ID.nl logo
Aan de slag met Collabora Office
© Reshift Digital
Huis

Aan de slag met Collabora Office

Het is Microsoft Office dat de naam heeft, maar in ‘mobiele’ app-vorm is het beslist niet de sterkste speler. Anderen springen steeds vaker in het ontstane gat, zoals bijvoorbeeld Collabora Office. En het verschil aan opties is enorm. Tijd om er eens in te duiken.

Microsoft Office op met name tablets - zowel bij iOS als Android - doet met de dag gedateerder aan. Dat je er als software-ontwikkelaar voor kiest om een meer beperkte variant voor het kleinere scherm van een smartphone te ontwikkelen is te begrijpen. Maar om diezelfde versie vervolgens simpelweg op te blazen voor tabletgebruik doet je na het openen van een mobiele Office-app daarop ‘t gevoel krijgen tien jaar teruggegaan te zijn in de tijd. De meest populaire tablet is - laten we daar verder gewoon niet moeilijk over doen - de iPad. Zelfs in de goedkoopste uitvoering beschikt die over meer dan voldoende kracht om veel uitgebreider software te draaien dan de Microsoft Office-onderdelen. Dat blijkt uit de desktop-waardige apps die vaker en vaker voor die iPad verschijnen.

Gebaseerd op LibreOffice

Omdat er duidelijk behoefte is aan een Office-pakket dat wél gebruik maakt van de capaciteiten van de iPad (en ook Android-tablets!) is Collabora Office uitgebracht. Dit Office-pakket is gebaseerd op LibreOffice. Niet heel vreemd, want het bedrijf achter de software is de drijvende kracht achter de online-versie van dat LibreOffice. Als spin-off hebben ze ook apps voor iOS en Android uitgebracht. Het kost niks en draait geheel lokaal. De eerste versies hadden wat last van instabiliteit, maar inmiddels zijn we een flinke tijd verder. En draait het geheel grotendeels als een zonnetje. Updates verschijnen zeer regelmatig, dus daar hoef je ‘t alvast niet voor te laten.

Het begin

Enig ‘minpuntje’ is eigenlijk de manier hoe je de afzonderlijke onderdelen van het pakket start. Na starten van de app beland je in een bestandsbeheerder; door op Blank onder Tekstdocument, Werkblad of Presentatie te tikken open je een leeg document. Deze werkwijze oogt wat ‘hardcore’ en verhult eigenlijk de finesse van de rest van de onderdelen. Want héb je eenmaal een blank document geopend en schakel je middels een tik of klik op het pennetje rechtsonder in beeld over naar de bewerkingsmodus, dan verschijnt een gebruikersinterface die gewoon desktopwaardig is. Bovenin beeld zien we ‘t bekende lint verdeeld over al even bekende onderdelen als Beeld, Invoegen, Formaat enzovoorts. Bedenk daarbij dat je een lint - als het niet helemaal over de breedte van je scherm past - altijd kunt verschuiven met een veegbeweging. Ook is er helemaal rechtsboven - direct naast het afsluitknopje - een knop die een zijpaneel opent. Afhankelijk van de gekozen functie zie je hier allerlei opties, soms net wat meer dan op een lint beschikbaar.

©PXimport

Spelling, navigeren en zoeken

Helemaal onder in beeld zie je de statusbalk. Je kunt daar bijvoorbeeld de taal van de spellingscontrole kiezen. Er is keuze uit een lange lijst van talen voor je document, dus daar hoef je Collabora Office alvast niet voor te laten liggen. Via de kleine knopjes rechtsonder in beeld navigeer je razendsnel door de pagina’s van je epistel. En helemaal links onderin vind je een zoekveld, waarvan de werking voor zich spreekt.

In-app vensters

De diverse lint-onderdelen hebben meer dan genoeg te bieden per beschikbaar onderdeel. We focussen ons in dit artikel - voor zover niet al duidelijk...- op de tekstverwerker, maar de spreadsheet en presentatiepakket zijn even ruim bedeeld. Bladwijzers, kruisverwijzingen, diagrammen, notities en veel meer vind je bijvoorbeeld onder Invoegen. Fontwork is de Collabora Office-variant van Microsoft’s WordArt. Mocht je van dat soort opsmuk houden: sla je slag. Hoewel het vaak wat cheesy is allemaal. We noemen het onderdeel even om meteen een andere feature van Collabora Office in actie te laten zien: vensters. Want ja, die zijn nu - binnen dit pakket - ook ineens beschikbaar op je tablet! En net als op een normale desktop-computer kun je zo’n venster verplaatsen door het via de titelbalk te slepen.

©PXimport

Compatibiliteit

Voor de meer serieuze gebruikers is het onderdeel Verwijzingen interessant. Je kunt precies dankzij al dit soort extraatjes veel serieuzere teksten tikken (of rekenwerk verrichten annex presentaties maken) dan in de simpele Microsoft Office-apps. Om compatibiliteit qua bestandsuitwisseling te garanderen, vind je onder Bestand de noodzakelijke exportmogelijkheden, waaronder natuurlijk de bestandsformaten .doc en .docx. Tegelijkertijd geldt dat iedere zichzelf respecterende Office suite overweg kan met open document-formaten en dat is het huiseigen formaat van Collabora Office. Aardig is verder dat je naast het geheel universele PDF-formaat je document ook als EPUB kunt bewaren, zo maak je je eigen ebook. Kan altijd eens van pas komen.

©PXimport

Minpunten

Zijn er dan helemaal geen minpunten? Jawel. Het is bijvoorbeeld jammer om te zien dat - op moment van schrijven - muisondersteuning op de iPad nog altijd niet beschikbaar is. Zeker: je kunt klikken en dergelijke, maar scrollen en andere trucjes werken gewoon niet. Ook een fysiek toetsenbord maakt geen optimaal gebruik van allerlei sneltoetscombinaties. Langzaam aan worden er wel steeds meer geïmplementeerd, dus we hebben er alle vertrouwen in dat dat allemaal goed gaat komen.

Vrijheid

Het is in ieder geval een verademing om niet ‘gevangen’ te zitten in een Office-app die eigenlijk voor een smartphone bedoeld is qua schermindeling en mogelijkheden. Als Microsoft eens terug naar de tekentafel zou keren en een veel vollediger versie van z’m mobiele Office voor ten minste de iPad - die toch de grootste schare serieuzere gebruikers kent - dan zou de concurrentie in één klap weggevaagd worden. Dat je een nagenoeg volledige desktop-Office-omgeving moeiteloos op een tablet kunt draaien bewijst Collabora Office. En de voorsprong van deze app wordt natuurlijk met de dag groter. Kortom: wil je eens wat serieus werken onderweg, probeer de suite dan zeker uit. Bedenk daarbij dat het geheel nog volop in ontwikkeling is. Hoewel de meeste ruwe randjes er inmiddels vanaf zijn loop je wellicht een enkele keer tegen iets geks aan, maar dat mag wat ons betreft de pret niet drukken! Zeker ook omdat het geheel niks kost en je op geen enkele manier gedwongen wordt een of andere vervelende account aan te maken. 

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.