ID.nl logo
Zo gebruik je een docker op je Raspberry Pi
© Reshift Digital
Huis

Zo gebruik je een docker op je Raspberry Pi

Een Raspberry Pi is ideaal om allerlei programma’s op te installeren die altijd moeten draaien. De betrouwbaarste manier om dat te doen, is met Docker: zo draait elk programma geïsoleerd in een container, waardoor ze elkaar niet kunnen hinderen. We laten zien hoe je Docker op een Raspberry Pi gebruikt en waarop je zoal dient te letten.

Als je al even een Raspberry Pi in huis hebt, is de kans groot dat je er meer en meer software op blijft installeren. Home Assistant,Zwave2Mqtt, Node-RED, Rhasspy … Dat gaat allemaal goed, tot je al je software eens naar een nieuwe versie bijwerkt, en plots een van je programma’s niet meer werkt en een vage foutmelding geeft.

Wat is er gebeurd? Een veel voorkomend scenario is het volgende. Software A en B gebruiken beide versie 1.0 van bibliotheek C. Ondertussen komt versie 2.0 van bibliotheek C uit, die incompatibel is met C 1.0. Software A wordt herschreven om van bibliotheek C 2.0 gebruik te maken, terwijl de ontwikkelaars van software B niet zo snel zijn en nog even bij bibliotheek C 1.0 blijven. Je updatet software A en daardoor wordt bibliotheek C 2.0 geïnstalleerd. Maar Raspbian kan maar één versie van een bibliotheek installeren. Daardoor werkt software B plots niet meer, want die is niet compatibel met bibliotheek C 2.0.

In de praktijk doen Linux-distributies er alles aan om dit soort situaties te vermijden, maar het gebeurt. Soms op veel subtielere manieren, zodat het niet altijd onmiddellijk duidelijk is wat de oorzaak van het probleem is.

01 Wat is Docker?

Docker maakt het eenvoudig voor ontwikkelaars om toepassingen te verspreiden zodat je die op elk Linux-systeem kunt draaien. Die toepassingen vind je in de vorm van een image op de Docker Hub. Zo’n image is in feite een sjabloon voor een minimaal Linux-systeem, dat je bovenop Raspbian kunt draaien in de vorm van een container.

Elke container is volledig geïsoleerd van andere containers. De toepassing in een container ziet dus niet de toepassingen in andere containers. En door één container te installeren en bij te werken, ben je zeker dat die nieuwe versie niet in conflict komt met toepassingen in andere containers. Als je meer dan een handvol toepassingen op je Raspberry Pi wilt draaien, helpt Docker je dus om dat op een betrouwbare manier te doen. Dankzij Docker kun je ook gerust experimenteren met nieuwe software: bevalt die je niet, dan verwijder je achteraf gewoon de container.

©PXimport

02 Installeer Docker

We gaan ervan uit dat je Raspbian hebt geïnstalleerd, de Lite-versie is voldoende. Daarna log je in via ssh om de opdrachten in deze basiscursus uit te voeren. Als eerste installeer je Docker met de opdracht:

curl -sSL https://get.docker.com | sh

Geef daarna de gebruiker pi (waarmee je ingelogd bent) toegang tot Docker, zodat je niet alle Docker-opdrachten met het commando sudo moet uitvoeren:

sudo usermod pi -aG docker

Log uit met exit en log daarna weer in. Nu behoort de gebruiker pi tot de groep docker.

©PXimport

03 Hallo wereld

Je zou nu een eerste Docker-container moeten kunnen opstarten:

docker run --rm hello-world

Met deze opdracht draai je de Docker-container hello-world. Deze container toont in zijn uitvoer wat er exact gebeurt: het image wordt niet op je Raspberry Pi gevonden en wordt dan door Docker van de Docker Hub gedownload. Daarna maakt Docker een container op basis van dit image en voert het programma erin uit. Door de optie --rm wordt de container na het afsluiten van het programma opgeruimd. Je weet nu dat Docker correct geïnstalleerd is en werkt.

