ID.nl logo
De 13 beste powerline-adapters voor supersnel internet
© Reshift Digital
Huis

De 13 beste powerline-adapters voor supersnel internet

De ontwikkelingen op het gebied van het thuisnetwerk staan nooit stil, ook niet bij powerline-adapters. Sinds enige tijd zijn er modellen te koop die zijn ontwikkeld volgens de HomePlug AV2-standaard, die snelheden tot 1200 Mbit/s mogelijk maakt. Wij hebben dertien setjes van deze adapters getest.

Powerline-adapters zijn wellicht niet de meest sexy netwerkproducten, zeker niet als je ze vergelijkt met hippe 802.11ac-routers en -repeaters. Toch worden ze de afgelopen tijd steeds populairder. Dit heeft er in eerste instantie mee te maken dat deze producten steeds beter betaalbaar worden, waardoor een setje powerline-adapters een goed alternatief is geworden voor een repeater. Beide producten hebben globaal hetzelfde doel voor ogen, namelijk het realiseren van een netwerkverbinding op plaatsen waar je met je router niet kunt komen. Een tweede reden voor de toegenomen populariteit van powerline is de relatief recente toevoeging van wifi. Lees ook: 9 tips om langer met je mobiele batterij te doen.

Het gros van de netwerkverbindingen in huis wordt inmiddels draadloos gelegd, dus je kunt met een enkele adapter een hele verdieping van een netwerkverbinding voorzien. Van powerline-adapters moet je er minimaal twee hebben: eentje om bekabeld op je netwerk aan te sluiten en eentje die je in een stopcontact steekt waar je een netwerkaansluiting wilt realiseren. Die tweede adapter is er in meerdere varianten. Je hebt ze met een enkele netwerkaansluiting of met meerdere, maar ook met ingebouwd wifi-accesspoint. Je kunt uiteraard ook zelf een switch of accesspoint aansluiten op een powerline-adapter met één netwerkaansluiting. Van de geteste modellen vind je deze gegevens terug in de tabel.

©PXimport

©PXimport

Een powerline-adapter verandert je stopcontact in één of meerdere netwerkaansluitingen.

HomePlug AV2

Er is nog een andere reden waarom powerline een extra boost zou kunnen krijgen. Met de komst van HomePlug AV2 is er nu een standaard die ongekende prestaties belooft (en ook deels waarmaakt). Waar je het tot nu toe moest doen met adapters die maximaal 500 of 600 Mbit/s konden behalen, hebben de nieuwe modellen een opgegeven maximale bandbreedte van 1000 en zelfs 1200 Mbit/s.

Inmiddels zijn er ook al behoorlijk wat fabrikanten die modellen op de markt hebben, dus zal de vooralsnog vrij hoge prijs vanzelf wat zakken. Zoals de naam al aangeeft, is HomePlug AV2 een doorontwikkeling van de vorige standaard, HomePlug AV. Er is her en der dus nog wat ruimte gevonden om de prestaties verder de hoogte in te krijgen. In de basis draait het bij moderne powerline-adapters om drie zaken: frequentiespectrum, modulatie en MIMO. De verschillen tussen de op dit moment courante modellen (200, 500, 600, 1000 en 1200 Mbit/s) kunnen allemaal uitgelegd worden aan de hand van deze drie termen.

Frequentiespectrum en modulatie

Als we het hebben over frequentiespectrum, dan gaat het om de frequenties waarvan de adapters gebruikmaken om data te verzenden. Kijken we naar 200Mbit/s-adapters, dan beslaat het frequentiespectrum een vrij bescheiden 2-28 MHz, bij 500Mbit/s- en 600Mbit/s-modellen is dat 2-68 MHz. Ook de 1200Mbit/s-adapters met een chipset van Qualcomm gebruiken het frequentiespectrum van 2-68 MHz.

Broadcom gebruikt in zijn 1000- en 2000Mbit/s-chipsets het frequentiespectrum 2-86 MHz. Orthogonal Frequency-Division Multiplexing definieert binnen het frequentiegebied meerdere draaggolven die elkaar niet in de weg zitten. De eigenlijke digitale bits worden vervolgens middels modulatie op de analoge draaggolf geplaatst. De techniek die hiervoor gebruikt wordt heet QAM (Quadrature Amplitude Modulation). Daar zit dan ook het verschil tussen de verschillende soorten adapters. De 1000Mbit/s-adapters met een chipset van Broadcom hebben net als de 200- en 500Mbit/s-adapters een modulatie van 1024-QAM, terwijl de 600- en 1200Mbit/s-modellen met een chipset van Qualcomm een veel forsere 4096-QAM gebruiken.

