ID.nl logo
Eigen boek maken in Word: Van cover tot index
© Reshift Digital
Huis

Eigen boek maken in Word: Van cover tot index

Je hebt vast veel Word-documenten aangemaakt in je leven. Dat is niet zo ingewikkeld, maar wanneer je een boek, scriptie of rapport wilt maken, dan komt er meer bij kijken. Denk aan onderdelen als een cover, een voorwoord, een inhoudsopgave, paginering en voet- en eindnoten. Wil je een eigen boek maken in Word? We behandelen hier de belangrijkste facetten.

We gebruiken voor dit artikel MS Word 365, maar alle technieken zijn bruikbaar in MS Word 2019 en 2016. Heel wat tips kun je ook in oudere Word-versies toepassen. We gaan zoveel mogelijk te werk in de volgorde van je boek: van coverpagina, voorwoord en inhoudsopgave tot tekstopdeling, paginering, eindnoten en index.

Je hoeft dit natuurlijk niet in deze volgorde uit te voeren. We kunnen ons voorstellen dat bijvoorbeeld de cover, het voorwoord en de inhoud achteraf nog de nodige aandacht krijgen. Maar het is wel goed om alles goed door te nemen voordat je met je magnum opus begint.

Cover toevoegen

We gaan ervan uit dat je ook de coverpagina op een thuisprinter afdrukt. Je kunt je cover natuurlijk creëren met een grafisch ontwerpprogramma als MS Publisher of het gratis Inkscape. Je kunt zelfs een fotobewerkingstool gebruiken, maar wij houden het hier bij MS Word.

Een snelle en tegelijk fraaie manier om een coverpagina toe te voegen gaat via het menu Invoegen, waar je links op Pagina’s klikt en Voorblad selecteert. Je kunt hier uit zestien ontwerpen kiezen. Vervolgens vervang je de voorbeeldtekst maar door je eigen tekst. De pagina-elementen kun je gerust verplaatsen en schalen.

©PXimport

Werken met een hoofddocument

Belangrijk om over na te denken is of je je boek in één Word-document opslaat of dat je voor elk hoofdstuk een apart document aanmaakt. Een enkel document is makkelijker te beheren, maar wordt na verloop van tijd wel logger om mee te werken. In principe kun je het boekwerk in vrij willekeurige delen opsplitsen, natuurlijk wel op basis van hetzelfde stijlsjabloon. Later kun je de diverse documenten samenbrengen met het oog op de zonet vermelde onderdelen.

We willen je ook wijzen op het concept hoofddocument zoals Word dat begrijpt. Creëer een nieuw document en noem dat bijvoorbeeld hoofddocument.docx. Vervolgens open je het menu Beeld en klik je op Overzicht. Vul nu onder elkaar de verschillende (sub)titels van je boekwerk in. Maak hierbij gebruik van de aangeboden niveaus (Niveau 1 tot 9), links op het lint. Kies voor Document weergeven zodra je hiermee klaar bent. Druk op Ctrl+A om alles te selecteren, klik op Maken, waarna je het document nogmaals bewaart.

©PXimport

Je zult zien dat elk hoofdstuk in een eigen kader wordt opgenomen en in een afzonderlijk bestand terechtkomt. Klik nu op Overzichtsweergave sluiten, positioneer de tekstcursor bovenaan je document, open het menu Verwijzingen, klik op Inhoudsopgave en kies een automatische inhoudsopgave.

Sluit het opgeslagen document af en roep het weer op. Je kunt nu van hieruit naar de subdocumenten doorklikken (via Ctrl+muisklik) en die van inhoud voorzien.

©PXimport

Daarna open je de overzichtsweergave van je hoofddocument en klik je op Subdocumenten uitvouwen. Sluit de overzichtsweergave, selecteer je inhoudsopgave en kies Tabel bijwerken. Lijkt dit concept je iets, dan kun je op basis hiervan je boekwerk verder samenstellen.

Inhoudsopgave maken in Word

We blijven nog even bij de inhoudsopgave. Handmatig een inhoudsopgave maken, is niet handig. Die moet je dan bij elke wijziging zelf aanpassen. De inhoudsopgave is in Word gelukkig te automatiseren. Maar dat lukt alleen goed als je in de verschillende (sub)hoofdstukken een consistente opmaakstijl hebt aangehouden.

