ID.nl logo
Zo leg je zelf een stabiel bekabeld thuisnetwerk aan
© Reshift Digital
Huis

Zo leg je zelf een stabiel bekabeld thuisnetwerk aan

Steeds meer apparaten in je thuisnetwerk gebruik je draadloos, maar ook in 2023 kan een optimaal thuisnetwerk niet zonder kabels. Want hoe goed wifi ook is, een kabel is nog altijd stabieler. We helpen je de juiste keuzes te maken, waarmee je ook klaar bent voor multi-gigabit-ethernet.

Stabiel internet is een must, en dat werkt nu eenmaal het best met kabels. In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe je zelf kabels door je huis kunt leggen:

  • Maak een plattegrond
  • Koop voldoende meters kabel
  • Trek met een trekveer
  • Sluit de aders op de juiste manier aan
  • Werk af met een patchpanel en wandcontactdoos

Kabels trekken in jouw huis niet mogelijk? Ga dan aan de slag met een wifi-mesh-systeem: Koopgids mesh-systemen: zo krijg je overal in huis supersnelle wifi

Wifi wordt iedere generatie beter, en met de nieuwste generatie wifi 6e is het dankzij de 6GHz-band geen probleem meer om een snelheid van meer dan 1 Gbit/s via de lucht te verzenden. Toch klinkt dat mooier dan het is, want het gaat om relatief kleine afstanden en de draadloze bandbreedte blijft beperkt. Ieder apparaat dat je bedraad kunt aansluiten, houdt namelijk bandbreedte vrij voor de apparaten die wél draadloos verbonden moeten worden.

Kabels vormen bovendien een goede backbone voor de accesspoints van je draadloze netwerk. Want de steeds snellere wifi-standaarden via de 5- en 6GHz-banden vereisen meer accesspoints voor een goede werking in je gehele huis.

Ook voor mesh-set

Wifi-accesspoints kun je door de opkomst van wifi-mesh-systemen tegenwoordig ook prima geheel draadloos gebruiken. Toch heeft het trekken van kabels naar strategische plekken in huis de voorkeur. Een bekabelde verbinding is doorgaans sneller én zeker stabieler dan de draadloze backhaul van een mesh-systeem.

Een mesh-systeem komt dan ook vooral van pas in situaties waar het trekken van netwerkkabels niet mogelijk is. Maar ook als je in een deel van je huis wél kabels kunt trekken, is een wifi-mesh-systeem een handige aanschaf. Vrijwel alle wifi-mesh-systemen kun je namelijk eveneens (deels) bedraad aansluiten. En zelfs als je heel je huis kunt bekabelen, kan een wifi-mesh-systeem nog interessant zijn. Het zijn namelijk de meest toegankelijke systemen waarin meerdere accesspoints vanuit één gebruikersinterface worden beheerd.

Ben je van plan om een wifi-mesh-systeem volledig bedraad te gebruiken, kies dan voor een goedkoper dualband-systeem. Het heeft bij een volledig bedrade backhaul namelijk weinig zin om te betalen voor een relatief duur triband-systeem met een extra radio voor de backhaul.

Een wifi-mesh-systeem kun je gedeeltelijk of geheel bedraad inzetten.

Plannen

Het plannen van een bedraad thuisnetwerk begint met het maken van een plattegrond van je woning en het bepalen waar apparatuur, internetverbinding en het centrale knooppunt (vaak de meterkast) zich bevinden. Bedenk vervolgens goed waar je een netwerkaansluiting nodig hebt, bijvoorbeeld in je woonkamer, werkkamer en slaapkamer.

Als je het geluk hebt om als eerste bewoner een nieuwbouwwoning te betrekken, dan kun je meestal voor oplevering bepalen of en waar er loze leidingen aangelegd moeten worden. Zorg er dan voor dat je in iedere ruimte minimaal één loze leiding inplant, ook als je die niet direct denkt te gaan gebruiken. In een bestaande woning is het namelijk niet zomaar mogelijk om kabels netjes in de muur weg te werken. Soms kan het nog door bestaande leidingen voor telefonie- of televisiekabels te gebruiken, als die kabels niet meer nodig zijn. In andere gevallen kunnen misschien creatieve oplossingen zoals holle plinten worden gebruikt om kabels netjes weg te werken, maar vaker is daar een (ingrijpende) verbouwing voor nodig.

Maak een overzicht van de plekken waar je een netwerkaansluiting nodig hebt.

Verschillende categorieën

Waarschijnlijk maak je thuis al jarenlang gebruik van gigabit-ethernet, maar tegenwoordig kun je zonder veel moeite overstappen op multi-gigabitapparatuur. Dat stelt wel hogere eisen aan de gebruikte kabels. Netwerkkabels worden daarom onderverdeeld in categorieën waaraan je kunt herkennen voor welke netwerksnelheid een kabel geschikt is. Voorbeelden van categorieën die je thuis kunt gebruiken, zijn CAT 5e, CAT 6, CAT 6a en CAT 7. Je zult netwerkkabels vermoedelijk langere tijd gebruiken, dus ook als je nu nog geen multi-gigabitapparatuur gebruikt, is het verstandig om hier al rekening mee te houden als je netwerkkabels gaat aanleggen.

