handig is dat formulier alleen niet. Websiteontwerpers doen hun best om de afwijs-knop zo onduidelijk mogelijk te maken, in de hoop dat je dan toch maar moedeloos op ‘accepteer’ drukt. En als je een website op je telefoon, tablet en laptop bezoekt, moet je steeds weer iets met dat cookiescherm voordat je binnen bent.

Browsermakers probeerden de grootste privacyschendingen door cookies te bemoeilijken, maar daarbij ontstond een kat-en-muisspel: steeds als er een vorm van misbruik werd geblokkeerd, gingen reclamemakers op zoek naar nieuwe manieren om die blokkade te omzeilen.

©Brad Pict - stock.adobe.com

Met de GDPR (in Nederland AVG) probeerde de Europese Unie om het cookiegebruik aan banden te leggen.

De grootste browsers van dit moment

Statcounter houdt bij welke browsers het populairst zijn. Dit waren in januari 2024 de vijf grootste spelers:

  1. Google Chrome (64,41%)

  2. Apple Safari (18,82%)

  3. Microsoft Edge (5,36%)

  4. Mozilla Firefox (3,3%)

  5. Samsung Internet (2,55%)

Google maakt volgcookies irrelevant

Al deze problemen hoopt Google op te lossen door volgcookies in Chrome uit te faseren. In de browser mogen websites binnenkort alleen nog maar essentiële cookiebestanden plaatsen die nodig zijn om een website te laten functioneren. Alle andere cookies, ook wel bekend als ‘cookies van derden’, worden in het webprogramma geblokkeerd.

Met het verbod in Chrome verdwijnen cookies niet meteen helemaal, maar in de praktijk worden ze nutteloos en zullen adverteerders er nog maar amper gebruik van maken. Chrome is namelijk een gigantisch grote speler op de browsermarkt: uit recente statistieken van marktbureau Statcounter blijkt dat twee derde van alle internetters Chrome gebruikt. Webbrowser Safari is met een kleine twintig procent de nummer twee, maar de diepgewortelde integratie met adblockers zorgt ervoor dat veel Safari-gebruikers al geen cookies meer accepteren.

En de nummer drie, met vijf procent, Edge? Die draait op de achtergrond stiekem op Googles systemen. De cookie wordt straks dus alleen nog maar interessant voor een heel klein percentage browsers dat die bestandjes nog toelaat; voor adverteerders een verwaarloosbare markt.

Google pakt het groots aan door de optionele cookies met heel iets anders te vervangen: de zogeheten ‘Privacy Sandbox’. Hierin komen al je persoonsgebonden gegevens terecht, zoals sites die je bezoekt. Adverteerders kunnen dan met de privacy sandbox verbinden om persoonsgerichte reclame te maken, maar zij krijgen je privédata niet in handen. Google is een soort tussenpersoon die je gegevens in beheer houdt.

Reclamemakers kunnen Google vragen om reclame aan bepaalde soorten personen te laten zien.

Geld waard voor Google

Voor Google is dat een slimme deal, want zij krijgen ineens veel meer grip op de reclamemarkt. Bij cookies konden bedrijven nog buiten Google om reclame maken, maar nu moet alles via hun privacy sandbox.

Ook voor gebruikers is het goed nieuws: je kunt straks in Chrome zelf instellen hoe de privacy sandbox met jouw data omgaat. Wil je niet dat reclamemakers persoonsgericht bij je kunnen adverteren? Dan zet je straks simpelweg de knop uit zodat niemand ooit die mogelijkheid heeft.

Kort gezegd: zodra Google het cookieverbod doorvoert, gaan we naar een internet zonder eindeloze cookiemuren als je websites bezoekt. Je hebt nog maar één pagina in de instelling van je browser waarin je kiest of reclamebedrijven jouw surfgedrag mogen inzien. In andere browsers zul je in de maanden erna wellicht soms nog op cookies stuiten, maar de verwachting is dat ze ook daar langzaam maar zeker zullen verdwijnen.

Verstopt in de instellingen van Chrome en browsers die draaien op Chromium, zit al een optie om cookies van derden te blokkeren.