In het menu Start, bij de rubriek Stijlen kun je hiervoor Kop 1, Kop 2,et ceteraselecteren. Zodra je Kop 2 hebt toegepast komt ook Kop 3 tevoorschijn en daarna de rest.

Je kunt weliswaar ook andere stijlen voor je documenthiërarchie gebruiken, maar dan moet je zelf wel aangeven welke stijl Word als niveau 1, 2, 3… moet beschouwen. Plaats je tekstcursor hiervoor in het tekstdeel, open het tabblad Verwijzingen, kies Tekst toevoegen en duid het gewenste niveau aan.

©PXimport

Om je inhoudsopgave te plaatsen gebruik je het liefst een lege pagina. Ga opnieuw naar Verwijzingen en klik op Inhoudsopgave, waar je een gepaste lay-out aanduidt. De inhoudsopgave verschijnt nagenoeg meteen. Klik op Inhoudsopgave, Aangepaste inhoudsopgave als je nog een of ander wilt aanpassen.

Om gewijzigde tekst in je inhoudsopgave aan te passen, kies je bij Verwijzingen de optie Bijwerken, In zijn geheel bijwerken.

Pagina's zonder paginanummer

Vaak is het zo dat bij een voorwoord geen paginering wordt opgenomen of toch minstens een afwijkende paginering. Hoe krijg je nu de gewenste paginanummers op specifieke pagina’s?

Je zou in principe kunnen starten van een sjabloon dat al in de gewenste nummering voorziet. In dat geval open je Bestand, Nieuw en zoek je naar pagina nummering bij Online sjablonen zoeken. Uiteraard kun je ook zelf de gewenste nummering aangeven.

Normaal gesproken voeg je paginanummers toe vanuit een kop- of voettekst. We gaan er even vanuit dat je onderaan de oneven en even pagina’s een andere lay-out wilt (zodat het paginanummer ook bij een dubbelzijdige afdruk aan de buitenste rand verschijnt) en dat je enkele beginpagina’s, zoals die van je voorwoord, buiten deze paginanummering wilt houden.

We beginnen met het laatste. Positioneer de cursor onderaan de laatste pagina van je voorwoord, open het menu Indeling en kies Invoegen, Eindemarkeringen, Volgende pagina (bij Sectie-einden). We raden je aan in het menu Start op de knop ¶ (Alles weergeven) te klikken zodat je de (verborgen) markering ziet verschijnen.

©PXimport

Vervolgens klik je in het voettekstgebied van de pagina die meteen na je voorwoord komt. In het lint verschijnen nu de opties voor Koptekst en voettekst. Hier plaats je een vinkje bij Even en oneven pagina’s verschillend en klik je op Aan vorige koppelen zodat de indicatie Zelfde als vorige net boven je voettekst verdwijnt. Vervolgens klik je links op Paginanummer, Huidige positie en kies je een geschikte nummerweergave.

Druk nu enkele keren op Tab tot het nummer correct is gepositioneerd. Klik opnieuw op Paginanummer, kies Opmaak paginanummers en vul 1 in bij Beginnen bij.

©PXimport

Dubbelklik in je document om de voettekst te sluiten en herhaal de procedure voor de voettekst op een even pagina, waarbij je deze keer de voettekst wel aan de vorige gekoppeld laat en de nummering nu uiterst links positioneert.

Eventueel geef je afzonderlijke paginanummers aan je voorwoord. Je kunt kiezen voor een ander type: bij Opmaak paginanummers, Nummering kun je bijvoorbeeld Romeinse cijfers selecteren. Overigens kun je in je kop- of voettekst ook andere elementen opnemen, zoals een titel, je naam en de datum.

Voetnoten en eindnoten toevoegen

In een (wetenschappelijke) non-fictietekst wil je wellicht ook voet- of eindnoten toevoegen. Dat gaat vrij makkelijk in Word. Klik op de plaats waar je een voet- of eindnoot wilt koppelen. Open het menu Verwijzingen en kies Voetnoot invoegen of Eindnoot invoegen.