Gigabit volgens de 1000BASE-T-standaard vereist minimaal CAT5e-bekabeling. Diezelfde kabel is ook de minimale vereiste voor de 2.5GBASE-T-standaard (2,5 Gbit/s) die je op steeds meer moederborden ziet. Naast 2.5GBASE-T is er tegenwoordig ook 5GBASE-T, dat een snelheid van 5 Gbit/s mogelijk maakt. Deze standaard vereist officieel CAT6-bekabeling, maar zou ook moeten werken op CAT5e-bekabeling van goede kwaliteit. Beide standaarden zijn echter ontworpen als oplossing voor het hergebruik van bestaande voor gigabit geschikte bekabeling die niet werkt in combinatie met een snelheid van 10 Gbit/s. De 10GBASE-T-standaard die een snelheid van 10 Gbit/s over koper mogelijk maakt, vereist officieel namelijk CAT6a-bekabeling om te kunnen werken met een lengte van 100 meter die volgens de specificaties mogelijk is.

Er is gelukkig een maar, want ook met CAT6-kabels is een snelheid van 10 Gbit/s mogelijk als de totale kabellengte onder de 55 meter blijft, en in een gemiddeld huis zul je niet snel tegen een lengte van 55 meter of meer aanlopen. We raden je dan ook aan om thuis te kiezen voor CAT6-bekabeling. CAT6a-bekabeling is namelijk duurder, biedt in de praktijk thuis geen voordelen en is lastiger te verwerken, omdat de kabel door betere afscherming dikker en stugger is. Die nadelen gelden in nog sterkere mate voor nog ‘betere’ kabels zoals CAT 7 (dat sowieso geen onderdeel is van de 10GBASE-T-standaard).

Ten opzichte van CAT5e-kabels is CAT 6 wel wat lastiger te verwerken, omdat de aderparen gescheiden worden door een binnenkruis, maar in de praktijk lukt het meestal wel om twee kabels tegelijkertijd door een leiding te trekken.

©salita2010 - stock.adobe.com

CAT6-kabels bevatten een binnenkruis dat de aderparen scheidt om interferentie te voorkomen, waardoor een hogere snelheid eenvoudiger te bereiken is.

Koop genoeg kabel

Omdat je voor een dubbele netwerkaansluiting twee kabels moet trekken en je waarschijnlijk meerdere aansluitingen maakt, heb je al snel tientallen meters kabel nodig. Het is daarom handig om een rol van 100 meter te kopen. Let erop dat je netwerkkabels in een variant met vaste (solid) of soepele (stranded) kern kunt kopen. Bij kabels met een vaste kern bevatten de aders één dikkere kern, terwijl bij soepele kabels de aders uit meerdere dunne koperdraadjes bestaan. Voor kabels die je min of meer permanent wegwerkt en deel uitmaken van je infrastructuur, kies je voor de solid-variant. Een afgeschermde variant voor thuis is niet nodig, utp is prima. Let er verder op dat de kabels echt van koper zijn gemaakt (ook wel aangeduid als CU) en niet van aluminium of staal (ook wel aangeduid als CCA of CCS).

Heb je al netwerkkabels liggen? Dan zou het in de praktijk zo kunnen zijn dat bestaande CAT5e-kabels in huis ook werken in combinatie met 10Gbit/s-apparatuur. Wil je upgraden naar multi-gigabitapparatuur, dan raden we je aan om eerst te testen of je de bestaande bekabeling kunt gebruiken. Vervangen kan altijd nog.

©Djordje Novakov

Koop een rol utp-installatiekabel met vaste kern.

Patchkabels Voor het aansluiten van je apparaten, waaronder netwerkapparatuur als switches en clientapparatuur als pc’s, gebruik je patchkabels. Dit zijn netwerkkabels die gebruikmaken van soepele aders en daardoor goed tegen beweging kunnen. Dergelijke kabels kun je zelf maken door netwerkstekkers op een kabel te knijpen, maar we raden je aan om hiervoor kant-en-klare kabels te gebruiken. Die kun je in allerlei lengtes kopen en zijn betrouwbaarder. Netwerkproblemen ontstaan in de praktijk vaak door niet goed aangeknepen stekkertjes, vaak veroorzaakt door goedkopere netwerktangen.

©Vasilius - stock.adobe.com

Gebruik voor het aansluiten van apparatuur kant-en-klare patchkabels, te koop in verschillende lengtes en kleuren.

Bedrade alternatieven

Wanneer je geen netwerkkabels kunt trekken, dan is een bekabeld netwerk toch mogelijk dankzij powerline-adapters. Deze gebruiken de elektrische bedrading in je huis voor netwerkcommunicatie. Je hebt minimaal twee adapters nodig. Het grootste nadeel van powerline is dat het vooraf niet duidelijk is of het in jouw huis goed werkt. Daarnaast is ondanks indrukwekkende getallen op de verpakking een gigabit-snelheid niet mogelijk, in optimale omstandigheden haal je zo’n 300 Mbit/s.