De vraag is wanneer

De vraag is dan nog: wanneer? En dat is een lastige: de privacy sandbox werd al jaren geleden aangekondigd, toen voor medio 2023. Die datum ging voorbij zonder dat het systeem de norm werd. Inmiddels is de deadline naar eind 2024 verschoven, in de hoop dat die wel wordt gehaald.

Google lijkt de boel al op orde te hebben, maar reclamebedrijven zeggen dat ze langer de tijd nodig hebben om zich voor te bereiden op de overstap. Deels zal dat waar zijn: het systeem waar hun gehele business op draait verdwijnt en ze moeten over naar iets anders, wat geheid een complexe kwestie is. Maar het lijkt er ook op dat adverteerders blijven aansturen op zo veel mogelijk uitstel, zodat ze langer de oudere, wellicht meer lucratieve cookie kunnen blijven gebruiken.

Google moet luisteren naar die zorgen, want marktwaakhonden houden het bedrijf nauwlettend in de gaten. Zij zien ook dat Google een groot deel van de advertentiemarkt naar zichzelf toetrekt door alle bedrijven te verplichten hun privacy sandbox te gebruiken. Er wordt gevreesd voor oneerlijke concurrentie, want Google is zelf ook een reclamebedrijf dat veel nauwere banden met zichzelf kan onderhouden.

Bovendien bestaat er een kans dat bijna niemand bedrijven toestemming zal geven om hun gegevens te gebruiken voor reclames. Is dat het geval, dan kan de markt voor persoonsgerichte reclame compleet instorten.

Dat kan erg zijn voor bedrijven, maar voor ons? Wij krijgen er straks hopelijk een internet zonder cookiemuren voor terug. Of het ook echt privacyvriendelijker is? Dat is een tweede vraag. Je gegevens worden immers nog steeds verzameld, maar straks door nog maar één groot bedrijf. Hopelijk is het dan echt zo makkelijk om de dataverzameling uit te schakelen als Google op dit moment belooft.

©Andrey Popov

Het lijkt erop dat reclamebedrijven en adverteerders geen haast maken met het uitfaseren van volgcookies.
Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy
© ID.nl
Huis

Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy

Als je services op je eigen thuisserver draait, wil je daar ook eenvoudig meldingen van kunnen ontvangen. Ntfy stelt je in staat om eenvoudig pushnotificaties naar je telefoon of computer te sturen. Bovendien kun je ntfy op je eigen thuisserver draaien, zodat je alles in eigen handen hebt. In dit artikel gaan we ermee aan de slag.

Dit gaan we doen

In dit artikel zetten we een ntfy-server op die je zelf beheert. We regelen eerst de randvoorwaarden: hoe je server van buitenaf bereikbaar wordt (bijvoorbeeld via vpn of portforwarding) en hoe je https netjes afhandelt met een reverse proxy en een certificaat van Let's Encrypt. Daarna bouwen we de basis: configuratiebestand, opslagmappen en een draaiende container met Docker.

Vervolgens maken we gebruikers en rechten aan, zodat niet iedereen zomaar kan publiceren of meelezen. Je test met de webinterface en met de mobiele app, zodat je zeker weet dat meldingen ook echt binnenkomen. Tot slot koppel je ntfy aan je eigen tools: eerst met een simpele curl-oproep vanuit een shellscript, daarna met extra's zoals titel, prioriteit en tags. Als je wilt, breid je dat uit naar meldingen met bijlagen, acties (doorklikken naar een url) en integratie vanuit Python. 

Lees ook: Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Netwerkmonitoringsoftware, een programma dat je Docker-containers bijwerkt, een smarthomecontroller, back-upsoftware, ze hebben allemaal één ding gemeen: ze moeten je meldingen kunnen sturen als er iets gebeurt. Dat kan op verschillende manieren: via e-mail, instant messaging of pushnotificaties naar je telefoon. Dat laatste verloopt doorgaans via een gecentraliseerde dienst zoals Firebase Cloud Messaging (voorheen Google Cloud Messaging) of Apple Push Notification service.

