ID.nl logo
Foto's bewerken met GIMP
© Reshift Digital
Huis

Foto's bewerken met GIMP

GIMP is een gratis en zeer veelzijdig fotobewerkingsprogramma en dankzij de Nederlandstalige gebruikersomgeving eenvoudig te bedienen. Effecten toevoegen, tinten aanpassen, kleuren bewerken, lagen gebruiken, klonen etc., het behoort allemaal tot de mogelijkheden. In een recente vergelijkende test van Computer!Totaal kreeg GIMP het Redactie TIP-keurmerk, waardoor het hoog tijd is voor een uitgebreide workshop.

1. Installatie

Surf naar de website van GIMP om de freeware te downloaden. Er is een versie voor Windows, Linux en Mac OS X beschikbaar. Zodra u GIMP opstart, komt u terecht in de Nederlandstalige interface. Die bestaat uit drie dialoogvensters. In het hoofdvenster kunt u een foto openen en u vindt er de menubalk. De Gereedschapskist met alle gebruikelijke tools wordt als een apart venster weergegeven. Rechts in beeld staat nog een venster met daarin lagen, kanalen enzovoort. Het voordeel van de losse dialoogvensters is dat u de werkomgeving gemakkelijk zelf kunt aanpassen.

©PXimport

2. Bestanden openen

U opent eenvoudig een afbeelding in het werkvlak. Ga naar Bestand / Openen en zoek een afbeelding met behulp van de mappenstructuur. Dubbelklik op het bestand om het te openen. GIMP ondersteunt alle bekende grafische formaten, zoals gif, jpg, psd, png en tif. Het is tevens mogelijk om een foto vanuit Windows Verkenner of het bureaublad naar het hoofdvenster te slepen. U kunt ook zelf een afbeelding ontwerpen in het programma: ga naar Bestand / Nieuw en bepaal in pixels of millimeters hoe groot u het plaatje wilt maken. Klik op OK, waarna er een wit werkvlak verschijnt.

©PXimport

3. Selectie maken

Met het selecteren van objecten is het mogelijk om het deel afzonderlijk te bewerken. Klik op het gereedschap Rechthoekige of Ovale selectie en sleep met de muisaanwijzer over het gewenste gebied. Door middel van Vrije selectie trekt u zelf lijnen om het gewenste onderwerp. Een prettige methode is de Toverstaf. Hiermee selecteert u een aaneengesloten gebied op basis van kleur. U stelt de nauwkeurigheid in met de schuifbalk achter Drempelwaarde in de Gereedschapskist. Houd de Shift-knop ingedrukt om de selectie uit te breiden. Zo is het selecteren van lastige vormen mogelijk.

©PXimport

4. Helderheid en contrast

Bij een onjuiste belichting kan een foto te licht of te donker zijn. In veel gevallen bereikt u alsnog het gewenste resultaat door de helderheid en het contrast aan te passen. Zeker bij foto's die fletse kleuren vertonen, verbetert u gemakkelijk de kwaliteit. Ga naar Kleuren / Helderheid/contrast. Er verschijnen twee schuifbalken in beeld. Beweeg de schuifknop achter Helderheid naar rechts om de kleuren iets lichter te maken. Door naar links te bewegen, worden de kleuren juist donkerder. Ook de contrastwaarde wijzigt u op deze manier. U bekijkt direct het resultaat van uw aanpassing.

©PXimport

5. Toonbereik corrigeren

Het aanpassen van de curven is een goede manier om lichte en donkere kleuren afzonderlijk aan te corrigeren. Open het gereedschap via Kleuren / Curves. Op de horizontale as staan links de donkerste waarden (schaduwen) en rechts de lichtste met daartussen diverse grijstinten. In het histogram staat schematisch de hoeveelheid van elke waarde aangegeven. Beweeg de lijn op verschillende punten om donkere of lichte tinten aan de foto toe te voegen. De verticale as gebruikt u om af te lezen op welke wijze het toonbereik is gewijzigd na bewerking van de foto.

©PXimport

6. Verscherpen

Foto's kunt u een beetje verscherpen. U gebruikt hiervoor een Onscherp masker. De fotobewerker controleert in hoeverre de kleuren van aangrenzende pixels van elkaar verschillen, en zorgt vervolgens voor een hoger contrast tussen deze pixels. Navigeer naar Filters / Versterken / Onscherp masker. Bepaal met de bovenste schuifknop binnen welke straal u de pixels wilt vergelijken. Bij Drempelwaarde geeft u aan hoeveel kleurtonen de pixels minimaal verschillen. Gebruik ten slotte het schuifje achter Hoeveelheid om het contrast langzaam op te voeren.