Een potentieel zeer interessante kabel voor datacommunicatie is de voor kabeltelevisie gebruikte coaxkabel. Heb je op geschikte plekken in huis een kabelaansluiting, dan kun je deze voor datacommunicatie gebruiken met behulp van MoCA-adapters (Multimedia over Coax Alliance). Deze werken net zoals de bekendere powerline-adapters, maar zijn in de praktijk een stuk sneller en halen moeiteloos een snelheid van 1 Gbit/s. Het grootste nadeel is dat je vermoedelijk niet in iedere kamer een coax-aansluiting hebt.

Je hebt minimaal twee MoCA-adapters nodig, eentje die je aansluit op je bedrade netwerk (bijvoorbeeld je router) en eentje op de plek waar je een netwerkaansluiting nodig hebt. Een setje dat je in Nederland eenvoudig kunt kopen, is de Hirschmann Inca 1G (ongeveer 120 euro).

©PXimport

Een MoCA-adapter zet een kabelaansluiting om naar ethernet.

Kabels trekken

Wil je de kabel in een (loze) leiding trekken, zorg er dan voor dat je dit op de juiste manier doet. Je loopt anders namelijk het risico dat de kabel ergens in de muur breekt of vast blijft zitten. Dit kan in potentie de leiding zelfs onbruikbaar maken.

In een ongebruikte loze leiding zit vanuit de bouw vaak een contactdraad, bijvoorbeeld een zwarte installatiedraad. Die contactdraad kun je gebruiken om te controleren welke loze leiding waar uitkomt. Hoewel het bij het gebruik van relatief soepele netwerkkabels doorgaans wel lukt, is het niet verstandig om je netwerkkabel aan de contactdraad vast te knopen om hem zo door de buis te trekken. Je hebt dan een grote kans dat er iets knapt.

Je kunt de contactdraad wel gebruiken om een trekveer door de leiding te leiden. De trekveer gebruik je dan om de daadwerkelijke kabel door de leiding te trekken. Wil je een leiding hergebruiken? Dan is het vaak mogelijk om de bestaande kabel (bijvoorbeeld een telefoonkabel) te gebruiken als hulpje bij het inbrengen van de trekveer.

Rechts de inbouwdoos waar we met behulp van de trekveer netwerkkabels in trekken.

Trekken met de trekveer

Je hebt een trekveer nodig om de kabel door de leiding te voeren. Een trekveer is een kunststof of metalen veer die sterk genoeg is om aan te trekken. Je hebt trekveren in verschillende lengtes, doorgaans variërend van 10 tot 50 meter. Meestal kom je met een veer van 10 meter al een heel eind, maar voor de zekerheid raden we je toch 20 meter aan. Kies voor een metalen veer, die is een stuk sterker dan de kunststof variant.

Voor het trekken van een draad door een leiding voer je eerst de trekveer door de buis, waarna je de netwerkkabels vastmaakt aan de trekveer en de trekveer weer terugtrekt. Als er een contactdraad of oude kabel aanwezig is, dan kun je die aan de trekveer vastmaken, waarna iemand aan de andere kant licht aan de kabel trekt terwijl je de veer invoert. Je bevestigt de netwerkkabel aan de trekveer door de aders van de netwerkkabel aan het oogje van de veer vast te maken.

Wil je twee netwerkkabels door één leiding trekken (dat is nodig voor een dubbele netwerkaansluiting), trek deze dan tegelijkertijd. Voorkom dat er een ‘prop’ ontstaat aan het einde van je trekveer door van iedere kabel bijvoorbeeld vier aders aan het oogje vast te maken. Je kunt ducttape gebruiken om de uiteinden van de kabels glad af te werken. Voor echt moeilijke klusjes kun je een trekkous gebruiken om de kabel netjes aan de trekveer te bevestigen, maar dat is een vrij kostbaar hulpmiddel.

©Jeroen Boer | ID.nl

Zorg dat de kabels zonder verstrengelingen worden ingevoerd.

Kabels trekken?

Daarvoor heb je een trekveer nodig

Met z’n tweeën

Werk bij het gebruik van de trekveer altijd met z’n tweeën. De eerste persoon trekt aan de veer, terwijl de ander bij het punt blijft waar de kabel de muur in gaat en de kabel netjes zonder draaiingen invoert. Het is belangrijk dat je rustig en op een lage snelheid trekt. Een te hoge snelheid zorgt voor wrijving, waardoor de kabel zo warm kan worden dat de isolatie smelt en aan de buis blijft plakken met een kabelbreuk als gevolg.

Gaat het trekken van de kabel stroef, dan kun je talkpoeder of speciaal kabelglijmiddel gebruiken. Je kunt korte rukjes geven als de kabel even vastzit. Gebruik in geen geval zeep of afwasmiddel om de kabel makkelijker in te voeren. Dat zal op zich best werken, maar zeep droogt op en wordt dan keihard. Je krijgt de kabel in de toekomst dan nooit meer uit de muur.

Trek voorzichtig aan de veer, uiteindelijk verschijnen de twee netwerkkabels aan de andere kant van de buis.