©PXimport

Hypriot

We installeren in deze basiscursus eenvoudigweg Docker op Raspbian, maar er zijn ook andere besturingssystemen mogelijk als je geïnteresseerd bent in Docker op een Raspberry Pi. Zo is er Hypriot: een besturingssysteem voor de Raspberry Pi dat is geoptimaliseerd voor gebruik van Docker. Je hoeft dan alleen maar dit image op het micro-sd-kaartje van je Raspberry Pi te installeren en je kunt onmiddellijk met Docker aan de slag. Hypriot is vooral interessant als je alleen maar Docker-containers op je Raspberry Pi draait en niets anders.

04 Maak containers aan

De basis om met Docker-containers te werken, gebeurt met de opdracht docker, zoals we in de vorige stap al toonden. Meestal wil je met Docker geen container uitvoeren en onmiddellijk afsluiten, maar die laten draaien. We gebruiken dan dus niet de optie --rm. Bovendien wil je die container op de achtergrond laten draaien, zonder de uitvoer de hele tijd op het scherm te zien. Daarvoor dient de optie -d.

Als je een container op deze manier zou opstarten, geeft Docker die een willekeurige naam, wat niet handig is als je meer dan een handvol containers hebt. Met de optie --name NAAM geef je de container daarom een vaste naam.

Dan moet je ook nog kijken naar de netwerkverbindingen. Aangezien elke Docker-container geïsoleerd is, krijg je niet zomaar toegang tot bijvoorbeeld een webserver die op poort 80 draait in een container. Daarom moet je Docker opdragen om elke aanvraag op bijvoorbeeld poort 8888 op de Raspberry Pi door te sturen naar poort 80 in een specifieke container. Dat doe je met de optie -p 8888:80. Als je al deze opties samenneemt voor de voorbeeldcontainer containous/whoami, voer je de volgende opdracht uit:

docker run -d --name whoami -p 8888:80 containous/whoami

Als alles goed gaat, krijg je na een tijdje een lange tekenreeks met hexadecimale cijfers te zien (zoals 5122c935ce5178751a59699d2c5605c607700bd04e5f57a6c18de434ae53956e). Dit is het ID van de container. Als je nu in je webbrowser surft naar http://IP:8888 met in plaats van IP het ip-adres van je Raspberry Pi, krijg je een webpagina te zien die door de webserver in de container gegenereerd wordt.

©PXimport

05 Bekijk je containers

Als je zo enkele containers hebt opgestart, begint het beheer belangrijk te worden. Allereerst is het nuttig om te zien welke containers er draaien:

docker ps

Je krijgt dan informatie over alle containers te zien die actief zijn (met de optie -a erbij ook van de containers die zijn gestopt). In de eerste kolom staat een uniek ID voor elke container, daarnaast het image op basis waarvan de container aangemaakt is. De kolom STATUS bekijk je het best bij problemen. Als je container bijvoorbeeld bij een probleem maar blijft herstarten, zie je dat hier.

In de kolom PORTS zie je de gebruikte poorten. Voor onze container whoami staat daar bijvoorbeeld 0.0.0.0:8888->80/tcp. Dat betekent dat tcp-poort 8888 op de Raspberry Pi wordt omgeleid naar tcp-poort 80 op de container. In de laatste kolom zie je de naam van de container, die kun je in verdere Docker-opdrachten gebruiken.

Wil je meer informatie, dan komt het commando docker stats van pas. Je krijgt dan van elke container statistieken te zien, zoals het verbruik van de processor, het geheugen en het netwerk. Wil je alle informatie die Docker over een specifieke container kent, voer dan dit commando uit met het ID of de naam van de container:

docker inspect CONTAINER

En wil je tot slot de logs bekijken van een container, voer dan een van deze twee opdrachten uit:

docker logs CONTAINERdocker logs -f CONTAINER

Met de optie -f volg je de logs realtime terwijl de container ze genereert.