©PXimport

De AVM Fritz!Powerline 1000E heeft een wat verwarrende naam. Ondanks de '1000' in de naam, is dit toch een 1200Mbit/s-exemplaar. Het getal in de naam slaat op de snelheid van de netwerkaansluiting.

Randaarde met MIMO

Volgers van de routermarkt zullen de term MIMO ongetwijfeld kennen, omdat multiple-input multiple-output al sinds de introductie van 802.11n gebruikt wordt bij wifi. Ook bij powerline-adapters houdt het in dat er meerdere signalen tegelijkertijd verstuurd en ontvangen kunnen worden. In het geval van powerline-adapters is dit mogelijk doordat niet alleen de nul- en de fasedraad worden gebruikt voor communicatie, maar ook de aardedraad.

Op deze manier is er een 2Tx2R-configuratie te maken: twee datastromen voor verzenden, twee voor ontvangen. Heb je een stroomnet zonder aarde door je huis lopen, dan heb je logischerwijs helemaal niets aan deze toevoeging en kun je de extra euro's die dit type kost beter besparen en voor een goedkoper SISO-exemplaar (single-input, single-output) gaan.

Toen we voor het eerst hoorden van de MIMO-technologie voor powerline-adapters, vroegen we ons af of dit eigenlijk wel toegestaan is in Nederland. Officieel mag de aardedraad nergens anders voor gebruikt worden. Volgens fabrikanten is dit gebruik van de aardedraad toch toegestaan. De MIMO-adapters hebben een geadverteerde snelheid van 1200 Mbit/s wanneer het om een Qualcomm-chipset gaat en een snelheid van 2000 Mbit/s als het om een Broadcom-chipset gaat. Die laatste zijn nog niet breed verkrijgbaar, de geteste 1000Mbit/s-adapters in deze test met een chipset van Broadcom zijn SISO-adapters die geen gebruikmaken van randaarde.

©PXimport

De Netgear PL1200 biedt een uitstekende prijs-prestatieverhouding.

Op de doos en in de praktijk

Als het gaat om beloofde maximale doorvoersnelheden of bandbreedte van netwerkproducten, is er altijd een verschil tussen wat er op de doos staat en wat je in de praktijk daadwerkelijk haalt. Dit heeft te maken met zaken zoals overhead van een bepaald protocol, maar ook met storingen. Dat is met powerline-adapters niet anders. Als je wat minder goed van vertrouwen bent, zou je kunnen zeggen dat je door de fabrikanten bewust voor het lapje gehouden wordt. Voor een deel gaan we hier ook zeker in mee. Als je als fabrikant de keuze hebt tussen bijvoorbeeld 300 of 1200 Mbit/s als snelheid op de doos, dan is de verleiding om voor het hogere getal te gaan waarschijnlijk te groot om te weerstaan.

Aan de andere kant is er ook wel degelijk iets te zeggen voor het melden van de onrealistisch hoge maximale doorvoersnelheden op de doos. Dat is namelijk de enige snelheid waar een objectief getal aan gehangen kan worden, omdat dat de snelheid is die op de bovenste, fysieke laag van de protocolstack behaald kan worden. Die wordt bepaald door de hardware en heeft geen last van overhead en storingen. De daadwerkelijke snelheid kan pas enkele lagen dieper, op applicatieniveau, worden vastgesteld. Hoe hoog die is, hangt echter voor het grootste gedeelte af van zaken die niet te controleren zijn, zoals de kwaliteit van de leidingen/kabels waar het netwerkverkeer doorheen moet en eventuele obstakels. Een setje adapters dat volgens de doos sneller is dan een ander setje, is dat in onze ervaring in de praktijk ook altijd. Dus de getallen op de doos zeggen wel degelijk iets.

©PXimport

TP-Link heeft op de TL-PA8030P drie netwerkaansluitingen aangebracht, op beide adapters.

Obstakels

Net als bij wifi, ontkom je ook bij powerline-adapters niet aan storende elementen. Allereerst is het stroomnet niet ontwikkeld voor het transport van data. Daarnaast worden stroomdraden aan elkaar gekoppeld met behulp van lasklemmen, dus ook daar zullen datapakketjes verloren gaan. Vergeet verder ook niet de andere apparaten die op het stroomnet aangesloten zijn en voor stroompieken zorgen. Iedere stroompiek zorgt voor een verstoring van het signaal. Verder heb je in een gemiddeld huis vrijwel altijd meerdere groepen. Het signaal moet dan dus door de meterkast naar een andere groep, wat wederom leidt tot een verlies van pakketjes.