Hulp van de stofzuiger Het nadeel van weggewerkte leidingen is dat je niet kunt zien of een leiding goed is aangesloten; een koppeling in een plafond kan bijvoorbeeld losgeschoten zijn. Lukt het invoeren van een trekveer niet? Probeer het dan eerst via de andere kant. Lukt ook dat niet? Gebruik dan een stofzuiger om een touwtje door de leiding te zuigen. Bevestig hiervoor de stofzuiger luchtdicht aan de leiding, bijvoorbeeld met tape. Zorg ervoor dat het touwtje wat ‘volume’ heeft, bijvoorbeeld door het uiteinde licht te knopen. Komt het touwtje er doorheen? Dan kun je dat gebruiken om de trekveer door de leiding te voeren. Lukt dit niet? Probeer dan iets lichters zoals visdraad of het lint van een cassettebandje (als je dat nog kunt vinden). Komt dat er wel doorheen, dan kun je daarmee het touwtje door de leiding trekken. Als dit ook niet werkt, kan een trekveerpomp helpen, maar er is natuurlijk altijd een kans dat een leiding niet bruikbaar is zonder het nodige hak- en breekwerk.

Afwerken

Aan kabels die op twee plekken uitkomen heb je niet zoveel, je moet de kabels afwerken om ze te gebruiken. Hoewel er speciale stekkertjes voor netwerkkabels met een vaste kern bestaan, kunnen dergelijke kabels alsnog niet goed tegen bewegen. Je hebt dus een afwerking nodig waarbij de kabel niet meer beweegt in de vorm van een wandcontactdoos of patchpanel

Patchpanel

In je meterkast komen waarschijnlijk meerdere netwerkkabels bij elkaar. Die kun je met een patchpanel afwerken. Het patchpanel zelf bevat geen elektronica; met behulp van een patchkabel sluit je een poort aan op je switch of router.

Voor thuis zijn professionele patchpanels voor montage in een rek met bijvoorbeeld 24 aansluitingen overdreven. Desktop-patchpanels met acht of twaalf aansluitingen die je direct op de muur kunt schroeven, zijn in veel situaties het aangewezen product en kun je voor een paar tientjes aanschaffen. Hierin sluit je de netwerkkabels aan met behulp van LSA-stroken. We leggen je verderop uit hoe je deze afmonteert.

Een alternatief voor LSA-stroken zijn patchpanels die geschikt zijn voor keystones, een netwerkaansluiting in een blokje dat je op de kabel monteert en vervolgens in een frame klikt. Een voordeel van keystones is een hogere flexibiliteit en dat je een aansluiting eenvoudig kunt vervangen bij een defect. Keystones zijn er in handige gereedschapsloze varianten. Een patchpanel gebaseerd op keystones is meestal wel duurder, omdat je zowel het geschikte patchpanel als de losse keystones moet aanschaffen.

Een desktop-patchpanel schroef je eenvoudig aan de wand van bijvoorbeeld je meterkast.

Wandcontactdoos

In een kamer werk je de kabels af met een wandcontactdoos. Bij een inbouwdoos gebruik je een variant die geschikt is voor inbouw. Een alternatief bij bijvoorbeeld kabels in de plint is een opbouwvariant. Een simpele witte wandcontactdoos met twee netwerkaansluitingen koop je voor zo’n 10 euro.

Wandcontactdozen zijn ook verkrijgbaar in varianten die je netjes kunt integreren met schakelmateriaal van bekende fabrikanten als Jung, Gira en Busch Jaeger. Die verkopen frontjes die je kunt gebruiken in combinatie met een binnenwerk dat voldoet aan de UAE-specificaties zoals het Cat 6-inbouwelement van Rutenbeck, dat je voor ongeveer 13 euro aanschaft. Je sluit de netwerkkabels met behulp van LSA-stroken aan op de wandcontactdoos.

Koop geen binnenwerk met schroefaansluitingen, die zijn niet geschikt voor netwerktoepassingen en bedoeld voor telefonie. Een alternatief is een exemplaar dat gebruikmaakt van keystones die je in een speciaal frame klikt. Dergelijke frames zijn ook verkrijgbaar in varianten die passen bij het schakelmateriaal van bekende fabrikanten.

Dit binnenwerk van Rutenbeck met LSA-stroken is compatibel met diverse series schakelmateriaal.

LSA-stroken aansluiten

De meeste patchpanels en (binnenwerken voor) wandcontactdozen maken gebruik van LSA-stroken voor het aansluiten van de aders. De aders worden in contacten geduwd, waarin een mesje zit dat de isolatie insnijdt om contact te maken. Zo ontstaat een koude las die ongevoelig is voor corrosie. Om de aders vast te zetten, heb je een speciaal stuk gereedschap – een LSA-punch-down-tool – nodig.

LSA-stroken aansluiten ...

... doe je met een LSA-punch-down-tool

Haal eerst een stukje buitenmantel van je netwerkkabel en knip indien aanwezig het binnenkruis weg. Ontvlecht de aderparen niet, die moeten zo veel mogelijk bij elkaar blijven. Voer de kabels door in je wandcontactdoos of patchpanel. Leg de acht aders vervolgens over de juiste aansluiting van de LSA-strook. Gebruik de kleuren die als B vermeld staan. Leg de ader een beetje vast over de strook en zet de punch-down-tool op de LSA-strook. Druk de punch-down-tool vervolgens in tot je een klik hoort. Sluit alle aders aan, de overbodige stukjes draad worden tijdens het aandrukken door de punch-down-tool netjes afgesneden. Draag een (veiligheids)bril om te voorkomen dat een stukje draad in je oog schiet. Wanneer alle aders zijn aangesloten, monteer je de netwerkaansluiting of patchpanel verder af.