Standaard verschijnt een lijntje onderaan de pagina (bij voetnoot) of achteraan je document (bij eindnoot), met daaronder een cijfer waarachter je de voet- of eindnoot kunt intikken. Dubbelklik op dit cijfer om meteen naar de koppeling in je document terug te keren.

Uiteraard hoef je niet tevreden te zijn met de standaardlay-out van deze voet- of eindnoten. Ga opnieuw naar het menu Verwijzingen en klik het pijltje rechtsonder de rubriek Voetnoten aan. Er verschijnt een dialoogvenster waar je Voetnoot of Eindnoot aanvinkt en alle instellingen naar wens aanpast, zoals het type en of de telling al dan niet bij elke pagina of sectie opnieuw moet beginnen. Bij Wijzigingen toepassen op leg je vast of de aanpassingen zich alleen op de huidige sectie of in het gehele document moeten doorzetten.

©PXimport

Index aanmaken

Een index tot slot is een lijst met termen die in je boekwerk aan bod zijn gekomen, inclusief de paginanummers waar deze te vinden zijn. Je zult begrijpen dat het opzetten van zo’n index de nodige voorbereiding vergt. In een eerste fase markeer je alle vermeldingen in je tekst, bij voorkeur in volgorde van het begin tot het einde. Markeer het woord of tekstdeel zoals je dat ook in de index wilt zien verschijnen.

Open het menu Verwijzingen en klik in de rubriek Index op Item markeren. Bij Hoofdgegeven verschijnt standaard de tekst die je had gemarkeerd, maar dat kun je hier nog aanpassen. Stel dat je het woord Eindemarkeringen hebt gemarkeerd, maar in de index wil je de lezer gewoon doorverwijzen naar de term Secties, dan vink je Kruisverwijzing aan. Hier vul je vervolgens Zie Secties in, zodat in de index zal verschijnen: Eindemarkeringen -> Zie Secties.

©PXimport

Meteen nadat je met Markeren hebt bevestigd, toont Word alle markeringen. Die zien eruit als {XE “<naam-verwijzing>“ }Via de knop Alles weergeven op het tabblad Start maak je die snel weer (on)zichtbaar. Heb je alle vermeldingen gemarkeerd, dan is het tijd voor de eigenlijke index, bijvoorbeeld op een nieuwe pagina op het einde van je boekwerk.

Open alweer Verwijzingen en klik in de rubriek Index op Index invoegen. In het dialoogvenster kun je allerlei opmaakelementen instellen, zoals het aantal kolommen voor je trefwoorden, de uitlijning van de paginanummers en het eventuele opvulteken en de indeling (de stijl, bijvoorbeeld Modern of Decoratief. Bevestig met OK.

Via de knop ¶ (Alles weergeven) in het Start-menu kun je nog wijzigingen aanbrengen. Houd er rekening mee dat je de index na je eventuele aanpassingen nog moet hernieuwen: ga naar Verwijzingen en klik op Index bijwerken in de rubriek Index. Nu is je boek compleet!

▼ Volgende artikel
Windows 11 wordt veiliger: dit ga je merken van de nieuwe beveiligingsregels
© ID.nl | Dit is een mock-up
Huis

Windows 11 wordt veiliger: dit ga je merken van de nieuwe beveiligingsregels

Microsoft heeft een flinke aanscherping van de beveiliging in Windows 11 aangekondigd. Onder de noemer Windows Baseline Security Mode en User Transparency and Consent krijgen gebruikers meer grip op wat apps precies uitspoken op hun computer. Voor de gemiddelde thuisgebruiker betekent dit vooral dat Windows meer gaat lijken op de overzichtelijke beveiliging die we al kennen van onze smartphones.

In dit artikel

Je leest wat de nieuwe beveiligingsregels in Windows 11 betekenen voor jou, met extra nadruk op toestemming en inzicht in wat apps doen. Je ziet hoe je per app toegang tot camera, microfoon en bestanden kunt beheren en later weer intrekken. Ook leggen we uit wat Windows Baseline Security Mode doet en wat je daarvan merkt tijdens de gefaseerde uitrol.