Pushnotificaties zijn handig omdat ze bijna onmiddellijk aankomen en omdat zowel Android als iOS toestaan om in te stellen hoe je ervan op de hoogte wordt gebracht. Wil je pushnotificaties kunnen ontvangen zonder een server onder controle van een partij zoals Google of Apple, dan moet je ook hiervoor je eigen service installeren. Een opensource-project dat dit implementeert, is ntfy.

Werking van ntfy

Je ntfy-server ontvangt meldingen van je programma's via http over een REST-API en zet deze om in pushnotificaties voor de bijbehorende Android- of iOS-app of voor een webpagina op je computer. De API is in de documentatie van het project beschreven, zodat je ook je eigen software met ntfy kunt laten praten. Het project heeft ook een command-line-interface, zodat je bijvoorbeeld shellscripts op je Linux-server eenvoudig pushnotificaties kunt laten verzenden.

Ntfy gebruikt het bekende publish/subscribe-patroon. Een zender publiceert notificaties op een specifiek onderwerp door data te sturen naar een url via een http POST- of PUT-aanvraag. Het onderwerp wordt gedefinieerd door een segment van de url dat volgt op de domeinnaam. Een ontvanger kan zich dan abonneren op dit onderwerp. Elke keer dat de zender daarna een notificatie op dit onderwerp publiceert, stuurt ntfy de data naar alle ontvangers die zich op dit onderwerp hebben geabonneerd. Door ntfy op je eigen server te installeren, heb je de volledige controle over deze notificaties.

Met ntfy kun je services pushnotificaties laten verzenden naar je telefoon of computer.

Serververeisten

De mobiele app van ntfy moet met je server kunnen communiceren om te vragen of er notificaties zijn. Als je ntfy op een server in je lokale netwerk installeert, moet die dus van buitenaf bereikbaar zijn. Dat kun je met portforwarding in je modem regelen of door je telefoon buitenshuis automatisch met een VPN-server op je lokale netwerk te laten verbinden. Heeft je internetaansluiting thuis geen vast ip-adres, dan moet je ook een DynDNS-updater te draaien.

Een andere optie is om ntfy op een VPS (Virtual Private Server) te installeren. Hierop draai je dan ook een reverse proxy voor https-toegang, die een TLS-certificaat van Let's Encrypt opvraagt. Je hebt dan een domein nodig, waarvoor je een DNS A-record naar het ip-adres van je server laat verwijzen. In de rest van dit artikel gaan we uit van een installatie van ntfy op een lokale server met Debian 13 ("trixie") met behulp van Docker Compose.

Basisconfiguratie

Creëer eerst enkele directory's voor ntfy:

$ mkdir -p containers/ntfy/{cache,etc,lib}

Creëer dan het bestand containers/ntfy/etc/server.yml met de volgende configuratie voor ntfy:

base-url: "https://ntfy.example.com"

cache-file: "/var/cache/ntfy/cache.db"

attachment-cache-dir: "/var/cache/ntfy/attachments"

auth-file: "/var/lib/ntfy/user.db"

auth-default-access: "deny-all"

Vervang het domein achter base-url door het domein waarop je ntfy-server draait. Als je gebruikmaakt van een reverse proxy, dan moet dit de url zijn die door de proxy naar ntfy wordt doorgestuurd. Bovendien moet je dan ook een regel behind-proxy: true toevoegen. In de documentatie van ntfy staan voorbeeldconfiguraties voor nginx, Apache2 en Caddy.

Met auth-default-access: "deny-all" tot slot heeft standaard niemand toegang tot onderwerpen. Elke toegang moet dus expliciet worden toegestaan.