©Tohid Hashemkhani - stock.adobe.com

De punch-down-tool heeft een schaartje dat overbodige stukjes draad afknipt.
Met behulp van de punch-down-tool sluit je de aders aan op de LSA-stroken.

Kleurvolgorde aders Voor het aansluiten van de aders op de pinnen bestaan twee standaarden, T568A en T568B. Sluit de kabels altijd aan volgens de T568B- of B-codering, dit is de standaard die in Europa gebruikt wordt. Doorgaans zijn de LSA-aansluitingen voorzien van de aanduidingen A en B en wordt met een kleurtje aangegeven welke ader er aangesloten moet worden. Helaas worden soms alleen de A-standaard en de pinnummers getoond. Aan de hand van de pinnummers kun je gelukkig nog steeds de juiste ader op de juiste pin aansluiten. Gebruik dan het schema dat je hier ziet.

De pinnummers met de bijbehorende aders volgens T568B.

Gebruiken en testen

Heb je alles netjes aangesloten, dan kun je je apparatuur aansluiten en kijken of alles werkt. Controleer met behulp van de lampjes, je switch of de netwerkeigenschappen in Windows, of de juiste snelheid gehaald wordt.

Werkt je aansluiting helemaal niet of haal je een veel lagere snelheid dan verwacht, dan is er vermoedelijk iets verkeerd aangesloten. Een foutje bij het aansluiten van acht aders is immers snel gemaakt. Met een simpele kabeltester kun je achterhalen of alle aders juist zijn aangesloten.

©Oleksandr - stock.adobe.com

Met een netwerktester kun je aansluitfouten achterhalen.
▼ Volgende artikel
Bouw je eigen Spotify: liedjes beheren in Navidrome
© Tomasz Zajda
Huis

Bouw je eigen Spotify: liedjes beheren in Navidrome

Bezit je een flinke digitale muziekcollectie, dan heb je waarschijnlijk helemaal geen Spotify of andere streamingsdienst nodig. Met Navidrome bouw je gewoon je eigen muziekcloud. Alle toegevoegde nummers zijn op al je apparaten beschikbaar, ook onderweg. In deze workshop lees hoe je de muziekserver zo goed mogelijk inricht.

Het gratis downloaden van muziek was tot 2014 legaal. Mogelijk heb je uit dat tijdperk nog heel wat audiobestanden op je computer of externe harde schijf staan. Daarnaast bewaar je natuurlijk net zo makkelijk kopieën van cd’s op de pc of laptop. Gebruik hiervoor een gratis tooltje, zoals Exact Audio Copy of fre:ac. Als je eenmaal een omvangrijke digitale muziekverzameling hebt opgebouwd, wordt Navidrome zeer interessant. Installeer de freeware op je computer en stream vervolgens jouw favoriete liedjes naar geschikte afspeelapparaten. Denk aan je smartphone en tablet.

Client-servermodel

Met Navidrome installeer je een muziekserver op de computer. Dit programma indexeert alle audiobestanden en creëert hiervan een overzichtelijke bibliotheek. Daarna kunnen overige computers, smartphones en andere clients de nummers opvragen. Dit zogenoemde client-servermodel werkt alleen wanneer de muziekserver actief is. Kortom, regel dat het systeem met Navidrome op de juiste luistermomenten is ingeschakeld.

Navidrome downloaden

Een pluspunt is dat de freeware lage eisen aan de hardware stelt. Gebruik het programma dus gerust op een wat oudere pc of laptop. Er zijn versies voor Windows, macOS en Linux beschikbaar. Ga naar www.navidrome.org/docs/installation om de juiste editie te downloaden. Navidrome werkt ook op een Raspberry Pi of geschikte NAS, maar voor deze workshop concentreren we ons op de Windows-versie.

Navidrome stuurt je voor het juiste downloadbestand uiteindelijk door naar de GitHub-site. Klik onderaan zo nodig op Show all om alle downloadbestanden te tonen. Kies in de lijst het msi-bestand en start direct na het downloaden de installatie. Mogelijk slaat Windows alarm, omdat dit besturingssysteem het programma niet kent. Geen zorgen, want volgens VirusTotal vormt Navidrome geen enkele bedreiging.

Enkele instellingen

Tijdens het installatieproces verschijnt er een instellingenvenster. Merk op dat Navidrome standaard poortnummer 4533 gebruikt. Dit nummer is in feite een digitale toegangspoort tot jouw muziekserver. Je hebt dat nodig om browsers en apparaten met jouw persoonlijke muziekcloud te verbinden. Daarover later meer. Je laat het poortnummer in de meeste gevallen gewoon staan. Alleen wanneer Navidrome met een ander programma conflicteert, kun je de getallen wijzigen.