Lees ook: De verborgen parels van Windows 11: deze apps moet je hebben

De aanleiding voor deze verandering is de toenemende irritatie over apps die ongevraagd instellingen aanpassen, extra software installeren of zonder duidelijke toestemming toegang krijgen tot persoonlijke gegevens. Microsoft wil met deze update de regie teruggeven aan de gebruiker, waarbij transparantie en toestemming de belangrijkste uitgangspunten zijn.

Meer grip op je privacy

Een van de meest zichtbare veranderingen is de manier waarop apps om toestemming vragen. Waar programma's in Windows voorheen vaak automatisch toegang hadden tot bepaalde mappen of functies, gaat Windows 11 nu actiever om bevestiging vragen. Wil een app je camera, microfoon of specifieke bestanden gebruiken? Dan verschijnt er een duidelijke melding in beeld, vergelijkbaar met de pop-ups op een iPhone of Android-toestel.

Het mooie van dit systeem is dat je deze keuzes altijd weer kunt terugdraaien. In de instellingen van Windows komt een overzicht waar je precies ziet welke app waarvoor toestemming heeft. Vertrouw je een programma niet langer, dan trek je met één handeling de toegang tot je bestanden of hardware weer in.

©Garun Studios - stock.adobe.com

Alleen veilige software door Baseline Security

Verder introduceert Microsoft de Windows Baseline Security Mode. Dit is een technische beveiligingslaag die ervoor zorgt dat het systeem continu controleert of de software die draait wel integer is. In de praktijk betekent dit dat Windows alleen nog apps, stuurprogramma's en diensten toestaat die officieel zijn ondertekend en als veilig bekendstaan.

Dit voorkomt dat schadelijke software op de achtergrond wijzigingen aanbrengt in je systeem zonder dat je het doorhebt. Voor de meeste mensen verandert er weinig in het dagelijks gebruik; bekende software van grote ontwikkelaars blijft gewoon werken. Mocht je toch een specifiek programma willen gebruiken dat niet aan de strengste eisen voldoet, dan behoud je als gebruiker (of systeembeheerder) de mogelijkheid om handmatig een uitzondering te maken.

Wat merk je in de praktijk?

De uitrol van deze functies gebeurt stap voor stap. Microsoft neemt hier de tijd voor, zodat alles goed blijft werken op de miljarden computers waar Windows op draait. Om dit soepel te laten verlopen, zijn ze op dit moment vooral in overleg met bekende softwaremakers zoals Adobe en 1Password. Zo weet je zeker dat hun programma's gewoon blijven werken onder de nieuwe regels, nog voordat jij de update krijgt. Ook voor de opkomst van slimme AI-hulpjes zijn deze aanpassingen belangrijk. Omdat deze assistenten steeds vaker zelfstandig klusjes voor je opknappen, is het fijn dat je precies kunt zien en bepalen wat zo'n hulpje wel en niet mag doen op jouw pc. 

Kortom: Windows 11 wordt een stukje strenger, maar daardoor ook een stuk transparanter. Je zult iets vaker een vraag krijgen of een app ergens bij mag, maar je krijgt daar een veiliger gevoel en meer controle voor terug.

▼ Volgende artikel
Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy
© ID.nl
Huis

Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy

Als je services op je eigen thuisserver draait, wil je daar ook eenvoudig meldingen van kunnen ontvangen. Ntfy stelt je in staat om eenvoudig pushnotificaties naar je telefoon of computer te sturen. Bovendien kun je ntfy op je eigen thuisserver draaien, zodat je alles in eigen handen hebt. In dit artikel gaan we ermee aan de slag.

Dit gaan we doen

In dit artikel zetten we een ntfy-server op die je zelf beheert. We regelen eerst de randvoorwaarden: hoe je server van buitenaf bereikbaar wordt (bijvoorbeeld via vpn of portforwarding) en hoe je https netjes afhandelt met een reverse proxy en een certificaat van Let's Encrypt. Daarna bouwen we de basis: configuratiebestand, opslagmappen en een draaiende container met Docker.

Vervolgens maken we gebruikers en rechten aan, zodat niet iedereen zomaar kan publiceren of meelezen. Je test met de webinterface en met de mobiele app, zodat je zeker weet dat meldingen ook echt binnenkomen. Tot slot koppel je ntfy aan je eigen tools: eerst met een simpele curl-oproep vanuit een shellscript, daarna met extra's zoals titel, prioriteit en tags. Als je wilt, breid je dat uit naar meldingen met bijlagen, acties (doorklikken naar een url) en integratie vanuit Python. 