Account bij ntfy.sh

De ontwikkelaar van ntfy draait een publiek beschikbare ntfy-server op ntfy.sh. De webinterface daarvan is bereikbaar op https://ntfy.sh/app. Die kun je gratis gebruiken, bijvoorbeeld om ntfy uit te proberen, maar dat komt met beperkingen. Zo kun je geen onderwerpen reserveren en is er een maximum van 250 notificaties per dag en 2 MB per bijlage. Verder is er geen enkele vorm van authenticatie. De enige manier van beveiliging ligt dus in het geheimhouden van je onderwerpen. Die beperkingen heb je niet als je ntfy zelf installeert. Maar als je liever niet zelf een installatie onderhoudt, kun je een betaald plan nemen. Daarmee ondersteun je ook de ontwikkeling van het opensource-project. Dat begint met een Supporter-plan van 5 dollar per maand (circa 5 euro), waarmee je drie onderwerpen kunt reserveren en 2.500 notificaties mag sturen met maximum 25 MB per bijlage.

Betaal voor gebruik van de publieke ntfy-server en ondersteuning van het opensource-project.

Docker Compose

Definieer nu de container in het bestand docker-compose.yaml:

services:

  ntfy:

    image: binwiederhier/ntfy

    container_name: ntfy

    command: serve

    restart: always

    environment:

      - TZ=Europe/Amsterdam

    volumes:

      - ./containers/ntfy/cache:/var/cache/ntfy

      - ./containers/ntfy/etc:/etc/ntfy

      - ./containers/ntfy/lib:/var/lib/ntfy

    ports:

      - 80:80

Ga je voor de aanpak met een reverse proxy, dan definieer je in ditzelfde bestand ook een container voor die reverse proxy.

Start daarna de container met:

$ docker-compose up -d

Als alles goed gaat, is de webinterface van ntfy daarna bereikbaar op het ingestelde domein of ip-adres. Bovenaan links zie je een melding Notifications are disabled. Klik op Grant now om notificaties in je webbrowser toe te staan, en bevestig dit daarna in het dialoogvenster dat je webbrowser toont.

Sta notificaties in je webbrowser toe.

Lees ook: Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Notificaties testen

Omdat je ntfy zo geconfigureerd hebt dat alle toegang standaard wordt geblokkeerd, kun je nog niets doen in de webinterface. Je dient dus eerst gebruikers aan te maken en die de toelating te geven om op specifieke onderwerpen te publiceren of zich te abonneren. Open daarvoor een shell in de container van ntfy met de opdracht docker exec -ti ntfy /bin/sh. Als je daarna ntfy user list intypt, krijg je te zien dat anonieme, niet geauthenticeerde gebruikers geen enkele permissies hebben. Met de opdracht ntfy user add --role=admin admin voeg je dan een admin-gebruiker met de naam admin toe. Gebruikers met de rol admin kunnen op alle onderwerpen publiceren en zich erop abonneren. Geef de gebruiker een wachtwoord en bevestig.

Klik nu in de webinterface van ntfy links op Settings en dan onder Manage users op Add user. Vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam admin en het wachtwoord dat je zojuist hebt ingesteld. Klik dan links op Subscribe to topic. Kies een naam of klik op Generate name om ntfy een willekeurige naam te laten kiezen en abonneer je dan op het onderwerp met Subscribe. Klik dan op Publish notification en vul hetzelfde onderwerp in. Voer ook een titel en een bericht voor je notificatie in en klik op Send. Als alles goed gaat, verschijnt je testbericht nu in een 'conversatie' met de naam van het onderwerp, en wijst je webbrowser je op een notificatie.

Publiceer notificaties in je webbrowser.

Gebruikersrechten

De webapplicatie is leuk voor een test, maar een mobiele app is vaak handiger. De app van Ntfy voor Android en iOS stelt je in staat om op je telefoon je te abonneren op onderwerpen (publiceren is niet mogelijk) en daarvoor notificaties te ontvangen. Als je de Android-app via F-Droid installeert, is dat zonder ondersteuning voor Firebase; de versie op Google Play gebruikt wél de servers van Google. Je maakt voor je app bij voorkeur een gebruiker aan die alle onderwerpen alleen kan lezen. Dat doe je weer in de shell van de container van ntfy met ntfy user add android om de gebruiker android aan te maken (voer een wachtwoord in) en dan ntfy access android "*" read-only voor de leesrechten.