©PXimport

7. Kleurverzadiging

Een methode voor aanpassing van fletse foto's is het opvoeren van de kleurverzadiging. Hiermee worden de kleuren versterkt weergegeven. Bijvoorbeeld om de lucht blauwer of bladeren van een boom groener te maken. Het kan ook omgekeerd: foto's met felle kleuren neutraler maken. Ga naar Kleuren / Tint/verzadiging. Beweeg de schuifregelaar bij Verzadiging naar rechts om de kleuren feller te maken. Overdrijf dit niet, want dit maakt de foto onrealistisch. Wilt u een zwart-witfoto, zet dan het schuifje Verzadiging naar links. Pas eventueel helderheid en tinten aan.

©PXimport

8. Horizon rechtzetten

Het is lastig om een foto zonder statief helemaal recht te maken. Bij landschapsfotografie resulteert dat al snel in een scheve horizonlijn. Klik in de Gereedschapskist op de Passer en trek met de cursor een streep over de scheve horizonlijn. Onderaan het hoofdvenster ziet u hoeveel graden de horizonlijn afwijkt. Ga naar Laag / Transformeren / Willekeurige draaiing. Vul achter Hoek het aantal graden in dat u wilt corrigeren. Indien u tegen de klok in wilt draaien, dan zet u een minteken voor het getal. U gebruikt als alternatief de schuifregelaar om de afbeelding te draaien.

©PXimport

9. Uitsnede maken

Wanneer u een horizon hebt rechtgezet, dan zult u merken dat de randen van de foto scheef zijn. U lost dat op door de foto bij te snijden. Een uitsnede maken is trouwens in meer situaties handig, bijvoorbeeld als u slechts een deel van de foto wilt behouden. Klik in de Gereedschapskist op de functie Bijsnijden. Als u wilt dat de verhoudingen behouden blijven, zet u een vinkje voor Vast. Trek met de cursor een rechthoek over de foto. Zorg ervoor dat de scheve randen buiten de selectie terechtkomen. Druk op Enter om de randen weg te snijden.

©PXimport

Geschiedenis GIMP

GIMP is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een redelijk volwassen fotobewerkingspakket, waarmee u zowel simpele als geavanceerde correcties uitvoert. Het programma ontstond vijftien jaar geleden uit een schoolproject van de Amerikaanse studenten Peter Mattis en Spencer Kimball, die studeerden aan de universiteit in Berkeley (Californië). Het fotobewerkingspakket werd in eerste instantie alleen toegankelijk gemaakt voor Linux, maar later kwamen er tevens versies voor Windows en Mac OS X. GIMP wordt uitgegeven onder een GPL-licentie, zodat de broncode voor iedereen toegankelijk is. Hierdoor hebben externe ontwikkelaars de mogelijkheid om plug-ins en scripts te creëren.

©PXimport

Zichtbaarheid plug-ins

Het installeren van plug-ins is in GIMP een fluitje van een cent. Nadat u het bestand vanaf de site GIMP Plugin Registry hebt gedownload, dient u dit meestal in een systeemmap op uw computer te plaatsen. De exacte instructies vindt u op de website of in een meegeleverd txt-bestand. De uitbreiding is niet direct zichtbaar, het is noodzakelijk dat u het programma herstart, zodat GIMP de gelegenheid krijgt om de nieuwe onderdelen te laden. U vindt de toegevoegde functie(s) vervolgens terug in de menubalk.

10. Objecten wegwerken

Een foto kan onregelmatigheden bevatten, bijvoorbeeld door een waterdruppel of haartje op de lens. Of er staan ongewenste objecten in beeld. U gebruikt in dergelijke situaties de kloonfunctie van GIMP. Hiermee plaatst u een goed stukje van een foto over het ongewenste object. Klik op het gereedschap Klonen. Selecteer een prettig penseel en stel bij Schalen het juiste formaat in. Houd de Ctrl-toets ingedrukt en klik op het gebied dat u wilt kopiëren. Laat de Ctrl-toets los en klik op het ongewenste object. Direct wordt het geselecteerde stukje eroverheen geplaatst.

©PXimport

11. Vervagen

Vanwege privacyredenen is het soms noodzakelijk of verstandig om onderwerpen op een foto onherkenbaar te maken, bijvoorbeeld een gezicht of het nummerbord van een auto. GIMP bevat voldoende vervagingstechnieken. Selecteer met een selectiegereedschap het juiste gedeelte van de foto en ga naar Filters / Vervagen / Gaussiaans vervagen. Geef onder Vervagingsstraal aan in welke mate u het onderwerp onherkenbaar wilt maken. Hoe hoger de waarden, hoe sterker het filter wordt toegepast. De vervagingsmethode IIR is de beste instelling voor foto's.