Lees ook: Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Netwerkmonitoringsoftware, een programma dat je Docker-containers bijwerkt, een smarthomecontroller, back-upsoftware, ze hebben allemaal één ding gemeen: ze moeten je meldingen kunnen sturen als er iets gebeurt. Dat kan op verschillende manieren: via e-mail, instant messaging of pushnotificaties naar je telefoon. Dat laatste verloopt doorgaans via een gecentraliseerde dienst zoals Firebase Cloud Messaging (voorheen Google Cloud Messaging) of Apple Push Notification service.

Pushnotificaties zijn handig omdat ze bijna onmiddellijk aankomen en omdat zowel Android als iOS toestaan om in te stellen hoe je ervan op de hoogte wordt gebracht. Wil je pushnotificaties kunnen ontvangen zonder een server onder controle van een partij zoals Google of Apple, dan moet je ook hiervoor je eigen service installeren. Een opensource-project dat dit implementeert, is ntfy.

Werking van ntfy

Je ntfy-server ontvangt meldingen van je programma's via http over een REST-API en zet deze om in pushnotificaties voor de bijbehorende Android- of iOS-app of voor een webpagina op je computer. De API is in de documentatie van het project beschreven, zodat je ook je eigen software met ntfy kunt laten praten. Het project heeft ook een command-line-interface, zodat je bijvoorbeeld shellscripts op je Linux-server eenvoudig pushnotificaties kunt laten verzenden.

Ntfy gebruikt het bekende publish/subscribe-patroon. Een zender publiceert notificaties op een specifiek onderwerp door data te sturen naar een url via een http POST- of PUT-aanvraag. Het onderwerp wordt gedefinieerd door een segment van de url dat volgt op de domeinnaam. Een ontvanger kan zich dan abonneren op dit onderwerp. Elke keer dat de zender daarna een notificatie op dit onderwerp publiceert, stuurt ntfy de data naar alle ontvangers die zich op dit onderwerp hebben geabonneerd. Door ntfy op je eigen server te installeren, heb je de volledige controle over deze notificaties.

Met ntfy kun je services pushnotificaties laten verzenden naar je telefoon of computer.

Serververeisten

De mobiele app van ntfy moet met je server kunnen communiceren om te vragen of er notificaties zijn. Als je ntfy op een server in je lokale netwerk installeert, moet die dus van buitenaf bereikbaar zijn. Dat kun je met portforwarding in je modem regelen of door je telefoon buitenshuis automatisch met een VPN-server op je lokale netwerk te laten verbinden. Heeft je internetaansluiting thuis geen vast ip-adres, dan moet je ook een DynDNS-updater te draaien.

Een andere optie is om ntfy op een VPS (Virtual Private Server) te installeren. Hierop draai je dan ook een reverse proxy voor https-toegang, die een TLS-certificaat van Let's Encrypt opvraagt. Je hebt dan een domein nodig, waarvoor je een DNS A-record naar het ip-adres van je server laat verwijzen. In de rest van dit artikel gaan we uit van een installatie van ntfy op een lokale server met Debian 13 ("trixie") met behulp van Docker Compose.

Basisconfiguratie

Creëer eerst enkele directory's voor ntfy:

$ mkdir -p containers/ntfy/{cache,etc,lib}

Creëer dan het bestand containers/ntfy/etc/server.yml met de volgende configuratie voor ntfy:

base-url: "https://ntfy.example.com"

cache-file: "/var/cache/ntfy/cache.db"

attachment-cache-dir: "/var/cache/ntfy/attachments"

auth-file: "/var/lib/ntfy/user.db"

auth-default-access: "deny-all"

Vervang het domein achter base-url door het domein waarop je ntfy-server draait. Als je gebruikmaakt van een reverse proxy, dan moet dit de url zijn die door de proxy naar ntfy wordt doorgestuurd. Bovendien moet je dan ook een regel behind-proxy: true toevoegen. In de documentatie van ntfy staan voorbeeldconfiguraties voor nginx, Apache2 en Caddy.