Veel nieuwbouwhuizen worden tegenwoordig opgeleverd met meerdere fases. Voorheen was dat een onoverkomelijk probleem voor powerline-adapters, maar inmiddels niet meer. Van zowel Devolo als TP-Link weten we dat hun nieuwste adapters zijn voorzien van een zogeheten fasesprong waarmee communicatie tussen fases mogelijk is. Wil je het optimale uit je powerline-adapters halen, dan is het handig als je weet hoe je stroomnet (ongeveer) in elkaar zit. Hoe minder obstakels het signaal moet overwinnen, hoe beter. Zo kan het zijn dat er een groot verschil in doorvoer zit tussen twee direct naast elkaar gelegen stopcontacten. Het nadeel van deze obstakels is feitelijk hetzelfde als bij wifi het geval is. Het is onmogelijk om vooraf te zeggen of powerline-adapters in jouw situatie tot een bevredigend resultaat leiden. Dankzij de toegenomen rekenkracht en bandbreedte bij de nieuwste modellen, blijft er wel steeds meer bandbreedte over. De kans dat je uit de voeten kunt met powerline-adapters, is dus wel groter geworden.

©PXimport

Het mag dan een van de oudste HomePlug AV2-modellen zijn, de ZyXEL PLA5206 is een goede keuze als je voor een 1000Mbit/s-exemplaar gaat en geen randaarde hebt.

Wifi

Zoals al eerder opgemerkt, is de toevoeging van wifi een belangrijke factor geweest in het relatieve succes van powerline-adapters in Nederland de afgelopen jaren. De nieuwe HomePlug AV2-standaard mag dan bekabeld nog zoveel sneller zijn dan zijn voorlopers, zolang er geen wifi aan toegevoegd wordt, zal het geen doorslaand succes worden. Vooralsnog zijn de fabrikanten van powerline-adapters echter zeer voorzichtig op dit punt. Op zich is dat niet zo gek, want wifi maakt de adapters alleen maar duurder. En ze zijn al niet bepaald goedkoop te noemen, zeker de 1200Mbit/s-modellen niet. Vooralsnog is Devolo de enige die een 1200Mbit/s-kitje heeft met een 802.11ac-accesspoint geïntegreerd in een van de adapters.

Die heeft dan ook de niet malse prijs van 189 euro. Daar koop je bijvoorbeeld ook een uitstekende router voor. Zeker als je bedenkt dat je altijd nog maar moet afwachten hoe goed powerline-adapters in jouw specifieke situatie werken, is het echt een flink bedrag. Ook hier geldt dat concurrentie de prijs vanzelf naar beneden toe drijft. TP-Link heeft in ieder geval al aangegeven met een concurrerend model te komen, maar dat was niet op tijd binnen om mee te nemen in deze test.

©PXimport

Wil je de beste en meest complete powerline-adapters van het moment, dan kom je uit bij de Devolo DLAN 1200+ WiFi AC.

Prestaties

Waar we uiteraard met name benieuwd naar waren bij deze nieuwe generatie powerline-adapters, zijn de prestaties. Gebaseerd op onze tests is HomePlug AV2 de grootste sprong voorwaarts die we tot nu toe hebben gezien bij powerline-adapters. We hebben onder perfecte omstandigheden snelheden genoteerd die de 450 Mbit/s voorbij gingen. Met name de twee Devolo's, de TP-Link TL-PA8010P en de ZyXEL PLA5405 doen het hier heel erg goed. Voegen we storing toe en benaderen we dus de realiteit wat meer, dan zien we zowel bij de 1000Mbit/s- als bij de 1200Mbit/s-adapters veel betere scores dan bij de vorige generaties. Daar bleven de scores altijd ruim onder de 100 Mbit/s steken, nu gaan we daar ruim overheen.

De 1000Mbit/s-modellen komen tot zo'n 140-150, de 1200Mbit/s-varianten gaan zonder uitzondering de 180 Mbit/s voorbij. De drie hardlopers bij de tests zonder storing, steken er hier overigens niet meer bovenuit. Ook als je een stroomnet hebt zonder aardedraad en je dus niets hebt aan de 1200Mbit/s-apparaten, kun je met de 1000Mbit/s-adapters een grote sprong voorwaarts maken ten opzichte van de vorige generaties. Het enige model met geïntegreerd accesspoint is de Devolo DLAN 1200+ WiFi AC. De draadloze prestaties van dat model zijn uitstekend, met snelheden op 2,4 GHz tussen de 80 en 90 Mbit/s en ruimschoots voorbij de 200 Mbit/s op 802.11ac. Kijken we naar het stroomverbruik, dan verbruikt de adapter met wifi logischerwijs beduidend meer dan adapters die deze functionaliteit niet bieden. De resultaten van alle geteste modellen vind je in de tabel.