Open daarna de Android-app en tik op de drie stippen rechtsboven. Kies Settings en stel dan Default server in op het domein van je ntfy-server. Tik daarna op Manage users en Add new user en vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam android en het bijbehorende wachtwoord. Tik dan op Add user. Keer dan terug naar het hoofdscherm van de app en klik op het plusicoontje rechtsonder. Voer het onderwerp in dat je tijdens de test in stap 5 hebt gebruikt en tik op Subscribe om je erop te abonneren. Vanaf nu zal de app voor elk ontvangen bericht op dit onderwerp een notificatie tonen. Je krijgt zelfs de al verzonden berichten te zien. Overigens toont de app twee waarschuwingen. Voor betrouwbare notificaties volg je de suggesties om batterijoptimalisaties uit te schakelen en naar WebSockets over te schakelen in plaats van een http-stream.

De Android-app ontvangt een notificatie voor elk bericht dat op een geabonneerd onderwerp wordt verstuurd.

Shellscripts

Nu je hebt getest dat je ntfy-server werkt, is het tijd om je eigen services notificaties te laten uitsturen. Hoe je dat precies configureert, hangt van de service af. Maar je zult altijd eerst een gebruiker met schrijfpermissies voor een specifiek onderwerp moeten aanmaken. Voor een back-upproces dat je op de hoogte moet houden van de status van je back-ups, maak je bijvoorbeeld een gebruiker aan met de opdracht ntfy user add backup in de container van ntfy. Geef die dan schrijfrechten op het onderwerp backup met ntfy access backup backup write-only.

Het publiceren van een bericht op een specifiek onderwerp behelst niet meer dan het sturen van een http POST-aanvraag naar de webserver. Dat kan bijvoorbeeld in een shellscript op je Linux-server met de opdracht curl:

curl -u backup:password -d "Backup successful" ntfy.example.com/backup

Als je in de ntfy-app op je telefoon je op dit onderwerp abonneert, ontvang je deze notificatie nadat het back-upscript is uitgevoerd. Op deze manier is het heel eenvoudig om je eigen shellscripts notificaties te laten verzenden.

Berichten met extra's

Ntfy ondersteunt talloze extra functies om je berichten te laten opvallen of om hun gedrag aan te passen. Je gebruikt deze allemaal door een http-header aan je aanvraag toe te voegen. Zo kun je aan de notificaties van je back-upscript een titel, prioriteit en tags toevoegen. De tags worden als pictogrammen getoond door de mobiele app. Een voorbeeld:

curl -u backup:password -H "Title: Backup failure" -H "Priority: urgent" -H "Tags: warning,skull" -d "Backup unsuccessful" ntfy.example.com/backup

Als de Android-app een bericht met standaardprioriteit ontvangt, doet ze je telefoon kort vibreren en speelt ze een kort geluidje af. Door de prioriteit op urgent te zetten, wordt het standaardnotificatiegeluidje vergezeld van een langer getril van je telefoon, waardoor je onmiddellijk merkt dat dit dringend je aandacht vereist.

Een ntfy-bericht met een titel, prioriteit en pictogrammen.

Plaatjes en lay-out

Ntfy kan ook plaatjes sturen, bijvoorbeeld een foto van een ip-camera die beweging detecteert, maar niet in combinatie met een tekstbericht. Om een bestand naar ntfy te uploaden met curl in een http PUT-aanvraag gebruik je de optie -T en de bestandsnaam. Met de header Filename voeg je de bestandsnaam toe die de ntfy-app je moet tonen. Dat ziet er dan als volgt uit:

curl -u admin:password -T foto.jpg -H "Filename: beweging.jpg" -H "Title: Beweging voordeur" -H "Tags: boom" ntfy.example.com/beweging

Als je een tekstbericht als Markdown opmaakt, kun je wel plaatjes in een tekst opnemen, maar dan moet je naar het bestand linken. Alleen ntfy's webinterface ondersteunt dit; de mobiele app toont gewoon de Markdown-brontekst. Een Markdown-bericht stuur je door de header Markdown: yes of Content-Type: text/markdown aan je http POST-aanvraag toe te voegen. Ntfy ondersteunt overigens alleen beperkte Markdown-functies, zoals vette en schuine tekst, lijsten, links en afbeeldingen.