Met auth-default-access: "deny-all" tot slot heeft standaard niemand toegang tot onderwerpen. Elke toegang moet dus expliciet worden toegestaan.

Account bij ntfy.sh

De ontwikkelaar van ntfy draait een publiek beschikbare ntfy-server op ntfy.sh. De webinterface daarvan is bereikbaar op https://ntfy.sh/app. Die kun je gratis gebruiken, bijvoorbeeld om ntfy uit te proberen, maar dat komt met beperkingen. Zo kun je geen onderwerpen reserveren en is er een maximum van 250 notificaties per dag en 2 MB per bijlage. Verder is er geen enkele vorm van authenticatie. De enige manier van beveiliging ligt dus in het geheimhouden van je onderwerpen. Die beperkingen heb je niet als je ntfy zelf installeert. Maar als je liever niet zelf een installatie onderhoudt, kun je een betaald plan nemen. Daarmee ondersteun je ook de ontwikkeling van het opensource-project. Dat begint met een Supporter-plan van 5 dollar per maand (circa 5 euro), waarmee je drie onderwerpen kunt reserveren en 2.500 notificaties mag sturen met maximum 25 MB per bijlage.

Betaal voor gebruik van de publieke ntfy-server en ondersteuning van het opensource-project.

Docker Compose

Definieer nu de container in het bestand docker-compose.yaml:

services:

  ntfy:

    image: binwiederhier/ntfy

    container_name: ntfy

    command: serve

    restart: always

    environment:

      - TZ=Europe/Amsterdam

    volumes:

      - ./containers/ntfy/cache:/var/cache/ntfy

      - ./containers/ntfy/etc:/etc/ntfy

      - ./containers/ntfy/lib:/var/lib/ntfy

    ports:

      - 80:80

Ga je voor de aanpak met een reverse proxy, dan definieer je in ditzelfde bestand ook een container voor die reverse proxy.

Start daarna de container met:

$ docker-compose up -d

Als alles goed gaat, is de webinterface van ntfy daarna bereikbaar op het ingestelde domein of ip-adres. Bovenaan links zie je een melding Notifications are disabled. Klik op Grant now om notificaties in je webbrowser toe te staan, en bevestig dit daarna in het dialoogvenster dat je webbrowser toont.

Sta notificaties in je webbrowser toe.

Lees ook: Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Notificaties testen

Omdat je ntfy zo geconfigureerd hebt dat alle toegang standaard wordt geblokkeerd, kun je nog niets doen in de webinterface. Je dient dus eerst gebruikers aan te maken en die de toelating te geven om op specifieke onderwerpen te publiceren of zich te abonneren. Open daarvoor een shell in de container van ntfy met de opdracht docker exec -ti ntfy /bin/sh. Als je daarna ntfy user list intypt, krijg je te zien dat anonieme, niet geauthenticeerde gebruikers geen enkele permissies hebben. Met de opdracht ntfy user add --role=admin admin voeg je dan een admin-gebruiker met de naam admin toe. Gebruikers met de rol admin kunnen op alle onderwerpen publiceren en zich erop abonneren. Geef de gebruiker een wachtwoord en bevestig.

Klik nu in de webinterface van ntfy links op Settings en dan onder Manage users op Add user. Vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam admin en het wachtwoord dat je zojuist hebt ingesteld. Klik dan links op Subscribe to topic. Kies een naam of klik op Generate name om ntfy een willekeurige naam te laten kiezen en abonneer je dan op het onderwerp met Subscribe. Klik dan op Publish notification en vul hetzelfde onderwerp in. Voer ook een titel en een bericht voor je notificatie in en klik op Send. Als alles goed gaat, verschijnt je testbericht nu in een 'conversatie' met de naam van het onderwerp, en wijst je webbrowser je op een notificatie.

Publiceer notificaties in je webbrowser.

Gebruikersrechten

De webapplicatie is leuk voor een test, maar een mobiele app is vaak handiger. De app van Ntfy voor Android en iOS stelt je in staat om op je telefoon je te abonneren op onderwerpen (publiceren is niet mogelijk) en daarvoor notificaties te ontvangen. Als je de Android-app via F-Droid installeert, is dat zonder ondersteuning voor Firebase; de versie op Google Play gebruikt wél de servers van Google. Je maakt voor je app bij voorkeur een gebruiker aan die alle onderwerpen alleen kan lezen. Dat doe je weer in de shell van de container van ntfy met ntfy user add android om de gebruiker android aan te maken (voer een wachtwoord in) en dan ntfy access android "*" read-only voor de leesrechten.