Testmethode

We hebben alle adapters aangesloten op ons middels een stroomfilter geïsoleerde testbord en de prestaties gemeten op 25 en 50 meter afstand, waarbij we op 50 meter ook nog een test gedaan hebben met storing. Bij die laatste test sluiten we de tweede adapter aan op een slechte stekkerdoos, waarvan we weten dat die voor heel erg veel continue storing zorgt. In de praktijk is dat zelden het geval, of je moet je adapter ook op een (slechte) stekkerdoos aansluiten, of de adapters in de buurt van een apparaat plaatsen dat gedurende langere tijd voor een zware last zorgt op het stroomnet.

Schakelende adapters - zoals die van de oplader van je telefoon of lampen die ingeschakeld worden - en andere apparaten die dan wel en dan weer niet (veel) stroom pakken van het netwerk, zorgen voor pieken en piekjes waardoor er data verloren kunnen gaan. We hebben in ons testlab recent ook wat steekproeven gedaan met dit soort apparaten, maar die leverden niet de consistentie in prestaties op die we wel ervaren met onze stekkerdoos. Aangezien die consistentie erg belangrijk is voor de reproduceerbaarheid van de test, verkiezen we onze originele opstelling.

Conclusie

Het is duidelijk dat HomePlug AV2 een forse sprong voorwaarts is ten opzichte van de voorgaande generatie powerline-adapters. Dat is op meerdere vlakken goed nieuws als je overweegt om een kitje aan te schaffen. Heb je een stroomnet dat goed overweg kan met de signalen van powerline-adapters, dan ga je hoogstwaarschijnlijk een duidelijk merkbare snelheidstoename meemaken ten opzichte van bijvoorbeeld een 500Mbit/s-adapter. Laat je stroomnet op dit moment maar weinig heel van het signaal, dan is de kans aanwezig dat het deze nieuwe modellen wel lukt om een bruikbare bandbreedte op de plaats van bestemming te krijgen.

Een nadeel van met name de 1200Mbit/s-modellen met MIMO-technologie is dat ze relatief duur zijn, zeker als je bedenkt dat je op vrijwel alle exemplaren zelf nog een accesspoint moet aansluiten om draadloos verbinding te kunnen maken. De Devolo DLAN 1200+ WiFi AC is op dit moment de ultieme set powerline-adapters die je kunt kopen en belonen we met het predicaat Best Getest. Blijven we even bij de 1200Mbit/s-adapters, dan krijgt de Netgear PL1200 onze Redactie-tip. In de 1000Mbit/s-categorie reiken we ook nog een Redactie-tip uit aan de ZyXEL PLA5206, dit is een prima keuze als je thuis geen randaarde hebt.

Powerline vs repeater

Powerline-adapters en repeaters zorgen beide voor netwerktoegang op plaatsen waar dat je tot dan toe geen netwerktoegang had, bijvoorbeeld de zolder waar je met het draadloze signaal van je router net niet komt. Een repeater is op het eerste gezicht het ideale product voor dit probleem. Die steek je vaak rechtstreeks in een stopcontact, waarna zowel er draadloos verbinding wordt gelegd met met de router of het accesspoint, en met de op de repeater aangesloten clients. Een groot nadeel van met name de goedkope repeaters, is dat die je bandbreedte halveren.

Er zijn wel dualband-repeaters met zowel een 2,4GHz- als een 5GHz-netwerk; deze gebruiken de ene frequentie voor de verbinding met de router en de andere voor de verbinding met de client. Deze repeaters zijn met een prijs van zo'n 100 euro ook meteen een stuk duurder. Daarnaast is het maar de vraag of ze het probleem met je netwerk oplossen. Als je de 2,4GHz-band gebruikt voor de verbinding met de router, heb je dan wel genoeg aan de qua reikwijdte veel beperktere 5GHz-band om het signaal door te zetten naar de clients?

Een voordeel van powerline-adapters is dat je veel vrijheid hebt in de plaatsing van de apparaten. Waar je bij repeaters eigenlijk één optimale locatie hebt waar je hem moet plaatsen, kun je bij powerline-adapters zoveel stopcontacten uitproberen als je maar wilt.

©PXimport

Een wifi-repeater is de eenvoudigste en goedkoopste manier om een netwerk uit te breiden, maar heeft wel nadelen.

▼ Volgende artikel
SSD vs. HDD: waarom is een SSD zo veel sneller dan een harde schijf?
© arinahabich
Huis

SSD vs. HDD: waarom is een SSD zo veel sneller dan een harde schijf?

Waarom start een computer met een SSD binnen enkele seconden op, terwijl een oude harde schijf blijft ratelen? Het vervangen van een HDD door een SSD is de beste upgrade voor een trage laptop of pc. We leggen in dit artikel uit waar die enorme snelheidswinst vandaan komt en wat het fundamentele verschil is tussen deze twee opslagtechnieken.