©PXimport

06 Beheer je containers en images

Als je een container wilt stoppen, starten of een draaiende container herstarten, kan dat eenvoudig met respectievelijk deze commando’s:

docker stop CONTAINERdocker start CONTAINERdocker restart CONTAINER

Wil je tijdelijk een container pauzeren (alle programma’s erin worden dan tijdelijk ‘bevroren’), voer dan deze opdracht uit:

docker pause CONTAINER

Na deze opdracht draaien alle programma’s in de container opnieuw:

docker unpause CONTAINER

Met het commando docker images krijg je de lijst te zien van de images die Docker gedownload heeft. Voor onze whoami-container zie je in de kolom REPOSITORY de tekst containous/whoami staan en in de kolom TAG staat latest. De volledige naam van het image zou containous/whoami:latest zijn, maar die latest is de standaardwaarde voor de tag, dus kan weggelaten worden. Daarom dat we in onze opdracht in paragraaf 4 met docker run gewoon containous/whoami als image hebben opgegeven.

In de kolom CREATED zie je hoelang geleden dit image is gedownload. Wil je dit image updaten, dan voer je de volgende opdracht uit:

docker pull containous/whoami:latest

Docker downloadt dan de nieuwste versie van het image of vertelt je dat het image up-to-date is. Als je daarna nog eens docker images uitvoert, zie je dat er een image is bijgekomen.

Maar de huidige whoami-container gebruikt nog altijd het oude image. Om dit te upgraden, stop (docker stop whoami) en verwijder (docker rm wohami) je de container, en creëer je de container opnieuw met de opdracht docker run uit paragraaf 4.

©PXimport

Opruimen

Update je regelmatig je Docker-images om de nieuwste versie in een container te draaien, dan blijven de oude images gewoon staan. De micro-sd-kaart van je Raspberry Pi met een capaciteit van hoogstens enkele tientallen gigabytes kan daardoor snel vol raken, zeker als je grote containers draait. Zo zijn containers zoals die van Home Assistant en Rhasspy meer dan een gigabyte groot. Nu werkt Docker wel met een systeem zodat bij een update niet die volledige gigabyte opnieuw gedownload en opgeslagen wordt, maar na vele updates blijft de benodigde opslag wel toenemen. Met de opdracht docker rmi IMAGE_ID verwijder je een image op basis van het ID dat je in de uitvoer van de opdracht docker images vindt. Docker kent ook de opdracht docker image prune waarmee je alle images verwijdert die niet door een container worden gebruikt. Met docker system prune verwijder je ook gestopte containers, netwerken die niet tenminste door één container worden gebruikt en cachebestanden.

©PXimport

07 Volumes

Onze voorbeeldcontainer whoami maakte geen gebruik van configuratiegegevens of data. Maar je kunt een directory op je Raspberry Pi delen met een Docker-container, zodat die toegang krijgt tot gegevens daarvan. Zo’n gedeelde directory noemt Docker een volume.

Als je met meerdere containers op je Raspberry Pi gaat werken, is het aan te raden om hun directory’s allemaal bij elkaar te zetten. Maak een directory daarvoor aan, bijvoorbeeld met:

mkdir -p /home/pi/containers/nginx/data

Plaats dan in de map containers/nginx/data een bestand index.html met een html-pagina.

Dan kun je nu een container met nginx (een webserver) opstarten waarmee je deze directory deelt:

docker run -d --name nginx -p 8080:80 -v /home/pi/containers/nginx/data:/usr/share/nginx/html:ro nginx

Daarna start de container met de webserver op en koppelt die de directory /home/pi/containers/nging/data op je Raspberry Pi in de container aan op de locatie /usr/share/nginx/html, met alleen leesrechten (ro staat voor read-only). Als je nu surft naar IP:8080 krijg je het html-bestand index.html te zien.

©PXimport

08 Docker Compose

Tot nu toe hebben we handmatig Docker-containers opgestart met opdracht docker run. Maar als je wat meer Docker-containers draait en regelmatig hun configuratie wilt aanpassen, is een andere aanpak beter: alles in één configuratiebestand zetten. Dat gaat met Docker Compose.

