ID.nl logo
10 IFTTT-recepten voor slimme lampen
© Reshift Digital
Huis

10 IFTTT-recepten voor slimme lampen

Slimme verlichting kun je met de app of bijgeleverde dimmer bedienen. Het kan echter veel leuker worden als je de kracht van het internet inzet, want er kan meer dan simpelweg ‘aan’ of ‘uit’. Dankzij de gratis internetdienst IFTTT is het mogelijk om de verschillende lampen in je huis op hele nieuwe manieren te gebruiken. Deze 10 tips zijn niet allemaal even serieus, maar het maakt je slimme verlichting wel veel leuker.

Wat is IFTTT?

Op de website www.ifttt.com maak je een gratis account aan. Hier kun je vervolgens verschillende diensten (je Gmail, je slimme verlichting, rss-diensten, noem maar op) koppelen en simpele korte programmaatjes maken. Dit is heel eenvoudig: je kiest een voorwaarde (‘if this’) en een gevolg (‘then that’). Klaar is je automatische script! Wil je ze niet zelf bedenken? Er zijn honderden kant-en-klaar-scripts om uit te kiezen, die je met een paar klikken activeert. De recepten die wij hier kiezen kun je op www.ifttt.com vinden, activeren en zelf eventueel nog aanpassen.

1 Middernacht licht uit

Vergeet je weleens een lamp uit te doen als je naar bed gaat, en merk je pas de volgende ochtend dat het licht in de woonkamer de hele nacht heeft gebrand? Zonde! Met een simpel recept schakel je alle verlichting in je woning uit op een door jou te bepalen tijdstip. Wordt het toch later? Dan moet je even handmatig de lampen aanzetten. In combinatie met tip 7 wekt dit recept ook de illusie dat er iemand thuis is, zelfs als je op vakantie bent. En dat schrikt inbrekers af.

©PXimport

2 Lamp als weerstation

Voor dit recept heb je een slimme lamp nodig die duidelijk met verschillende kleuren kan schijnen, zoals de Hue Color. Via IFTTT kun je lampen namelijk van kleur laten veranderen op basis van het weer. Hiervoor gebruik je het Weather Underground kanaal als ‘if’. Dit kanaal levert het huidige of toekomstige weer op jouw locatie. Selecteer de voorwaarden die je wilt bijhouden (bijvoorbeeld blauw licht bij regen) en kies Hue als ‘then’. Laat het liefst niet elke lamp gelijk van kleur veranderen, maar kies er één uit, bijvoorbeeld een schemerlamp in de hoek. Zo is die lamp vanaf nu je weerstation.

©PXimport

3 Lichten bedienen met Google Home

De meeste slimme lampen werken heel goed samen met slimme speakers zoals Alexa en (in Nederland populairder) Google Home. Ook de LIFX-verlichting kun je zo aanspreken. Het volgende recept geeft je zelf de optie welke commando’s je wilt geven en welke lampen ermee geactiveerd worden. Superleuk, want dan kun je van het commando bijvoorbeeld een Harry Potter-spreuk maken. ‘Ok Google, LUMOS’ klinkt immers een stuk spannender dan ‘doe het licht aan’.

©PXimport

4 Licht aan als je thuis komt

Dit recept voor Flux Smart Lights zorgt ervoor dat je lampen aangaan wanneer je thuis komt. Hiervoor heb je wel de IFTTT-app nodig voor Android of iOS, en moet je de locatie-service aanzetten van je smartphone. In het recept kun je een zogenaamd ‘geofence’ aanzetten, oftewel een ring rond je huis waarbinnen de actie wordt gestart. Je mobiel moet dan uiteraard ook wel een dataverbinding hebben, want als je mobiele internet uitstaat kan het recept ook niet activeren. Maar als je aan deze voorwaarden voldoet, dan staan je lampen dus aan als je het huis binnenstapt.

©PXimport

5 Feestje!

Dit Philips Hue-recept laat je Hue-lampen langzaam het volledige kleurenspectrum doorlopen, voor een feestelijke sfeer. Om hem te kunnen gebruiken in iOS moet je na het activeren in de IFTTT-app een ‘widget’ aanmaken. Dit is een nieuwe schakelaar die je aan het scherm ‘dagweergave’ (veeg rechts op het beginscherm in iOS) kunt toevoegen. Ga naar de dagweergave. Onderaan de lijst widgets druk je op Wijzigen. Zoek IFTTT in de lijst en druk op het groene plusje. Druk op Klaar. In je dagweergave staat de Party Time widget nu bij IFTTT. Na het activeren blijven je lampen van kleur wisselen tot je weer op de widget drukt, of je lampen helemaal uitzet.

6 Knipperlicht als de bel gaat

Het leuke van IFTTT is dat het heel verschillende apparaten met elkaar kan koppelen. Zo is het heel eenvoudig om de slimme deurbel ‘Ring’ met Philips Hue te verbinden. Met dit recept gaan de lampen in je huis knipperen als de bel gaat. Het knipperen stopt automatisch weer. Handig als iemand in huis wellicht wat slechter hoort of als je op zolder de was aan het opvouwen bent en dus de bel niet hoort!

©PXimport

7 Lamp aan met zonsondergang

Hoewel het natuurlijk een kleine moeite is om zelf de lampen aan te doen, is dit recept ook handig als bescherming tegen inbrekers. Het recept zet lampen naar keuze aan op het moment dat de zon ondergaat. Ben je een paar dagen van huis, dan lijkt de woning toch bewoond. Activeer dan ook het recept uit tip 1, anders blijven je lampen altijd branden. Dit recept is voor lampen van Philips Hue, maar het is makkelijk aan te passen voor andere merken lampen.

8 Volgende afspraak!

Als je een volle agenda hebt en echt op de tijd moet letten, is dit wellicht een handig recept. Bij het begin van elke afspraak in je Google Calendar knipperen de lampen van je keuze. Je kunt je hele huis zo laten flitsen, maar wellicht is het praktischer om dit alleen te laten gebeuren in de kamer waar je werkt. Bijvoorbeeld met alleen je bureaulamp. Sowieso is het slim om dit soort recepten te beperken tot een beperkt aantal lichtbronnen. Dat scheelt stroom en gestreste huisgenoten. Het knipperen duurt overigens maar een paar seconden en stopt automatisch.

©PXimport

9 Magische entree

Dit recept lijkt wel wat op tip 4, maar is nog een stukje speelser van aard. Op het moment dat je thuis komt rouleren alle lampen door het kleurenspectrum! Helaas stopt deze kleurenregen (waar je uiteraard wel kleurenlampen voor nodig hebt) niet vanzelf. Om de lichtshow te stoppen heb je de Philips Hue-app nodig. Wij zouden dit recept niet standaard inschakelen (dan wordt iedereen in huis gek, inclusief jijzelf), maar het is wel superleuk om zo je entree op je eigen feestje te maken!

©PXimport

10 Tag-alarm

Deze laatste tip verbindt Facebook met je LIFX-lampen. Op het moment dat iemand jou ‘tagt’ in een foto op dit sociale netwerk, knipperen de lampen van je keuze. Misschien niet een al te handig recept als je erg vaak getagd wordt. We noemen dit recept ook vooral om te laten zien dat er heel veel combinaties te maken zijn. Zo’n recept is makkelijk zelf aan te passen. Bijvoorbeeld aan een ander sociaal netwerk, aan een andere actie op zo’n netwerk of met een hele andere lampenset. Met de IFTTT-app op je smartphone kun je deze en andere recepten inschakelen en ook ten alle tijden uitzetten.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.