©PXimport

12. Rode ogen

Bij het gebruik van flitslicht worden er soms rode pupillen op portretfoto's weergegeven. Gelukkig bevat GIMP een functie om de rode kleur te vervangen. Klik in de Gereedschapskist op het Vergrootglas en zoom flink in op het rode oog. Klik daarna op het gereedschap Ovale selectie en trek met de cursor zo nauwkeurig mogelijk een cirkel om de pupil. Navigeer naar Filters / Versterken / Rode ogen verwijderen. Verhoog de drempelwaarde om de intensiteit toe te laten nemen. Bekijk aan de hand van het voorbeeld in het instellingsvenster of u tevreden bent met het resultaat.

©PXimport

13. Effecten toevoegen

U kunt foto's een speciaal, origineel effect geven door filters toe te passen. Maak zo nodig een selectie en navigeer bijvoorbeeld naar Filters / Artistiek / Olieverf. Gebruik de schuifknop achter Maskergrootte om aan te geven in welke mate u het effect wilt gebruiken. Bevestig met OK en wacht even totdat de foto is bijgewerkt. Onder Artistiek vindt u verder mogelijkheden om een striptekening of fotokopie te maken. Kijk ook bij Vervormingen om leuke effecten uit te proberen, zoals Mozaïek, Golven, Krantendruk, Reliëf en Wind.

©PXimport

14. Tekenen

Bij de gereedschappen vindt u verschillende opties om in een foto te tekenen. Klik op het Potlood en geef aan wat voor penseel u wilt gebruiken. Bepaal achter Schalen de penseeldikte door het schuifje te bewegen. Klik op het vlak met de voorgrondkleur om deze te wijzigen. Nadat u een kleur hebt uitgekozen, kunt u met de cursor tekenen. U gebruikt de Shift-toets om rechte lijnen te maken. U kunt het penseel extra effect meegeven door op het plusje bij Penseeldynamiek te klikken en vinkjes te plaatsen. Andere tekengereedschappen zijn penseel, verfspuit, inktpot, emmer en gum.

©PXimport

15. Afbeelding schalen

U kunt een afbeelding groter of kleiner maken. Dat is bijvoorbeeld handig wanneer u een foto online wilt publiceren of de bestandsgrootte wilt beperken. Ga naar Afbeelding / Afbeelding schalen. Onder Afbeeldinggrootte bekijkt u uit hoeveel pixels het beeld bestaat. U wijzigt gemakkelijk de waarden door andere getallen in te vullen. De breedte en hoogte zijn aan elkaar gekoppeld, zodat de juiste verhoudingen worden gehandhaafd. Klikt u op Beeldpunten, dan kunt u ook kiezen voor aanduiding in procenten of millimeters. Klik op de knop Schalen om de afbeeldingsgrootte aan te passen.

©PXimport

16. Lagen gebruiken

Het is slim om bewerkingen van een foto in diverse lagen toe te passen. Hierdoor voert u verschillende correcties uit, terwijl u het resultaat van elke bewerking afzonderlijk bekijkt (en verwijdert indien nodig). Druk op de sneltoets Ctrl+L om het juiste dialoogvenster op te roepen. Klik linksonder in het venster op de knop Een nieuwe laag aanmaken en bevestig met OK. Via het oogje bepaalt u of u de inhoud van een laag wel of niet wilt weergeven. Gebruik desgewenst de pijltjes onderaan het venster om de stapelvolgorde te veranderen.

©PXimport

17. Foto's opslaan

GIMP ondersteunt veel bestandsformaten om een foto te bewaren. Ga naar Bestand / Opslaan als en selecteer de gewenste locatie in de mappenstructuur. Bedenk eventueel een toepasselijke naam en klik op Selecteer bestandstype. Als u een afbeelding met lagen wilt bewaren dan kiest u het xcf- of psd-formaat, zodat u de lagen later alsnog kunt bewerken. U kunt de foto ook in een gecomprimeerd bestandsformaat opslaan om deze bijvoorbeeld te gebruiken in een ander programma of per e-mail te verzenden. Voorbeelden hiervan zijn jpg, png en gif. Maak een keuze en klik op Opslaan.

©PXimport

18. Uitbreidingen

GIMP beschikt over honderden uitbreidingsmogelijkheden met behulp van gratis plug-ins. Surf naar het Popular content-deel van de website GIMP Plugin Registry. U ziet hier scripts en plug-ins staan om onder meer 3D-afbeeldingen, watermerken en laageffecten toe te voegen. Raadpleeg bij iedere uitbereiding de instructies, want in de meeste gevallen dient u de plug-in of het scriptbestand in een systeemmap te plaatsen. Voor hobbyfotografen is UFRaw, om raw-bestanden te openen, een aanrader. Daarnaast is de plug-in Save for Web nuttig als u foto's op een website wilt plaatsen.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.