Iedereen die zijn computer of laptop een tweede leven wil geven, krijgt vaak hetzelfde advies: vervang de oude harde schijf door een SSD. De snelheidswinst is direct merkbaar bij het opstarten en het openen van programma's. Maar waar komt dat enorme verschil in prestaties vandaan? Het antwoord ligt in de fundamentele technologie die schuilgaat onder de behuizing van deze opslagmedia.

De vertraging van mechanische onderdelen

Om te begrijpen waarom een Solid State Drive (SSD) zo snel is, moeten we eerst kijken naar de beperkingen van de traditionele harde schijf (HDD). Een HDD werkt met magnetische roterende platen. Dat kun je vergelijken met een geavanceerde platenspeler. Wanneer je een bestand opent, moet een fysieke lees- en schrijfkop zich naar de juiste plek op de draaiende schijf verplaatsen om de data op te halen. Dat fysieke proces kost tijd, wat we latentie noemen. Hoe meer de data op de schijf verspreid staat, hoe vaker de kop heen en weer moet bewegen en wachten tot de juiste sector onder de naald doordraait. Dit mechanische aspect is de grootste vertragende factor in traditionele opslag.

©Claudio Divizia

Flashgeheugen en directe gegevensoverdracht

Een SSD rekent definitief af met deze wachttijden omdat er geen bewegende onderdelen in de behuizing zitten. De naam 'Solid State' verwijst hier ook naar; het is een vast medium zonder rammelende componenten. In plaats van magnetische platen gebruikt een SSD zogenoemd NAND-flashgeheugen. Dat is vergelijkbaar met de technologie in een usb-stick, maar dan veel sneller en betrouwbaarder. Omdat de data op microchips wordt opgeslagen, is de toegang tot bestanden volledig elektronisch. Er hoeft geen schijf op toeren te komen en er hoeft geen arm te bewegen. De controller van de SSD stuurt simpelweg een elektrisch signaal naar het juiste adres op de chip en de data is direct beschikbaar.

Toegangstijd en willekeurige leesacties

Hoewel de maximale doorvoersnelheid van grote bestanden bij een SSD indrukwekkend is, zit de echte winst voor de consument in de toegangstijd. Een besturingssysteem zoals Windows of macOS is constant bezig met het lezen en schrijven van duizenden kleine systeembestandjes. Een harde schijf heeft daar enorm veel moeite mee, omdat de leeskop als een bezetene heen en weer moet schieten. Een SSD kan deze willekeurige lees- en schrijfopdrachten (random read/write) nagenoeg gelijktijdig verwerken met een verwaarloosbare vertraging. Dat is de reden waarom een pc met een SSD binnen enkele seconden opstart, terwijl een computer met een HDD daar soms minuten over doet.

©KanyaphatStudio

Van SATA naar NVMe-snelheden

Tot slot speelt de aansluiting een rol in de snelheidsontwikkeling. De eerste generaties SSD's gebruikten nog de SATA-aansluiting, die oorspronkelijk was ontworpen voor harde schijven. Hoewel dat al een flinke verbetering was, liepen snelle SSD's tegen de grens van deze aansluiting aan. Moderne computers maken daarom gebruik van het NVMe-protocol via een M.2-aansluiting. Deze technologie communiceert rechtstreeks via de snelle PCIe-banen van het moederbord, waardoor de vertragende tussenstappen van de oude SATA-standaard worden overgeslagen. Hierdoor zijn snelheden mogelijk die vele malen hoger liggen dan bij de traditionele harde schijf.

Populaire merken voor SSD's

Als je op zoek bent naar een betrouwbare en snelle SSD, is er een aantal fabrikanten dat de markt domineert. Samsung wordt door velen gezien als de marktleider op het gebied van flashgeheugen en staat bekend om de uitstekende prestaties van hun EVO- en PRO-series. Daarnaast is Western Digital (WD) een vaste waarde; dit merk heeft de transitie van traditionele harde schijven naar SSD's succesvol gemaakt met hun kleurgecodeerde (Blue, Black en Red) series voor verschillende doeleinden. Ook Transcend is een uitstekende keuze; dit merk staat al jaren bekend om zijn betrouwbare geheugenproducten en biedt duurzame SSD's die lang meegaan. Tot slot bieden merken als Kingston en Seagate betrouwbare alternatieven die vaak net iets vriendelijker geprijsd zijn, zonder dat je daarbij veel inlevert op stabiliteit.

▼ Volgende artikel
AI zonder programmeren: Zo bouw je je eigen chatbot
© ID.nl
Huis

AI zonder programmeren: Zo bouw je je eigen chatbot

Misschien heb je wel eens een vraag gesteld aan een AI-chatbot als ChatGPT, Microsoft Copilot of Perplexity. Maar hoe ontwerp je zelf nu zo'n chatbot? Met de juiste tools is daar zelfs weinig tot geen programmeerwerk voor vereist. We bekijken twee uiteenlopende oplossingen.