Installeer daarvoor eerst Pythons pakketbeheerder pip en dan Docker Compose (dat een Python-programma is) met deze opdrachten:

sudo apt install python3-pip

sudo pip3 install docker-compose

Nu kun je de configuratie van meerdere Docker-containers in een bestand docker-compose.yml zetten. Maak daarvoor een Docker Compose-bestand aan met:

nano docker-compose.yml

Plaats daarin de volgende configuratie voor onze voorbeeldcontainers whoami en nginx:

version: '3.7'services:whoami:image: containous/whoamicontainer_name: whoamirestart: alwaysports:- 8888:80nginx:image: nginxcontainer_name: nginxrestart: alwaysports:- 8080:80volumes:- /home/pi/containers/nginx/data:/usr/share/nginx/html:ro

09 YAML

Sla het bestand op met Ctrl+O en sluit nano af met Ctrl+X. Het gaat hier om een YAML-bestand (met de extensie .yml). YAML (staat voor de recursieve afkorting ‘YAML Ain’t Markup Language’) is een bestandsformaat om configuratiegegevens op een leesbare manier te definiëren. Meer info vind je op de officiële website.

Je ziet in dit bestand dat we twee containers als services definiëren. Bij elke container definiëren we het gebruikte image, de naam die de container moet krijgen en of de container vanzelf moet herstarten bij problemen. Daarnaast definiëren we ook de omgeleide poorten en de volumes.

Al deze informatie vind je ook op de opdrachtregels met docker run, maar in dit Docker Compose-bestand is het wat overzichtelijker.

©PXimport

10 Werken met Docker Compose

Zodra je een bestand docker-compose.yml hebt, kun je eenvoudig de erin gedefinieerde containers aanmaken en opstarten:

docker-compose up -d

Daarna kun je deze containers beheren met de docker-opdracht, maar docker-compose heeft zelf ook heel wat opties specifiek om containers te beheren die je met Docker Compose hebt aangemaakt. Zo ruim je alles op met de volgende opdracht, alle gedefinieerde containers worden gestopt en verwijderd:

docker-compose down

Verder kun je de logs van alle containers opvolgen met:

docker-compose logs -f

Elke container geeft zijn logmeldingen daarbij in een andere kleur. Ook Docker Compose heeft een bekend riedeltje voor het stoppen, starten en herstarten van alle containers:

docker-compose stop

docker-compose start

docker-compose restart

Alle containers in je Docker Compose-bestand updaten doe je met de volgende twee opdrachten:

docker-compose pull

docker-compose restart

De eerste opdracht downloadt nieuwe images voor alle containers die je hebt gedefinieerd en de tweede opdracht herstart al die containers zodat ze het nieuwe image gebruiken. Daarna kun je indien gewenst de oude images verwijderen met:

docker image prune

11 En verder

Van veel toepassingen vind je Docker-images op Docker Hub. Op LinuxServer.io vind je ook tientallen Docker-images die door vrijwilligers worden bijgehouden. Deze images zijn goed onderhouden en gedocumenteerd, en ze gebruiken allemaal een vergelijkbare aanpak en basisinfrastructuur.

Probeer je te beperken tot ‘officiële’ Docker-images, die door een project zelf worden aangeboden, of images van betrouwbare partijen zoals LinuxServer.io. Want iedereen kan in principe Docker-images publiceren op Docker Hub, maar ze worden niet altijd up-to-date gehouden.

©PXimport

De juiste processorarchitectuur

Het is belangrijk dat je Docker-images voor de juiste processorarchitectuur downloadt. De Raspberry Pi heeft een ARM-processor, die niet compatibel is met de Intel- of AMD-processoren die je in pc’s vindt. Veel Docker-images worden zo gepubliceerd dat automatisch de juiste versie voor je processorarchitectuur wordt gedownload. Op Docker Hub vind je bij de pagina over het gewenste Docker-image welke architecturen zijn ondersteund. Voor Raspbian is dat arm32v7, arm/v7 of armhf. Als je bij het starten van een Docker-container de foutmelding exec format error krijgt, heb je waarschijnlijk een image van de verkeerde processorarchitectuur gedownload. Als dat gebeurt, dien je een image met een andere tag te downloaden. Zo verspreidt het project motionEye zijn officiële Docker-image met twee mogelijke tags: je draait ccrisan/motioneye:master-amd64 op Intel-compatibele processoren en ccrisan/motioneye:master-armhf op een Raspberry Pi.