Geef verder in het veld onder Music Folder aan in welke map de nummers staan opgeslagen. Bewaar je op verschillende bestandslocaties albums? Houd er rekening mee dat het programma in eerste instantie slechts één map (met alle onderliggende submappen) accepteert. Je kunt op een later moment nog wel andere bestandslocaties toevoegen. Rond met Next en Install de installatieprocedure af.

Controleer voorafgaand aan de installatie welk poortnummer Navidrome gebruikt.

Account aanmaken

Na de installatie is de muziekserver direct actief op de achtergrond van jouw systeem. Staat het programma niet in het startmenu? Dat klopt, want je bedient Navidrome in een willekeurige browser. Typ in de adresbalk http://localhost:4533 en druk op Enter. Er verschijnt een inlogscherm. Je creëert nu eerst een account. Bedenk een gebruikersnaam en typ twee keer het wachtwoord. Bevestig daarna met Create Admin.

Als je tijdens de installatie een muziekmap hebt opgegeven, zie je waarschijnlijk diverse albumhoezen. Zelfs bij grote muziekcollecties gaat het indexeren erg snel. Ga uit van hooguit enkele minuten. Een pluspunt is dat de freeware met ieder gangbaar audioformaat uit de voeten kan, waaronder mp3 en flac. Je gebruikt bovenaan de zoekfunctie om een album of artiest te vinden. Het is helaas niet mogelijk om naar de naam van een liedje te speuren.

Gebruik Chrome of een andere browser om het serverprogramma op te starten.
Naar welk album ga je als eerste luisteren?

Muziek correct taggen

Zie je in Navidrome dubbele hoezen of is de artiest onbekend? Daar kun je iets aan doen. Elk nummer heeft metadata. Hierin is onder meer de naam van het liedje, het album en de artiest opgeslagen. Wanneer de metadata niet kloppen, wordt het al gauw een rommeltje. Navidrome creëert op basis van deze gegevens namelijk een bibliotheek. Zeker bij audiotracks afkomstig uit omstreden downloadnetwerken is de informatie soms niet correct.

Het aanpassen van metadata heet in computerjargon ook wel het taggen van muziek. Jammer genoeg zit deze functie niet in Navidrome. Mp3tag en MusicBrainz Picard zijn twee tools die deze taak moeiteloos vervullen. Selecteer de gewenste nummers en pas de metadatavelden naar eigen inzicht aan. Overigens kan dat bij de genoemde programma’s ook automatisch. In dat geval maakt Mp3tag of MusicBrainz Picard verbinding met een onlinedatabase. Vergeet niet om de wijzigingen op te slaan.

Op jouw verzoek plukt MusicBrainz Picard de juiste tags uit de eigen database.

Nog wat aanpassingen

Voordat je muziek gaat luisteren, pas je eerst nog enkele instellingen aan. De voertaal is standaard Engels, maar er is ook een Nederlandse vertaling beschikbaar. Klik rechtsboven op Settings (pictogram met poppetje) en kies Personal. Je klikt nu in het uitrolmenu onder Language op Nederlands. De taal verandert direct. Vind je de huidige vormgeving te donker? Selecteer dan onder Thema een ander uiterlijk. Je laat Navidrome desgewenst zelfs op Spotify lijken.

Bepaal verder of je de instelling ReplayGain wilt activeren. Hierdoor krijgen nummers van verschillende albums hetzelfde volumeniveau, mits ze voorzien zijn van zogeheten ReplayGain-tags. Voorkom daarmee dat een bepaald liedje ineens veel luider of zachter klinkt. Besef wel dat niet alle clients met deze techniek overweg kunnen. Navidrome slaat alle instellingen automatisch op.

Met dit thema lijkt Navidrome enigszins op Spotify.

Extra muziekmap

Je voegt eventueel nog een extra muziekmap toe. Navidrome creëert hiervan een tweede bibliotheek. Zodra je naar Instellingen / Libraries navigeert, verschijnt de eerder opgegeven map. Met Toevoegen opent er een nieuwe pagina. Typ eerst een relevante naam. Vul nu achter Path het volledige pad van de beoogde map in. Bij gebruik van Windows kopieer je dat eenvoudig vanuit de verkenner.

Blader eerst naar de gewenste bestandslocatie en klik vervolgens in de adresbalk van dit hulpprogramma. Je kopieert het pad nu naar Navidrome. Bevestig met Opslaan en klik daarna linksboven op Alle. De ‘nieuwe’ muziek is meteen beschikbaar. Kies linksboven op Libraries en vink de zojuist aangemaakte bibliotheek aan. Verandert er nog niets? Met behulp van het gebogen pijltje bovenaan ververs je de bibliotheken.

Voeg op een later moment zo nodig extra muziekmappen toe.

Afspeellijst aanmaken

Je luistert eenvoudig naar muziek. Zweef met de muisaanwijzer boven een albumhoes en klik op de playknop. Er verschijnt nu onderin een balk met mediaknoppen. Je kunt nummers skippen, de audioweergave pauzeren en het volume wijzigen. Klik desgewenst op het hartje om een liedje aan je favorieten toe te voegen. Er is zelfs een downloadknop om de audiobestanden lokaal op te slaan. Deze optie is met name nuttig wanneer je een ander apparaat met de Navidrome-server verbindt. Zo speel je de muziek ook op plekken zonder internetverbinding af.