Een AI-chatbot is een digitale gesprekspartner die wordt aangedreven door kunstmatige intelligentie. Meestal is de intelligentie gebaseerd op een taalmodel dat is getraind om mensachtige gesprekken te voeren. In tegenstelling tot traditionele op regels gebaseerde chatbots, die alleen vooraf ingestelde antwoorden geven, kan een AI-chatbot vrije tekst begrijpen en ‘natuurlijke’ reacties geven.

In dit artikel kijken we naar het bouwen van een eigen chatbot die je op je desktop of mobiel kunt gebruiken en zelfs op een eigen website kunt plaatsen. We bespreken twee manieren. De eenvoudigste is een no-code chatbotplatform dat het AI-gedeelte achter de schermen afhandelt en je via een gebruiksvriendelijke interface laat bepalen hoe de gespreksflow verloopt. Typische voorbeelden zijn Chatfuel en Chatbot voor zakelijke toepassingen. Daarnaast zijn er de meer toegankelijke Poe en Coze, die we hier behandelen. Onze tweede oplossing is technischer, maar flexibeler. Daarbij gebruik je de Application Programming Interface (API) van een AI-taalmodel om de AI-functionaliteit in je eigen omgeving te integreren. Hiervoor werken we graag met de online omgeving Google Colab.

Poe

Laten we starten met een gebruiksvriendelijke optie: het no-code chatbotplatform Poe (www.poe.com). Je kunt hier ook de app voor desktop of mobiel downloaden en installeren, met vrijwel dezelfde interface en functies als in de browser. De eerste keer maak je een account aan of meld je je aan met je Google- of Apple-account. Via Bots and apps kun je met allerlei AI-chatbots praten, maar in dit geval willen we vooral een eigen chatbot maken. Concreet gaat het om het creëren van een eigen ‘persona’ binnen een gekozen AI-model. Zo’n persona kun je zien als het perspectief, de rol of identiteit die je een AI-bot meegeeft.

Klik hiervoor op Create +. Je krijgt nu verschillende opties, zoals Image generation bot, Video generation bot en Prompt bot. Wij kiezen dit laatste.

Poe bestaat ook als desktop-app en biedt toegang tot vele tientallen AI-modellen.

Creatie

Je hoeft nu eigenlijk alleen maar een onlineformulier in te vullen. We doorlopen kort de belangrijkste onderdelen. Naast het gekozen bottype moet je een naam verzinnen. Omdat deze deel uitmaakt van de url, kies je bij voorkeur een originele, korte naam in kleine letters. Voeg ook een beschrijving toe, die zichtbaar is voor gebruikers van je bot.

Bij Base bot selecteer je een geschikt AI-model, bijvoorbeeld Claude-Haiku-3, GPT-4o-mini, GPT-5 of Grok-4. Afhankelijk van het model gelden er soms beperkingen. Poe-abonnees krijgen doorgaans uitgebreidere toegang tot de duurdere modellen.

Bij Prompt beschrijf je nauwkeurig en uitgebreid hoe de bot moet reageren. De optie Optimize prompt for Previews kun je uitgeschakeld laten. Vul bij Greeting message een welkomstwoord in dat de bot bij elke start toont. Het onderdeel Advanced kun je eigenlijk ongemoeid laten, maar interessant is wel dat je bij Custom temperature het ‘creativiteitsgehalte’ van de bot kunt instellen: hoe hoger de waarde, hoe creatiever en onvoorspelbaarder.

Bij Access kies je de zichtbaarheid van je bot. Wellicht is Only people with the access link de handigste optie, waarna de url zichtbaar wordt en je deze kunt verspreiden. Klik bovenin op Edit picture en kies of ontwerp een passend pictogram. Is alles ingevuld, klik dan onderin op Publish. Je bot is nu klaar voor gebruik. Om je bot te bewerken, hoef je deze maar bij Bots and apps te selecteren en via het knopje met de drie puntjes op Edit te klikken. Ook de optie Delete is beschikbaar.

Geef duidelijk aan wat je bot precies moet doen.
GPT's van OpenAI

Binnen de omgeving van OpenAI (https://chat.openai.com) kun je ook je eigen AI-chatbots maken, de zogeheten GPT’s. Hiervoor heb je wel een plusabonnement nodig (23 euro per maand). Je bent daarbij ook beperkt tot de GPT-modellen van OpenAI, maar je kunt je creaties wel delen via een link of in de GPT-store.