Open daarna de Android-app en tik op de drie stippen rechtsboven. Kies Settings en stel dan Default server in op het domein van je ntfy-server. Tik daarna op Manage users en Add new user en vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam android en het bijbehorende wachtwoord. Tik dan op Add user. Keer dan terug naar het hoofdscherm van de app en klik op het plusicoontje rechtsonder. Voer het onderwerp in dat je tijdens de test in stap 5 hebt gebruikt en tik op Subscribe om je erop te abonneren. Vanaf nu zal de app voor elk ontvangen bericht op dit onderwerp een notificatie tonen. Je krijgt zelfs de al verzonden berichten te zien. Overigens toont de app twee waarschuwingen. Voor betrouwbare notificaties volg je de suggesties om batterijoptimalisaties uit te schakelen en naar WebSockets over te schakelen in plaats van een http-stream.

De Android-app ontvangt een notificatie voor elk bericht dat op een geabonneerd onderwerp wordt verstuurd.

Shellscripts

Nu je hebt getest dat je ntfy-server werkt, is het tijd om je eigen services notificaties te laten uitsturen. Hoe je dat precies configureert, hangt van de service af. Maar je zult altijd eerst een gebruiker met schrijfpermissies voor een specifiek onderwerp moeten aanmaken. Voor een back-upproces dat je op de hoogte moet houden van de status van je back-ups, maak je bijvoorbeeld een gebruiker aan met de opdracht ntfy user add backup in de container van ntfy. Geef die dan schrijfrechten op het onderwerp backup met ntfy access backup backup write-only.

Het publiceren van een bericht op een specifiek onderwerp behelst niet meer dan het sturen van een http POST-aanvraag naar de webserver. Dat kan bijvoorbeeld in een shellscript op je Linux-server met de opdracht curl:

curl -u backup:password -d "Backup successful" ntfy.example.com/backup

Als je in de ntfy-app op je telefoon je op dit onderwerp abonneert, ontvang je deze notificatie nadat het back-upscript is uitgevoerd. Op deze manier is het heel eenvoudig om je eigen shellscripts notificaties te laten verzenden.

Berichten met extra's

Ntfy ondersteunt talloze extra functies om je berichten te laten opvallen of om hun gedrag aan te passen. Je gebruikt deze allemaal door een http-header aan je aanvraag toe te voegen. Zo kun je aan de notificaties van je back-upscript een titel, prioriteit en tags toevoegen. De tags worden als pictogrammen getoond door de mobiele app. Een voorbeeld:

curl -u backup:password -H "Title: Backup failure" -H "Priority: urgent" -H "Tags: warning,skull" -d "Backup unsuccessful" ntfy.example.com/backup

Als de Android-app een bericht met standaardprioriteit ontvangt, doet ze je telefoon kort vibreren en speelt ze een kort geluidje af. Door de prioriteit op urgent te zetten, wordt het standaardnotificatiegeluidje vergezeld van een langer getril van je telefoon, waardoor je onmiddellijk merkt dat dit dringend je aandacht vereist.

Een ntfy-bericht met een titel, prioriteit en pictogrammen.

Plaatjes en lay-out

Ntfy kan ook plaatjes sturen, bijvoorbeeld een foto van een ip-camera die beweging detecteert, maar niet in combinatie met een tekstbericht. Om een bestand naar ntfy te uploaden met curl in een http PUT-aanvraag gebruik je de optie -T en de bestandsnaam. Met de header Filename voeg je de bestandsnaam toe die de ntfy-app je moet tonen. Dat ziet er dan als volgt uit:

curl -u admin:password -T foto.jpg -H "Filename: beweging.jpg" -H "Title: Beweging voordeur" -H "Tags: boom" ntfy.example.com/beweging

Als je een tekstbericht als Markdown opmaakt, kun je wel plaatjes in een tekst opnemen, maar dan moet je naar het bestand linken. Alleen ntfy's webinterface ondersteunt dit; de mobiele app toont gewoon de Markdown-brontekst. Een Markdown-bericht stuur je door de header Markdown: yes of Content-Type: text/markdown aan je http POST-aanvraag toe te voegen. Ntfy ondersteunt overigens alleen beperkte Markdown-functies, zoals vette en schuine tekst, lijsten, links en afbeeldingen.