Luister je graag naar nummers van verschillende artiesten? Maak dan een afspeellijst. Klik op een albumhoes om de bijbehorende nummers te tonen. Je plaatst daarna voor één of meerdere liedjes een vinkje. Kies Voeg toe aan afspeellijst en bedenk een naam. Je klikt vervolgens op het plusteken, waarna je bevestigt met Voeg toe. In het linkermenu duikt nu de zojuist ingevoerde naam op. Je sleept voortaan eenvoudig verse nummers naar deze afspeellijst.

Maak een afspeellijst met mooie muziek.

M3u-bestanden

Zie je in Navidrome al een afspeellijst? Waarschijnlijk telt jouw digitale muziekcollectie dan één of meerdere m3u-bestanden. In zo’n tekstbestandje staan verwijzingen naar verschillende liedjes. Navidrome creëert hiervan op eigen houtje een afspeellijst. Wil je dat liever niet? Zweef in het linkermenu dan met de muisaanwijzer boven Afspeellijsten en klik op het tandwiel. Nadat je alle ongewenste afspeellijsten hebt aangevinkt, klik je op Verwijderen.

Als je een afspeellijst niet gebruikt, verwijder je die uit het menu.

Extra gebruiker

Je geeft optioneel andere mensen toegang tot de Navidrome-server, zoals gezinsleden en vrienden. In dat geval creëer je voor ieder persoon een eigen account. Diegene kan dan eigen favorieten en afspeellijsten opslaan. Navigeer achtereenvolgens naar Instellingen, Gebruikers en Toevoegen. Je vult nu een gebruikersnaam, naam, e-mailadres en wachtwoord in. Bedenk goed of je iemand beheerdersrechten wilt geven. Een beheerdersaccount heeft rechten om onder meer nieuwe muziekbibliotheken en gebruikers toe te voegen. Bepaal verder welke afspeellijsten je wilt delen en vink die zo nodig aan. Zodra je onderaan op Opslaan klikt, verschijnt de nieuwe gebruiker in het overzicht. Aan jou de taak om de inloggegevens met de bewuste persoon te delen. Nuttig om te weten is dat je een gebruiker op een later moment weer kunt verwijderen.

Nodig iemand uit om naar jouw muziekverzameling te luisteren.

Clients binnen thuisnetwerk

Wanneer de Navidrome-server eenmaal correct is ingesteld, kun je ook op andere apparaten van de muziek genieten. Op een pc, laptop of mobiel apparaat binnen jouw thuisnetwerk is dat relatief simpel. Open een willekeurige browser en typ in de adresbalk http://[ip-adres]:4533. Hierbij vervang je [ip-adres] door het ip-adres van de computer waar Navidrome op draait.

Weet je dat niet? Open dan in Windows het hulpprogramma Opdrachtprompt. Typ nu ipconfig en druk op Enter om het lokale ip-adres te tonen. Zodra je op een andere computer binnen jouw netwerk naar het juiste adres gaat, verschijnt er een inlogvenster van Navidrome. Als je persoonlijke muziekcloud niet verschijnt, gooit wellicht een firewall roet in het eten. Je kunt een uitzondering instellen of de firewall op eigen risico (tijdelijk) uitzetten.

Achterhaal met Opdrachtprompt het benodigde ip-adres.

Portforwarding

Het is ook mogelijk om een computer, tablet of smartphone buiten je thuisnetwerk met de Navidrome-server te verbinden. Uiteraard is het dan wel een voorwaarde dat het apparaat verbonden is met internet. Verder dien je poortnummer 4533 in jouw router open te zetten voor netwerkverkeer. Op die manier maak je de muziekserver toegankelijk voor inkomende verbindingen van buiten het thuisnetwerk. Het openzetten van een netwerkpoort heet portforwarding. Bij elke router werkt het op een andere manier.

Gebruik je bijvoorbeeld een SmartWifi-modem van Ziggo? Ga met een browser dan naar https://smartwifiweb.ziggo.nl en log in. Je bereikt de meeste andere routers door het ip-adres van dit netwerkapparaat in de browser te typen. Navigeer in het routerpaneel van Ziggo naar Geavanceerde instellingen / Poort Forwarding en kies Nieuwe regel aanmaken. Stel bovenaan het ip-adres van de Navidrome-server in. Je hoeft alleen maar de getallen na de laatste punt in te vullen. Typ in de velden onder Lokale startpoort, Lokale eindpoort, Externe startpoort en Externe eindpoort het poortnummer 4533. Je selecteert bij Protocol de optie UDP/TCP en kiest onder Ingeschakeld voor Aan. Bevestig tot slot met Regel toevoegen.

Via het publieke ip-adres van jouw internetadres en poortnummer 4533 open je op afstand je persoonlijke muziekcloud. Via whatismyipaddress.com kun je het benodigde ip-adres achterhalen. Kijk op http://[publieke ip-adres]:4533 en geniet van de muziek.