In het kort werkt dit als volgt. Meld je aan en klik links op GPT’s. Klik rechtsboven op + Maken. Via Configureren stel je alles handmatig in, maar via Maken kan het ook ‘al converserend’. Beschrijf kort wat je GPT moet doen en voor wie. Laat de tool een naam en profielfoto voorstellen en beantwoord de vragen om toon en werking af te stemmen. Test je GPT in de preview en ga daarna naar Configureren, waar je naam, beschrijving, instructies en gespreksopeningen ziet. Bij Kennis kun je bestanden uploaden zodat je GPT ook informatie uit je eigen documenten haalt. Via Nieuwe handeling maken koppel je eventueel acties aan externe API’s, gebruik alleen API’s die je vertrouwt. Bevestig met Maken en bepaal hoe je je GPT deelt: Alleen ik, Iedereen met de link of GPT-winkel (in een zelfgekozen categorie). Rond af met Opslaan. Je kunt de link (https://chatgpt.com/g/<code><naam>) daarna kopiëren en verspreiden. Via GPT’s / Mijn GPT’s kun je eerder gemaakte GPT’s bewerken of verwijderen.

Je kunt ook je ook eigen ‘chatbots’ (GPT’s) ontwerpen, gebruiken en met anderen delen.

Poe biedt ook geavanceerdere mogelijkheden als een Server bot-type (waarmee je ook andere API’s kunt aanroepen). Via Knowledge base kun je verder eigen informatiebronnen toevoegen waaruit de bot kan putten. Voor complexere bots gebruiken we toch liever het no-code platform Coze (www.coze.com) dat veel extra opties kent. Meld je aan met je Google-account, klik op + Create in de linkerkolom en daarna op + Create bij Create agent.

Coze

Coze gebruikt de term agent in plaats van bot om duidelijk te maken dat je er een digitale assistent mee kunt maken die niet alleen met een AI-model antwoorden geeft, maar ook geheugen of context kan gebruiken en meerdere kanalen kan bedienen, zoals een website of een Discord-server, maar zover gaan we hier niet.

Vul een passende naam voor je bot of agent in en schrijf een korte maar duidelijke omschrijving, bijvoorbeeld “Deze bot haalt allerlei informatie uit onze eigen documenten rond computerbeveiliging.” Laat Personal geselecteerd bij Workspace en klik linksonder op het knopje om een geschikt pictogram te uploaden of klik op het sterretje om er een te laten genereren. Klik daarna op Confirm.

De start van je eigen AI-chatbot (of agent) in Coze.

Uitwerking

Je komt nu in je dashboard waar je de bot verder vorm kunt geven. Ontwerp de persona door in het linkerdeelvenster een uitvoerige omschrijving van de bot in te vullen. Optimaliseer deze omschrijving snel met het blauwe knopje Auto Optimize prompt rechtsboven. Na bevestiging met Auto-optimize werkt Coze meteen een geoptimaliseerde prompt uit voor de persona. Klik op Replace om deze te gebruiken. In het rechterdeelvenster kun je je bot direct testen. De antwoorden komen uit de kennisdatabank van het geselecteerde model (zoals GPT-4o).



Wil je dat de bot ook uit eigen bronnen put, dan moet je deze eerst uploaden. Dit doe je in het middelste deelvenster, bij

Knowledge, waar je uit Text, Table en Images kunt kiezen. Klik op het plusknopje bij bijvoorbeeld Text en daarna op Create knowledge. Selecteer Text format en geef een naam aan je informatiebundel. Je kunt data ophalen uit bronnen als Notion of Google Doc, maar wij kiezen voor Local documents om eigen bestanden te uploaden. Klik op Create and import en versleep de gewenste documenten naar het venster. Klik daarna op Next (3x) en wat later zijn je documenten verwerkt. Rond af met Confirm en met Add to Agent rechtsboven. Je vindt je informatiebundel nu terug bij Knowledge en de bot put voortaan (ook) uit deze gegevens.

Om je bot beschikbaar te maken, klik je rechtsboven op Publish en daarna op Confirm. Je kunt hem op diverse platformen publiceren, onder meer in de Coze Agent Store. Selecteer een passende categorie en bevestig met Publish.

Laat AI je helpen bij het ontwerpen van een optimale persona.

Extra's

Daarnaast biedt Coze nog diverse andere nuttige opties, zoals talrijke plug-ins. Klik hiervoor op het plusknopje bij Plugins of gebruik het A-knopje om automatisch geschikte plug-ins te laden op basis van je persona-beschrijving. Deze kun je meteen inzetten, eventueel na optimale afstelling via het tandwielpictogram.

Je kunt de functionaliteit van je bot eenvoudig uitbreiden met talrijke plug-ins.