Je services kunnen ook plaatjes naar ntfy sturen.

Acties

Je ontvangt de notificaties van ntfy in de app in een 'conversatie' per onderwerp. Wanneer je op een notificatie tikt, kopieert dit standaard gewoon de tekst van het bericht naar het klembord. Als je de header Click: URL toevoegt, opent de app die url wanneer je op de notificatie tikt. Zo kun je in een notificatie van je back-upscript bijvoorbeeld een link naar de webinterface van je back-upserver opnemen om het gemelde probleem snel te onderzoeken.

Je kunt ook tot drie 'actieknoppen' definiëren, die dan onderaan een notificatie verschijnen. Door op een van die knoppen te tikken, open je een website of app, activeer je een Android broadcast intent waarop andere apps dan weer kunnen reageren, of zend je een http POST-, PUT- of GET-aanvraag. De manier om dit alles te definiëren is wat omslachtig, maar wordt volledig in de documentatie van ntfy uitgelegd.

Klik op een van de knoppen van het bericht in ntfy om een actie uit te voeren.

Python-code

Curl is natuurlijk niet de enige tool waarmee je notificaties naar je ntfy-server kunt sturen. Sommige tools bieden rechtstreeks ondersteuning voor notificaties via ntfy. Dan hoef je alleen maar het domein van je server, het onderwerp, de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in te vullen. Maar ook in je eigen Python-scripts kun je eenvoudig ondersteuning voor ntfy inbouwen. Dat gaat via het pakket Requests, waarmee je http POST-aanvragen naar de server stuurt. Een eenvoudig voorbeeld ziet er als volgt uit:

import requests

requests.post("http://ntfy.example.com/backup",

    data="Backup unsuccessful",

    headers={

        "Authorization": "Basic Z2VicnVpa2Vyc25hYW06d2FjaHR3b29yZA==",

        "Title": "Backup failure",

        "Priority": "urgent",

        "Tags": "warning,skull"

    })

Met de header Authorization stel je http Basic-authenticatie in. De tekenreeks die na Basic komt, is een Base64-codering van de gebruikersnaam en het wachtwoord met een dubbele punt ertussen. Je creëert die codering op je Linux-systeem met de opdracht echo "Basic $(echo -n 'gebruikersnaam:wachtwoord' | base64)".

Sssssssssschattig

Speciaal voor de kleinste Python-fans

En verder

Ntfy biedt een betrouwbare manier om notificaties van allerlei services te centraliseren, terwijl je zelf de volledige controle behoudt. Het programma blinkt uit in flexibiliteit om het overal in te integreren. Als een service bijvoorbeeld geen http POST-aanvragen ondersteunt, kun je ook http GET-aanvragen doen. En als een service je niet de mogelijkheid geeft om de headers aan te passen, laat ntfy je toe om de berichten inclusief headers in JSON-formaat door te sturen. En als een service webhooks ondersteunt maar daarvoor zijn eigen JSON-formaat gebruikt, kan ntfy die met berichtsjablonen omzetten naar leesbare berichten.

Ook via e-mail is ntfy te integreren. Je kunt bijvoorbeeld berichten die op je ntfy-server aankomen automatisch laten doorsturen naar een SMTP-server om ze ook als e-mail te ontvangen. Maar ook de andere richting is voorzien: ntfy kan dan zelf een ingebouwde SMTP-server draaien, handig voor services die alleen maar notificaties via e-mail ondersteunen. Elk onderwerp op de ntfy-server heeft dan een bijbehorend e-mailadres op je domein. De service hoeft dan alleen maar een e-mail naar dat adres te sturen om berichten op dat onderwerp te publiceren op je ntfy-server. Deze en andere geavanceerde functies zijn uitgebreid gedocumenteerd op de website van ntfy.

De documentatie van ntfy is uitgebreid en praktisch. 

▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.