Neem voor externe toegang tot de Navidrome-server de opties voor portforwarding van jouw router door.

Mobiel streamen

De vorige paragraaf beschrijft hoe je een apparaat buiten jouw thuisnetwerk met de Navidrome-server verbindt. Dat werkt ook met een browser op je smartphone, maar misschien vind je dat niet zo prettig. Gelukkig verbind je als alternatief een geschikte app met jouw muziekserver. Substreamer is daarvan een uitstekend voorbeeld. Deze toepassing is zowel voor iOS als Android beschikbaar.

Inloggen is simpel. Typ het correcte ip-adres en poortnummer van de Navidrome-server. Bedenk voor het invullen van de juiste gegevens of je binnen of buiten het thuisnetwerk actief bent. Je vult daarna de gebruikersnaam en het wachtwoord in. Zodra je bevestigt met Login verschijnt de muziekbibliotheek met alle albumhoezen. Vanwege de gelikte gebruikersomgeving lijkt het net alsof je een app van een online muziekdienst gebruikt. Substreamer heeft diverse handige functies in huis. Zo kun je onder andere albums downloaden en nummers naar een Chromecast doorsturen. Veel luisterplezier!

Typ in het beginscherm van Substreamer de juiste gegevens in en krijg zo toegang tot de muziekserver.
Dankzij Substreamer heb je je voltallige muziekverzameling in je broekzak.
▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: 5 compacte vrijstaande vaatwassers tot 250 euro
Huis

Waar voor je geld: 5 compacte vrijstaande vaatwassers tot 250 euro

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Heb je geen grote keuken maar zou je toch graag een vaatwasser willen? Wij vonden vijf betaalbare vrijstaande vaatvassers met een compact formaat voor je.

In niet iedere keuken is plek voor een vaatwasser en zeker als je geen inbouwruimte meer hebt, kan het lastig zijn om er eentje kwijt te kunnen. Maar er zijn ook vaatwassers met afwijkende formaten die een stuk kleiner zijn en daardoor ook makkelijk passen in een keuken die niet zo heel groot is. Wij vonden vijf betaalbare modellen voor je.

Tomado TDW5501B mini-vaatwasser

De Tomado TDW5501B is een compacte, vrijstaande vaatwasser die geschikt is voor zes couverts. Volgens de specificaties is de breedte 55 cm en bedraagt het geluidsniveau 47 dB. Het apparaat heeft verschillende programma’s, waaronder een kort programma, een eco‑stand en een intensief programma. De energieklasse is D, maar in ruil daarvoor krijg je een machine die weinig ruimte inneemt en eenvoudig op het aanrecht kan worden aangesloten. De startuitstel‑optie maakt het mogelijk de wasbeurt later te laten beginnen. De TDW5501B is ontworpen voor huishoudens met weinig ruimte die toch een volwaardige vaatwasbeurt willen.

Tomado TDW5501W

De TDW5501W is het witte broertje van de TDW5501B. Dit model heeft eveneens een breedte van 55 cm en biedt plaats aan zes couverts. Het geluidsniveau is 47 dB en de energieklasse D, net als bij de zwarte variant. Er zijn meerdere programma's, waaronder een eco- en een kort programma. De vaatwasser is vrijstaand, maar vanwege het lage formaat zet je 'm het best op een aanrecht en sluit je hem aan via een slang op de kraan. Dankzij de startuitstel‑functie kun je zelf bepalen wanneer hij begint met spoelen.

Beko DTC36610W

De Beko DTC36610W is een compacte vrijstaande vaatwasser voor huishoudens met beperkte ruimte. De machine is 55 cm breed en heeft een geluidsniveau van 49 dB. Met energieklasse A+ is hij zuiniger dan veel andere mini‑vaatwassers. Het apparaat is geschikt voor zes couverts en biedt verschillende programma’s om lichte en intensieve vaat schoon te krijgen. Omdat hij niet ingebouwd hoeft te worden, kun je hem gemakkelijk op het aanrecht of in een kleine keuken plaatsen.

Inventum VVW4530AW

De Inventum VVW4530AW is een smalle vrijstaande vaatwasser met een breedte van slechts 44,8 cm. Het toestel is geschikt voor tien couverts en beschikt over een verstelbare bovenkorf en startuitstel, zodat je de indeling en het wasprogramma kunt aanpassen. De energieklasse is E en het geluidsniveau bedraagt 47 dB. Het voordeel van deze vaatwasser is dat hij de normale hoogte heeft van een gewoon model, je schuift hem daardoor eenvoudig onder een werkblad of plaatst hem vrij.

Inventum VVW5520

De Inventum VVW5520 is een mini-vaatwasser voor zes couverts. Het apparaat is onderbouw (dus vrijstaand) en heeft een breedte van 55 cm, een diepte van 50 cm en een hoogte van 44 cm. Het geluidsniveau is 47 dB en de energieklasse D. In de specificaties worden een resttijdindicator, condensdroging en uitgestelde start genoemd. De machine is bedoeld voor kleine huishoudens die niet de ruimte of behoefte hebben aan een grote vaatwasser, bijvoorbeeld als je op kamers woont, een klein gezin hebt of een kleine keuken.