▼ Volgende artikel
3 Windows-instellingen die je direct moet aanpassen voor een snellere en veiligere pc
© ID.nl
Huis

3 Windows-instellingen die je direct moet aanpassen voor een snellere en veiligere pc

Frustraties over een trage pc of ongewenste advertenties? Grote kans dat de standaard Windows-instellingen de boosdoener zijn. Met drie simpele ingrepen optimaliseer je direct de snelheid, privacy en veiligheid van je systeem. Wij zetten de belangrijkste aanpassingen op een rij, zodat je direct weer vlot en zorgeloos aan de slag kunt!

Of je nu net een gloednieuwe laptop uit de doos haalt of al jaren op dezelfde vertrouwde desktop werkt, de standaardinstellingen van Windows zijn zelden optimaal. Microsoft kiest vaak voor opties die hun eigen diensten promoten in plaats van jouw gebruiksgemak centraal te stellen. Gelukkig kun je met een paar gerichte ingrepen direct winst behalen. Pas deze drie essentiële instellingen aan voor meer privacy, snelheid en overzicht.

Schakel onnodige opstart-apps uit

Niets is zo frustrerend als een computer die er minutenlang over doet om startklaar te zijn. De grootste boosdoener hiervoor is vaak een overdaad aan programma's die automatisch opstarten zodra je de pc aanzet. Veel applicaties, van Spotify tot samenwerkingstools als Microsoft Teams, nestelen zich tijdens de installatie ongevraagd in je opstartproces. Dat vreet direct aan je systeemgeheugen en vertraagt de opstarttijd aanzienlijk.

Je lost dit eenvoudig op door naar de instellingen van Windows te navigeren en te zoeken naar de optie Opstart-apps. Hier zie je een duidelijk overzicht van alle software die met Windows mee start, inclusief de impact die elk programma heeft op de prestaties. Loop kritisch door deze lijst heen. Programma's die je niet dagelijks direct na het inloggen nodig hebt, kun je zonder risico uitschakelen door het schuifje om te zetten. Je verwijdert de software hiermee niet; je voorkomt alleen dat ze op de achtergrond draaien zonder dat je erom gevraagd hebt. Je pc zal hierdoor merkbaar vlotter reageren.

Weg met die advertenties en suggesties!

Windows is in de loop der jaren steeds meer veranderd in een platform waarop Microsoft eigen en gesponsorde diensten probeert te verkopen. Dat uit zich in zogenaamde 'suggesties' in je Startmenu, op je vergrendelingsscherm en zelfs in de Verkenner. Voor de meeste gebruikers voelt dat – terecht – als ongewenste reclame binnen een besturingssysteem waarvoor al betaald is. Het zorgt bovendien voor ruis en leidt af van waar je eigenlijk mee bezig bent.

Om deze stroom aan prikkels te stoppen, duik je in het menu Persoonlijke instellingen. Bij de instellingen voor het Startmenu en het Vergrendelingsscherm vind je opties die verwijzen naar het tonen van suggesties, tips of leuke weetjes. Vink deze opties uit om een schonere, rustigere interface te krijgen. Vergeet ook niet bij de privacy-instellingen de optie uit te zetten die Windows toestaat om je Instellingen-app te gebruiken voor het tonen van voorgestelde inhoud. Het resultaat is een professionelere werkomgeving die doet wat hij moet doen, zonder je continu te proberen te verleiden tot extra klikken.

Maak bestandsextensies zichtbaar

Een van de meest riskante standaardinstellingen in Windows is het verbergen van bestandsextensies voor bekende bestandstypen. Standaard zie je alleen de naam van een bestand, bijvoorbeeld 'factuur', maar niet of het een .pdf, .docx of een .exe is. Cybercriminelen maken daar dankbaar gebruik van door virussen te vermommen als onschuldige documenten. Een bestand dat 'foto.jpg.exe' heet, wordt door Windows dan getoond als 'foto.jpg', waardoor je denkt een afbeelding te openen terwijl je in werkelijkheid schadelijke software installeert.