Je services kunnen ook plaatjes naar ntfy sturen.

Acties

Je ontvangt de notificaties van ntfy in de app in een 'conversatie' per onderwerp. Wanneer je op een notificatie tikt, kopieert dit standaard gewoon de tekst van het bericht naar het klembord. Als je de header Click: URL toevoegt, opent de app die url wanneer je op de notificatie tikt. Zo kun je in een notificatie van je back-upscript bijvoorbeeld een link naar de webinterface van je back-upserver opnemen om het gemelde probleem snel te onderzoeken.

Je kunt ook tot drie 'actieknoppen' definiëren, die dan onderaan een notificatie verschijnen. Door op een van die knoppen te tikken, open je een website of app, activeer je een Android broadcast intent waarop andere apps dan weer kunnen reageren, of zend je een http POST-, PUT- of GET-aanvraag. De manier om dit alles te definiëren is wat omslachtig, maar wordt volledig in de documentatie van ntfy uitgelegd.

Klik op een van de knoppen van het bericht in ntfy om een actie uit te voeren.

Python-code

Curl is natuurlijk niet de enige tool waarmee je notificaties naar je ntfy-server kunt sturen. Sommige tools bieden rechtstreeks ondersteuning voor notificaties via ntfy. Dan hoef je alleen maar het domein van je server, het onderwerp, de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in te vullen. Maar ook in je eigen Python-scripts kun je eenvoudig ondersteuning voor ntfy inbouwen. Dat gaat via het pakket Requests, waarmee je http POST-aanvragen naar de server stuurt. Een eenvoudig voorbeeld ziet er als volgt uit:

import requests

requests.post("http://ntfy.example.com/backup",

    data="Backup unsuccessful",

    headers={

        "Authorization": "Basic Z2VicnVpa2Vyc25hYW06d2FjaHR3b29yZA==",

        "Title": "Backup failure",

        "Priority": "urgent",

        "Tags": "warning,skull"

    })

Met de header Authorization stel je http Basic-authenticatie in. De tekenreeks die na Basic komt, is een Base64-codering van de gebruikersnaam en het wachtwoord met een dubbele punt ertussen. Je creëert die codering op je Linux-systeem met de opdracht echo "Basic $(echo -n 'gebruikersnaam:wachtwoord' | base64)".

Sssssssssschattig

Speciaal voor de kleinste Python-fans

En verder

Ntfy biedt een betrouwbare manier om notificaties van allerlei services te centraliseren, terwijl je zelf de volledige controle behoudt. Het programma blinkt uit in flexibiliteit om het overal in te integreren. Als een service bijvoorbeeld geen http POST-aanvragen ondersteunt, kun je ook http GET-aanvragen doen. En als een service je niet de mogelijkheid geeft om de headers aan te passen, laat ntfy je toe om de berichten inclusief headers in JSON-formaat door te sturen. En als een service webhooks ondersteunt maar daarvoor zijn eigen JSON-formaat gebruikt, kan ntfy die met berichtsjablonen omzetten naar leesbare berichten.

Ook via e-mail is ntfy te integreren. Je kunt bijvoorbeeld berichten die op je ntfy-server aankomen automatisch laten doorsturen naar een SMTP-server om ze ook als e-mail te ontvangen. Maar ook de andere richting is voorzien: ntfy kan dan zelf een ingebouwde SMTP-server draaien, handig voor services die alleen maar notificaties via e-mail ondersteunen. Elk onderwerp op de ntfy-server heeft dan een bijbehorend e-mailadres op je domein. De service hoeft dan alleen maar een e-mail naar dat adres te sturen om berichten op dat onderwerp te publiceren op je ntfy-server. Deze en andere geavanceerde functies zijn uitgebreid gedocumenteerd op de website van ntfy.

De documentatie van ntfy is uitgebreid en praktisch.