API-sleutels

No code-platformen als Poe en Coze zijn handig, maar wil je meer flexibiliteit en schrik je niet terug voor enige basiscodering, dan werk je beter met de API van een AI-model. Deze fungeert als tussenpersoon die je script en de AI-dienst laat communiceren via een set regels en commando’s. We gaan uit van de API van OpenAI (GPT) en maken eerst een sleutel aan om de API-interface te gebruiken. Ga naar https://platform.openai.com/api-keys, meld je aan met je account (zoals Google) en klik op +Create new secret key. Geef de sleutel een naam, bijvoorbeeld aibot, en klik op Create secret key. Klik daarna op Copy en bewaar de sleutel op een veilige plek. Rond af met Done: de sleutel is nu toegevoegd. Je kunt deze hier op elk moment ook weer intrekken.

Je hebt een sleutel nodig om de API te kunnen gebruiken.

Interactie

Een snelle manier om een script te maken dat deze API aanroept, is via het gratis Google Colab (https://colab.research.google.com), een online notitieboek voor Python. Meld je aan met je Google-account, klik op + Nieuw notebook of ga naar Bestand en kies Nieuw notebook in Drive, en geef het ipynb-bestand (Interactive PYthon NoteBook) een zinvolle naam. Het notebook wordt automatisch in je Google Drive bewaard en is bereikbaar via het pictogram met de oranje cirkels.

Klik nu op + Code voor je eerste codecel, waarmee je de OpenAI-bibliotheek installeert:

!pip install openai

Voer dit uit met het pijlknopje en klik vervolgens op + Code voor de tweede cel met de volgende code:


from openai import OpenAI

client = OpenAI(api_key="<je_API-sleutel>")

response = client.chat.completions.create(

    model="gpt-3.5-turbo",

    messages=[{"role": "user", "content": "Wat weet je over Haarlem( Nederlands)?"}]

)

print(response.choices[0].message.content)


Je laadt hierbij eerst de geïnstalleerde Python-bibliotheek en zet je geheime sleutel in de clientconfiguratie. Vervolgens stuur je een chataanvraag naar OpenAI en bewaar je het antwoord in de variabele ‘response’. Vervolgens haal je de tekst van het (eerste) antwoord op en druk je dit af in de uitvoer van de code-cel.

Een eenvoudige interactie tussen je script en GPT via de API.

Eigen chatbot

 We gaan nu een stap verder en maken er een heuse chatbot van die via een while-lus een doorlopend gesprek kan voeren:


from openai import OpenAI

client = OpenAI(api_key="<je_API-sleutel>")

messages=[

    {"role":"system","content":"Je beantwoordt elke prompt leuk, maar correct, met een rijmschema zoals ABAB of ABBA"}]

while True:

  user_input=input("Jij:")

  if user_input.lower() in ["stop","exit","quit"]:

    break

  messages.append({"role":"user","content":user_input})

  response=client.chat.completions.create(

      model="gpt-4o",messages=messages)

  bot_reply=response.choices[0].message.content

  print("Bot:",bot_reply)

  messages.append({"role":"assistant","content":bot_reply})


Zolang de gebruiker geen stopwoord invoert, blijft de lus actief. De bot antwoordt in de stijl en taal die je zelf hebt vastgelegd in de systeemrol (zie coderegel 3). Met de methode-aanroep messages.append voeg je telkens een nieuw bericht van zowel de gebruiker (user) als de bot (assistant) toe aan de gespreksgeschiedenis.

Mocht je ergens een fout hebben gemaakt in je script, dan is de kans groot dat je via de knop Fout uitleggen nuttige feedback krijgt en met de knop Accepteren (en uitvoeren) de fout zelfs automatisch kunt laten verbeteren.

In het kader ‘Mooi gepresenteerd’ lichten we kort toe hoe je dit script bijvoorbeeld ook op een eigen webpagina kunt laten draaien.

Onze rijmende chatbot wordt wakker geschud vanuit Colab.
Mooi gepresenteerd

Je Colab-script werkt, maar het oogt niet fraai en je wilt het natuurlijk mooi gepresenteerd met anderen delen. Dit doe je het makkelijkst met Gradio, een opensource-Python-bibliotheek waarmee je snel een webinterface rond je script bouwt. Installeer en importeer daarvoor eerst Gradio in je Colab-omgeving:

!pip install -q gradio

import gradio

Via www.kwikr.nl/colabcode vind je de code (als py-bestand) waarmee je rond het Colab-script met Gradio een eenvoudige webinterface genereert. Deze verschijnt in je Colab-omgeving, maar je krijgt ook een publieke url te zien waar je de interface rechtstreeks kunt openen (https://<code>.gradio.live).

Dankzij de volgende aanroep in de laatste coderegel kunnen bezoekers van deze webpagina je chatbot-script ook als PWA-app op hun pc bewaren en starten:

demo.launch(share=True,pwa=True)

Een alternatief is deze webpagina via een <iframe>-instructie in de html-code van je eigen site op te nemen:

<iframe src=https://<code>.gradio.live></iframe>

Gradio heeft een eenvoudige webinterface gecreëerd voor ons chatbotscript.