Je kunt dit veiligheidsrisico direct verhelpen via de Bestandsverkenner. Zoek in de menubalk naar de optie Weergeven en navigeer vervolgens naar de instellingen voor weergeven. Hier vind je een optie genaamd Extensies voor bestandsnamen. Zorg dat deze optie aangevinkt staat. Hoewel het in het begin even wennen kan zijn om achter elk bestand een punt en drie of vier letters te zien staan, geeft het je volledige controle en inzicht. Je ziet nu in één oogopslag met wat voor type bestand je écht te maken hebt, en dat verkleint de kans op een succesvolle malware-infectie drastisch.

Populaire merken voor Windows-laptops

Wie op zoek is naar hardware die het meeste uit Windows haalt, komt al snel uit bij een aantal gevestigde namen die de markt domineren. Een van de grootste spelers is Lenovo, dat met name met de ThinkPad-serie een ijzersterke reputatie heeft opgebouwd in de zakelijke markt dankzij robuuste bouwkwaliteit en uitstekende toetsenborden. Voor consumenten die design en innovatie zoeken, is HP (Hewlett-Packard) een veelgekozen merk, mede dankzij de Omnibook- en Envy-lijnen die esthetiek combineren met krachtige prestaties. Ook Acer blijft een vaste waarde, waarbij vooral de Aspire-modellen steevast hoge ogen gooien in reviews vanwege hun interessante prijs-kwaliteitverhouding. Tot slot biedt het Taiwanese ASUS vaak veel rekenkracht voor een scherpe prijs en durven zij met hun ZenBook-serie vaak te experimenteren met nieuwe technologieën zoals dubbele schermen.

▼ Volgende artikel
Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?
© ID.nl
Huis

Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?

Wanneer je je dekbed gewassen hebt, wil je dat het natuurlijk weer lekker dik en luchtig aanvoelt. Maar wanneer je hem gewoon in de droger gooit, kan de vulling gaan klonteren, zodat er dunne stukken en dikke stukken ontstaan. Dat slaapt niet echt lekker. Om dat te voorkomen, gooien veel mensen er een paar tennisballen bij. Helpt dat echt?

In dit artikel

Je leest wat tennisballen in de droger doen en bij welke dekbedden dat wel of juist minder goed werkt. We leggen uit hoeveel ballen je nodig hebt, waar je op let bij het type tennisbal en waarom voldoende ruimte in de trommel belangrijk is. Ook staan we stil bij alternatieven zoals speciale drogerballen en geven we praktische tips om je dekbed gelijkmatig te laten drogen en mooi in vorm te houden.

Lees ook: 9 veelgemaakte fouten bij het drogen van je was

Wat tennisballen in de droger doen

Tijdens het drogen raken de tennisballen telkens het dekbed. Dat helpt vooral bij dons en veren. Als die nat zijn, blijven ze aan elkaar plakken en zakt de vulling in. Door de constante beweging vallen die samengepakte delen weer uiteen, waardoor de vulling zich opnieuw verspreidt. Zo kan de warme lucht overal beter bij en droogt het dekbed gelijkmatiger. De droogtijd wordt er niet korter van, maar het dekbed komt wel duidelijk voller uit de droger.

Hoe vaak moet je je dekbed eigenlijk wassen?

Een dekbed hoeft niet vaak in de was. Voor de meeste mensen is één tot twee keer per jaar genoeg. Dat komt omdat het meeste vuil (denk bijvoorbeeld aan zweet of huidschilfers) niet in het dekbed zelf terechtkomt, maar in het dekbedovertrek. Dat overtrek was je regelmatig, meestal eens per één à twee weken. Het dekbed blijft daardoor relatief schoon.

Soms is vaker wassen wel logisch. Bijvoorbeeld als je veel zweet in je slaap, last hebt van een huisstofmijtallergie of het overtrek niet zo vaak verschoont. Ook na ziekte of bij zichtbare vlekken is een extra wasbeurt verstandig.

Hoe vaak je kunt wassen, hangt ook af van de vulling. Niet elk dekbed kan namelijk even goed tegen veel wasbeurten. Dons- en verendekbedden kunnen meestal in de wasmachine, mits je het waslabel volgt en ze daarna goed laat drogen. Synthetische dekbedden zijn in dat opzicht wat vergevingsgezinder en kunnen vaak vaker gewassen worden zonder dat de vulling daaronder lijdt.

Twijfel je of wassen echt nodig is? Dan is luchten een goed alternatief. Hang je dekbed regelmatig buiten of bij een open raam. Daarmee kun je een wasbeurt vaak nog maanden uitstellen.

View post on TikTok

Hoeveel tennisballen zijn genoeg?

Met één tennisbal in de wasdroger merk je vaak weinig, zeker bij een groot dekbed. Die verdwijnt al snel in de stof en heeft dan weinig effect. Met twee tot vier ballen werkt het beter, omdat ze het dekbed op meerdere plekken tegelijk in beweging houden. Zolang de ballen vrij kunnen bewegen en niet vast blijven zitten in de vulling, doen ze hun werk.

Kun je elke tennisbal gebruiken bij het drogen van een dekbed in de droger?

iet elke tennisbal is even geschikt. Vooral nieuwe of felgekleurde ballen kunnen bij hogere temperaturen kleur afgeven en kleine pluisjes verliezen van de vilten buitenlaag. Dat komt niet vaak voor, maar het risico is wel aanwezig. Gebruik je oudere tennisballen, dan is de kans hierop kleiner. Wil je dat verder beperken, dan kun je de ballen in een oude witte sok stoppen en die dichtknopen. Het effect blijft grotendeels hetzelfde, al is het iets minder uitgesproken dan met losse ballen.

Speciale drogerballen

Er bestaan ook speciale drogerballen van wol of kunststof. Die zijn bedoeld voor gebruik in de droger en geven geen kleur af. Ze doen hetzelfde als tennisballen: ze zorgen dat het dekbed tijdens het drogen in beweging blijft. Wolballen maken minder lawaai en zijn milder voor stoffen. Stop je je dekbed regelmatig in de droger? Dan kun je beter deze speciale bollen gebruiken in plaats van tennisballen.  

Geef het dekbed genoeg ruimte in de droger

Tennisballen helpen alleen als het dekbed voldoende ruimte heeft om te bewegen. Is de trommel te vol, dan draait alles als één geheel rond en gebeurt er weinig. Wil je grote tweepersoonsdekbedden drogen, dan heb je een droger met een ruime trommel nodig. Heb je die niet zelf? Kijk dan of er een wasserette bij je in de buurt is. Meer ruimte zorgt voor meer beweging en daarmee voor een beter eindresultaat.

Niet elk dekbed kan in de droger

Tennisballen hebben vooral effect bij dons- en verendekbedden. Bij synthetische vulling is dat verschil kleiner en kan de constante beweging van de ballen de vulling na verloop van tijd zelfs vervormen. Wol, zijde en andere natuurlijke materialen mogen meestal helemaal niet in de droger. Check daarom altijd eerst het waslabel voordat je het dekbed in de trommel legt.

Even tussendoor opschudden helpt

Haal het dekbed halverwege het programma even uit de droger en schud het los, alsof je het bed opmaakt. Leg het daarna omgedraaid terug in de trommel. Zo verdeelt de vulling zich opnieuw en kan het dekbed gelijkmatiger drogen.

Wat kun je van het eindresultaat verwachten?

Tennis- of drogerballen zijn vooral een hulpmiddel, geen vervanging voor de juiste drooginstellingen. Droog het dekbed niet te vaak of te heet: kies een lage of middelhoge temperatuur en selecteer een speciaal dons- of beddengoedprogramma als dat op je droger zit. Zorg ook voor voldoende ruimte in de trommel. Als je dan ook nog eens ballen laat meedraaien, heb je er alles aan gedaan om te zorgen dat je dekbed weer lekker vol uit de droger komt!